Jos van Gennip: Ruimte voor herorientatie

Het Binnenhof in den Haag

Het Binnenhof in den Haag zonder de waan van de dag

Onlangs vroeg het Reformatorisch Dagblad mij of in mijn tijd  Kamerleden ook vaak voortijdig de Tweede Kamer verlieten. Ik moest die vraag genuanceerd beantwoorden: tussentijds vertrek gebeurde af en toe, maar bij verkiezingen zag ik toen al grote verschuivingen. Gevolg: verkorting van de gemiddelde zittingsduur van ruim 10 naar nog geen 4 jaar. Dat de tijden veranderd zijn, is geen nieuwe gewaarwording, evenmin als de toenemende versnippering van het politieke landschap. Het is intussen veertig jaar geleden –  een half mensenleven – dat ik besloot de stap van Nijmegen naar den Haag te wagen. Van de beschutte omgeving van het Radboudziekenhuis naar wat toen nog een open en gewaardeerde plek was. Op het Binnenhof waarde in 1977 de waan van de dag nog niet rond, en peilingen hadden nog geen invloed op de besluitvorming. De politieke uitgangspunten van het CDA waren voor de KVP-er, die ik toen was, een helder richtsnoer. En de sfeer was die van echte politici, die samen met hun protestantse vrienden aan iets nieuws begonnen. Met vallen en opstaan, dat wel, maar toch.

Logo Socio's: www.socires.nl

Logo Socio’s: www.socires.nl

De klassieke middenpartijen – CDA, met aan weerzijden PvdA en VVD – kijken vandaag met een even nostalgische als jaloerse blik terug naar de tijd van het overzichtelijke politieke krachtenveld. De kiezers zijn in de greep van middelpuntvliedende krachten geraakt.  Opportunistische keuzemogelijkheden lijken onbegrensd, evenals incidenten, die tegenwoordig de debatten beheersen. Politici van vandaag valt het zwaar om vast te houden aan de ideologische uitgangspunten van weleer. De woorden socialistisch, liberaal en christendemocratisch hebben aan betekenis ingeboet. Dat klemt temeer nu door de snelle wisselingen in het parlement het collectief geheugen is uitgehold. Politici van vroegere decennia –  de jaren zeventig tot negentig – kunnen zich moeilijk onttrekken aan een vergelijking tussen vroeger en nu, overigens in de wetenschap dat ook de samenleving  is veranderd.  De positie en de rol van kerken en vakbeweging maakt dat duidelijk. Individualisering is een van de grote ‘drivers’ van vandaag (misschien ook morgen). Individualisering verklaart  ook het draagvlak voor het neoliberalisme.

Jos van Gennip (Bron: Socires - www.socires.nl)

Jos van Gennip (Bron: Socires – www.socires.nl)

Tijdens de laatste reünie van de oud-KVP-Tweede Kamerleden, hield oud-senator Jos van Gennip een stevige voordracht over de wijze, waarop de christendemocratische kernwaarden in de loop van de jaren vertaling vonden het CDA. In een goed onderbouwd betoog, beantwoordde de oud-voorzitter van de Vrienden van het Katholiek Documentatie Centrum de vraag: ‘Wat is overgebleven van de katholieke erfenis in de politiek?’ Een viertal karakteristieken – cultuur, ambiance, positionering; waarden en inspiratie; herkenbaarheid politici; programmatische vertaling – en een reeks bekende speerpunten – buitenlandbeleid waaronder Europa; internationale samenwerking; sociaaleconomische ordening; financieel-economische beleid; sociaal beleid; cultuur- en onderwijspolitiek – leerde hem, dat er nogal wat mis is gegaan. De reünisten luisterden met instemming naar de man, die treffend de verschillen tussen 1980 en 2015 verwoordde. ‘Het blijft een mysterie’, aldus Jos van Gennip, ‘waarom de grote noties uit de katholieke sociale traditie zoals het gemeenschapsdenken te weinig doorstraalden’. De secularisering speelde onmiskenbaar een rol, naast de relatie met medeburgers met andere achtergrond.

20150425_161712 (1)

Herorientatie: ruimte voor niet-materieel waarden ( Object van Coen Vernooij – 2015 – Nijmegen)

Toch bood Jos van Gennip uitzicht op een heroriëntering: ‘Vermijd stoffigheid, sfeer van nostalgie en ontkenning van de hedendaagse realiteiten. Maar grijp wel die nieuwe kansen van inspiratie. Het perspectief van kansen en een verandering van onze politiek en de doorgaande vernieuwing in het katholieke denken, zou, als we dat willen, nog meer belovend kunnen zijn’. Biedt ruimte’, zo zei hij, ‘voor het verhaal, waarom het in de komende jaren gaat:

  • Een integrale en humane ecologie;
  • Perspectief van vooruitgang en veiligheid voor mensen in oorlog of fragiele gebieden;
  • Rechtvaardigheid en vrede, ook in het Midden-Oosten;
  • Herwaardering van het begrip arbeid en een insluitende economie;
  • Ruimte voor niet-materiële waarden in onze samenleving, vooral hoe wij een nieuwe vorm geven aan die oer-katholieke notie van gemeenschap en verbondenheid. Juist nu in onze gefragmenteerde, geïndividualiseerde en multiculturele samenleving’.

De volledige voordracht van Jos van Gennip voor de KVP-Tweede Kamer-Reünisten is via Essay Jos van Gennip KVP-reunie beschikbaar: een boeiend betoog, het lezen waard. Ik wijs ook op de website van Socires, studiecentrum voor communicatie en de vertaling van de dragende waarden vanuit onze sociale tradities. Socires is opgericht door Mr. J. van Gennip, Prof. Dr. E. Hirsch Ballin en Pof. Dr. H. Vroom

Voorbij de (virtuele) onvrede

EPSON MFP imageWie regelmatig op internet surft weet, dat het wereldwijde web naast een onmiskenbare bron van nieuws en informatie – lees bij voorbeeld de recente toespraak van Bondskanselier Angela Merkel voor het CDU-Congres over de vluchtelingenproblematiek – ook een ongedacht kanaal voor anonieme scheldpartijen en haatberichten is. Sociale media vormen een te gemakkelijke route voor de verspreiding van oneliners, die niet door de beugel kunnen.
EPSON MFP imageWebsites als Geen Stijl of Nujij geven ruim baan aan mensen, die een uitlaatklep nodig hebben voor al dan niet terechte onvrede. Ook gedrukte media doen soms mee aan verspreiding van dubieuze schrijfsels. Sinds kranten hun virtuele postbus hebben opengezet,  regent het allerhande berichten van anonieme of onder schuilnaam reagerende lezers . Niet alle schrijfsels verdienen een verwijzing naar de prullebak. Bovendien bieden kranten lezers ruimte een klacht in te dienen tegen  reacties, wanneer de berichten niet aan fatsoensnormen voldoen. De Telegraaf heeft zelfs pittige regels opgesteld, op grond waarvan berichten kunnen worden geweigerd of van het scherm gehaald. Artikel 1 van de Grondwet mag terecht niet worden overtreden,  het Wetboek van Strafrecht evenmin. Andere regels zien op fatsoenlijke omgang met andere lezers. Ook doodsverwensingen en oproepen tot oproer worden niet toegelaten. Reacties met scheldwoorden worden niet geplaatst, evenmin als nietszeggende reacties zonder enige argumentatie.

EPSON MFP imageToch vallen er soms nog onbezonnen of onzinnige schrijfsels door de zeef. Trouwens, niet alleen bij de Telegraaf: ook Elsevier en het Algemeen Dagblad geven anonieme schrijvers soms ruim baan op hun internetsites. Trouw en Volkskrant blijven niet achter, overigens met minder en genuanceerder bijdragen van internetklanten. Ook regionale dagbladen hebben ontdekt, dat nieuws, commentaar en burgerjournalistiek overal te vinden is. Ingezonden stukken blijven welkom, maar naamloze internetters rukken op.  De tegenwerping, dat samenleving mondiger is geworden, valt vaak te horen, wanneer vraagtekens worden gezet bij anonieme schrijfsels. Dat mag waar zijn. Maar vast staat ook, dat die gemakkelijke en meestal anonieme , toegang tot het publieke domein evenwichtige en zorgvuldige oordeelsvorming belemmert.

Trouw publiceerde op 16 december 2015 de toespraak van Angela Merkel voor het congres van de CDU

Trouw publiceerde op 16 december 2015 de toespraak van Angela Merkel voor het congres van de CDU

Het spreekwoord van de snelle leugen en de wat langzamere waarheid gaat niet op, wanneer een hype de bevolking in haar greep houdt. De opwinding over de opvang van vluchtelingen en de soms uit de hand lopende acties illustreren die virtuele onvrede, temeer waar negatieve aspecten forser worden belicht dan positieve signalen. Dat het anders kan bewees  Bondskanselier Angela Merkel. Met een een even gloedvolle als bedachtzame toespraak liet zij de CDU-congresgangers zien, wat politiek leiderschap inhoudt, zeker wanneer omstreden thema’s de discussie en het maatschappelijk krachtenveld beheersen.  Een staande ovatie was het bemoedigend antwoord. Politici, beleidsmakers, journalisten en columnisten, die beseffen waar onvrede op kan uitdraaien, weten wat hen te doen staat. Verantwoordelijkheid, betrokkenheid, fair play, transparantie, eerlijkheid: trefwoorden om de bewuste burger in de goede zin van het woord te raken, de onvrede voorbij.

EU CEP: realisme zonder veel ambitie maar met afvalhierarchie

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)

Verpakkingsafval (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

De Europese Commissie heeft op de afgesproken datum – 2 december 2015 – de nieuwe strategie voor de bevordering van de circulaire economie gepubliceerd. ‘Closing the loop’ is de naam van het ‘Circular Economy Package’ (CEP), dat naar eigen zeggen ambitieus genoemd wordt. Dat klinkt overdreven, temeer waar de kwantitatieve doelstellingen lager uitpakken dan die van het programma van de vroegere EC-commissaris Janez Potočnik. Frans Timmermans, de vicepresident van de EC trok dat stevige programma kort na zijn aantreden in. Zijn dereguleringsopdracht liet hem geen andere keus zo leek het. Na kritiek uit diverse hoeken, ook uit het Europees Parlement zegde Timmermans toe, dat hij samen met enkele betrokken collega’s een ambitieuzer programma zou opstellen. In het nieuwe bredere pakket zou circulaire economie de grondslag vormen.

Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen

Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen

De toezegging van een ambitieuzer programma is met ‘Closing the loop’ niet waargemaakt. Nog afgezien van de vraag of alle kringlopen volledig gesloten kunnen worden, kiezen Timmermans c.s wel en  terecht de afvalhierarchie – de Ladder van Lansink – als kader voor de nieuwe aanpak.  Van deregulering is geen sprake. Dat is maar goed ook, want de weg naar circulaire economie vergt nu eenmaal sturing van overheidswege. Voeg daarbij de grote verschillen tussen de lidstaten, en duidelijk wordt, dat ook op het vlak van de harmonisatie nog veel te doen is. Het tijdpad van 15 jaar en het in 2030 te behalen recyclingpercentage van 65% betekenen een versoepeling ten opzichte van het door Potočnik ingediende plan, dat – zo bleek al eerder – op tegenstand van andere Europese commissarissen stuitte.

From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in 't Veld

From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in ‘t Veld

Het CEP oogt al met al realistisch. Maar betwijfeld mag worden of de circulaire economie de impulsen krijgt, die in het vooruitzicht zijn gesteld. Terugdringen van voedselverspilling en aanpak van het plastic vraagstuk zijn terechte prioriteiten. Maar deze actiepunten zouden ook buiten het ‘frame ‘ van de circulaire economie tot uitvoering moeten komen. Tegengaan van verspilling is feitelijk een zaak van keiharde preventie, en aanpak van de plasticvervuiling een soortgelijke uitdaging, liefst binnen maar eigenlijk ook buiten materiaalketenbeheer. Dat de EC het storten van afval sterk wil terugdringen is prijzenswaardig. Maar ook in dit geval wordt gekozen voor een geleidelijke weg. Een eerder overwogen ‘ban on landfilling’ is kennelijk van tafel geraakt. Ook verbranding van afval in het kader van ‘Energy of Waste’ programma’s blijft mogelijk. Wie het hele pakket aan maatregelen – een actieprogramma en een reeks voorstellen tot aanpassing van de richtlijnen – overziet, stelt vast dat ecodesign, recycling en industriele symbiose de pijlers zijn, waarmee de circulaire economie gestalte moet krijgen. De EC hecht terecht waarde aan de Extended Producer Responisibility. De gebruikers mogen echter niet vergeten worden. Daarom moeten naast gebruik van duurzame materialen ook product- en materiaalhergebruik krachtig bevorderd worden.

Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

‘Timmermans gaat Europese afvalberg te lijf’, luidt de kop in het Financiële Dagblad van 2 december 2015. De onbevooroordeelde lezer vraagt zich af, of de vicepresident van de EC het hele afvalbeleid naar zich toe heeft getrokken, en ook of hij de eerste Eurocommissaris is, die de afvalproblematiek aanpakt. Dat is niet het geval. Eerdere milieucommissarissen wisten echt wel van wanten, getuige ook de verdergaande  voorstellen van Janez Potočnik. Timmermans is evenmin alleen verantwoordelijk voor het CEP. Zijn medecommissarissen Elzbieta Bienkowska (interne markt), Karmenu Vella (milieu) en Jyrki Katainen (banen en groei) hebben ongetwijfeld ook een bijdrage geleverd. De keuze van een bredere, op circulaire economie, gerichte aanpak, compenseert misschien de magere kwantitatieve doelstellingen van het in woorden wel omvangrijke pakket. Dat er nog veel werk aan de winkel is blijkt uit de  ‘circulaire dilemma’s, die hooguit impliciet aan de orde komen:

  • Sturing door de overheid of producentenverantwoordelijkheid
  • Fiscale regelgeving of geliberaliseerde markt (met internalisering van milieukosten?)
  • Bindende richtlijnen of vrijheid productontwerp(ers)
  • Nationaal beleid of internationale samenwerking en regelgeving
  • ‘Lease society’ of recht op eigendom
  • Regionale of continentale markten

Of de waar- en werkelijkheid wel of niet in het midden liggen moet de toekomst uitwijzen. Stakeholders hebben de tijd tot 2030.  Intussen blijft de Ladder van Lansink richtingwijzer voor het materiaalketenbeheer. Dat is geen verassing voor politici en beleidsmakers, die weten dat alleen het uitspreken van de woorden ‘circulaire economie’ onvoldoende is voor een echte transitie.

 

 

 

 

Kolencentrales dicht? Reactie op onbezonnen Open Brief

OLYMPUS DIGITAL CAMERABeroepskantelaar Jan Rotmans heeft maar liefst 63 hooggeleerde dames en heren bereid gevonden om zijn brief met het verzoek om alle Nederlandse kolencentrales – ook de nieuwste installaties op de Maasvlakte en in de Eemshaven – te sluiten, te ondertekenen. En Trouw is er als de kippen bij om haar etiket van duurzaamheid op te poetsen door de oproep van Rotmans en de zijnen op de voorpagina te plaatsen. Aanleiding voor de brief van de hooggeleerde actiegroep is de Klimaattop, die binnenkort in Parijs wordt gehouden. Nederland zou de opgelopen achterstand bij het klimaatbeleid moeten inlopen door een ferm gebaar, aldus de briefschrijvers, die de opstelling van hun even opzienbarend als onvoldragen document kennelijk aan Rotmans hebben overgelaten. De staccato-zinnen over een vraagstuk, dat een evenwichtiger aanpak vergt, zijn kenmerkend voor de man die het sluiten van de kolencentrales afdoet als een investeringsrisico. ‘Een eventuele schadeloosstelling door de overheid valt hierbij niet uit te sluiten’, aldus de auteur, die kennelijk niet weet wat wel en wat geen investeringsrisico’s zijn. De verleende vergunningen verplichten de overheid tot schadeloosstelling van de energiebedrijven zo zij sluiting zou afdwingen.

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Dat Rotmans de ene fossiele brandstof  inruilt voor de andere is klaarblijkelijk even gewoon als het wegpoetsen van biomassa uit het alom bepleitte pakket voor duurzame energie. Het stoken van gas gaat inderdaad gepaard met een substantieel lagere CO2-uitstoot. Maar nog afgezien van de prijsvorming – de gascentrales staan niet voor niets stil – moet dat gas ergens vandaan komen. De Nederlandse gaskraan gaat geleidelijk dicht. Russisch gas is minder welkom, dan maar Noors gas redeneren de verzamelde briefschrijvers, die de leveringszekerheid over het hoofd zien. Over briefschrijvers gesproken: onder de brief van Jan Rotmans prijken veel namen van mensen, die zich al jaren sterk maken voor duurzame ontwikkeling en een krachtig klimaatbeleid. Zij kunnen bogen op kennis van en inzicht in veel, zo niet alle aspecten van het klimaatbeleid. Echter: klimaatbeleid staat niet op zichzelf. Sociale, economische, financiële en juridische aspecten spelen ook een rol. Juist daarom mag van hele en zelfs halve insiders een evenwichtige benadering gevraagd worden. Aan die eis voldoet de open brief niet, al was het alleen al omdat volstrekt voorbijgegaan wordt aan het mechanisme en de werking van de Europese elektriciteitsmarkt.

EnergieakkoordVoorts wordt vergeten, dat alle bij het klimaatbeleid betrokken partijen het Nationaal energieakkoord hebben getekend, waarin de nieuwe, moderne elektriciteitscentrales een rol van betekenis blijven spelen tijdens de transitie naar een meer hernieuwbaar energiesysteem. Kolencentrales stoten inderdaad per energie-eenheid de meeste CO2 uit. Maar in absolute termen zijn verkeer en vervoer forse CO2-uitstoters, die ook de emissie van fijn stof op hun geweten hebben. Vlak verder het warmtegebruik in de gebouwde omgeving niet uit. Jan Rotmans en zijn hooggeleerde actiegroep moeten weten, dat de moderne elektriciteits- en afvalcentrales in toenemende mate hun restwarmte ter beschikking stellen van warmtenetten, in Zuid-Holland en in de regio Arnhem en Nijmegen. De daarmee gepaard gaande relatieve vermindering van CO2-emissies dient mee te tellen. En over tellen gesproken: de financiële onderbouwing van de open brief laat te wensen over. Reken maar na: een jaarlijkse kostenpost van bruto respectievelijk netto €800.000.000 en €300.000.000 kost de samenleving aanzienlijk meer geld dan de €10 hogere elektriciteitsprijs, die gezinnen volgens Rotmans zouden moeten betalen. De briefschrijvers menen hun pleidooi kracht bij te kunnen zetten door te verwijzen naar de ontwikkelingen in Engeland, Duitsland, de Verenigde Staten en China, een even begrijpelijke als discutabele verwijzing. Begrijpelijk omdat de besluiten en voornemens elders inderdaad laten zien, dat fossiele brandstoffen als steen- en bruinkool op termijn hun betekenis gaan verliezen. Maar discutabel omdat de kontekst in die landen niet met die in Nederland is te vergelijken. England – bij voorbeeld – vervangt kolen door gas- en kerncentrales.  Ook de termijnen van de besluitvorming gaan 2020, het jaartal van Rotmans, fors te boven. Ik ben voor een stevig klimaatbeleid. Maar Kabinet en Kamer doen er goed aan de open brief van de 64 hoogleraren voor kennisgeving aan te nemen. Niet meer dan dat. De uitvoering van het Nationaal Energieakkoord is al moeilijk genoeg.

Tweets: berichten over eigen en andermans wijsheden

 

Vluchtig maat toch mooi

Tweets: vluchtig maat toch mooi, en soms met harde kern

Hoewel geen twitteraar van het eerste uur heb ik mij vrij snel het gebruik van wat nu ‘sociale media’ worden genoemd eigen gemaakt, deels uit nieuwsgierigheid, deels ook vanwege het kennelijk onstuitbare verlangen om af en toe een duit in het zakje van de openbaarheid te doen. Dat zakje is intussen zo gevuld geraakt, dat ik onlangs uitgenodigd werd om met een klein gezelschap van even nieuwsgierige lieden van gedachten te wisselen over het echte of vermeende nut van sociale media, in de politiek, het bedrijfsleven en elders. Of politici tot de grootverbruikers behoren – en in hun kielzog parlementaire journalisten – weet ik niet. Maar vast staat wel, dat politiek en samenleving dagelijks de invloed van sociale media ondervinden, hoe vluchtig die media ook zijn. Ideologische vergezichten bepalen niet langer het gedrag van kiezers en gekozenen, maar allerhande ‘trending topics’ die met ongekende snelheid hun weg vinden over het wereldwijde web. Toegegeven, de ene ‘Facebook-er’ is de andere niet, evenmin als alle twitteraars over een kam geschoren kunnen worden. LinkedIn lijkt vooral professionals te bekoren: ZZP-ers net name die de digitale snelweg gebruiken om hun vaardigheden te exposeren. En Facebook is er voor familie en vrienden, hoewel ook kunstenaars en (foto)journalisten het virtuele ‘smoelenboek hebben ontdekt.

Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten

Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten

Volksvertegenwoordigers beheersen vooral de kunst – of is het toch een kunde? – van twitteren, het al dan niet vaak met voorbedachte rade schrijven van korte berichten, die het bij-de-tijd-zijn moeten bewijzen. Het medium van de 140 lettertekens lijkt inderdaad een onmisbaar instrument voor menig politicus. Zinnige berichten en onzinnige stellingen wisselen elkaar af in een tempo, dat jaren geleden voor onmogelijk werd gehouden. Wie wil weten, hoe hij of zij scoort, raadpleegt Klout: de hitlijst van politieke (en andere) gebruikers van sociale media. De voordelen van reikwijdte, snelheid en bondigheid zijn onmiskenbaar, maar de nadelen van onvolledigheid, onvoldragendheid, vluchtigheid en soms onverdraagzaamheid ook. Sociale media zijn een goed vehikel  voor verspreiding van berichten, voor vorming en instandhouding van netwerken en voor interactie tussen personen en groepen, inclusief de belangrijke wisselwerking tussen kiezers en gekozenen. Maar sociale media zijn soms ook het gezicht van een versnipperde, geïndividualiseerde en fragmentarische samenleving, waarin eigenwijsheid de eigen wijsheid achter zich laat.

P1050482

Tweets: even voorbijgaand als eigen(-)wijsheid

Vorm wint vaak van inhoud en kretologie van visie. Oneliners: daar draait bijna alles om, of het nu gaat om het moeilijke dossier van het vluchtelingenbeleid of het voortdurende spanningsveld van publieke en private mobiliteit. Juist in het politieke domein mag van elke deelnmer een doordachte inbreng verwacht worden. Niet alle twitterberichten hoeven te verdwijnen in de prullenbak van ongelezen uitspraken evenmin als de beelden van een kleurrijke herfst. Sommige twitteraars verstaan de kunst van het bondig formuleren en van een sterke boodschap inclusief de koppeling aan of verwijzing naar argumenten. Wanneer sociale media kijkers, lezers en luisteraars op het spoor zetten van de kernbeginselen van het democratisch bestel,  dragen zij  zonder twijfel bij aan een open, tolerante en solidaire samenleving. Sociale media kunnen dan een tegenwicht vormen tegen de combinatie van mediacratie en populisme, die het politieke extremisme versterkt. Volgen en gevolgd worden op sociale media: vluchtigheid en eigenwijsheid voorbij: ook een oneliner, maar wel een die al heel oud is, voor zendelingen met visie en politici met verantwoordelijkheid.

 

Wim Aantjes (1923 – 2015) : Sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit

Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)

Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)

Het bericht van het overlijden van Wim Aantjes heeft mij uren bezig gehouden. Zijn heengaan op de gezegende en respectabele leeftijd van 92 jaar kwam onverwacht, omdat hij nog regelmatig van zich liet horen via Twitter, het sociale medium waarmee hij met zijn koersvaste opvattingen en inspirerende gedachten nog veel mensen wist te bereiken. Vanaf de eerste dag, dat ik Wim Aantjes ontmoette – het was tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 in Elst – tot ons laatste gesprek bij de mooie viering van zijn 90-ste verjaardag in den Haag ben ik hem blijven zien als de man, die in al zijn vezels de waarden van de christendemocratisch politiek uitstraalde.

Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)

Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)

Wim Aantjes was in de jaren 1977 en 1978 – het begin van mijn Kamerlidmaatschap – een kundige leermeester en een enthousiasmerende gangmaker. Ik zal nooit vergeten, dat hij bij de bespreking van mijn eerste inbreng voor een plenair debat – mijn maiden speech in de Tweede Kamer in het voorjaar van 1978 – de leden van de CDA-fractie met enkele welgekozen woorden wees op de wijze, waarop ik in mijn bijdrage voor een debat over het wetenschapsbeleid de kernwaarden van het CDA aan de orde had gesteld. Gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gedeelde verantwoordelijkheid: dat waren voor Wim Aantjes tot zijn laatste dag steevaste richtingwijzers, bakens op de moeilijke maar dankbare weg naar een betere samenleving.

Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)

Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)

Zijn CDA-fractievoorzitterschap heeft door de later onjuist gebleken aantijgingen van Lou de Jong slechts kort mogen duren. Maar zijn boodschap, ook verwoord in de befaamde Bergrede, heeft vele jaren de koers van het CDA bepaald, ondanks de relativering die hij  later zelf uit bescheidenheid aanbracht. Wie Wim Aantjes gevolgd heeft na zijn besluit om het CDA niet te belasten met de  later onterecht gebleken discussie over wat jammergenoeg nog steeds zijn oorlogsverleden wordt genoemd, weet, dat de politicus uit Bleskensgraaf koersvast is gebleven, zijn hele leven lang. Koersvastheid lijkt een begrip uit vroegere tijden, maar is dat niet. Ook in dat opzicht blijft Wim Aantjes een onmiskenbaar voorbeeld voor veel politici, uit eigen en andermans kring. Het is even opvallend als lovenswaardig, dat alle media – geschreven en gesproken – uitvoerig hebben stilgestaan bij het overlijden van de man, die het CDA trouw is gebleven, ook toen de koers – soms noodgedwongen, soms bewust – werd verlegd. Zijn politieke lotgenoten van toen, nu en morgen kunnen Wim Aantjes geen grotere eer bewijzen dan vast te houden aan de kernwaarden van zijn leven, samengevat in twee begrippen: sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit.

Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015

Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015

Op 22 oktober 2015 namen Ineke Ludikhuize – de liefde van zijn leven – met de overige familieleden, en met talloze vrienden, kennissen, politici en journalisten definitief afscheid van Wim Aantjes tijdens een indrukwekkende dankdienst voor zijn leven in de volle Geertekerk te Utrecht. Maaike van Houten verwoordde in haar ‘klein verslag’ in Trouw een even boeiende als treffende impressie van een plechtigheid, die velen tot in lengte van jaren zal bijblijven.

Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.

Joop van Rijswijk (1938–2015) Bevlogen en trouw christendemocraat

Trouw meldde onlangs, dat Joop van Rijswijk op zondag 15 februari 2015 op 76-jarige leeftijd is overleden. Het bericht overviel me. Ik had de altijd goed geluimde oud-medewerker van de CDA Tweede Kamerfractie lange tijd niet meer gezien en gesproken. De frequentie van mijn tochten naar den Haag nam af na het afscheid van het bestuur van de Vereniging van Oud-Parlementariers. Was ik wel in den Haag – en dus ook in Nieuwspoort – dan trof ik Joop van Rijswijk af en toe, wanneer hij voor zijn avondmaaltijd aanschoof in het restaurant van het Internationale Perscentrum. Een kort maar soms ook wat langer gesprek was dan gewoonlijk het gevolg. We hadden elkaar zoveel jaren meegemaakt in den Haag, dat elke ontmoeting een weerzien inhield. Nog staat mij bij dat Joop van Rijswijk eind 1977 – ik was een klein half jaar lid van de Tweede Kamer – mij aanraadde in de opruiming een overtollige bureau-agenda aan te schaffen om een dagboek bij te houden. ‘Je gaat heel wat meemaken’, zei hij’. ‘Dat moet je opschrijven. Daar kun je later nog plezier van hebben’ (Of verdriet, dat zei hij er niet bij). Mijn herhaalde pogingen tot een dagboek liepen spaak. Wat niet spaak liep, was de waardering voor de man, die de fractie in veel opzichten dienstbaar was en bleef, tot hij met Hans van de Broek naar het ministerie van buitenlandse zaken verhuisde. Wat ons ook bond, was de visie op de betekenis van het CDA voor de samenleving. Bovendien zou Joop van Rijswijk in de loop van de (Balkenende-) jaren een kritische houding aannemen tegen de koersverschuiving, die ik ook zelf als een misvatting had ervaren. In even polemische als positief-kritische bijdragen in Trouw had de vroegere notulist van de ARP- en CDA-Tweede Kamerfractie laten merken, dat hij niet alleen goed kon schrijven – Lees zijn boek ‘Repeterende breuken’ (1992) over de permanente machtsstrijd tussen CDA en PvdA – , maar ook uitstekend kon verwoorden, waarom Balkenende, en later Verhagen en Hillen – een verkeerde weg hadden gekozen. ‘Wars van gedweeheid en lompe macht’ is de titel van de uitstekende column, waarmee Hans Goslinga op zaterdag 21 februari 2015 hem herdacht. Het zijn rake woorden, waarmee de Trouw-columnist Joop van Rijswijk typeert. ‘Mensen die een fijne politieke neus combineren met een scherp oog voor het staatsrecht en de parlementaire geschiedenis zijn zeldzaam geworden op het Binnenhof’, aldus Hans Goslinga, die zelf keer op keer de verbinding legt tussen verleden, heden en toekomst. Joop van Rijswijk kende een hoge mate van loyaliteit zonder te vervallen in slaafse nederigheid. Zijn loyaliteit betrof vooral de boodschap en inhoud van het christendemocratische gedachtegoed, minder de instituties en personen. Hij wist dan ook wat hem te doen stond, toen in 2010 de toenmalige gangmakers van het CDA het gedoogkabinet-Rutte mogelijk maakten. Na een ongebroken lidmaatschap van 50 jaar ARP en CDA voelde hij zich gedwongen afscheid te nemen van de partij, die hij zoveel jaren als notulist, beleidsmedewerker en politiek assistent had gediend. Zelf heb ik die stap niet kunnen zetten, omdat ik verwachtte dat het leergeld eerder vroeg dan laat zou worden uitbetaald. Maar ik begreep Joop van Rijswijk in alle opzichten. Een bevlogen, dienstbaar en trouw politicus is ons ontvallen.

Jan van der Meer: Groen(links)e gangmaker

Zonneboom krijgt water

Initiatiefnemer Jan van der Meer, kunstenaar Andreas Hetfeld en bedenker Ad Lansink geven de Zonneboom kraanwater (Foto: Ger Loeffen)

Nijmegen scoort hoog op de lijst van duurzame steden, zelfs in Europa, getuige de nominatie voor de Green Capital Award. Op 24 juni 2014 wordt bekend of Nijmegen deze prestigieuze eretitel in ontvangst mag nemen. Oud-wethouder Jan van der Meer  zal ongetwijfeld de prijsuitreiking meemaken, al was het alleen al omdat hij beschouwd mag worden als aanjager en gangmaker van duurzame ontwikkeling van en in Nijmegen. In 2007 vroeg hij via Volkert Vintges – de directeur van de Gelderse Natuur en Milieufederatie – mij voorzitter te worden van het nog te vormen Nijmeegs Zonnekrachtteam. In het Duitse Freiburg had hij ontdekt, dat een enthousiast stadsbestuur duurzame energie kon stimuleren. Hij had weliswaar een team van externe, min of meer deskundige lieden nodig om een plan van aanpak te maken. Maar niet ontkend kan worden, dat een doortastende wethouder  die bovendien weet waar middelen te vinden zijn het verschil kan maken. Zelf aarzelde ik, maar na een stevig  gesprek wist de jonge wethouder mij te overtuigen.

Zonneboom beweegt

De Zonneboom komt tot leven: de kroon zet zich in beweging
Foto: Ger Loeffen

Het Plan van Aanpak Zonne-energie
zag in 2008, ook dank zij zijn voortdurende belangstelling, letterlijk en figuurlijk het licht. Wie anno 2014 in Nijmegen zijn ogen de kost geeft ontdekt op tal van huizen zonnepanelen, vaak in meervoud, zoals bij voorbeeld op de kruising van de van Heutzstraat en de Groesbeekseweg. Bovendien zijn veel panelen onzichtbaar. Denk aan de installaties op de studentenflats van Nijeveld, het dak van de Molenstraatkerk en de nieuwbouw van de HAN.  Bij de presentatie van de globale lijnen van het Plan van Aanpak vroeg Jan van der Meer naar een herkenbaar teken in de publieke ruimte, zodat voorbijgangers konden zien, dat Nijmegen zich warm maakte voor (en met) zonne-energie. De groene wethouder vermoedde waarschijnlijk, dat ik het idee wel zou oppakken. Dat was inderdaad het geval. De contacten in de kunstwereld brachten mij bij Andreas Hetfeld, een kunstenaar, die naam had gemaakt met tijdelijke buitenobjecten. Hij ontwierp in relatief korte tijd een innovatief en kinetisch kunstwerk: de Zonneboom die nu sinds het voorjaar van 2012 het stadsbeeld tussen het ROC Technovium en het SSHN-complex de Gouverneur bij het Station Heyendaal markeert.

Even omhoog kijken

Andreas Hetfeld, Jan van der Meer en Ad Lansink stellen vast, dat kinetiek en kunst een duurzame combinatie vormen.
Foto: Ger Loeffen

Zonneboom: kroon op werk
De schetsen van het markante kunstwerk, waarvan de kroon zich permanent richt op de stand van de zon, kwamen snel tot stand, maar het realisatieproces duurde veel langer. De technische uitwerking vergde tijd, evenals de vergaring van de financiële middelen. Daarentegen verliepen de vergunningverlening en de zoektocht naar een kundige bouwer en een geschikte installateur voorspoedig. Het bestuur van de intussen opgerichte stichting Zonneboom – harde kern van het Zonnekrachtteam – heeft slapeloze nachten beleefd voordat de financiering rond was. Ook in die moeilijke fase toonde Jan van der Meer zijn grote betrokkenheid bij het project. Dankzij de gedeelde inspanning van bedrijfsleven en overheid, bleek de bouw van het unieke kunstwerk mogelijk. Op 12 juni 2012 werd de Zonneboom in aanwezigheid van een talrijk publiek met een eenvoudige gieter tot leven gewekt. Jan van der Meer mag de Zonneboom beschouwen als het symbool voor zijn bestuurlijke inspanningen in Nijmegen. Dat ook andere leden van het college van burgemeester en wethouders – met name Hannie Kunst en Henk Beerten – bij het project betrokken raakten, tekent de gedeelde verantwoordelijkheid binnen het stadsbestuur, dat Nijmegen terecht tot koploper duurzaamheid heeft gemaakt.  Na de verkiezing tot Solar City 2014 is de nominatie voor de  Green Capital Award, met Essen (Duitsland), Umea (Zweden), Oslo (Noorwegen) en Lujljana (Slovenië)  het ultieme bewijs, ook wanneer de prijs niet naar Nijmegen gaatt.

Wubbo Ockels (1946-2014): De natuur heeft altijd gelijk

WO8

Prof. Dr. Wubbo Ockels
Foto: TU Delft

Het overlijden van ‘duurzaamheidspionier’ Wubbo Ockels beheerst het nieuws, op een zonnige zondag  – 18 mei 2014 – die geschapen lijkt voor al wat Nederlands eerste ruimtevaarder belichaamde: het geloof in de kracht van elke mens als astronaut op het  ruimteschip aarde. De overtuiging ook, dat de zon voldoende energie uitstraalt om duurzaamheid echt inhoud te geven. Min of meer toevallig ontmoette ik Prof. Dr. Wubbo Ockels, toen de Rector Magnificus van de TU Delft mij vroeg om als adviseur deel uit te maken van de promotiecommissie, die Martin de Bree aan de tand zou voelen bij de verdediging van zijn dissertatie ‘Waste and Innovation’. Achtergrond van de uitnodiging was de invloed van de Ladder van Lansink op de innovatie in het afvalbeheer. Ik herinner me die voor de promovendus heugelijke dag op 22 mei 2006 vooral door de diepe indruk, die Wubbo Ockels op mij maakte. Hij zette helder de relatie tussen innovatie en duurzaamheid uiteen, en boeide vanaf het eerste ogenblik met welgekozen, inspirerende woorden. Het verbaasde mij dan ook niet, dat hij gedurende zijn Delftse professorale jaren als hoogleraar talrijke studenten de weg wist te wijzen, ook met toonaangevende projecten op het terrein van duurzame ontwikkeling. Toen ik hem enkele jaren na die eerste ontmoeting vroeg, of hij voor de bezoekers van Milieupoort – het netwerk van bedrijfsleven, milieubeweging, politiek en overheid, dat van 1993 tot 2011 in Nieuwspoort bijeenkwam – zijn visie op duurzaamheid uiteen zou willen zetten, was het antwoord meteen positief. In een even enthousiast als overtuigend betoog maakte Wubbo Ockels de toehoorders duidelijk, dat Nederland een wereld te winnen had wanneer het beleid met meer kracht, inzet en middelen gericht zou worden op duurzame ontwikkeling, in en van meer sectoren. Hij kende de weerbarstigheid van het politieke bedrijf, maar schuwde geenszins man en paard te noemen. Het effect van zijn woorden is natuurlijk moeilijk te meten, ook omdat politici en ambtenaren veel en andere zaken aan hun hoofd hebben. Maar wanneer zijn woorden – ook elders geschreven en uitgesproken – mensen aan het denken blijven zetten – dan is er al heel wat gewonnen. In de onnavolgbaar goede toespraak, bij de uitreiking van de Brandarisprijs op het Springtijfestival 2013 maakte Wubbo Ockels als natuurkundige, ruimtevaarder en ‘mag ik het zeggen’ kankerlijder duidelijk, dat iedere mens een opdracht heeft te vervullen. Onvergetelijk blijven zijn woorden ‘Elke mens is astronaut op het ruimteschip aarde’ en ‘Wat is er sterker dan het geloof’. Hij doelde naast elkaar het geloof in eigen kunnen en het religieus besef, ook met zijn herhaaldelijk uitgesproken stelling: ‘De natuur heeft altijd gelijk’. Dat zijn woorden die te denken en vooral te doen geven.