Heffingen zijn geen geliefde instrumenten. Hoewel bedrijven en burgers beseffen, dat de schatkisten van rijk, provincies en gemeenten van tijd tot tijd aanvulling behoeven, worden heffingen beschouwd als een noodzakelijk kwaad. De wijze waarop politici met heffingen omgaan, draagt evenmin bij aan begrip voor gezonde financiering van overheidstaken. De wispelturige president Trump is met zijn torenhoge importheffingen een stuitend voorbeeld, temeer omdat de aankondiging van een deal met China en de opschorting van de heffingen met negentig dagen slechts een tijdelijke ‘wapenstilstand’ in de mondiale handelsoorlog inhouden. De heffingenkoorts is weliswaar gezakt, maar duurzame beterschap staat allerminst vast. Slecht voorbeeld doet slecht volgen, zelfs in Nederland, waar heffingen ook tot ongenoegen leiden, hoewel minder spectaculair dan Trump’s fiscale wapentuig. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde polymerenheffing, die in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof was aangekondigd. Deze plastictaks, bedoeld om een begrotingsgat van een kleine 600 miljoen euro te dichten, viel verkeerd bij de producenten van plastics. Het argument van het gelijke speelveld – het vermeende voordeel van buitenlandse concurrenten, die geen heffingen hoeven te betalen – was kennelijk al voldoende om de minister van financiën de weg te wijzen naar het einde van de plasticketen: de consumenten, die met een verhoging van de afvalstoffenheffing worden opgezadeld. Bovendien gaat een deel van de al ingeboekte CO2-heffing ook in het gat van de polymerenheffing. De plastictafel – het overleg van alle partijen in de plasticbranche – moet dan nog een oplossing vinden voor het resterend tekort van ca 150 miljoen euro. Die veelkleurige tafel heeft nu al last van heffingenkoorts, want de NVRD zich verzet tegen alternatieven voor de polymerenheffing. Volgens de koepel van reinigingsdiensten worden de burgers de dupe van het wisselvallige beleid. De NVRD vergeet intussen, dat het bedrijfsleven heffingen meestal doorberekent in de prijs van hun producten. Ook de importeurs en de tussenhandel doen dat. De consumenten zijn dus bij elke alternatieve heffing de klos. Wat zich wreekt is het ontbreken van een heldere visie. Een gelijk speelveld vergt internationale harmonisatie van regelgeving, naast weloverwogen handelsakkoorden. Bestemmingsheffingen zouden gebruikt moeten worden voor specifiek beleid. Zolang overheden heffingen op grondstoffen, halffabricaten of producten toevoegen aan de algemene middelen, blijft positief, sectorgericht, met name circulair beleid, een illusie. De afval- en recyclingsector zou moeten pleiten voor herbestemming van bestemmingsheffingen in een fonds voor duurzaam, liefst circulair beleid. Dat zet meer zoden aan de dijk dan een lastenverschuiving binnen de keten. Heffingenkoorts kan voorkomen en bestreden worden door politiek-bestuurlijke ‘medicijnen, zonder protectionisme en zonder negatieve bijwerking voor burgers. (Column 2025.4 – Jani 2025)