In Vorden ‘De verbeelding voorbij’ met Han Klinkhamer

0175968klinkhamer_h

Han Klinkhamer – Zonder Titel (2013)
Olieverf op linnen – 140 x 180 cm

Han Klinkhamer (Oss, 1950) is een landschapschilder met een uitzonderlijke gevoeligheid voor de zeggingskracht van de gewone natuur. Hij schept universele en tijdloze beelden, die de kijker tot nadenken stemmen. De kunstenaar probeert zichtbaar te maken, wat gewoonlijk verborgen blijft. Vandaar de titel van zijn expositie in Galerie Agnes Raben (Nieuwstad 20 in Vorden): ‘Kijken naar wat zich onttrekt. Han Klinkhamer wijst de toeschouwer de weg naar wat zich aan de (gewone?) waarneming onttrekt om de natuur van binnenuit te ervaren. Hij schildert in het onbegrensde ‘iemandsland’ tussen abstractie en figuratie doeken, die uitnodigen tot reflectie:  De verbeelding voorbij. Met die alliteratie – de samenvatting van de voordracht – mocht ik op 27 oktober 2013 voor een groot aantal gasten en kunstliefhebbers de fraaie expositie in Vorden openen. De wisselwerking met het vraagstuk van inductie of deductie was ook voor Han Klinkhamer een nieuw gegeven, ook door de onverwachte koppeling aan de boeiende discussie over toeval en genade. Te oordelen naar de positieve reacties verdienen Agnes Raben en Han Klinkhamer de komende maanden veel aandacht van kijkers en wellicht ook kopers.

 

 

Herfst in Lenk – Wie in Paradis, Alleluja

2013-10-13 10.13.54

Gezicht vanuit Hotel Kreuz op bergketen op de zonnige zondag van 13 oktober 2010
Foto: Ad Lansink

P1040764

Hans en Marlies Eigenraam- Asselbergs, schoonzoon Ries, dochter  Godelief rusten met Ad en  Ans Lansink uit op de Betelberg. Foto: Emilieke Asselbers

Een korte herfstvacantie in het Zwitserse Lenk zorgde enkele dagen voor een paradijselijk gevoel. Forse nachtelijke sneeuwbuien en een fraaie herfszon maakten van het toch al indrukwekkende landschap een onvergetelijk schouwspel. Hotel Kreuz midden in het levendige Lenk bood volop gastvrijheid: ‘Sie erfahren bei Zufall heute ein schöne Sommer – und Winterferien zugleich’, zei de eigenaar van het hotel over het toeval van het uitzonderlijke weer. Nederlandse vrienden – neergestreken in een mooi huis in Rotenbach – beantwoordden een wel gemeend ‘Wie im Paradis’ van een al even enthousiaste voorbijganger met een luidkeels ‘Alleluja’. Het fraaie uitzicht werd nog mooier, nadat we met de gondelbaan en gedeeltelijk te voet de Betelberg beklommen, op een besneeuwd pad, soms zelfs door de sneeuw over een stijle, besneeuwde weide. Emilieke en Ans begroetten op de top de klimmers (Hans, Marlies, Godelieve, Ries en Ad) met warme chocolade. De zon deed de rest.

Afbeelding

Stafkaart van het gebied ten zuiden van Lenk, met o.m. de Irfigfall (1101-1299 m) en de gondelbaan naar de Betelberg (1923 m)

P1040713

Emilieke Asselbergs op de Betelberg in de sneeuw, en dat in de vroege herfst van 2013
Foto: Ans Lansink

Een dag later besloten we de Irfigfall te gaan bezoeken, op de plaats waar het water het dal bereikt. Eenmaal daar aangekomen – vanaf een eenvoudige parkeerplaats te voet verder – trok de top van de waterval zozeer, dat opnieuw een zware klim nodig was om de plaats te bereiken waar het water met donderend geraas naar beneden valt: een klim van ruim 200 meter met weer een schitterend uitzicht, naar het dal maar ook naar de Irfigalp. Terug in Lenk zagen we bij toeval Emilieke, Hans en Marlies rijden, die opnieuw de Betelberg op gingen, om de tocht van de vorige dag in omgekeerde richting te beleven: van de top naar beneden, naar het tussenstation van de gondelbaan. Een deel van de sneeuw was intussen weggegooid. Toch leverde het eerste half uur nog aardig wat moeilijke passages op, totdat we het brede pad bereikten.

De ene waterval is de andere niet, zo bleek de volgende ochtend, toen we met de auto naar de parkeerplaats van Hotel Simmerfall togen, om van daaruit omhoog te lopen naar de plaats waar het water met donderend geraas naar beneden stort. Een zware klim, bijna 300 m in een uur over de smalle zandweg naar de Barbarabrucke, die ook via een stijl voetpad te bereiken is.

Hier en daar is nog wat sneeuw zichtbaar, naast sporen in de modder, die aan schilderijen van Han Klinkhamer doen denken. Eeuwig stromend water in een indrukwekkend landschap: het is Zwitserland ten voeten uit, in alle jaargetijden de moeite van een lange reis meer dan waard.

Van binnen en van buiten

Groenewoud 250 Jaar

Omslag van het ‘Special magazine’ Cafe Zaal Groenewoud 250 Jaar

Het zonnescherm spreekt duidelijke taal: Café Zaal Groenewoud 1763. Geen wonder dus, dat uitbaatster Karin Kalmar besloot de twee en een halve eeuw gastvrijheid echt te vieren, met een open dag, een ontvangst voor familie, vrienden en gasten en de uitgifte van een lijvig magazine, waarin de geschiedenis van het fraaie etablissement is vastgelegd. Wonend op een steenworp afstand ken ik het karakteristieke gebouw op de kruising van de Groesbeekseweg en de Postweg, van binnen en buiten. Van buiten sinds 1960, van binnen vanaf de 80-er jaren,ook al waren het toen nog incidentele bezoeken. Dat werd anders toen het genootschap van ex-prinsen van Knotsenburg in 1990 mee ging doen aan het schlagerfestival van Kiek ze Kieke. De generale repetities brachten ons enkele jaren naar Café Groenewoud, voor de loting en de orkestrepetitie. Toen het Prinsenconvent vanwege een verbouwing van de Vereeniging de Stephens Pub – de plaats van oprichting – moest verlaten en vervangende kroegen – onder meer de Karseboom en de Goffertboerderij – geen nieuwe stek hadden opgeleverd, lag verkassen naar Café Groenewoud voor de hand. De ex-prinsen van Knotsenburg zijn inmiddels heel wat jaren maandelijks de gast van Karin Kalmar en haar dienstbare medewerkers.

1376574_722002364491966_1024290732_n

Ad Lansink bedankt Karin Kalmar tijdens de viering van 250 Jaar Cafe Zaal Groenewoud op 22 september 2013
Foto: Ger Loeffen

De Gelderlander besteedde terecht veel aandacht aan de unieke mijlpaal van het café, dat zichzelf is gebleven, van binnen en van buiten. Wim van de Louw heeft veel waars opgetekend. Maar de stelling, dat het vergaderen van de ex-prinsen een alibi is voor het drinken van bier vergt nuancering. Bier is inderdaad belangrijk, en bitterballen zijn dat ook. Toch wordt wel degelijk vergaderd, over belangrijke en andere zaken. Kijk naar de Hommage aan de Sint Steven bij het Stadhuis, of naar slotacts van  Prinsenproclamaties. Zie de hand- en spandiensten voor het Knotsenburg en de inspanningen om carnaval de tand van de tijd te laten doorstaan. Lees ‘Van de Prins geen kwaad’ – het boek over de geschiedenis van het Knotsenburgse carnaval – waarover in de serre naast de gelagkamer veel woorden zijn gewijd. Gelachen hebben we vaak en veel, gezongen ook, en zelfs gehuild – meer van binnen dan van buiten – om de wetenschap van ongeneeslijke ziekten van ex-prinsen met elkaar te delen. Elkaar vasthouden in goede en slechte tijden is dan de boodschap, die ook in en voor Café Groenewoud geldt. Gastvrijheid, dienstbaarheid en verbondenheid zijn daarbij de trefwoorden, tot in de (nieuwe) lengte van jaren van het mooie monument op de kruising van historische wegen, van binnen en van buiten.

Niemandsland: een bijzondere installatie van Andreas Hetfeld

IMG_0617

Niemandsland: installatie van Andreas Hetfeld
in het Nijmeegs stadhuis
September – Oktober 2013

Bezoekers van het Nijmeegse Stadhuis, die de zij-ingang via de Mariekenstraat verkiezen boven de hoofdingang naast het oude, monumentale gebouw aan de Burchtstraat, komen vanzelf langs een glazenwand: feitelijk een langwerpige etalage, die kennelijk bedacht is om aandacht te vragen voor gemeentelijke voorwerpen uit een oud of recent verleden. Sinds 2009 biedt deze ruimte onder de naam ‘De Nieuwe Kamer’ kunstenaars de gelegenheid om hun verbeelding van de werkelijkheid aan toevallige voorbijgangers of bewuste bezoekers te tonen. De ‘curatoren’ van De Nieuwe Kamer (www.denieuwekamer.nl)  – Geertjan van Ostende en Marcel Blom – nodigden onlangs Andreas Hetfeld, de schepper van de in 2012 bij Station Heyendael opgerichte Zonneboom, uit om in een bijzondere installatie het verband tussen mens, natuur en techniek zichtbaar te maken. De mens is volgens de kunstenaar een kleine schakel in een veel groter geheel. Verval is de kiem voor nieuw leven, zoals zich dat bij voorbeeld ontwikkelt in de berenklauw. Enkele aspecten van ‘Niemandsland’, de titel van de even verrassende als spectaculaire installatie – de stam waarop de berenklauw rust, maar ook het ne(s)twerk, dat uit de ter aarde gevallen mens voortspruit – verwijzen naar de Zonneboom (www.zonneboom.info): het innovatieve kunstwerk, waarin natuur en techniek met elkaar versmelten. ‘Niemandsland’ is de moeite van een tocht naar of (korte) omweg door het Nijmeegs stadhuis meer dan waard.

 

Terugkoop van Nuon: een even achterhaalde als onzinnige optie

Logo NuonDe forse afboeking van Vattenfall op Nuon noopt het Zweedse staatsbedrijf om de Nederlandse dochter in de etalage te zetten. Naast Tweede Kamerlid Paul Jansen (SP) meldde Eneco-topman Jeroen de Haas zich onmiddellijk als kijker, niet als potentiële koper. Beide kenners van de sector pleitten respectievelijk in Trouw en NRC Handelsblad voor een terugkoop van de stroomproducent, waarvoor destijds de provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland de mooie som van ruim 10 miljard euro hebben ontvangen. Voor ongeveer de helft van het geld zou Nuon weer in Nederlandse handen kunnen komen, aldus de stuurlui aan de wal, die vergeten dat de elektriciteitswereld er anno 2013 anders uitziet dan vijf jaar geleden. Wat moeten de provincies of de rijksoverheid met een bedrijf met vrijwel uitsluitend gasgestookte centrales?  Kan een nieuwe eigenaar met een kleinere omvang dan Vattenfall wel continuïteit en rentabiliteit garanderen in een markt waar structurele overcapaciteit troef is? Kennelijk zijn de oorzaken van die overcapaciteit nog onvoldoende doorgedrongen, zelfs bij insiders, die beter moeten weten. Zij halen trouwens liberalisering en privatisering door elkaar, en vergeten de grote verschillen in brandstofinzet op de vrije Noordwest Europese markt. Frankrijk houdt nog steeds van kernenergie, terwijl Duitsland ruim baan geeft aan zon en wind.  Noorwegen zet waterkracht in, en Nederland kent niet voor niets zijn gasrotonde. Die verschillen beïnvloeden marktpositie en dus rentabiliteit, nog afgezien van de relatie tot het klimaatbeleid

Opmars Zonne-energie

Immens zonnedag bij Besch in Duitsland
Foto: Ad Lansink

Jeroen de Haas ziet bovendien in de Splitsingswet een oorzaak van de ellende. Ten onrechte, want de overcapaciteit staat los van eigendom en organisatie van het netbeheer. Dat uitgerekend staatsbedrijf Vattenfall problemen kent leert ook, dat publiek eigendom geen garantie is voor het uitsluiten of verkleinen van (financiële) risico’s. Zou in de jaren 90 het grootschalig Nederlands productiebedrijf gevormd zijn, dan zou ook dat bedrijf in de groei-euforie gezocht hebben naar schaalvergroting. Alle grote spelers wilden groeien. Kijk naar E.on, RWE en EDF, die ieder voor zich op versterking van de concurrentiepositie en schaalvoordelen uit waren. De ‘energiereuzen’ konden niet voorzien, dat in 2008 een financiële crisis zou losbarsten, de politiek evenmin. Dat zon– en windenergie een grote vlucht zouden nemen, vooral in Duitsland,  lag evenmin voor de hand. Dat de daarbij door de overheid ingezette instrumenten – Duitse feedinn tarief, subsidies in Nederland – de klassieke  elektriciteitsproducenten indirect zouden belemmeren werd aanvankelijk niet voor mogelijk gehouden. Of het verleden voldoende leergeld heeft opgeleverd mag intussen worden betwijfeld, gelet op het (voorlopige) energieakkoord, dat door de laatste ontwikkelingen is ingehaald.  Het oplaten van proefballonnen – zoals de terugkoop van Nuon – heeft geen zin. De samenleving is meer gebaat met een evenwichtige afweging van alle belangen – voorzieningszekerheid,   betaalbaarheid, werkgelegenheid, klimaatbeleid, transparantie (ook wanneer industriepolitieke aspecten in het geding zijn) –  dan met het berijden van al dan niet manke stokpaarden.

 

Een zware maar mooie Vierdaagse, om niet te vergeten

Poslband

Polsband waarmee Vierdaagse lopers opstaan, naar bed gaan en niet te vergeten: lopen

Records zijn net niet gebroken, niet het aantal deelnemers – ruim 42.500 – en evenmin het aantal uitvallers – circa 3.100. Toch was de 97e Vierdaagse een evenement om niet te vergeten, zowel voor de deelnemers waaronder mijzelf als de talloze toeschouwers, die vanaf de eerste meters tot aan de laatste stappen enthousiaste supporters bleken. Andre Sonneville, de actieve opperwoordvoerder van de Vierdaagseleiding schatte het aantal kijkers langs de routes van de 30, 40 en 50 km op 850.000. Het moeten er die vier warme dagen meer zijn geweest, gelet op de enorme drukte in de doortochtplaatsen Elst, Wychen, Groesbeek en Cuijk en in de ‘next-best’ pleisterplaatsen Oosterhout, Beuningen, Mook en Malden. Tel daarbij de massa’s mensen langs de Sint Annastraat in Nijmegen, de befaamde Via Gladiola, en duidelijk wordt, dat het miljoen supporters met gemak moet zijn gehaald. Trouwens, ook buiten de fraai versierde bebouwde kommen ondersteunden veel toeschouwers in woord en daad de dorstige lopers. De oproep van de Vierdaagseleiding om veel te drinken was alom gehoord, niet alleen door Vitens met haar watertappunten, maar ook door de FNV die op grote schaal flessen water uitdeelde met de oproep om – tijdens het werk, dat wel – af en toe een pauze in te lassen. Tomaten, appelen, schijfjes komkommer, zoute drop, snoepgoed, zoutelingen: het was te veel om op te noemen en aan te nemen, maar wel een onmiskenbaar teken van meeleven met de wandelaars, die – achteraf gezien – de hitte goed wisten te doorstaan.

P1040514

De eerste kilometer op de 2e dag: Heyendaalseweg
Foto: Ans Lansink

Na de eerste dag was mijn eerste reactie: deze 15e Vierdaagse – nu op de 30 km na vroeger zeven keer 50 km en vijf maal 40 km te hebben gelopen – is de laatste. De drukte op het parcours, vooral in het begin en bij de doortocht in Elst en de hitte hadden hun tol geëist. Industrieterrein de Aam boeide niet, integendeel. Het wachten voor de start en de langere afstand – ruim 33 km – waren evenmin bevorderlijk voor een opgewekt begin. Maar op de dag van Wychen en Beuningen kantelde het gevoel helemaal, ondanks de opnieuw langere afstand, weer ruim 33 km. De opstopping op de Markt van Wychen duurde maar kort, en de route van Woezik naar Beuningen was de moeite meer dan waard, in tegenstelling tot andere jaren. De ‘thuiskomst’ in het hier en daar roze Nijmegen was overweldigend, om kippevel van te krijgen.

DSC_1005

Bijna terug in Nijmegen: op de Broerdijk krijg ik een fles water van Emilieke Asselbergs
Foto: Tim Zaal

De derde dag naar Groesbeek staat bekend als de moeilijkste, niet vanwege het begin naar Malden en Mook, wel omdat nogal wat heuvels moeten worden overwonnen. De 40- en 50-ers raken bovendien ver van huis in Misbeek en Ottersum. Zelf vond ik de klim naar het Zwaantje halverwege Mook en Groesbeek een pittige opgave, hoewel de schaduw van de bossen veel vergoedde. Na de prachtige doortocht door een altijd goedgemutst Groesbeek volgde de Zevenheuvelenweg, met talloze campers, die aan Alp d’ Huez deden denken. De financiele crisis leek even ver weg als de finish voor wandelaars, die met de overigens slechts vier heuvels moeite hadden. Door de hitte kostte de dag van Groesbeek ook mij deze keer toch meer moeite dan in de ‘oertijd’ van de 50 en 40 km. Berg en Dal en Nijmegen-Oost bleken uiteraard bekend terrein, in meer opzichten: de GPSmap van Garmin leerde, dat de gemiddelde snelheid weer toenam tot 5,5 km per uur.

DSC_1057

Nog 1 km: met gladiolen en Brigit Smit op de Via Gladiola
Foto: Tim Zaal

De start voor de laatste dag verliep met een wachttijd van krap 10 minuten sneller dan die op de voorgaande dagen, toen een half uur gebruikelijk was. Lag het aan de ervaring van de scanners, die nauwgezet de polsbandjes inlazen? Of meldden de lopers zich wat later om vrijuit de laatste etappe te beginnen? Zijn het de al bijna 3000 uitvallers, die ruimte scheppen? Hoe het ook zij: de slotdag mocht er in alle opzichten zijn: warm maar goed weer, voldoende ruimte op het parcours, opnieuw een enthousiast publiek, vanaf het begin in Brakkenstein, door Hatert en de Weezenhof, langs de Hatertse Vennen naar Overasselt, dat zich net zo als andere, kleinere doortochtplaatsen van zijn beste kant liet zien. De slingerweg van Overasselt naar het verstilde Heumen bood gelegenheid voor een goed gesprek of zicht op het fraaie landschap. De opgang naar de Sluisbrug kostte sommige lopers nog wel moeite. Maar eenmaal op de Rijksweg verenigd met de 40 en 50-km lopers kon de feestelijke intocht beginnen. Van kijkerloze stukken was geen sprake meer, tot aan de uiteindelijke finisch op de houten planken van de afmeldtenten op de Nijmeegse Wedren. De 97e Vierdaagse was even zwaar als mooi, even warm als onvergetelijk, zelfs voor een tamelijk ervaren Vierdaagseloper, die op vrijdag 19 juli 2013 om 14.00 uur bij de ontvangst van de vergulde 15 zei: bij leven en welzijn tot volgende keer.

Energieakkooord: te veel losse einden op de moeizame weg naar duurzame groei

EnergieakkoordHet overdreven enthousiasme, waarmee de SER onlangs de hoofdlijnen van een toekomstig energieakkoord aankondigde, gaf te denken en te doen. Te denken, omdat de tussentijdse berichten over het overleg tussen bedrijfsleven, milieuorganisaties en andere relevante partijen eerder een patstelling dan overeenstemming deden verwachten. Te doen, om na te gaan over welke onderwerpen en in welke mate overeenstemming was bereikt. Welnu: zelfs een onbevooroordeelde lezer van het SER-Hoofdlijnenakkoord kon snel zien, dat van echte overeenstemming geen sprake was, ondanks de positieve geluiden van de deelnemers aan het overleg. De milieuorganisaties noemen het akkoord een doorbraak in de omslag van kolen naar wind op zee.  De vakbeweging wijst op de 15.000 banen, die het akkoord gaat opleveren onder erkenning van het banenverlies aan bij de kolencentrales. De installatiebranche ziet perspectief in extra impulsen voor energiebesparing en duurzame energie. De agrarische sector wacht nog even af omdat betrokkenheid bij wind op land, zonne-energie, biomassa en aardwarmte nog niet in de hoofdlijnen is terug te vinden. Of de ook al opgewekte commentaren in Trouw en NRC terecht zijn wordt pas duidelijk, wanneer de uitwerking van de hoofdlijnen bekend is, en alle handtekeningen zijn gezet. Bedrijfsleven en milieubeweging verstaan in elk geval de kunst van windowdressing: het uitlichten van wat voor eigen achterban is binnengehaald.  Lezing van het bericht waarmee de SER op de valreep formeel heeft voldaan aan de deadline leert, dat weg naar duurzame groei nog veel hindernissen kent. Nu al rijst de vraag of de inspanningsverplichting nog voor de behandeling van de Rijksbegroting 2014 voor alle partijen – ook Kabinet en Kamer – een resultaatverplichting wordt. Dat wordt een pittige opgave gezien de slagen om de arm van het SER- Hoofdlijnenakkoord. Denk aan de vulling van het revolverend Groenfonds, waaruit energiebesparing in de gebouwde omgeving moet worden bekostigd. Denk ook aan de belastingkorting, die energiecooperaties voor wind- en zonne-energie mogen verwachten. Van volledige saldering lijkt geen sprake. Denk verder aan de CO2-redactie van 80-95 % in 2050, bijna vier decennia verder. De door minister Kamp aangekondigde lastenverlichting voor bedrijven en huishoudens kan evenmin becijferd worden zolang uitwerking van het akkoord op zich laat wachten. Ook de aangekondigde sluiting van oude, nog steeds volgens de vergunning functionerende kolencentrales, staat niet op voorhand vast. ‘Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zullen energiebedrijven oude kolencentrales, die in de jaren ’80 zijn gebouwd, sluiten’ zegt minister Kamp de SER na:  een andere geluid dan de zekerheid waarmee aanvankelijk sluiting in 2015 c.q. 2017 werd voorzien. Het is niet het enige losse einde, waarmee de onderhandelaars de hete zomer van 2013 zijn ingegaan. In- en outsiders zijn benieuwd of de losse einden alsnog aan elkaar geknoopt kunnen worden, via concrete uitwerking en transparante doorberekening. Zo niet, dan dreigt opnieuw een akkoord voortijdig te sneuvelen. Duurzame groei verdient een beter lot.

Merkwaardig manifest van hooggeleerd gezelschap in Trouw

Kop Voorpagina Trouw

Kop Voorpagina Trouw 22 juni 2013

Jan Rotmans, de onbetwiste goeroe van de duurzaamheid, heeft maar liefst vijf en vijftig hooggeleerde kornuiten weten te strikken voor de ondertekening van een manifest tegen de eventuele productie van schaliegas in Nederland. De vijf maal elf professoren hebben geen proefboringen nodig om vast te stellen, dat het Nederlandse schaliegas moet blijven waar het zit: diep onder het oppervlak. Trouw – de krant waar duurzaamheid bijna altijd troef is – biedt Jan Rotmans niet alleen ruimte op de opiniepagina. Nee: de kennelijk om nieuws verlegen redactie ruimt vrijwel de hele voorpagina in om het zogenaamde manifest extra aandacht te geven. Wie vervolgens het geschrift van de bezorgde hoogleraren leest, ontdekt weinig nieuws. Dat winning in Europa moeilijker is dan in Amerika is evenmin een openbaring als de risico’s van de fracking techniek. En wie naar steekhoudende argumenten tegen proefboringen zoekt, komt ook bedrogen uit. Vergelijking van de Amerikaanse met de Nederlandse topo- en demografie is kennelijk voldoende om bij voorbaat een serieus geomorfologisch onderzoek uit te sluiten, naast de inderdaad noodzakelijke risico- en kostenbaten-analyses. Winning van schaliegas in Nederland ligt op het eerste en tweede gezicht niet voor de hand. Maar waarom een ‘third opinion’ afwijzen wanneer de winning van schaliegas naast onmiskenbare nadelen ook voordelen oplevert? Waarom sluiten uitgerekend hoogleraren – voorlieden wanneer wetenschap en technologie in het geding zijn – zich elitair aaneen om verzet aan te tekenen tegen proefboringen en tegen een verantwoorde en zorgvuldige afweging van alle belangen? Zou het komen, omdat geologen, mijnbouwers en gastechnologen ontbreken in het overigens bonte palet van professoren? Of heiligt het doel van de duurzaamheid het middel van een semi-spontane actie? Een teken aan de wand is de zorg voor landschapsvervuiling door de – overigens tijdelijke – boortorens, een onderwerp, waarover ik Jan Rotmans bij pleidooien voor windenergie nooit heb horen klagen. Duurzame ontwikkeling is intussen meer gediend met inhoudelijke discussies over de voors en tegens van welke optie ook dan met een te vlug en gemakkelijk opgeschreven manifest. Wanneer ik mij bekende ondertekenaars ontmoet, wil ik ze toch eens vragen, hoe zij tegen een echte ‘peer review’ aankijken.

 

Preservation Hall Jazz Band – Still alive and kicking

tumblr_lz0gjaIUTI1rolj6ao1_400

Preservation Hall

Een kleine dertig jaar geleden – om precies te zijn in de zomer van 1984 -maakte ik op uitnodiging van de Amerikaanse regering een studiereis van maar liefst 7 weken door de Verenigde Staten met als onderwerp mijn aandachtsgebieden in de Tweede Kamer: volksgezondheid, milieubeleid, energiepolitiek en wetenschapsbeleid. Na een week Washington trok ik van plaats naar plaats van oost naar west en terug naar New York. Halverwege de pittige maar mooie trip mocht ik enkele dagen in New Orleans doorbrengen, omdat ik bij de voorbereiding bij de USIA in Washington had laten merken, dat ik van jazz hield. De drie dagen in het centrum van New Orleans waren onvergetelijk, vooral door het bezoek aan de befaamde Preservation Hall, midden in het ‘French Quarter’.

Enkele CD’s van de naar het beroemde etablissement genoemde orkest houden de herinnering levend, ook aan 1994 bij een tussenstop in New Orleans op de route Orlando – Houston voor het WK-voetbal. Nu, bijna 30 en 20 jaar later, ontdek ik via iTunes en Google, dat de Preservation Hall Jazz Band inmiddels haar halve eeuwfeest heeft gevierd. De samenstelling van het orkest heeft in die 50 jaar nogal wat wijzigingen ondergaan. Maar muziek en sfeer zijn gebleven, ook na de watersnood in New Orleans. De Preservation Hall Jazzband is ‘still alive and kicking’ op weg naar nieuwe mijlpalen. Wie op afstand de sfeer in het oude maar intieme bouwsel aan de St Peter Street wil proeven vindt via youtube oude en recente opnames van het wijd en zijd bekende orkest. Kijk en luister met het op de grond zittend publiek naar ‘Tailgate Tamble’, met Mark Braud (trompet), Charlie Gabriel (clarinet), Freddie Lonzo (trombone) Clint Maedgen (tenor sax), Rickie Monie (piano), Walter Payton (bas), Ben Jaffe (tuba) en  Joe Lastie (drums), in de Preservation Hall op 10 August 2009

Energiebeleid: zoveel hoofden, zoveel zinnen of toch een nationaal akkoord?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hoogspanningsmast
Foto: Pascal Vyncke, Seniorennet.be

Nog voor de vaststelling houdt het Nationaal Energie Akkoord de gemoederen van hele en halve insiders danig bezig. De buitenwereld wacht intussen met spanning op de resultaten van het al maanden durende beraad, dat onder coördinatie van de SER in grote beslotenheid plaats vindt. Zoals gebruikelijk lekken af en toe stukken uit, hoewel alle deelnemers geheimhouding hebben beloofd. Die uitgelekte stukken beloven in de ogen van Jan Rotmans niet veel goeds. De Rotterdamse transitiegoeroe noemt het uitgelekte document een ‘draak van een stuk, vol ambtelijk jargon’. Het Financieel Dagblad ‘verrast’ de lezers met de dwarsliggers van het ministerie van financiën, en de Telegraaf voorspelt sluiting van alle kolencentrales. De oneliner ‘waar rook is, is vuur’ gaat in dat geval niet meer op. Hoewel: vervanging van kolencentrales door windturbines gaat volgens de krant enkele decennia duren. Hoe het ook zij: het Nationaal Energie Akkoord werpt schaduw en licht vooruit, koude en warme gevoelens naast elkaar. De belangen van de stakeholders lopen kennelijk zo ver uiteen, dat het vinden van een gezamenlijk draagvlak voor de vernieuwing van het energiebeleid een moeilijke zo niet onmogelijke  opgave is. Zoveel hoofden, zoveel zinnen dus. Bovendien knelt de onlosmakelijke relatie tot het fiscale stelsel, naast de aderlating voor de staatskas wanneer de z.g. saldering van duurzame energie werkelijkheid wordt. Ook het netbeheer brengt haar eigen problemen met zich mee, ondanks de glorieuze toekomst van ‘smartgrids’ . Wie het Nederlandse energiedossier kent is evenzeer verbaasd over het aanvankelijke optimisme als over de voorbarige kritiek op het akkoord. Over de noodzaak van energiebesparing en energiediversificatie is iedereen het eens, en over de vergroting van het aandeel duurzame energie ook. Maar zodra de financiering van de maatregelen om de hoek komt kijken, verandert de stellingname van de partijen zienderogen. De profeten van de duurzaamheid hebben geen oog voor de financiële aspecten, de producenten kijken vooral naar rentabiliteit en continuïteit, de verbruikers – groot zowel als klein – vragen om de laagste tarieven, en de overheid vreest financiële tekorten.  Diversificatie – bedoeld om de leveringszekerheid voor alle energie-vragende sectoren, dus ook verkeer en vervoer – te waarborgen kent evenmin veel eensgezinde aanhangers. Fossiele energie uit steenkool wordt verbannen, kernenergie ook, waardoor de optie van goedkope basislast voor de transitie naar een waterstofeconomie achter de horizon verdwijnt. Inzet van aardgas mag nog wel op bijval rekenen, maar winning van schaliegas wekt weerstand. Biogas uit vergisters scoort goed, zij het dat de kwantitatieve bijdrage laag blijft. De weerstand tegen de (te grote) inzet van biomassa groeit. Resteert dus de vergroting van het aandeel van zon- en windenergie. Maar ook die optie kent knelpunten: het ontbreken van opslagsystemen, die het discontinue karakter van deze ‘stromingsbronnen’ kan compenseren, en de bekostiging van de investeringen, via een omslagstelsel of via de invoering van een CO2-tax. Hopelijk slagen de ‘energieke’ stakeholders er in de verdeeldheid aan de kant te schuiven door een gezamenlijke keuze voor realistische besparing en duurzame diversificatie.