Jan van der Meer: Groen(links)e gangmaker

Zonneboom krijgt water

Initiatiefnemer Jan van der Meer, kunstenaar Andreas Hetfeld en bedenker Ad Lansink geven de Zonneboom kraanwater (Foto: Ger Loeffen)

Nijmegen scoort hoog op de lijst van duurzame steden, zelfs in Europa, getuige de nominatie voor de Green Capital Award. Op 24 juni 2014 wordt bekend of Nijmegen deze prestigieuze eretitel in ontvangst mag nemen. Oud-wethouder Jan van der Meer  zal ongetwijfeld de prijsuitreiking meemaken, al was het alleen al omdat hij beschouwd mag worden als aanjager en gangmaker van duurzame ontwikkeling van en in Nijmegen. In 2007 vroeg hij via Volkert Vintges – de directeur van de Gelderse Natuur en Milieufederatie – mij voorzitter te worden van het nog te vormen Nijmeegs Zonnekrachtteam. In het Duitse Freiburg had hij ontdekt, dat een enthousiast stadsbestuur duurzame energie kon stimuleren. Hij had weliswaar een team van externe, min of meer deskundige lieden nodig om een plan van aanpak te maken. Maar niet ontkend kan worden, dat een doortastende wethouder  die bovendien weet waar middelen te vinden zijn het verschil kan maken. Zelf aarzelde ik, maar na een stevig  gesprek wist de jonge wethouder mij te overtuigen.

Zonneboom beweegt

De Zonneboom komt tot leven: de kroon zet zich in beweging
Foto: Ger Loeffen

Het Plan van Aanpak Zonne-energie
zag in 2008, ook dank zij zijn voortdurende belangstelling, letterlijk en figuurlijk het licht. Wie anno 2014 in Nijmegen zijn ogen de kost geeft ontdekt op tal van huizen zonnepanelen, vaak in meervoud, zoals bij voorbeeld op de kruising van de van Heutzstraat en de Groesbeekseweg. Bovendien zijn veel panelen onzichtbaar. Denk aan de installaties op de studentenflats van Nijeveld, het dak van de Molenstraatkerk en de nieuwbouw van de HAN.  Bij de presentatie van de globale lijnen van het Plan van Aanpak vroeg Jan van der Meer naar een herkenbaar teken in de publieke ruimte, zodat voorbijgangers konden zien, dat Nijmegen zich warm maakte voor (en met) zonne-energie. De groene wethouder vermoedde waarschijnlijk, dat ik het idee wel zou oppakken. Dat was inderdaad het geval. De contacten in de kunstwereld brachten mij bij Andreas Hetfeld, een kunstenaar, die naam had gemaakt met tijdelijke buitenobjecten. Hij ontwierp in relatief korte tijd een innovatief en kinetisch kunstwerk: de Zonneboom die nu sinds het voorjaar van 2012 het stadsbeeld tussen het ROC Technovium en het SSHN-complex de Gouverneur bij het Station Heyendaal markeert.

Even omhoog kijken

Andreas Hetfeld, Jan van der Meer en Ad Lansink stellen vast, dat kinetiek en kunst een duurzame combinatie vormen.
Foto: Ger Loeffen

Zonneboom: kroon op werk
De schetsen van het markante kunstwerk, waarvan de kroon zich permanent richt op de stand van de zon, kwamen snel tot stand, maar het realisatieproces duurde veel langer. De technische uitwerking vergde tijd, evenals de vergaring van de financiële middelen. Daarentegen verliepen de vergunningverlening en de zoektocht naar een kundige bouwer en een geschikte installateur voorspoedig. Het bestuur van de intussen opgerichte stichting Zonneboom – harde kern van het Zonnekrachtteam – heeft slapeloze nachten beleefd voordat de financiering rond was. Ook in die moeilijke fase toonde Jan van der Meer zijn grote betrokkenheid bij het project. Dankzij de gedeelde inspanning van bedrijfsleven en overheid, bleek de bouw van het unieke kunstwerk mogelijk. Op 12 juni 2012 werd de Zonneboom in aanwezigheid van een talrijk publiek met een eenvoudige gieter tot leven gewekt. Jan van der Meer mag de Zonneboom beschouwen als het symbool voor zijn bestuurlijke inspanningen in Nijmegen. Dat ook andere leden van het college van burgemeester en wethouders – met name Hannie Kunst en Henk Beerten – bij het project betrokken raakten, tekent de gedeelde verantwoordelijkheid binnen het stadsbestuur, dat Nijmegen terecht tot koploper duurzaamheid heeft gemaakt.  Na de verkiezing tot Solar City 2014 is de nominatie voor de  Green Capital Award, met Essen (Duitsland), Umea (Zweden), Oslo (Noorwegen) en Lujljana (Slovenië)  het ultieme bewijs, ook wanneer de prijs niet naar Nijmegen gaatt.

Wubbo Ockels (1946-2014): De natuur heeft altijd gelijk

WO8

Prof. Dr. Wubbo Ockels
Foto: TU Delft

Het overlijden van ‘duurzaamheidspionier’ Wubbo Ockels beheerst het nieuws, op een zonnige zondag  – 18 mei 2014 – die geschapen lijkt voor al wat Nederlands eerste ruimtevaarder belichaamde: het geloof in de kracht van elke mens als astronaut op het  ruimteschip aarde. De overtuiging ook, dat de zon voldoende energie uitstraalt om duurzaamheid echt inhoud te geven. Min of meer toevallig ontmoette ik Prof. Dr. Wubbo Ockels, toen de Rector Magnificus van de TU Delft mij vroeg om als adviseur deel uit te maken van de promotiecommissie, die Martin de Bree aan de tand zou voelen bij de verdediging van zijn dissertatie ‘Waste and Innovation’. Achtergrond van de uitnodiging was de invloed van de Ladder van Lansink op de innovatie in het afvalbeheer. Ik herinner me die voor de promovendus heugelijke dag op 22 mei 2006 vooral door de diepe indruk, die Wubbo Ockels op mij maakte. Hij zette helder de relatie tussen innovatie en duurzaamheid uiteen, en boeide vanaf het eerste ogenblik met welgekozen, inspirerende woorden. Het verbaasde mij dan ook niet, dat hij gedurende zijn Delftse professorale jaren als hoogleraar talrijke studenten de weg wist te wijzen, ook met toonaangevende projecten op het terrein van duurzame ontwikkeling. Toen ik hem enkele jaren na die eerste ontmoeting vroeg, of hij voor de bezoekers van Milieupoort – het netwerk van bedrijfsleven, milieubeweging, politiek en overheid, dat van 1993 tot 2011 in Nieuwspoort bijeenkwam – zijn visie op duurzaamheid uiteen zou willen zetten, was het antwoord meteen positief. In een even enthousiast als overtuigend betoog maakte Wubbo Ockels de toehoorders duidelijk, dat Nederland een wereld te winnen had wanneer het beleid met meer kracht, inzet en middelen gericht zou worden op duurzame ontwikkeling, in en van meer sectoren. Hij kende de weerbarstigheid van het politieke bedrijf, maar schuwde geenszins man en paard te noemen. Het effect van zijn woorden is natuurlijk moeilijk te meten, ook omdat politici en ambtenaren veel en andere zaken aan hun hoofd hebben. Maar wanneer zijn woorden – ook elders geschreven en uitgesproken – mensen aan het denken blijven zetten – dan is er al heel wat gewonnen. In de onnavolgbaar goede toespraak, bij de uitreiking van de Brandarisprijs op het Springtijfestival 2013 maakte Wubbo Ockels als natuurkundige, ruimtevaarder en ‘mag ik het zeggen’ kankerlijder duidelijk, dat iedere mens een opdracht heeft te vervullen. Onvergetelijk blijven zijn woorden ‘Elke mens is astronaut op het ruimteschip aarde’ en ‘Wat is er sterker dan het geloof’. Hij doelde naast elkaar het geloof in eigen kunnen en het religieus besef, ook met zijn herhaaldelijk uitgesproken stelling: ‘De natuur heeft altijd gelijk’. Dat zijn woorden die te denken en vooral te doen geven.

Politiek leiderschap met visie en lef

IMAG0103

Dries van Agt en Ruud Lubbers tijdens reünie van oud-KVP-Kamerleden bij Engels in Rotterdam op 12 april 2014 (Foto: Ad Lansink)

Kunnen (destijds) brede volkspartijen zoals het CDA maar ook PvdA en VVD de onvrede in de samenleving wegnemen, en daarmee het toenemend populisme een halt toe roepen? Die vraag mocht ik onlangs beantwoorden tijdens de reünie van oud-Kamerleden van KVP-huize, die elkaar vrijwel ieder jaar treffen bij Engels in Rotterdam. De omvang van het ‘mastodontelijke’ genootschap – de nog voor de KVP gekozen Kamerleden van 1977-1978 sluiten de rij – neemt weliswaar af maar de inhoudelijke discussies over de politiek van vroeger, nu en (vooral) morgen zijn er niet minder om. De gebundelde ervaring telt, ook door de aanwezigheid van oud-premiers Dries van Agt en Ruud Lubbers, die trouwens ook elders nog regelmatig van zich laten horen. De vraag naar de oorzaken van onvrede en populisme  – en eigenlijk ook nationalisme – is intussen gemakkelijker te beantwoorden dan die naar de oplossing van dit niet alleen Nederlandse vraagstuk. Ongetwijfeld zijn voor het CDA de secularisatie en ontkerkelijking belangrijke oorzaken van het verminderde draagvlak. Maar de individualisering met uitwassen van egotripperij en verlies aan saamhorigheid gelden ook voor andere, niet kerkelijke verbanden. Denk maar aan de positie van de vakbeweging. Wat zich ook doen gelden zijn globalisering en digitalisering en de daarmee gepaard gaande invloed van massamedia. De kranten kunnen de wedloop nog net bijbenen, maar voelen ook de dwang van kijk- en oplagecijfers. Intussen lijkt geen kruid gewassen tegen anonieme uitingen via internet en andere routes. Effectieve correctiemechanismen om exploitatie van onvrede en uitbuiting van angst te voorkomen zijn niet of onvoldoende voorhanden.

IMAG0111

Het gloednieuwe Centraal Station in Rotterdam, architectuur met lef, zonder groothoek niet te vangen (Foto: Ad Lansink)

Tegen die achtergrond mag en moet van politici lef en vooral leiderschap worden gevraagd, naast een geloofwaardige, heldere en consistente visie op overheid en samenleving. Voor het CDA blijven daarbij uiteraard de vier uitgangspunten: gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gespreide en dus gedeelde verantwoordelijkheid. Aan herijking is geen behoefte, aan eigentijdse concretisering wel. Daarbij past de erkenning, dat de overheid schild voor de zwakken blijft, en hoeder van de natuur, met duurzame ontwikkeling – ook grensoverschrijdend – als uitdaging. Het sociaal beleid dient opnieuw geënt te worden op Rerum Novarum (1891) en de pauselijke encyclieken, die daarop voortbouwen tot op Caritas in Veritate (2009) toe. Gerichte aandacht voor mensen en groepen, die het moeilijk hebben is dan ook een absolute vereiste wil onvrede voorkomen en bestreden worden. Het CDA verdient dan weer een stevige plaats in het politieke midden met een verbindende rol zonder blokkades. Volksvertegenwoordigers met lange termijn visie, die de waan van de dag achter zich kunnen laten, worden dan – wellicht geleidelijk – weer een positieve inspiratiebron voor de media. Columnisten van diverse snit tonen immers, dat zij de redacties van hun kranten vaak voor zijn in het signaleren van trends en het aangeven van gewenste ontwikkelingen. Tenslotte: angst is ook in het politieke bedrijf een slecht raadgever. Een duidelijke stellingname voor Europa blijft daarom geboden, niet alleen vanwege vrede en veiligheid en om het economische, monetaire en ecologische kader, maar ook vanuit een maatschappelijke en culturele invalshoek. Het was niet voor niets, dat de KVP-reünisten – bijeen op een steenworp afstand van het nieuwe Rotterdam Centraal Station– eensgezind in Paus Franciscus en Angela Merckel de voorbeelden zien van dienend leiderschap, met visie en lef.

 

Zeg maar op gevoel

voetbaljargon

Eerst knijpen dan inzakken (Afbeelding ontleend aan de Blog van Andre Driessen} www.andriesblogt.wordpress.com (11 juni 2010)

Doordekken en doorselecteren, de bal afpakken in de zestien, het linker- en het rechterrijtje: het zijn woorden die vroeger niet werden gehoord. Evenmin als klopt, de eerste reactie van een voetballer, wanneer hij door eigenwijze verslaggevers – zoals Bert Maalderink – naar de bekende weg wordt gevraagd. De vleugelverdedigers hebben de rechts- en linksback vervangen en de spelverdeler de stopperspil, die met de punt naar voren speelt, zelfs wanneer er geen punten te verdelen zijn. Of te morsen, want dat gebeurt ook elke week, wanneer de centrumspits het scorend vermogen mist en dus het doel. Of de touwen. Waar schaduwspitsen het vaak laten afweten, moeten opkomende verdedigers het karwei afmaken, niet bij de tweede paal want die staat te ver weg. Over de eerste paal wordt gek genoeg even weinig gesproken als over de eerste bal, die moet afvallen voordat hij opnieuw een voet vindt. Rechtsbuiten, midvoor, linksachter: het zijn de termen uit een ver verleden toen een strafschop nog een penalty – of pinantie –  heette maar een doelverdediger een keeper. Op de lijn of meespelend, dat doet er niet toe als de man met de grote handschoenen de nul maar weet te houden. Dat lukt hem beter, wanneer de hele ploeg druk naar voren weet te zetten. Dat is beter dan de bal rondspelen, of de lange bal proberen: een risicovolle en opportunistische noodgreep, die kijkers trouwens meer boeit dan coaches. De oefenmeesters van vandaag en morgen hameren liever op de organisatie, een bedrijfskundige term, die het in het voetbaljargon van vandaag even goed doet als een ruit vormen en onder de druk uit kunnen voetballen. Dat is beter dan de lange bal een kans geven. Spelers die het verschil kunnen maken doen desondanks zichzelf tekort, wanneer zijn uit vorm zijn. Of – om met Louis van Gaal te spreken – niet fit genoeg om uitverkoren te worden. Minuten maken, daar draait het tegenwoordig om, vooral voor bankzitters, die zich in de kijker moeten spelen willen zij elders aan de bak komen. Staan zij eenmaal op het veld, dan moeten zij de juiste keuzes zaken, zeg maar op gevoel: woorden die Marco van Basten en Ronald Koeman kort na elkaar gebruikten bij de aankondiging van hun vertrek bij Herenveen en Feyenoord. Inderdaad: zeg maar op gevoel, want emotie telt niet alleen bij trainers maar ook voor voetballers in de mixed zone van taal en journalistiek. Voetbaljargon: een bijzonder domein voor taalliefhebbers en ergernisdelers.

Herinneringen aan Hugo Brandt Corstius (1935-2014)

Welingelichte Kringen in Arti Aan het hoofd van de tafel Joop van Tijn. Naast hem rechts Hugo Brandst Corstius Foto: Bert Verhoeff

Welingelichte Kringen in Arti
Aan het hoofd van de tafel Joop van Tijn. Naast hem rechts Hugo Brandt Corstius
Foto: Bert Verhoeff

Hugo Brand Corstius was een even stevige scherpslijper als botte columnist, die opvallende eigenzinnigheid paarde aan geniale taalvirtuositeit. Zijn befaamde pseudoniemen waren mij eerder opgevallen dan zijn werkelijke naam. Piet Grijs en Stoker verrasten immers jarenlang lezers van Vrij Nederland en de Volkskrant met soms ergerniswekkende, dan weer ironische columns, die mij aan het denken zetten of aan het lachen brachten. Elco Brinkman’s weigering om hem de toegekende PC Hooftprijs uit te reiken vergrootte de faam en het toch al niet geringe zelfbewustzijn van de columnist, die politici, wetenschappers en andere maatschappelijk actieve personen voortdurend de maat nam. Dat de wis- en taalkunstenaar vrijwel niets en niemand ontzag, ondervond de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen. De polemische kracht van de schrijver sloopte de wetenschapper, naar jaren later bleek ten onrechte.

Hooftstuk
Dat ik Battus – schuilnaam van de onbetwiste kampioen van de Opperlandse taal- en letterkunde – ooit zelf zou ontmoeten, kon ik in 1981, het jaar van de Zeigelhofaffaire, niet voorzien. Stoker vond in de Nijmeegse krakersrellen stof voor de column ‘Hooftstuk’, waarin ik met Frans Hermsen figureerde:
Hoe homoet en draaikontigheid zelfs goedbetaald en zegevierend krijgsvolk tot muiterij kan brengen leert de makkelijke voorvallen te Nijmegen. Rijzende met de dageraad de mangel aan behuizingen, onmachtig de gageslagen plunderingen in de hoofdstad, had de vroedschap van de stad van Kaizer Karel besloten een veertien huisjes te doen platslaan om een wagenopstapelingsplaats te vestigen’. Stoker beschrijft a la Hooft het ontstane oproer, en vervolgt: ‘Vliegende de tent uit zeiden burgemeester Hermsen en schepen Lansink dat zulks de wortel der borgerlijke maatschappij t’enenmale uitrookt, en de stede tot erger dan wouden met wolven maakt: roepende het krijgsvolk op om ‘t grauw met piek en lans de hersenen in te slaan.’
Dat Stoker’s kijk op de Piersonrellen een andere was dan de mijne, spreekt vanzelf. Toch kon ik zijn pastiche wel waarderen evenals veel van zijn andere columns.

Met Hugo en Henk in Arti
Bij ‘Welingelichte Kringen’, het fameuze radioprogramma van de VPRO, dat vele jaren elke vrijdag om 5 uur live vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden, ontmoette ik de man met de vele schuilnamen persoonlijk. Hij was daar met Henk Hofland een van de vaste panelleden, die onder leiding van Joop van Tijn politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op de korrel namen. Vanaf 1985 mocht ik af en toe aanzitten, om soms welwillende maar meestal kritische vragen te beantwoorden. Hugo Brandt Corstius schoof meestal vlak voor het begin van de uitzending aan, nadat hij in afzondering aan een tafeltje wat woorden op een bierviltje had gezet. Zijn gesproken columns, meestal aan het begin van het programma, kwamen anders over dan de columns in de krant. Wat ook opviel, was de verrassing van de overige tafelgenoten, die maar moesten afwachten wat Hugo nu weer bedacht had. Verbazing en ingehouden lachen, soms hoorbare instemming met de stotterende columnist; het hoorde erbij, ook voor de politieke gast, die ik af en toe mocht zijn. Tijdens de nazit, die soms geruimde tijd duurde, leerde ik Hugo Brandt Corstius beter kennen, en in meer opzichten waarderen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Leveringszekerheid onderbelicht in energiediscussie

Omslagfoto Ger Loeffen

Zonneboom (Nijmegen) van Andreas Hetfeld
Foto: Ger Loeffen

Het zal een kleine 30 jaar geleden zijn: een pittige spreekbeurt in Groningen, waar ik me in een goed gevulde zaal met anti-kernenergie-lieden staande moest houden bij een felle discussie over de opslag van radioactief afval in zoutkoepels. Over de inzet van kernenergie viel evenmin te praten als over de oplossing van een van de drie onoverkomelijke bezwaren tegen die in mijn ogen verantwoorde fysische energiebron, ook wel aangeduid met ‘atoomstroom’. Het eerste bezwaar – de mogelijke proliferatie van kernwapens – was uit beeld geraakt, en het tweede bewaar – onveiligheid van kerncentrales – werd toen Harrisburg uit het nieuws verdwenen was, minder gehoord. Maar permanente opslag van radioactief afval in zoutlagen  was volgens zelf benoemde insiders een onbegaanbare weg, en niet alleen in het hoge noorden. Hoewel ik me in de Tweede Kamer regelmatig sterk maakte voor de inzet van zon- en windenergie – denk aan de pleidooien voor het plan Lievense – probeerde ik de (te) hartstochtelijke argumenten voor de inzet van duurzame energie wat te relativeren met enkele, niet in dank afgenomen plaagvragen als:  worden zonnepanelen op autodaken geen lachspiegels? En: wat zullen de zeilers in Friesland zeggen als de molens de wind wegvangen? Het boegeroep leerde, dat ik met dit soort retorische vragen de handen niet op elkaar kreeg. Ook de serieuzer kanttekening van vogels, die zich te pletter vliegen tegen molenwieken, viel verkeerd. Het bleef onbegonnen werk: relativeren om ruimte te maken voor een zinnige discussie over de voor- en nadelen van duurzame energie. Zon en wind: dat is de toekomst, en gas ook, luidde de boodschap, want warmtekrachtkoppeling was toen nog ‘hot’, en de verzakking van de bodem was nog niet aan de orde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zon en wind
Foto: Pascal Vyncke – Seniorennet.be

Toen ik onlangs las, dat de bestuurders van de Waddeneilanden zich verzetten tegen de aanleg van windmolenparken in de Waddenzee, en wethouders in Noord Holland windmolens in de Noordzee evenmin zien zitten (of beter: staan)  moest ik aan dat felle debat van 30 jaar geleden denken. Not in my backyard: dat blijft een dogma, of het nu om radioactief afval, schaliegasboringen, opslag van CO2 of geluid producerende en landschap ontsierende windmolens gaat. Zonne-energiesystemen blijft tegenwind bespaard, ook al staan hier en daar criticasters op die vinden dat zonnepanelen de (schuine) daken ontsieren. Dat bezwaar valt  te ondervangen. Of dat ook geldt voor geluidhinder en landschapsvervuiling in een relatief dicht bevolkt land, is minder zeker, temeer nu de subsidiering van windenergie steeds meer discussie oproept. De negatieve kanten van de Duitse ‘Energiewende’ en de onmiskenbare behoefte aan opslagsystemen krijgen meer aandacht, evenals de noodzaak van gas- of kolengestookt reservevermogen. Vreemd eigenlijk, dat de (energieke) trefwoorden van dertig jaar geleden – besparing en diversificatie met het oog op leveringszekerheid en betaalbaarheid – nog altijd volop gelden. Vreemd ook, dat die leveringszekerheid met het opraken van de gasvoorraad, het uitbannen van kernenergie en het sluiten van kolencentrales in de actuele discussie zo weinig aandacht krijgt.

Topper 2013-2014: het verleden achterna of voorbij?

P1050040

President Gabriel van Heusden overhandigt de plaquette van Sint Anneke (Foto: JMBLvD)

De Nijmeegse Carnavalsvereniging Sint Anneke roept elk jaar een min of meer bekende land- of stadgenoot uit tot Topper.  Jonny Jordaan was de eerste ‘persoonlijkheid uit de wereld van de vaderlandse sport, politiek, amusement of juist uit de Nijmeegse scene’  – aldus een van de criteria – die zich Topper 1976-1977 van Sint Anneke mocht noemen, gevolgd door Leo Horn (1977-1978) en Norbert Schmelzer (1978-1979). Toen ik op 18 november 1978 in de nadagen van Prins Ad I van Knotsenburg de heugelijke onderscheiding van de vroegere minister van buitenlandse zaken mocht bijwonen, kon ik niet bevroeden, dat Sint Anneke mij ooit Topper van Sint Anneke zou maken. En evenmin, dat Prins Hans IV (Ruys) daarbij ook nog een duit in het zakje zou doen, onder meer verwijzend naar Schaaralaaf.

P1030695

Ereplaquette St. Anneke voor Topper 2013-2014

Wonderen en verrassingen zijn de wereld (nog) niet uit. Integendeel. Ruim 35 jaar later – op 25 januari 2014 – kreeg ik na een daverende ontvangst in een volle, tijdelijk gehalveerde Jan Massinkhal uit handen van President Gabriel van Heusden een fraaie plaquette met de voorzijde van de heilige vrouw met kruik en glas. In het verenigingswapen is Sint Anneke slechts van achteren te zien. De plaquette is een blijvende herinnering aan een ongedachte en onvergetelijke happening. Dat daarbij mijn hele, niet alleen carnavaleske doopceel, werd gelicht, deed evenmin pijn als de opvallende verwijzing naar wat letterlijk en figuurlijk een staande uitdrukking is geworden: de Ladder van Lansink. Knotsenburgers en andere gasten weten nu ook dat de man van de ladder in het Italiaans  ‘E’ olandese il padre della gerarchia di gestione dei rifiuti’ wordt genoemd.

P1050063

De Topper 2013-2014 zingt met het kabinet van Prins Hans IV Knotsenburgse schlagers (Foto: JMBvD)

De ‘padre’ maakt nu dus deel uit van het bonte genootschap Toppers, dat CV Sint Anneke heeft weten te vergaren: niet alleen oud-politici als Norbert Schmelzer, Frank de Grave en Jan Terlouw, maar ook befaamde sportlieden als Fannie Blankers Koen, Coen Molijn. Ada Kok en Nelli Cooman; niet alleen sterke marsleiders als Tony van Dongen en Chris Bos, maar ook bekende artiesten als Eddy Christiani en Hetty Blok; en niet te vergeten Theo Eikmans, in Knotsenburg nog meer bekend als Prins Theo I en vooral Graodus fan Nimwegen. Hoe het ook zij: mij past een bescheiden plaats in de eregalerij, ook door de vraag of ‘Toppers het verleden achterna of voorbij’ gaan. De enthousiaste leden van Sint Anneke hebben intussen opnieuw laten zien, dat zij heel wat mans en vrouws zijn, binnen en buiten Knotsenburg.

Dash for Trash

Trash Pascal Vyncke

Trash
Foto: Pascal Vyncke, seniorennet.be

Peter Jones, de editor van Isonomia meldt op twitter: Ad Lansink, one of the intellectual giants of waste and resources, challenges the #DashForTrash. Het bericht  verwijst naar http://t.co/lFyDKjvWjp: mijn eerste bijdrage aan de Engelse website, waar een reeks onafhankelijke deskundigen artikelen plaatsen over diverse aspecten van duurzame ontwikkeling, in het bijzonder milieubeleid, afvalbeheer en energie. De eerdere verwijzing naar en uitleg van ‘Lansink’s Ladder’ door Steven Watson was aanleiding voor de toezending van ‘De Kracht van de Kringloop’, het boek over de geschiedenis en toekomst van de ladder, dat ik met Hannet de Vries – toen CEO bij VAR, nu COO bij Beelen Recycling – in november 2010 heb gepubliceerd. Het weliswaar in het Nederlands geschreven boek zou editor Peter Jones en auteur Steven Watson wel interesseren, dacht ik. Terecht, want enkele dagen later kreeg ik al het verzoek om geactualiseerde versies van een of meer hoofdstukken te publiceren op Isonomia, de door de staf van Eunomia beheerde blogsite. De webeditor, die voor het lezen van het boek was bijgestaan door een Zuid-Afrikaanse medewerker van Eunomia, koos als eerste thema de discussie over de vraag of recycling de voorkeur verdient boven verbranding. Het antwoord luidt: in beginsel wel, maar onderbouwde uitzonderingen zijn mogelijk. Of dat antwoord de lading dekt van ‘Challenging the #DashForTrash’ laat ik aan de beoordeling van actieve twitteraars over, een goede vertaling ook. De achterwaartse alliteratie doet in elk geval aan de Ladder van Lansink en dus aan de synoniemen afvalhierarchie en voorkeursvolgorde denken. Inderdaad: een ‘challenging’ optie: verspreiden, delen en uitwisselen van kennis.

Climbing the rungs: Engelse waardering voor de Ladder van Lansink

Ladder

De Ladder van Lansink, met uitleg.
Ontleend aan IDM (Belgie), met toestemming overgenomen door Isonomia (UK)

Nou hoor je het eens van een ander. Ik moest in alle bescheidenheid aan die staande uitdrukking denken toen ik bij toeval een mij onbekende afbeelding van de Ladder van Lansink ontdekte bij Isonomia: een Engelse website, waar  onafhankelijke milieu-experts via een Blog hun licht laten schijnen over duurzaamheid en verwante topics. Steve Watson, een van de auteurs, schreef op 6 december 2013 Making the waste hierarchy: just Ad Lansink’. Hij illustreerde zijn bijzondere bijdrage met een foto uit de oude Anefodoos, waarop ik omstreeks 1986 in een lege Tweede Kamer een minister interrumpeer, en met een aan een Belgische website ontleende afbeelding van de ladder. Zijn verhaal begint aldus:

“How are ladders, the Royal Dutch Football Association and the Christian Concept of Humanity Stewardship of the planet connected with the creation of one of waste management’s best explanatory tools? The answer can be found in the life story of Ad Lansink. You may nog have heard of him. He is little known outside of the Netherlands, his native country. But almost everyone in the waste sector is familiar with his work, which has helped shape the development of waste policy for over 30 years.”

Kassa Groen 1

Ad Lansink verklaart in eigen tuin de ladder aan TV-ploeg van VARA’s Kassa Groen
De uitzending staat gepland voor januari 2014
Foto: Ans Lansink-van Dam

Steve Watson geeft aan, dat de kennelijk opvallende combinatie van religieze achtergrond, opleiding, wetenschappelijk onderzoek en gevoel voor presentatie  – op de KNVB gaat hij verder niet in – heeft geleid  tot een originele, eenvoudige en heldere visie op het afvalbeheer voor de lange termijn. Zijn vanwege de context boeiende verhaal eindigt met de woorden:

“While his name may no longer be attached to his greatest creation, we can all be gratefull to Ad Lansink for helping to give waste management a leg up in the late 20th century and beyond. Without him we may have struggled to understand how far there was to climb, so let’s raise a glass to Ad Lansink a truly top rung chap.

Die laatste woorden lijken mij wat overdreven, maar tonen wel dat de Ladder van Lansink ook internationaal gewaardeerd wordt. Voor wie geïnteresseerd is in het werk van Eunomia – mede verantwoordelijk voor Isonomia –  wijs ik graag op de website van dit in Engeland toonaangevende Research and Consulting Institute. En verder: Let’s raise a glass on a happy and sustainable New Year.

 

De Oversteek van binnenuit en bovenaf, van voren en opzij

Oversteek uit de lucht

Drie bruggen op een rij: Oversteek, Spoor (en Fiets) – Brug, Waalbrug

De nieuwe Nijmeegse stadsbrug over de Waal roept bewondering op. De Oversteek is letterlijk en figuurlijk een kunstwerk, in meer opzichten: bouwkundig, functioneel, architectonisch, bouwkundig,  landschap-pelijk. Het is een technologische prestatie van allure, waarmee ontwerpers en bouwers eer inleggen. Uiteraard delen opdrachtgever – de trotse gemeente Nijmegen – en cofinanciers in de vreugde van een spectaculaire oeververbinding, die  ‘Nijmegen omarmt de Waal’ waar gaat maken. Vanuit de lucht valt het ritme van de drie bruggen evenzeer op als de forse bocht in de Waal. De Oversteek brengt Nijmegen-Noord dichterbij, en overbrugt bovendien via de noordelijke aanloop de nieuwe nevengeul: de tweede opvallende ingreep, die sinds het begin van 2013 de aandacht trekt van talloze in- en outsiders. Vanuit de lucht is het graven van de nevengeul goed zichtbaar.

Nijmegen omarmt de Waal Groen : Veur Lent

Nijmegen omarmt de Waal
Groen : Veur Lent

Het kaartbeeld toont de loop van de nevengeul, die vanaf 2016 vanuit het eiland Veur Lent bij laag water te voet en via een tweetal bruggen over te steken is. Voorlopig beperkt de blijdschap van de Nijmegenaren zich tot De Oversteek, die zich een dag na de opening op in een immense belangstelling van voetgangers en fietsers mocht verheugen. De ‘pelgrims voor een dag’ moeten samen duizenden foto’s hebben geschoten, waarschijnlijk minder fraai dan die van fotografe Thea van den Heuvel, die het bouwproces van de brug even minutieus als artistiek heeft vastgelegd. Het fraai uitgegeven boek is  een aanrader waard, niet alleen om de uitstekende foto’s maar ook om de impressies van de bouwers, met voorop de architecten Chris Poulissen en Laurent Ney

Pelgrims voor een dag Foto: Ad Lansink

Pelgrims voor een dag
Foto: Ad Lansink

 

De Oversteek - Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen Fotografie: Thea van den  Heuvel - Tekst: Clemens Verhoeven Uitgave: Van Tilt/fragma

De Oversteek – Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen
Fotografie: Thea van den Heuvel – Tekst: Clemens Verhoeven
Uitgave: Van Tilt/fragma

 

 

 

Hoewel de filedruk op het stadscentrum sinds de opening op 23 november 2013 lijkt afgenomen, schijnt twee weken na de opening slechts 5 tot 10 % van het uit Arnhem komende verkeer te kiezen voor de route over de Oversteek. Bestuurlijk Nijmegen verwacht, dat geleidelijk aan 1 op de 3 auto’s de westelijke rondweg gaat kiezen. De tijd zal leren of die (stoute?) verwachting klopt. Wanneer de routeplanners in de navigatiekastjes het goede en snelle voorbeeld van Google Maps volgen, zullen snelle automobilisten ondanks de 50 km borden de fraaie brug vinden en waarderen. En fietsers, hardlopers en wandelaars kunnen nu voor een rondje Lent uit drie trajecten kiezen, als training of om op de hoogte te blijven van wat langs de Waal aan het gebeuren is, van Vasim tot Veur Lent, van Oversteek tot Waalbrug. En verder.

De Oversteek op de Kaart van Google Maps

De Oversteek op de Kaart van Google Maps