Leveringszekerheid onderbelicht in energiediscussie

Omslagfoto Ger Loeffen

Zonneboom (Nijmegen) van Andreas Hetfeld
Foto: Ger Loeffen

Het zal een kleine 30 jaar geleden zijn: een pittige spreekbeurt in Groningen, waar ik me in een goed gevulde zaal met anti-kernenergie-lieden staande moest houden bij een felle discussie over de opslag van radioactief afval in zoutkoepels. Over de inzet van kernenergie viel evenmin te praten als over de oplossing van een van de drie onoverkomelijke bezwaren tegen die in mijn ogen verantwoorde fysische energiebron, ook wel aangeduid met ‘atoomstroom’. Het eerste bezwaar – de mogelijke proliferatie van kernwapens – was uit beeld geraakt, en het tweede bewaar – onveiligheid van kerncentrales – werd toen Harrisburg uit het nieuws verdwenen was, minder gehoord. Maar permanente opslag van radioactief afval in zoutlagen  was volgens zelf benoemde insiders een onbegaanbare weg, en niet alleen in het hoge noorden. Hoewel ik me in de Tweede Kamer regelmatig sterk maakte voor de inzet van zon- en windenergie – denk aan de pleidooien voor het plan Lievense – probeerde ik de (te) hartstochtelijke argumenten voor de inzet van duurzame energie wat te relativeren met enkele, niet in dank afgenomen plaagvragen als:  worden zonnepanelen op autodaken geen lachspiegels? En: wat zullen de zeilers in Friesland zeggen als de molens de wind wegvangen? Het boegeroep leerde, dat ik met dit soort retorische vragen de handen niet op elkaar kreeg. Ook de serieuzer kanttekening van vogels, die zich te pletter vliegen tegen molenwieken, viel verkeerd. Het bleef onbegonnen werk: relativeren om ruimte te maken voor een zinnige discussie over de voor- en nadelen van duurzame energie. Zon en wind: dat is de toekomst, en gas ook, luidde de boodschap, want warmtekrachtkoppeling was toen nog ‘hot’, en de verzakking van de bodem was nog niet aan de orde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zon en wind
Foto: Pascal Vyncke – Seniorennet.be

Toen ik onlangs las, dat de bestuurders van de Waddeneilanden zich verzetten tegen de aanleg van windmolenparken in de Waddenzee, en wethouders in Noord Holland windmolens in de Noordzee evenmin zien zitten (of beter: staan)  moest ik aan dat felle debat van 30 jaar geleden denken. Not in my backyard: dat blijft een dogma, of het nu om radioactief afval, schaliegasboringen, opslag van CO2 of geluid producerende en landschap ontsierende windmolens gaat. Zonne-energiesystemen blijft tegenwind bespaard, ook al staan hier en daar criticasters op die vinden dat zonnepanelen de (schuine) daken ontsieren. Dat bezwaar valt  te ondervangen. Of dat ook geldt voor geluidhinder en landschapsvervuiling in een relatief dicht bevolkt land, is minder zeker, temeer nu de subsidiering van windenergie steeds meer discussie oproept. De negatieve kanten van de Duitse ‘Energiewende’ en de onmiskenbare behoefte aan opslagsystemen krijgen meer aandacht, evenals de noodzaak van gas- of kolengestookt reservevermogen. Vreemd eigenlijk, dat de (energieke) trefwoorden van dertig jaar geleden – besparing en diversificatie met het oog op leveringszekerheid en betaalbaarheid – nog altijd volop gelden. Vreemd ook, dat die leveringszekerheid met het opraken van de gasvoorraad, het uitbannen van kernenergie en het sluiten van kolencentrales in de actuele discussie zo weinig aandacht krijgt.

Topper 2013-2014: het verleden achterna of voorbij?

P1050040

President Gabriel van Heusden overhandigt de plaquette van Sint Anneke (Foto: JMBLvD)

De Nijmeegse Carnavalsvereniging Sint Anneke roept elk jaar een min of meer bekende land- of stadgenoot uit tot Topper. Jonny Jordaan was de eerste ‘persoonlijkheid uit de wereld van de vaderlandse sport, politiek, amusement of juist uit de Nijmeegse scene’ – aldus een van de criteria – die zich Topper 1976-1977 van Sint Anneke mocht noemen, gevolgd door Leo Horn (1977-1978) en Norbert Schmelzer (1978-1979). Toen ik op 18 november 1978 in de nadagen van Prins Ad I van Knotsenburg de heugelijke onderscheiding van de vroegere minister van buitenlandse zaken mocht bijwonen, kon ik niet bevroeden, dat Sint Anneke mij ook ooit Topper van Sint Anneke zou maken. En evenmin, dat Prins Hans IV (Ruys) daarbij nog een duit in het zakje zou doen, onder meer verwijzend naar Schaaralaaf.

P1030695

Ereplaquette St. Anneke voor Topper 2013-2014

Wonderen en verrassingen zijn de wereld (nog) niet uit. Integendeel. Ruim 35 jaar later – op 25 januari 2014 – kreeg ik na een daverende ontvangst in een volle, wel tijdelijk gehalveerde Jan Massinkhal van President Gabriel van Heusden een fraaie plaquette met de voorzijde van de heilige vrouw met kruik en glas. In het verenigingswapen is Sint Anneke slechts van achteren te zien. De plaquette is een blijvende herinnering aan een ongedachte en onvergetelijke happening. Dat daarbij mijn hele, niet alleen carnavaleske doopceel, werd gelicht, deed evenmin pijn als de opvallende verwijzing naar wat letterlijk en figuurlijk een staande uitdrukking is geworden: de Ladder van Lansink. Knotsenburgers en andere gasten weten nu ook dat de man van de ladder in het Italiaans  ‘E’ olandese il padre della gerarchia di gestione dei rifiuti’ wordt genoemd.

P1050063

De Topper 2013-2014 zingt met het kabinet van Prins Hans IV Knotsenburgse schlagers (Foto: JMBvD)

De ‘padre’ maakt nu dus deel uit van het bonte genootschap Toppers, dat CV Sint Anneke heeft weten te vergaren: niet alleen oud-politici als Norbert Schmelzer, Frank de Grave en Jan Terlouw, maar ook befaamde sportlieden als Fannie Blankers Koen, Coen Molijn, Ada Kok en Nelli Cooman; niet alleen sterke marsleiders als Tony van Dongen en Chris Bos, maar ook bekende artiesten als Eddy Christiani en Hetty Blok; en niet te vergeten Theo Eikmans, in Knotsenburg beter bekend als Prins Theo I en vooral als Graodus fan Nimwegen. Hoe het ook zij: mij past een bescheiden plaats in de eregalerij, ook door de vraag of ‘Toppers het verleden achterna of voorbij’ gaan. De enthousiaste leden van Sint Anneke hebben intussen opnieuw laten zien, dat zij heel wat mans en vrouws zijn, binnen en buiten Knotsenburg.

Dash for Trash

Trash Pascal Vyncke

Trash
Foto: Pascal Vyncke, seniorennet.be

Peter Jones, de editor van Isonomia meldt op twitter: Ad Lansink, one of the intellectual giants of waste and resources, challenges the #DashForTrash. Het bericht  verwijst naar http://t.co/lFyDKjvWjp: mijn eerste bijdrage aan de Engelse website, waar een reeks onafhankelijke deskundigen artikelen plaatsen over diverse aspecten van duurzame ontwikkeling, in het bijzonder milieubeleid, afvalbeheer en energie. De eerdere verwijzing naar en uitleg van ‘Lansink’s Ladder’ door Steven Watson was aanleiding voor de toezending van ‘De Kracht van de Kringloop’, het boek over de geschiedenis en toekomst van de ladder, dat ik met Hannet de Vries – toen CEO bij VAR, later COO bij Beelen Recycling – in november 2010 heb gepubliceerd. Het weliswaar in het Nederlands geschreven boek zou editor Peter Jones en auteur Steven Watson wel interesseren, dacht ik. Dat was een juiste inschatting, want enkele dagen later kreeg ik al het verzoek om geactualiseerde versies van een of meer hoofdstukken te publiceren op Isonomia, de door de staf van Eunomia beheerde blogsite. De webeditor, die voor het lezen van het boek was bijgestaan door een Zuid-Afrikaanse medewerker van Eunomia, koos als eerste thema de discussie over de vraag of recycling de voorkeur verdient boven verbranding. Het antwoord luidt: in beginsel wel, maar onderbouwde uitzonderingen zijn mogelijk. Of dat antwoord de lading dekt van ‘Challenging the #DashForTrash’ laat ik aan de beoordeling van actieve twitteraars over, een goede vertaling ook. De achterwaartse alliteratie doet in elk geval aan de Ladder van Lansink en dus aan de synoniemen afvalhierarchie en voorkeursvolgorde denken. Inderdaad: een ‘challenging’ optie: verspreiden, delen en uitwisselen van kennis, ook internationaal.

Climbing the rungs: Engelse waardering voor de Ladder van Lansink

Ladder

De Ladder van Lansink, met uitleg.
Ontleend aan IDM (Belgie), met toestemming overgenomen door Isonomia (UK)

Nou hoor je het eens van een ander. Ik moest in alle bescheidenheid aan die staande uitdrukking denken toen ik bij toeval een mij onbekende afbeelding van de Ladder van Lansink ontdekte bij Isonomia: een Engelse website, waar  onafhankelijke milieu-experts via een Blog hun licht laten schijnen over duurzaamheid en verwante topics. Steve Watson, een van de auteurs, schreef op 6 december 2013 Making the waste hierarchy: just Ad Lansink’. Hij illustreerde zijn bijzondere bijdrage met een foto uit de oude Anefodoos, waarop ik omstreeks 1986 in een lege Tweede Kamer een minister interrumpeer, en met een aan een Belgische website ontleende afbeelding van de ladder. Zijn verhaal begint aldus:

“How are ladders, the Royal Dutch Football Association and the Christian Concept of Humanity Stewardship of the planet connected with the creation of one of waste management’s best explanatory tools? The answer can be found in the life story of Ad Lansink. You may nog have heard of him. He is little known outside of the Netherlands, his native country. But almost everyone in the waste sector is familiar with his work, which has helped shape the development of waste policy for over 30 years.”

Kassa Groen 1

Ad Lansink verklaart in eigen tuin de ladder aan TV-ploeg van VARA’s Kassa Groen
De uitzending staat gepland voor januari 2014
Foto: Ans Lansink-van Dam

Steve Watson geeft aan, dat de kennelijk opvallende combinatie van religieze achtergrond, opleiding, wetenschappelijk onderzoek en gevoel voor presentatie  – op de KNVB gaat hij verder niet in – heeft geleid  tot een originele, eenvoudige en heldere visie op het afvalbeheer voor de lange termijn. Zijn vanwege de context boeiende verhaal eindigt met de woorden:

“While his name may no longer be attached to his greatest creation, we can all be gratefull to Ad Lansink for helping to give waste management a leg up in the late 20th century and beyond. Without him we may have struggled to understand how far there was to climb, so let’s raise a glass to Ad Lansink a truly top rung chap.

Die laatste woorden lijken mij wat overdreven, maar tonen wel dat de Ladder van Lansink ook internationaal gewaardeerd wordt. Voor wie geïnteresseerd is in het werk van Eunomia – mede verantwoordelijk voor Isonomia –  wijs ik graag op de website van dit in Engeland toonaangevende Research and Consulting Institute. En verder: Let’s raise a glass on a happy and sustainable New Year.

 

De Oversteek van voren en opzij, van binnenuit en bovenaf

Oversteek uit de lucht

Drie bruggen op een rij: Oversteek, Spoor (en Fiets) – Brug, Waalbrug

De nieuwe Nijmeegse stadsbrug over de Waal roept bewondering op. De Oversteek is letterlijk en figuurlijk een kunstwerk, in meer opzichten: bouwkundig, functioneel, architectonisch en landschappelijk. De nieuwe brug is een technologische prestatie van allure, waarmee ontwerpers en bouwers alle eer inleggen. Uiteraard delen opdrachtgever – de trotse gemeente Nijmegen – en cofinanciers in de vreugde van een spectaculaire oeververbinding, die  de slogan Nijmegen omarmt de Waal waar gaat maken. Vanuit de lucht valt het ritme van de drie bruggen evenzeer op als de forse Waalbocht. De Oversteek brengt Nijmegen-Noord dichterbij, en overbrugt via de noordelijke aanloop de nevengeul: de tweede opvallende ingreep, die sinds begin 2013 de aandacht trekt van talloze in- en outsiders. Vanuit de lucht is het graven van de nevengeul goed zichtbaar.

Nijmegen omarmt de Waal Groen : Veur Lent

Nijmegen omarmt de Waal
Groen : Veur Lent

Het kaartbeeld toont de loop van de nevengeul, die vanaf 2016 vanuit het eiland Veur Lent bij laag water te voet en via een tweetal bruggen overgestoken kan worden. Voorlopig beperkt de blijdschap van de Nijmegenaren zich tot De Oversteek. De nieuwe oeververbinding  mocht zich een dag na de opening verheugen in een immense belangstelling van voetgangers en fietsers. De ‘pelgrims voor een dag’ moeten samen duizenden foto’s hebben geschoten, waarschijnlijk minder fraai dan die van fotografe Thea van den Heuvel, die het bouwproces van de brug  minutieus en artistiek heeft vastgelegd. Het fraai uitgegeven boek is  een echte aanrader, niet alleen om de uitstekende foto’s maar ook om de impressies van de bouwers, met onder meer de architecten Chris Poulissen en Laurent Ney

Pelgrims voor een dag Foto: Ad Lansink

Pelgrims voor een dag
Foto: Ad Lansink

De Oversteek - Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen Fotografie: Thea van den Heuvel - Tekst: Clemens Verhoeven Uitgave: Van Tilt/fragma

De Waal bij Nijmegen op Google Maps

Hoewel de filedruk op het stadscentrum sinds de opening op 23 november 2013 lijkt afgenomen, schijnt twee weken na de opening slechts 5 tot 10 % van het uit Arnhem komende verkeer te kiezen voor de route over de Oversteek. Bestuurlijk Nijmegen verwacht, dat geleidelijk aan 1 op de 3 auto’s de westelijke rondweg gaat kiezen. De tijd zal leren of die (stoute?) verwachting klopt. Wanneer de routeplanners in de navigatiekastjes het goede en snelle voorbeeld van Google Maps volgen, zullen snelle automobilisten ondanks de 50 km borden de fraaie brug vinden en waarderen. En fietsers, hardlopers en wandelaars kunnen nu voor een rondje Lent uit drie trajecten kiezen, als training of om op de hoogte te blijven van wat langs de Waal aan het gebeuren is, van Vasim tot Veur Lent, van Oversteek tot Waalbrug. En verder.

In Vorden ‘De verbeelding voorbij’ met Han Klinkhamer

0175968klinkhamer_h

Han Klinkhamer – Zonder Titel (2013)
Olieverf op linnen – 140 x 180 cm

Han Klinkhamer (Oss, 1950) is een landschapschilder met een uitzonderlijke gevoeligheid voor de zeggingskracht van de gewone natuur. Hij schept universele en tijdloze beelden, die de kijker tot nadenken stemmen. De kunstenaar probeert zichtbaar te maken, wat gewoonlijk verborgen blijft. Vandaar de titel van zijn expositie in Galerie Agnes Raben (Nieuwstad 20 in Vorden): ‘Kijken naar wat zich onttrekt. Han Klinkhamer wijst de toeschouwer de weg naar wat zich aan de (gewone?) waarneming onttrekt om de natuur van binnenuit te ervaren. Hij schildert in het onbegrensde ‘iemandsland’ tussen abstractie en figuratie doeken, die uitnodigen tot reflectie:  De verbeelding voorbij. Met die alliteratie – de samenvatting van de voordracht – mocht ik op 27 oktober 2013 voor een groot aantal gasten en kunstliefhebbers de fraaie expositie in Vorden openen. De wisselwerking met het vraagstuk van inductie of deductie was ook voor Han Klinkhamer een nieuw gegeven, ook door de onverwachte koppeling aan de boeiende discussie over toeval en genade. Te oordelen naar de positieve reacties verdienen Agnes Raben en Han Klinkhamer de komende maanden veel aandacht van kijkers en wellicht ook kopers.

 

 

Herfst in Lenk – Wie in Paradis, Alleluja

2013-10-13 10.13.54

Gezicht vanuit Hotel Kreuz op bergketen op de zonnige zondag van 13 oktober 2010
Foto: Ad Lansink

P1040764

Hans en Marlies Eigenraam- Asselbergs, schoonzoon Ries, dochter  Godelief rusten met Ad en  Ans Lansink uit op de Betelberg. Foto: Emilieke Asselbers

Een korte herfstvacantie in het Zwitserse Lenk zorgde enkele dagen voor een paradijselijk gevoel. Forse nachtelijke sneeuwbuien en een fraaie herfszon maakten van het toch al indrukwekkende landschap een onvergetelijk schouwspel. Hotel Kreuz midden in het levendige Lenk bood volop gastvrijheid: ‘Sie erfahren bei Zufall heute ein schöne Sommer – und Winterferien zugleich’, zei de eigenaar van het hotel over het toeval van het uitzonderlijke weer. Nederlandse vrienden – neergestreken in een mooi huis in Rotenbach – beantwoordden een wel gemeend ‘Wie im Paradis’ van een al even enthousiaste voorbijganger met een luidkeels ‘Alleluja’. Het fraaie uitzicht werd nog mooier, nadat we met de gondelbaan en gedeeltelijk te voet de Betelberg beklommen, op een besneeuwd pad, soms zelfs door de sneeuw over een stijle, besneeuwde weide. Emilieke en Ans begroetten op de top de klimmers (Hans, Marlies, Godelieve, Ries en Ad) met warme chocolade. De zon deed de rest.

Afbeelding

Stafkaart van het gebied ten zuiden van Lenk, met o.m. de Irfigfall (1101-1299 m) en de gondelbaan naar de Betelberg (1923 m)

P1040713

Emilieke Asselbergs op de Betelberg in de sneeuw, en dat in de vroege herfst van 2013
Foto: Ans Lansink

Een dag later besloten we de Irfigfall te gaan bezoeken, op de plaats waar het water het dal bereikt. Eenmaal daar aangekomen – vanaf een eenvoudige parkeerplaats te voet verder – trok de top van de waterval zozeer, dat opnieuw een zware klim nodig was om de plaats te bereiken waar het water met donderend geraas naar beneden valt: een klim van ruim 200 meter met weer een schitterend uitzicht, naar het dal maar ook naar de Irfigalp. Terug in Lenk zagen we bij toeval Emilieke, Hans en Marlies rijden, die opnieuw de Betelberg op gingen, om de tocht van de vorige dag in omgekeerde richting te beleven: van de top naar beneden, naar het tussenstation van de gondelbaan. Een deel van de sneeuw was intussen weggegooid. Toch leverde het eerste half uur nog aardig wat moeilijke passages op, totdat we het brede pad bereikten.

De ene waterval is de andere niet, zo bleek de volgende ochtend, toen we met de auto naar de parkeerplaats van Hotel Simmerfall togen, om van daaruit omhoog te lopen naar de plaats waar het water met donderend geraas naar beneden stort. Een zware klim, bijna 300 m in een uur over de smalle zandweg naar de Barbarabrucke, die ook via een stijl voetpad te bereiken is.

Hier en daar is nog wat sneeuw zichtbaar, naast sporen in de modder, die aan schilderijen van Han Klinkhamer doen denken. Eeuwig stromend water in een indrukwekkend landschap: het is Zwitserland ten voeten uit, in alle jaargetijden de moeite van een lange reis meer dan waard.

Van binnen en van buiten

Groenewoud 250 Jaar

Omslag van het ‘Special magazine’ Cafe Zaal Groenewoud 250 Jaar

Het zonnescherm spreekt duidelijke taal: Café Zaal Groenewoud 1763. Geen wonder dus, dat uitbaatster Karin Kalmar besloot de twee en een halve eeuw gastvrijheid echt te vieren, met een open dag, een ontvangst voor familie, vrienden en gasten en de uitgifte van een lijvig magazine, waarin de geschiedenis van het fraaie etablissement is vastgelegd. Wonend op een steenworp afstand ken ik het karakteristieke gebouw op de kruising van de Groesbeekseweg en de Postweg, van binnen en buiten. Van buiten sinds 1960, van binnen vanaf de 80-er jaren,ook al waren het toen nog incidentele bezoeken. Dat werd anders toen het genootschap van ex-prinsen van Knotsenburg in 1990 mee ging doen aan het schlagerfestival van Kiek ze Kieke. De generale repetities brachten ons enkele jaren naar Café Groenewoud, voor de loting en de orkestrepetitie. Toen het Prinsenconvent vanwege een verbouwing van de Vereeniging de Stephens Pub – de plaats van oprichting – moest verlaten en vervangende kroegen – onder meer de Karseboom en de Goffertboerderij – geen nieuwe stek hadden opgeleverd, lag verkassen naar Café Groenewoud voor de hand. De ex-prinsen van Knotsenburg zijn inmiddels heel wat jaren maandelijks de gast van Karin Kalmar en haar dienstbare medewerkers.

1376574_722002364491966_1024290732_n

Ad Lansink bedankt Karin Kalmar tijdens de viering van 250 Jaar Cafe Zaal Groenewoud op 22 september 2013
Foto: Ger Loeffen

De Gelderlander besteedde terecht veel aandacht aan de unieke mijlpaal van het café, dat zichzelf is gebleven, van binnen en van buiten. Wim van de Louw heeft veel waars opgetekend. Maar de stelling, dat het vergaderen van de ex-prinsen een alibi is voor het drinken van bier vergt nuancering. Bier is inderdaad belangrijk, en bitterballen zijn dat ook. Toch wordt wel degelijk vergaderd, over belangrijke en andere zaken. Kijk naar de Hommage aan de Sint Steven bij het Stadhuis, of naar slotacts van  Prinsenproclamaties. Zie de hand- en spandiensten voor het Knotsenburg en de inspanningen om carnaval de tand van de tijd te laten doorstaan. Lees ‘Van de Prins geen kwaad’ – het boek over de geschiedenis van het Knotsenburgse carnaval – waarover in de serre naast de gelagkamer veel woorden zijn gewijd. Gelachen hebben we vaak en veel, gezongen ook, en zelfs gehuild – meer van binnen dan van buiten – om de wetenschap van ongeneeslijke ziekten van ex-prinsen met elkaar te delen. Elkaar vasthouden in goede en slechte tijden is dan de boodschap, die ook in en voor Café Groenewoud geldt. Gastvrijheid, dienstbaarheid en verbondenheid zijn daarbij de trefwoorden, tot in de (nieuwe) lengte van jaren van het mooie monument op de kruising van historische wegen, van binnen en van buiten.

Niemandsland: een bijzondere installatie van Andreas Hetfeld

IMG_0617

Niemandsland: installatie van Andreas Hetfeld
in het Nijmeegs stadhuis
September – Oktober 2013

Bezoekers van het Nijmeegse Stadhuis, die de zij-ingang via de Mariekenstraat verkiezen boven de hoofdingang naast het oude, monumentale gebouw aan de Burchtstraat, komen vanzelf langs een glazenwand: feitelijk een langwerpige etalage, die kennelijk bedacht is om aandacht te vragen voor gemeentelijke voorwerpen uit een oud of recent verleden. Sinds 2009 biedt deze ruimte onder de naam ‘De Nieuwe Kamer’ kunstenaars de gelegenheid om hun verbeelding van de werkelijkheid aan toevallige voorbijgangers of bewuste bezoekers te tonen. De ‘curatoren’ van De Nieuwe Kamer (www.denieuwekamer.nl)  – Geertjan van Ostende en Marcel Blom – nodigden onlangs Andreas Hetfeld, de schepper van de in 2012 bij Station Heyendael opgerichte Zonneboom, uit om in een bijzondere installatie het verband tussen mens, natuur en techniek zichtbaar te maken. De mens is volgens de kunstenaar een kleine schakel in een veel groter geheel. Verval is de kiem voor nieuw leven, zoals zich dat bij voorbeeld ontwikkelt in de berenklauw. Enkele aspecten van ‘Niemandsland’, de titel van de even verrassende als spectaculaire installatie – de stam waarop de berenklauw rust, maar ook het ne(s)twerk, dat uit de ter aarde gevallen mens voortspruit – verwijzen naar de Zonneboom (www.zonneboom.info): het innovatieve kunstwerk, waarin natuur en techniek met elkaar versmelten. ‘Niemandsland’ is de moeite van een tocht naar of (korte) omweg door het Nijmeegs stadhuis meer dan waard.

 

Terugkoop van Nuon: een even achterhaalde als onzinnige optie

Logo NuonDe forse afboeking van Vattenfall op Nuon noopt het Zweedse staatsbedrijf om de Nederlandse dochter in de etalage te zetten. Naast Tweede Kamerlid Paul Jansen (SP) meldde Eneco-topman Jeroen de Haas zich onmiddellijk als kijker, niet als potentiële koper. Beide kenners van de sector pleitten respectievelijk in Trouw en NRC Handelsblad voor een terugkoop van de stroomproducent, waarvoor destijds de provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland de mooie som van ruim 10 miljard euro hebben ontvangen. Voor ongeveer de helft van het geld zou Nuon weer in Nederlandse handen kunnen komen, aldus de stuurlui aan de wal, die vergeten dat de elektriciteitswereld er anno 2013 anders uitziet dan vijf jaar geleden. Wat moeten de provincies of de rijksoverheid met een bedrijf met vrijwel uitsluitend gasgestookte centrales?  Kan een nieuwe eigenaar met een kleinere omvang dan Vattenfall wel continuïteit en rentabiliteit garanderen in een markt waar structurele overcapaciteit troef is? Kennelijk zijn de oorzaken van die overcapaciteit nog onvoldoende doorgedrongen, zelfs bij insiders, die beter moeten weten. Zij halen trouwens liberalisering en privatisering door elkaar, en vergeten de grote verschillen in brandstofinzet op de vrije Noordwest Europese markt. Frankrijk houdt nog steeds van kernenergie, terwijl Duitsland ruim baan geeft aan zon en wind.  Noorwegen zet waterkracht in, en Nederland kent niet voor niets zijn gasrotonde. Die verschillen beïnvloeden marktpositie en dus rentabiliteit, nog afgezien van de relatie tot het klimaatbeleid

Opmars Zonne-energie

Immens zonnedag bij Besch in Duitsland
Foto: Ad Lansink

Jeroen de Haas ziet bovendien in de Splitsingswet een oorzaak van de ellende. Ten onrechte, want de overcapaciteit staat los van eigendom en organisatie van het netbeheer. Dat uitgerekend staatsbedrijf Vattenfall problemen kent leert ook, dat publiek eigendom geen garantie is voor het uitsluiten of verkleinen van (financiële) risico’s. Zou in de jaren 90 het grootschalig Nederlands productiebedrijf gevormd zijn, dan zou ook dat bedrijf in de groei-euforie gezocht hebben naar schaalvergroting. Alle grote spelers wilden groeien. Kijk naar E.on, RWE en EDF, die ieder voor zich op versterking van de concurrentiepositie en schaalvoordelen uit waren. De ‘energiereuzen’ konden niet voorzien, dat in 2008 een financiële crisis zou losbarsten, de politiek evenmin. Dat zon– en windenergie een grote vlucht zouden nemen, vooral in Duitsland,  lag evenmin voor de hand. Dat de daarbij door de overheid ingezette instrumenten – Duitse feedinn tarief, subsidies in Nederland – de klassieke  elektriciteitsproducenten indirect zouden belemmeren werd aanvankelijk niet voor mogelijk gehouden. Of het verleden voldoende leergeld heeft opgeleverd mag intussen worden betwijfeld, gelet op het (voorlopige) energieakkoord, dat door de laatste ontwikkelingen is ingehaald.  Het oplaten van proefballonnen – zoals de terugkoop van Nuon – heeft geen zin. De samenleving is meer gebaat met een evenwichtige afweging van alle belangen – voorzieningszekerheid,   betaalbaarheid, werkgelegenheid, klimaatbeleid, transparantie (ook wanneer industriepolitieke aspecten in het geding zijn) –  dan met het berijden van al dan niet manke stokpaarden.