Alle berichten van admin

Mooi Marginaal 2020-2021

De Toren van Babel en Hoog Licht, twee door Sophie van Kempen vormgegeven boeken, zijn bekroond met opname in de 50 mooiste Nederlandse en Vlaamse bibliofiele en marginale uitgaven
Bekroond bij Mooi Marginaal 8 : Sophie van Kempen met de auteurs Marena Seeling en Ad Lansink
(Foto Klaas Bouwmeester)

Op het eerste gehoor doet de alliteratie ‘Mooi Marginaal’ vreemd aan, wanneer boeken en aanverwante uitgaven in het geding zijn. Mooi klinkt oweliswaar begrijpelijk, maar marginaal geeft te denken. De primaire, voor de hand liggende betekenis is immers klein, onbelangrijk en nietszeggend, ook al kan iets kleins ook mooi zijn. De oplossing ligt in een tweede betekenis van het woord marginaal. Die luidt zich aan de grens bevindend. De ontwerpers van marginale uitgaven zoeken inderdaad de grens op. Zij verleggen zelfs grenzen, wanneer zij hun creativiteit tonen bij de vormgeving van bijzondere uitgaven, meestal in kleine oplages: boeken, pamfletten, cahiers, dichtbundels, kunstenaarsboeken, brieven en andere, grafische objecten. In de marge houdt ook de toepassing in van allerhande bind- en vooral drukvormen, vaak op bijzondere soorten papier.

Sophie van Kempen en Ad Lansink met de bekroonde Toren van Babel (Foto: Klaas Bouwmeester)

Een klein jaar geleden vroeg Sophie van Kempen of ik nog een exemplaar van De Toren van Babel had. Zij wilde het kunstenaarsboek, dat ik met haar en Harrie Gerritz had gemaakt, inzenden naar ‘Mooi Marginaal‘, een sinds 2003 bestaand initiatief van de Stichting Laurens Janszoon Coster. Een jury kiest voor Mooi Marginaal elke twee jaar de 50 mooiste Nederlandse en Vlaamse bibliofiele en marginale uitgaven. Natuurlijk stemde ik in met Sophie’s verzoek, niet alleen omdat ik benieuwd was naar het jury-oordeel, maar ook uit bewondering voor de wijze waarop zij de cassette en het boek had vormgegeven. Halverwege de zomer meldde Sophie enthousiast, dat de jury van Mooi Marginaal de Toren van Babel een plaats had gegund bij de 48 (van 150) inzendingen, die na de officiële presentatie deel uit gaanmaken van een reizende expositie. Ook Sophie’s tweede inzending – Hoog Licht, van Marena Seeling – was bekroond met toelating tot de 50 beste verzorgde uitgaven van 2020 en 2021.

Sophie van Kempen en Ans Lansink in gesprek met Roelant Meijer, voorzitter van de Stichting Laurens Janszoon Coster (Foto: Ad Lansink)

Op de dag van de presentatie trokken we met zijn vieren – Sophie van Kempen, Klaas Bouwmeester, Ans en Ad Lansink- naar de fraaie Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) aan het grootsteedse Oosterdok. Roelant Meijer, voorzitter van de Stichting Laurens Janszoon Coster zette voor een groot gehoor uiteen, waarom marginaal drukwerk een grote culturele beteken heeft. Juryvoorzitter Joran Proot lichtte toe, hoe de jury de kerncriteria – vormgeving, typografie en druk, band en presentatie, originaliteit -had gehanteerd bij de beoordeling van de 150 inzendingen. Hoewel de uitgaven weinig voor elkaar onder deden in kwaliteit en uitstraling, was de jury toch tot een eensluidend oordeel gekomen. Opvallend genoeg hebben 48, dus geen 50 uitgaven de eindstreep gehaald. Kennelijk was het trekken van een grens dus wel mogelijk. Hoe het ook zij, Sophie van Kempen behoort tot de kleine groep ontwerpers, die met twee bibliofiele uitgaven vertegenwoordigd zijn in de eervolle reeks Mooi Marginaal 8 (2020-2021). Dat is een mooie prestatie en een forse opsteker voor haar toekomstige activiteiten.

Catalogus Mooi Marginaal
2020-2021

Bij de opening van de expositie kregen alle inzenders van Mooi Marginaal 8 – ontwerpers en schrijvers – de fraai uitgegeven catalogus, waarin naast het verslag van de jury en een boeiende bijdrage van Martin Frijns alle bekroonde uitgaven zijn opgenomen. Een snelle blik in de catalogus leverde een herkenbaar resultaat op door de afbeelding van een van de zeefdrukken van Harrie Gerritz. Elke bekroonde uitgave is in de catalogus overigens beloond met vier pagina’s, die ondanks de kleine bladspiegel een goede indruk geven van het grafisch object. De omschrijving en de colofon-achtige gegevens completeren het beeld. De Toren van Babel en Hoog Licht, hoewel verschillend van omvang, weerspiegelen Sophie’s hand. De bezoekers van de expositie kunnen de bekroonde uitgaven ‘live’ zien, zij het in vitrines, ook weer met een tot vier bladzijden beperkte ruimte. De liefhebbers van marginale uitgaven moeten dus de echte publicaties ter hand nemen om de ontwerpen in alle schoonheid waar te nemen.

Feestrede bij Mooi Marginaal 8 door Lidewyde Paris (Foto: Sophie van Kempen)

Het bestuur van de Stichting Laurens Janszoon Coster had Lidewyde Paris uitgenodigd om de feestrede uit te spreken. De bekende schrijfster, redactrice en uitgever verraste de toehoorders met een interactief betoog over het vertelde en niet vertelde verhaal, en over het verhaal met stille signalen: emotionele raakpunten, ontdekkingen tussen de regels, andere details en bijbetekenissen. Af en toe slingerde zij vragen de zaal in, om de spontane reacties vervolgens te beantwoorden met nieuwe uitspraken en vondsten. Zij sloot haar boeiende optreden af met haar vertaling van Mooi Marginaal: tussen de uitersten van waardecreatie en het behoeden voor de ondergang van teksten, letters en technieken deed ‘het leggen van unieke verbanden’ aan de totstandkoming van de Toren van Babel denken.

Sophie van Kempen tussen Ad en Ans Lansink met de gloednieuwe catalogus van Mooi Marginaal 8
(Foto: Klaas Bouwmeester)

De officiële en feestelijke presentatie van Mooi Marginaal op 26 oktober 2022 leverde een onvergetelijke dag op, allereerst voor Sophie van Kempen, die met de uitverkiezing van haar inzendingen volop publieke waardering krijgt voor haar creativiteit en originaliteit. De presentatie van Mooi Marginaal 8 was trouwens ook een opsteker voor de auteurs van Sophie’s bekroonde publicaties, die beide in eendrachtige samenwerking met Sophie tot stand zijn gekomen: Marena Seeling voor Hoog Licht en Harrie Gerritz en mijzelf voor De Toren van Babel. De feestelijke bijeenkomst in de OBA was organisatorisch en inhoudelijk een genoegen op zich, ook door de informele sfeer en de gezellige borrel, waar de ‘Nijmegenaren’ elkaar uiteraard feliciteerden met de kennelijk verdiende bekroning van Sophie’s ontwerpen.

Klaas en Sophie: tijdelijke mantelzorgers voor Ans op historische grond in Amsterdam (Foto: Ad Lansink)

De expositie Mooi Marginaal 8 zal de komende maanden op diverse plaatsen te zien zijn. Na Amsterdam, waar de 48 mooiste bibliofiele en marginale uitgaven tot eind december 2022 te zien zijn, verhuist Mooi Marginaal 8 in 2023 achtereenvolgens naar de Drukkerswerkplaats in Gouda, het Noord-Hollands Archief te Haarlem, Galerie Concrea in Schoonoord, de Petrus in Vught, de Bibliotheek van Knokke-Heist en de Openbare Bibliotheek in Leiden. In 2024 is de LocHal in Tilburg de plaats waar Mooi Marginaal 8 nog geëxposeerd zal worden. Overigens is ook de website van Mooi Marginaal een bezoekk waard, temeer waar van alle bekroonde uitgaven een fraaie blader-video is gemaakt.

Avondzicht vanaf de Openbare Bibliotheek Amsterdam. met uiterst rechts de Nicolaaskerk (Foto: Ad Lansink)

Na enkele gezellige en inhoudsvolle uren verlieten de vier ‘Nijmegenaren’ bij zonsondergang het drukke Amsterdam, terugkijkend op een memorable dag, mede dankzij de wijze waarop Sophie van Kempen de Toren van Babel en Hoog Licht tot boeiende bibliofiele en marginale uitgaven had weten te maken. Elkaar inspireren en bemoedigen blijft een mooie uitdaging, zo bleek opnieuw. De terugreis naar Wageningen en Nijmegen via De Bonte Koe in Garderen was achteraf niet de kortste weg naar huis, maar bood wel de gelegenheid voor een gezamenlijke terugblik op een een onverwachte als plezierige gebeurtenis.

Sociale nostalgie

Uit het archief van ‘stadsfotograaf’ Jan van Teeffelen: Opening van het atelier van graficus Harry van Kuyk op de Hessenberg (1974)
Henk en Thalja Kors draaien en zingen voor Harry van Kuyk en zijn gasten op de Hessenberg (Foto: Jan van Teeffelen)

De Stichting Jan van Teeffelen publiceert regelmatig op Facebook selecties uit het omvangrijke foto-archief van de befaamde, in 2011 overleden stadsfotograaf van Nijmegen. Jan’s zoon Mark van Teeffelen begon omstreeks 2015 met het digitaliseren van de duizenden negatieven, die zijn vader in dozen en doosjes had bewaard. Aan het comite van aanbeveling, waarvan ik lid mocht zijn, toonde Mark de zelf gebouwde apparatuur, waarmee hij de analoge negatieven digitaliseerde. Marks’s ernstige ziekte en veel te vroege overlijden maakten de afronding van het project onmogelijk. Henk Braam en Ger Loeffen, oud-collega’s van Jan van Teeffelen, hebben de draad van digitalisering en archivering opgepakt. De ontsluiting van Jan’s archief biedt een verrassende terugblik op de jaren, waarin Jan van Teeffelen actief was, in Nijmegen en daarbuiten.

Stamgasten van de City Bar voor de Korsikaan: Van links naar rechts: Bruno X (?), Harry van Kuyk, NN (?), Marie Josee Ceulemans, Liesbeth Otten, Ad Lansink en Harrie Janssen (Foto: Jan van Teeffelen)

Een kleine maar opvallende selectie voerde de kijkers onlangs terug naar een dag uit het leven van de Korsikaan, het stadsorgel van Henk Kors, dat in de jaren 70 en 80 vaak te horen was in de Nijmeegse Broerstraat. Het op een bestelwagen gemonteerde orgel was ook elders te beluisteren, al dan niet op verzoek. Grafisch kunstenaar Harry van Kuyk was een groot liefhebber van de Korsikaan. Geen wonder dus, dat hij de ‘zingende orgelman’ en zijn ook zingende echtgenote Thalja Kors-Martinet vroeg om de opening van zijn ‘nieuwe’ atelier in de oude Bank van Lening aan de Hessenberg op te luisteren. Aldus geschiedde op een mooie dag in oktober 1974, in aanwezigheid van vrienden en stamgasten uit de City Bar. De bruine kroeg van uitbater Jo Samson was tussen 1960 en 1986 een geliefde pleisterplaats van kunstenaars, journalisten, buurtbewoners, koppelbazen en verdwaalde politici.

Optreden van Thalja Kors-Martinet en Henk Kors bij de ingang van Harry van Kuyk’s atelier (Foto: Jan van Teeffelen)

De opening van Harry van Kuyk’s atelier trok aardig wat publiek: toevallige voorbijgangers uit de Lange Hezelstraat, buurtbewoners uit de Pijkestraat en enkele stamgasten uit de City Bar. Henk Kors en echtgenote Thalja verzorgden uiteraard een bijzonder optreden voor de trotse kunstenaar en zijn hooggeacht publiek, Nu ik de beelden terugzie, komen allerlei herinneringen boven aan onvergetelijke gebeurtenissen in een zorgeloze tijd, waarin er volop ruimte was voor allerhande ontmoetingen: stevige discussies, maar ook voor mooie feesten. Harry van Kuyk en kunstenaar Rob Terwindt waren met Jo Samson tevens de gangmakers van visclub Het Scholleke. De City Bar was van tijd ook een befaamd schaakdomein, en bovenal het ‘uitgelezen’ Bijkantoor van De Gelderlander: een gemêleerde ontmoetingsplaats, zoals die anno 2022 niet meer te vinden is.

Henk en Thalja Kors zien, dat Harry van Kuyk en zijn vrienden de Korsikaan als achtergrond gebruiken (Foto: Jan van Teeffelen)

Wellicht is dat gemis de achtergrond van de door Ton Verbeeten gemunte woorden ‘Sociale nostalgie’. De oud-journalist van De Gelderlander, destijds net als Jan van Teeffelen ook frequent bezoeker van de City Bar, schreef die woorden op Facebook als reactie op de fotoserie van Harry van Kuyk en zijn makkers rond de Korsikaan bij de opening van zijn atelier aan de Hessenberg. De kunstenaar beleefde in die tijd, kort na de publicatie van zijn beroemde ‘Groot Abecedarium’ een gouden tijd, en ook de stamgasten van de City Bar wisten elkaar toen talloze dagen en uren te vinden, zonder aanzien van de persoon. Sociale nostalgie: Ton Verbeeten bedoelt ongetwijfeld zo geen heimwee, dan toch het terugverlangen naar de tijd, waarin de saamhorigheid won van egotripperij, zelfs van kunstenaars, journalisten en politici, die het veelal van een individuele aanpak moeten hebben. De foto’s van Jan van Teeffelen zullen waarschijnlijk vaker tot omzien in verwondering leiden, en tot sociale nostalgie..

Rondje Waelwick

Een korte wandeling in Ewijk als een alternatief voor een fysiotherapeutische sessie in het MWZ Revalidatie- en Behandelcentrum
Begin en eind van het Rondje Waelwick
En route 1: Ans Lansink op voetpad, links de Klaphekstraat; rechts bovenin is het Revalidatiecentrum zichtbaar

In de afgelopen jaren hebben Ans en ik heel wat rondjes gewandeld, vlak bij huis in de kloostertuin van het vroegere Albertinum, of wat verder weg in de omgeving van Nijmegen, waar natuur= en landschappelijk aardig wat te beleven is. Dat De Bruuk tussen de Groesbeekse kerkdorpen de Horst en Breedeweg daarbij de kroon spande, zal liefhebbers van een afwisselend landschap niet verbazen. Het natuurreservaat tegen de Duitse grens boeit in alle jaargetijden, zo bleek onlangs toen ik op mijn eentje op de eerste herfstdag het klassieke rondje liep om mijn hoofd leeg te maken: woorden waarmee een Groesbeker mij een goede wandeling toewenste, nadat hij mij staande had gehouden met ‘Goedemiddag: he, ge liekt op Nolleke Arts. Of bent u dat zelf. Toen ik hem vroeg wie Nolleke Arts was, zij hij: die bekende voetballer vroeger, van Achilles en NEC. Hij vertelde ook, dat hij elke dag even in De Bruuk liep. Na ons korte gesprek ondersteunde hij met een gemoedelijke schouderklop zijn aansporing om vooral ‘het hoofd even leeg maken’.

En route 2: op de achtergrond de van Heemstraweg
En route 3: op egg naar het Schoolpad

Welnu: het hoofd leegmaken: dat was inderdaad de bedoeling van het rondje Waelwick, dat ik enkele dagen voor het ontslag van echtgenote Ans uit het Revalidatie- en Behandelcentrum in Ewijk in gedachte had. Het moest een ‘zondags’ alternatief zijn voor de dagelijkse behandeling door de even vriendelijke als deskundige fysiotherapeuten Ricardo en Joppe. Zij hadden de laatste weken ontdekt, dat Ans achter haar trouwe rollator al wat grotere afstanden kon overbruggen, onder meer naar het kleine winkelcentrum dat Ewijk rijk is. Hun stevige inzet had dus geholpen. Een wandeling om het hele complex van Waelwick en de sportvelden van Ewijk moest toch kunnen, zo dacht ik. En jawel hoor, de wandeling van ongeveer 1500 meter lukte wonderwel, zonder rustpauzes zoals we die bij onze tochten door De Bruuk gewend waren. Binnen een uur waren we weer terug in het ZMW-Revalidatiecentrum, waar Ans in twee maanden het doel van het zelfstandig achter de rollator kunnen lopen gehaald had: met inspanning en doorzettingsvermogen, dat wel.

Heksenkring in Ewijk

Het rondje Waelwick begon op de parkeerplaats, links van de hoofdingang, waar een smalle doorgang op het Schoolpad uitkomt. Op de viersprong sloegen we linksaf om langs de haag van de tuin van Waelwick naar het voetpad langs het voetbalveld te lopen. Ewijk speelde een thuiswedstrijd tegen UHC uit Hernen (en won, zo bleek achteraf met 1-0 de streekderby). Het aantal toeschouwers evenaarde de som van beide elftallen. Ook de vrouwen van Ewijk speelden een thuiswedstrijd. Via de volle parkeerplaats belandden we op het Blateplak, de tweede uitvalstraat van Ewijk naar de van Heemstraweg. Ruim voor de kruising voerde een bochtig maar verhard voetpad ons langs tennisbanen en het tweede voetbalveld. Het verkeer op de van Heemstraweg bleef door de stevig uitgegroeide bosschages onzichtbaar. Na een paar honderd meter doemde een soort weide op, met een onvervalste heksenkring: een ruime cirkel van grote en kleine straatchampignons. Even verder viel een andere kring op: een stel jongeren, die kennelijk aan het einde van het doodlopende Schoolpad een vaste ontmoetingsplaats hadden gecreëerd.

De oude Toren van Ewijk, gezien vanaf het Schoolpad

Daarmee werd tegelijk het doel duidelijk van scooters en brommers, die we op zomeravonden vanaf het buitenterras van het ZMW-Revalidatiecentrum voorbij hadden zien razen. De fraaie hangplek markeerde het einde van het Schoolpad, en dus het begin van de laatste 200 meter van het Rondje Waelwick, met zicht op de oude Toren van Ewijk en op de Johannes de Doperkerk. Eenmaal terug in de Binnentuin werd de geleidelijk opgekomen moeheid van Ans met warme chocolademelk ingeruild voor de blijdschap over het zonder problemen afgelegde rondje.

Johannes de Doperkerk in Ewijk, gezien vanaf het buiteenterrras van het ZMW-Revalidatiecentrum

De inspanningen van de therapeuten en verzorgers van het onvolprezen ZMW-Revalidatiecentrum hebben ertoe geleid, dat Ans het hoofddoel van het behandelplan – zelfstandig voortbewegen achter de rollator – in twee maanden kon bereiken. Wat eind juli 2022 werd gehoopt – de terugkeer van essentiële functies – was werkelijkheid geworden. Het verdere herstel thuis moet leren, of en wanneer we weer samen in De Bruuk en elders het hoofd leeg kunnen maken. Elders: dat wordt ook Ewijk, want in de omgeving is naast het befaamde Slot Doddendael nog meer te ontdekken.

Energievoorziening: Act Now

Pleidooi voor een directe, integrale en maatschappelijk verantwoorde aanpak, zonder uitsluiting van discutabele opties voor energiediversificatie, en met versterking sociaal-economisch draagvlak

Inleiding

2022: Somberheid troef

De internationale gemeenschap ziet zich gesteld voor een reeks, met elkaar samenhangende vraagstukken, die een integrale, breed gedragen aanpak vergen. De klimaatproblematiek en het waarschijnlijk ook structurele coronabeleid scoren hoog op de lijst van internationale vraagstukken. Nederland weet zich daarnaast geconfronteerd met de aardbevingen in Groningen, de vertraagde invulling van het stikstofbeleid en de geopolitieke gevolgen van de sancties van Rusland i.v.m. de Oekraine-oorlog, i.h.b. aantasting van de voorzieningszekerheid. Het versnipperde en somber ogende politieke landschap, de verdeeldheid en de onvrede in de samenleving belemmeren een doelgericht beleid: energiebesparing maar ook en vooral energiediversificatie, wil de energievoorziening zeker gesteld worden. Ondanks de belemmeringen blijft actie geboden: vandaar mijn oproep: Act Now om de somberheid te verdrijven.

Achtergrond

Een politiek en maatschappelijk antwoord op de kort aangeduide problemen is een pittige uitdaging, niet alleen in Europees verband, maar ook op nationaal vlak. Het publieke draagvlak voor een integrale en eensgezinde aanpak wordt belemmerd door politieke versnippering en toenemende invloed van populisme en nationalisme. De politieke stromingen aan de extreem-rechterzijde willen van klimaatbeleid niets weten, en benadrukken liever individuele vrijheid dan gezamenlijke verantwoordelijkheid, De trends van populisme en nationalisme veroorzaken bij bewindslieden en Kamerleden risicomijdend gedrag, met als gevolg aarzelend beleid en soms zelf uitstel van dringend noodzakelijke maatregelen. De in de afgelopen decennia ruim beschikbare fossiele brandstoffen – in Nederland aardgas, daarbuiten olie en steenkool – leidde tot gewenning van de samenleving, en tot het te gemakkelijk doorstrepen van andere opties voor effectief klimaat- en feitelijk ook stikstofbeleid.

HABOG – Opslaggebouw voor hoogradioactief afval – COVRA – Vlissingen-Oost (Foto: Ad Lansink)

Geopolitieke ontwikkelingen maken de afhankelijkheid van energiebronnen extra manifest, en benadrukken het belang van de tot voor kort onderbelichte voorzieningszekerheid. Dit thema vergt extra aandacht, omdat levering van elektriciteit en warmte een essentiële levensbehoefte is. Van een kabinet mag en moet lef en durf worden gevraagd, door de keuze voor een integraal pakket aan maatregelen, dat op korte termijn kan worden ingezet en waarbij de aanpak van het klimaatvraagstuk niet wordt belemmerd. Diversificatie van energiebronnen en energiebesparing zijn en blijven de pijlers van het beleid. Omstreden opties zoals kernenergie en opslag van CO2 mogen niet langer uitgesloten worden.

Deze notitie is primair gericht op energiediversificatie. De ook noodzakelijke energiebesparing vergt een andere benadering en een op verbruikssectoren gericht specifiek beleid. In de woon- en werkomgeving zijn het vooral de isolatiemaatregelen, terwijl bij verkeer en vervoer zowel directe als indirecte beperking van mobiliteit als systematische verschuiving van vervoerswijzen aan de orde zijn.  Verkeer en vervoer zijn tot op heden ontzien, ondanks de forse bijdrage aan de CO2-emissies. De vroegere verruiming van de maximumsnelheid staat zelfs haaks op de gewenste energiebesparing. Datzelfde geldt voor de welwillendheid jegens de luchtvaart tegemoet is getreden. Wisselvalligheid bij de stimulering van de elektrificatie van het wagenpark is evenmin bevorderlijk voor effectief klimaat- en transitiebeleid. Rekeningrijden mag niet langer uitgesteld worden, en de luchtvaart mag niet langer meer worden ontzien.

Politiek-bestuurlijke probleemstelling

Van oud naar nieuw: vervanging kolencentrale Engie door twee windmolens (Foto: Ad Lansink)

De leveringszekerheid moet worden gewaarborgd zonder in te leveren op de klimaatdoelstellingen, en met behoud en versterking van het sociaaleconomiscdraagvlak. Daarnaast dient de weerstand tegen opties, die een integraal energiebeleid kunnen frustreren te worden geslecht.  Die opties zijn inzet van kernenergie, onder- of bovengrondse CO2-opslag, toepassing van biomassa. Ook internationale afstemming en coördinatie vergen aandacht. Als gevolg van exorbitante prijsstijgingen staat het sociaaleconomisch draagvlak onder grote druk. Veranderingen in de fiscale systemen zijn geboden.  Een integrale aanpak van de problematiek vergt een meersporenbeleid met als uitgangspunten:

  • Vasthouden aan doelstellingen klimaatbeleid, maar fasering accepteren indien voorzieningszekerheid elektriciteit en of gas dat vergt
  • Prioriteit voor (zelf)voorzieningszekerheid elektriciteit, in mindere mate voor gas, indien alternatieven beschikbaar zijn (warmtenet, warmtepompen)
  • Op gerechtigheid gebaseerde financiering van beleidsmaatregelen, die een forse druk leggen op de samenleving
  • Rangschikking energieopties naar energie-efficiency en vermeden uitstoot van CO2: wind, zon, kernsplijting, aardgas, biomassa, steenkool

Borgen van energievoorzieningszekerheid

De kostbare medaille van de energievoorzieningszekerheid heeft twee kanten: beschikbaarheid en betaalbaarheid. Die tweede kant krijgt in relatie tot koopkracht veel aandacht. Maar beschikbaarheid telt ook, op korte en (middel)lange termijn, omdat verleden en heden leren, dat zeker structurele oplossing geboden zijn. Frankrijk wijst de weg met kernenergie, Noorwegen met het financiële beheer van olie- en aardgasbaten. Oppoetsen van de nu doffe energievoorzieningsmedaille leidt tot de volgende tien hoofdlijnen, die nader worden toegelicht en uitgewerkt in actiepunten:

  1. Borgen van voorzieningszekerheid elektriciteit via fasering afbouw kolenvermogen en vernieuwing kernenergie
  2. Borgen van voorzieningszekerheid gas via gelimiteerde productie uit Groningenveld en vergroting productie uit kleine velden
  3. Vergroting van de tijdelijke en blijvende opslag van CO2, onder meer door onderzoek naar CO2-opslag in lege onshare velden
  4. Verruiming zonne-energie-vermogen, via bedrijfsgebouwen en vergroting netcapaciteit
  5. Verruiming wind-energie-vermogen, onder meer door vergroting off-shore capaciteit en relatie tot waterstoftechnologie
  6. Blijvende inzet van afval-energie-centrales als circulaire producent van elektriciteit, warme, CO2 en
  7. Financiële aspecten: voeding van transitiefonds, bestemming extra-aardgasbaten en bestendige, dus structurele reparatie van koopkracht
  8. Sociaaleconomische aspecten: hantering draagkrachtbeginsel en inzet onorthodoxe instrumenten: prijsdifferentiatie en CO2-budgetten
  9. Procedurele aspecten; Meerjarenprogramma’s energiediversificatie en energiebesparing, op wettelijke basis
  10. Informatie en communicatie: vergroting publiek draagvlak in samenleving, en betrokkenheid van bedrijfsleven en lagere overheden

Hoofdlijn 1: Voorzieningszekerheid elektriciteit 

Schilderij van inmiddels (bijna) gesloopte kolencentrale te Nijmegen
Marena Seeling: Olie op linnen (2013) 120 x 100 cm

In de relatief dichtbevolkte West-Europese landen, ook in Nederland, is continue levering van elektrisch vermogen noodzakelijk. Waar de beschikbaarheid van kolen- en gasvermogen afneemt, blijft kernenergie de enige mogelijkheid om voldoende basisvermogen te leveren. Deze optie wordt noodzakelijk, wanneer opslag van CO2 via CCS onmogelijk blijft en moderne kolencentrales moeten sluiten. Bovendien dienen enkele gascentrales beschikbaar te blijven om pieken in de energievraag op te vangen. Duurzaam opgewekte elektriciteit draagt bij aan de voorzieningszekerheid, wanneer de discontinuïteit van levering wordt voorkomen of beperkt door opslagsystemen. Deze benadering leidt tot de volgende actiepunten voor het waarborgen van de voorzieningszekerheid voor elektriciteit 

  1. Waarborgen van continue stroomlevering van door (geleidelijke) vervanging van kolengestookte centrales door kerncentrales
  2. Indien noodzakelijk: incidentele inschakeling van gascentrale
  3. Op korte termijn: tijdelijke verruiming grenswaarde kolencentrales
  4. Op langere termijn: realisering van opslagsystemen voor beheer van overtollige zon- en windenergie

Hoofdlijn 2: Voorzieningszekerheid gas

Gasinfrastructuur – Vervanging van gietijzeren door plastic buizen in Voorjaar 2022 in Nijmegen
(Foto: Ad Lansink)

De gasinfrastructuur inclusief enkele gascentrales blijft van betekenis, ook na beëindiging van de gasproductie in Groningen. Noors gas is een goede transitie-brandstof, ook om thermodynamische redenen. Daarnaast is het gasnet van waarde voor de waterstof-economie en de inzet van biogas, verkregen uit de verwerking van groen-afval. Omzetting van overschotten aan duurzame elektriciteit bij een te groot aanbod van zon- en windenergie in waterstof dient een meervoudig doel: opslag en transport van energiedrager, grondstof voor industrieel processen, en brandstof voor mobiliteit. Marktwaardeverliezen van zon- en windenergie worden daarmee voorkomen. Deze benadering lijdt tot de volgende actiepunten voor het waarborgen van de gasvoorzieningszekerheid:

  1. Tijdelijke, gelimiteerde productie uit Groningenveld i.o.m. Advies Mijnbouwraad), gekoppeld aan snelle en ruimhartige compensatie van de aardbeving schades;
  2. Activeren en intensiveren van kleine veldenbeleid op Noordzee inclusief vergunning voor het veld ten noorden van Schiermonnikoog
  3. Vergroting van import, ook in de vorm van LNG
  4. Behoud van gasinfrastructuur, ook voor biogas en waterstof

Hoofdlijn 3: Tijdelijke en blijvende opslag van CO2

Biomassa: houtbewerking of brandstof (Foto: Ad Lansink

De voorlopig nog noodzakelijke inzet van fossiele energiebronnen in de vorm van steenkool en gas vergen opslag van CO2, wil aan de zware emissiereductie doelstellingen voldaan worden. Ook het streven naar negatieve CO2-reductie maakt CCS en andere opties voor opslag opportuun. CO2 kan ook een belangrijke rol spelen in de transitie naar circulaire economie, zowel via CO2-sequestratie, het vastleggen van CO2 in bouwmaterialen als via de korte biomassa-kringlopen. Tegen deze achtergrond zijn de volgende actiepunten van betekenis, ook voor het geval van beperkte reductiemogelijkheden

  1. Onderzoek naar opslag van CO2 in lege on-share gaslocaties, waarbij risico op aardbevingen kan worden verkleind 
  2. CO2-sequestratie in relatie tot circulaire economie
  3. Aanplant van bomen en snelgroeiende gewassen (circulaire biomassa)

Hoofdlijn 4: Verruiming zonne-energie-vermogen

Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)

Verduurzaming van energie moet krachtig worden voortgezet. De natuur levert met zon, wind en water (indien beschikbaar) onuitputtelijke bronnen, waarmee op termijn de energievraag grotendeels kan worden gedekt. Maar discontinuïteit van zon- en windenergie vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie andere waarden schaadt. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energie-velden. Voor de verrruiming van het zonne-energievermogen zijn de volgende actiepunten van betekenis:

  1. Versnelling uitbreiding zonne-energie met name door groter arsenaal op bedrijfsgebouwen
  2. Uitbreiding en verzwaring van netcapaciteit
  3. Stimulering van klein en middelgrote accu-oplaadsystemen, ook voor thuisgebruik
  4. Bevordering van de inzet van zonnestroom voor electrisch rijden

Hoofdlijn 5: Verruiming wind-energie-vermogen

Windpark Egmond aan Zee

De omvang van het terecht toegenomen vermogen uit off-shore windparken vergt rechtstreekse opslag van de niet direct inzetbare stroom. Omzetting in waterstof leidt bij een geleidelijke verlaging van de kosten van electrolysers tot een aanvaardbare businesscase. Specifieke actiepunten voor windenergie zijn:

  1. Verdere vergroting van offshore capaciteit
  2. Faciliteiten voor omzetting van niet inzetbare stroom in groene waterstof
  3. Versnelde inzet van waterstoftechnologie
  4. Stimulering van windenergie op bedrijfsterreinen

Hoofdlijn 6: Continuïteit van afval-energie-centrales

Producten uit Afval-Energie-Centrale

De inzet van biomassa – vooralsnog een van de meest belangrijke bronnen voor hernieuwbare energie – roept vraagtekens op door de komaf van de bijgestookt materialen. Hoogwaardiger toepassingen verdienen voorrang boven massale inzet voor stroomproductie. Niettemin kunnen moderne afvalverbranders een forse bijdrage leveren aan de productie van elektriciteit en warmte. Bovendien dragen zij via de levering van CO2 bij aan de agrobusiness van tuinbouwbedrijven. Voor de afval-energiecentrales gelden de volgende actiepunten:

  1. Verlenging van levensduur i.v.m. continue elektriciteitsproductie
  2. Inzet van afvalwarmte voor warmtenetten
  3. Faciliteren van CO2-opvang en doorlevering aan tuinbouwsector
  4. Hergebruik van vlieg- en bodemassen

Hoofdlijn 7: Financiële aspecten

De zorgplicht van de overheid vergt, dat het beleid gestoeld wordt op universele uitgangspunten: achtereenvolgens gerechtigheid, duurzaamheid, solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. Beleid, gebaseerd op deze waarden zal bij een groot deel van de samenleving de onvrede wegnemen, zowel in materiële als niet-materiële zin. Deze benadering vereist wel, dat doel en samenhang van de maatregelen zichtbaar worden gemaakt. Gerechtigheid leidt tot de hoofdlijn, dat bij de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Gerechtigheid vereist ook, dat bij klimaatbeleid niet volstaan wordt met de vervuiler betaalt. Een faire lastenverdeling vergt, dat een groot deel van de kosten van klimaat- en transitiebeleid betaald worden uit de algemene middelen, gevoed door het draagkrachtbeginsel, dus volgens progressief tarief. Het vervuiler-betaalt-principe is vervolgens de grondslag voor CO2-beprijzing, energiebelasting, accijnzen en rekeningrijden. Een deel van die middelen kan gebruikt worden voor een energie-transitiefonds. 

  1. Instelling Nationaal Energietransitie-fonds
  2. Partiele voeding uit Algemene middelen
  3. Voeding van fonds uit extra aardgasbaten en doelheffingen
  4. Relatie tot Klimaatfonds regelen

Hoofdlijn 8: Sociaaleconomische aspecten

De Europese sanctiemaatregelen tegen Rusland als reactie op het binnenvallen van Oekraine lieten de energiemarkten niet onberoerd. Hoewel verwacht werd dat Gazprom de gaskraan als reactie volledig of tenminste gedeeltelijk zou dichtdraaien, heeft de forse stijging van de gasprijzen de overheden en marktpartijen verrast, ook omdat ook de prijzen van de overige fossiele energiedragers in de eerste helft van 2022 aanzienlijk zijn gestegen. Bedrijven en huishoudens worden geconfronteerd met steeds hogere energieprijzen, waardoor de roep om compensatie van overheidswege steeds luider wordt. Betaalbare energie wordt soms zelf als voorzieningszekerheid benoemd. Een integrale aanpak van de transitievraagstukken leidt tot de volgende actiepunten:

  1. Toepassing van draagkrachtbeginsel: verlaging inkomsten- en verhoging vermogensbelasting, verhoging minimumloon
  2. Onorthodoxe maatregelen: prijsdifferentiatie of toekenning persoonlijk CO2-budget
  3. Wijziging van BTW-regiem (naar analogie van Duitsland)
  4. Beoordeling en wijziging systematiek energiebelasting
Jaarverbruik kWh0-30003001-40004001-5000> 5000
‘Oud’ tarief0,25
Marktconform0,40
Met Toeslag0,500,55
Model -Voorbeeld prijsdifferentiatie stroomtarieven huishoudens
Lagere inkomens worden ontzien, wel aangemoedigd om zuinig om te gaan met energie. . De andere inkomens betalen b meer. Uit die overwinst kan de leverancier het verschil dekken tussen modale prijs en werkelijke kostprijs.

Hoofdlijn 9: Procedurele aspecten

Het borgen van de energievoorzieningszekerheid in relatie tot energiediversificatie en energiebesparing vergt een structureel, voortschrijdend meerjarenplan op wettelijke basis. Het Nationaal Milieeubeleidsplan kan daarbij tot voorbeeld strekken. Onderzocht moet worden, op welke wijze de stakeholders – bedrijfsleven, lagere overheden, milieuorganisaties – bij de voorbereiding en uitvoering van het meerjarenplan worden betrokken. Actie- dan wel aandachtspunten zijn daarbij:

  1. Opstelling van bindend Meerjarenplan naar analogie van NMP
  2. Onderscheid korte (2025), middellange (2030) en lange (2040) termijn
  3. Inbouw evaluaties (2024, 2028, 2025) met mogelijkheid van bijstelling
  4. Instelling externe Raad van Advies

Hoofdlijn 10: Informatie en communicatie

Interne en externe communicatie – Schema uit ‘Challenging Changes : Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy by Ad Lansink

Het draagvlak voor tijdelijke en blijvende transities vereist tijdige en zorgvuldige informatie van de samenleving. Het bedrijfsleven en de lagere overheden moeten kunnen rekenen op een goede communicatie met de rijksoverheid. Digitale raadpleging van huishoudens en individuele personen vergroot de betrokkenheid bij de transities, waarvoor de samenleving zich gesteld ziet.

  1. Publieksinformatie via permanente campagne
  2. Communicatie met stakeholders
  3. Speciale aandacht voor gevoelige thema’s zoals de ondergronds opslag van CO2 en de langdurige opslag van radioactief afval
  4. Ontwikkeling van educatieve programma’s

Verantwoording

In de voorjaarsvergadering 2022 van de Werkgroep Energiepoort lag de vraag op tafel, welkeonderwerpen tijdens de najaarsbijeenkomst van Energiepoort aan de orde zouden kunnen komen, in aanwezigheid en met inbreng van de minister van Klimaat en Energie. Zou de bewindsman verhinderd zijn, dan zouden met enkele leden van de Tweede Kamer de actuele situatie op de energiemarkt besproken kunnen worden, inclusie de vraag hoe Nderland het vraagstuk van de energievoorzieningszekerheid zou kunnen of moeten aanpakken. Mijn suggestie om een aanzet op papier te zetten werd door de leden van de Werkroep Energiepoort op prijs gesteld. Deze notitie is geschreven op persoonlijke titel.

Vallen en opstaan na herseninfarct

Waardering voor alle zorg in (het vroegere) Waelwick te Ewijk voor mijn echtgenote Ans na haar herseninfarct. Dank aan UGC Heyendael, Interzorg, SEH en Neurologie Radboud UMC, ZWM Revalidatie- en Behandelcentrumen niet te vergeten aan de bezoekers (familie, vrienden, buren)

ZMW Revalidatie- en Behandelcentrum te Ewijk
(vroeger: Waelwck) (foto’s: Ad Lansink)

Ouderdom komt met gebreken. Die ware woorden ervaar ik elke dag, sinds de mantelzorg voor echtgenote Ans alle aandacht vergt. De eigen stramheid stelt weinig voor, vergeleken met de nare gevolgen van haar valpartijen. Aanvankelijk was het hypoglycaemie – meestal gevolg van haar al langer bestaande diabetes mellitus – die tot een val en korte bewusteloosheid leidde. Onderzoek bij Spoedeisende Hulp (SEH) van Radboudumc gaf soms inzicht in de oorzaken van het vallen, maar onvoldoende aanknopingspunten voor behandeling. Latere valpartijen zonder bewusteloosheid wezen in de richting van een beroerte: een herseninfarct door (te) hoge bloeddruk en lichte verkalking van de hersenvaten. Een recente val in het holst van de nacht maakte opnieuw komst van de ambulance noodzakelijk. De hartfilm en bloedwaarden leerden, dat SEH niet meteen nodig was. De huisarts vroeg enkele dagen later wel om neurologisch onderzoek via SEH. Na de hersenscan raadde de neuroloog ons ELV in een verpleeghuis aan. Dat advies werd gedeeld door huisarts.

Ans Lansink-van Dam op de (nieuwe) verpleegafdeling van Radboud UMC West 4-21

De afkortingen ELV en GRZ had ik nooit eerder gehoord. ELV staat voor Eerste Lijns Verzorging en GRZ betekent: Geriatrische Revalidatie Zorg. Opname in een GRZ-erkende instelling houdt in, dat de patiënt tijdelijk wordt opgenomen met het doel om na een herseninfarct via multidisciplinaire revalidatie te werken aan volledig of gedeeltelijk herstel van essentiële functies. Dat het aantal GRZ-plaatsen beperkt is, bleek meteen na de aanmelding door de huisarts. We moesten kiezen tussen het ZZG Herstelcentrum op Dekkerswald en het ZMW Revalidatie- en Behandelcentrum in Ewijk. Een dag later had alleen Waelwick een kamer beschikbaar. Het vervoer naar en de opname in het vroegere verpleeghuis in Ewijk verliep voorspoedig, evenals het intakegesprek met de arts en verpleegkundige van het Revalidatiecentrum. Overigens vond de arts al binnen een dag aanvullend neurologisch onderzoek nodig, inclusief een nieuwe hersenscan. De verlamming van linkerarm, hand en voet en de spraakstoornissen waren ernstiger dan uit het eerste SEH-onderzoek kon worden opgemaakt.

De rolstoeltaxi meldde zich bij de oostelijke ingang van het Radboudumc. De poli neurologie bleek verplaatst naar het gloednieuwe hoofdgebouw aan het Geert Groteplein Zuid, van 1964 tot 1977 mijn werkadres. De ‘oude’ gebouwen, befaamd vanwege de architectuur volgens de ‘Bossche School’, zijn allemaal vervangen door fraaie nieuwe gebouwen. Via oude en nieuwe tunnels bereikten we relatief gemakkelijk de poli neurologie. Na het onderzoek moesten we – nu buitenom – naar de Spoedeisende Hulp, waar opnieuw een hersenscan werd gemaakt. De ook afgenomen coronatest was negatief, maar de eerder geconstateerde blaasontsteking was ondanks de antibiotica niet verdwenen. De neuroloog achtte na bestudering van de scan opname op de verpleegafdeling neurologie nodig om 24 uur de bloedwaarden te controleren, en ook om te beoordelen hoe en waar verdere behandeling mogelijk zou zijn. Een dag in de fraaie en functionele eenpersoonskamer van Radboudumc West A 4-21 was toereikend om de terugplaatsing naar Waelwick te rechtvaardigen.

Bezoek van neef Edgar (fotograaf), met Olga, Cesar en Adje Verstijnen

Gewenning was niet nodig, want Kamer 1.08 was al even bekend als de overige voorzieningen: de Huiskamer, de Binnentuin – het restaurant waar bezoekers worden ontvangen – de Oefenruimte voor de fysiotherapie en niet te vergeten de buitentuinen aan de voor- en achterzijde van het vijf bouwlagen grote complex. Waelwick is na de ombouw van verpleeghuis naar revalidatiecentrum een kleinschalige voorziening, waar alle cliënten volop aandacht krijgen. Ans voelde zich er meteen thuis, ondanks de forse hulpbehoevendheid tijdens de eerste dagen van haar verblijf. De regelmatige oefeningen met de fysiotherapeut, ergotherapeut en logopedist werpen, zo blijkt na twee weken, geleidelijk vruchten af. Het revalidatiebeleid van Waelwick is van het begin af aan gericht op de vergroting van de zelfredzaamheid, ook al kost Ans dat soms veel moeite. De angst voor vallen, het gebrek aan coördinatie en de vrees voor een nieuw infarct spelen daarbij een grote rol. Ik ben intussen onder de indruk van de deskundigheid en betrokkenheid waarmee de staf van Waelwick de revalidatie van de cliënten begeleidt en stimuleert.

Ans in trippelstoel waarmee ze zich op 14 augustus al aardig weet voort te bewegen, met benen en armen. De schoenen wekken alom bewondering

Het multidisciplinair overleg van de staf concludeerde na twaalf dagen, dat het hoofddoel van de revalidatie de veilige terugkeer naar huis is. Essentieel zijn daarbij de nevendoelen van zelfstandige toiletgang, zelfstandig lopen (met rollator) en het verbeteren van de spraakverstaanbaarheid. Het team houdt 2 september als voorlopige ontslagdatum aan. Op 26 augustus vindt overleg met de familie plaats, ook om na te gaan welke voorzieningen thuis moeten worden getroffen. Een verlenging van het verblijf in Waelwick is niet uitgesloten. Het met ons besproken en geaccordeerde behandelplan sterkt mijn  vertrouwen, dat de revalidatie tot een goed resultaat zal leiden. Intussen heb ik veel waardering voor de zorg, die het gehele team van het ZWM Revalidatie- en Behandelcentrum aan mijn echtgenote besteedt. De dagelijkse, soms meervoudige gang naar Ewijk valt mij niet zwaar, ook vanwege de geweldige gastvrijheid van de medewerkers van het centrum.

Een verrassing uit Zeist

Geschenk van de Vereniging KNVB Ereleden en Bondsridders bij de viering van haar 100-jarig bestaan
Vooralsnog onbekende voetballer

Onlangs berichtte DPD mij, dat een dag later een pakket bezorgd zou worden. In het bericht las ik dat de bestelling afkomstig was van de KNVB. Ik dacht meteen aan ‘phishing mail’, omdat ik niets had besteld bij de bond, die ik jarenlang bestuurlijk heb gediend. Gisteren meldde DPD, dat mijn ‘bestelling’ tussen 12.00 en 13.00 uur zou worden afgeleverd: dus binnen een relatief kort tijdsbestek. Aangezien de kans groot was, dat ik niet thuis zou zijn, vroeg ik DPD het pakket ergens in de tuin neer te zetten. Bij thuiskomst trof ik een briefje met een tekening waar het pakket zou liggen. De ruwe schets klopte wonderwel. Bij het oppakken van de vermeende bestelling dacht ik aan een fles wijn. Zou het komen, omdat ik inmiddels 25 jaar Bondsridder van de KNVB ben? Nee, want ik kreeg die onderscheiding op 6 juni 1996. Wat dan wel? Bij het openen van het pakket trof ik tussen een groot aantal piepschuimkorrels een bronzen beeld van een vooralsnog onbekende voetballer. Het naamplaatje op de minisokkel bracht duidelijkheid: Vereniging KNVB Ereleden en Bondsridders 1922 – 2022. Het eeuwfeest van het befaamde genootschap van oude(re) knarren en jonge(re) voetbal helden was kennelijk de aanleiding om alle Ereleden en Bondsridders te verrassen met een bijna waarheidsgetrouwe sculptuur van een – toegegeven: mannelijke – voetballer. Het beeld doet mij denken aan het grote, niet te tillen bronzen beeld, waarmee de KNVB destijds de eeuwfeesten van voetbalverenigingen opluisterde. Ik herinner me bijna als de dag van gisteren, hoe ik in 1992 dat zware beeld namens de toen zieke bondsvoorzitter Jo van Marle in Arnhem mocht aanbieden aan Vitesse, de lievelingsclub van mijn vader. De Zeister staf had tevoren geregeld, dat het beeld een dag eerder bij Hotel Haarhuis werd afgeleverd. In den Haag moest ik later bij HV & HC Quick hetzelfde beeld met een steekwagen van mijn auto naar het clubhuis slepen. Bij Vitesse mocht ik overigens het cadeau van de KNVB uitreiken aan de toenmalige voorzitter Karel Aalbers, de latere grondlegger van het Gelredome, op voorwaarde dat ik na hem zou spreken. Daar stemde ik graag mee in, omdat ik dan voor de vuist op zijn toespraak kon reageren. Uiteraard noemde ik in mijn verhaal ook de namen van voetballers, die ik als jonge fan had bewonderd: Wim Hendriks en Sjaak Alberts. Wie schetst mijn verbazing, dat ik na de receptie op het Stationsplein werd aangesproken door de toen 66-jarie Sjaak Alberts. De vroegere Oranje-international praatte bij het verlaten van Hotel Haarhuis nog even na met enkele tijdgenoten. Hij vond het mooi, dat ik zijn naam had genoemd en vertelde mij een onvergetelijke anekdote uit zijn tijd bij het Nederlandse Militair Elftal. ‘Ze kennen me hier ook’ dacht hij, toen vrouwen achter ramen in de Haagse Geleenstraat hem toezwaaiden. Een ander soort verrassing, dan die uit den Haag: een trofee, die mij doet terugdenken aan de mooie bestuurlijke KNVB-jaren in Nijmegen (1982 – 1990) en Zeist (1990 – 1996), beloond met het mooie Bondsridderschap en lid van de vereniging, die nu 100 jaar bestaat.

Onverwacht wespennest

Toevallige vondst biedt zicht op wespenkunst

Wespennest achter verwijderd breiboord

‘Hebt u wel eens last van wespen’ vroeg een van de schilders van Schilderwerken Gebroeders Rutten na de verwijdering van het boeiboord boven de bijkeuken. Die fors bemeten  plank moest bij de grote schilderbeurt vervangen worden. Ik antwoordde dat we in de tuin soms wespen troffen, maar vrijwel nooit last ondervonden van de vliesvleugelige insecten. De schilder wees op een groot wespennest, dat nijvere werkwespen voor de koningin hadden gebouwd tegen een balk van de overkapping. Het geel-grijze, onbewoonde nest was kon gemakkelijk verwijderd worden. Het even fraaie als fragiele bouwsel toont het vernuft van wespen, die uit houtsnippers  in korte tijd een onderkomen voor een compleet wespenvolk bouwen. 

Bovenaanzicht van wespennest

Wikipedia leert, dat de koningin in het voorjaar na het ontwaken uit de winterslaap aan de bouw van het nest begint. Haar eitjes ontwikkelen zich tot larven, die vervolgens uitgroeien tot ‘werksters’ die het wespennest verder op- en uitbouwen. De koninginnen hebben dan alle tijd voor het leggen van nog meer eitjes, waaruit darren voortkomen, gevolgd door  nog meer vrouwelijke wespen, die anders dan de werksters wel vruchtbaar zijn. Bevruchting door de darren levert nieuwe koninginnen op, waarna de cyclus zich herhaalt. De bouw van het wespennest komt in de zomer klaar: de tijd waarin wespen hinderlijke insecten worden.

Detail van wespennest

Het gewicht van het wespennest stelt ondanks de behoorlijke afmetingen – in ons geval ca 35 x 25 x 25 cm – weinig voor. Op het eerste gezicht lijkt het nest gemaakt van papier, maar feitelijk is het een houten nest. Wespen bouwen namelijk hun nesten uit hout. Zij knagen stukjes hout van houten voorwerpen, die ze verder fijn kouwen om er een soort specie van te maken. Het ‘bouwwerk’ heeft soms centimeters dikke wanden en bestaat uit talrijke, zeshoekige raten, die voor een stevige constructie zorgen. Een wespennest heeft meestal meer in- en uitvliegopeningen, vaak met diverse afmetingen. Het door de schilders ontdekte wespennest heeft twee openingen. De geel-grauwe kleur wijst waarschijnlijk op een verblijf van de Duitse wesp, die verweerd hout gebruikt voor de opbouw.

Tijdelijk kunstwerk in beeldentuin

De bijzondere vondst in de dakconstructie van de bijkeuken lijkt de moeite van het bewaren waard. Maar verplaatsing leidt al tot het afbrokkelen en verlies van talloze schilfers. Het fragiele bouwsel zal dus – afgezien van enkele karakteristieke foto’s – geen lang leven beschoren zijn. Toch waag ik een poging, in de vorm van een tijdelijk, door wespen gemaakt kunstwerk. Een ijzeren staaf dient als statief, en het gebladerte van een boom als beschutting tegen de regen. Regen en wind bepalen dus, wanneer het wespennest teruggegeven wordt aan de natuur: een echte kringloop in eigen tuin.

Ratenstructuur wespennest

Eerder dan ik had verwacht brak het wespennest, waarschijnlijk geholpen door een windvlaag, in twee stukken. Die tegenvaller had wel een mooie keerzijde, figuurlijk maar ook letterlijk. De breuk maakte de binnenzijde van het wespennest zichtbaar, met de fraaie, zeshoekige ratenstrutuur. De bewondering voor het vernuft van de als lastig beschouwde insecten neemt toe, naast de verwondering over de negatieve connnotatie van een wespennest. Dat vrouwelijke wespen in staat zijn om fraaie bouwsels te maken, laat ook de betrekkelijkheid zien van een actueel begrip als genderneutraliteit. Of past die moderne term alleen bij mensen, niet bij dieren?

Schipper op de wal, maar met God

Impressie van en toespraak bij de viering van het 50-jarig priesterschap van Bernard van Welzenes o.s.b., tegelijk 50 jaar Aalmoezenier van het 50-jarig KSCC
Plechtige Eucharistieviering op de kade van de Waalhaven: op de achtergrond kerkschip Jos Vranken (Foto{ Jaap Lamers)

Alle goede dingen in drieen: 50 jaar Priesterschap + 50 jaar Directeur KSCC + 50 jaar Rooms-Katholieke Schippersparochie: dat drievoudige jubileum van een halve eeuw meervoudige dienstbaarheid moet gevierd worden, zo besloot Aalmoezenier Bernard van Welzenes s.d.b. enkele weken voor Tweede Kerstdag 2021: de dag waarop de onvermoeibare Salesiaan met zijn parochianen en vrienden bij het drievoudige jubileum wilde stil staan. De Eucharistieviering op de Jos Vranken, zijn KSCC-kerkschip in de Nijmeegse Waalhaven, moest door de corona-maatregelen worden verschoven naar Tweede Pinksterdag 2022. Die verplaatsing naar de D-day van 2022 bleek achteraf een gouden greep. De Eucharistieviering kon plaats vinden op de kade, vlak voor de Jos Vranken, waarna de gasten na een gewaagde  wandeling over een loopbrug op het party-schip Jules Verne een fraaie entourage troffen voor een feestelijk samenzijn met de even blije als trotse Aal.

Te weinig stoelen tijdens Eucharistieviering: de trap naar de kade blijkt een goed alternatief (Foto: Frans de Bruijn)

Gebeden tot Don Bosco met de toezegging van 100 Euro voor de oprichter van de Salesianen hadden gezorgd voor een zonnige ochtend, met wind en wolken, maar zonder de voorspelde regenbuien. Drie Salesianen gingen voor tijdens de indrukwekkende Mis: oud-bisschop Ad van Luyn, provinciaal overste W. Wambeke en uiteraard aalmoezenier Bernard van Welzenes. Zelf beschermd onder een tent zagen zij, hoe meer dan 300 gasten vol aandacht de Mis volgden. Ad van Luyn ‘vertaalde’ de lezingen van Tweede Pinksterdag in een gloedvolle preek, en pater-provinciaal Wambeke voegde na de mis een even kort als krachtig drie-punten-plan toe aan het arsenaal waarmee Bernard van Welzenes ondanks zijn leeftijd van 81 jaar verder trekt als ambulant priester, onder de mensen op het water en op de wal.

Programmaboekje van Jubileumviering – Uitgave KSCC

Bernard van Welzenes had mij enkele weken voor de viering van zijn drievoudig jubileum gevraagd of ik tijdens de ontvangst op de Jules Verne een toespraak wilde houden, omdat ik een halve eeuw geleden betrokken was bij de oprichting en vestiging van het KSCC en het aanmeren van eerste kerkschip. Dat verzoek kon ik uiteraard niet naast me neer leggen. Integendeel. Want sinds onze eerste contacten in 1972 is de verstandhouding gegroeid en de vriendschap steeds hechter geworden, in meer opzichten: persoonlijk maar ook politiek en bestuurlijk. Zelfs als aankomende en echte Knotsenburgers hebben we elkaar weten vinden en waarderen. Inspiratie voor mijn toespraak vond ik in de woorden, die ik eind jaren zestig tijdens een Nachtmis in de Carmelietenkerk aan de Doddendaal had gelezen: Gods volk onderweg. Als schipper naast God weet Bernard als geen ander waar en hoe hij zijn parochianen en vrienden moet bereiken en inspireren. Vandaar de volgende toespraak:

Bernard van Welzenes: met Gods volk onderweg
Het eerste KSCC-kerkschip (1976)

Begin jaren zestig hing in de kerk van de Karmelieten op de Doddendaal op een doek, waarop met kolossale letters ‘Gods volk onderweg’ stond. Kennelijk wilde Pastoor Cox met die woorden de bezoekers van de Nachtmis moed inspreken op hun eindige levensweg. Begeleiden van ‘Gods volk onderweg’ was de opdracht, die Salesiaan Bernard van Welzenes waarschijnlijk voelde, toen hij vijftig jaar geleden op weg toog als priester. Wist hij toen al, dat hij als meervoudig aalmoezenier diverse mijlpalen zou halen en passeren, op weg naar een volgend baken? Mijlpalen: wie kent ze niet? Letterlijk in de vorm van 100 of 200 meter-bermpaaltjes langs provinciale of nationale wegen. Figuurlijk als afbakening van een periode van instellingen of personen. Maar ook als virtueel teken op een persoonlijke levensweg: verjaardagen, trouwdagen, sterfdagen, jubilea, het bereiken van de pensioenleeftijd, het afleggen van een (meestal) eeuwige gelofte, en – voor mensen zoals Bernard van Welzenes – de dag van de priesterwijding. Bijna alleskunner, doorzetter en volhouder Bernard van Welzenes dacht bij zichzelf: laat ik enkele mijlpalen bijeen zetten, niet om kosten te sparen, wel om de lengte en breedte van zijn opdracht te markeren. Hij beseft ongetwijfeld, dat zijn talloze vrienden en kennissen al lang weten, dat hij een bijzondere mens is. En voor degenen, die die wetenschap ontberen, weet hij als geen ander in Nijmegen en daarbuiten media te bereiken, die graag verhalen optekenen over zijn omvangrijke werkterrein. Een podcast in woord en beeld ontbreekt intussen niet In Bernards gereedschapskist. Bij mijlpalen staat iedere mens even stil, om daarna gehaast of met gepaste snelheid de weg te vervolgen, ook wanneer de toekomst nog onzeker is. Bernards priesterwijding moet een mooie dag geweest zijn: een dag van stilte, overweging en gebed, maar ook een verwachtingsvolle feestdag. Vijftig jaar geleden begon Bernard zijn reis, met God onderweg, nieuwsgierig naar wat komen zou. Hij begon met de grote schippersfamilie, maar voegde daar later de kermisexploitanten en de circusondernemers aan toe. Ambulante mensen trokken en trekken hem. Zijn reislust moet een onbewuste drijfveer zijn.

Pastor in Knotsenburg

Twee jaar voor Bernard’s priesterwijding begon ik zelf aan een reis, waarvan ik in 1970 lengte nog einddoel kende: het lidmaatschap van de Nijmeegse gemeenteraad. In die hoedanigheid ontmoette ik Bernard van Welzenes, toen hij bij de KVP-ers steun zocht voor de vestiging van het net opgerichte KSSC. Toen begon onze gezamenlijke tocht in Nijmeegse contreien, op weg naar nog onbekende mijlpalen. In 1972 wist ik niet, dat ik in 1977 lid van de Tweede Kamer zou worden en in 1978 Prins Carnaval van Knotsenburg? En in 1973 kon ik tijdens de uitvaart van de dochter van Embere van Gils, die Millingen aan de Rijn was verongelukt, niet weten, dat ik Bernard nog heel wat keren zou zien voorgaan bij de begrafenis van gemeenschappelijke vrienden. Ik herinner me zijn vriendelijk ‘bevel’ om drager te zijn bij de uitvaart van John Bertine, en ik denk aan Bernards voorgangerschap bij de crematie van Harm Scheepbouwer. Het jaar 1977 herinner ik me ook goed, omdat ik voor de Kamerverkiezingen op het KSCC-schip een spreekbeurt mocht houden, tussen het poseren voor het Kroegtafereel van Rob Terwindt door. In de jaren van mijn Kamerlidmaatschap wist Bernard mij uiteraard te vinden, net zo als Embere van Gils aan wie ik mijn kandidaatstelling te danken had. Het gemak waarmee Bernard bestuurders en politici weet in te schakelen kent overigens geen grenzen, zijn tegenprestatie evenmin. De Nijmeegse CDA-ers hebben veel Kerstvieringen op de Jos Vrancken beleefd. En, ook belangrijk: Bernard blijft een kritisch maar trouw CDA-lid.

Terug naar Gods volk onderweg: die woorden slaan niet alleen op de schippers, het kermisvolk en de circusartiesten, die steevast in de media opduiken wanneer de heldendaden van Bernard genoemd en geroemd worden. Gods volk onderweg betreft ook de Knotsenburgers, de Nijmeegse carnavalisten, die op Carnavalszondag in de Molenstraatkerk tijdens de feestelijke Eucharistieviering in Bernard van Welzenes een enthousiaste en inspirerende voorganger treffen. Bij de aansluitende Ummegang naar de Hommage aan de Sint Steven laat Bernard horen, dat hij ook de kunst van het buutrednerschap machtig is. Aan de mijlpalen, waarbij we vandaag stilstaan past ook een teken van en voor Knotsenburg, zonder specifiek jaartal. Bernard’s geestelijk adviseurschap van het Prinsenconvent kwam namelijk geleidelijk tot stand, tussen 1983 en 1986. Maar ook bij zijn carnavaleske activiteiten is Bernard een onmiskenbaar baken, al was het alleen al omdat Bernard het ‘elkaar vasthouden in goede en slechte tijden’ in praktijk bent, door gebed, kaarsen, persoonlijke woorden van troost en bemoediging. De oud-prinsen van Knotsenburg steken hun waardering voor Bernards inzet niet onder biechtstoelen of kerkbanken. Zij koesteren zijn richtingwijzer op de gedeelde mijlpaal. Gedeelde mijlpaal: ja: vandaag vieren alle vrienden feest rond die ene, grote  mijlpaal, waarop kleurrijke ringen verbeelden, waarom Bernard van Welzenes in bescheidenheid – dat wel – kan terugzien op grootse prestaties: 50 jaar priesterschap als Salesiaan en aalmoezenier, 50 jaar directeur van het KSCC50 jaar voorganger van de R.K. Schippersparochie15 jaar voorganger van de R.K. Parochie Kermis- en Circusparochie

Bernard van Welzenes met Boerenbruidspaar en Burgemeester Hubert Bruls bij Hommage aan de Sint Steven: een van zijn favoriete plaatsen in Knotsenburg (Foto: Ad Lansink)

Ik besloot mijn toespraak met de niet toevallige verwijzing naar twee politieke leermeesters, die op eerdere Tweede Pinksterdagen betrokken waren bij het begin van twee ‘KSCC-scheepstrajecten’: de Nijmeegse CDA-fractievoorzitter Herman van Montfoort opende op 7 juni 1976 het eerste KSCC-Parochiecentrum en CDA-premier Ruud Lubbers – hij was van 1978 tot 1982 mijn fractievoorzitter in de Tweede Kamer – opende op 19 mei 1986 de Jos Vranken, het tweede KSCC-Parochiecentrum op 19 mei 1986. Ik vroeg aan Bernard van Welzenes of het toeval of genade was, dat ik op 6 juni 2022 zelf kon zeggen: Acht en tachtig, Gods-allemachtig? Hoe het ook zij: zijn vrienden waren op die mooie Pinksterdag samen ‘Gods volk onderweg’. Bernard’s vrienden blijven bij de gedeelde mijlpaal zijn richtingwijzer volgen: teken en baken van betrokkenheid, dienstbaarheid, trouw en inzet: met Gods zegen tot in lengte van jaren. Op verzoek van hun geestrijk adviseur onderstreepten de aanwezige leden van het Prinsenconvent die oproep met hun lijflied: Drink een borrel, een glaasje bier of wijn.

De ‘eeuwigheid’ van HABOG

Omkijken en vooruitzien bij uitbreiding van COVRA-gebouw voor opslag van hoogradioactief afval

HABOG 2003 – 2022 (Rechts witte feesttent, geplaatst voor de openingsplechtigheid)

De feestelijke opening van de uitbreiding van HABOG, het COVRA-gebouw voor de opslag van hoogradioactief afval, markeert de langere levensduur van de kerncentrale te Borssele. De toestemming om deze betrouwbare bron van kernenergie tot 2033 in bedrijf te houden, noopte tot een forse uitbreiding van het HABOG. Geopolitieke ontwikkelingen als klimaatbeleid en internationale instabiliteit vergroten in Nederland en elders het draagvlak voor kernenergie. De levering van elektriciteit moet immers gewaarborgd blijven.  In tegenstelling tot de politieke en maatschappelijk trends van de afgelopen decennia, wordt zelfs de bouw van nieuwe kerncentrales overwogen. 

Mijn persoonlijk geloof in het vreedzaam gebruik van kernenergie vatte vlam in 1955 als rondleider op de expositie ‘Het Atoom’ op Schiphol: een mooie studentenbaan, niet te vergelijken met het keuren van aardappels bij de NAK in de Noordoostpolder of allerhande klussen in de melkfabriek van Baambrugge. Tijdens mijn echte baan in Nijmegen, grotendeels op de afdeling Pathologie van het Radboudziekenhuis, raakte de belangstelling voor kernenergie volledig uit beeld. Maar na het toetreden tot de Tweede Kamer in 1977 belandde ik op instigatie van CDA-fractiegenoot Steef Wijers vrijwel meteen in de vaste commissie voor kernenergie, die later opging in de vaste commissie voor economische zaken.  

Opening HABOG (2003) door Koningin Beatrix. Links: COVRA-Directeur Hans Codee, in het midden kunstenaar William Verstraeten en burgemeester Jaap Gelok, daarachter Ad Lansink

De Kamer sprak in het kader van de Brede Maatschappelijke Discussie Kernenergie ook over de opslag van het radioactief afval van de kernreactor in Petten. Bij de isotopen-productie voor medische toepassingen ontstaat radioactief afval, dat destijds na insluiting in vaten met beton in de Noordzee werd gedumpt. Begin jaren 80 pleitte ik daarom voor langdurige bovengrondse opslag van alle kernafval, ook indien afkomstig van de kerncentrales in Dodewaard en Borssele. Gedurende die ’tijdelijke’ opslag van 50 tot 100 jaar konden dan de opties voor definitieve eindberging in zoutkoepels onderzocht worden. Die ’tijdelijke’ opslag kwam inderdaad tot stand, bij COVRA in Nieuwdorp (Vlissingen-Oost). 

2013 Tien Jaar HABOG – Hans Codee in de veilige zaal boven de opslagkokers; achteraan kunst van William Vrstraeten

Intussen bleef kernenergie in Nederland omstreden, ook als gevolg van de zware kernongevallen in Three Miles Island -USA (1979), Tsjernobyl – Sovjet Unie (1986) en Fukushima – Japan (2011). Zelf had ik na een werkbezoek aan Harrisburg (Three Miles Island) in 1984 de kernenergie-draad weer voorzichtig opgepakt, met als onverwacht resultaat, dat in 1985 een meerderheid van de Tweede Kamer besloot om kernenergie weer bespreekbaar te maken als optie voor uitbreiding van de elektriciteitsproductie.  De kernramp van Tsjernobyl dwong de Kamer echter tot heroverweging van de plannen. Ook de even plotselinge als voortijdige sluiting van Dodewaard – gevolg van onvrede bij de SEP, de eigenaren van de centrale – was geen opsteker voor een hernieuwd vertrouwen in kernenergie.

2007 : 25 Jaar COVRA met toespraak door oud-premier Ruud Lubbers

De realisering van een bovengrondse opslag van alle kernafval bij COVRA in Vlissingen was inmiddels voortvarend ter hand genomen. Tot mijn verrassing werd ik twee jaar na de beëindiging van mijn Kamerlidmaatschap in 1998 uitgenodigd toe te treden tot de Raad van Commissarissen van COVRA. Mijn politieke ervaring paste in het profiel van een van de vier toezichthouders. Over het ja-woord hoefde ik uiteraard niet lang na te denken. Toen ik begin 2000 bij COVRA begon, was het imposante HABOG nog in aanbouw. Boeiende werkbesprekingen met directeur Hans Codee en projectleider Kees Kalverboer leerden, dat aan het HABOG hoge eisen werden gesteld. De opening op 11 november 2003 door Koningin Beatrix was een onvergetelijke mijlpaal, technologisch, bestuurlijk en eigenlijk ook politiek.

2007 : 25 Jaar COVRA – namens RvC mocht ik Hans Codee zijn gratificatie overhandigen

Het commissariaat bij COVRA was tot halverwege 2011 een even interessante als verantwoordelijke functie, die ik voor geen goud had willen missen. De band met COVRA bleef overigens na mijn terugtreden bestaan door de mooie gewoonte om bij het afscheid van commissarissen ook hun voormalige collega’s uit te nodigen. Ook bij bijzondere gebeurtenissen zoals op 19 mei 2022 bij de ingebruikneming van de uitbreiding van het HABOG was ik dus weer welkom. Zo kon het gebeuren, dat ik in de naast het uitgebreide en nog steeds markante opslaggebouw opgerichte feesttent plaats kon nemen tussen mijn vroegere president-commissarissen: Huib van Heel en Jannes Verwer. Herinneringen ophalen was uiteraard het parool, genieten van ‘Metamorfose’ – de artistieke naam van het HABOG – ook.

HABOG 2022 met de aanbouw en de aanpassing van het exterieur door kunstenaar William Verstraeten
(Foto Ad Lansink)

Dat bij die herinneringen de gedachten ook teruggingen naar de motie, die ik ruim veertig jaar geleden had ingediend, spreekt vanzelf. Maar mijn persoonlijke gedachten betreffen ook de toekomst, inclusief de vraag of het HABOG langer dan 100 jaar de veilige opslag van het hoogradioactief afval zou mogen en kunnen waarborgen. Zouden ooit nog meer modules bijgebouwd moeten worden? Wanneer en hoeveel? Dat lijken onzinnige vragen, vergeleken met de tijd die mensen zelf te leven hebben. De nog jonge geschiedenis van het HABOG leert intussen, dat ‘De tijd van de toekomst’ – titel van de film bij 10 jaar HABOG in 2013 – niet te voorspellen is.  Toch markeert diezelfde tijd de schaalverdeling langs de weg naar eeuwigheid. De geleidelijk veranderende kleuren van het HABOG zijn met E = MC2 een teken aan de wand, een baken op die weg.

Naalduitval en beukenbladluis

Over de tegen- en meevallers van een tuinliefhebber na het droge voorjaar van 2022

Dode naast levende dennenboom

Alle jaargetijden hebben hun eigen charme, ook in de tuin rondom het huis. Toch wint de lente van zomer, herfst en winter al was het alleen al door het jonge groen van bomen en heesters en de kleurenrijkdom van vaste planten en kleine struikgewassen. Bijna elke week is er wat nieuws te beleven. Jammergenoeg leverde het betrekkelijk droge voorjaar van 2022 naast de gebruikelijke meevallers ook onverwachte tegenvallers op. De ranke denneboom, die met een soortgelijke broeder al meer dan een halve eeuw aan de Nijmeegse Willem Schiffstraat de hoek van onze tuin markeert, heeft het forse tekort aan water niet overleefd. Toen een toevallig passerend boomverzorger mij op de ‘stervende’ boom attendeerde, kon ik de man niet geloven. De dennenboom zag er nog redelijk uit. Enkele weken later bewees de snelle naalduitval, dat de boomverzorger gelijk had. Over enkele weken worden beide dennenbomen gerooid. Dat wordt wennen aan een ander straat- en tuinbeeld.

Gouden regen tussen Meidoorn en Hemelboom

Die onmiskenbare tegenvaller was intussen ruimschoots gecompenseerd door een reeks kleurrijke meevallers. De azalea bloeide in 2022 als nooit tevoren. De tulpenboom laat elk jaar meer, en grotere bloemen zien, en de meidoorn mocht er opnieuw zijn, evenals de gouden regen, die jammergenoeg maar enkele dagen in volle glorie te bewonderen viel. De droogte heeft gelukkig ook geen vat gekregen op de rododendron, vooral het late exemplaar met zijn fraaie paarse bloemen. De waterlelies zijn in aantocht, het Sint Janskruid en de rozen ook. De vuurdoorn gaat ongetwijfeld veel rode bessen opleveren.

Rhododendron in volle breedte

De voortuin kent een andere tegenvaller: de beukenboom, die jaren geleden onverwacht uit een beukenootje is ontstaan, en in drie decennia is uitgegroeid tot een karakteristiek element, ook door zijn spitse vorm. Door de droogte kwamen de jonge bladeren kwamen opvallend laat te voorschijn. Toch duurde het maar een week totdat de beuk zich helemaal groen kleurde. Enkele dagen geleden kreeg de beuk een neerslachtig uiterlijk. De bladen gingen hangen en de ooit fiere spits werd een afgestompte top. Veel bladeren bleken plotseling gekruld, en verstoonden meestal ook veel glans. Een bevriende kenner van het plantenleven vermoedde – overigens op afstand, aan de hand van foto’s – dat de beukenbladluis bezit had genomen van de beuk.

De witte, grijze of lichtblauwe beukenbladluisjes manifesteren zich aan de onderzijde van de soms sterk krullende bladeren, die geleidelijk gaan afvallen. De beuk kan ernstig verzwakken, ziek worden en zelfs afsterven. Een zoektocht naar een snelle en eenvoudige bestrijding van de beukenbladluis leert, dat een natuurlijke bestrijding met krachtige waterstralen soelaas kan bieden. Maar gemakkelijk is dat niet, omdat de onderzijde van veel bladeren niet bereikbaar is. Datzelfde geldt trouwens voor het aanbevolen bestrijdingsmiddel: kaliumzouten van vetzuren. De tijd zal leren of deze tweevoudige  behandeling van de ooit fiere beuk effectief is.

Gelukkig blijft er nog genoeg te genieten, temeer nu de droogte lijkt af te nemen. De Spoorbloem, beter bekend als Valeriaan, bloeit als vanouds, net zo als de Grote klaproos, die jammergenoeg geen lang leven beschoren is. Intussen tonen ook de Rozen hun fraaie kleuren en vergt het gazon weer meer maaibeurten dan een maand geleden. De tuin blijft een domein voor liefhebbers, die meevallers weten te waarderen en met tegenvaller leren om te gaan, zelfs wanneer het bomen betreft, die meer dan een halve eeuw oud zijn.

Spoorbloem of Valeriaan