De toren van Babel

torenvanbabel
Grote Toren van Babel
Pieter Breughel de Oudere
Kunthistorisch Museum Wenen

Teken van tegenspraak of totem van toekomst?
Woorden tellen maar beelden spreken. Die stelling uit eigen koker brengt de toehoorder op het spoor van spreekwoorden en afbeeldingen. De toren van Babel staat voor de hoogmoed die ten val komt, maar ook voor de vele hoofden en hun even zo vele zinnen. De Babylonische spraakverwarring was immers het ongedachte middel, waarmee – althans volgens de Bijbelse mythe – God de overmoedige bouwers van de bijna bovenaardse toren het werken onmogelijk maakte. Overstijgt de goddelijke toorn dan de menselijke saamhorigheid? Of dwong God de alleskunners en beterweters van toen (en nu) tot meer bescheidenheid en tot beter rentmeesterschap?

Toren van Babel, mythe en moraal
Het bijbelse verhaal over de toren van Babel in Genesis 11: 1-9 voert terug naar de ziggurats of zikkoerrats,  trapvormige tempelheuvels die steeds hoger werden: aanvankelijk enkele tientallen meters, later zelfs ongeveer 100 meter. De heuvels werden torens, ook in Babylon, waar gedeporteerde joden als dwangarbeider moeten hebben meegewerkt aan de bouw, zo’n 3000 jaar geleden. Opgravingen vanaf 1899 leerden, dat de bijbelse toren echt bestaan heeft. Het gevaarte was 91 meter hoog, en had een fundament van 91 bij 91 meter. De toren werd opgericht om de bloei van het Babylonische Rijk in het vroegere Mesopotamie – nu Irak – voor eeuwig vast te leggen. De menselijke eeuwigheid is echter niet oneindig. De toren van Babel werd verwoest door de Assyrische koning Sanherib in 689 voor Christus. Zijn zoon Esarhaddon  begon de herbouw, die onder Nabopolassar en Neboekadnessar werd voltooid. Xerxes verwoestte de toren opnieuw in 478 voor Christus. Dat de joden daarin de bestraffing van God zagen, ligt voor de hand. Het mythologische verhaal van de vermetele torenbouw kreeg daarmee een moralistische wending, en kwam terecht in het Oude Testament.

Grenzen aan en van het menselijk kunnen
De toren van Babel spreekt nog steeds tot de verbeelding, ook al is de werkelijkheid ondanks alle onderzoek moeilijk te beschrijven. De tempels van toen hadden een belangrijke functie. Torens hebben door de eeuwen heen veel betekenis gehad en behouden: roepsteen, baken in het land, punt van herkenning. Torentempels waren dus meer dan louter samenvoeging van die alledaagse bouwsels, zoals kathedralen meer werden dan ruimten voor gebed en eredienst. Met de bouwwerken zelf wilden de mensen God alle eer bewijzen. Dat pracht en praal op gespannen voet staan met soberheid en bescheidenheid, drong waarschijnlijk evenmin tot hen door als het besef dat aan het menselijk kunnen grenzen zijn gesteld. Grensoverschrijding is van alle tijden,en van alle mensen, die van het voorchristelijke Babylon en die van nu.

Virtuele vuurtorens in een grillig landschap
Woorden tellen, maar beelden spreken, ook de taal van de tijd. Wie de afbeeldingen bekijkt, waarin kunstenaars hun interpretatie van de toren van Babel hebben opgetekend, ziet vrij snel de overeenkomst: de vierkante, dan weer ronde, soms zelfs spiraalvormige toren, die niet af is of nooit af komt. De ene kunstenaar brengt de onmacht van de bouwers beter in beeld dan de andere. De omgeving verschilt meestal ook. Maar vast staat, dat het stoere bouwwerk de hemel nooit zal halen. De mensheid is bezig met een onmogelijke klus, een hels karwei, dat nooit voltooid wordt. De bouwers beseffen dat niet. Zij zien immers de vorderingen, steen voor steen, laag voor laag, zoals pelgrims naar de torentempels met het beklimmen van de treden de omgeving kleiner zien worden. De tempel kwam dichterbij, de hemel en  de sterren ook. Het is daarom moeilijk aan te geven waar moed in hoogmoed verkeert, en hoop in wanhoop. De bergbeklimmer bereikt ook niet altijd de top. En de ruimtevaarder van vandaag weet ook niet of hij morgen terugkeert op aarde. De biotechnoloog van gisteren verwondert zich intussen over het feit, dat zijn opvolger van nu – laat staan die van later – onverwachte en ongedachte grenzen overschrijdt. Haalt de wetenschapper ooit een top? Valt hij of zij vroeg of laat terug in een peilloze diepte? Of is de toren van Babel toch een waarschuwing, een virtuele vuurtoren in het grillige landschap van wetenschap en techniek?

Pieter Breughel de Oude (1520-1569): kenner van vervreemding
Toevallig stond ik een week geleden plotseling oog in oog met een van de belangrijkste Babelvoorstellingen, het befaamde schilderij van Pieter Breughel de Oude uit 1563 in het Kunsthistorisch Museum van Wenen. De begenadigde kunstenaar plaatste de toren in de tijd en op de plaats van toen: Vlaanderen in de late middeleeuwen. Breughel kende de groei en weelde van Antwerpen, de taalverschillen en de vervreemding. De ene handelsman was de andere niet. Op onnavolgbare wijze heeft hij het werk aan de immense toren, teken van tekenspraak en totem van de toekomst, vastgelegd. Op de voorgrond de heerser – Koning Nimrod – met aan zijn voeten de bezige en bange bouwers; achter de koning een twijfelachtige priester; in het midden de toren van Babel, indrukwekkend maar ook inwendig verzwakt, stevig op de grens van land en water, maar bij lange na niet af. Het is geen toeval, dat een wolk langs de top glijdt, als een signaal van God, die de grens van het menselijk kunnen aangeeft. Het schilderij van Breughel is een meesterwerk vanwege de vele details. Zij geven een duidelijk beeld van het leven van toen, inclusief de tegenstellingen tussen rijk en arm, tussen fictie en werkelijkheid, tussen hoop en wanhoop.

Van zin naar waanzin, onzin zelfs
Dankzij de moralistische betekenis kreeg het motief van de toren van Babel een ruimere betekenis. De religieuze functie van de torentempel veranderde in een teken van groot- en tegenspraak: een totempaal van zotheid, verwaandheid en hoogmoed. Zin werd waanzin, onzin zelfs. De toren van Babel werd een symbool voor activiteiten en prestaties, die de tand van de tijd niet kunnen doorstaan. De fiere torens – tekens van deemoed en herkenning – verworden tot bouwsels, die vroeg of laat in elkaar storten, waarna de natuur weer bezit neemt van haar domein. Het godsbesef is daarbij niet (meer) voor iedere mens de leidraad voor de terugkeer naar de menselijke maat en de menselijke verhoudingen. Die – wellicht ook tijdelijke – ontwikkeling, doet niets af aan de diepere betekenis van het onmiskenbare signaal, dat van de toren van Babel uit blijft gaan. Christenen en humanisten weten zich gewaarschuwd, wanneer zij aan de  actuele, maar Babylonische spraakverwarring over normen en waarden weten te ontkomen. Woorden tellen, maar beelden spreken, ook voor de mannen en vrouwen, die in Gods, aller, andermans of eigen naam politiek bedrijven: letterlijk de kunde van de staat, waaraan hopelijk kennis van de samenleving wordt toegevoegd. Dat de toren van Babel staat voor de Babylonische spraakverwarring maakt de relatie tot het politiek tot een te gemakkelijke metafoor. Een groot deel van het gangbare politieke bedrijf speelt zich af binnen het zichtbare kader van de verantwoordelijke samenleving. Van spraakverwarring is dan geen sprake, ook al doen heftige woordenwisselingen soms anders vermoeden. Maar ook in de politiek liggen liefde en haat, moed en hoogmoed, hoop en wanhoop in elkaars verlengde, op een en dezelfde weg. Grensoverschrijding is dan mogelijk, temeer waar barrières soms te gemakkelijk worden opgeruimd. Slagbomen lijken uit de gratie, ook in immateriële zin. Maar niet elke verandering is een verbetering, niet elke opgave een opdracht. De democratie verkeert in auto- of oligocratie, wanneer de ene of de andere mens overmoedig wordt, en zichzelf langs zijn eigen toren van Babel omhoog werkt. En dat dan ten koste van de mensen die in saamhorigheid het fundament hebben gelegd voor de goddelijke tempel van de gerechtigheid.

Torens: ook bron van inspiratie, teken van (h)erkenning
Het zou niet goed zijn, wanneer met de mythologische en moralistische toren van Babel alle torens worden weggezet in het land van wanhoop en hoogmoed. Torens blijven van belang, niet als totempaal van gekte en zelfoverschatting, wel als richtingwijzer naar de toekomst van gerechtigheid. Harrie Gerritz – de Wychense kunstenaar, die op zijn doeken veel torens heeft vastgelegd – zegt het zo: ‘Torens zijn karakteristieke tekens in het landschap, een dankbaar, verticaal compositie-element, maar ook een bron van inspiratie. Op mijn tochten door het Land van Maas en Waal zijn torens een baken, een teken van herkenning. De torens moesten vroeger blijven staan, ook zonder kerk, als gemeeenschapsbezit en als noodklok, wanneer  een overstroming dreigde. Torens bergen geladenheid in zich, stoerheid, symboliek ook. Torens wijzen mij de weg naar de kosmos, naar alle religies. Zijn niet oorlogen vaak ontstaan door fanatisme, door misplaatst fundamentalisme? Ik voel meer voor een universele geloofsgemeenschap: de minaretten in Tunesië, de kerktorens in Nederland, de pagoden in Japan’. De toren van Babel herinnert – anders dan de torens van Harrie Gerritz – aan de mensen binnen en buiten het politieke bedrijf, die liefst in Engelse woorden dezelfde zelfoverschatting uitspreken. ‘Bigger, and stronger, and seven feets longer’ of  – nog erger – ‘The sky is the limit’: het eerste citaat komt van een vliegtuigbouwer, die toen nog niet wist, dat de Concorde wel zou gaan vliegen maar tegen een onbetaalbare prijs. De tweede zin komt van een politicus, die economische groei belangrijker vond dan het behoud van de natuurlijke leefomgeving, schaalvergroting meer het nastreven waard dan behoud van menselijke maat. De HSL moest doorgaan, ondanks de beperkte tijdwinst. En de Betuwelijn moest worden aangelegd, ondanks de negatieve gevolgen. De Euro moest de gulden vervangen. De vrijmaking van de markten in Europa en de globalisering van de handel bergen intussen het gevaar in zich, dat het materiële gewin de immateriële waarden in de schaduw plaatst of wegdrukt. Voeg daarbij het gegeven, dat op het gebied van de biotechnologie ook grenzen ook in zicht komen, zo niet al overschreden zijn, en duidelijk wordt dat de maakbare samenleving een teken van tegenspraak vergt: een toren van Babel op de grens van een nieuw millenium, al was het alleen al om na te denken over de verantwoordelijkheid van de mens, voor elkaar en voor de Schepper van hemel en aarde. De Toren van Babel, teken van tegenspraak, oproep tot bezinning, opdat de wanhoop niet tot toppunt wordt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »