SPRINGPROCESSIE

Waar blijft de tijd? Dat vroeg ik me af, toen Robbert van Duin mij enkele maanden geleden herinnerde aan 1979: het jaar waarin de Tweede Kamer mijn motie over de voorkeursvolgorde voor afvalbeheer aanvaardde. Vier decennia zijn voorbijgegaan, aldus de voorman van Recycling Netwerk Benelux. Veel is bereikt, maar de (latere) doelstelling van 10% preventie is niet gehaald. Integendeel. Zullen we 40 Jaar Ladder van Lansink vieren met een seminar over de afvalhiërarchie en het achterblijven van preventie? Zogezegd, zo gedaan, met als gevolg, dat ik onlangs in Nieuwspoort ondervraagd werd over verleden en toekomst van de bijkans universele ladder. Ik noemde de drijfveren van toen: Club van Rome, consumentisme, bodemverontreiniging, Energiecrises I en II, plus enkele intuïtieve ervaringen. Maar ik wees ook op actuele belemmeringen: verschuiving van bron- naar nascheiding, te weinig aandacht voor kwaliteit, moeizame inbouw van financiële prikkels en afnemend milieubewustzijn door neoliberale trends. Intussen is de afvalhiërarchie internationaal aanvaard. Dat komt omdat de ladder van Lansink gemakkelijk te begrijpen en goed te visualiseren is. Dat de wettelijke inbedding in Nederland (1993) en Europa (2008) lang duurde, is begrijpelijk. De juridische vertaling van op het eerste gezicht eenvoudige beleidslijnen kost nu eenmaal hoofdbrekens. Illustratief blijft de kennelijk ‘onmogelijke’ afschaffing van het afvalbegrip: een serieuze hindernis voor de transitie naar circulaire economie. Ook de verandering van de ‘mindset’ van bedrijfsleven, burgerij en een niet consistente overheid vergt tijd en uithoudingsvermogen.

Ad Lansink in Nieuwspoort over de betekenis van zijn ladder, rechts gedeeltelijk zichtbaar op het projectiescherm (Foto: Sophie van Kempen)

Tom Houben, senior-consultant bij RoyalHaskoning DHV schreef mij na oprechte gelukwensen: ‘Helaas ziet de praktijk er soms uit als de traplabyrinthen van M.C. Escher’. Zelf vind ik de processie van Echternach een mooie metafoor: drie stappen vooruit en twee achteruit, overigens langs onmiskenbare ‘staties’ zoals vermindering van stortplaatsen, winning van energie uit afval, en toename van de recycling van klassieke materiaalstromen. De bovenste treden van de ladder – preventie en hergebruik – ondervinden meer weerstand: technologisch, logistiek, financieel en sociaal, vooral nu het milieubewustzijn onder druk staat door politieke onzekerheid en maatschappelijke onvrede. Vooruitgang bij afvalpreventie en producthergebruik vergt ‘omdenken’ van de hele samenleving. Dat is een pittige opgave door de gewenning aan welvaart en keuzevrijheid. Daarom is actie geboden. Afzien van onnodige spullen en diensten zou voorop moeten staan, overigens een moeizame opdracht in een markt-gedreven samenleving. Levensduurverlenging van producten en (gewichts-) besparing van materialen zijn gemakkelijker te bewerkstelligen net zoals ecodesign: ontwerpen richten op kwantitatieve preventie, optimaal hergebruik en hoogwaardige recycling. Ketenbeheer impliceert immers ‘inclusive’ systeemdenken. De overheid moet zorgen voor transparante en handhaafbare wetgeving en doelmatige financiële instrumenten. Terugsluizen van de opbrengst zoals ooit bij bestemmingsheffingen moet (weer) mogelijk worden. Dat rekening moet worden gehouden met globalisering en andere ‘externalities’ zoals ‘Industry 4.0’ (Vierde Industriele Revolutie) spreekt vanzelf. Intussen kan niet ontkend worden, dat alle transities een stevig draagvlak vereisen. Daarom blijft communicatie een essentieel instrumentarium voor de vergroting van het milieubewustzijn, tegen gevestigde belangen en opportunistisch mediageweld in. Terugkeer van een sterk milieubesef is noodzakelijk voor behoud c.q. versterking van hetdraagvlak voor de transitie naar circulaire economie. De afval- en recycling sector is gebaat met maatregelen, die een meetbaar effect genereren en de vermindering van vervuiling zichtbaar maken. Ik denk aan beloning van bronscheiding via een slimme bonus-malus-systematiek, inclusief statiegelden en verwijderingsbijdragen, waarmee innovatie kan worden bekostigd. Daarnaast moeten wettelijke belemmeringen voor hergebruik van secundaire materiaalstromen uit de weg worden geruimd. Wanneer alle ketenpartners een verantwoord evenwicht vinden tussen economie en ecologie, verandert de springprocessie in minder dan 40 jaar in een optocht naar een duurzame toekomst met doorzetten en volhouden als tref- en (letterlijke) werkwoorden. (RMB Dec 2019)