Van Austin Seven naar Volvo XC40 P8 Recharge

Zestig jaar persoonlijke auto-geschiedenis: terugblik op een bescheiden vorm van ‘gekte’ op al dan niet historische vervoermiddelen

1961: Austin Seven: Ans Lansink in de deuropening van de eerste eigen auto met blauw-wit nummerbord FX-48-80)

Het verlangen naar een echte auto kwam op toen mijn vader in mijn afstudeerjaar voor een dag een Austin Seven huurde: het kleine karretje met touwtjes om de deuren te openen. Helaas ontbrak bij het begin van de eerste baan een gevulde spaarpot. Ik kocht daarom een Vespa Scooter om grotere afstanden te overbruggen, zoals de zaterdagse tocht zonder helm naar de Rode Pannen in Tilburg, waar ik aankomende Mill Hill-missionarissen de betekenis van natuur- en scheikunde bijbracht. De rit met Ben Harmsen achterop mijn Vespa naar Obdam in Noord-Holland om collega Piet Luyckx te feliciteren met zijn huwelijk is een andere bladzijde in het fictieve vervoersdagboek. Diezelfde collega attendeerde mij later op een vrijwel nieuwe Austin Seven, die bij een autobedrijf in Lisse, eigendom van een familielid, te koop stond. Het rode karretje met autonummer FX-48-80 werd in 1961 mijn eerste auto voor een prijs van ruim 4000 harde guldens.

Merk- en dealertrouw verbond mij een kleine twintig jaar – van 1961 tot 1978 – aan BMC, het autoconglomeraat, dat in de tweede helft van de vorige eeuw diverse Engelse automerken had opgeslokt. Ik ruilde de Austin Seven in voor een Austin Glider 1100, die later plaats maakte voor een Austin 1300 GT. Via mijn zwager Bernard van Dam en zijn zwager Henny de Goede ontdekte ik vervolgens de MG B: een destijds (en nu antiquarisch nog) bekende sportwagen. De letters staan voor Morris Garages. Toevallig verkocht de Morris-importeur in Amersfoort wegens bedrijfsbeëindiging in 1969 zijn hele voorraad. Met een aantrekkelijke korting werd een MG B GT mijn eigendom, een prachtige ‘racing green’ auto, die ik met veel plezier gereden heb. Waarom ik mijn eerste MG B GT na enkele jaren inruilde voor een zandkleurig model met nagenoeg dezelfde specificaties, weet ik niet meer. Ik Wat ik herinner me wl, dat de ritten naar den Haag – ik was inmiddels lid van de Tweede Kamer – om een andere, soepeler en ruimere auto vroegen.

1969: Ad Lansink: trotse eigenaar van de groene MG B GT met nummer 75-86-MH:

Vader en zoon de Vos, eigenaren van mijn garage aan het Nijmeegse Marienburg (in het stadscentrum met een benzinepomp voor de deur) verkochten mij graag een Austin Princess, een sedan uit de BMC-stal, met een zescylinder-motor, die rustiger zou lopen dan de wat hitsiger krachtbron van de MG B GT. De Princess had ook meer ruimte, een eigenschap die van pas kwa. Dat kwam goed van pas, omdat bij het afwisselend verblijf in Nijmegen en den Haag het transport zich niet beperkte tot kamerstukken. Toen in 1979 een van de parkeerwachters bij de Tweede Kamer mij wees op oliesporen van de Princess, was het gauw gedaan met mijn liefde voor de auto met de koninklijke naam. Door mijn overstap naar een Citroen CX, moest ik tot mijn spijt afscheid nemen van Garage de Vos. Pleister op de wonde was de latere aanschaf van een Mini en later Metro voor mijn echtgenote. Zij was tijdens mijn Kamerlidmaatschap op een eigen vervoermiddel aangewezen. Via de Citroen maakte ik ook kennis met het rijden op diesel: een onverwachte, niet alleen financiële meevaller.

Maar ook de Citroen CX moest plaats maken, en wel voor een Nissan Blue Bird. De reden van de wisseling van een Europese naar een Japanse auto lag in de lagere exploitatielasten, niet het model, dat ondanks de mooie naam een wat hoekig uiterlijk had. Het had weinig gescheeld of een Nissan Z Sportwagen was op mijn pad – of beter weg – gekomen. Twee proefdagen naar den Haag en terug naar Nijmegen verliepen voorspoedig, maar de hoge prijs van de Nissan Z hield mij tegen. Tijdens een werkbezoek van de Vaste Commissie voor Economische zaken aan de AutoRai herkende een Alfa Romeo-verkoper mij. Die 164 Diesel: dat is een prima wagen voor een Tweede Kamerlid, zei hij. Het bleek Piet Wouters te zijn; de Alfa Romeo-dealer in Tilburg, die mij enkele dagen kennis liet maken met de Alfa Romeo 164, waarin ik – overtuigd van de kwaliteiten van auto en dealer – tot het eind van mijn Kamerlidmaatschap in 1998 met veel genoegen vele duizenden kilometers heb afgelegd. Een jaar eerder bezocht ik met Ton Brouwers, medebestuurslid van MHV ZOW de Nijmeegse Volvo-vestiging van Henk Scholten om het bedrijf over te halen sponsor van onze hockeyclub te worden. Dat lukte, overigens met de toezegging dat ik bij een eventuele wisseling van auto ook aan Volvo zou denken. Dat gebeurde.

Alfa Romeo 164 (Foto: Wikipedia Commons)

Halverwege 1998 vond ik, dat de Alfa Romeo 164 langzamerhand te groot werd voor een politicus in ruste. Ik wist toen nog niet, dat een nieuwe levensperiode met allerhande activiteiten zou gaan aanbreken. Maar ik wist wel, dat de Volvo V40 – een behoorlijk maatje kleiner dan de 164 – wel een passend vervoermiddel zou zijn, met een benzinemotor en een automatische schakeling. Die V40 leerde mij opnieuw – wat ik in Tilburg en eerder Nijmegen had ervaren – dat een goede relatie met een dealer zeer waardevol is. Toen om gezondheidsredenen van echtgenote Ans een auto met een hogere instap nodig was aarzelde ik geen ogenblik om de overigens goed functionerende V40 in te ruilen tegen een weinig gebruikte XC70: een crosscountry wagon met vierwielaandrijving, voortgestuwd door de befaamde Volvo dieselmotor. Die donkerblauwe XC70 heb ik een zestal jaren later omgeruild voor een vrijwel identieke brons-bruine versie, die mij tijdens heel wat trips naar Arnhem, Vlissingen, Rotterdam en den Haag – plaatsen waar ik als RvC-lid van Knowaste, Covra en E.on Benelux en bestuurslid van de Vereniging van Oud Kamerleden vaak moest zijn –  goede diensten heeft bewezen.

Volvo V40 (Foto: Wikipedia Commons)

De statutaire beeindiging van allerhande betaalde en niet betaalde functies leidde in 2015 opnieuw tot de keuze van een kleinere auto: weliswaar weer een Volvo maar een stap terug waar het de afmetingen betrof. Het werd de V60 Twin Engine, een zogenaamde plugin hybride, en daarmee een stap vooruit op de weg naar elektrificatie. Die witte Volvo V60 inspireerde mij tot diverse berichten over de voordelen van het gedeeltelijk elektrisch rijden, soms ook als reactie op de kritiek, dat de verlaagde bijtelling en de belastingvoordelen alleen ten goede kwamen aan zakelijke rijders. De milieuvoordelen zouden tegenvallen, omdat die zakelijke rijders eenmaal in het bezit van wat soms ‘stroomkarren’ werden genoemd, rustig benzine of diesel gingen tanken zonder zich om de CO2-uitstoot te bekommeren. De aangegeven 50-km stroomkilometers waren intussen voor korte ritten genoeg, ook om het plezier van elektrische voortstuwing te ervaren. Lange ritten echter beperkten het genoegen van het stille rijden, ook omdat de 50 km stroomvoorraad door veroudering van de batterijen slonk naar 40 km. Vandaar mijn wens om zodra dat zou kunnen over te stappen op een volledig elektrische auto.

Dat moest wel een Volvo zijn, gelet op de meer dan twintigjarige positieve ervaring met merk en dealer. De Polestar 2 diende zich als eerste mogelijkheid aan. Maar de aanschaf via Internet en ook de bouw in China deed me toch teveel aan pionier Tesla denken. Gelukkig volgde vrij snel de aankondiging, dat de technologie van de Polestar – onderstel, accupakket en twee elektromotoren – een op een zouden worden toegepast in de eerste, volledig elektrische Volvo: de XC40 P8 Recharge, een mondvol cijfers en woorden voor een auto, die de toets van de kritiek inmiddels voluit kan doorstaan. De aanvankelijke neiging om de formele beëindiging van Lansink EcoAdvies te vieren met een vooruitbestelling van de P8 liet ik varen. Even afwachten leek toch een beter parool, ook omdat in 2020 de corona19-pandemie het reizen en trekken voorlopig zou beperken. Bij het wisselen van de winterwielen van de V60 TE deed zich plotseling de mogelijkheid van een proefrit voor, en even later de aanschaf van een voorradige, vrijwel gloednieuwe XC P8, wanneer we de kleur – Thunder Grey Metallic – voor lief zouden nemen.  Dat deden we.

Vanaf dat ogenblik ging alles snel. Het gereedmaken van de auto, het uitschrijven van de V60 TE, de wisseling van de verzekering, het bijengaren van spaarpenningen en het ophalen van de eerste volledig elektrische Volvo. Via videotestberichten had ik intussen al gemerkt, dat het rijgedrag en de stabiliteit van de P8 zeer werd gewaardeerd, net zoals de optie van ‘one pedal driving’ en het uitstekende, door Volvo geintegreerde Google Automotive System. De afwerking is zoals ik van Volvo gewend was, sinds ik in 1998 de V70 aanschafte. De eerste series van de XC40 P8 zijn vrijwel allemaal uitgerust met het R-design-pakket, inclusief het bijzondere panoramadak, en de voor-, zij- en achtercamera’s, die de rijder een 360 graden beeld voortoveren: een gemengd reeel en virtueel bovenaanzicht, dat parkeren tot een eenvoudige bezigheid maakt en niet te vergeten: leren bekleding op stoelen die me aan de MG doen herinneren. Mijn P8 met het gemakkelijk te onthouden kenteken K-801-RB staat op 20 inch-wielen, en lijkt daarmee groter dan hij in werkelijkheid is: 20 cm korter dan de V70 TE. Ik heb grote verwachtingen van deze mooie auto: aanknopingspunt voor het noteren van mijn ervaringen – ook over het opladen en het kWh verbruik/100 km – wanneer de kilometerteller van de P8 een getal tussen 5000 en 10000 aangeeft. Tot dan dus.

Een positief-kritische blik van de eigenaar, ergens in het Kroondomein bij Vassen (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Bruukse banken

Kiek Dor!, Zwam, Voijer en een naamloze bank: rustpunten in natuurreservaat De Bruuk bij Breedeweg (Groesbeek)

Waterbeheeer in de Bruuk na beleming van watergangen najaar 2020 *Foto: Ad Lansink)

Kiek dor!

Wie de gebruikelijke wandeling maakt door de Bruuk, het mooie en stille natuurreservaat tussen Breedeweg en Horst, treft op strategische plaatsen langs de route een viertal stevige, houten banken. Drie banken dragen een naam: namelijk Zwambank, Voijerbank en Kiek Dor, met uitroepteken. Het vierde exemplaar staat naamloos te wachten op wandelaars, die even willen uitrusten. Die ‘bank zonder naam’ bevindt zich langs de landweg, die dwars door de Bruuk loopt, vanaf de ingang aan de Hoge Waldse weg in de richting van Horst. Waarom die bank geen naam heeft, valt evenmin te achterhalen als de diepere betekenis van Zwam en Voijer. Kiek Dor, dat is natuurlijk Groesbeeks voor de aansporing om verder te kijken dan de neus lang is, naar een toevallige reiger of ooievaar of naar het verrassende landschap.

Zwam

Normaal gesproken staat Zwam s voor een bepaald soort paddenstoelen, die in het najaar ook in de Bruuk te vinden zijn, zelfs niet ver van de Zwambank. Maar het ligt meer voor de hand, dat de Zwambank een zachtaardige variant is van de leugenbank: het praatmeubel voor mensen, die in hun vrije tijd met goede bedoelingen een loopje nemen met de waarheid. De omgeving van de Zwambank nodigt trouwens uit voor fantasierijke gedachten over natuur en landschap. Het uitzicht op het bijna kaarsrechte pad door het grote grasland biedt volop ruimte voor allerlei bespiegelingen, of voor serieuze zwampartijen over verleden, heden en toekomst. Het hoofd leegmaken, zogezegd: een zinnige therapie, voor alle mensen, die even willen ontsnappen aan de drukte van alledag.

Uitzicht van de Zwambank op het gaspad door de Bruuk (Foto: Ad Lansink

Voijer

Opheldering van de naam van de Voijerbank kost de nieuwsgierige wandelaar meer hoofdbrekens. Op het eerste gezicht doet Voijer denken aan voyeur: een gluurder, de man of vrouw die de neiging heeft anderen te bespieden. Maar Voijer kan – zeker wanneer de lange ij vervangen wordt door een y – een Groesbeeks woord zijn. Het veteranenelftal van Rood Wit, de befaamde voetbalvereniging uit Breedeweg, noemt zich immers de ‘voyers’. Verder speurwerk leidt naar de Bruuk zelf. Prins Ummenie de 60e van Groesbeek stelde zich bij zijn proclamatie op 22 november 2019 als volgt voor: Mijn naam is Andy Janssen, geboren en getogen in de Bruuk, dus eigenlijk enne voyer. Ik ben 53 jaar, zoon van Fief van Kul en Door van de Logt’. Zou Prins Ummenie 60 het naambord op de Voijerbank gespijkerd hebben?

Ans Lansink op de naamloze bank langs de landweg naar de Hoge Waldseweg (Foto: Ad Lansink)

Dummeling?

De komaf van Voijer lijkt dus opgehelderd, de etymologie niet. Wie meer weet, laat dat misschien horen. Terug naar de ‘bank zonder naam’, niet te voet maar in gedachten. Dat rustpunt midden in de Bruuk verdient eigenlijk ook een naam, in gewoon Nederlands of in echt Groesbeeks[1]. Het zomerse zicht op de paarse orchideeën biedt mogelijk een aanknopingspunt. Of de struwelen in het moerassig grasland aan weerszijden van de brede landweg, op zijn Groesbeeks Za:antweg. En anders het tijdstip, waarop de wandelaar geniet van de stilte. Bij het vallen van de avond zou de bank Dummeling gaan heten, of Maerge-licht, wanneer de naamgever net de zon heeft zien iopgaan. De Voijerbank haalde in 2019 een landelijk dagblad[2]. Of dat dat ooit het geval zal zijn met ‘Dummeling’ is even onzeker als de naam zelf.


Noten

[1] Charlotte Giesbers, Woordenboek van de Gelderse Dialecten. Rivierengebied. Deel: de wereld. Uitgeverij Matrijs (2008) ISVB 978-90-5345-367-4

[2] Trouw, 29 september 2019: Serie: Het Mooiste Nederland: Johan Nebbeling: Groesbeek stelt niet teleur maar de wijngaarden wel

De eerste Pfizer-prik

Wat mij opviel bij de GGD-prikstraat in Wijchen: goede sfeer, prima logistiek en alom blijdschap bij het inenten van 85+ers

Toch een historisch ogenblik: het bezoek aan de GGD-prikstraat voor de toediening van de eerste dosis van het Pfizer-vaccin. Ik heb ernaar uitgekeken, zij het soms met gemengde gevoelens, maar ook met gezonde nieuwsgierigheid. Berichten over mogelijke bijwerkingen vielen mee, maar lange wachtrijen bij enkele prikcentra niet. Positieve ervaringen van eerder gevaccineerde mensen hadden mij intussen hoopvol gestemd over de logistieke organisatie van de inentingen. Ook de snelle toename van het aantal vaccinaties droeg bij aan het zicht op een bij voorbaat geslaagde campagne. Welnu: daarin werd ik niet teleurgesteld. Integendeel. Na de ontvangst van de oproep verliep het maken van een afspraak perfect, inclusief de digitale bevestigingen. Ik moest me op 11 februari om 8.10 uur melden bij de prikstraat van de GGD-Zuid-Gelderland, aan de Havenweg 4 in Wijchen: een tijdelijk als prikstraat ingericht bedrijfsgebouw, dat vanuit Nijmegen goed te bereiken is. Ondanks kou en sneeuw arriveerde ik precies om 8.00 uur bij de tijdelijke GGD-vestiging. 

De vaccinatiekaart toont de echte priktijd: 8.12 uur. In die 12 minuten sinds mijn aankomst wees eerst een vriendelijke parkeerwachter de weg naar een vrije plaats. Vervolgens moest ik ongeveer 100 meter lopen naar de ingang van de prikstraat. Bij de controle van de papieren moest ik even wachten op twee voorgangers, waarna een arts mijn medicijnenoverzicht bekeek. Het akkoord voor vaccinatie gaf aan, dat de bloedverdunner – sinds 2017 onderdeel van mijn medicijnen-cocktail na de open-hart-operatie – noopte tot het twee minuten afdrukken van prikwond. Na een snelle administratieve controle verliep het prikken zelf snel en goed. Het vrijmaken van de bovenarm kostte meer tijd dan de prik zelf. Voorzien van de registratiekaart wees een andere medewerker de route naar de wachtruimte, waar ongeveer dertig voorgangers de voorgeschreven wachttijd van 15 minuten doorbrachten, ruim van elkaar, maar toch vaak ervaringen uitwisselend. En in het oog gehouden door een EHBO-medewerker.

Opvallend was de goede stemming in de prikstraat, zowel voor, tijdens en na de handeling waar alles om begonnen is. De medewerkers tonen stuk voor stuk hun hulpvaardigheid, ook wanneer wat uitleg nodig is. De bezoekers maken in het algemeen een opgeruimde indruk. Zij hebben kennelijk – net zoals ik – uitgezien naar wat miljoenen mensen over de hele wereld meemaken: het inenten met een pas ontwikkeld vaccin tegen een virus, dat zich nog steeds verspreidt en intussen ook nog muteert. De discussie die de pandemie in sommige media en in politieke kringen heeft losgemaakt, weerhoudt gelukkig een toenemend aantal mensen niet van de gang naar een van de GGD-prikstraten of naar andere plaatsen, waar vaccinaties van bijzondere groepen plaats vinden. De korte tijd, die ik zelf in de Wijchense prikstraat heb doorgebracht was in elk geval voldoende om te beseffen, dat het vaccineren van een groot deel van de bevolking een logistieke operatie zonder weerga is. Ik bewonder de wijze waarop de GGD en de talrijke medewerkers zich van hun taak kwijten.

Vaccinatie-gegevens van enkele Europese landen, vergeleken met cijfers van de Verenigde Staten, Europa als geheel, de Europese Unie , China en Rusland. Nederland blijft aanvankelijk achter maar komt geleidelijk dichterbij (Bron: OurWorldinData.og/coronavirus)

Natuurlijk is het nog te vroeg om een oordeel over de effectiviteit van de vaccinatie uit te spreken. Het verloop van de besmettingen met het Covid19-virus en de later opgedoken varianten zal leren, of en in welke mate het befaamde R-getal – de reproductie-factor – tot ver onder 1,0 kan worden teruggedrongen. Ook kan later pas worden vastgesteld, of met de beschikbare vaccins de mutanten voldoende bestreden worden. Naast het spoedig herstel van de normale verhoudingen, met name in economische, sociale en culturele zin klemt ook de vraag naar het toekomstig welzijn van de patiënten, die aan de besmetting met Covid19 een chronisch lijden hebben overgehouden. De coronapandemie is voorlopig de wereld niet uit, en Nederland evenmin. Maar dat neemt niet weg, dat de waardering voor alle inzet tot nu toe, op welk vlak dan ook, moet worden uitgesproken. Een deel van de waardering geldt voor de critici, die een positieve bijdrage wilden leveren. Opportunistische dwarsdenkers daarentegen riepen tegenkrachten op, die het coronabeleid tot een zware opgave maakten.  

Verschillen tussen de eerste en de tweede Covid19-golf, weergegeven in het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners voor de in de grafiek aangegeven landen, waaronder Nederland (Bron: John Hopkins University, voor OurWorldinData.org/coronavirus)

Vast staat wel, dat 2021 een cruciaal jaar wordt voor de bestrijding van de Covid19-pandemie. Op betrekkelijk korte termijn wordt duidelijk of er na de eerste en tweede besmettingsgolf komt en zo ja, met welke intensiteit en omvang. Het naleven van de coronamaatregelen kost steeds meer moeite, ook al blijft het draagvlak voor afstand houden, mondkapjes dragen en zelfs gedwongen sluitingen hoog. Daarom is het belang van een goede en snelle vaccinatiecampagne groot. Met de komst van meerdere vaccins – eerst Pfizer, daarna Modena en nu ook Astra Zenica – kunnen steeds meer kwetsbare en risico-groepen bereikt worden. Hopelijk kunnen in de zomer van 2021 alle mensen gevaccineerd zijn, het merendeel zelfs voor de tweede keer. Wat voor Nederland geldt, geldt uiteraard voor de hele wereld. De geografische en demografische verschillen verklaren voor een deel de verschillen in de Covid19-cijfers. De globalisering verplicht de wereldwijde samenleving om alles te doen om de pandemie het hoofd te bieden, dichtbij en veraf. Vandaar dit bericht over de blijdschap over mijn eerste Pfizer-prik .

Shutterstock stelde clip-art-pictures ter beschikking als bijdrage voor de berichtgeving op sociale media

De vaccinatie-strategie van het Kabinet is in de afgelopen weken vaak bekritiseerd, door echte en vermeende deskundigen in de samenleving en door Tweede Kamer-leden, die te gemakkelijk vergeten, dat de Regering regeert en de Kamer controleert. De trage start van de vaccinatie campagne en het niet volledig volgen van het advies van de Gezondheidsraad waren – naast de onzekere levering van de overigens veelal in Europees verband bestelde vaccins – aanknopingspunten voor kritiek op minister Hugo de Jonge en op de GGD ’s. Die kritiek werd onderbouwd met vaccinatiecijfers van andere landen, alsof sprake was van een wedloop die hoe dan ook gewonnen moest worden. Voor het Kabinet wogen veiligheid en zorgvuldigheid zwaar, ook om het draagvlak voor een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad te versterken. Wie de actuele cijfers beziet, moet concluderen, dat de Nederland de achterstand geleidelijk aan inloopt. Belangrijker nog is de constatering, dat de waardering voor het vaccinatiebeleid steeds groter en breder wordt, ook in de politieke arena. De tweede Kamer stemde onlangs zonder debat in met een verlenging van de Noodwet met drie maanden. Dat is een opsteker voor Rutte en de Jonge. Of niet soms?

Met waarheid vertrouwen winnen

Truth and Trust: wijze woorden die blijven gelden na de aanslag op de Amerikaanse democratie tijdens de ‘Stop the Steal’ demonstratie en protestmars naar en in het Capitool in Washington DC op 6 januari 2021

Truth: Photo by Michael Carruth on Unsplash (Courtesy)

1: Wie op 6 januari 2021 via livebeelden van CNN de bestorming van Capitol Hill volgde, wist meteen dat na de markering van 2020 als jaar van de Covid19 pandemie, ook 2021 in alle nog te verschijnen geschiedenisboeken een opvallende plaats zal krijgen. Toen enkele dagen na de presidentsverkiezingen van 3 november 2020 vast stond, dat Democraat Joe Biden Republikein Donald Trump had verslagen, werd al verwacht dat de verliezer zich niet bij zijn nederlaag zou neerleggen. Ruim voor de verkiezingen had ‘serieleugenaar’ Trump al twijfel gezaaid door te speculeren over de fraudegevoeligheid van de poststemmen. Na de vaststelling van de uitslag – winnaar van de ‘popular vote’ en van de kiesmannen van he ‘Electoral College’ nam zijn verzet groteske vormen aan door het aanspannen van talrijke, op een na allemaal verloren gedingen, tot bij het Supreme Court toe. De vroege aankondiging van de protestmars naar Capitol Hill – uitgerekend op de dag, waarop het Congress de stemmen van de kiesmannen zou ratificeren – bevestigde zijn boze bedoelingen.

Het Capitool achter tralies, 10-22 januari 2021 (Photo: Ian Hutchinson on Unsplash (Courtesy)

2: Bestonden nog twijfels over de bedoelingen van grootspreker Trump – overigens geen groots spreker – dan werden die weggenomen door zijn president-onwaardige opruiing. De al even onbetrouwbare advocaat Guilani had met zijn ‘trial by combat’ de weg geplaveid voor zijn in complottheorieën gelovende vriend. De immense schare Trump-fans – vreemd uitgedoste figuren naast mensen in camouflage pakken, lopende vlaggemasten maar ook van stokken en ander wapentuig voorziene strijders – lieten zich Trump’s aansporing om naar het hart van de Amerikaanse democratie te trekken geen twee keer zeggen. Voor zijn aanhangers hoefde Trump niet in herhaling te vallen, voor zichzelf wel. De bestorming en (tijdelijke) verovering van het Capitool werd een trieste maar historische gebeurtenis zonder precedent. Gelukkig bleven de Instituties overeind. De zalen van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat werden ontheiligd, maar de afgevaardigden bleven tot diep in de nacht in de weer. De tegenstemmen van (te) veel Republikeinen bij de ratificatie stonden definitieve bekrachtiging van President Joe Biden en Vicepresident Kamela Harris niet in de weg..

3: Beschrijving van de taferelen binnen het Capitool is onnodig, ook gelet op de livebeelden, en de vele foto’s en filmbeelden die de dagen na de bestorming opdoken. Wie met mij de afgelopen weken de dramatische ontwikkelingen in de Verenigde Staten op zich heeft laten inwerken, kan tot geen andere conclusie komen dan afkeuring van Trump’s opzichtige poging om de democratie van de Verenigde Staten naar zijn autocratische hand te zetten. In zijn hoofd had hij met zijn onwaarheden en bedenksels een eigen werkelijkheid geschapen. Hij werd daarin bevestigd door zijn fans, waarvan hij de onvrede en frustratie zo had vergroot, dat zij wel moesten snakken naar een sterke leider. Een dictator hadden zij misschien op de (mis)koop toegenomen. Opvallend was intussen, dat veel politici en commentatoren – om het even op CNN, NBC, AP of ABC News – spraken over de noodzaak van ‘truth’ en ‘trust’: waarheid en vertrouwen dus. In veel analyses en beschouwingen werden die woorden, die slechts een letter van elkaar verschillen, geplaatst tegenover de talrijke leugens van Donald Trump en het forse wantrouwen van het merendeel van zijn aanhangers. De uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft duidelijk gemaakt, dat leugens het afleggen tegen de waarheid en wantrouwen tegen vertrouwen

The Story of the Declaration of Independence: Standaardwerk over de Onafhankelijkheidsverklaring. Persoonlijk Cadeau van Lewis Paul Bremer Bremer, Ambassadeur van de Verenigde Staten (1983-1986)

4: Toen ik in 1984 op uitnodiging van Lewis Paul “Jerry” Bremer III, de in 1983 aangetreden ambassadeur van de Verenigde Staten, een studiereis door Amerika mocht maken, wist ik weinig van het Amerikaanse twee-partijen-stelsel, de scheiding van de machten en de ingebouwde systematiek van ‘checks and balances’. Ik wist natuurlijk wel, dat de Republikeinen de conservatieve rechterzijde van het politieke landschap bevolkten, terwijl de ‘progressieve’ Democraten in het algemeen linksgeoriënteerd waren. Dat de twee machtsblokken hun eigen vleugels hadden lag evenzeer voor de hand als de stabiliteit van het midden, waarin ook Republikeinen en Democraten zich thuis voelden. In dat uitgestrekte midden vonden vooral de geopolitieke ambities een groot draagvlak, inclusief de internationale voorbeeldrol. Ronald Reagan was van 1981 tot 1989 dan ook een nauwelijks omstreden President. Hoewel ik mijn uitnodiging te danken had aan mijn belangstelling voor kernenergie liet de United States Information Agency mij toch vrij in de keuze van de onderwerpen, die ik me in mijn zeven weken lange rondreis eigen wilde maken. Ter voorbereiding van mijn reis door de Verenigde Staten had ik overigens op 4 februari 1984 van Ambassadeur ‘call me’me Jerry Bremer een fraai boek over de Amerikaanse Onafhankelijkheids-verklaring gekregen: een dankbetuiging voor zijn werkbezoek aan Nijmegen (Zie zijn brief ter afsluiting van deze blog).

Opdracht van Ambassadeur Jerry Bremer in The Story of the Declaration of Independence

5: Tijdens mijn boeiende studiereis, en ook de jaren daarna kwam ik steeds meer te weten over de politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten, vooral door de bemoeienis van de Amerikanen met internationale conflicten. Dat ik me in latere jaren meer verwant voelde met de Democraten had te maken met het beleid op twee thema’s, die van meet af aan tot mijn werkterrein behoorden: volksgezondheid en milieubeleid. Overigens maakte Nederland zich in het algemeen weinig zorgen over wie in Amerika aan de touwen trok. De Republikeinen Georg H.W Bush (1983-1989) en zijn zoon Georg W. Bush (2001-2009) konden op vrijwel even veel waardering bogen als de Democraten Bill Clinton (1993-2001) en Barack Obama (2009-2017).  Omgekeerd maakten Republikein Ronald Reagan (1981-1989) en zijn politieke vrienden zich wel zorgen om de z.g. Hollanditis, het Nederlandse verzet tegen de plaatsing van kruisraketten op Woensdrecht of Volkel dat met de massale demonstratie bij de Haagse Houtrusthallen een hoogtepunt bereikte. Ruud Lubbers komt de eer toe van een doorbraak in het befaamde dubbelbesluit. Na de val van de Muur in 1989 kon dat moeilijke dossier worden gesloten. De verhouding met de Verenigde Staten werd genormaliseerd

6: Na mijn vertrek uit de Tweede Kamer volgde ik de Amerikaanse politiek op grotere afstand, ook al bleef de interesse voor het tijdloze thema van het klimaatbeleid. De ongedachte komst van Donald Trump in het Witte Huis bracht mijn nieuwsgierigheid terug, ook door de zorgen over het toenemend nationalisme in Europa. Het merkwaardige Amerikaanse kiesstelsel leidde tot de verkiezing van een gewiekste zakenman en volbloed nationalist: een vreemde vogel in het befaamde Oval Office. Wat moest dat worden: een non-politicus en echte populist als president van de machtigste natie van de hele wereld. De mondiale samenleving hield de adem in. Al snel bleek, dat de sleutelwoorden ‘truth’ en trust’ ver te zoeken waren. Trump overdreef naar believen en verkocht de ene leugen naar de andere, Hij bleek een impulsief bestuurder, die meer oog had voor zichzelf dan voor de Amerikaanse samenleving. Internationale verbanden zoals de WHO zag hij niet zitten en mondiale vraagstukken zoals het klimaatbeleid kwamen in zijn narcistische kraam niet te pas.

Ranonkels 20-01-2021: ‘First glimpse of a new vision’, after the ‘zero-strategy chaos (Foto: Ad Lansink)

7: Zes dagen voor zijn beëdiging hield President-Elect Biden een indrukwekkende rede. CNN noemde zijn televisietoespraak ‘the first glimpse of a new, more traditional and detail-oriented vision of presidential leadership after the zero-strategy chaos of the Trump years. Trump’s ‘zero-strategy chaos’, gevoed door leugens, misleiding, ontkenning van de verkiezingsuitslag, verloren gedingen en pogingen tot manipulatie van gekozen bestuurders werd door de bestorming van het Witte Huis een regelrechte test van de Amerikaanse Instituties: het Congress, de Constitutie en de Amerikaanse Krijgsmacht. De eensgezinde legerleiding maakte in een zelden vertoond Memorandum for the Joint Force (Zie Handtekeningen) aan alle militairen duidelijk, dat zij de Constitutie eerbiedigen. ‘As Service Members, we must embody the values and ideals of the Nation’. Daarmee kozen de Instituties voor de democratische rechtsorde, en tegen de pogingen van Donald Trump om een autocratie naar eigen snit te vestigen. Joe Biden op zijn beurt bleef in de dagen voor zijn inauguratie terughoudend. Wel trof hij nauwgezet – ondanks het gebrek aan medewerking van de vertrekkend President – de alle voorbereiding voor een zorgvuldige transitie. Inclusief de formatie van een deskundige, vertrouwenwekkende staf. 

Handtekeningen van Joint Chiefs of Staff of U.S. Army onder het Memorandum for the Joint Staff about the violent riot in Washington D.C. on January 6, 2021

8: Wanneer autocratische politici zoals Trum verslingerd raken aan de macht kunnen zij daar geen afstand van doen. Zij zijn overtuigd van eigen gelijk en omringen zich met louter jaknikkers. Op tegenspraak staat verwijdering uit kabinet of staf. Liegen en bedriegen: daar draait het om. Nu al is evident, dat in de Verenigde Staten overdrijving, misleiding en leugens tijdig zijn ontmaskerd. De roep om een sterke man als gevolg van onvrede en wantrouwen is door de meerderheid van de bevolking niet gehoord. Maar het z.g. Trumpisme is niet dood. Joe Biden, de 46e Amerikaanse President staat daarom voor een immense opgave. Hij moet grote vraagstukken – Covis19 pandemie, economie, sociale inclusiviteit – aanpakken, verzoening teweegbrengen en zijn eigen achterban consolideren, zo niet versterken.  De Constitutie en de overeind gebleven Instituties zullen hem daarbij helpen, in de wetenschap dat de representatieve democratie stoelt op wederzijds vertrouwen. Om met twee trendy stopzinnen te eindigen: Het is wat het is: de waarheid zoeken en vinden, de werkelijkheid onder ogen zien, het vertrouwen herstellen: een enorme uitdaging. We gaan het zien. Hopelijk, in de Verenigde Staten en elders, ook in Europa, ook in Nederland.

Een achteraf historische brief: In het najaar van 1983 kreeg ik een uitnodiging van de Amerikaanse Ambassade in den Haag voor een diner ter ere van het bezoek van Visting Ambassadeur Kennedy, die op doorreis was naar het IAEA in Wenen. Tijdens het diner werd met een twaalftal gasten gesproken over kernenergie. Mijn echtgenote Ans zat tegenover Ambassadeur Lewis Paul Bremer – voor intimi Jerry – en sprak met hem over Nijmegen. Ik vroeg hem bij de afsluiting van het diner of hij interesse had voor een bezoek aan ‘that famoud old town’. Hij antwoordde bevestigend. Bij een tweede ontmoeting op een congres in Zandvoort herinnerde ik hem aan mijn invitatie. Op 3 februari 1983 organiseerden burgemeester Frans Hermsen en ik een uitgebreid werkbezoek aan Nijmegen. Dat bezoek werd afgeslotenmet een informele ontmoeting in ons huis aan de Willem Schiffstraat, in aanwezigheid van een veertigtal gasten. Jerry Bremer zou jaren later naam maken als hoofd van de antiterrorisme-afdeling van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, als adviseur van het ministerie van binnenlandse veiligheid en als bestuurder van Irak namens de Coalition Provisional Authority (2003-2004)

Voorbij de tijdgeest

Tegenstellingen bij een moeizame jaarwisseling: licht en donker, vreugde en verdriet, rechten en plichten, hoor en wederhoor en niet te vergeten: liefde of macht

Licht en duisternis langs de Rijn bij Braubach, ten zuiden van Koblenz (Foto: Ad Lansink)

Kan een vrijwel verloren jaar toch nog winst opleveren? Die vraag klemt, temeer waar de mooie, ronde getallen van twintig-twintig de verwachting van een nieuw begin opriepen. De alom zichtbare onvrede had kunnen verdwijnen. Inspiratie had de creativiteit kunnen voeden, en een onbevangen start had de samenleving vooruit kunnen helpen op de weg naar duurzame ontwikkeling. Intussen weet de hele wereld wel beter. Covid19 zaaide overal verdriet en verderf. Alle zeilen moesten en moeten worden bijgezet om de plotselinge pandemie te bestrijden. Inmiddels raakten meer dan 80 miljoen mensen besmet en stierven bijna 2 miljoen mensen aan de vreemde ziekte. Pasen, Hemelvaart en Pinksteren werden niet de gebruikelijke vieringen van wederopstanding, en Kerstmis nauwelijks het feest van het licht, waarnaar gelovigen en ongelovigen elk jaar verwachtingsvol uitzien

Over het licht van Kerstmis gesproken: het weinige licht lijkt opgeslokt te worden door de duisternis, aldus Monseigneur Jan Hendriks, de bisschop van Haarlem tijdens zijn preek bij de Kerstviering in de lege Amsterdamse Sint Nicolaaskerk. Die ware woorden typeerden bij uitstek de sombere gevoelens aan het einde van een moeizaam jaar. Vrijwel alle landen zagen zich gedwongen om een gedeeltelijke, intelligente of volledige lockdown af te kondigen. Thuis werken (of blijven) en anderhalve meter afstand houden werden het parool, al dan niet met mondkapjes.  Wat in de nachtelijke uren van Eerste Kerstdag voor talloze kerkgangers een gezamenlijke viering had moeten worden, moest plaats maken voor een afstandelijke livestream in eigen huis of een sobere Dageraadsmis in de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk. Daar zei Pastoor Eduard Kimman SJ tegen dertig kerkgangers: God is liefde, geen macht.  

Anderhalve-meter-samenleving: Buurtborrel op 1e Paasdag 2020 in de Willem Schiffstraat 3-17 in Nijmegen (Foto: Ad Lansink

De Bisschop van Haarlem sprak in Amsterdam zijn toehoorders moed in door de afstand tussen licht en donker te verlengen met de tegenstelling tussen goed en kwaad. Het kwade schreeuwt, aldus Jan Hendriks, maar het goede fluistert. Hij gaf daarmee helder aan, dat de samenleving niet moet luisteren naar de bijna alomtegenwoordige schreeuwlelijkers, maar oren en ogen moet openen voor de bescheiden maar zinvolle geluiden van fluisteraars. Die rustige en wijze zegslieden vallen niet meteen op te midden van het lawaai van ‘fake nieuws’, botte leugens en miscommunicatie, maar verdienen wel aller aandacht, al was het alleen al om een evenwichtige en faire oordeelsvorming te waarborgen en het ook door sociale media aangetaste vertrouwen in elkaar te herstellen.  

Column Tommy Wieringa NRC 24 december 2020

Licht en duisternis horen bij elkaar, zoals vreugde en verdriet, hoop en vrees. Dat geldt ook voor duale begrippen als rechten en plichten, hoor en wederhoor, schuld en onschuld en – ander woord voor jaarwisseling – oud en nieuw, nu vaak gevolgd door het woord politiek. Wie de tegenstelling tussen oude en nieuwe politiek beziet, ontdekt controverses, die dieper snijden: het verschil tussen denken en doen op korte en lange termijn, de afstand tussen vorm en inhoud, het gedrag van eendagsvliegen enerzijds en mastodonten anderzijds, het overwicht van emotie en het onderwicht van ratio. De discussie over oud en nieuw betreft ook het journalistieke domein. De mannen en vrouwen, die kranten vorm en vooral inhoud geven, krijgen van de snelle ‘internet-influencers het etiket van de oude journalistiek opgeplakt. Blogs en ‘social media’ zijn allemans voertuigen van berichten en vooral opinies. Via talkshows, podcasts en visuele trucs laten nogal wat journalisten zich sturen door lees-, kijk en luistercijfers: een mediacratie, die autocratie bevordert en democratie bedreigt.

Op de grens van 2020 en 2021 is de vraag gerechtvaardigd, of de democratische instituties bij machte zijn om zich staande te houden onder die autocratische dreiging, die in de Verenigde Staten de tijdige aanpak van de corona-epidemie heeft belemmerd. Het Amerikaanse volk heeft haar vertrouwen uitgesproken in de democraat Joe Biden. Maar de autocratische krachten, voor een deel stoelend op populisme en nationalisme, zijn met de wisseling van de wacht in Washington niet weg, niet in de VS en evenmin in Europa, waar de volksvertegenwoordigers uit het midden van het politieke spectrum hoop kunnen putten uit de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen (vooropgesteld, dat Donald Trump zijn doldrieste verzet tegen zijn verlies tijdig staakt).

Zomaar een doel in 2021: Billerbeck in Nord Rein Westfalen met de karakteristieke Ludgeri-Dom, midden in het kleine centrum (foto: Ad Lansink)

Terug naar de (andere) tegenstellingen: in de NRC van 24 december 2020 schreef Tommy Wieringa een indrukwekkende column over het begin van de pandemie, een hachelijk avontuur, dat slecht kon aflopen, maar ook iets nieuws kon oplevereneen moment tussen hoop en vrees, verwarrend en verwachtingsvol.  De gelouterde schrijver toont ook aan, hoe het virus zijn objectiviteit verloor, gepolitiseerd raakte en tot conflictstof werd. Welnu, Covid19 blijft conflictstof. Is het niet het type van de lockdown, dan zijn het wel de mondkapjes. Is het niet de vaccinatiestrategie, dan zijn het wel het tempo, de plaats en de risicogroepen waar te beginnen. Met Tommy Wieringa verlang ik terug naar het begin van het jaar – niet feitelijk, wel overdrachtelijk – toen het eigenbelang voor even ondergeschikt was aan iets dan groter was dan wij. Voor even? Nee liever langer dan vandaag en morgen. De tijdgeest van egotripperij voorbij, met het leergeld van de winst- en verliesrekening van 2020, op weg naar saamhorigheid die bindt in 2021 en daarna.

Klokketoren van de Dominicuskapel van Huize Rosa in Nijmegen (Foto:Ad Lansink)

Zonder vuurwerk maar met (wel)luidende klokken op weg naar een voorspoedig, gezond en Zalig Nieuwjaar

Trefpunt Heyendaal

Bespiegelingen en herinneringen bij een samenloop van gebeurtenissen op het knooppunt van wetenschap en samenleving

Wat ooit gewoon was, gebeurde onlangs weer eens: een reeks uiteenlopende ervaringen, die toch met elkaar te maken hebben. De verbindende factor in een wonderlijke week was Heyendaal, het domein van de in 1959 nog Katholieke Universiteit, waar ik toen aan mijn achteraf merkwaardige loopbaan begon. De eerste opvallende gebeurtenis in de derde week van October 2020 was de plotselinge publicatie van een discutabel plan. De gemeente Nijmegen, Radboud Universiteit, HAN en ROC willen namelijk de Heyendaalseweg doorknippen. Het tweede wel verwachte niettemin te betreuren feit betrof het bericht, dat de Radboud Universiteit zich van de Nederlandse bisschoppen niet meer katholiek mag noemen. Kort daarna volgde het overlijdensbericht van Willie van Lieshout, die lange tijd het bestuurlijke boegbeeld van de Katholieke Universiteit was. De reeks gebeurtenissen werd afgesloten met de uitreiking van de Ds. Visscherprijs 2020 in de Aula van de Radboud Universiteit. Ondanks de corona-beperkingen was de 13e editie van de tweejaarlijkse bekroning van het beste proefschrift op het terrein van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking een memorabele plechtigheid. Een impressie is naast enkele videos te vinden op de vernieuwde website van het Ds. Visscherfonds. Over de campus Heyendaal terugfietsend naar huis, wisten medebestuurslid Marielle Ouwens en ik vrijwel zeker, dat de 14e Ds. Visscherprijs opnieuw in de fraaie  Aula van de Radboud Universiteit zou moeten worden uitgereikt. De prijs verdient, zo is na meer dan een kwart eeuw ervaring wel duidelijk, een academische omgeving.

Prijsuitreiking 13e Ds. Visscherprijs 2020 in de Academiezaal van de Radbouduniversiteit: drie genomineerden met de winnaar in het midden. Van links naar rechts: Maaike van Rest, Tessa Frankena en Cis Vrijmoeth (Foto: Marielle Ouwens)

Raboud Universiteit niet langer katholiek

Bij de prijsuitreiking wees ik met het noemen van de wapenspreuk ‘In Dei nomine feliciter’ voorzichtig naar de grondslag van de Radboud Universiteit. Aanleiding voor een die eerdere naamswijziging was de wens om de ‘corporate identity’ van universiteit en ziekenhuis met elkaar te verbinden. Sint Radboud had naam gemaakt, ook al verdween de verwijzing naar de heiligheid. Het besluit van het episcopaat om de Radboud Universiteit de katholieke signatuur te ontnemen getuigt niet van grote wijsheid. Toegegeven: de signatuur was al uitgehold door de vrijheid, die opeenvolgende universitaire bestuurders zich hadden toegekend bij enkele voor de katholieke gemeenschap moeilijke thema’s zoals abortus en euthanasie. In het kielzog van de tijdgeest is het kennelijk lastig de idealen van de katholieke geloofsgemeenschap overeind te houden. Maar juist nu de beleving van het geloof in onze contreien te wensen overlaat, is een nieuwe, andere emancipatie geboden.

Ad Lansink wijst in de Senaatskamer van de Aula op zijn leermeester Dries van Melsen, hoogleraar en oud-voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit (Foto: Marielle Ouwens)

Het schrappen van de katholieke signatuur kent intussen alleen maar verliezers. De bisschoppen treft blaam, omdat zij de feitelijke betekenis van de Radboud Universiteit miskennen en de statutaire strijd kortzichtig beëindigen. De universitaire bestuurders beseffen op hun beurt te weinig, wat de oprichters van de Katholieke Universiteit destijds beoogden: emancipatie van de wetenschap, niet als waan van de dag maar als een voortdurende bron van inspiratie en bemoediging. Ik vermoed, dat onder Willie van Lieshout en Dries van Melsen – beide topbestuurders heb ik destijds regelmatig ontmoet en gesproken – naam en grondslag van de Radboud Universiteit ongewijzigd zouden zijn gebleven. Hoe anders was overigens de tijd, toen ik in 1959 op bezoek bij directeur Jaques de Leeuw in Huize Heyendaal belandde. Mijn sollicitatie gold de Faculteit van de Natuurwetenschappen, maar het laboratorium van Prof. Dr. Gerard van Os – mijn latere promotor – was nog gevestigd op het terrein van de Medische Faculteit. Bij mijn sollicitatie moest ik een geloofsbewijs, uitgereikt door de pastoor van de Arnhemse St Josefparochie tonen. Mijn vader, die in de jaren veertig had gecollecteerd voor de Katholieke Universiteit, was blij met mijn overgang van Utrecht naar Nijmegen. Ik herinner me uit die ‘oertijd’ overigens een hoogleraar, die in zijn publicaties ‘Katholieke Univsersiteit’ wegliet. Op mijn vraag waarom hij ‘Universiteit van Nijmegen’ schreef, kreeg ik te horen: publicaties van een katholieke instelling worden minder serieus genomen. Zelf bleef ik de naam van de Katholieke Universiteit trouw, ook tijdens de woelige jaren 1968-1971, toen de K volgens Ton Regtien, Hugues Boekraad en de hunnen even werd ingeruild voor de K van Kritiese Universiteit.

Verkeersplan Heyendael

Omleiding gemotoriseerd verkeer om de campus Heyendael bij realisering nieuw verkeersplan (Bron: De Gelderlander)

Terug naar het begin van deze bespiegeling: de gedeeltelijke afsluiting van de Heyendaalseweg, waarmee vrijwel het hele gebied ten zuiden van de spoorlijn naar Venlo een echte campus wordt. De Heyendaalseweg speelt sinds mijn komst naar Nijmegen een permanente rol in het persoonlijk vervoerspatroon, zowel vanwege de werkkring tussen 1959 en 1977 als door het thuisadres, dat vanaf 1960 tot 1981 in Brakkenstein lag. De Heyendaalseweg moet ik duizenden keren hebben gelopen, gefietst en met scooter of auto hebben bereden. Het was en is de onbetwiste levensader voor Brakkensteiners, de kortste weg naar de campus en het centrum. Dat de stadsbussen het eerste deel zijn gaan mijden wil niet zeggen dat het doorknippen een logisch vervolg of een verstandige zet is. De verkeersdrukte op de alternatieve routes – Sint Annastraat en Groesbeekseweg – zal gemiddeld met meer dan 25 % toenemen. De plannenmakers erkennen dat voluit. Meer bewonerszullen dus geluidshinder gaan ervaren. Het gemotoriseerd verkeer zal ook meer kilometers maken, waarmee de uitstoot van CO2 en fijn stof zal toenemen. Wie het plan nader bekijkt ontdekt snel, dat nieuwe knelpunten gaan ontstaan. Bestaande knelpunten – denk bij voorbeeld aan de rotonde bij de Dominicuskerk – worden niet weggenomen. De oorzaken van de verkeersdruk liggen niet in de wegenstructuur maar in de situering van grote onderwijsinstellingen, vlak bij elkaar. Dat biedt voor- maar ook nadelen. Tegenover de voordelen van samenwerking en nabijheid van  Station Heyendaal staan het nadeel van de grote verkeersdruk, ook van fietsers. Dat nadeel blijft bij het doorknippen van de Heyendaelseweg, en verschuift slechts naar elders,

Wapenspreuk

In Dei Nomine Felicitar: Wapenspreuk van UNC Radboud en Radboud Universiteit

Vanuit Brakkenstein wordt intussen weinig meer gehoord, en uit de Nijmeegse Gemeenteraad evenmin. Of raadsleden nog een wegenschouw houden – zoals vroeger gebruikelijk was – weet ik niet. Maar een nader onderzoek naar de voors en tegens van het doorknippen van de Heyendaalseweg is nodig, al was het alleen al om de waardevaste en historische wegenstructuur in Nijmegen-Oost en Nijmegen-Zuid niet nodeloos op de proef te stellen. De plannenmakers van RU, HAN, ROC en Gemeente Nijmegen zouden zich nog eens moeten beraden over de vraag of het gepresenteerde plan wel verstandig is. Heroverweging is een echte uitdaging voor het tref- en knooppunt van wetenschap en samenleving, met de wapenspreuk van de Radboud Universiteit als een positief teken aan de wand van de toekomst: In Dei Nomine Feliciter, ofwel: mogen wij in Gods naam gelukkig voortgaan. Of die wapenspreuk met de tekens van duif, kruis en kroon de tand van tijd en tijdgeest overleven, staat nog niet vast, evenmin als andere materiële en immateriële zaken. De tekens van kruis – katholieke kerk- en kroon – Karel de Grote – hebben in elk geval eeuwigheidswaarde. En verleden, heden en toekomst blijven elkaar treffen op de campus Heyendael.

 

One Leaf 20/40

In 1993 maakte Harrie Gerritz van een eikenblad een grafisch teken van verbondenheid en vriendschap, een teken dat in november 2020 bevestigd werd

Bosgebied langs het voet- en ruiterpad van de Zevenheuvelenweg naar De But (Foto: Ad Lansink)

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer toen ik met hem sprak over het ontstaan van zijn landschapsschilderijen. Hij hield het op genade. Sinds die ontmoeting heb ik mij die uitspraak in wat sterkere bewoordingen eigen gemaakt: toeval bestaat niet, genade wel. Maar soms twijfel ik over de stelligheid van die (nog lang niet staande) uitdrukking. Zo ook onlangs tijdens een wandeling door over het pad Bovve Hel naar De But, het fraaie natuurgebied ten noorden van golfbaan Het Rijk van Nijmegen. Een op het eerste gezicht saai bos trok mijn aandacht vanwege de tegenstelling tussen de lange, dunne sparren, kaarsrecht in het gelid, en de omgezaagde bomen of omgevallen bomen, dwarsliggers alsof zij de weg door het bos wilden versperren. Wat een symboliek: de overgrote meerderheid van bomen staat recht overeind.

Bladeren van Amerikaanse eik langs de Bovve Hel in Groesbeek (Foto Ad Lansink)

Even verder zag ik een heel andere paradox, een vreemd beeldrijm van een laag struikgewas – kennelijk de uitgroei van een eerder omgezaagde Amerikaanse eik – met de karakteristieke bladeren in bekende bruine herfstkleuren. Op de achtergrond was het bos met de kaarsrechte sparren nog steeds nadrukkelijk aanwezig. De tegenstelling kon niet groter zijn, het toeval – of de genade – evenmin. Want enkele dagen voor de wandeling hadden Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester ons bij de corona-proof viering van ons 60-jarig huwelijk verrast met One Leaf, een bijzondere grafiekmap van Harrie Gerritz. De kunstenaar uit Wijchen vond jaren geleden op zijn wandeltochten een eikenblad, dat hem inspireerde tot het maken van zeven even eenvoudige als indrukwekkende grafische prenten. De reeks begint met One Leaf Conceptual: de contouren van het blad op een achtergrond van geruit papier. De overige zeefdrukken zijn variaties op het thema Dancing Leaf.  

Dat onze vrienden de map One Leaf hadden uitgekozen om ons te bemoedigen op de verdere levensweg was achteraf begrijpelijk. Terugdenkend aan de opening van Harrie Gerritz’ expositie Tekens van het landschap, waar ik de gasten mocht toespreken over de Toren van Babel, herinner ik me levendig het dankwoord van Harrie Gerritz aan pastor Marieke Meek. De kunstenaar onderstreepte zijn waardering voor de staf van Kerkelijk Centrum De Schakel in Wijchen met de aanbieding van een editie van de map One Leaf.  Sophie en Klaas waren ook aanwezig. Zij kwamen waarschijnlijk daar op de gedachte om Harrie Gerritz te vragen of hij nummer 20 van de 40 edities nog in zijn bezit had. Twintig plus veertig is immers zestig. Dat getal paste bij de mijlpaal, die we op 5 november 2020 in de stilte van de coronatijd passeerden.

De map One Leaf (1993) bevat zeven, op het atelier van Piet Zegveld in Arnhem verzorgde zeefdrukken, vanaf een sober en eenvoudig ontwerp tot een gecompliceerd beeld, waarin zowel door de vormen als de kleuren een relatie tot het latere werk – schilderijen en grafiek – van Harrie Gerritz herkenbaar is. Alle zeefdrukken zijn gebaseerd op de bladvorm van een Amerikaanse eik – Quercus rubra – met een wigvormige bladvoet en vier tot vijf spitse, getande lobben. Die vorm verschilt duidelijk van de bladeren van de Wintereik – Quercus petraea – die vroeger vaak de Hollandse eik werd genoemd. Het blad van de Wintereik heeft een wigvormige voet, is ondiep en regelmatig gelobd. De bladhelften vormen elkaars spiegelbeeld. Anders dan bij de Amerikaanse eik ligt de grootste breedte van het blad ongeveer in het midden

Ontmoeting van Harrie Gerritz met Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester bij de opening van zijn expositie ‘Tekens in het landschap, op 4 oktober 2020 in Kerkelijk Centrum De Schakel in Wychen

Bij het doorbladeren van One Leaf keren mijn ogen steeds terug naar zeefdruk Dancing Leaf V, waar de delen van het blad een eigen, gekleurd leven gaan leiden zonder elkaar lps te laten. Het door Harrie Gerritz verbeelde eikenblad wordt daarmee een mooie metafoor voor de samenleving, de universele gemeenschap waar het elkaar vasthouden in goede en minder goede tijden vanzelfsprekend is, of zou moeten zijn. Eenheid in verscheidenheid, met de beelden van Damcing Leaf als eenzichtbaar teken van verbondenheid en vriendschap in een tijd, waarin saamhorigheid meer dan ooit geboden is. Harrie Gerritz tekende meer dan 25 jaar geleden het meervoudige eikenblad, waarschijnlijk zonder te beseffen, dat zijn verbeelding symbool zou kunnen staan voor saamhorigheid en gedeelde verantwoordelijkheid. 

NB: De afbeeldingen in het gallerij-format tonen allemaal een grijze schaduwrand aan de onderzijde, in tegenstelling tot de originele afbeeldingen. Onderzocht wordt wat daarvan de oorzaak is.

Herfst in De Bruuk

Wandeling door het natte maar veelkleurige moerasgebied bij Groesbeek, waar naast het werk aan de verbetering van de sloten paddestoelen blijven verrassen

Paddenstoelen in De Bruuk: Prachtvlamhoed (Foto’s: Ad Lansink)

Kenners weten, dat de vochtige blauwgraslanden van natuurreservaat De Bruuk, gelegen vlak bij de Duitse grens tussen de Groesbeekse kerkdorpen Horst en Breedeweg, oppervlakte- en grondwater nodig hebben om volledig in stand te blijven. Enkele dode bomen herinneren niet voor niets aan tijden van te grote droogte. Staatsbosbeheer en de Provincie Gelderland werken al geruime tijd samen om de waterstanden in De Bruuk op peil te brengen en te houden, De regenval van de afgelopen weken was een mooie aanleiding om weer een bezoek aan het ook landschappelijk boeiende gebied te brengen. Met eigen ogen kan immers vastgesteld worden, of het nieuwe regenwater oppervlaktewater is geworden en gebleven.

Pas gemaaid blauwgrasveld en wilgenstruwelen. Op de voorgrond koninginnekruid. (Foto: Ad Lansink)

Bij de gebruikelijke ingang van De Bruuk leerde een meters hoog bord al, dat de beheerders van het fraaie natuurgebied het niet bij plannen laten. Op een kaartje wordt aangegeven, waar ingrepen nodig zijn. Sinds augustus 2010 is een aannemer aan het werk om de binnenkant van diverse sloten en greppels te voorzien van een stevige leemlaag. Die (bijna) natuurlijke bedekking moet de uitloop van kalkrijk kwelwater tegengaan. Dat kalkrijke water zorgt voor het behoud van bijzondere plantensoorten: blauwe zegge, Spaande ruiter en niet te vergeten de befaamde orchideeën: de voor De Bruuk karakteristieke planten, die in de zomer voor heel wat mensen aanleiding zijn om een wandeling te maken in de landelijke oase.

Op de kaart is goed te zien, in welk deel van De Bruuk de sloten lopen, die in aanmerking komen voor een behandeling met leem. Aan de wetzijde van het natuurreservaat zijn nagenoeg geen werkzaamheden gepland, in het middengebied ook nauwelijks. Wel valt in de zuid-oost-hoek de leemberg op, naast zware rijplaten, waarop de leemkar zijn lading naar de sloten vervoert. Bij de kruising van de lange (op de kaart lichtblauwe) landweg, midden door De Bruuk en het pad dat van oost naar west de afscheiding vormt tussen de blauwgraslanden en het bosgebied, is goed te zien welke sloten aangepakt worden. Paaltjes met een oranje kop maken duidelijk tot hoever de leemlagen worden aangebracht. Het resultaat van de beleming blijft voor outsiders voorlopig onzichtbaar. Die outsiders rekenen er wel op, dat in het voorjaar van 2021 niets meer te zien zal zijn van de forse ingrepen nu.

Beleming van de sloten in De Bruuk: links de ‘vernieuwde’ sloot, rechts de tijdelijke rijplaten, in de verte de dragline, waarmee de beleving wordt uitgevoerd (Foto: Ad Lansink)

Langs de brede sloot in de richting van Horst is een kolossale machine aan het werk. Vanaf de niet-modderige kruising is goed te zien, waarmee de dragline-machinist bezig is: het uitdiepen van de geul om het slib te vervangen door een stevige leemlaag. Hij zet zijn gloednieuwe – of pas schoongemaakte – apparaat stil, klimt uit zijn cabine, en roept: ‘U zult zich wel afvragen, wat zijn die lui hier in Godsnaam aan het doen?’ Ik antwoord hem, dat het informatiebord over de beleming van de sloten mijn nieuwsgierigheid had gewekt. Hij gaat verder met: ‘Wel vreemd he,, dat dit werk nu moet gebeuren, ik doe dit liever in de zomer. Maar ja’. Gelijk heeft hij. Maar Staatsbosbeheer denkt daar kennelijk anders over. En wandelaars misschien ook wel. Zij verkiezen waarschijnlijk droge paden boven zwarte modder en gladde rijplaten.

Op zoek naar de ‘leemwerken’ trekken niet alleen sloten de aandacht, ook pas gemaaide blauwgraslanden, via een vreemd ritme verspreide bosschages en – anders dan in de zomer – allerlei paddenstoelen op onverwachte plaatsen. Aantal en verscheidenheid zijn minder dan op Heumensoord, de Bisselt of de Duivelsberg. Maar de paddenstoelen van De Bruuk mogen er ook zijn, al was het alleen al ter compensatie van de zomerse orchideeën. Niet alle zwammen zijn even mooi. Sommige exemplaren hebben het voortijdig begeven. Maar liefhebbers van herfstwandelingen, al dan niet op zoek naar van paddenstoelen. komen ook in De Bruuk aan hun trekken. De werkzaamheden aan de sloten zijn geen belemmering voor (weer) een rondje De Bruuk, wel een aansporing om te zien, dat actief natuurbeheer soms inzet van mensen en machines vergt.

De paddenstoelen in De Bruuk zijn een verhaal apart. Na enige gewenning ontdekt de oplettende wandelaar een tamelijk grote variatie aan zwammen, boleten en koppen. De meeste paddenstoelen hebben beperkte afmetingen, Daar staat tegenover, dat soms grote groepen opduiken, vooral in de boomrijke delen van De Bruuk.Determinatie is geen eenvoudige zaak, omdat nogal wat paddenstoelen beschadigd, aangevreten on omgevallen zijn. De Vliegenzwam ziet er niet fraai uit, de Kumrussula evenmin. De Gewone Zwavelkoppen leren, dat kleurverschillen een nauwkeurige identificatie bemoeilijken. Wie over een smartphone beschikt, vindt in de app Obsidentify een fraai hulpmiddel om snel de naam van de paddenstoel te weten te komen. Lukt dat niet, dan rest het huiswerk: een zoektocht op internet. Kennisvermeerdering, dat blijft immers een uitdaging, ook wanneer het om zwammen gaat.

Herfst in De Bruuk, dus ook het riet verklaart. Achter de rietpluimen het blauwgrasland, dat ruim een maand eerder is gemaaid dan het gedeelte op de eerste overzichtsfoto. (Foto: Ad Lansink)

Torens: oproep tot bezinning

Beschouwing over de Toren van Babel bij de opening van de expositie Tekens in het landschap van Harrie Gerritz op 3 oktober 2020 in kerkelijk centrum De Schakel te Wijchen

Tekens in het landschap: Bronzen beelden en grafiek van Harrie Gerritz

Twintig-twintig, veertig, tachtig: met die woorden begon ik op 3 october 2020 mijn presentatie bij de feestelijke opening van de ere-expositie van Harrie Gerritz in kerkelijk centrum De Schakel in Wijchen. Veertig jaar De Schakel, dat moet gevierd worden, vond de werkgroep kunst in de kerk, toen 2020 nog maar net begonnen was. En wie zou een overzicht van zijn werk dan mogen exposeren? Harrie Gerritz natuurlijk. De befaamde kunstenaar uit Wijchen had de mijlpaal van tachtig jaar net gepasseerd. Bovendien had hij de leden van protestantse gemeente van Wijchen dertig jaar geleden bij de viering van het eerste decennium van De Schakel al verblijd met een fraaie prent. Dat pastor Marieke Meek en Harrie Gerritz daarna bij mij kwamen met het verzoek de gasten toe te spreken over De Toren van Babel was een voor de hand liggend vervolg op het kunstenaarsboek De Toren van Babel, de bibliofiele editie die ik met Harrie Gerritz en boekontwerper Sophie van Kempen op 5 juni 2019 had gepubliceerd.

Margreet van de Meij verwelkomt namens kunst in de kerk dertig gasten. Op de zijwand grafiek van Harrie Gerritz, met in het midden de zeefdruk ‘Ladder van Lansink’ (2012) (Foto: Sophie van Kempen)

De Toren van Babel past in meer opzichten bij het thema van de expositie: Tekens in het landschap. De mythische toren uit Genesis 11 moet eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling al een kolossaal teken zijn geweest, van ver zichtbaar in het uitgestrekte land van het Assyrische Rijk. In de bijbelse overlevering werd de Toren van Babel een teken van grootspraak én van tegenspraak. Een totempaal van gekte, verwaandheid, hoogmoed die ten val komt, maar ook een richtingwijzer naar een toekomst van diversiteit en gerechtigheid, van wilskracht en saamhorigheid. Voor Harrie Gerritz zijn torens een teken van herkenning, in het Land van Maas en Waal, maar ook daarbuiten. Zelf herinner ik me de Utrechtse Domtoren, waarop ik tijdens de colleges van Dijksterhuis af en toe keek om te zien hoe lang het college nog duurde. Torens moesten vroeger blijven staan, ook zonder kerk, als gemeenschapsbezit en als noodklok wanneer een overstroming dreigde. De Schakel toont Harrie’s kleurrijke verbeelding van torens met en zonder kerk, veelal op papier, soms in brons.

Ruimte genoeg om Ad Lansink en grafiek van Harrie Gerritz vast te leggen (Foto: Ans Lansink(

De bezoekers van Tekens in het landschap treffen tussen de kerken en torens een zeefdruk met een ladder als symbolische richtingwijzer. De goed herkenbare ladder staat tussen een reeks symbolen, die in de beeldtaal van Harrie Gerritz staan voor aarde, lucht, water, vuur en bodem. De eenvoudige, zwarte ladder staat stevig op de rode aarde, met de staanders in vruchtbare grond en naast het gele huis van de verantwoordelijke mensheid. Harrie Gerritz tekende eigenlijk een scheppingsdag: ‘Dag nul, voordat God aan zijn zevendaagse werkweek begon. Je hoeft niet gelovig te zijn om respect te hebben voor de schepping’ aldus de kunstenaar, een schakel op de tijdas van vroeger naar later. Hij ging zijn nieuwsgierigheid achterna en volgde zijn intuïtie om met landschaps-elementen een nieuwe werkelijkheid te scheppen. Harrie Gerritz maakte in 2012 die zeefdruk over de ook intuitieve Ladder van Lansink op verzoek van afvalonderneming Attero, die aandeelhouders en contractpartners richting wilde wijzen op hun verantwoordelijkheid op weg naar een zorgvuldig, waar mogelijk circulair afvalbeheer. 

Harrie Gerritz, Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester (Foto: Ad Lansink)

Tussen 2015 en 2017 schreef ik Challenging Changes, een omvangrijk boek over de betekenis van de Ladder van Lansink voor de circulaire economie. Harrie Gerritz’ verbeelding van de ladder staat in dat boek, en stond model voor de door Sophie van Kempen ontworpen boekomslag. De brede waardering voor Challenging Changes en de internationale erkenning met de in Kuala Lumpur toegekende ISWA Publication Award 2028 stimuleerden mij om de instituties en mensen, die mij bij de realisering van het achteraf omvangrijke project hebben geholpen, op enigerlei wijze te bedanken. Ik dacht ver van huis aan de uitgave van een bibliofiele editie van De Toren van Babel: bewerking van een oude voordracht, waarmee ik twintig jaar eerder de expositie ‘De Waanzin ten Top’ in het Bijbels Openlucht Museum had mogen openen. De belangstelling voor die voordracht las ik af aan latere internetscores. Harrie Gerritz en Sophie van Kempen zegden meteen hun medewerking toe. Op 5 juni 2019 kon het kunstenaarsboek gepresenteerd worden, opnieuw in het Bijbels Openlucht Museum, dat tegenwoordig Museum Orientalis heet.

Harrie Gerritz: Grafiek uit de Toren van Babel (2019) De Rode en de Zwarte Toren van Babel – Oplage 50 (Foto: Ad Lansink)

‘The making off’ van de Toren van Babel illustreert de eensgezinde en creatieve samenwerking tussen Harrie Gerritz, Sophie van Kempen en mijzelf. Ik vertel(de) dat verhaal graag om aan te tonen, wat bereikt kan worden wanneer tussen mensen vonken van herkenning overspringen. Mijn voordracht ging uiteraard verder dan de loutere ‘the making off’. Van belang is ook de boodschap, die kunstenaars en schrijvers kenbaar willen maken om anderen te inspireren en mee te nemen om de vaak onverwachte tocht door het leven. De twee zeefdrukken van Harrie Gerritz verbeelden de hoogmoed, die ten val kan komen, en de oproep tot bezinning, zelfs wanneer de toren tot de hemel rijkt. Met de negen columns van de Toren van Babel heb ik gepoogd een stevig signaal te geven aan gangmakers en volgers in het maatschappelijk bestel, een heldere waarschuwing voor zelfoverschatting. Dat signaal mag alom zichtbaar worden, nu incidentele politiek wint van structurele aanpak en emotionele argumenten hoger scoren dan rationele overwegingen. Door (te) grote afhankelijkheid van publiciteit gaat vorm vaak boven inhoud, en incidentele politiek boven lange-termijn-beleid. 

Tekens in het landschap: vier torens op een rij. Grafiek van Harrie Gerritz (foto: Ad Lansink)

Pragmatisme is op zich te verdedigen, maar mist te vaak een principiële grondslag. Vergezichten zijn noodzakelijk maar zijn niet gebaat met op hoogmoed gestoeld wensdenken. Lessen uit het verleden op diverse terreinen – denk aan rommelige ruimtelijke ordening, slordig milieubeheer, vervuilende mobiliteit, doorgeschoten marktdenken – leveren voldoende leergeld voor evenwichtige en verstandige beleidskeuzes, wanneer tijdig randvoorwaarden worden geformuleerd. De trend van globalisering hoeft niet te worden gekeerd, wanneer voorkomen wordt dat immateriële waarden worden weggedrukt door materieel gewin. De gedachte aan de maakbaarheid van de samenleving vereist een teken van tegenspraak: een Toren van Babel op de grens van de nieuwe tijd, al was het alleen al om na te denken over de rechten en plichten van de mens, voor elkaar en voor de schepping. De Toren van Babel is een waarschuwing tegen zelfoverschatting, een oproep tot bezinning, een uitnodiging voor gedeelde verantwoordelijkheid. 

Ad Lansink aan het woord. Opvallend: projectie op schuine wand, met in beeld Sophie van Kempen, die ook deze foto maakte

Terug naar het begin, nu in cijfers: 20-20-40-80. Bij de jaarwisseling was niet te voorzien, dat 2020 met de wereldwijde uitbraak van Covid19 een in letterlijke zin rampzalig en daarmee ook een historisch jaar zou worden. De pandemie confronteert de samenleving met veel verdriet, met zorgen en met tal van onzekerheden. Coronaregels belemmeren het normale leven, in de openbare ruimte, in gebouwen en zelfs thuis. Mondkapjes zijn een normaal kledingstuk geworden, en afstand houden het parool. Een ferme handdruk is uitgesloten laat staan een omhelzing. Daarom is het bewonderenswaardig dat de werkgroep kunst in de kerk erin geslaagd is ondanks de beperkingen een mooie opening van de dubbele ere-expositie – Harrie Gerritz 80 en De Schakel 40 – te organiseren. De muzikale bijdrage van Berry van Berkum op orgel en piano droeg daaraan evenzeer bij als de mooie, inhoudelijke toespraken van Margreet van der Meij en Marieke Meek. Het was een voorrecht om met de voordracht over Toren van Babel in woord en beeld mee te mogen werken aan deze feestelijke en inspirerende gebeurtenis.

De bibliofiele editie ‘Toren van Babel’ bestaat uit een met linnen bedekte beklede cassette met twee zeefdrukken van Harrie Gerrits en een bijzonder vormgegeven boek met negen columns van Ad Lansink. Voor liefhebbers van bibliofiele editie zijn nog 4 (van 50) exemplaren beschikbaar v

NB 1: De blauwe tekst in de slotparagraaf zijn de links naar een korte weergave van de improvisatie op orgel van Berry van Berkum, en de videoweergave van de presentatie over de Toren van Babel

NB 2: De expositie is te bezichtigen op zaterdag 10, 17, 24 en 31 oktober; 7 en 14 november van 14 – 16 uur. Info: Margreet van der Meij,  Tel: 0652172290, margreetvandermeij@hetnet.nl

Beeldenstorm in Knotsenburg

Ex-prins Mark I (Buck) geïnaugureerd als jongste lid van het Prinsenconvent

Quasi-monnik Mark I (Buck), bewaakt door Frans II (de Bruyn) en Simon (I) Overdijk bij Mariken van Nimwegen. de gasten van De Waagh kijken ademloos toe (Foto: Ad Lansink)
De quasi-monnik kruipt bij Moeten omhoog op de trappen naar de Sint Steven. De leden van het Prinsenconvent – niet in de juiste volgorde – zien toe op de kruiperij. (Foto: Ad Lansink)

De terrasgasten op de Nijmeegse Grote Markt keken verbaasd op, toen op donderdag 10 september 2020 even na tienen een groot aantal zwart gekielde figuren met op hun hoofd een groene hoed vanuit de Waagh naar het beeld van Mariken liep. Met een stevig touw hielden de mannen een in een bruine monnikspij gestoken man vast. Bij Mariken aangekomen voltrok zich een voor outsiders onbegrijpelijk schouwspel: het begin van een volgens ceremoniemeester Bas I (Teurlings) drievoudige beeldenstorm. De voor de buitenwereld onherkenbare man moest een aan Mariken van Nimwegen gewijde carnavalsschlager neuriën, waarna hij bij het beeld van Moenen – halverwege de Stikke Hezelstraat – op zijn knieen de trappen naar de Sint Steven moest beklimmen. Zijn begeleiders hadden zich opgesteld aan weerzijden van de opgang, in de volgorde van de jaartallen op hun kielen. Enkele omstanders beseften, dat zij zacht het befaamde ‘Al mot ik krupe’ hoorden. Het gebeuren moest dus iets met Knotsenburg te maken hebben.

Leden van het Prinsenconvent bij de Hommage aan de Sint Steven bij de inauguratie van Ex-Prins Mark I (Buck). (Foto: Bart van de Berg)
Deemoed bij Mark I (Buck) bij de toespraak van ‘Johan I (Klomp). Achter de quasi-monnik staat Bas I (Teurlings), ceremoniemeester van dienst. Geestrijk adviseur Bernard van Welzenes staat achter de Hommage (Foto: Ad Lansink)

Nadat de man in de monnikspij met kennelijk gemak de ‘kruperij naar de Sint Steven’ had volbracht, trok het opvallende gezelschap naar het beeld ‘Hommage aan de Sint Steven’. De begeleiders van de quasi-monnik hielden zich te nauwer nood aan de twee-aan-twee-order van de ceremoniemeester. Toch vielen zij weer op, nu bij de gasten van de tot op de straat uitgebouwde terrassen. Hoewel op de roodgeel gebiesde kielen ook het wapen van het Prinsenconvent Knotsenburg prijkt, bleef het voor nieuwgierige drinkebroers en -zusters een raadsel, wat de vreemde optocht te betekenen had. Opvallend was wel dat uitleg op de terugweg naar de Waagh, en tegen het middernachtelijk uur werd begrepen en gewaardeerd. Aangekomen bij de Hommage werd voor toevallige passanten duidelijk wat daar, schuin tegenover het Stadhuis, te gebeuren stond: de officiele opname van Ex-Prins Mark I (Buck) in het Knotsenburger Prinsenconvent. Na even toepasselijke als humorvolle woorden van ‘feursitter’ Johan I (Klomp) mocht Ex-Prins Mark I (Buck) eindelijk zijn eigen Ex-Prinsen-Kiel aantrekken. Met het opspelden van de zilveren ‘Halve Maan Die Lacht’ werd de inauguratie afgesloten.

Mark I (Buck) hijst zich in zijn gloednieuwe kiel, waarop 2020 nog niet te zien is. Johan I ziedt nauwlettend toe. (Foto: Bart van de Berg)

Toen in 2019 rond de elfde van de elfde Mark Buck in een bomvolle Vereeniging uitgeroepen werd tot Prins Mark I van Knotsenburg, waren de verwachtingen hooggespannen. De jeugdige, goed van de tongriem gesneden Stadsprins heeft die verwachtingen volledig waargemaakt, ondanks het afgelasten van een van de jaarlijkse hoogtepunten. De optocht moest als gevolg van harde windstoten, gepaard met forse regenbuien worden afgelast. Zijn optredens brachten talloze handen op elkaar, evenals zijn bijzondere preek tijdens de Carnavalsmis. Dat twintig-twintig – het prinselijke jaar van Mark I – achteraf in meer opzichten talrijke geschiedenisboeken gaat halen, kon tijdens de carnavalsdagen evenmin worden voorzien als de koppeling van de uitbraak van het Coronavirus in Nederland aan enkele carnavalsfeesten in zuidelijke streken. Vanaf de dagen waarop de winter plaats maakt voor de lente is de pandemie het leven volledig gaan beheersen. Het begrijpelijke en terechte verbod op samenkomsten trof uiteraard ook de maandelijkse bijeenkomsten van het bijna veertig man sterke Prinsenconvent. De Prinsenborrel op 12 maart 2020 werd op de valreep afgelast. De traditionele inauguratie van de afgetreden prins, die na Halfvasten zijn opwachting mag maken bij het Prinsenconvent moest tot nader order worden uitgesteld.

Een blije Mark I (Buck) krijgt de wegen van geestrijk adviseur Bernard van Welzenes (Foto: Bart van de Berg)

Een wachttijd van vijf maanden, dat was te overzien, zo bleek tijdens en na de drievoudige ‘beeldenstorm’ rond de Grote Markt. Datzelfde gold voor de anderhalve-meter-maatregel, waaraan in De Waagh goed voldaan kon worden. Na de terugkeer in de ruime bovenzaal konden de ex-prinsen na het zingen van het lijflied coronaproef het glas heffen op hun in tweeërlei opzicht jongste aanwinst. Uit handen van redacteur Gerard I (Brouwer) kreeg Mark I (Buck) het nieuwste vouwblad in het smoelenboek ‘Van de Prins geen kwaad’. In woord en beeld zijn de hoogtepunten uit MarkI’s Prinsdom vastgelegd. De zestigste Stadsprins in de Knotsenburger dynastie, in 1952 gevestigd door Prins Nico I, bedankte in een korte toespraak de ex-prinsen en gaf opnieuw de woorden ‘elkaar vasthouden in goede en slechte tijden’ op eigen wijze inhoud. Geestrijk adviseur Bernard van Welzenes greep de gebruikelijke rondvraag aan om met assistentie van de ‘feursitter’ Mark I de zegen te geven. Dat hij voor een forse schouderklop en een echt kruisteken op de knieen ging, sprak voor een katholieke jongen vanzelf.

2020: een jaar om nooit meer te vergeten, ook voor Prins Mark I (Buck) die op zijn Prinsenonderscheiding al aangaf waar hij zijn hart aan verpand heeft:
de Petrus Canisiuskerk, de Hommage aan de Sint Steven en het Stadhuis; en niet te vergeten de Ex-Prinsen Ed I (Frinsel) en Peter I Janssen, die de overgang van Kerkrade naar Nijmegen gemakkelijk hebben gemaakt (Foto: Gerard Brouwer)