Museumvrienden: onmisbaar, of niet soms?

Spijkerbeeld

Vrienden van het Afrikamuseum bij een geliefd object Afbeelding uit Vriendenbulletin

Wie kent ze niet: de vrienden van het museum, welk of waar dan ook. Vul de namen van de musea maar in. Vrijwel ieder Nederlands museum kent een club van vrienden, al dan niet verenigd in een rechtspersoon met gangmakers, actieve en afstandelijke leden, tot loutere donateurs toe. De besturen en directies van musea kennen de betekenis en waarde van hun vrienden. De club van vrienden levert meestal enthousiaste vrijwilligers zonder wie geen enkel museum kan draaien. De vrienden beheren vaak ook een spaarpot, waaruit het museum een of meer aankopen kan doen wanneer de eigen middelen ontoereikend zijn. De tegenprestaties zijn bekend: een toegangspas plus korting op aankopen in de museumwinkel, een instituut dat voor het museum al even onmisbaar is als de vele vrijwilligers. De belangstelling voor kunst, geschiedenis en natuur en de grote variatie van musea in het Rijk van Nijmegen leidde vanzelf tot een (im)materiele vriendschap met het Valkhofmuseum en Orientalis, het vroegere Bijbels Openluchtmuseum, dat anno 2014 (en hopelijk ook daarna) goed aan de weg timmert. Ook het fraaie Afrikamuseum, het educatieve Natuurmuseum Nijmegen en het toonaangevende Bevrijdingsmuseum mochten op een meer dan vriendschappelijke belangstelling rekenen.

valkhof

Voorzijde Museum Het Valkhof

Vrienden voor het leven: die gevleugelde woorden gelden ook voor de band met musea, ware het niet dat die vriendschap op de proef wordt gesteld, wanneer vrienden niet of te laat geinformeerd worden over ingrijpende veranderingen. Het betrekken van museumvrienden bij forse koerswijzigingen is waarschijnlijk te veel gevraagd. Zou het Afrikamuseum de fusie met het Rijksmuseum Volkenkunde en het Tropenmuseum in het Nationaal Museum voor Wereldculturen aan de eigen vrienden hebben voorgelegd, dan zou instemming met deze door de rijksoverheid min of meer afgedwongen krachtenbundeling niet op voorhand hebben vastgestaan. De vorming van De Bastei na een fusie van het Natuurmuseum Nijmegen en de Stratemakerstoren zou wellicht minder bezwaren hebben opgeroepen. Maar de claim van de directeur van het Bevrijdingsmuseum te Groesbeek om na het afblazen van het (Nijmeegse) Vrijheidsmuseum het gezegde ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ inhoud te geven, zal voor sommige vrienden een teken aan de wand zijn. Een ander, nog bedenkelijker teken aan de wand, vormen de zorgen, die de vrienden van het Valkhofmuseum onlangs kenbaar hebben gemaakt. De vermindering van de gemeentelijke subsidie noopt tot een zodanige ingreep in de formatie van de staf, dat voor de toekomst van het museum moet worden gevreesd, aldus de voorzitter Hoppenbrouwer van de Valkhof-vrienden. Sommige leden van haar doorgaans betrokken vereniging denken zelfs na over de opzegging van het lidmaatschap. Dat laatste lijkt mij niet de hoogste wijsheid. Eendracht maakt immers macht, juist onder moeilijke omstandigheden. Maar het signaal is wel duidelijk. Wanneer museumvrienden onmisbaar zijn, en hun betrokkenheid serieus wordt genomen, dan zijn transparantie en communicatie essentieel. Directe zeggenschap is uiteraard onmogelijk, en ook onnodig, in tegenstelling tot positieve interactie, ook als het gaat om de formulering van een beleidsvisie. Dat hoeft niet uitsluitend aan een interim-manager te worden overgelaten. Jan van Laarhoven kennend, zal zijn oor overal te luisteren leggen, hopelijk ook bij de trouwe vrienden van Museum Het Valkhof.

Met ‘crowdasking’ en #LansinkLadder de ‘cloud’ in

De oproep van www.wastewise.be

De oproep van www.wastewise.be

Crowd, cloud en hashtag zijn termen, die in de digitale wereld van vandaag geen vertaling meer nodig hebben. ‘Volk en wolk’ voor ‘crowd en cloud’ zou kunnen, maar ook op onbegrip stuiten. Crowdsourcing is intussen alom bekend geworden als een ongedachte maar werkbare financieringsbron.  De onbegrensde cloud met zijn ontelbare klanten en bestanden is, hoewel onzichtbaar, overal aanwezig. En de hashtag – het befaamde # teken – is de kapstok, waaraan zowel namen als begrippen worden gehangen om met onmetelijke snelheid over het wereld-wijde-web hun weg te vindent. Ranjeth Annepu – cofounder en curator van de (Amerikaanse) website Be Wastewise – komt de eer toe van de koppeling van de hashtag aan de Ladder van Lansink, ook wel aangeduid met afvalhiërarchie of ‘waste hierarchy’.  De voorkeursvolgorde voor het afvalbeheer heeft met  #LansinkLadder een synoniem erbij gekregen. Waarom de naam van de ‘father of waste hierarchy’ – de vertaling door de editors van Be Wastewise en Isonomia – voorop staat is mij niet duidelijk. De alliteratie zou bij de andere volgorde ook wel werken. Misschien heeft Ranjeth Annepu gedacht, dat de man van de ladder er eerder was dan de ladder zelf. Dat is natuurlijk zo.

De antwoorden van 'The father of waste hierarchy'

De antwoorden van ‘The father of waste hierarchy’

Hoe het ook zij: zijn voorstel om via  ‘crowdasking’ – ook een nieuwe webterm – vragen te verzamelen, die vervolgens themagewijs aan mij zouden worden voorgelegd, heeft goed gewerkt te oordelen naar de onderwerpen van de binnengekomen reacties. Steve Watson van Isonomia heeft die reacties geordend en verwerkt in een twaalftal vragen, die mij ter beantwoording zijn voorgelegd. Het resultaat is inmiddels in twee delen gepubliceerd, zowel door Isonomia als door Be Wastewise. Het eerste deel betreft de vragen over de afvalhiërarchie, en de toekomstige ontwikkelingen in het afvalbeheer, met name rond preventie en recycling. Het tweede deel gaat in op het ‘trending topic’ van de circulaire economie, met de boeiende vraag of ‘Zero waste’ haalbaar is. De gelegenheid, die Isonomia en Be Wastewise mij geboden hebben om ook buiten de landsgrenzen aandacht te vragen voor het onderwerp, dat mij al sinds 1979 bezig houdt, verdient grote waardering. Het is een mooie aansporing en uitdaging om de bewerking en vertaling van ‘De Kracht van de Kringloop’ letterlijk en figuurlijk voort te zetten, via deze Angelsaksische websites, maar wellicht ook in de vorm van een blog of boek.

Open Atelierdagen 2014 in de Kraijenhoffkazerne

Bij het licht van Marion Timmerman

Bijgelicht door Marion Timmerman

De Open Atelierdagen in de Nijmeegse Krayenhoffkazerne zijn onder kunstliefhebbers maar ook daarbuiten een begrip geworden. De kunstenaars mochten op de dag van de opening – 31 oktober 2014 – veel gasten begroeten in de met fakkels en vuurkorven verlichte en verwarmde binnentuin, waar het door het rustige herfstweer en de wijn goed toeven was. Jeroen Kurpershoek verraste de bezoekers met ingetogen en toch vrolijke muziek op zijn basgitaar. Zijn indrukwekkende songs stemden tot nadenken. Maar veel tijd hadden de gasten daarvoor niet, want na Jeroen’s slotakkoord mocht ik van ‘oppergastvrouw’ Karin Elfrink in een ongekend feestelijke ambiance de Open Atelierdagen 2014 openen, achter een opvallende installatie van Ria Roerdink en uitstekend bijgelicht door Marion Timmerman.

Titel

Spandoek met verwijzing naar website

Het besluit om alle kunstenaars – het zijn er maar liefst 34 – met twee zinnen artistiek te typeren pakte, gelet op de enthousiaste reacties na afloop goed uit. De dag voor de opening had de immer goedlachse Karin mij door het fraaie complex geleid. Aan de aanwezige kunstenaars had ik trefwoorden gevraagd, omdat mijn toespraak niet te lang mocht worden. Dat zij soms meer vertelden hinderde natuurlijk niet. De ontbrekende informatie was gelukkig te vinden op de nieuwe (en fraaie) website, die alle kunstenaars de nodige individuele ruimte biedt en toch de kracht van het collectief uitstraalt. Veelzijdigheid in verbondenheid, eigenheid naast saamhorigheid: woorden die in mijn toespraak ook terug te vinden zijn.

Een en al aandacht voor Jeroen Kurpershoek

Een en al aandacht voor Jeroen Kurpershoek

Na de achteraf niet te lange reeks van 34 minischetsen heb ik twee kunstenaars met de aanbieding van ‘Volg de zon en vang het licht’ – het boek over Andreas Hetfeld’s Zonneboom – van een eervolle vermelding voorzien. Lucy Besson en Karin Elfrink verdienden om andere dan artistieke redenen een extra pluim (en applaus) voor hun organisatorische activiteiten en voor de kans, die ze mij geboden hebben om weer een aantal kunstenaars te mogen ontmoeten en te leren kennen. De openingsavond van de Open Atelierdagen 2014 werd een sfeerrijke en onvergetelijke gebeurtenis, ook door de ontmoetingen en gesprekken in de ateliers. Dat de deur van de Kazerne pas ver na het officiële sluitingsuur op slot ging, laat zich raden.

Klaas Gubbels, Harrie Gerritz en Ilse Vermeulen in Skagen’s M.galleri

Het bijzondere logo met de M van Marin

Het bijzondere logo met de M van Marin

De expositie van Klaas Gubbels, Harrie Gerritz en Ilse Vermeulen in Skagen, in het hoge noorden van Denemarken, was aanleiding voor een mooi reisdoel: de befaamde Deense vissersplaats, die al lang een artistieke naam weet hoog te houden. De uitnodiging van Harrie Gerritz voor de opening van de expositie in de M.galleri bleek de opmaat voor een boeiende dag in de noordelijke punt van Jutland. De M staat voor Marin Karstensen, kundig verzamelaar maar ook galeriehoudster met een voorliefde voor eigentijdse kunst, voor wie nationale grenzen niet bestaan. Haar man Knud, eigenaar van Karstensen’s Skibsvaerf leerde het bouwen van schepen o.m. in Monnikendam, terwijl Marin geboren is in Ijsland: vandaar wellicht hun internationale oriëntatie. Jenny Gerritz keek verrast op toen ze ons zag op het zonnige binnenerf van M.Galleri: een wit gepleisterd complex langs de weg naar Kandested, vlak bij Rabjerg Mile Camping, waar we ons bivak hadden opgeslagen. Marin, die we de avond tevoren op zoek naar de galerie al hadden ontmoet bij haar fraaie huis aan de Lundholmvej had op ons verzoek onze komst voor zich gehouden.

Binnenplaats van M.galleri in Skagen

Binnenplaats van M.galleri in Skagen

Harrie Gerritz was net zo verrast als zijn echtgenote, toen de vriendelijke en spontane eigenaresse van M.galleri ons mee naar binnen nam, waar Harrie en Ilse  – Klaas Gubbels was in Frankrijk  –  in gesprek waren met Joan Court. De  ‘tweede man’ van de Nederlandse ambassade zou later de tentoonstelling met welgekozen woorden openen. Het werk van de Nederlandse kunstenaars – fraai tentoongesteld in afzonderlijke ruimten, naast een gemeenschappelijk middendeel – werd door de gasten van M.galleri enthousiast ontvangen, te oordelen naar de geanimeerde gesprekken na de korte maar krachtige opening. Hoewel het ook buiten goed toeven was met zon, wijn en groene bonen raakten heel wat gasten aan de praat met beide kunstenaars.

Aankondiging in Skagen Onsdag

Aankondiging in Skagen Onsdag

Engels bleek in het verre Skagen een prima voertaal, ook ‘s avonds tijdens het erediner in het fraaie huis van Marin en Knud Karstensen, waar we naast mooie schilderijen ook een bronzen beeld van Harrie Gerritz aantroffen. Daar mochten we met de kunstenaars in kleine kring ervaren, dat kunst en gastvrijheid hand in hand gaan. Onze dank en waardering voor de spontane invitatie van het kunstzinnige echtpaar heb ik als ‘mystery guest’ proberen te verwoorden. Wat blijft zijn  de herinneringen aan een bijzondere dag,  ver van Nijmegen maar dichtbij waar het de vriendschap en verbondenheid met kunst en kunstenaars betreft. Die herinnering blijft levend in een kleine ‘slide show’ op deze pagina. De afbeeldingen spreken waarschijnlijk voor zich, mede dank zij de hoofdrolspelers: Marin Karstensen, ambassadesecretaris Joan Coert, Harrie (en Jenny) Gerritz, Ilse Vermeulen en – afwezig maar met zijn doeken erbij  – Klaas Gubbels: drie bekende Nederlandse kunstenaars die gedurende enkele weken hun werk in Denemarken mochten tonen. Wie nog meer beelden wil zien, klikt op deze link: Memories of a beautiful exhibition at M.galleri (Skagen), met Engelse toelichting.

 

Interart 25 Jaar: Vier de verbeelding, met o.m. Alexander Bobkin

Alexander2

Alexander Bobkin voor twee van zijn grote doeken in Galerie Interart bij de opening van de combinatietentoonstelling op 31 augustus 2014
Foto: Ad Lansink

Dank zij de uitnodiging van Alexander Bobkin voor de opening van een combinatietentoonstelling bij Interart in Heeswijk-Dinther ontdekte ik, dat de befaamde Galerie en Beeldentuin al weer 25 jaar bestaat. Ik herinner me als de dag van gisteren, dat ik in 1991 de expositie van beeldend kunstenaar Robert Terwindt en beeldhouwer Piet Slegers mocht openen, toen nog in het oude gemeentehuis, waar de galerie vanaf 1989 was gevestigd. Van de fraaie beeldentuin had ik wel gehoord, maar ik was er nog nooit geweest. Ook de duurzame galerie, waarmee Astrid en Dick Rakhorst enkele jaren geleden hun fraaie beeldentuin hadden verrijkt, had ik nog niet kunnen bewonderen. De deelname van Alexander Bobkin aan de expositie, waarmee Interart het jubileumjaar 2014 afsluit, was een mooie aanleiding om een bezoek te brengen aan wat waarschijnlijk de mooiste beeldentuin van Nederland is.

as-en-dick-2014.jpg-klll

Astrid en Dick Rakhorst in hun duurzame, indrukwekkende galerie
Bron: www.interart.nl

Beeldentuin
De tijdelijke parkeerplaats – een weide naast het terrein van Interart – leerde al snel, dat veel kunstliefhebbers de weg naar het artistieke domein van Astrid en Dick Rakhorst hadden weten te vinden. De even enthousiaste als ondernemende galerie-eigenaren maken – zo blijkt uit de immense beeldenverzameling – het motto van het jubileumjaar ‘Vier de Verbeelding’ in alle opzichten waar. De bezoekers van de even omvangrijke als gevarieerde beeldentuin kijken hun ogen uit. Grote en middelgrote beelden en sculpturen in staal, brons, hout, keramiek, graniet, glas of kunststof van een reeks befaamde kunstenaars bieden een goed zicht op de actuele beeldhouwkunst. De opstelling in de open, groene ruimte geeft de kunstliefhebber een mooie indruk van wat hij of zij bij plaatsing in eigen tuin mag verwachten. Terug naar de (voor 2014) slottentoonstelling in de galerie: een combinatie van bekende en nieuwe kunstenaars. De Belgische kunstenares Jenny Verplanke toont  opvallende,  en toch ingetogen schilderijen, de Iraanse Chahab Tayefeh-Mohajer bijzonder kleurrijke  schilderijen en gravures en de uit Rusland afkomstige, maar al jaren in Wychen en Nijmegen actieve Alexander Bobkin zijn mysterieuze, tegelijk boeiende schilderijen. Interart presenteert verder – binnen en buiten – het werk van  Carlos Mata en Harry de Leeuw, twee gerenommeerde beeldhouwers, die al langer deel uitmaken van de collectie.

Boekomslag

De Kracht van Duurzaam Veranderen: het boek van Anne-Marie Rakhorst, waarvan in maart 2013 de 2e druk verscheen
Uitgave: Search Knowledge – Scriptum
ISBN 9 789055 942244

Astrid en Dick Rakhorst
De hartelijke ontmoeting met Alexander en Ludmilla Bobkin leidde vanzelf tot de, achteraf hernieuwde kennismaking met Astrid Rakhorst, die vrijwel meteen haar echtgenoot inlichtte over de opening in 1991, toen de galerie pas kort bestond.  Dick Rakhorst herinnerde zich mijn naam, maar in ander verband. Via zijn dochter Anne-Marie – oprichter en tot voor kort eigenaar van het toonaangevende adviesbureau Search – was de link naar de Ladder van Lansink, C2C en Michael Braungart snel gelegd. Wat begon met een boeiend bezoek aan de jubileumexpositie van Interart, met Alexander Bobkin als mediator, eindigde met een verrassend gesprek over wat Anne-Marie Rakhorst in de afgelopen jaren heeft meegemaakt, over haar te vroeg gestorven echtgenoot Eugene Janssen, en over de wijze waarop zij de tegenslagen te boven is gekomen. Ik kreeg in ruil voor het boek ‘De Kracht van de Kringloop’ haar nieuwste boek mee, een herinnering aan een bijzondere dag in Heeswijk-Dinther, waar de verbeelding gevierd kan worden tot en met 12 oktober 2014. De galerie en beeldentuin van Interart zijn een bezoek ten volle waard.

Theo Elfrink (1923 – 2014)

Tijdens een vakantiereis door Griekenland lees ik via Twitter – het snelle, wereldomspannende communicatiemiddel – dat kunstenaar Theo Elfrink aan de gevolgen van een noodlottig verkeersongeval is overleden. Het droevige nieuws overvalt en ontroert mij. Want Theo mocht dan wel al de leeftijd van de allersterkste mannen hebben bereikt, hij was nog steeds volop actief. Theo was nog lang niet uitgetekend of uitgeschilderd. Zijn scheppingsdrang kende geen grenzen, zijn ideeënrijkdom evenmin. Ik herinner mij als de dag van gisteren ons fijne gesprek in zijn atelier, in het bruggenhoofd van de Nijmeegse spoorbrug, waar hij zich niets aantrok van de treinen, die met de regelmaat van de klok aandacht vroegen. Niet van Theo trouwens. Vol enthousiasme vertelde hij over zijn verleden, heden en toekomst als kunstenaar. Die toekomst heeft vanaf ons uitvoerige gesprek slechts zeven jaar mogen duren. Beeldspraak, de bundeling van mijn gesprekken met 25 kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen, verscheen namelijk eind 2007. Bij de boekpresentatie, de feestelijke signeersessie en de expositie in Galerie Stills was Theo Elfrink vanzelfsprekend aanwezig, samen met zijn dochter Karin, die ik ook voor Beeldspraak mocht interviewen. Zoals altijd was hij ook bij die gebeurtenissen goedgemutst en voor iedereen aanspreekbaar op zijn werk en andere zaken. Het was een voorrecht Theo te hebben mogen kennen, een even bevlogen als creatief kunstenaar, die talloos veel mensen met zijn tekeningen en schilderijen heeft weten te boeien. Zijn werk gaat hoe dan ook de eeuwigheid voorbij.

20140609-121007-43807474.jpg

Jan van der Meer: Groen(links)e gangmaker

Zonneboom krijgt water

Initiatiefnemer Jan van der Meer, kunstenaar Andreas Hetfeld en bedenker Ad Lansink geven de Zonneboom kraanwater (Foto: Ger Loeffen)

Nijmegen scoort hoog op de lijst van duurzame steden, zelfs in Europa, getuige de nominatie voor de Green Capital Award. Op 24 juni 2014 wordt bekend of Nijmegen deze prestigieuze eretitel in ontvangst mag nemen. Oud-wethouder Jan van der Meer  zal ongetwijfeld de prijsuitreiking meemaken, al was het alleen al omdat hij beschouwd mag worden als aanjager en gangmaker van duurzame ontwikkeling van en in Nijmegen. In 2007 vroeg hij via Volkert Vintges – de directeur van de Gelderse Natuur en Milieufederatie – mij voorzitter te worden van het nog te vormen Nijmeegs Zonnekrachtteam. In het Duitse Freiburg had hij ontdekt, dat een enthousiast stadsbestuur duurzame energie kon stimuleren. Hij had weliswaar een team van externe, min of meer deskundige lieden nodig om een plan van aanpak te maken. Maar niet ontkend kan worden, dat een doortastende wethouder  die bovendien weet waar middelen te vinden zijn het verschil kan maken. Zelf aarzelde ik, maar na een stevig  gesprek wist de jonge wethouder mij te overtuigen.

Zonneboom beweegt

De Zonneboom komt tot leven: de kroon zet zich in beweging
Foto: Ger Loeffen

Het Plan van Aanpak Zonne-energie
zag in 2008, ook dank zij zijn voortdurende belangstelling, letterlijk en figuurlijk het licht. Wie anno 2014 in Nijmegen zijn ogen de kost geeft ontdekt op tal van huizen zonnepanelen, vaak in meervoud, zoals bij voorbeeld op de kruising van de van Heutzstraat en de Groesbeekseweg. Bovendien zijn veel panelen onzichtbaar. Denk aan de installaties op de studentenflats van Nijeveld, het dak van de Molenstraatkerk en de nieuwbouw van de HAN.  Bij de presentatie van de globale lijnen van het Plan van Aanpak vroeg Jan van der Meer naar een herkenbaar teken in de publieke ruimte, zodat voorbijgangers konden zien, dat Nijmegen zich warm maakte voor (en met) zonne-energie. De groene wethouder vermoedde waarschijnlijk, dat ik het idee wel zou oppakken. Dat was inderdaad het geval. De contacten in de kunstwereld brachten mij bij Andreas Hetfeld, een kunstenaar, die naam had gemaakt met tijdelijke buitenobjecten. Hij ontwierp in relatief korte tijd een innovatief en kinetisch kunstwerk: de Zonneboom die nu sinds het voorjaar van 2012 het stadsbeeld tussen het ROC Technovium en het SSHN-complex de Gouverneur bij het Station Heyendaal markeert.

Even omhoog kijken

Andreas Hetfeld, Jan van der Meer en Ad Lansink stellen vast, dat kinetiek en kunst een duurzame combinatie vormen.
Foto: Ger Loeffen

Zonneboom: kroon op werk
De schetsen van het markante kunstwerk, waarvan de kroon zich permanent richt op de stand van de zon, kwamen snel tot stand, maar het realisatieproces duurde veel langer. De technische uitwerking vergde tijd, evenals de vergaring van de financiële middelen. Daarentegen verliepen de vergunningverlening en de zoektocht naar een kundige bouwer en een geschikte installateur voorspoedig. Het bestuur van de intussen opgerichte stichting Zonneboom – harde kern van het Zonnekrachtteam – heeft slapeloze nachten beleefd voordat de financiering rond was. Ook in die moeilijke fase toonde Jan van der Meer zijn grote betrokkenheid bij het project. Dankzij de gedeelde inspanning van bedrijfsleven en overheid, bleek de bouw van het unieke kunstwerk mogelijk. Op 12 juni 2012 werd de Zonneboom in aanwezigheid van een talrijk publiek met een eenvoudige gieter tot leven gewekt. Jan van der Meer mag de Zonneboom beschouwen als het symbool voor zijn bestuurlijke inspanningen in Nijmegen. Dat ook andere leden van het college van burgemeester en wethouders – met name Hannie Kunst en Henk Beerten – bij het project betrokken raakten, tekent de gedeelde verantwoordelijkheid binnen het stadsbestuur, dat Nijmegen terecht tot koploper duurzaamheid heeft gemaakt.  Na de verkiezing tot Solar City 2014 is de nominatie voor de  Green Capital Award, met Essen (Duitsland), Umea (Zweden), Oslo (Noorwegen) en Lujljana (Slovenië)  het ultieme bewijs, ook wanneer de prijs niet naar Nijmegen gaatt.

Wubbo Ockels (1946-2014): De natuur heeft altijd gelijk

WO8

Prof. Dr. Wubbo Ockels
Foto: TU Delft

Het overlijden van ‘duurzaamheidspionier’ Wubbo Ockels beheerst het nieuws, op een zonnige zondag  – 18 mei 2014 – die geschapen lijkt voor al wat Nederlands eerste ruimtevaarder belichaamde: het geloof in de kracht van elke mens als astronaut op het  ruimteschip aarde. De overtuiging ook, dat de zon voldoende energie uitstraalt om duurzaamheid echt inhoud te geven. Min of meer toevallig ontmoette ik Prof. Dr. Wubbo Ockels, toen de Rector Magnificus van de TU Delft mij vroeg om als adviseur deel uit te maken van de promotiecommissie, die Martin de Bree aan de tand zou voelen bij de verdediging van zijn dissertatie ‘Waste and Innovation’. Achtergrond van de uitnodiging was de invloed van de Ladder van Lansink op de innovatie in het afvalbeheer. Ik herinner me die voor de promovendus heugelijke dag op 22 mei 2006 vooral door de diepe indruk, die Wubbo Ockels op mij maakte. Hij zette helder de relatie tussen innovatie en duurzaamheid uiteen, en boeide vanaf het eerste ogenblik met welgekozen, inspirerende woorden. Het verbaasde mij dan ook niet, dat hij gedurende zijn Delftse professorale jaren als hoogleraar talrijke studenten de weg wist te wijzen, ook met toonaangevende projecten op het terrein van duurzame ontwikkeling. Toen ik hem enkele jaren na die eerste ontmoeting vroeg, of hij voor de bezoekers van Milieupoort – het netwerk van bedrijfsleven, milieubeweging, politiek en overheid, dat van 1993 tot 2011 in Nieuwspoort bijeenkwam – zijn visie op duurzaamheid uiteen zou willen zetten, was het antwoord meteen positief. In een even enthousiast als overtuigend betoog maakte Wubbo Ockels de toehoorders duidelijk, dat Nederland een wereld te winnen had wanneer het beleid met meer kracht, inzet en middelen gericht zou worden op duurzame ontwikkeling, in en van meer sectoren. Hij kende de weerbarstigheid van het politieke bedrijf, maar schuwde geenszins man en paard te noemen. Het effect van zijn woorden is natuurlijk moeilijk te meten, ook omdat politici en ambtenaren veel en andere zaken aan hun hoofd hebben. Maar wanneer zijn woorden – ook elders geschreven en uitgesproken – mensen aan het denken blijven zetten – dan is er al heel wat gewonnen. In de onnavolgbaar goede toespraak, bij de uitreiking van de Brandarisprijs op het Springtijfestival 2013 maakte Wubbo Ockels als natuurkundige, ruimtevaarder en ‘mag ik het zeggen’ kankerlijder duidelijk, dat iedere mens een opdracht heeft te vervullen. Onvergetelijk blijven zijn woorden ‘Elke mens is astronaut op het ruimteschip aarde’ en ‘Wat is er sterker dan het geloof’. Hij doelde naast elkaar het geloof in eigen kunnen en het religieus besef, ook met zijn herhaaldelijk uitgesproken stelling: ‘De natuur heeft altijd gelijk’. Dat zijn woorden die te denken en vooral te doen geven.

Politiek leiderschap met visie en lef

IMAG0103

Dries van Agt en Ruud Lubbers tijdens reünie van oud-KVP-Kamerleden bij Engels in Rotterdam op 12 april 2014 (Foto: Ad Lansink)

Kunnen (destijds) brede volkspartijen zoals het CDA maar ook PvdA en VVD de onvrede in de samenleving wegnemen, en daarmee het toenemend populisme een halt toe roepen? Die vraag mocht ik onlangs beantwoorden tijdens de reünie van oud-Kamerleden van KVP-huize, die elkaar vrijwel ieder jaar treffen bij Engels in Rotterdam. De omvang van het ‘mastodontelijke’ genootschap – de nog voor de KVP gekozen Kamerleden van 1977-1978 sluiten de rij – neemt weliswaar af maar de inhoudelijke discussies over de politiek van vroeger, nu en (vooral) morgen zijn er niet minder om. De gebundelde ervaring telt, ook door de aanwezigheid van oud-premiers Dries van Agt en Ruud Lubbers, die trouwens ook elders nog regelmatig van zich laten horen. De vraag naar de oorzaken van onvrede en populisme  – en eigenlijk ook nationalisme – is intussen gemakkelijker te beantwoorden dan die naar de oplossing van dit niet alleen Nederlandse vraagstuk. Ongetwijfeld zijn voor het CDA de secularisatie en ontkerkelijking belangrijke oorzaken van het verminderde draagvlak. Maar de individualisering met uitwassen van egotripperij en verlies aan saamhorigheid gelden ook voor andere, niet kerkelijke verbanden. Denk maar aan de positie van de vakbeweging. Wat zich ook doen gelden zijn globalisering en digitalisering en de daarmee gepaard gaande invloed van massamedia. De kranten kunnen de wedloop nog net bijbenen, maar voelen ook de dwang van kijk- en oplagecijfers. Intussen lijkt geen kruid gewassen tegen anonieme uitingen via internet en andere routes. Effectieve correctiemechanismen om exploitatie van onvrede en uitbuiting van angst te voorkomen zijn niet of onvoldoende voorhanden.

IMAG0111

Het gloednieuwe Centraal Station in Rotterdam, architectuur met lef, zonder groothoek niet te vangen (Foto: Ad Lansink)

Tegen die achtergrond mag en moet van politici lef en vooral leiderschap worden gevraagd, naast een geloofwaardige, heldere en consistente visie op overheid en samenleving. Voor het CDA blijven daarbij uiteraard de vier uitgangspunten: gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gespreide en dus gedeelde verantwoordelijkheid. Aan herijking is geen behoefte, aan eigentijdse concretisering wel. Daarbij past de erkenning, dat de overheid schild voor de zwakken blijft, en hoeder van de natuur, met duurzame ontwikkeling – ook grensoverschrijdend – als uitdaging. Het sociaal beleid dient opnieuw geënt te worden op Rerum Novarum (1891) en de pauselijke encyclieken, die daarop voortbouwen tot op Caritas in Veritate (2009) toe. Gerichte aandacht voor mensen en groepen, die het moeilijk hebben is dan ook een absolute vereiste wil onvrede voorkomen en bestreden worden. Het CDA verdient dan weer een stevige plaats in het politieke midden met een verbindende rol zonder blokkades. Volksvertegenwoordigers met lange termijn visie, die de waan van de dag achter zich kunnen laten, worden dan – wellicht geleidelijk – weer een positieve inspiratiebron voor de media. Columnisten van diverse snit tonen immers, dat zij de redacties van hun kranten vaak voor zijn in het signaleren van trends en het aangeven van gewenste ontwikkelingen. Tenslotte: angst is ook in het politieke bedrijf een slecht raadgever. Een duidelijke stellingname voor Europa blijft daarom geboden, niet alleen vanwege vrede en veiligheid en om het economische, monetaire en ecologische kader, maar ook vanuit een maatschappelijke en culturele invalshoek. Het was niet voor niets, dat de KVP-reünisten – bijeen op een steenworp afstand van het nieuwe Rotterdam Centraal Station– eensgezind in Paus Franciscus en Angela Merckel de voorbeelden zien van dienend leiderschap, met visie en lef.

 

Zeg maar op gevoel

voetbaljargon

Eerst knijpen dan inzakken (Afbeelding ontleend aan de Blog van Andre Driessen} www.andriesblogt.wordpress.com (11 juni 2010)

Doordekken en doorselecteren, de bal afpakken in de zestien, het linker- en het rechterrijtje: het zijn woorden die vroeger niet werden gehoord. Evenmin als klopt, de eerste reactie van een voetballer, wanneer hij door eigenwijze verslaggevers – zoals Bert Maalderink – naar de bekende weg wordt gevraagd. De vleugelverdedigers hebben de rechts- en linksback vervangen en de spelverdeler de stopperspil, die met de punt naar voren speelt, zelfs wanneer er geen punten te verdelen zijn. Of te morsen, want dat gebeurt ook elke week, wanneer de centrumspits het scorend vermogen mist en dus het doel. Of de touwen. Waar schaduwspitsen het vaak laten afweten, moeten opkomende verdedigers het karwei afmaken, niet bij de tweede paal want die staat te ver weg. Over de eerste paal wordt gek genoeg even weinig gesproken als over de eerste bal, die moet afvallen voordat hij opnieuw een voet vindt. Rechtsbuiten, midvoor, linksachter: het zijn de termen uit een ver verleden toen een strafschop nog een penalty – of pinantie –  heette maar een doelverdediger een keeper. Op de lijn of meespelend, dat doet er niet toe als de man met de grote handschoenen de nul maar weet te houden. Dat lukt hem beter, wanneer de hele ploeg druk naar voren weet te zetten. Dat is beter dan de bal rondspelen, of de lange bal proberen: een risicovolle en opportunistische noodgreep, die kijkers trouwens meer boeit dan coaches. De oefenmeesters van vandaag en morgen hameren liever op de organisatie, een bedrijfskundige term, die het in het voetbaljargon van vandaag even goed doet als een ruit vormen en onder de druk uit kunnen voetballen. Dat is beter dan de lange bal een kans geven. Spelers die het verschil kunnen maken doen desondanks zichzelf tekort, wanneer zijn uit vorm zijn. Of – om met Louis van Gaal te spreken – niet fit genoeg om uitverkoren te worden. Minuten maken, daar draait het tegenwoordig om, vooral voor bankzitters, die zich in de kijker moeten spelen willen zij elders aan de bak komen. Staan zij eenmaal op het veld, dan moeten zij de juiste keuzes zaken, zeg maar op gevoel: woorden die Marco van Basten en Ronald Koeman kort na elkaar gebruikten bij de aankondiging van hun vertrek bij Herenveen en Feyenoord. Inderdaad: zeg maar op gevoel, want emotie telt niet alleen bij trainers maar ook voor voetballers in de mixed zone van taal en journalistiek. Voetbaljargon: een bijzonder domein voor taalliefhebbers en ergernisdelers.