Bruukse bloemenrijkdom

Een tussentijdse zoektocht naar de reden van graafactiviteiten bij De Bruuk leverde naast inzicht in de zandverplaatsingen ook een verrassende zicht op de bloemenrijkdom na een warm en vochtig voorjaar

Akkerdistels in De Bruuk

Het moerasgebied De Bruuk – onderwerp van eerdere blogs – is een fraai voorbeeld van een maden- of medenlandschap: de kleinschalige afwisseling van natte graslanden, struwelen, houtwallen en broekbossen. Volgens de Gelderlander behoort De Bruuk tot de top drie van de botanisch rijkste natuurterreinen van Noordwest Europa, omdat op één vierkante kilometer tientallen plantensoorten voorkomen. De Provincie Gelderland beseft dat ook, getuige de forse miljoenenoperatie om het tegen de Duitse grens gelegen Groesbeekse reservaat toekomstbestendig te maken. Met de in 2018 door de Provincie Gelderland geëntameerde activiteiten is in 2020 een begin gemaakt. Vanuit de Horst op weg naar De Bruuk zijn de werkzaamheden, die eind 2021 afgerond zijn, goed zichtbaar.

Realisering van de Ashorstersloot. Zicht vanaf de Plakseweg (Foto: Ad Lansink)

Het waterbeheer in de naaste omgeving van De Bruuk speelt een belangrijke rol bij het op peil houden van de waterstand en het relatief kleine natuurreservaat. In 2020 zijn de watergangen in De Bruuk van nieuwe leemlagen voorzien. In 2021 is de Ashorstersloot aan de beurt. Aan de hand van het provinciaal inpassingsplan Ashorstersloot wordt tussen Horst en De Bruuk een nieuwe watergang aangelegd: een van de ecologische herstelmaatregelen om de nadelige effecten van stikstof op dit Natura 2000-gebied te verminderen. Door de aanleg van de watergang, verder weg gelegen van het natuurgebied De Bruuk, kan de waterhuishouding in het natuurgebied zich herstellen.

Inpassingsplan Ashostersloot (Bron: Provincie Gelderland)

Vanaf de Plakseweg, even buiten het dorp De Horst, is goed te zien hoe graafmachines het landschap bij De Bruuk een ander uiterlijk geven. Er worden nieuwe watergangen gegraven, oude sloten worden gedempt of uitgegraven en vervolgens van een nieuwe, niet doorlaatbare leemlaag te voorzien. Na de afronding van de werkzaamheden wordt ook rond de nieuwe Ashorstersloot de natuur aan haar lot overgelaten. De verwachting is, dat ook daar de plantenrijkdom zal toenemen. Of het nieuwe landschap ook voor wandelaars toegankelijk is staat nog niet vast. Wat wel vaststaat is dat de beheersmaatregelen van 2020 al – mede door de weersomstandigheden – resultaat hebben opgeleverd.

Naast de recente beheersmaatregelen heeft ook het groeizame weer – veel neerslag, hogere temperaturen – heeft het natuurreservaat De Bruuk onmiskenbaar veranderd. Sommige riet-gebieden lijken op een ondoordringbaar oerwoud. Ook de bloemenrijkdom, vooral langs de ‘hoofdroute’ van zuid naar noord – lijkt groter dan ooit tevoren. De (begin juli nog spaarzame) bosorchideeën zijn wel wat groter dan de exemplaren, die in het voorjaar overal tevoorschijn kwamen. Maar nu, kort na het begin van de echte zomermaanden vallen die typische orchideeën nauwelijks op tussen de andere kleurrijke moerasgewassen. Bovendien is het aantal grassoorten is niet op de vingers van een hand te tellen. Zij vormen een soort erehaag langs de groene en grijsbruine graslanden. 

Paars, wit en geel zijn de overheersende kleuren in het uiteraard groene landschap. We van determineren houdt, kan zich uitleven, vooral langs de ‘hoofdroute’ dwars door het indrukwekkende natuurreservaat. Dat determineren is trouwens geen gemakkelijke opgave, getuige de minimale verschillen tussen Moeraskruiskruid en (al dan niet Gewoon) Jacobskruiskruid. De Haagwinde levert met een score van 100% op Obsidentify geen probleen op, en de paarse Akkerdistel evenmin. Die doodgewone distels winnen het dik van de Citroengele honingklaver en de Echte valeriaan, bloemen die overigens ook in De Bruuk in meer variëteiten voorkomen. Zoveel is zeker: de bloemenrijkdom verrast menig bezoeker, die het fraaie natuurreservaat voor de eerste keer heeft weten te vonden. Of – zoals wij – bij het zoveelste bezoek steeds weer verrast zijn door het afwisselend landschap en de fraaie bloemenpracht.

De Bruuk begint op enkele plaatsen op een oerwoud te lijken (alle foto’s: Ad Lansink)

Niets blijft hetzelfde

Enkele bespiegelingen na een wonderlijke week, waarin tijdens geplande en onverwachte ontmoetingen aan de lijn van verleden, heden en toekomst de sleutel van vertrouwen hangt

Niets blijft hetzelfde: de ruïne van wat ooit het Huis van de Heer van Batenburg was (Foto: Ad Lansink)

‘Niets blijft hetzelfde’: die ware woorden uitte mede-moderator Kees Roovers tijdens de laatste deelsessie van het vierdaagse webinar van de Vereniging van Milieuprofessionals over 50 jaar afvalbeleid in Nederland. Die deelsessie was het laatste van een reeks digitale meetings, met als thema: hergebruik van afvalstoffen als bouwstof. Auteur Frank van Berkum had mij een dag tevoren na mijn bijdrage in de deelsessie over de Ladder van Lansink in de circulaire wereld uitgenodigd om van gedachten te wisselen over zijn presentatie, waarin de ladder een belangrijke rol speelde. Ongedacht gevolg was, dat ik zijn sessie thuis ging volgen, en eigenlijk vanzelf in de levendige discussie werd betrokken. Kees Roovers, die het boeiende thema van een meer theoretische kant bekeek, gebruikte de zinsnede ‘Niets blijft hetzelfde’ om te benadrukken, dat verandering en vernieuwing van technologie vertrouwen vergen, zowel van de samenleving als van wetenschappers, beleidmakers en bestuurders. Ik voeg daar politici aan toe, omdat niet alle volksvertegenwoordigers bestuurders zijn en omgekeerd.

Elke medaille heeft twee kanten

Niets blijft hetzelfde: Waterlelies verdwijnen na enkele dagen (Foto Ad Lansink)

Niets blijft hetzelfde; die woorden werden al voor het begin van die wonderlijke week werkelijkheid door de onverwachte politieke storm, die binnen het CDA maar ook daarbuiten losbarstte als gevolg van de plotselinge opzegging van het CDA-lidmaatschap door Pieter Omtzigt. Twee dagen na het uitlekken van zijn uiterst kritische notitie maakte het Twentse CDA-Kamerlid bekend, dat hij niet langer deel uit zou maken van de CDA Tweede Kamerfractie, wanneer zijn ziekteverlof voorbij zou zijn, formeel vier maanden na de ingangsdatum van zijn vervanging door Henri Bontenbal. Ik schrok van het bericht, en ook van de publieke hoon, die over het CDA werd uitgestort door vrijwel alle media. Van de door Pieter Omtzigt gevraagde rust kwam niets terecht, ook door zijn eigen toedoen, maar toch. Op social media werd gevraagd om een eigen lijst, een nieuwe afsplitsing: bevestiging van een al langer zichtbare trend van fragmentatie en personificatie in het Nederlandse parlement. Zelf kon ik de neiging om mijn opvattingen kenbaar te kaken nauwelijks onderdrukken. Veelal volstond ik met de te wijzen op de (doffe) medaille, die twee kanten heeft, en geen randschrift: God met ons.

Achtergrondgesprek met BNNVARA

Niets blijft hetzelfde: ook Sint Janskruid heeft net het eeuwig leven

Het toeval wilde, dat ik op de tweede dag van wat een wonderlijke week zou worden een afspraak had met Joost Bekendam en Anna Pleijsier van BNN/VARA, die mij enkele weken eerder hadden gevraagd om een lang achtergrondgesprek over mijn politieke ervaringen. De jonge journalisten hadden bij de voorbereiding van een nieuw ‘format’ over politieke nieuwkomers en oude rotten behoefte aan informatie van iemand, die vooral in eigen kring als ‘mastodont’ wordt beschouwd. Of mastodont een scheldwoord of een geuzennaam is, doet er overigens niet toe. De vraag was namelijk wat de karakteristieke verschillen zijn tussen het Kamerlidmaatschap van vroeger en nu. Een terugblik op mijn 21 jaren aan het Binnenhof kon bouwstenen opleveren voor een latere serie gesprekken. Na het dramatische Omtzigt-weekend vielen de journalisten letterlijk en figuurlijk met de deur in huis. Off the record liet ik mijn gedachten de vrije loop, on the record hield ik het bij de doffe medaille die twee kanten heeft, met op de zijkant het randschrift: elkaar vasthouden in goede en slechte tijden. Of het boeiende, drie uur durende – soms ook anekdotische – gesprek over verleden, heden en toekomst aanknopingspunten voor BNNVARA heeft opgeleverd, moet later blijken.

Maidenspeech van Henri Bontenbal

Bloemen verwelken, rozen vergaan, maar vertrouwen blijft bestaan (Foto: Ad Lansink)

Niets blijft hetzelfde. Dat geldt intussen ook voor het fenomeen van de maidenspeeches: het eerste plenaire optreden van een nieuw Kamerlid. Vroeger toen er minder plenaire debatten en grotere fracties waren, duurde het soms lang voordat een nieuweling het spreekgestoelte mocht beklimmen. Dat is niet meer het geval. Doorstroming en versnippering hebben de wachttijd fors verkort. Met de personificatie in de politiek is ook het karakter van de maidenspeech veranderd. Nogal wat Kamerleden voelen de behoefte aan persoonlijke profilering. Dat doet geforceerd aan, wanneer ideologische grondslagen ontbreken. Henri Bontenbal, tijdelijk vervanger van Pieter Omtzigt, mocht op de woensdag van mijn wonderlijke week zijn maidenspeech houden over het voorstel tot Wijziging van de Wet voor­raad­vorming aard­olie­pro­ducten. De oud-medewerker van de CDA Tweede Kamerfractie, later strategisch manager bij Stedin vervlocht op voortreffelijke wijze rentmeesterschap, gerechtigheid en gedeelde verantwoordelijkheid met zakelijke kanttekeningen bij het prozaïsche wetsontwerp. Zijn drievoudige verwijzing naar inspiratiebron Paus Franciscus en de encycliek Laudato Si was even tekenend als zijn hommage aan stadgenoot Ruud Lubbers. Henri’s maidenspeech deed mij denken aan mijn eerste bijdrage in april 1978. Fractievoorzitter Wim Aantjes wees de fractiegenoten toen op mijn vertaling van de CDA-kernwaarden in actiepunten voor een konkreet wetenschapsbeleid. 

Nadenken langs de Maas bij Batenburg

Aanlegsteiger Voetveer Batenburg – Demen (Foto: Ad Lansink)

Een dag na het boeiende gesprek met de jonge BNNVARA-journalisten leek een wandeling door het stille Batenburg een mooie gelegenheid om in alle rust na te denken over wat de nabije toekomst zou brengen, voor een deel met maar ook zonder mijn inbreng. Een dag later zou ik immers weer eens naar Utrecht rijden om in de VVM-studio te reflecteren op de toekomst van circulair afvalbeleid. Ook de maidenspeech van Henri Bontenbal bleef mij bezig houden. De rust aan de oever van de Maas met het zicht op de kerktoren van Demen werd even doorbroken door de aankomst van het veer met een viertal fietsers. Na een bevestigend antwoord op de vraag aan de kaartjesman of hij vrijwilliger was, zei hij: wacht even, u bent toch Ad Lansink, oud-lid van Provinciale Staten. Nog voordat ik kon reageren zei de schipper, die ook dichterbij was gekomen: ja, dat is Ad Lansink, vroeger een bekend lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Ik herinner me hem uit Nijmegen. De kaartjesman greep zijn kans, en wilde meteen weten, wat ik van de affaire Omtzigt vond. Ik aarzelde omdat ik niet wist of de stilte langs de Maas ‘off the record’ inhield. Ik laat de ontwapende woorden van de vrijwilligers voor wat zij waard zijn: de bevestiging van mijn eerdere stelling over de medaille met de twee kanten. Vlak bij de in 2019 aan de eredienst onttrokken nieuwe Sint Viktorkerk van Batenburg was het randschrift: Niets blijft hetzelfde.

Nationale Milieudag 2021 bij VVM in Utrecht

Niets blijft hetzelfde: Ans Lansink met rollator rust even uit (Foto: Ad Lansink)

Leren van 50 jaar milieubeleid was het overkoepelend thema, dat de Vereniging van Milieuprofessionals had gekozen voor de evaluatie van een halve eeuw openbaar milieubeheer. Tijdens de Nationale Milieudag 2021 – feitelijk een bijna echte vierdaagse – werd in een reeks digitale presentaties en discussies verleden, heden en toekomst met elkaar verbonden. Zelf mocht ik op 17 juni 2021 in de fraaie VVM-studio in Utrecht een bijdrage leveren aan de deelsessie ‘Ladder van Lansink in de circulaire wereld’ met een bondige powerpoint-presentatie, een uitgebreid interview van Esther Geertsema en een (chat-) discussie onder leiding van presentator Jan van Dijk over verleden, heden en toekomst, gekoppeld aan stellingen over preventie (was er vroeger meer?), bron- of nascheiding (wat is vandaag beter?) en circulariteit (is ooit 100% haalbaar?) De poll over bron- en nascheiding pakte met de uitslag 13-87 verkeerd uit. Toch was de VVM-deelsessie over het afvalbeleid in de afgelopen vijf decennia, de betekenis van de Ladder van Lansink en de belemmeringen op weg naar optimale circulariteit – wellicht 80 tot 90 % – opnieuw een stimulans om met een toekomstbestendige ladder de grondstoffenschaarse en klimaatverandering aan te pakken. Wie geïnteresseerd is in de verslagen van de Nationale Milieudag 2021 verwijs ik naar de website van de Vereniging voor Milieuprofessionals.

Nogmaals; de ruine van Batenburg: oase van rust en vertrouwen (Foto: Ad Lansink)

Ontroering bij de grafsteen van Herman Lansink (1900 – 1944)

Graf 437: H.J.G. Lansink – 28.1.1900 – 14.9.1944

Bij het eenvoudige graf van oom Herman Lansink, de verzetsman die onder het naziregiem door de SD standrechtelijke werd gefusilleerd, en begraven is op het Nationaal Ereveld in Loenen

Oom Herman moet ik als kleuter wel ontmoet hebben. Enschede en Arnhem lagen niet zo ver van elkaar, en de band in de kleine familie Lansink was ondanks de moeilijke omstandigheden goed. Of Opa Lansink met oom Herman nog zijn textielbedrijf runde weet ik niet, wel dat mijn vader na de sluiting van zijn winkel op de Zaslaan ambtenaar bij de Arnhemse plantsoenendienst was geworden. Wij beleefden de oorlog en de bezetting zoals zoveel Arnhemmers, afwachtend en gelaten, tot de plotselinge, na de Slag om Arnhem afgedwongen evacuatie ons naar Apeldoorn en later naar Amersfoort bracht. Vlak voor die heftige oorlogsweken in 1944 is oom Herman door twee SD-ers standrechtelijk gefusilleerd. Verdacht van sabotage – een treinkraak om bijzondere naaimachines die naar Duitsland zouden worden weggevoerd in veiligheid te brengen – werd hij op 14 september 1944 samen met zijn maat Theo Tichler langs de langs de Bruggenmorsweg in Enschede doodgeschoten. Drie dagen later mochten Gerard en ik vanaf het dak op ons huis aan de Jacques Perkstraat kijken naar de talloze parachutisten, die in de naaste omgeving uit de lucht vielen. Wist mijn vader toen al, dat zijn broer drie dagen eerder in Enschede was doodgeschoten?

Het kruis in het midden van het Nationaal Erveld Loenen

Na de bevrijding op 5 mei 1945 zou het nog enkele maanden duren voordat ons gezin kon terugkeren naar Arnhem. De hongerwinter in Amersfoort hadden we goed doorstaan, zonder onderwijs maar wel met veel kerkbezoek. Mijn ouders keken niet vaak terug, wel vooruit, omdat een nieuwe toekomst in alle vrijheid wenkte. Was dat de reden, dat mijn vader vrijwel nooit over het verlies van zijn broer Herman sprak? Of wist hij te weinig van de toedracht, de omstandigheden waaronder oom Herman zijn sabotagedaad met de dood had moeten bekopen? Oom Herman is door de SD doodgeschoten, dat was het enige wat hij ons een enkele keer vertelde. Ook bij bezoeken aan tante Anna – de weduwe van oom Herman – hoorde ik niets over wat er op 14 september in Enschede was gebeurd. Toen neef Gerrie – de oudste zoon van oom Herman – eens bij ons in de tuin een tent opsloeg om even Arnhem te bekijken werden evenmin herinneringen aan zijn vader gedeeld. Pas veel later, toen ik door het opkomend nationalisme en populisme een herhaling van de geschiedenis vreesde, herinnerde ik me, dat mijn vader ooit tegen mij zei: die dingen mogen nooit meer gebeuren.

Graven langs de paden van het Nationaal Erveld Loenen

Mijn jongste zus Marijke stuurde mij een tijdje geleden een bericht met een foto van het graf van oom Herman. Zij was kennelijk te weten gekomen, dat hij enkele jaren na de oorlog begraven is op het Nationaal Ereveld Loenen: de Nederlandse Erebegraafplaats met bijna 4000 graven van oorlogsslachtoffers: militairen, verzetsstrijders, politieke gevangenen en slachtoffers van de ‘Arbeitseinsatz’. Nu de herinneringen aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog weer tevoorschijn komen wilde ik zelf ook eer bewijzen aan oom Herman, die ik me slechts uit overlevering voor de geest kan halen. Wat een lange zoektocht leek te worden, viel in alle opzichten mee. De Oorlogsgravenstichting heeft vlak na de openingspoort een digitaal zoekscherm opgericht. Na het intypen van de naam, wordt op een kleurenprinter een plattegrond van het Ereveld afgedrukt, waarop de route naar en de plaats van de grafsteen is aangegeven. Het graf van oom Herman bevindt zich aan de buitenring van het grote, fraai aangelegde ereveld. De eenvormige en eenvoudige grafstenen liggen langs de talloze paden.

Koude rillingen bij het graf van Oom Herman

De grafsteen met de naam van oom Herman riep emoties op. En ontroering. De plotselinge koude rillingen deden mij beseffen, dat het meer is dan de loutere naamsverbondenheid. Het is ook de gewaarwording, dat de broer van mijn vader op jonge leeftijd is omgebracht om wat – gegeven de achtergrond van de vergelding – niet als een vergrijp kan worden gezien, wel als persoonlijk verzet tegen roofdaden van de bezetters en hun Nederlandse vrienden. Ik denk terug aan de woorden van mijn vader: zorg ervoor, dat dit nooit meer kan gebeuren. Wanneer we verder lopen over het indrukwekkende bosachtige ereveld met doorkijken naar het centrale kruis, ontmoeten we een echtpaar, dat het ereveld niet kende, en ook geen van de 4000 oorlogsslachtoffers. Zij uitten spontaan hun ontzag voor al die mannen en vrouwen, die – zo zeiden ze – hebben gezorgd dat wij hier nu in vrijheid kunnen leven. Ware woorden van twee mensen, die de oorlog niet hebben meegemaakt, maar voluit beseffen, wat er op het spel staat wanneer duistere krachten weer de macht grijpen.

Kapel van Nationaal Ereveld Loenen met op de voorgrond ‘De vallende man’ van Cor van Kralingen

1521 : Petrus Canisius : 2021

Sobere maar indrukwekkende viering van de 500e geboortedag van Peter Kanis op 8 mei 2021 in de Petrus Canisiuskerk aan de Molenstraat in Nijmegen

Petrus Canisius SJ

De geloofsgemeenschap van de Petrus Canisiuskerk zou in 2021 via een reeks activiteiten stil staan bij leven en werk van Petrus Canisius, Nijmegenaar en Europeaan. Op 8 mei 2021 droeg  de viering van zijn geboortedag als gevolg van de coronamaatregelen een sober karakter. Volstaan werd met een plechtige Eucharistiering in aanwezigheid van zestig parochianen. Of de collectanten, tijdens de pandemie omgevormd tot vriendelijke deurwachten, de bezoekers nauwkeurig geteld hebben, wordt hier en daar betwijfeld. De mooie reacties na afloop van de viering leren, dat de vier-heren-mis een grote indruk heeft gemaakt. De even plechtige als ingetogen Eucharistieviering werd gecelebreerd door Pater Eduard Kimman SJ, bijgestaan door regionaal overste Marc Desmet SJ en twee voormalige pastoors: pater Jan van de Pol SJ en pater Jan Stuyt SJ. De Schola Karolus Magnus verzorgde onder de bezielende leiding van Stan Hollaard de vaste en wisselende gezangen. Dat telkens slechts vier van de twaalf leden hun stemmen mochten laten horen, deerde niet. De akoestiek van de Molenstraatkerk leek op die van de Abdij van Solesmes.  

Zestig kerkgangers op gepaste afstand van elkaar luisteren naar de lezing van het evangelie door regionaal overste Marc Desmet SJ; op het priesterkoor de Schola Karolus Magnus; links Pater Jan van de Pol SJ

Op 8 mei 1521 zag Peter Kanis in een huis op de Lage Markt (nu nr 69-71) in Nijmegen het levenslicht. Zijn vader was lakenhandelaar en burgemeester, en behoorde tot het gegoede deel van de burgerij. De jonge Peter moet vaak de Sint Stevenskerk, vlak bij zijn ouderlijk huis hebben bezocht. Waarschijnlijk is daar de kiem gelegd voor zijn latere roeping. Hij werd de eerste Nederlandse jezuïet, en was een van de eerste leerlingen van Ignatius van Loyola, de oprichter van de befaamde Sociëteit van Jezus. Zijn in talrijke geschriften vastgelegde levensloop verbaast iedereen, die de Europese wegen kent en weet heeft van de destijdse ontwikkelingen in de Katholieke Kerk, in het bijzonder de Contrareformatie. Petrus Canisius – zijn latere kloosternaam – schreef diverse catechismussen om de geloofskennis van de ‘beminde gelovigen’ te vergroten. De Summa Doctrinae Christianae van 1555 zou zijn in veel talen vertaalde ‘bestseller worden. Na zijn heiligverklaring werd zijn naam verbonden aan de stadsparochiekerk aan de Molenstraat, die tot dan toe de naam van de oprichter van zijn orde had gedragen.

Plechtige Eucharistieviering in de Molenstraatkerk t.g.v de 500e geboortedag vanPetrus Canisius
Concelebranten Marc Desmet SJ, Eduard Kimman SJ en Jan Stuyt SJ

Pater Eduard Kimman SJ, sinds 2020 tevens pastoor van de Sint Stephanusparochie, waarvan de Petrus Canisiuskerk na de fusie van zeven Nijmeegse parochies deel uitmaakt, belichtte in zijn langs de jaartallen 1521, 1621, 1721, 1821, 1921 en 2021 gelede preek de betekenis van Petrus Canisius tegen de achtergrond van de sterk wisselende tijdgeest. Anders gezegd: de op- en neergang, de bloeitijd maar ook de secularisatie, en de gestage terugloop van de katholieke geloofsgemeenschap sinds de jaren 1970: een beeld, dat doet denken aan de toestand, die de jonge Petrus Canisius in 1552 in Oostenrijk aantrof toen hij op verzoek van zijn overste naar Wenen trok. Oostenrijk telde toen nog maar weinig belijdende katholieken. De kloosters liepen geleidelijk leeg. Het tekort aan priesters werd niet gecompenseerd oor priesterwijdingen. Kerkgangers die het rijke Roomse leven hebben meegemaakt moeten de dramatiek gevoeld hebben van het laatste deel van Eduard Kimman’s preek. Zijn oproep tot herstel en behoud van de liefde sprak evenzeer aan als de korte homilie van Marc Desmet SJ met zijn felicitaties maar ook met de vraag om te bidden voor priesterroepingen. 

De delegatie van parochianen schuilt even onder het Peeman-huisje bij het Hunnerpark Pater Jan Stuyt bereidt zich voorvol de bloemenhulde bij het beeld van Petrus Canisius

Na de door zijn eenvoud mooie Eucharistieviering legden twee kleine delegaties uit de geloofsgemeenschap bloemen bij het geboortehuis van Peter Janis en het standbeeld van de Petrus Canisius, de eerste en vooralsnog de enige Nijmeegse heilige in het Hunnerpark. Processies waren door de coronamaatregelen niet mogelijk, maar gedeelde voettochten wel. Tussen het inmiddels weer ‘shoppende’ publiek en langs de goed gevulde terrassen op het Kelfkensbos vielen de kerkgangers met hun bloemstuk niet op, maar bij het Peemanhuisje in het Hunnerpark wel. De uitbater bood spontaan aan om het tafereel van de bloemenhulde bij het beeld van Petrus Canisius vast te leggen: een aardige herinnering aan een eenvoudige gebeurtenis ter nagedachtenis aan de man, die die 500 jaar geleden geboren werd, toen nog onwetend, waartoe hij in zijn latere leven geroepen zou worden. 

Bloemenhulde bij het beeld van Petrus Canisius
in het Hunnerpark te Nijmegen

De na de mis in de Molenstraatkerk achtergebleven kerkgangers hadden intussen het gebruikelijke koffieritueel in ere hersteld, zij het voor een dag en in de kerk, en niet met krakelingen maar met broodjes. Stof om te praten was er natuurlijk genoeg, onderling, maar ook met de celebranten van de alom gewaardeerde Eucharistieviering. Regionaal overste Marc Desmet SJ genoot zichtbaar van de gesprekken, zozeer, dat hij geen tijd vond om zich van zijn kasuifel te ontdoen. De bezoekers van de herdenkingsmis kregen van Pater Eduard Kimman SJ een bijzonder geschenk: het pas verschenen boek ‘Peter Canisius – Mysticus & Manager’ van de Zwitserse jezuïet Pierre Emonet. De vertalers – Teun Bakels SJ en Ben Stoffels SJ – van dit in meer opzichten lezenswaardige boek hebben de Franse titel ’Pierre Canisius. L’infatigable reformateur de l’Eglise Allemagne (1521-1597) gewijzigd, omdat de betekenis van Petrus Canisius verder reikt dan Duitsland. Dat Petrus in de titel weer gewoon Peter en Pierre heet is waarschijnlijk het gevolg van een Zwitserse gewoonte: het gebruik van de eigen taal in plaats van het latijn. In Nijmegen klinkt Peter Kanis vertrouwd, maar blijft zijn naam – op talrijke plaatsen – Petrus Canisius, de kerkleraar die navolging verdient.

Bloemenhulde bij het geboortehuis van Peter Kanis – Lage Markt 71-73: Een wat alledaagser tafereel dan de bloemenhulde op het Hunnerpark (Foto: Piet Bisschop- Overige foto’s: Ad Lansink)

Elektrisch rijden met K-801-RB

Eerste indrukken van de Volvo XC40 P8 AWD Recharge, een lange naam voor een compacte auto: de eerste elektrische Volvo

Volvo XC40 P8 AWD Recharge op de parkeerplaats bij de Zelderse Dries (Foto: Ad Lansink)

Het heeft wat weg van een formule: die naam van de eerste volledig elektrische Volvo: XC40 P8 AWD Recharge. De Plugin Hybride van de Volvo V60 Twin Engine had mij al geleerd, dat de overgang van diesel of benzine op elektriciteit een aparte ervaring was. Probleem van die gemengde constructie was wel, dat de vijftig elektrische kilometers, wanneer ze al haalbaar waren, vrij snel ‘op’ waren. Daar kwam in de loop van de tijd de veroudering van de batterijen nog bij. Gevolg was wel, dat ik na een paar jaar blij mocht zijn, wanneer ik veertig zuivere elektrische kilometers haalde. Vandaar mijn nieuwsgierigheid naar de Polestar 2 – in China ontwikkeld en gebouwd door Volvo-eigenaar Geely – en wat later naar de Volvo XC40 P8 Recharge, die Volvo op het platform van de Polestar 2 in Gent zou gaan bouwen. Na de positieve ervaringen met de V40, de XC70 en de V60, wilde ik hoe dan ook het Zweedse merk trouw blijven. De voortreffelijke service van de Nijmeegse Volvodealer Henk Scholten speelde daarbij een belangrijke rol.

Achter het stuur: rechts Google Maps op het scherm van Android Automotive (Foto: Bert Jan Nijhuis)

In de zomer van 2020 trokken de specificaties van de XC40 P8 mijn aandacht. Een voorlopige orientatie op de Volvo-website maakte mij tamelijk enthousiast. Maar die eerste indrukken leidden niet tot een impulsieve beslissing om de ruim vijf jaar oude V60 in te ruilen. Die witte Plugin Hybride was immers de meest plezierige wagen in mijn intussen 40-jarige autogeschiedenis. Ook aankondiging van Volvo Care – een soort private lease – en de onzekerheid over de mogelijke aflevering hielden een snelle aankoop tegen. Even afwachten was het parool, temeer waar de inruilwaarde van de V60 wat tegenviel. De wintermaanden gingen voorbij zonder grootscheepse verplaatsingen als gevolg van de alsmaar voortdurende coronamaatregelen. Dat vergaderingen en conferenties werden afgelast of vervangen door ‘webinars’ lag voor de hand. Maar ook de traditionele familiebezoeken werden schaars.  Wat wel bleef: dat was de voorkeur voor de P8 boven de P2: de afkortingen waarmee op digitale fora liefhebbers de Polestar 2 en de Volvo XC40 P8 Recharge aanduiden. 

Achterzijde van de P8 – Fotoshoot in het Kroondomein bij Vaassen voor interview in Volvodrive (juni 2021) door auteur en fotograaf Bert Jan Nijhuis

Een onderhoudsbeurt van de V60 met aansluitende APK-keuring bood een plotselinge gelegenheid voor een proefrit met een XC40 P8. Enkele woorden van dealermanager Marcel Scholten waren voldoende om me op weg te helpen. Die woorden betroffen de simpele handeling, vlak voor het wegrijden, en het remmen bij het loslaten van het ‘gaspedaal’: het one-pedal-driving, waaraan ik binnen enkele kilometers gewend was. Het rijden en besturen van de XC80 P8 voelde meteen goed aan, net als de afwezigheid van het motorgeluid. Binnen de kortste keren was ik overtuigd van de kwaliteit van deze eerste, volledig elektrische Volvo.  Het relatief hoge gewicht van de compacte XC40 Pg – gevolg van het omvangrijke accupakket en de twee elektromotoren – had geen negatieve invloed op de bestuurbaarheid. Integendeel. De stuurbekrachtiging werkte voortreffelijk. Bij thuiskomst nam ik me voor om bij het ophalen van de V60 te vragen naar de levertijd, en naar de inruilmogelijkheden van mijn zes-jaar-oude V60 TE.

Laden thuis of om de hoek: Shell Recharge (New Motion) (Foto: Ad Lansink)

Zelden tekende ik zo snel een koopovereenkomst. Volgens Robert Langes van Henk Scholten Nijmegen kon ik binnen enkele dagen in een vrijwel gloednieuwe Volvo XC40 P8 rijden, wanneer de voorradige Thunder Grey versie aan mijn kleurwens voldeed. Dat bleek het geval, omdat de blauw-grijze kleur deed denken aan lievelingskleur leiblauw. De combinatie met het zwarte dak, en de zwarte spiegels zorgt voor een bijzondere uitstraling, versterkt door de zilverkleurige deur- en bumperlijsten. Ook de fraaie wielen spreken mij aan, zozeer zelfs, dat de aankoop binnen korte tijd een feit was. Dat gold ook voor de aflevering, vijf dagen na de aankoop. Ook opvallend: de snelle afwikkeling van allerhande formaliteiten: het uitschrijven van het oude kenteken, en de inschrijving van het nieuwe ‘autonummer’: K-801-RB, toevallig een gemakkelijk te onthouden combinatie; en de wisseling van de verzekering, van de zakelijke Volvo Insurance-polis naar de ANWB Veilig Rijden-verzekering met een bijzondere bonus-malus-regeling na meting van het rijgedrag via een dongle.

360 graden beeld op het middenscherm van de XC70 P8 (Foto: Ad Lansink)

Inmiddels mag ik me ruim een maand eigenaar van de Thunder Grey Volvo XC40 P8 noemen. De ruim 1400 km afgelegd kilometers gingen op aan kleine streekgebonden ritten en een vijftal grotere atochten, tussen 100 en 200 km. Het verbruik van de betrekkelijk zware XC40 P8 is – zo leren reviews en gebruikerswebsites – een belangrijk punt van discussie, omdat de door Volvo opgegeven gunstige cijfers gebaseerd zijn op genormeerde omstandigheden. Het normverbruik van 17,8 kWh/100 km wordt in de praktijk meestal niet gehaald. Berichten op Tweakersnet en Volvoforum leren, dat een verbruik tussen 22 en 24 kWh/100 km al mooi zou zijn. Welnu; mijn score bedraagt tot nu toe 22.1/100 km, een alleszins aardig cijfer, omdat ik bij het overbruggen van de grote afstanden ook op autowegen heb gereden. Bij de soms toegestane snelheid van 120 of 130 km/uur stijgt het verbruik tot ca 24 kWh/100 km. Bij hogere snelheden loopt het verbruik overigens op tot 30 kWH/100 km, of hoger, bij temperaturen onder 10 graden. 

Bestuurdersscherm met verbruikscijfers over lange (456 km) en korte (29,9 km) afstand: 21,9 en 21,1 kWh/100 km; verder tijdsduur, gemiddelde snelheid, totaal gereden km’s;

De eerste 1400 km met de P8 bevestigen de positieve ervaringen van een reeks reviews uit Zweden, Noorwegen, England, Duitsland en de Verenigde Staten. Het rijden is een waar genoegen, in stadsverkeer maar ook op de snelweg of op regionale wegen, waar de maximumsnelheid van 80 km zorgt voor een laag stroomverbruik. De wegligging is perfect, en de hulpsystemen voor besturing en veiligheid – adaptieve cruisecontrol, rijbaanassistentie, parkeerhulp, pilot-assistent – werken uitstekend. De bediening is uiterst intuïtief, ook doordat het nieuwe Google Automotive System integraal onderdeel van de besturingssystematiek is. De Google Assistent helpt niet alleen bij de navigatie maar ook bij de aansturing van allerhande autofuncties: klimaatregeling, zitting- en stuurverwarming, de nog beschikbare rijafstand en dergelijke. Google Maps is op twee plaatsen zichtbaar, op het infotainment-scherm en op het scherm achter het stuur. Dat bestuurderscherm toont alle essentiële informatie, en maakt ook het regeneratieve remmen bij one=pedal-driving zichtbaar.

Volvo XC40 P8 Recharge: Thunder Grey of toch Slate Blue? (Foto: Ad Lansink)

Het is echt een genoegen om in de Volvo XC40 P8 te rijden. Doorslaggevend voor de zeer positieve beoordeling zijn het overall rijgedrag, de one pedal-driving, de uitgebreide veiligheidsvoorzieningen, het integrale Google Aitomotive System, de passagiers- en bagageruimte en het betrekkelijk lage stroomverbruik, gelet ook op de fraaie prestaties van de twee elektromotoren en het betrekkelijk zware accupakket. Ik meld slechts een stevig punt van kritiek: de omstandigheid dat een half jaar na de introductie van de P8 het Volvo-on-Call systeem nog steeds niet beschikbaar is. In de V60 maakte ik vaak gebruik van deze digitale verbinding tussen iPhone en auto voor de afstandsbediening van ramen en portieren, en vooral voor het bijhouden van rijlogboek en verbruikscijfers. Hoewel met het gemis van Volvo on Call valt te leven en te rijden, is het vreemd, dat een systeem dat in de overige Volvo’s zijn waarde heeft bewezen, nog niet operationeel is in de P8. Volgens Volvo is medio 2021 Volvo on Call gedeeltelijk beschikbaar. Eind 2021 of (zelfs) begin 2022 volgen de overige functies. Tegen die tijd krijgt de Volvo XC40 P8 een 10 met een griffel, nu een 9 zonder morren.

Schermafbeelding iPhon

Berichten op het forum van Tweakers over de Polestar 2 en de Volvo XC40 P8 maakten mij nieuwsgierig naar de implementatie van de Polestar- en de Volvo on Call-app (VOC), die pas zouden werken na nieuwe software-updates bij de dealer of via OTA (Over The Air). Aangezien koppeling van mijn (oude) VOC=app onmogelijk bleek, heb ik na een recente update bij Henk Scholten Nijmegen ook de laatste versie (4.13.3) van de VOC-app op de iPhone geïnstalleerd. Tot mijn verrassing kon ik de iPhone nu wel via het VIN-nummer aan de auto koppelen. Ook de VOC-app werkte, zij het slechts voor enkele functies: openen en sluiten van portieren, klimaatregeling en niet te vergeten laden en laadtoestand van de accu’s: een niet onbelangrijk punt bij elektrische auto’s. Het wachten is op de overige functies, waar mogelijk via OTA. Dat schreef ik ruim een week geleden. Maar de vreugde was van korte duur. Twee dagen later bleef de laadtoestand na een rit van 10 km op de app ongewijzigd, terwijl het scherm 59 % om korte tijd later zelfs geen 0% meer aan te geven. Ook de andere functies werkten niet meer. Na opnieuw installeren van de VOC-app bleek ook de koppeling van de app aan de auto opnieuw onmogelijk. In- en uitschakelen van blue booth hielp evenmin. De aanvankelijke mededeling van de Volvo-vestigingsmanger, dat VOC voorlopig niet zou werken bleek achteraf dus toch correct.

Het blijft dus wachten op een nieuwe software-update in de auto, temeer waar berichten op het Tweakers P2/P8-forum laten zien dat bij sommige P8-eigenaren Volvo on Call wel functioneert. Het ongeduld wordt dus op de proef gesteld. Ondanks deze tekortkoming geniet ik volop van de eerste volelektrische Volvo. Het gemiddelde verbruik daalt zelfs verder, waarschijnlijk als gevolg van de hogere buitentemperatuur. Bij tochten in de omgeving scoor ik regelmatig 18 tot 19 kWh/100 km, en bij langere ritten met gedeelten op de snelweg blijft het verbruik onder de 22 kWh/100 km. Mijn waardering voor de Volvo XC40 P8 Recharge, opgetekend in de onlangs verschenen uitgave van Volvodrive, blijft overeind, ondanks het ontbreken van de VOC-functies. Die waardering geldt vooral de mogelijkheid van one-pedaal-driving, de gunstige verbruikscijfers, de uitstekende wegligging en de fraaie uitvoering van de P8.

Klimaatvriendelijk over de Veluwe: Interview met de ‘kasteelheer’ en zijn P8 voor de Cannenburg in Vaassen
iVolvodrive (Mei-juni 2021) (Tekst en foto’s van Bert Jan Nijhuis)

Zwarte eekhoorn

Gespot: een zeldzame variant van een alledaags dier

Wat ligt daar voor de deur: een zwarte doek, of een stuk boerenplastic? Dichterbij gekomen ontwaar ik de trekken en bewegingen van een echt dier: een groot uitgevallen staart, een zwart lijf en een kleine bek, waarmee het onbekende beest tussen de voegen van de tegels zoekt naar eetbaar materiaal. De vorm van het dier doet denken aan een eekhoorn, maar de pikzwarte kleur van de glanzende vacht komt niet overeen met de fraaie bruin-rode kleur van gewone eekhoorns. De steenmarter, jaren geleden ook actief bij ons huis, en de wit gebefte wezel vallen af. Een snelle zoektocht via Google maakt duidelijk, dat er nogal wat verschillende eekhoorns zijn, ook zwarte exemplaren. Het moet dus toch een eekhoorn zijn, waarschijnlijk de in onze contreien zeldzame Amerikaanse variant, die ook wel voseekhoorn wordt genoemd. Volgens zoogdiervereniging.nl komt in Nederland maar een soort voor: de rode (of gewone eekhoorn), in Nijmegen onder meer bewoner van het park van het Albertinum tegenover ons huis. Zwarte eekhoorns kunnen het resultaat zijn van een kruising tussen de grijze en de voseekhoorn. Het blijven volgens kenners mysterieuze exoten, die soms in dierenwinkels al huisdier worden verkocht. De zwarte eekhoorn uit de Willem Schiffstraat is misschien ontsnapt uit een dierenverblijf in een tuin. Wie meer weet over de komaf van de zwarte eekhoorn of over de genetische mutatie, die tot deze zeldzame versie heeft geleid, vindt hopelijk aanknopingspunten in de afbeeldingen bij dit bericht. En wie zijn zwarte eekhoorn mist, weet waar zijn eekhoorn misschien te vinden is.

Van Austin Seven naar Volvo XC40 P8 Recharge

Zestig jaar persoonlijke auto-geschiedenis: terugblik op een bescheiden vorm van ‘gekte’ op al dan niet historische vervoermiddelen

1961: Austin Seven: Ans Lansink in de deuropening van de eerste eigen auto met blauw-wit nummerbord FX-48-80)

Het verlangen naar een echte auto kwam op toen mijn vader in mijn afstudeerjaar voor een dag een Austin Seven huurde: het kleine karretje met touwtjes om de deuren te openen. Helaas ontbrak bij het begin van de eerste baan een gevulde spaarpot. Ik kocht daarom een Vespa Scooter om grotere afstanden te overbruggen, zoals de zaterdagse tocht zonder helm naar de Rode Pannen in Tilburg, waar ik aankomende Mill Hill-missionarissen de betekenis van natuur- en scheikunde bijbracht. De rit met Ben Harmsen achterop mijn Vespa naar Obdam in Noord-Holland om collega Piet Luyckx te feliciteren met zijn huwelijk is een andere bladzijde in het fictieve vervoersdagboek. Diezelfde collega attendeerde mij later op een vrijwel nieuwe Austin Seven, die bij een autobedrijf in Lisse, eigendom van een familielid, te koop stond. Het rode karretje met autonummer FX-48-80 werd in 1961 mijn eerste auto voor een prijs van ruim 4000 harde guldens.

Merk- en dealertrouw verbond mij een kleine twintig jaar – van 1961 tot 1978 – aan BMC, het autoconglomeraat, dat in de tweede helft van de vorige eeuw diverse Engelse automerken had opgeslokt. Ik ruilde de Austin Seven in voor een Austin Glider 1100, die later plaats maakte voor een Austin 1300 GT. Via mijn zwager Bernard van Dam en zijn zwager Henny de Goede ontdekte ik vervolgens de MG B: een destijds (en nu antiquarisch nog) bekende sportwagen. De letters staan voor Morris Garages. Toevallig verkocht de Morris-importeur in Amersfoort wegens bedrijfsbeëindiging in 1969 zijn hele voorraad. Met een aantrekkelijke korting werd een MG B GT mijn eigendom, een prachtige ‘racing green’ auto, die ik met veel plezier gereden heb. Waarom ik mijn eerste MG B GT na enkele jaren inruilde voor een zandkleurig model met nagenoeg dezelfde specificaties, weet ik niet meer. Ik Wat ik herinner me wl, dat de ritten naar den Haag – ik was inmiddels lid van de Tweede Kamer – om een andere, soepeler en ruimere auto vroegen.

1969: Ad Lansink: trotse eigenaar van de groene MG B GT met nummer 75-86-MH:

Vader en zoon de Vos, eigenaren van mijn garage aan het Nijmeegse Marienburg (in het stadscentrum met een benzinepomp voor de deur) verkochten mij graag een Austin Princess, een sedan uit de BMC-stal, met een zescylinder-motor, die rustiger zou lopen dan de wat hitsiger krachtbron van de MG B GT. De Princess had ook meer ruimte, een eigenschap die van pas kwa. Dat kwam goed van pas, omdat bij het afwisselend verblijf in Nijmegen en den Haag het transport zich niet beperkte tot kamerstukken. Toen in 1979 een van de parkeerwachters bij de Tweede Kamer mij wees op oliesporen van de Princess, was het gauw gedaan met mijn liefde voor de auto met de koninklijke naam. Door mijn overstap naar een Citroen CX, moest ik tot mijn spijt afscheid nemen van Garage de Vos. Pleister op de wonde was de latere aanschaf van een Mini en later Metro voor mijn echtgenote. Zij was tijdens mijn Kamerlidmaatschap op een eigen vervoermiddel aangewezen. Via de Citroen maakte ik ook kennis met het rijden op diesel: een onverwachte, niet alleen financiële meevaller.

Maar ook de Citroen CX moest plaats maken, en wel voor een Nissan Blue Bird. De reden van de wisseling van een Europese naar een Japanse auto lag in de lagere exploitatielasten, niet het model, dat ondanks de mooie naam een wat hoekig uiterlijk had. Het had weinig gescheeld of een Nissan Z Sportwagen was op mijn pad – of beter weg – gekomen. Twee proefdagen naar den Haag en terug naar Nijmegen verliepen voorspoedig, maar de hoge prijs van de Nissan Z hield mij tegen. Tijdens een werkbezoek van de Vaste Commissie voor Economische zaken aan de AutoRai herkende een Alfa Romeo-verkoper mij. Die 164 Diesel: dat is een prima wagen voor een Tweede Kamerlid, zei hij. Het bleek Piet Wouters te zijn; de Alfa Romeo-dealer in Tilburg, die mij enkele dagen kennis liet maken met de Alfa Romeo 164, waarin ik – overtuigd van de kwaliteiten van auto en dealer – tot het eind van mijn Kamerlidmaatschap in 1998 met veel genoegen vele duizenden kilometers heb afgelegd. Een jaar eerder bezocht ik met Ton Brouwers, medebestuurslid van MHV ZOW de Nijmeegse Volvo-vestiging van Henk Scholten om het bedrijf over te halen sponsor van onze hockeyclub te worden. Dat lukte, overigens met de toezegging dat ik bij een eventuele wisseling van auto ook aan Volvo zou denken. Dat gebeurde.

Alfa Romeo 164 (Foto: Wikipedia Commons)

Halverwege 1998 vond ik, dat de Alfa Romeo 164 langzamerhand te groot werd voor een politicus in ruste. Ik wist toen nog niet, dat een nieuwe levensperiode met allerhande activiteiten zou gaan aanbreken. Maar ik wist wel, dat de Volvo V40 – een behoorlijk maatje kleiner dan de 164 – wel een passend vervoermiddel zou zijn, met een benzinemotor en een automatische schakeling. Die V40 leerde mij opnieuw – wat ik in Tilburg en eerder Nijmegen had ervaren – dat een goede relatie met een dealer zeer waardevol is. Toen om gezondheidsredenen van echtgenote Ans een auto met een hogere instap nodig was aarzelde ik geen ogenblik om de overigens goed functionerende V40 in te ruilen tegen een weinig gebruikte XC70: een crosscountry wagon met vierwielaandrijving, voortgestuwd door de befaamde Volvo dieselmotor. Die donkerblauwe XC70 heb ik een zestal jaren later omgeruild voor een vrijwel identieke brons-bruine versie, die mij tijdens heel wat trips naar Arnhem, Vlissingen, Rotterdam en den Haag – plaatsen waar ik als RvC-lid van Knowaste, Covra en E.on Benelux en bestuurslid van de Vereniging van Oud Kamerleden vaak moest zijn –  goede diensten heeft bewezen.

Volvo V40 (Foto: Wikipedia Commons)

De statutaire beeindiging van allerhande betaalde en niet betaalde functies leidde in 2015 opnieuw tot de keuze van een kleinere auto: weliswaar weer een Volvo maar een stap terug waar het de afmetingen betrof. Het werd de V60 Twin Engine, een zogenaamde plugin hybride, en daarmee een stap vooruit op de weg naar elektrificatie. Die witte Volvo V60 inspireerde mij tot diverse berichten over de voordelen van het gedeeltelijk elektrisch rijden, soms ook als reactie op de kritiek, dat de verlaagde bijtelling en de belastingvoordelen alleen ten goede kwamen aan zakelijke rijders. De milieuvoordelen zouden tegenvallen, omdat die zakelijke rijders eenmaal in het bezit van wat soms ‘stroomkarren’ werden genoemd, rustig benzine of diesel gingen tanken zonder zich om de CO2-uitstoot te bekommeren. De aangegeven 50-km stroomkilometers waren intussen voor korte ritten genoeg, ook om het plezier van elektrische voortstuwing te ervaren. Lange ritten echter beperkten het genoegen van het stille rijden, ook omdat de 50 km stroomvoorraad door veroudering van de batterijen slonk naar 40 km. Vandaar mijn wens om zodra dat zou kunnen over te stappen op een volledig elektrische auto.

Dat moest wel een Volvo zijn, gelet op de meer dan twintigjarige positieve ervaring met merk en dealer. De Polestar 2 diende zich als eerste mogelijkheid aan. Maar de aanschaf via Internet en ook de bouw in China deed me toch teveel aan pionier Tesla denken. Gelukkig volgde vrij snel de aankondiging, dat de technologie van de Polestar – onderstel, accupakket en twee elektromotoren – een op een zouden worden toegepast in de eerste, volledig elektrische Volvo: de XC40 P8 Recharge, een mondvol cijfers en woorden voor een auto, die de toets van de kritiek inmiddels voluit kan doorstaan. De aanvankelijke neiging om de formele beëindiging van Lansink EcoAdvies te vieren met een vooruitbestelling van de P8 liet ik varen. Even afwachten leek toch een beter parool, ook omdat in 2020 de corona19-pandemie het reizen en trekken voorlopig zou beperken. Bij het wisselen van de winterwielen van de V60 TE deed zich plotseling de mogelijkheid van een proefrit voor, en even later de aanschaf van een voorradige, vrijwel gloednieuwe XC P8, wanneer we de kleur – Thunder Grey Metallic – voor lief zouden nemen.  Dat deden we.

Vanaf dat ogenblik ging alles snel. Het gereedmaken van de auto, het uitschrijven van de V60 TE, de wisseling van de verzekering, het bijengaren van spaarpenningen en het ophalen van de eerste volledig elektrische Volvo. Via videotestberichten had ik intussen al gemerkt, dat het rijgedrag en de stabiliteit van de P8 zeer werd gewaardeerd, net zoals de optie van ‘one pedal driving’ en het uitstekende, door Volvo geintegreerde Google Automotive System. De afwerking is zoals ik van Volvo gewend was, sinds ik in 1998 de V70 aanschafte. De eerste series van de XC40 P8 zijn vrijwel allemaal uitgerust met het R-design-pakket, inclusief het bijzondere panoramadak, en de voor-, zij- en achtercamera’s, die de rijder een 360 graden beeld voortoveren: een gemengd reeel en virtueel bovenaanzicht, dat parkeren tot een eenvoudige bezigheid maakt en niet te vergeten: leren bekleding op stoelen die me aan de MG doen herinneren. Mijn P8 met het gemakkelijk te onthouden kenteken K-801-RB staat op 20 inch-wielen, en lijkt daarmee groter dan hij in werkelijkheid is: 20 cm korter dan de V70 TE. Ik heb grote verwachtingen van deze mooie auto: aanknopingspunt voor het noteren van mijn ervaringen – ook over het opladen en het kWh verbruik/100 km – wanneer de kilometerteller van de P8 een getal tussen 5000 en 10000 aangeeft. Tot dan dus.

Een positief-kritische blik van de eigenaar, ergens in het Kroondomein bij Vassen (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Bruukse banken

Kiek Dor!, Zwam, Voijer en een naamloze bank: rustpunten in natuurreservaat De Bruuk bij Breedeweg (Groesbeek)

Waterbeheeer in de Bruuk na beleming van watergangen najaar 2020 *Foto: Ad Lansink)

Kiek dor!

Wie de gebruikelijke wandeling maakt door de Bruuk, het mooie en stille natuurreservaat tussen Breedeweg en Horst, treft op strategische plaatsen langs de route een viertal stevige, houten banken. Drie banken dragen een naam: namelijk Zwambank, Voijerbank en Kiek Dor, met uitroepteken. Het vierde exemplaar staat naamloos te wachten op wandelaars, die even willen uitrusten. Die ‘bank zonder naam’ bevindt zich langs de landweg, die dwars door de Bruuk loopt, vanaf de ingang aan de Hoge Waldse weg in de richting van Horst. Waarom die bank geen naam heeft, valt evenmin te achterhalen als de diepere betekenis van Zwam en Voijer. Kiek Dor, dat is natuurlijk Groesbeeks voor de aansporing om verder te kijken dan de neus lang is, naar een toevallige reiger of ooievaar of naar het verrassende landschap.

Zwam

Normaal gesproken staat Zwam s voor een bepaald soort paddenstoelen, die in het najaar ook in de Bruuk te vinden zijn, zelfs niet ver van de Zwambank. Maar het ligt meer voor de hand, dat de Zwambank een zachtaardige variant is van de leugenbank: het praatmeubel voor mensen, die in hun vrije tijd met goede bedoelingen een loopje nemen met de waarheid. De omgeving van de Zwambank nodigt trouwens uit voor fantasierijke gedachten over natuur en landschap. Het uitzicht op het bijna kaarsrechte pad door het grote grasland biedt volop ruimte voor allerlei bespiegelingen, of voor serieuze zwampartijen over verleden, heden en toekomst. Het hoofd leegmaken, zogezegd: een zinnige therapie, voor alle mensen, die even willen ontsnappen aan de drukte van alledag.

Uitzicht van de Zwambank op het gaspad door de Bruuk (Foto: Ad Lansink

Voijer

Opheldering van de naam van de Voijerbank kost de nieuwsgierige wandelaar meer hoofdbrekens. Op het eerste gezicht doet Voijer denken aan voyeur: een gluurder, de man of vrouw die de neiging heeft anderen te bespieden. Maar Voijer kan – zeker wanneer de lange ij vervangen wordt door een y – een Groesbeeks woord zijn. Het veteranenelftal van Rood Wit, de befaamde voetbalvereniging uit Breedeweg, noemt zich immers de ‘voyers’. Verder speurwerk leidt naar de Bruuk zelf. Prins Ummenie de 60e van Groesbeek stelde zich bij zijn proclamatie op 22 november 2019 als volgt voor: Mijn naam is Andy Janssen, geboren en getogen in de Bruuk, dus eigenlijk enne voyer. Ik ben 53 jaar, zoon van Fief van Kul en Door van de Logt’. Zou Prins Ummenie 60 het naambord op de Voijerbank gespijkerd hebben?

Ans Lansink op de naamloze bank langs de landweg naar de Hoge Waldseweg (Foto: Ad Lansink)

Dummeling?

De komaf van Voijer lijkt dus opgehelderd, de etymologie niet. Wie meer weet, laat dat misschien horen. Terug naar de ‘bank zonder naam’, niet te voet maar in gedachten. Dat rustpunt midden in de Bruuk verdient eigenlijk ook een naam, in gewoon Nederlands of in echt Groesbeeks[1]. Het zomerse zicht op de paarse orchideeën biedt mogelijk een aanknopingspunt. Of de struwelen in het moerassig grasland aan weerszijden van de brede landweg, op zijn Groesbeeks Za:antweg. En anders het tijdstip, waarop de wandelaar geniet van de stilte. Bij het vallen van de avond zou de bank Dummeling gaan heten, of Maerge-licht, wanneer de naamgever net de zon heeft zien iopgaan. De Voijerbank haalde in 2019 een landelijk dagblad[2]. Of dat dat ooit het geval zal zijn met ‘Dummeling’ is even onzeker als de naam zelf.


Noten

[1] Charlotte Giesbers, Woordenboek van de Gelderse Dialecten. Rivierengebied. Deel: de wereld. Uitgeverij Matrijs (2008) ISVB 978-90-5345-367-4

[2] Trouw, 29 september 2019: Serie: Het Mooiste Nederland: Johan Nebbeling: Groesbeek stelt niet teleur maar de wijngaarden wel

De eerste Pfizer-prik

Wat mij opviel bij de GGD-prikstraat in Wijchen: goede sfeer, prima logistiek en alom blijdschap bij het inenten van 85+ers

Toch een historisch ogenblik: het bezoek aan de GGD-prikstraat voor de toediening van de eerste dosis van het Pfizer-vaccin. Ik heb ernaar uitgekeken, zij het soms met gemengde gevoelens, maar ook met gezonde nieuwsgierigheid. Berichten over mogelijke bijwerkingen vielen mee, maar lange wachtrijen bij enkele prikcentra niet. Positieve ervaringen van eerder gevaccineerde mensen hadden mij intussen hoopvol gestemd over de logistieke organisatie van de inentingen. Ook de snelle toename van het aantal vaccinaties droeg bij aan het zicht op een bij voorbaat geslaagde campagne. Welnu: daarin werd ik niet teleurgesteld. Integendeel. Na de ontvangst van de oproep verliep het maken van een afspraak perfect, inclusief de digitale bevestigingen. Ik moest me op 11 februari om 8.10 uur melden bij de prikstraat van de GGD-Zuid-Gelderland, aan de Havenweg 4 in Wijchen: een tijdelijk als prikstraat ingericht bedrijfsgebouw, dat vanuit Nijmegen goed te bereiken is. Ondanks kou en sneeuw arriveerde ik precies om 8.00 uur bij de tijdelijke GGD-vestiging. 

De vaccinatiekaart toont de echte priktijd: 8.12 uur. In die 12 minuten sinds mijn aankomst wees eerst een vriendelijke parkeerwachter de weg naar een vrije plaats. Vervolgens moest ik ongeveer 100 meter lopen naar de ingang van de prikstraat. Bij de controle van de papieren moest ik even wachten op twee voorgangers, waarna een arts mijn medicijnenoverzicht bekeek. Het akkoord voor vaccinatie gaf aan, dat de bloedverdunner – sinds 2017 onderdeel van mijn medicijnen-cocktail na de open-hart-operatie – noopte tot het twee minuten afdrukken van prikwond. Na een snelle administratieve controle verliep het prikken zelf snel en goed. Het vrijmaken van de bovenarm kostte meer tijd dan de prik zelf. Voorzien van de registratiekaart wees een andere medewerker de route naar de wachtruimte, waar ongeveer dertig voorgangers de voorgeschreven wachttijd van 15 minuten doorbrachten, ruim van elkaar, maar toch vaak ervaringen uitwisselend. En in het oog gehouden door een EHBO-medewerker.

Opvallend was de goede stemming in de prikstraat, zowel voor, tijdens en na de handeling waar alles om begonnen is. De medewerkers tonen stuk voor stuk hun hulpvaardigheid, ook wanneer wat uitleg nodig is. De bezoekers maken in het algemeen een opgeruimde indruk. Zij hebben kennelijk – net zoals ik – uitgezien naar wat miljoenen mensen over de hele wereld meemaken: het inenten met een pas ontwikkeld vaccin tegen een virus, dat zich nog steeds verspreidt en intussen ook nog muteert. De discussie die de pandemie in sommige media en in politieke kringen heeft losgemaakt, weerhoudt gelukkig een toenemend aantal mensen niet van de gang naar een van de GGD-prikstraten of naar andere plaatsen, waar vaccinaties van bijzondere groepen plaats vinden. De korte tijd, die ik zelf in de Wijchense prikstraat heb doorgebracht was in elk geval voldoende om te beseffen, dat het vaccineren van een groot deel van de bevolking een logistieke operatie zonder weerga is. Ik bewonder de wijze waarop de GGD en de talrijke medewerkers zich van hun taak kwijten.

Vaccinatie-gegevens van enkele Europese landen, vergeleken met cijfers van de Verenigde Staten, Europa als geheel, de Europese Unie , China en Rusland. Nederland blijft aanvankelijk achter maar komt geleidelijk dichterbij (Bron: OurWorldinData.og/coronavirus)

Natuurlijk is het nog te vroeg om een oordeel over de effectiviteit van de vaccinatie uit te spreken. Het verloop van de besmettingen met het Covid19-virus en de later opgedoken varianten zal leren, of en in welke mate het befaamde R-getal – de reproductie-factor – tot ver onder 1,0 kan worden teruggedrongen. Ook kan later pas worden vastgesteld, of met de beschikbare vaccins de mutanten voldoende bestreden worden. Naast het spoedig herstel van de normale verhoudingen, met name in economische, sociale en culturele zin klemt ook de vraag naar het toekomstig welzijn van de patiënten, die aan de besmetting met Covid19 een chronisch lijden hebben overgehouden. De coronapandemie is voorlopig de wereld niet uit, en Nederland evenmin. Maar dat neemt niet weg, dat de waardering voor alle inzet tot nu toe, op welk vlak dan ook, moet worden uitgesproken. Een deel van de waardering geldt voor de critici, die een positieve bijdrage wilden leveren. Opportunistische dwarsdenkers daarentegen riepen tegenkrachten op, die het coronabeleid tot een zware opgave maakten.  

Verschillen tussen de eerste en de tweede Covid19-golf, weergegeven in het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners voor de in de grafiek aangegeven landen, waaronder Nederland (Bron: John Hopkins University, voor OurWorldinData.org/coronavirus)

Vast staat wel, dat 2021 een cruciaal jaar wordt voor de bestrijding van de Covid19-pandemie. Op betrekkelijk korte termijn wordt duidelijk of er na de eerste en tweede besmettingsgolf komt en zo ja, met welke intensiteit en omvang. Het naleven van de coronamaatregelen kost steeds meer moeite, ook al blijft het draagvlak voor afstand houden, mondkapjes dragen en zelfs gedwongen sluitingen hoog. Daarom is het belang van een goede en snelle vaccinatiecampagne groot. Met de komst van meerdere vaccins – eerst Pfizer, daarna Modena en nu ook Astra Zenica – kunnen steeds meer kwetsbare en risico-groepen bereikt worden. Hopelijk kunnen in de zomer van 2021 alle mensen gevaccineerd zijn, het merendeel zelfs voor de tweede keer. Wat voor Nederland geldt, geldt uiteraard voor de hele wereld. De geografische en demografische verschillen verklaren voor een deel de verschillen in de Covid19-cijfers. De globalisering verplicht de wereldwijde samenleving om alles te doen om de pandemie het hoofd te bieden, dichtbij en veraf. Vandaar dit bericht over de blijdschap over mijn eerste Pfizer-prik .

Shutterstock stelde clip-art-pictures ter beschikking als bijdrage voor de berichtgeving op sociale media

De vaccinatie-strategie van het Kabinet is in de afgelopen weken vaak bekritiseerd, door echte en vermeende deskundigen in de samenleving en door Tweede Kamer-leden, die te gemakkelijk vergeten, dat de Regering regeert en de Kamer controleert. De trage start van de vaccinatie campagne en het niet volledig volgen van het advies van de Gezondheidsraad waren – naast de onzekere levering van de overigens veelal in Europees verband bestelde vaccins – aanknopingspunten voor kritiek op minister Hugo de Jonge en op de GGD ’s. Die kritiek werd onderbouwd met vaccinatiecijfers van andere landen, alsof sprake was van een wedloop die hoe dan ook gewonnen moest worden. Voor het Kabinet wogen veiligheid en zorgvuldigheid zwaar, ook om het draagvlak voor een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad te versterken. Wie de actuele cijfers beziet, moet concluderen, dat de Nederland de achterstand geleidelijk aan inloopt. Belangrijker nog is de constatering, dat de waardering voor het vaccinatiebeleid steeds groter en breder wordt, ook in de politieke arena. De tweede Kamer stemde onlangs zonder debat in met een verlenging van de Noodwet met drie maanden. Dat is een opsteker voor Rutte en de Jonge. Of niet soms?

Oscar Goedhart (1938 – 2021)

Herinneringen aan een even bevlogen als bescheiden kunstenaar, die tegenstellingen omvormde tot betekenisvolle beelden

Beeldhouwer Oscar Goedhart aan de tekentafel (2006), gefotografeerd door Ger Loeffen voor Beeldspraak – Gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen (2007) door Ad Lansink

‘Tegenstellingen blijven mij boeien. De kastanje: ruwe bolster met blanke pit. Licht bestaat niet zonder donker. Op de dag volgt de macht, en omgekeerd’, aldus Oscar Goedhart toen ik hem voor ‘Beeldspraak – Gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen’ vroeg naar de tegenstelling tussen het ruwe gietsel en het gepolijste brons van zijn indrukwekkende beelden. Die tegenstelling werd een regelrechte wisselwerking, een wederzijdse versterking. Licht kan inderdaad niet zonder donker, en wit niet zonder zwart, zoals leven niet zonder dood kan bestaan. Toen ik onlangs het onverwachte overlijdensbericht van Oscar Goedhart kreeg, dacht ik terug aan zijn in meer opzichten ware woorden. Leven en sterven liggen in elkaars verlengde, ook al ‘moest nog zoveel gedaan en onderzocht worden: de tijd was te kort’. De rouwkaart verwoordt wat de even bevlogen als bescheiden kunstenaar voorvoeld moet hebben.

Harry van Kuyk: Groot Abecedarium (1973) met op cassette: Oscar Goedhart: Bronzen Zegel (1972)

Toen ik halverwege de zeventiger jaren Oscar Goedhart in de befaamde City Bar van Jo Samson leerde kennen, was hij al een gelauwerd kunstenaar. In 1968 had de gemeente Nijmegen hem al de prestigieuze Karel de Grote-prijs toegekend. Een fraaie serie van Bronzen Zegels sieren al talloze jaren de foyer van het Nijmeegs Stadhuis. Oscar’s zegel voor het Groot Abecedarium van Harry van Kuyk – een houten, met linnen beklede cassette met 26 reliëfprints en 5 zeefdrukken – was een mooie aanleiding voor onze eerste gesprekken in het bruine café aan de Houtstraat, ontmoetingsplaats voor kunstenaars, journalisten, mensen uit de Nijmeegse Benedenstad en enkele verdwaalde politici. Op die eerste gesprekken volgden er meer en meer op die mooie vrijdagavonden. Oscar was naast Rob Terwindt en Harry van Kuyk een van de kunstenaars, die mij onder het genot van aardig wat bier enthousiast hebben gemaakt voor eigentijdse kunst.

Oscar Goedhart: Bronzen Zegel voor Harry van Kuyk's Groot Abecedarium (1973)
Oscar Goedhart: Bronzen Zegel voor Harry van Kuyk’s Groot Abecedarium (1972-1973)

Oscar Goedhart was overigens een even bescheiden als sympathieke kunstenaar, die na het soms zware werk in zijn atelier uitzag naar ontmoetingen met andere mensen. In de City Bar en later bij Goosens op de Grote Markt trof hij allerhande figuren, met wie hij kon praten over zijn werk, maar ook over onderwerpen, die buiten het domein van de kunst lagen. Het dagelijkse wel en wee, ontwikkelingen in de politieke arena, verschillen tussen Nijmegen en Mook. Gesprekken om, zoals hij dat zelf verwoordde, ‘de tegenstelling tussen saamhorigheid en eenzaamheid te overwinnen’. Hij verwees tijdens het interview voor Beeldspraak naar het beeld ‘Eenzaamheid’, dat hij in 1973 maakte in opdracht van de gemeente Mook, ‘toen hij zich klote voelde, eenzaam ook’. Het unieke beeld op de oever van de Maas is een dierbare en tastbare herinnering aan de kunstenaar, die in zijn atelier aan de Kuilseweg in Mook veel mooie beelden heeft gemaakt.

Oscar Goedhart: Eenzaamheid (1973), gefotografeerd door Ad Lansink op 31 januari 2021 toen het water van de Maas aan het stijgen was

Toen uitbater Jo Samson in 1986 zijn bruine kroeg verkocht, verkasten nogal wat stamgasten naar Café Goossens. Gelderlander-journalist Harrie Janssen had als een soort kwartiermaker zijn stamcafé-genoten de kortste weg gewezen: honderd meter de Stikke Hezelstraat op. Ook Oscar Goedhart was met de regelmaat van de (vrijdag) klok in het kleine proeflokaal aan de Grote Markt te vinden. De ontmoetingen en gesprekken werden in de nieuwe, wat andere locatie voortgezet met dezelfde maar ook met nieuwe stamgasten. Oscar bleef ook daar wie hij steeds was: kunstenaar, denker en doener, maar ook luisteraar en prater, sympathiek een meevoelend. In 1994 vroeg Oscar mij – ook namens Ted Felen – of ik de expositie die hij met de befaamde glazenier in Galerie De Stijl in Velp zou houden, wilde openen. Ik aarzelde geen moment.  De glazenier, kunstschilder en graficus had ik al eerder, zij het niet in een kroeg, leren kennen. De duo-expositie moest wel iets bijzonders worden, een weerspiegeling van wat intro- en extroverte kunstenaars te vertellen hebben.

Oscar Goedhart; Eenzaamheid (1973) weliswaar met het gezicht naar de Maas maar toch ook in de samenleving van Mook (Foto: Ad Lansink)

Oscar Goedhart aan het werk in zijn atelier (1999)

Tijdens die bijzondere expositie in Velp – om precies te zijn op 21 juni 1994 – werd ik geraakt door een aanvankelijk non-figuratief beeld, getiteld ‘Ontmoeting II’. Twee onbestemde gestalten lijken elkaar te naderen, te ontmoeten ook, hoewel een zekere afstand tussen de figuren blijft bestaan. Zijn zij met elkaar in gesprek of is het een soort ‘stare down’: een stilzwijgende ontmoeting, die voor zichzelf moet spreken? De ruwe buitenkanten en de glanzende binnenzijden boeiden mij zozeer, dat ik korte tijd na de expositie in Velp besloot het bijzondere kunstwerk aan te schaffen. Enkele jaren later zou ‘Ontmoeting II’ in Groesbeek een bijzonder vervolg krijgen. De besturen van de Vereniging voor Praktische Hulpverlening (PH) en het Ds. Visscherfonds – twee loten van dezelfde stam – besloten om bij de opening van het gloednieuwe Dagactiviteitencentrum aan de Groesbeekse Tehuizen een kunstwerk te schenken. Mijn voorstel om Oscar Goedhart te benaderen leidde ertoe, dat ik met PH-voorzitter John Haalmeijer naar de Kuilseweg trok. Voorbeelden uit het fotoboek met een overzicht van Oscar’s werk zou ons inspiratie bieden. Toeval of niet: de keuze viel op ‘Ontmoeting II’, zij het op aanzienlijk groter formaat.

Oscar Goedhart: Splijtstoftafeltje – gedeeltelijk gepolijst brons – 13 x8 x 3,5 cm (Foto:Ad Lansink)

De onthulling van het beeld in de overdekte straat in het Dagactiviteitencentrum aan de Zevenheuvelenweg in Groesbeek werd een onvergetelijke dag, omdat we ons moesten afvragen hoe het beeld zou overkomen bij de bewoners van de Groesbeekse Tehuizen, mensen met een verstandelijke beperking. Later zou blijken, dat de reacties opnieuw een tegenstelling lieten zien: groot enthousiasme naast pittige kritiek, waardering naast vragen naar de betekenis van de grote bronzen figuren. De onthulling was ook onvergetelijk, omdat Oscar mij vroeg na afloop nog even mee te gaan naar de Kuilseweg om een borrel te drinken op de goede afloop van het pittige project. Daar verraste hij mij met een bronzen ‘Splijtstoftafeltje’, uit dank voor onze ontmoetingen en voor mijn suggestie aan mijn medebestuursleden hem de opdracht te verlenen. Inmiddels heeft Pluryn, rechtsopvolger van de Groesbeekse Tehuizen het Dagactiviteitencentrum gesloten en verkocht. Herbestemming van gebouw of grond leidt hopelijk tot een nieuwe, nog mooiere plaats van Oscar’s kunstwerk.

Oscar Goedhart: Ontmoeting I en Ontmoeting II (1993) – Brons op sokkel (Foto: Ad Lansink)

Het was een voorrecht om Oscar Goedhart te hebben leren kennen. We waren elkaar in de afgelopen jaren uit het oog geraakt. Stamcafés komen en gaan voorbij, en stamgasten zoeken soms een andere weg. Maar in de vier decennia, dat onze wegen elkaar vaak kruisten, soms zelfs wekelijks, heeft Oscar een onuitwisbare indruk gemaakt. Ik nodigde ook daarom Oscar uit om samen met Harrie Gerritz en Rob Terwindt werk te exposeren op de ere-tentoonstelling, die ik eind mei 1998 bij mijn vertrek uit de Tweede Kamer in Nieuwspoort mocht inrichten. Dat de gasten van mijn afscheidsfeest in Nieuwpoort mij enkele weken later als herinnering aan 21 jaar Tweede Kamer en evenzoveel jaren Nieuwspoort ‘Ontmoeting I’ kwamen aanbieden, betekende een versterking van de onzichtbare band met Oscar Goedhart. Zijn ‘Ontmoeting I en II’ doen mij elke dag terugdenken aan het zichtbaar resultaat van zijn werk, en zijn liefde voor het ontmoeten van andere mensen. Zijn naasten weten zich getroost en gesteund door zijn werk: een blijvende herinnering aan creativiteit, ambachtelijke inzet en dienstbaarheid

Oscar Goedhart: Voorstudies (2000) – Oscar verraste mij omstreeks 2002 met een drietal ingelijste bladen met voorstudies. Twee bladen zijn niet gesigneerd, het hierboven weergegeven blad wel. De schetsen laten zien hoe Oscar tewerk ging: eerst een eenvoudige, snelle schets op papier, voordat hij de vorm ging maken.