Hoe verzin je het?

Nou, in een keer is het er gewoon, aldus Rob Verwer bij de opbouw van zijn kinetisch kunstwerk voor KREISLAUF 2 in het Duitse Kranenburg

Op de stadsmuur bij de Petrus en Pauluskerk zijn de torengebouwen van Cor Litjens moeilijk te onderscheiden (Foto: Ad Lansink)

Via een Facebook-bericht van Cor Litjens ontdekte ik dat de kunstenaar uit Deest bij de bedevaartskerk van Kranenburg, net over de grens, een beeldengroep had geplaatst. Nader onderzoek leerde dat 19 Duitse en Nederlandse kunstenaars door Museum Katharienhof zijn uitgenodigd om deel te nemen aan Kreislauf 2: Wanderer-Wunderer. Anders gezegd, een multidisciplinaire kunstroute via een wandel- en wondertocht in het museum en rond het oude centrum van de Duitse grensstad. Hoewel de expositie nog geopend moest worden, was een wandeling langs de oude stadsgracht een mooie onderbreking van een te warme zomerweek. Die wandeling langs veertien staties maken we vaker, ook om de bijzondere Petrus en Pauluskerk te bezoeken.

Andersom lukt beter: de torengebouwen van Cor Litjens steken goed af tegen de bomen op de achtergrond (Foto Ad Lansink)

Vanaf de parkeerplaats, en kort na het bruggetje over de stadsgracht valt al een kunstwerk op: op het eerste gezicht een kolossale steen in de vorm van een boot. Op de oude stadsmuur bij de kerk zien we een groep sculpturen in de vorm van bouwsels, duidelijk van Cor Litjens, die enkele jaren geleden een soortgelijke maar grotere installatie in de Sint Stevenskerk toonde. Verder wandelend zien we een kolossale, zilveren bloem. Kennelijk een sculptuur in aanbouw, die ik me herinner van een ander Facebookbericht. Dat moet de bijdrage van Rob Verwer zijn. En, jawel: Rob roept mijn naam al voordat we zelf zijn naam kunnen bevestigen. Hij werkt nog aan zijn kinetisch kunstwerk, en toont ons graag de werking: een reuzebloem van draaiende fietswielen, aangedreven via de dynamo van een oude naaimachine. De titel? VerwonderRingen: installatie over recyclen & beweging. Afmetingen 4,0 x 4,5 x 3m. Hoe ‘Kreislauf’ wil je het hebben?

Wandelend langs de stadswal valt plotseling een zilveren koepel op: achteraf het kunstwerk van Rob Verwer voor Kreislauf 2 (Foto: Ad Lansink)

Hoe verzin je het, vraagt Ans Lansink. Nou, in een keer is het er gewoon, aldus Rob Verwer, die na de expositie in Kranenburg met het kunstwerk op toernee wil gaan gaan: Het is niet alleen een kinetische maar ook redelijke mobiele installatie. Rob legt ons en passant uit, waar we het grote doek van zijn partner Meg Mercx kunnen vinden, aan de noordzijde van de omwalling van Kranenburg, ongeveer op dezelfde hoogte. Met gepaste trots vertelt hij, dat hij zelf model heeft gestaan voor het kunstwerk. We halen ook nog mooie herinneringen op aan de presentatie van de Toren van Babel, ruim een jaar geleden in Museum Orientalis, waar hij met zijn verbeelding van de toren uit Genesis 11 en zijn uitleg mijn gasten wist te boeien. De happening had op hem grote indruk gemaakt. Volgens Rob mag ik nog een artistieke tegenprestatie tegemoetzien, wanneer de hectiek van alledag wat meer ruimte biedt. Afwachten is dus even het parool.

Rob Verwer vertelt Ans Lansink corona-proef hoe zijn installatie werkt (Foto Ad Lansink)

Afwachten was niet nodig om de bijdrage van Meg Mercx aan Kreislauf 2, getiteld I Scream, You Scream, te bewonderen. Na het parkeren van de V60 was ons in de verte al een wit doek tussen de bomen opgevallen. Na het oversteken van de hoofdweg vervolgen we de wandeling. We treffen Duitse kunstenaars, die nog in de weer zijn om een transformatergebouw van buissculpturen te voorzien. Even verder zien we plotseling het doek van Meg Merck, de achterzijde wel te verstaan, terwijl het volgens Rob juist om de voorzijde gaat. Het immense doek bestaat uit talloze, kleine vierkante elementen in zwart en wit. Samen vormen zij een onmiskenbaar geheel, waarin inderdaad een mensengezicht zichtbaar is. Dat moet Rob Verwer zijn, de kunstenaar zelf tot kunst verheven.

Assemblage van Meg Mercx (2020) voor Kreislauf 2

I Scream, You Scream van Meg Merx is een assemblage van 1850 vierkantjes van gerecycled & bioibased plastic. De vierkantjes zijn samengevoegd in een handgeknoopt visnet uit Urk. Meg zegt: èèn schreeuw voor u, èèn schreeuw voor mij, èèn schreeuw voor onze kinderen en kleinkinderen…Kortom èèn schreeuw voor planeet Aarde. Meg vervolgt: Er gaat veel dood, er sterft veel uit, maar er wordt ook hopeloos veel moois geboren.

Rob Verwer achter het hek, dat tijdelijk om zijn installatie is geplaatst (Foto: Ad Lansink)

De organisatoren schrijven dat de Kreislauf 2 uitnodigt tot vertraging: wandelen langs het onverwachte, en het onbekende, een ontdekkingstocht waar toeval een bijzonder verband legt tussen kunst en omgeving. Maar toeval bestaat niet, legde kunstenaar Han Klinkhamer mij ooit uit. Na mijn bezoek aan zijn atelier maakte ik die woorden tot de mijne. Zo ook bij de wandeling rond Kranenburg om een voorproef te zien van Keeislauf 2. Ik had kunnen weten, dat Rob Verwer een van de deelnemende kunstenaars was, niet dat hij enkele dagen voor de opening nog met de opbouw van zijn installatie bezig zou zijn. De al dan niet toevallige ontmoeting leverde wel mooie herinneringen op, onder meer aan de Zonneboom van Andreas Hetfeld, ook een kinetisch en educatief kunstwerk. ‘Kinderen moeten hier toch blij van worden’, aldus Rob Verwer: ‘die draaiende fietswielen van en in een zonovergoten bloem’. 

Reuzedoek van Meg Merx boven het wandelpas langs de oude stadsgracht in Kranenburg; de vierkante onderdelen zijn goed zichtbaar (Foto Ad Lansink)

Kreislauf 2 in Kranenburg duurt van zondag 9 augustus tot zondag 8 november 2020. Museum Katharinenhof is geopend van woensdag tot en met zondag van 14 tot 17 uur. De wandeling langs de buitenkunstwerken kan elke dag en elk uur gemaakt worden, zelfs ‘s avonds, want het wandelpad is voorzien van lantaarns.

Door aanklikken van de blauwe tekst krijgt de kijker een korte video van Rob Verwer’s kunst te zien, met een jammergenoeg niet afgemaakte zin.

Veerbazen met mondkapjes

Verschillen in discipline tussen Nederland en Duitsland groter dan verwacht

Even een paar dagen buitengaats: dat moet toch kunnen, dacht ik bij het besluit om in Duitsland te bekijken of eenvoudige camperplaatsen – Stellplätze dus – voldoende ruimte boden om de ook bij de Oosterburen vastgelegde coronaregels in acht te nemen. Enkele weken geleden hadden we trouwens in Braubach (aan de Rijn, even onder Koblenz) al een campingbaas getroffen, die met een nieuwe indeling ongeveer hetzelfde aantal gasten een plaats aan het water kon bezorgen. Een om-en-om versmalling garandeerde iedere bezoeker voldoende ruimte om van dichtbij naar de redelijk drukke scheepvaart te kijken, zonder mondkapjes. Die veelbesproken, in Nederland nog steeds omstreden attributen waren wel nodig bij het bezoek aan de sanitaire ruimten. Bij het afwassen golden ook de regels, die in Duitsland al geruime tijd voor winkels van kracht zijn. Geen Duitser die daar moeite mee heeft. 

Camper in Braubach: de stenen markeren de staanplaatsen. De buren aan de linker en rechterzijde plaatsen hun camper of caravan dus aan de weg van de camping (Foto:Ad Lansink)

Dezelfde ervaring deden we, twee weken later, op in Billerbeck (Nord Rhein Westfalen) en Polle (Niedersachsen). Abdij Gerleve bij Billerbeck was alleen bij vooraanmelding te bezoeken, maar verder was alles open. Opvallend: op de terrassen droeg het bedienend personeel mondkapjes, de gasten niet. Iets soortgelijks zagen we in Polle, een kleine plaats aan de Weser, waar een veer aan rolkabels de verbinding vormt met de buurtschap Heitbrink en het dunbevolkte achterland. De goedgemutste veerbaas draagt – kennelijk zonder morren – een mondkapje, de passagiers (voetgangers, fietsers en automobilisten) niet. In de plaatselijke supermarkt is het beeld omgekeerd. De klanten dragen trouw de soms veelkleurige kapjes, maar het personeel niet. Gelukkig niet, zei een medewerker: het is veel te lastig om ons werk te doen.

Ans Lansink op het veer van Polle naar Heitbrink. Rechts veerbaas met mondkapje (Foto: Ad Lansink)
Veerbaas met mondkapje op het voetveer bij Heinsen (Foto: Ad Lansink)

Een dag later troffen we weer een aardige veerbaas met een mondkapje. Tijdens een wandeling naar het drie kilometer van Polle gelegen dorp Heinsen bleek, dat we ook daar de Weser konden oversteken, zij het met een alleen voor wandelaars en fietsers toegankelijk veer. Pas bij de overtocht bleek, dat we geen muntgeld bij ons hadden. Mondkapjes zijn gewoon in Duitsland maar pinapparaten (nog) niet. De uiterst vriendelijke veerbaas zette ons voor niks over. Voor een tegenprestatie – reinigen van het kraakschone dek – ontbrak de tijd. De veerbaas had het behoorlijk druk met het overzetten van fietsers. En wij moesten op tijd terug zijn bij Heitbrink voor de terugvaart naar Polle, waar we de volgende ochtend de overtocht alsnog konden betalen. Gastvrijheid kent geen grens, net zoals het alomtegenwoordige coronavirus.

Zicht op het dorp Heinsen langs de Weser. De bomenrij links markeert de weg naar het voetveer (Foto: Ad Lansink)

Intussen wekt de verhitte discussie over de inperking van de persoonlijke levenssfeer door de mondkapjesplicht evenzeer verbazing als de verminderde discipline, die in de afgelopen weken in Nederland manifest is geworden. De weerstand tegen mondkapjes, al dan niet gebaseerd op Grondwettelijke vrijheden en de bezwaren tegen de anderhalve-meter maatregel zijn een teken aan een onvermoede wand. Het wordt hoog tijd, dat de saamhorigheid van de eerste weken van de coronacrisis weer terugkomt, ook bij jongeren, die zich onaantastbaar wanen. De criticasters van het coronabeleid, die in de media volop ruimte kregen, moeten beseffen dat alleen een eensgezinde aanpak de Covid19-pandemie uit de wereld kan helpen.

Brutale phishing mail

Zelfs de Belastingdienst wordt misbruikt voor een nepbericht over teruggave

Het was een tijd rustig in de nepwereld van de phishing mails; serieus lijkende berichten, waarmee handige figuren argeloze lezers en kijkers naar een valse website lokken. Kostbare smartphones voor de prijs van slechts een Euro: dat was meestal de aanbieding, die nauwelijks weerstaan kon worden. Wie snel toehapte, merkte dagen of weken later, dat zijn (spaar(rekening was leeggeroofd of gedeeltelijk geplunderd. Vijf jaar geleden is mij dat overkomen, waarschijnlijk ook door een te snelle en dus slordige reactie op een lokbericht. Sinds die ervaring weet ik wat ik nooit en te nimmer (meer) moet doen: klikken op links in een onverwacht, aantrekkelijk niet herleidbaar email-bericht.

Kopie van Phishingmail 3 augustus 2010

De rust op het phishing-mail-front is verstoord door een geraffineerd, bijna echt bericht van de Belastingdienst, met de plotselinge mededeling dat ik een terugbetaling van €1670,50 tegemoet kan zien. Ik hoef alleen maar het rekeningnummer te verifiëren, om zeker te zijn van de overboeking van het niet onaardige bedrag. Vreemd is wel, dat de teruggave het belastingjaar 2020 betreft, een jaar, dat nog lang niet is afgesloten. Ook de vermelding van ‘Toeslagen’ bij Belastingdienst wekt bij voorbaat argwaan op. Die Afdeling is tegenwoordig vaak in het nieuws, maar speelt normaal gesproken geen rol wanneer teruggave van inkomsten- of omzetbelasting aan de orde is. Met de aanduiding van de mogelijkheid om via de Berichtenbox mededelingen van de Overheid op mobiel of tablet te ontvangen wordt de schijn van echtheid versterkt. Wat ik bij het vermoeden van phishingmail meteen doe, is het controleren van het mailadres van de afzender, in dit geval de Belastingdienst. De phishingmail maakt het deze keer wel erg gemakkelijk. Het antwoordadres is zelfs vermeld op het bericht. Ik meld hier de naam ambrose gevolgd door @ en daarna doxahomes.com. Die website verwijst overigens naar een Nigeriaans bedrijf. Een gewaarschuwd mens telt voor twee of meer. Vandaar dit bericht, geïllustreerd met de phishing-mail van de nep-Belastingdienst. Trap er niet in, en waarschuw anderen. Ook een melding bij de Fraudehelpdesk is uiterst zinvol.

Saamhorigheid troef

Bestrijding van Covid19 vergt eensgezindheid, geen betweterij

Houd een dagboek bij, zo raadde iemand mij aan, kort nadat premier Rutte op 13 maart de ‘intelligente lockdown’ had afgekondigd. Nederland zou evenals andere landen in Europa voor een groot deel op slot gaan. Afzien van handen schudden, niezen in de arm en regelmatig handen wassen waren onvoldoende gebleken. Anderhalve meter afstand werd de nieuwe norm, en thuiswerken bijna verplicht.  Bijeenkomsten werden verboden, onderwijsinstellingen gingen dicht, evenals de grenzen, ook al bleef een tocht naar Duitsland mogelijk. Een dagboek heb ik niet bijgehouden, weekoverzichten evenmin. Want in de directe omgeving gebeurde weinig, en buitenshuis begeven: dat mocht niet of nauwelijks. Desondanks zijn merkwaardig genoeg de voorjaarsmaanden van 2020 omgevlogen. Binnenshuis is gelukkig weinig veranderd, maar buiten het eigen domein wel, vooral daar waar Covid19 verderf heeft gezaaid.

Covid19 leverde overigens ook wel wat op; universaliteit, saamhorigheid, gemeenschapsgevoel, voorzichtigheid. En niet te vergeten innovatie. De leerkrachten wisten binnen de kortste keren hun leerlingen langs digitale weg te bereiken. Videoconferenties en webinars bleken een geslaagde vervanging van vergaderingen en congressen. De vraag was wel, hoe lang die positieve effecten en de vernieuwing van kommunicatie-kanalen stand zouden houden. Zou het woord samenleving in meer opzichten blijven gelden, voor jong en oud, voor arm en rijk, in Nederland, Europa en verder weg? De coronacrisis zou wel eens het begin van een ommekeer kunnen zijn, zo verwachtten de actieve transitiemannen en vrouwen van het Rotterdamse DRIFT. Of zou de aanvankelijk vrijwel eensgezinde gemeenschap toch weer uiteenvallen in groepen en individuen, met eigen ambities en agenda’s? Het antwoord is inmiddels duidelijk. Een echte ommekeer lijkt nu al uitgesloten. De komst van een tweede – hopelijk kleinere uitbraak – ligt meer voor de hand dan de omvorming van de samenleving naar rechtvaardiger en duurzamer snit. 

Het draagvlak voor het door het kabinet Rutte ingezette coronabeleid – wat traag op gang gekomen maar later in een behoorlijke versnelling gezet – was in de eerste maanden groot. Uit polls bleek, dat 80 tot 90 % van de bevolking de inzet van Mark Rutte en Hugo de Jonge wisten te waarderen. Het bedrijfsleven, dat open mocht blijven, paste zich goed aan en de noodzakelijke diensten – met op de eerste plaats de zorgverleners in zieken- en verpleeghuizen – spanden zich bovenmatig in om verder onheil te voorkomen. De wekelijkse persconferenties en de openbare briefings van de Tweede Kamer hielden de aandacht gevangen. Verpozing vond ik zelf in opruimactiviteiten, tuinwerkzaamheden en wandelingen op plaatsen waar het aantal bezoekers beperkt bleef, met als ultieme voorbeelden: de Bruuk bij Groesbeek, de Zelderse Driessen bij Ottersum en de Blauwe Kamer bij Wageningen. Al met al vloog de tijd om, ondanks of juist door de ergernis, die de betweterij van sommige hooggeleerde commentatoren en kwasi-deskundige BN-ers opriepen. Zij kregen in de media alle ruimte om het coronabeleid van het Kabinet en de Veiligheidsregio’s op de korrel te nemen. Dat zij daarmee het draagvlak voor de maatregelen ondermijn(d)en, was en is hen kennelijk een (andere) zorg.

Nu wil het toeval, dat twee van die hooggeleerde commentatoren hun domicilie hebben in Nijmegen aan de Radbouduniversiteit, waar universaliteit toch uitgangspunt is. Ik doel op Prof. Dr. Ira Helsloot, hoogleraar veiligheidsbeleid, die klaarblijkelijk het utiliteitsbeginsel hoog in zijn vaandel heeft gezet. De nuttige, voor de economie belangrijke levensjaren tellen voor Helsloot meer dan het beperkte aantal jaren, die ouderen nog te gaan en veelal ook te beleven hebben. En ik doel op Prof. Dr. René ten Bos, hoogleraar filosofie, die de individuele vrijheid van mensen hoger waardeert dan de gedeelde verantwoordelijkheid voor ieders welzijn, op welke leeftijd ook. Ira Helsloot haalde met zijn kritiek op Rutte en de Jonge diverse kranten (waaronder de Gelderlander), en mocht aanschuiven bij talkshows, die wel wat voelden voor tegendraadse geluiden. René ten Bos moest het hebben van Café Weltschmerz, waar van weerwoord nauwelijks sprake was. Anders liep het met zijn boek De coronastorm, dat door critici in NRC en Vrij Nederland terecht met de grond gelijk is gemaakt. Menno Lievers eindigt zijn kritiek in de NRC met de woorden: ‘Ten Bos staat zich erop voor, dat hij Denker de Vaderlands is geweest: zijn voorgangers en opvolgers trekken na lezing van dit boek een zak over hun hoofd’.

Een intelligente lockdown was aan René ten Bos niet besteed. In de ondertitel van De coronastorm: Hoe een virus ons verstand wegvaagde had de voormalige Denker des Vaderlands het woord ‘ons’ beter kunnen vervangen door ‘mijn’. Zijn boek is in meer opzichten een aanfluiting, niet alleen omdat hij de wetenschappelijke onderbouwing van het coronabeleid bagatelliseert en eigenlijk ontkent, maar ook omdat hij de maatregelen van Rutte en de Jonge fascistisch noemt. Hij munt op eigen – overigens grootsprakerige wijze – de term ‘coronafascisme’. Zijn stelling ‘het fascisme ‘zit in ons allemaal, omdat de angst in ons zit’ is een grove mistekening. Volgens Ten Bos zijn wij – een kwalijke veralgemenisering – in de greep van een fascistische manier van denken, nu ziektebestrijding belangrijker is dan behoud van fundamentele waarden en normen. Ten Bos vergeet dat de norm van de gedeelde verantwoordelijkheid is blijven gelden, net zoals de norm van de gerechtigheid. In Vrij Nederland schrijft Carel Peeters terecht: ‘De coronastorm, staat bol van grootspraak, verdraaiingen en zogenaamde bescheidenheid. Het virus maakt kennelijk ook het slechtste in de mens los’. Het is onbegrijpelijk, dat de man, die Denker des Vaderlands was, zo de weg van de redelijkheid kwijt heeft kunnen raken. Dat zijn boek in de NRC nog een van de vijf bolletjes scoorde, zegt genoeg.

Terug naar het begin: geen dag- of weekboek dus, en evenmin een evaluatie. Wel een op voorhand onvolledige terugblik in grove lijnen, met woorden en begrippen, die tijdens de periode van de virusuitbraak en bestrijding meer dan de gebruikelijke betekenis hebben gekregen. Saamhorigheid, maar later ook verdeeldheid. Communicatie maar later ook polarisatie. Duidelijkheid maar ook – en dat van het begin af – betweterij. Mijn ergernis over verdeeldheid, polarisatie en betweterij heb ik niet altijd weten te onderdrukken, vandaar mijn kanttekeningen bij de uitspraken van Helsloot en Ten Bos. Maar uiteindelijk wint de herinnering aan de verbondenheid en (redelijke) eensgezindheid, in woorden als burenhulp, buurtborrel en borrelplank. Herinnering ook aan goede persconferenties van Rutte en de Jonge, en niet te vergeten de onmisbare doventolken. De infectieradar kwam nog onvoldoende van de grond, het contactonderzoek ook. Het coronadashboard is een waardevolle bron van informatie, zolang een effectief vaccin, laat staan groepsimmuniteit uitblijven. Reisbeperkingen blijven overzien- en draagbaar, en de omstreden mondkapjes ook. Mijn trefwoorden blijven: voorzichtigheid, saamhorigheid en solidariteit, hoe moeilijk dat ook is.  

Zonneboom naar ROC

Kunstwerk van Andreas Hetfeld na acht jaar over van Stichting Zonneboom naar ROC-Technovium

Ongebruikstelling van de Zonneboom op 8 mei 2012 door wethouder Jan van der Meer en Ad Lansink, voorzitter van de Stichting Zonneboom

De Zonneboom, het grote en opvallende kinetisch kunstwerk van Andreas Hetfeld, is al acht jaar een vertrouwd beeld voor reizigers – te voet, op de fiets, in de auto of met de trein – die het ROC Technovium bezoeken of via de Heyendaalseweg naar het centrum van Nijmegen gaan. De indrukwekkende kroon met de negen en zestig zonnepanelen torent weliswaar niet uit boven de gebouwen ter linker en rechterzijde, het majestueuze complex van de SSH& en het supermoderne gebouw van het ROC Technovium. Maar de ranke steel en de artificiële bloem, die afhankelijk van de zon van oost naar west beweegt, maken de schepping van Andreas Hetfeld tot een binnenstedelijk landmark. De ruim dertien meter macrosculptuur is een teken van duurzaamheid, en tegelijk een educatief project, dat in 2012 ook om die reden bij het Technovium geplaatst werd.

Installatie The Making off The Solartree door Andreas Hetfeld (2011): mixed media op karton, ingelijst (in beset van Ad Lansink)

De Zonneboom was een bijzonder onderdeel van Zoek de zonzij, een plan van aanpak ter bevordering van zonne-energie. Het Zonnekrachtteam had in 2008 op verzoek van de gemeente Nijmegen dat plan gepubliceerd. Wethouder Jan van der Meer vroeg destijds naast suggesties voor allerlei projecten ook om ideeën voor een ‘zonne-icoon’ om in de openbare ruimte de aandacht te vestigen op de potenties van de zon. Ik vroeg als voorzitter van het team in 2007 kunstenaar Andreas Hetfeld een voorontwerp te maken. Zelf dacht ik aan een zonneboot, en later aan een zonneboom met gebladerte van zonnepanelen De kunstenaar trok zijn eigen plan, gebaseerd op een zonnebloem. Na rijp beraad viel de keuze op een combinatie van bloem en boom. De Zonneboom heeft echte wortels maar de kroon verbeeldt een zonnebloem, die de zon volgt.

Ondertekening van de Vaststellingsovereenkomst door Peter van Mulkom (ROC), Cees Stunnenberg (SSH&) en Ad Lansink (Stichting Zonneboom) Op tafel van gastheer en Technovium-directeur Folkert Potzeligt het boek over de Zonneboom. De nog resterende boeken zijn met de Zonneboom overgedragen aan het ROC-Tecnovium (Foto: Andreas Hetfeld)

De bouw van de Zonneboom was een kostbare aangelegenheid. De Gemeente Nijmegen wilde wel een bijdrage verlenen, op voorwaarde dat het Zonnekrachtteam in het bedrijfsleven sponsoren zou gaan zoeken. De oprichting van de Stichting Zonneboom was noodzakelijk, omdat het stadsbestuur om begrijpelijke redenen – waaronder precedentwerking – niet als opdrachtgever en eigenaar wilde optreden. De bedoeling was, dat de stichting ca vijf jaar zou bestaan, van 2009 tot 2015, dus tot drie jaar na de onthulling van de Zonneboom in 2012. Die tijd leek aanvankelijk ruim voldoende om te zoeken naar een definitieve eigenaar. Die schatting bleek te optimistisch. Pas op 26 oktober 2019 kon de Zonneboom officieel aan het ROC worden overgedragen. Het ROC Technonovium was de meest voor de hand liggende eigenaar gelet op de educatieve functie van het project en de besturing van de installatie, die ondergebracht is in de kelder van het ROC Technovium.

Statieportret na de overdracht van de Zonneboom aan het ROC-Nijmegen. Van links naar rechts; Andreas Hetfeld, Folkert Potze, Ad Lansink, Peter van Mulkom en Cees Stunnenberg (Foto: een voorbijganger)

De vertraging in de overdracht had louter zakelijke achtergronden. Het kunstwerk staat op grond van de SSH&, met een onbeperkt recht van opstal, terwijl het bestuur van het ROC-Nijmegen ook tijd nodig had om de consequenties van het eigenaarschap goed te kunnen overzien. Overigens was de directie van het ROC Technovium steeds enthousiast over de inlijving van de Zonneboom. De wisseling van het bestuursvoorzitterschap van het ROC zorgde ook voor enig uitstel. Dat was geen probleem voor het bestuur van de Stichting Zonneboom, omdat voldoende middelen in kas waren om het reguliere onderhoud van het kunstwerk – uitgevoerd door bouwer Willems uit Boven Leeuwen – onder toezicht van Andreas Hetfeld te betalen. Maar als gezegd: op 26 oktober 2019 was het dan zover: de ondertekening van de door notaris Klaas Albert Veerbeek Vaststellingsovereenkomst, waarmee het ROC het eigendom en onderhoud van de Zonneboom bevestigde. De Stichting Zonneboom is na overdracht van de nog aanwezige middelen per 1 april 2020 opgeheven: het eindpunt van een lang traject, dat secretaris Frits Ogg, penningmeester John Schermer en voorzitter Ad Lansink hoofdbrekens heeft gekost maar zegeningen gebracht, in eendrachtige samenwerking met kunstenaar Andreas Hetfeld, die intussen diverse andere spraakmakende kunstwerken heeft gerealiseerd.

Het Gezicht van Nijmegen door Andreas Hetfeld, aan de Spiegelwaal bij Veur-Lent, nu al een trekpleister van allure (Foto: Ad Lansink)

Een van die kunstwerken, en wellicht een van de meest indrukwekkende, is Andreas Hetfeld’s Het Gezicht van Nijmegen, dat midden in de tijd van Covid19 en intelligente lockdown geplaatst is op de oever van de Spiegelwaal in Veur-Lent, vlak bij Fort Knodsenburg. Anders dan de toekomstgerichte Zonneboom herinnert Het Gezicht van Nijmegen aan een ver verleden, toen Romeinse legers in en om Nijmegen hun kampen opsloegen. Het beeldhouwwerk – een met veel kunde en passie tot stand gekomen installatie – is een sterk vergrote en voor bezoekers en kijkers aangepaste vertaling van het Romeinse masker, dat jaren geleden in de Waal bij Nijmegen is gevonden. Het kostbare pronkstuk maakt deel uit van de archeologische collectie van Museum Het Valkhof. Daar wordt vanaf 21 juni 2020 in ‘the making of’ expositie de totstandkoming van het reusachtige masker toegelichtaan de hand van ontwerpschetsen, technisch onderzoeksmateriaal, maquettes en sprekende beelden van fotograaf Paul Breuker en filmteam ‘Nijmegen blijft in beeld’.

Aparte gewaarwording

Een ogenblik terug naar de zestiger jaren dankzij een Italiaans biotechnologisch platform

Gewaarwording is een zelden gebruikt, ook ouderwets woord voor een vreemde gebeurtenis of onverwachte waarneming. Welnu, een recent emailbericht met een rechtstreekse verwijzing naar LinkedIn was een plotselinge gewaarwording, die mij herinnerde aan lang vervlogen tijden. Het was begin jaren zestig, toen ik in de verste verte niet kon bevroeden ooit in de landelijke politiek terecht te zullen komen. Het was de tijd van fundamenteel en later toegepast wetenschappelijk onderzoek aan de (toen nog) Katholieke Universiteit. Mijn afstudeeronderwerp – fysisch-chemisch structuuronderzoek aan ribosomen uit bakkersgist – had ik uit Utrecht meegenomen naar Nijmegen, waar wel plaats was voor een pas afgestudeerde chemicus. Professor Dr. Gerard van Os – mijn latere promotor – was zelfs bereid bij Beckmann in München een kostbare Spinco-ultracentrifuge te bestellen. In 1964 promoveerde ik, na een kleine vijf jaar onderzoek op het Laboratorium voor Fysische Chemie aan de gloednieuwe Faculteit van Wiskunde en Natuurwetenschappen.

Titel van het proefschrift

Het verrassende bericht dat mij onlangs bereikte, luidde aldus: 

Hi Ad: My name is Paola and I work for IMMAGINA Biotechnology, a company focused on ribosomes. We recently develop of new tool for the analysis of translated or ribosome-associated ncRNAs (AHARIBO kit). I invite you to accept my invitation to learn more! 

Meer te weten komen, dat wilde ik natuurlijk wel, niet zozeer wie Paola is, wel waarom die onbekende vrouw mij op het spoor was gekomen. De verwijzing naar de website met een intrigerende naam bevatte de sleutel: www.immaginabiotech.com. De term ‘biotech’ komt immers bekend voor. Maar ‘immagina’ gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Paola schreef, dat haar onderneming zich bezighoudt met ribosomen. De in Trento (Italie) gevestigde biotechnologische onderneming noemt zich The Ribosome Company. Voor wie vraagt wat ribosomen zijn: dat zijn macromoleculaire verbindingen van eiwitten en ribonucleinezuren, die in het cytoplasma van levende cellen een rol spelen bij de eiwitsynthese. Ik isoleerde destijds de ribosomen door bakkersgist in een mortier fijn te wrijven met carborundum. Met ultracentrifuges scheidde ik de voor het onderzoek nodige preparaten. The Ribosome Company is een platform voor ribosoomtechnologie, dat wetenschappers informatie verschaft over therapeutische strategieën bij kanker en aangeboren aandoeningen. Verder ontwerpt, produceert en levert het bedrijf onderzoeksinstrumenten voor de analyse van genexpressie op ribosomaal niveau.

Electronenmicroscopis beeld van ribosomen uit bakkersgist (Foto: Ad Stadhouders, Laboratorium voor Electronenmicroscopie, Medische Faculteit, Katholieke Universiteit, Nijmegen (1963)

Waarom mijn bijzondere gewaarwording? Welnu; omdat ik me na de verdediging van mijn proefschrift over Yeast Ribosomes and Magnesium Ions in 1964 niet meer met die uiterst kleine celdeeltjes heb bemoeid. In mijn dissertatie had ik aangetoond, dat magnesiumionen functioneel zijn voor de structuur van ribosomen, Door mijn overstap naar de Afdeling Pathologie van het Radboudziekenhuis ging ik me toeleggen op onderzoek van weefsel, sera en hersenvloeistoffen. Ribosomen raakten buiten beeld, de wetenschappelijke literatuur over RNA en DNA ook. Dat ik ruim zestig jaar na mijn onderzoek naar de fysisch-chemische eigenschappen van ribosomen herinnerd wordt aan het begin van mijn wetenschappelijke loopbaan was een ongedachte verrassing. Mijn proefschrift is kennelijk niet overal bij het oud-papier terecht gekomen. Een recente Google-zoekopdracht met de koppeling van mijn naam aan ribosomen leverde diverse vindplaatsen op, inclusief het volledige pdf-bestand van mijn proefschrift. Mijn onderzoek naar de structuur van ribosomen is dus niet voor niets geweest. Dat de opgedane wetenschappelijke bagage ook van betekenis is voor het werk van een politicus, heb ik later kunnen aantonen, uiteraard in gepaste bescheidenheid.

Vindplaats van ‘Yeast Ribosomes and Magnesium Ons’, mijn dissertatie, beschikbaar via Open Access
Overbruggen van kloof tussen wetenschap en samenleving: Toespraak van Ad Lansink bij de ontvangst van de ISWA Publication Award 2018 in Kuala Lumpur (Foto: Sophie van Kempen)

De wetenschappelijke vorming kwam vooral van pas bij onderwerpen in het domein van de beta-wetenschappen: milieubeheer en energiepolitiek maar ook volksgezondheid met als voorbeelden: orgaantransplantatie, ziektebestrijding en farmacie. Wetenschapsbeleid in meer algemene zin is natuurlijk ook een thema, waar kennis van en inzicht in wetenschap en technologie van betekenis zijn. Dat geldt temeer, omdat de afstand tussen wetenschap en samenleving vaak te groot is. De recente uitbraak van Covid19 maakt dat evenzeer duidelijk als de verdeelde opvattingen over klimaatbeleid. Kennisbronnen zijn vaak niet goed toegankelijk voor het grote publiek. De noodzaak van een transparant tweerichting-verkeer tussen wetenschap en maatschappij vraagt om spelers, die het ongelijke speelveld van wetenschap en samenleving kennen. Wetenschapsjournalisten kunnen een brug slaan. Of ook politici de kloof tussen wetenschap en maatschappij kunnen dichten, valt te bezien. Op 7 december 2004 mocht ik op een internationaal symposium te Amsterdam die moeilijke vraag beantwoorden. Ik concludeerde toen, dat een stevige rol van politici moeilijk is door de versnippering van het politieke landschap en door de te grote nadruk op korte termijn vraagstukken. Politici kunnen de (extra?) functie van mediator op zich nemen wanneer hun visie op lange termijn de incidentele aanpak overvleugelt. Denken, werken en spreken zonder vooroordelen blijft mijn aanbeveling voor de politici van vandaag en morgen.

Panta Rhei

Ofwel een bijzondere regenton als herinnering aan een rustige verjaardag onder het corona-regiem

Een jaar ouder worden onder het Corona-regiem, dat werd dus geen uitbundige (herinnering aan) persoonlijke D-day, maar een ingetogen thuisviering. De overigens trouwe familieleden wonen ver weg, en samenscholingen worden ondanks de versoepeling nog steeds ontraden, of sterker nog verboden. Toch was het gebak niet tevergeefs ingeslagen. Enkele vrienden uit Nijmegen – Cobie met Robert en Sophie met Klaas – maakten de 6e juni van 2020 toch nog tot een bijzondere verjaardag. Na bijna drie maanden zonder enig bezoek viel er veel bij te praten over de achteraf toch snel verlopen intelligente lockdown, over even terechte als risicovolle anti-racisme-demonstraties, over allerlei gecancelde bijeenkomsten waaronder de kerksluitingen, over diverse gebeurtenissen in eigen kring en over de verwachtingen voor een nog onzekere toekomst. Herinneringen, ervaringen en ideeën delen met vrienden, dat blijft de moeite waard.

Regenton (Ontwerp: Guido de Vries) op regenrijke plaats bij de zijmuur waar het water van het dak voor voldoende vulling zorgt

De eerdergenoemde onderwerpen kwamen ook aan bod op de avond voor D-day tijdens een onverwacht maar niet toevallig samenzijn in het Petrus Canisiushuis van de Jezuïeten aan de Graafseweg in Nijmegen. Eduard Kimman SJ had de leden van het locatiebestuur van de Petrus Canisiuskerk uitgenodigd om de eerste week na de gedeeltelijke openstelling van de kerk bijeen te komen voor een evaluatie. Hoewel de korte gebedsvieringen om kwart over twaalf werden gewaardeerd, bleef het aantal kerkgangers beperkt. Maar Eduard Kimman had nog een aanleiding om ook de partners van de bestuursleden uit te nodigen voor een bescheiden wijn- en kaasparty: zijn officiële benoeming tot pastoor van de Sint Stephanus-parochie, waarin sinds enkele jaren een zestal oude Nijmeegse parochies zijn verenigd. Na het afscheid van Pastoor Cyrus van Vugt was hulpbisschop Mgr Rob Mutsaers tijdelijk administrator. Zijn onverwachte vertrek maakte plotseling de benoeming van Eduard Kimman mogelijk.

Sophie en Klaas bewijzen de lengte van het verjaardagsgeschenk: anderhalve meter

De genoeglijke bijeenkomst in lhet Canisiushuis en de boeiende verhalen en discussies – ook over de vergrijzing van de kerkgemeenschap – bleken een mooie opmaat voor wat ik toch een bijzondere verjaardag durf te noemen. Ik doel niet zozeer op het getal 86, wel op de kenmKerken van een stille viering in corona-tijd. Geen omhelzing of knuffels, zelfs geen eenvoudige handenschudderij maar Japanse buigingen om de jarige gastheer te feliciteren met het bereiken van wat langzamerhand een forse mijlpaal wordt. Ga maar na: geboren op 6 juni 1934. Ik hoor de fysiotherapeut bij de eerste revalidatie training op Dekkerswald na mijn open-hart-operatie in 2017 nog vragen: hebt u zich niet u vergist bij het invullen van uw geboortejaar: dat moet toch 1944 zijn. Sophie maakte het – bij wijze van grap – nog bonter. Op het verjaarsgeschenk had zij het over de 68-jarigen: een bewuste typefout dus, waarschijnlijk om de jarige gastheer en zijn echtgenote een hart onder de riem te steken.

Toelichting bij het verjaardag geschenk voor de 68=jarige Ad & Ans, met een fotocollage uit De Bruuk bij Groesbeek
Jarige Ad en bijna jarige Ans weten dankzij de kraan waarmee zij verrast worden: een regenton

Sophie en Klaas hadden hun komst tevoren aangekondigd. De deurbel was dus geen verrassing, maar de aanblik van het tweetal wel. Zij bleven uiteraard op anderhalve meter staan, naast een ook anderhalf meter hoge, slanke geschenkverpakking. Klaas sleepte het gevaarte naar binnen, waar na wat snij- en knipwerk een lange grijze doos met een zwarte kraan tevoorschijn kwam. Een kleurrijk etiket op A4-formaat leerde, dat het cadeau een dubbele bestemming had: voor Ad en Ans, die in 1934 kort na elkaar geboren waren, zij het wel op ruime afstand van elkaar in Arnhem en Hilversum. Sophie herinnerde zich wellicht het ‘Allemachtig, allebei tachtig in 2014.

Is dit de juiste plaats? Nee, want het balkon levert te weinig regenwater op.

Maar dat terzijde. Het gezamenlijke cadeau voor 6 juni en 21 juli was letterlijk en figuurlijk een grote verrassing. De strakke, langwerpige regenton is gemaakt van recyclaat: dus meer dan een knipoog naar het circulaire gebruik van hemelwater. De regenton is ontworpen en gemaakt door kunstenaar Guido de Vries. Vorm en kleur passen mooi bij het huis – zie de eerste afbeelding – en de wat dikkere regenpijp. De lengte van de regenton – toevallig (?) anderhalve meter is een blijvende herinnering aan de corona-tijd.

Stromende regens lijken zeldzamer te worden. Toch hoop ik, dat de regenton op gezette tijden vol raakt, niet alleen om te besparen op de waterrekening maar ook om een kleine bijdrage te leveren aan de veelbesproken circulariteit. Stromend water brengt mij bij ‘Panta Rhei’: het geliefde aforisme van de Griekse filosoof Heraclitus (ca.530-475 v. Chr), die in twee woorden – alles stroomt – duidelijk wilde maken, dat alles op de wereld steeds in beweging is. De samenleving en de natuur veranderen voortdurend, ook wanneer de zucht naar behoud wint van het verlangen naar vernieuwing. Alles beweegt, ook de tijden, en met de tijden de mensen. Het is in de tijd van de corona-hectiek een hopelijk geruststellende gedachte, zelfs in een verdeelde samenleving. Ik hoef de moderne regenton overigens niet Panta Rhei te noemen om de herinnering aan een bijzondere verjaardag levend te houden. Daar zorgt het hemelwater wel voor.

De openheid van ‘open access’

Herinneringen aan 1964 bij de recente column van Hieke  Huikstra in Trouw over het verdienmodel van wetenschappelijke uitgevers

Hieke Huistra: Dat het nog bestaat, zo’n absurd systeem
Trouw, 23 mei 2020

Onder gewone omstandigheden zou de column van Hieke Huistra in Trouw niet zijn opgevallen. Een twitterbericht met de prikkelende vraag ‘Je mond houden als je niks te zeggen hebt: hoe kan het toch dat zo weinig wetenschappers daar de moed voor hebben?’ was een voldoende aansporing om een van de laatste pagina’s van ‘De Verdieping’ op te zoeken. De waarschijnlijk retorische vraag is de slotzin van een boeiende beschouwing over de publicatiedrift van veel wetenschappers en – in strijd met de gewenste toegankelijkheid – de door uitgevers opgerichte betaalmuren. Aanleiding voor de column is de deal, die de Nederlandse universiteiten hebben gesloten met Elsevier. In ruil voor tachtig miljoen Euro mogen de Nederlandse wetenschappers vijf jaar lang alle publicaties gratis lezen. Er komt een dag, aldus Hieke Huistra, waarop universiteiten geen zin meer hebben om heel veel geld te betalen voor toegang tot onderzoekresultaten, die op kosten van diezelfde universiteiten tot stand zijn gekomen.

De schrijfster ziet de publicatiedrift van wetenschappers als werkelijke kwaal, zonder op de oorzaken van die overproductie in te gaan. Ik doel op de grote betekenis, die aan citatie-indices wordt toegedicht en aan de noodzaak om externe subsidies voor onderzoekprojecten binnen te hengelen. Een ander in de column niet bericht aspect betreft de externe toetsing van publicaties. De wetenschappelijke tijdschriften kennen een doorwrocht systeem van onafhankelijk ‘peer reviews’: systematische controle en beoordeling van de voor publicatie aangeboden bijdragen en artikelen. Publicatie van onderzoekresultaten in een wetenschappelijk tijdschrift betekent dus een stempel van goedkeuring. De instandhouding van het systeem van ‘peer reviews’ vergt financiële middelen, die door de uitgevers moeten worden opgebracht via de relatief hoge abonnementskosten.

Hieke Huistra (1982) was nog niet geboren, toen ik de systematiek van de wetenschappelijke uitgevers aan de orde stelde. Dat gebeurde in 1964, om precies te zijn op 7 juli bij mijn promotie aan de (toen nog) Katholieke Universiteit in Nijmegen. Aan de stellingen had ik, zoals gebruikelijk was, tot lering en vermaak enkele ‘beweringen’ buiten het domein van mijn proefschrift toegevoegd.  Stelling X over de voorkeur voor hypothetisch deductieve onderzoekmethoden was bedoeld voor een discussie met Dries van Melsen, de hoogleraar filosofie, die ik al in Utrecht als oud-Veritijn en mentor van natuurfilosofisch dispuut ‘De Pyramide’ had leren kennen en bewonderen. Toen Drie van Melsen van de rector het woord kreeg, vroeg hij mij niet stelling X maar stelling XI voor te lezen, en daarbij uitgevers te vervangen door schoenlappers. Even schrok ik, om te vervolgen met ‘Schoenlappers zijn zich niet altijd bewust van hun verantwoordelijkheid bij de reparatie van schoenen en laarzen’. Dries van Melsen kon nog net zeggen: Juist, open deur, voordat de pedel na het openen van de deur uitriep: Hora Est.

In een jaarverslag had de directie van Elsevier onomwonden verklaard, dat in een tijd van recessie aandeelhouders zich geen zorgen hoefden te maken. Wetenschappelijke uitgaven waren door de jaren heen een zekere en goede bron van inkomsten, ook wanneer de economie wat tegenzat. Ik vond toen al, dat de tijdschriften waar ik veel kennis aan ontleende – ik herinner me vooral Biophysica et Biochimica Aca – voor jonge onderzoekers onbetaalbaar waren. Bibliothecaire verzamelingen hadden geld genoeg, dacht ik, maar nieuwsgierige onderzoekers niet. De stelling was overigens even provocatief als naief. Dries van Melsen had met zijn ‘open deur’ grotendeels gelijk. Toen ik jaren later Pierre Vinken, eerst als directeur van Excerpta Media, later als topman van Elsevier tegenkwam was ik mijn stelling ook vergeten. Dat ik nu met enig plezier herinneringen ophaal aan 1964, is te danken aan Hieke Huikstra. ‘Het systeem is zo absurd dat niemand begrijpt dat het nog bestaat’, aldus de wetenschppelijke columniste, die ik grotendeels ondersteun in haar kritiek. Hoe open is ‘open access’? Die terechte vraag blijft ook open. 

 

Hoop doet leven

Beelden en woorden uit Groesbeek, Mook, Kekerdom en Nijmegen: een kleurrijke Paasgroet bij een ongedacht  Pasen 2020

Een groep bosanemonen in de blauwgraslanden van De Bruuk bij Groesbeek

Zou 2020 een bijzonder jaar worden, zo vroeg menigeen zich af, die tijdens Oudjaar 2019 aan de ritmische cijfercombinatie een magische betekenis toekende. Twintig-twintig: die twee ronde getallen zouden toch een nieuw begin kunnen inluiden, ook al was het nietige Covid19 al voor de jaarwisseling gesignaleerd. Welnu: de hele wereld weet wel beter, nu het coronavirus vrijwel iedereen belaagt. Sinds de uitbraak in het Chinese Wuhan heeft Covid19 wereldwijd verdriet en verderf gezaaid. Miljoenen mensen zijn besmet geraakt en vele duizenden mensen gestorven aan een ziekte, die slechts moeizaam bestreden kan worden. Pasen 2020 zou – zoals elk jaar – het feest van de wederopstanding moeten zijn. Maar Pasen 2020 is anders. Lockdown – al dan niet intelligent – is nu het trefwoord. De wederopstanding is onzeker, en wellicht veraf.

Jongeren op de trappen bij de haven en kerk van Mook

Pasen 2020: geen tochten over de grens bij Wyler naar een Witte Donderdag in Kevelaer, een Goede Vrijdag in de Sankt Petrus und Pauluskirche in Kranenburg of een Paaswake in de Sankt Nicolaikirche in Kalkar of de Sankt Viktorsdom in Xanten, de beroemde kerk met fraaie kloostergang, waar na de Paaswake de gasten onthaald worden op witte wijn. Geen traditionele paasvuren op de heen- en terugweg door het boeiende land van Niederrhein. Maar ook geen feestelijke Paasmis in de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk, waar de parochianen en andere bezoekers hun Molenstraatskerk niet kunnen bewonderen na de omvangrijke schilderklus. De wederopstanding van Pasen 2020 moet gevierd worden in eigen huis, tuin en buurt, waar afstand houden intussen even gewoon is geworden als ademhalen. Vrijwel alles went, ook al werkt onzekerheid beklemmend

Veerkracht: Rietpluimen in De Bruuk bij Groesbeek

Pasen 2020 is ook het signaal van de veerkracht van een samenleving in nood. Het is een vreemde paradox: lichamelijk afstand houden en toch geestelijk afstand verkleinen of overbruggen in ongekende saamhorigheid. Die onderlinge betrokkenheid wordt breed gedeeld, en gelukkig ook op talloze plaatsen op allerlei manieren in praktijk gebracht. De ongemakkelijke maatregelen en dringende adviezen van de overheid worden goeddeels zonder mokken aanvaard. De boodschappen van geestelijke en politieke leiders worden in veelal ter harte genomen, ondanks weerwoorden en opvattingen van dwarsliggers en doemdenkers. Dat de toekomst onzeker is, staat vast. Hoe lang die onzekerheid gaat duren weet niemand. Daarom moet hoop op een nieuwe toekomst levend blijven. Paus Franciscus vroeg tijdens de Paaswake in een lege Sint Pieter terecht aan gelovigen en ongelovigen zaadjes van hoop te planten met een kleine daad van zorg, liefde of gebed.

Eenzaamheid – Beeld (1973) van Oscar Goedhart langs de Maas bij Mook

Pater Eduard Kimman S.J., ordegenoot van Paus Franciscus, kon evenmin voorgaan in de Paasvieringen als al die andere priesters en voorgangers, die op last van bisschoppen en synodes hun kerken nu al vier weken gesloten houden. De pastoor van de Petrus Canisiuskerk zond daarom een palmtakje aan de parochianen en vrienden van de Molenstraatskerk, plus een ‘pastorale’ brief, die in meer zichten de moeite waard is: inhoud, vorm, inspirerend en nog meer. Ik ontleen aan die mooie Paasbrief: Wat de overheid ons zegt te doen, had een geestelijk leider ook kunnen zeggen: zit stil, blijf rustig, en wacht. Dat geldt voor de vastentijd, de woestijntijd, de tijd zonder drukte of franje. Het is ook het parool, dat Jesus op Pasen de apostelen meegeeft: wacht af, bidt er komt een Helper.

Kerk van Kekerdom – 8 april 2020

Eduard Kimman besluit zijn ‘Gedachte bij Pasen 2020’: En dan: op Paasmorgen, doe vroeg het raam open, of loop even naar buiten, waar het nog fris en stil is. Luister naar de vogels. Zij vertellen ons wat de klokken dit jaar niet doen. Hij is verrezen, in ons stille hart. Dat naar buiten lopen, kan verruimd worden naar plaatsen waar de rust voelbaar en de hoop tastbaar is. In de Paasweek was voor mij het natuurgebied De Bruuk, achter Groesbeek, ‘the place to be’. Maar ook de mooie oever langs de Maas bij Mook, waar mensen afstand hielden en toch elkaar ontmoetten, op de trappen bij de kerk en de haven, of – opvallend genoeg – bij het beeld ‘Eenzaamheid’ (1973) van Oscar Goedhart. Buiten: dat waren ook de uiterwaarden bij Kekerdom waar een ooievaar het nieuwe leven symboliseert, net zoals de bloeiende bosanemonen in De Bruuk. Dus toch een wederopstanding: een Paasgroet met geloof, hoop en ook liefde.

Bosanemonen in De Bruuk bij Groesbeek (Alle foto’s: Ad Lansink)

Zwerfpuin

Waar boomspiegels al niet goed voor zijn

Boomspiegel met zwerfpuin (Foto: Jean Op Heij)

Nu binnenblijven het terechte parool is, rest de tuin als een plaats waar het goed toeven en werken is, vooral nu de zon zich van zijn beste kant laat zien. Bomen, planten en gras krijgen meer aandacht, net zoals de directe omgeving: stoep, straat en niet te vergeten de bomenspiegels van de acacia’s, die al meer dan een halve eeuw de Willem Schiffstraat in Nijmegen-Oost sieren. En eigenlijk ook plagen, want de stevige wortels van de ‘woeste’ acacia’s drukken de stoeptegels op sommige plaatsen zo omhoog, dat een onverwachte struikelpartij niet valt uit te sluiten. De receptioniste van de Nijmeegse ‘Bel en Herstel-lijn’ meldde mij een half jaar geleden, dat de straat in het volgende onderhoudsplan zou worden meegenomen. Maar het jaar noemde ze niet.

Omhooggedrukte tegels (Foto: Ad Lansink)

Toen ik een paar dagen geleden in de dichtstbijzijnde boomspiegel ander zand ontdekte, geelwit van kleur en hier en daar wat grint, vroeg ik me af of de Bel en Herstel-mannen bezig waren geweest. Zouden zij het overtollige scherpe zand in de boomspiegel geveegd hebben, zonder dat wij thuisblijvers iets gemerkt hadden? De omhoog gedrukte stoeptegels leerden, dat van enig onderhoud geen sprake was geweest. Het vreemde puin moest dus ergens anders vandaan komen. Een kleine wandeling bracht aan het licht, dat meer boomspiegels waren gevuld met wat ik nu maar zwerfpuin noem: elders vrijgekomen materiaal, dat op dubieuze wijze een zwervend bestaan is opgedrongen.

Ook bij voetpad langs HAN is zwerfpuin gestort (Foto: Ad Lansink)

Een goede buur is beter dan een verre vriend, vooral wanneer je – zoals al onze naaste buren de afgelopen weken nog eens benadrukten – in een fijne straat woont. Zij doelden op de onderlinge betrokkenheid in de eerste lus van de straat, die niet voor niets de naam van een beroemde Nijmeegse zilversmid draagt. De meeste buren hebben overigens geen acacia voor de deur en evenmin een boomspiegel, de overburen wel. Laten zij nou bij toeval een mystery guest ontdekken, die uit zijn fraaie kruiwagen minder mooi zwerfpuin in de boomspiegels kiepert. Niet alle acacia’s krijgen deze twijfelachtige voeding toegediend. De kruiwagen-man kijkt kennelijk wel of er genoeg ruimte is voor wat een vreemde, zo niet illegale activiteit is.

Zwerfpuin rond acacia (Foto: Jean Op Heij)

Pleegde de mystery guest een heterdaadje? Werd hij betrapt op een strafbaar feit? Het antwoord is: ja en nee. Hij werd betrapt, maar een strafbaar feit: dat is misschien te zwaar uitgedrukt. Ik houd het op laakbaar gedrag. Een bekering, zelfs zonder boetedoening, is mogelijk. Het spreekwoord van de goede buur en verre vriend moet – voorlopig, dat wel – tweemaal omgekeerd worden. De mystery guest is een verre buur, maar waarschijnlijk geen goede vriend. Want het deponeren van eigen afval in de openbare ruimte is even verkeerd als het verdunnen van de vruchtbare grond met wellicht schadelijke bouwstoffen. Ik zie liever wat groen onkruid – dat trouwens af en toe door Dar-mannen wordt weggehaald – dan het scherpe zand, dat het zicht op de miniplantsoentjes ontneemt.

Het karwei is geklaard: De mystery guest op de terugweg (Foto: Jean Op Heij. Bewerking: Ad Lansink)

Het wachten is dus op een bekering van de anonieme mystery guest van de Willem Schiffstraat. Wat mij betreft mag hij onbekend blijven en in alle stilte het zwerfpuin verwijderen. Een tweede leven van bouw- en sloopafval is beter dan gebruik als een onvruchtbare bodembedekker. Wie de kruiwagen herkent, hoeft de naam ook niet bekend te maken. Het wachten is intussen ook op de mannen van de Bel en Herstellijn. Dat moet natuurlijk niet te lang duren. De gemeente Nijmegen wil toch niet op haar geweten hebben, dat iemand struikelt over de omhoog gedrukte stoeptegels. Een beroep op het instrument van de wettelijke aansprakelijkheid gaat vaak in de papieren lopen, letterlijk en figuurlijk.  Gewaarschuwde bestuurders tellen voor twee, ook in Nijmegen.