Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.

Proud to be on the #bewastewise ‘Waste Influencers List 2015’

WasteWise-Logo_174x1072On August 4, 2015, the website be Waste Wise announced the list of 30 individuals who made it to their Waste Influencers List 2015. To my great surprise , I found my name on the international list of leading figures in the sector of waste management. The list includes well-known names such as, for example, Shaun Frankson ( founder of The Plastic Bank which makes plastic waste a currency to reduce global poverty); Liz Goodwin (CEO of Waste & Resources Action Programme); Ellen MacArthur (founder of the Ellen MacArthur Foundation, very active in the field of circular economy); William McDonough (designer, advisor and co-author of Cradle to Cradle); Janez Potočnik (Co-Chair of UN International Resource Panel and Former European Commissioner for Science and Research and Environment). According to the staff of be Waste Wise, every person on this list is there because they communicated about waste management in a way that resonated with their audiences on social media. be Waste Wise is a non-profit organization and their motive is to enhance collaboration and the dialogue on waste solutions. For me it’s a great honor to be one of the 30 Waste Influencers 2015.

2015-Global-Dialogue-Logo-500x500-2015-07-06-300x300be Waste Wise also organizes ‘The 2015 Global Dialogue on Waste’: an important and well known series of panel discussions and interviews which will be broadcast live on every Wednesday from August to December, 2015. Share the website of be Wastewise to follow the discussion about interesting questions such as ‘Source segregation or commingled recycling?’ and ‘Can we recycle everything?’. Other interesting topics are for example: Culture, consumption and waste management; Preventing waste through education and community engagement; New waste treatment technologies; and of course – in view of the realization of the Waste Influencers List: Role of social media in waste management.

Lucas Lievense (1925 – 2015): vindingrijk en visionair ingenieur

lievense01862

Ir. Lucas Lievense

Op 9 maart 2015 overleed na een vruchtbaar leven van 90 jaar ir. Lucas W. Lievense, de raadgevend ingenieur, die in de jaren tachtig bekend zou worden als bedenker van het Plan Lievense. De man, die ondernemerszin koppelde aan wetenschappelijk inzicht en creativiteit aan techniek, was kennelijk zijn tijd (te) ver vooruit, getuige de kritiek op zijn opzienbarende plan. Lievense wilde in het Markermeer een immens waterreservoir bouwen, omringd door hoge dijken waarop honderden windmolens moesten zorgen voor het oppompen van het water. Wanneer de stroomvraag tijdens de piekuren toenam, zou het uitstromende water turbines aandrijven, die vervolgens de noodzakelijke stroom zouden produceren. ‘Peakshaving’ door oppompen met goedkope stroom was al eerder toegepast, bij voorbeeld in bij Vianden in Luxemburg, waar ik tijdens een vakantiereis een dergelijke faciliteit met een capaciteit van 1300 MW had kunnen bewonderen. De koppeling van een wateraccumulatiebekken aan windenergie was echter nieuw. Contact met Lucas Lievense leidde tot meer inzicht in de mogelijkheden van en belemmeringen van zijn ambitieuze plan. Het was in elk geval het overwegen waard. De gedeeltelijke steun in de Tweede Kamer leidde jammer genoeg niet tot een vernieuwing van het energiebeleid en evenmin tot meer zicht op het nut en vooral de noodzaak van opslagsystemen bij de inzet van zon- en windenergie.

lievense energie-eiland

Omgekeerd stuwmeer op zee – Plan van Buro Lievense, KEMA en gebroeders – Follow up van Plan Lievense – Volkskrant, 6 juli 2007 – Bijdrage van Rene Didde

In 2007 kwam het Buro Lievense met een hernieuwd plan, weer tevergeefs. Anno 2015 zijn er nog steeds geen vorderingen gemaakt, ondanks het sterk toegenomen belang van even duurzame als discontinue energiebronnen. Optimisten zien veel toekomst in de batterijen van elektrische auto’s of in de tijdelijke opslag van waterstof na elektrolyse van water. Pessimisten wijzen op de hindernissen die de Ondergrondse Pomp Accumulatie Centrale in Limburg (OPAC – www.o-pac.nl) ondervindt op de moeizame weg naar een serieus opslagsysteem. Lucas Lievense kreeg destijds te horen, dat de dijken van zijn waterbekken in het Markermeer zouden kunnen bezwijken, waardoor Amsterdam onder water zou komen te staan. Landschappelijke bezwaren waren er – zoals nu – natuurlijk ook, naast de hoge kosten: een factor die keer op keer opgeld doet, ook dertig jaar later wanneer pleidooien voor innovatieve opslagsystemen in de kiem (moeten?) worden gesmoord. Lievense bedacht zijn plan in 1981 na zijn betrokkenheid bij de Deltawerken, waaronder de afsluiting van het Haringvliet – en voor zijn alternatief voor de Betuwelijn in de jaren 90. ‘Plan-Lievense was tijd veel te ver vooruit’ kopte de Volkskrant op 23 maart 2015 boven een mooie bijdrage van Peter de Waard. Het FD bleef niet achter: Louis Hoeks schreef o.m. op 24 maart 2015: ‘Media doopten hem de ‘moderne Leeghwater’. Maar het plan sneuvelde omdat het te duur en onveilig zou zijn’. Het risico is niet genomen, waarschijnlijk ten onrechte. Hoe het ook zij, Lucas Lievense was een vindingrijk en visionair ingenieur, wiens naam in het domein van de opslagsystemen voortleeft

Potscherf van Andreas Hetfeld

20150301_155501

Artefact 289-1: Canonkunstproject van Andreas Hetfeld te Bathmen Kunststof op rode baksteen 

Canonvenster van Arkelsteen en Sallandse Landweer

Wie  binnendoor van Holten naar Bathmen wandelt, fietst of rijdt ziet even na de buurtschap Loo in de verte een op het eerste gezicht abstract kunstwerk. Dichterbij gekomen ontwaart de voorbijganger de contouren van een immense Potscherf, vastgezet op een grote sokkel van rode baksteen. Het is een opvallend kunstwerk van Andreas Hetfeld, de Nijmeegse kunstenaar, die al eerder mooie stalen – staaltje past niet in dit verband – van omgevingskunst heeft verwezenlijkt. Denk maar aan zijn Nesten in Antwerpen, Deventer en Berlijn of de Zonneboom in Nijmegen.

20150301_154438

Andreas Hetfeld toont functie van Potscherf. Op de achtergrond: Land van Roeterdink

Zijn schepping in Bathmen, vlak bij de Oude Schipbeek, draagt de prozaïsche naam Canonkunstwerk Artefact 289-1. Het forse beeld maakt deel uit van het Canonkunstproject: een reeks van vijftien kunstwerken van het project Kunst en Ruimte van de Ijsselacademie en het Kunstenlab. De deelnemende kunstenaars kregen de vrije hand bij de verbeelding van onderwerpen uit de Canon van Overijssel. Te oordelen naar Artefact 289-1 is zulk een gedeeltelijk vrije opdracht – alleen het thema staat vast – een mooie uitdaging, ook voor Andreas Hetfeld die het verleden evenmin schuwt als de toekomst.

20150301_154348

Onthulling van de Potscherf – Op de rug gezien Suus Baltussen, die met Andreas Hetfeld het beeld had ingepakt

De Potscherf is de artistieke verbeelding van het canonvenster’ Arkelstein en de Sallandse landweer. Het kunstwerk van Andreas Hetfeld verwijst naar het vroegere Kasteel Arkelstein, dat tussen 1360 en 1560 de stedelijke en bisschoppelijke handelsbelangen moest bewaken, als onderdeel van de befaamde Sallandse landweer. Na het verlies van de bisschoppelijke zeggenschap in 1528  verviel het kasteel geleidelijk aan tot in 1576 nog slechts een ruine resteerde. In 1646 besloot het gemeentebestuur van Deventer om Arkelstein volledig te slopen. Wat restte was een leeg landschap.

De wethouder van Deventer is beretrots op de aanwinst in zijn gemeente

De wethouder van Deventer is beretrots op de aanwinst in zijn gemeente

Onzichtbare elementen van het vroeg gesloopte kasteel liggen achter de boerderij van de Familie Roeterdink. In 1870 had een voorouder het terrein van maar liefst 30 ha verworven. Een klein deel van het weiland is afgestaan voor de oprichting van het opvallende kunstwerk. Andreas Hetfeld heeft zich laten inspireren door een van de scherven, die op het terrein van de Famlie Roterdink zijn gevonden. Samen met de bakstenen sokkel vormt de Potscherf een bijzondere verwijzing naar vroegere tijden, toen het kasteel en de landweer bescherming boden tegen roof- en plundertochten.

Andreas Hetfeld legt aan de grote schare gasten uit hoe en waarom hij Arkelstein in de Potscherf heeft verbeeld

Andreas Hetfeld legt aan de grote schare gasten uit hoe en waarom hij Arkelstein in de Potscherf heeft verbeeld

Een kleine honderd mensen waren op de winderige maar mooie zondag van 1 maart 2015 getuige van de feestelijke onthulling van het Canonkunstwerk ‘Arkelstein en de Sallandse landweer’. Andreas Hetfeld en zijn partner Suzanne Baltussen hadden in eendrachtige samenwerking de hele winter besteed aan het spectaculaire project.  Aan het uitpakken kwamen heel wat handen te pas, vooral van mensen die ook bij de bouw betrokken waren geweest. Insiders zoals de wethouder van Deventer, outsiders zoals ik zelf en toevallige voorbijgangers staken hun bewondering niet onder stoelen of banken. Latere passanten, die zich waarschijnlijk afvragen, wat die opvallende Potscherf daar langs de Looweg tussen Holten en Bathmen doet, krijgen op een informatiebord uitleg over het roemrijke verleden van Arkelsteinn, en zijn bouwer: vorst-bisschop Jan van Arkel uit Utrecht.

Gezamenlijke bezorging van kranten op meer plaatsen mislukking?

kranten

Dagbladuitgevers gaan gezamenlijk bezorgen Bron: Adformatie, 17 april 2012

De krant kun je niet missen, geen dag. Het gevleugelde woord werd een lijfspreuk. Want bijblijven was immers het parool: de letterlijke vertaling van nieuwsgierigheid. De vraag klemt wel of die lijfspreuk overeind blijft, nu het landelijke bezorgsysteem regelmatig faalt. De aankondiging onlangs van een latere bezorging – uiterlijk negen uur in plaats van zes uur – was al een teken aan de wand. De praktijk pakt in Nijmegen nog slechter uit. Vandaag werd het half elf. De bezorger merkte zelf op, dat de organisatie veel te wensen overliet. Hij kan het niet helpen, dat de bezorgers voor minder geld meer kranten moeten bezorgen. Ook dat laatste moet letterlijk worden genomen. Afgelopen zaterdag trof ik naast de kranten van het abonnement – Trouw, de Gelderlander, FD en NRC – ook de Telegraaf, NRC Next en de Volkskrant. Alleen het AD ontbrak aan de stapel in de gang. Een kunststof brievenbus had de kranten niet kunnen bergen. Te laat en te veel: het is een vreemde combinatie van gebreken bij een kennelijk door kostenbeheersing ingegeven systeem. Willen de kranten nog meer trouwe lezers verliezen, dan zullen zij toch echt moeten zorgen dat de abonnees die betrekkelijk veel geld overhebben voor hun krant(en) fatsoenlijk bediend worden. Daarbij komt dat de klachtenmelding de toets van de kritiek evenmin kan doorstaan als de bezorging. De redactie wil je natuurlijk niet lastig vallen, maar de uitgever wel. Die uitgever blijkt – met uitzondering trouwens van het FD, hulde voor die krant – niet of moeilijk bereikbaar. De luiheid van antwoordapparaten is bekend. Email werkt soms wel, dan weer niet. Digitalisering is mooi, en teruggave van of meer euro’s ook. Maar de serieuze lezer die ‘print’ verkiest boven ‘smartphone’ of ‘tablet’ wil echte waar voor zijn geld: kranten die hij of zij kan vasthouden, neerleggen en weer oppakken zonder aan de batterij van het digitale apparaat te hoeven denken. Die serieuze lezer wil ook tijdig zijn dagelijkse lijfblad kunnen lezen, niet alleen vanwege de actualiteit maar ook en vooral om al het andere wat op een dag te doen staat. Wanneer de kranten er niet in slagen om het bezorgsysteem op een behoorlijk peil te houden, dan zullen de oplagecijfers blijven dalen. Het is niet te hopen, eerlijk gezegd, maar wel te vrezen. Of kan het tij nog gekeerd worden?

Deel 10 van het Biografisch Woordenboek Gelderland: slotakkoord?

Boekomslag Deel 10 Biografisch Woordenboek Gelderland

Boekomslag Deel 10
Biografisch Woordenboek Gelderland

Sterauteur (volgens Jan Kuys)
Op 19 december 2014 werd in het Provinciehuis te Arnhem feestelijk het 10e en helaas laatste deel van het Biografisch Woordenboek Gelderland uitgereikt aan Clemens Cornielje, de Commissaris van de Koning. Kort tevoren had  redactievoorzitter Jan Kuys de historie van het BWG uiteengezet. Hij stond ook even stil bij de uitreiking van deel 1 van het BWG: een toen nieuw en veelbelovend initiatief, dat zijn oorsprong vond in het toenmalige Rijksarchief Gelderland. In de laatste week van december 1998 mocht ik als plaatsvervanger van de plotseling ziek geworden Karel Aalbers in het Gelredome het eerste exemplaar van deel 1 in ontvangst nemen, in ruil voor een korte toespraak. Jan Kuys vertelde zijn gehoor, dat ik destijds enkele namen had genoemd van mogelijke kandidaten voor het volgende deel. Dat waren onder meer Gekkie Eddie (Otten), John Bertine, Wim Steffen en Pastoor Henri van de Loo. Mijn korte voordracht leidde tot het verzoek om een lemma over Gekkie Eddie te schrijven. Omdat ik zelf de voorkeur gaf aan een lemma over John Bertine, vroeg de redactie mij om dan maar twee lemma’s te schrijven. Aldus geschiedde. Jan Kuys verklapte nu, dat de redactie zich in 1998 had afgevraagd of ik me aan mijn woord zou houden, en ook of een oud-politicus wel biografische schetsen kon schrijven. Zonder omhalen voegde hij er aan toe, dat Ad Lansink in de 16 jaren van het bestaan van het BWG een sterauteur voor de reeks was geworden. Ter illustratie wees hij – even verder in zijn openingswoord – op het lemma over Pastoor Henri van de Loo dat ik eindelijk kon afronden voor publicatie in deel 10 van het BWG.

Bouwpastoor Henri van de Loo op de St Josepkkerk in aanbouw Bron: KDC, Nijmegen

Bouwpastoor Henri van de Loo op de St Josepkkerk in aanbouw
Bron: KDC, Nijmegen

Toeval: ja en nee
De keuze voor Henri van de Loo, de bouwpastoor van de (vroegere) St Josefparochie, berustte niet op toeval. Het kerkelijk centrum aan de Rosendaalseweg in Arnhem speelde een grote rol in mijn jeugdjaren: geboorte en doop, Frater Andreasschool, jeugdhonk, kerkkoor en parochiehuis. Vele jaren later was ik van tijd tot tijd te gast bij Omroep Gelderland voor een andere vorm van zendingswerk. De latere betrokkenheid bij het BWG daarentegen berustte wel op toeval. Wanneer Karel Aalbers in december 1998 niet geveld was door een zware griep, zou ik niet door Frank Keverling Buisman benaderd zijn om de plaats van de grondlegger van Gelredome in te nemen. Tussen 1998 en 2014 heb ik met enig volhouden maar ook met veel plezier in de delen 2 tot en met 10 een twintigtal bijdragen mogen publiceren. Naast Henri van de Loo vestig ik in deel 10 de aandacht op Bob Ontrop uit Nijmegen, een bijna-alles-kunner, die dienstbaarheid hoog in zijn vaandel had staan. De 166 auteurs, die samen bijna 500 biografieën van bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis hebben beschreven, hebben ongetwijfeld nog voldoende namen in het hoofd van mensen, die een plaats verdienen in het BWG. Jammer genoeg heeft de redactie besloten om met deel 10 de boeiende reeks af te sluiten. Naast het vertrek van het merendeel van de redacteuren gaf de beëindiging van de provinciale subsidie de doorslag bij het te betreuren besluit. Niet uitgesloten is, dat de reeks via een voortzetting van de (nog) bestaande of de inrichting van een nieuwe website alsnog een vervolg krijgt. Bij de presentatie van deel 10 van het BWG pleitten meerdere auteurs voor deze alternatieve route. Aan een definitief slotakkoord hebben zij (nog) geen behoefte. De Commissaris van de Koning zegde toe de suggestie van een digitale voortzetting door te geven.

Museumvrienden: onmisbaar, of niet soms?

Spijkerbeeld

Vrienden van het Afrikamuseum bij een geliefd object Afbeelding uit Vriendenbulletin

Wie kent ze niet: de vrienden van het museum, welk of waar dan ook. Vul de namen van de musea maar in. Vrijwel ieder Nederlands museum kent een club van vrienden, al dan niet verenigd in een rechtspersoon met gangmakers, actieve en afstandelijke leden, tot loutere donateurs toe. De besturen en directies van musea kennen de betekenis en waarde van hun vrienden. De club van vrienden levert meestal enthousiaste vrijwilligers zonder wie geen enkel museum kan draaien. De vrienden beheren vaak ook een spaarpot, waaruit het museum een of meer aankopen kan doen wanneer de eigen middelen ontoereikend zijn. De tegenprestaties zijn bekend: een toegangspas plus korting op aankopen in de museumwinkel, een instituut dat voor het museum al even onmisbaar is als de vele vrijwilligers. De belangstelling voor kunst, geschiedenis en natuur en de grote variatie van musea in het Rijk van Nijmegen leidde vanzelf tot een (im)materiele vriendschap met het Valkhofmuseum en Orientalis, het vroegere Bijbels Openluchtmuseum, dat anno 2014 (en hopelijk ook daarna) goed aan de weg timmert. Ook het fraaie Afrikamuseum, het educatieve Natuurmuseum Nijmegen en het toonaangevende Bevrijdingsmuseum mochten op een meer dan vriendschappelijke belangstelling rekenen.

valkhof

Voorzijde Museum Het Valkhof

Vrienden voor het leven: die gevleugelde woorden gelden ook voor de band met musea, ware het niet dat die vriendschap op de proef wordt gesteld, wanneer vrienden niet of te laat geinformeerd worden over ingrijpende veranderingen. Het betrekken van museumvrienden bij forse koerswijzigingen is waarschijnlijk te veel gevraagd. Zou het Afrikamuseum de fusie met het Rijksmuseum Volkenkunde en het Tropenmuseum in het Nationaal Museum voor Wereldculturen aan de eigen vrienden hebben voorgelegd, dan zou instemming met deze door de rijksoverheid min of meer afgedwongen krachtenbundeling niet op voorhand hebben vastgestaan. De vorming van De Bastei na een fusie van het Natuurmuseum Nijmegen en de Stratemakerstoren zou wellicht minder bezwaren hebben opgeroepen. Maar de claim van de directeur van het Bevrijdingsmuseum te Groesbeek om na het afblazen van het (Nijmeegse) Vrijheidsmuseum het gezegde ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ inhoud te geven, zal voor sommige vrienden een teken aan de wand zijn. Een ander, nog bedenkelijker teken aan de wand, vormen de zorgen, die de vrienden van het Valkhofmuseum onlangs kenbaar hebben gemaakt. De vermindering van de gemeentelijke subsidie noopt tot een zodanige ingreep in de formatie van de staf, dat voor de toekomst van het museum moet worden gevreesd, aldus de voorzitter Hoppenbrouwer van de Valkhof-vrienden. Sommige leden van haar doorgaans betrokken vereniging denken zelfs na over de opzegging van het lidmaatschap. Dat laatste lijkt mij niet de hoogste wijsheid. Eendracht maakt immers macht, juist onder moeilijke omstandigheden. Maar het signaal is wel duidelijk. Wanneer museumvrienden onmisbaar zijn, en hun betrokkenheid serieus wordt genomen, dan zijn transparantie en communicatie essentieel. Directe zeggenschap is uiteraard onmogelijk, en ook onnodig, in tegenstelling tot positieve interactie, ook als het gaat om de formulering van een beleidsvisie. Dat hoeft niet uitsluitend aan een interim-manager te worden overgelaten. Jan van Laarhoven kennend, zal zijn oor overal te luisteren leggen, hopelijk ook bij de trouwe vrienden van Museum Het Valkhof.

Politiek leiderschap met visie en lef

IMAG0103

Dries van Agt en Ruud Lubbers tijdens reünie van oud-KVP-Kamerleden bij Engels in Rotterdam op 12 april 2014 (Foto: Ad Lansink)

Kunnen (destijds) brede volkspartijen zoals het CDA maar ook PvdA en VVD de onvrede in de samenleving wegnemen, en daarmee het toenemend populisme een halt toe roepen? Die vraag mocht ik onlangs beantwoorden tijdens de reünie van oud-Kamerleden van KVP-huize, die elkaar vrijwel ieder jaar treffen bij Engels in Rotterdam. De omvang van het ‘mastodontelijke’ genootschap – de nog voor de KVP gekozen Kamerleden van 1977-1978 sluiten de rij – neemt weliswaar af maar de inhoudelijke discussies over de politiek van vroeger, nu en (vooral) morgen zijn er niet minder om. De gebundelde ervaring telt, ook door de aanwezigheid van oud-premiers Dries van Agt en Ruud Lubbers, die trouwens ook elders nog regelmatig van zich laten horen. De vraag naar de oorzaken van onvrede en populisme  – en eigenlijk ook nationalisme – is intussen gemakkelijker te beantwoorden dan die naar de oplossing van dit niet alleen Nederlandse vraagstuk. Ongetwijfeld zijn voor het CDA de secularisatie en ontkerkelijking belangrijke oorzaken van het verminderde draagvlak. Maar de individualisering met uitwassen van egotripperij en verlies aan saamhorigheid gelden ook voor andere, niet kerkelijke verbanden. Denk maar aan de positie van de vakbeweging. Wat zich ook doen gelden zijn globalisering en digitalisering en de daarmee gepaard gaande invloed van massamedia. De kranten kunnen de wedloop nog net bijbenen, maar voelen ook de dwang van kijk- en oplagecijfers. Intussen lijkt geen kruid gewassen tegen anonieme uitingen via internet en andere routes. Effectieve correctiemechanismen om exploitatie van onvrede en uitbuiting van angst te voorkomen zijn niet of onvoldoende voorhanden.

IMAG0111

Het gloednieuwe Centraal Station in Rotterdam, architectuur met lef, zonder groothoek niet te vangen (Foto: Ad Lansink)

Tegen die achtergrond mag en moet van politici lef en vooral leiderschap worden gevraagd, naast een geloofwaardige, heldere en consistente visie op overheid en samenleving. Voor het CDA blijven daarbij uiteraard de vier uitgangspunten: gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gespreide en dus gedeelde verantwoordelijkheid. Aan herijking is geen behoefte, aan eigentijdse concretisering wel. Daarbij past de erkenning, dat de overheid schild voor de zwakken blijft, en hoeder van de natuur, met duurzame ontwikkeling – ook grensoverschrijdend – als uitdaging. Het sociaal beleid dient opnieuw geënt te worden op Rerum Novarum (1891) en de pauselijke encyclieken, die daarop voortbouwen tot op Caritas in Veritate (2009) toe. Gerichte aandacht voor mensen en groepen, die het moeilijk hebben is dan ook een absolute vereiste wil onvrede voorkomen en bestreden worden. Het CDA verdient dan weer een stevige plaats in het politieke midden met een verbindende rol zonder blokkades. Volksvertegenwoordigers met lange termijn visie, die de waan van de dag achter zich kunnen laten, worden dan – wellicht geleidelijk – weer een positieve inspiratiebron voor de media. Columnisten van diverse snit tonen immers, dat zij de redacties van hun kranten vaak voor zijn in het signaleren van trends en het aangeven van gewenste ontwikkelingen. Tenslotte: angst is ook in het politieke bedrijf een slecht raadgever. Een duidelijke stellingname voor Europa blijft daarom geboden, niet alleen vanwege vrede en veiligheid en om het economische, monetaire en ecologische kader, maar ook vanuit een maatschappelijke en culturele invalshoek. Het was niet voor niets, dat de KVP-reünisten – bijeen op een steenworp afstand van het nieuwe Rotterdam Centraal Station– eensgezind in Paus Franciscus en Angela Merckel de voorbeelden zien van dienend leiderschap, met visie en lef.

 

Leveringszekerheid onderbelicht in energiediscussie

Omslagfoto Ger Loeffen

Zonneboom (Nijmegen) van Andreas Hetfeld
Foto: Ger Loeffen

Het zal een kleine 30 jaar geleden zijn: een pittige spreekbeurt in Groningen, waar ik me in een goed gevulde zaal met anti-kernenergie-lieden staande moest houden bij een felle discussie over de opslag van radioactief afval in zoutkoepels. Over de inzet van kernenergie viel evenmin te praten als over de oplossing van een van de drie onoverkomelijke bezwaren tegen die in mijn ogen verantwoorde fysische energiebron, ook wel aangeduid met ‘atoomstroom’. Het eerste bezwaar – de mogelijke proliferatie van kernwapens – was uit beeld geraakt, en het tweede bewaar – onveiligheid van kerncentrales – werd toen Harrisburg uit het nieuws verdwenen was, minder gehoord. Maar permanente opslag van radioactief afval in zoutlagen  was volgens zelf benoemde insiders een onbegaanbare weg, en niet alleen in het hoge noorden. Hoewel ik me in de Tweede Kamer regelmatig sterk maakte voor de inzet van zon- en windenergie – denk aan de pleidooien voor het plan Lievense – probeerde ik de (te) hartstochtelijke argumenten voor de inzet van duurzame energie wat te relativeren met enkele, niet in dank afgenomen plaagvragen als:  worden zonnepanelen op autodaken geen lachspiegels? En: wat zullen de zeilers in Friesland zeggen als de molens de wind wegvangen? Het boegeroep leerde, dat ik met dit soort retorische vragen de handen niet op elkaar kreeg. Ook de serieuzer kanttekening van vogels, die zich te pletter vliegen tegen molenwieken, viel verkeerd. Het bleef onbegonnen werk: relativeren om ruimte te maken voor een zinnige discussie over de voor- en nadelen van duurzame energie. Zon en wind: dat is de toekomst, en gas ook, luidde de boodschap, want warmtekrachtkoppeling was toen nog ‘hot’, en de verzakking van de bodem was nog niet aan de orde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zon en wind
Foto: Pascal Vyncke – Seniorennet.be

Toen ik onlangs las, dat de bestuurders van de Waddeneilanden zich verzetten tegen de aanleg van windmolenparken in de Waddenzee, en wethouders in Noord Holland windmolens in de Noordzee evenmin zien zitten (of beter: staan)  moest ik aan dat felle debat van 30 jaar geleden denken. Not in my backyard: dat blijft een dogma, of het nu om radioactief afval, schaliegasboringen, opslag van CO2 of geluid producerende en landschap ontsierende windmolens gaat. Zonne-energiesystemen blijft tegenwind bespaard, ook al staan hier en daar criticasters op die vinden dat zonnepanelen de (schuine) daken ontsieren. Dat bezwaar valt  te ondervangen. Of dat ook geldt voor geluidhinder en landschapsvervuiling in een relatief dicht bevolkt land, is minder zeker, temeer nu de subsidiering van windenergie steeds meer discussie oproept. De negatieve kanten van de Duitse ‘Energiewende’ en de onmiskenbare behoefte aan opslagsystemen krijgen meer aandacht, evenals de noodzaak van gas- of kolengestookt reservevermogen. Vreemd eigenlijk, dat de (energieke) trefwoorden van dertig jaar geleden – besparing en diversificatie met het oog op leveringszekerheid en betaalbaarheid – nog altijd volop gelden. Vreemd ook, dat die leveringszekerheid met het opraken van de gasvoorraad, het uitbannen van kernenergie en het sluiten van kolencentrales in de actuele discussie zo weinig aandacht krijgt.

De Oversteek van binnenuit en bovenaf, van voren en opzij

Oversteek uit de lucht

Drie bruggen op een rij: Oversteek, Spoor (en Fiets) – Brug, Waalbrug

De nieuwe Nijmeegse stadsbrug over de Waal roept bewondering op. De Oversteek is letterlijk en figuurlijk een kunstwerk, in meer opzichten: bouwkundig, functioneel, architectonisch, bouwkundig,  landschap-pelijk. Het is een technologische prestatie van allure, waarmee ontwerpers en bouwers eer inleggen. Uiteraard delen opdrachtgever – de trotse gemeente Nijmegen – en cofinanciers in de vreugde van een spectaculaire oeververbinding, die  ‘Nijmegen omarmt de Waal’ waar gaat maken. Vanuit de lucht valt het ritme van de drie bruggen evenzeer op als de forse bocht in de Waal. De Oversteek brengt Nijmegen-Noord dichterbij, en overbrugt bovendien via de noordelijke aanloop de nieuwe nevengeul: de tweede opvallende ingreep, die sinds het begin van 2013 de aandacht trekt van talloze in- en outsiders. Vanuit de lucht is het graven van de nevengeul goed zichtbaar.

Nijmegen omarmt de Waal Groen : Veur Lent

Nijmegen omarmt de Waal
Groen : Veur Lent

Het kaartbeeld toont de loop van de nevengeul, die vanaf 2016 vanuit het eiland Veur Lent bij laag water te voet en via een tweetal bruggen over te steken is. Voorlopig beperkt de blijdschap van de Nijmegenaren zich tot De Oversteek, die zich een dag na de opening op in een immense belangstelling van voetgangers en fietsers mocht verheugen. De ‘pelgrims voor een dag’ moeten samen duizenden foto’s hebben geschoten, waarschijnlijk minder fraai dan die van fotografe Thea van den Heuvel, die het bouwproces van de brug even minutieus als artistiek heeft vastgelegd. Het fraai uitgegeven boek is  een aanrader waard, niet alleen om de uitstekende foto’s maar ook om de impressies van de bouwers, met voorop de architecten Chris Poulissen en Laurent Ney

Pelgrims voor een dag Foto: Ad Lansink

Pelgrims voor een dag
Foto: Ad Lansink

 

De Oversteek - Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen Fotografie: Thea van den  Heuvel - Tekst: Clemens Verhoeven Uitgave: Van Tilt/fragma

De Oversteek – Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen
Fotografie: Thea van den Heuvel – Tekst: Clemens Verhoeven
Uitgave: Van Tilt/fragma

 

 

 

Hoewel de filedruk op het stadscentrum sinds de opening op 23 november 2013 lijkt afgenomen, schijnt twee weken na de opening slechts 5 tot 10 % van het uit Arnhem komende verkeer te kiezen voor de route over de Oversteek. Bestuurlijk Nijmegen verwacht, dat geleidelijk aan 1 op de 3 auto’s de westelijke rondweg gaat kiezen. De tijd zal leren of die (stoute?) verwachting klopt. Wanneer de routeplanners in de navigatiekastjes het goede en snelle voorbeeld van Google Maps volgen, zullen snelle automobilisten ondanks de 50 km borden de fraaie brug vinden en waarderen. En fietsers, hardlopers en wandelaars kunnen nu voor een rondje Lent uit drie trajecten kiezen, als training of om op de hoogte te blijven van wat langs de Waal aan het gebeuren is, van Vasim tot Veur Lent, van Oversteek tot Waalbrug. En verder.

De Oversteek op de Kaart van Google Maps

De Oversteek op de Kaart van Google Maps