Panta Rhei

Ofwel een bijzondere regenton als herinnering aan een rustige verjaardag onder het corona-regiem

Een jaar ouder worden onder het Corona-regiem, dat werd dus geen uitbundige (herinnering aan) persoonlijke D-day, maar een ingetogen thuisviering. De overigens trouwe familieleden wonen ver weg, en samenscholingen worden ondanks de versoepeling nog steeds ontraden, of sterker nog verboden. Toch was het gebak niet tevergeefs ingeslagen. Enkele vrienden uit Nijmegen – Cobie met Robert en Sophie met Klaas – maakten de 6e juni van 2020 toch nog tot een bijzondere verjaardag. Na bijna drie maanden zonder enig bezoek viel er veel bij te praten over de achteraf toch snel verlopen intelligente lockdown, over even terechte als risicovolle anti-racisme-demonstraties, over allerlei gecancelde bijeenkomsten waaronder de kerksluitingen, over diverse gebeurtenissen in eigen kring en over de verwachtingen voor een nog onzekere toekomst. Herinneringen, ervaringen en ideeën delen met vrienden, dat blijft de moeite waard.

Regenton (Ontwerp: Guido de Vries) op regenrijke plaats bij de zijmuur waar het water van het dak voor voldoende vulling zorgt

De eerdergenoemde onderwerpen kwamen ook aan bod op de avond voor D-day tijdens een onverwacht maar niet toevallig samenzijn in het Petrus Canisiushuis van de Jezuïeten aan de Graafseweg in Nijmegen. Eduard Kimman SJ had de leden van het locatiebestuur van de Petrus Canisiuskerk uitgenodigd om de eerste week na de gedeeltelijke openstelling van de kerk bijeen te komen voor een evaluatie. Hoewel de korte gebedsvieringen om kwart over twaalf werden gewaardeerd, bleef het aantal kerkgangers beperkt. Maar Eduard Kimman had nog een aanleiding om ook de partners van de bestuursleden uit te nodigen voor een bescheiden wijn- en kaasparty: zijn officiële benoeming tot pastoor van de Sint Stephanus-parochie, waarin sinds enkele jaren een zestal oude Nijmeegse parochies zijn verenigd. Na het afscheid van Pastoor Cyrus van Vugt was hulpbisschop Mgr Rob Mutsaers tijdelijk administrator. Zijn onverwachte vertrek maakte plotseling de benoeming van Eduard Kimman mogelijk.

Sophie en Klaas bewijzen de lengte van het verjaardagsgeschenk: anderhalve meter

De genoeglijke bijeenkomst in lhet Canisiushuis en de boeiende verhalen en discussies – ook over de vergrijzing van de kerkgemeenschap – bleken een mooie opmaat voor wat ik toch een bijzondere verjaardag durf te noemen. Ik doel niet zozeer op het getal 86, wel op de kenmKerken van een stille viering in corona-tijd. Geen omhelzing of knuffels, zelfs geen eenvoudige handenschudderij maar Japanse buigingen om de jarige gastheer te feliciteren met het bereiken van wat langzamerhand een forse mijlpaal wordt. Ga maar na: geboren op 6 juni 1934. Ik hoor de fysiotherapeut bij de eerste revalidatie training op Dekkerswald na mijn open-hart-operatie in 2017 nog vragen: hebt u zich niet u vergist bij het invullen van uw geboortejaar: dat moet toch 1944 zijn. Sophie maakte het – bij wijze van grap – nog bonter. Op het verjaarsgeschenk had zij het over de 68-jarigen: een bewuste typefout dus, waarschijnlijk om de jarige gastheer en zijn echtgenote een hart onder de riem te steken.

Toelichting bij het verjaardag geschenk voor de 68=jarige Ad & Ans, met een fotocollage uit De Bruuk bij Groesbeek
Jarige Ad en bijna jarige Ans weten dankzij de kraan waarmee zij verrast worden: een regenton

Sophie en Klaas hadden hun komst tevoren aangekondigd. De deurbel was dus geen verrassing, maar de aanblik van het tweetal wel. Zij bleven uiteraard op anderhalve meter staan, naast een ook anderhalf meter hoge, slanke geschenkverpakking. Klaas sleepte het gevaarte naar binnen, waar na wat snij- en knipwerk een lange grijze doos met een zwarte kraan tevoorschijn kwam. Een kleurrijk etiket op A4-formaat leerde, dat het cadeau een dubbele bestemming had: voor Ad en Ans, die in 1934 kort na elkaar geboren waren, zij het wel op ruime afstand van elkaar in Arnhem en Hilversum. Sophie herinnerde zich wellicht het ‘Allemachtig, allebei tachtig in 2014.

Is dit de juiste plaats? Nee, want het balkon levert te weinig regenwater op.

Maar dat terzijde. Het gezamenlijke cadeau voor 6 juni en 21 juli was letterlijk en figuurlijk een grote verrassing. De strakke, langwerpige regenton is gemaakt van recyclaat: dus meer dan een knipoog naar het circulaire gebruik van hemelwater. De regenton is ontworpen en gemaakt door kunstenaar Guido de Vries. Vorm en kleur passen mooi bij het huis – zie de eerste afbeelding – en de wat dikkere regenpijp. De lengte van de regenton – toevallig (?) anderhalve meter is een blijvende herinnering aan de corona-tijd.

Stromende regens lijken zeldzamer te worden. Toch hoop ik, dat de regenton op gezette tijden vol raakt, niet alleen om te besparen op de waterrekening maar ook om een kleine bijdrage te leveren aan de veelbesproken circulariteit. Stromend water brengt mij bij ‘Panta Rhei’: het geliefde aforisme van de Griekse filosoof Heraclitus (ca.530-475 v. Chr), die in twee woorden – alles stroomt – duidelijk wilde maken, dat alles op de wereld steeds in beweging is. De samenleving en de natuur veranderen voortdurend, ook wanneer de zucht naar behoud wint van het verlangen naar vernieuwing. Alles beweegt, ook de tijden, en met de tijden de mensen. Het is in de tijd van de corona-hectiek een hopelijk geruststellende gedachte, zelfs in een verdeelde samenleving. Ik hoef de moderne regenton overigens niet Panta Rhei te noemen om de herinnering aan een bijzondere verjaardag levend te houden. Daar zorgt het hemelwater wel voor.

De openheid van ‘open access’

Herinneringen aan 1964 bij de recente column van Hieke  Huikstra in Trouw over het verdienmodel van wetenschappelijke uitgevers

Hieke Huistra: Dat het nog bestaat, zo’n absurd systeem
Trouw, 23 mei 2020

Onder gewone omstandigheden zou de column van Hieke Huistra in Trouw niet zijn opgevallen. Een twitterbericht met de prikkelende vraag ‘Je mond houden als je niks te zeggen hebt: hoe kan het toch dat zo weinig wetenschappers daar de moed voor hebben?’ was een voldoende aansporing om een van de laatste pagina’s van ‘De Verdieping’ op te zoeken. De waarschijnlijk retorische vraag is de slotzin van een boeiende beschouwing over de publicatiedrift van veel wetenschappers en – in strijd met de gewenste toegankelijkheid – de door uitgevers opgerichte betaalmuren. Aanleiding voor de column is de deal, die de Nederlandse universiteiten hebben gesloten met Elsevier. In ruil voor tachtig miljoen Euro mogen de Nederlandse wetenschappers vijf jaar lang alle publicaties gratis lezen. Er komt een dag, aldus Hieke Huistra, waarop universiteiten geen zin meer hebben om heel veel geld te betalen voor toegang tot onderzoekresultaten, die op kosten van diezelfde universiteiten tot stand zijn gekomen.

De schrijfster ziet de publicatiedrift van wetenschappers als werkelijke kwaal, zonder op de oorzaken van die overproductie in te gaan. Ik doel op de grote betekenis, die aan citatie-indices wordt toegedicht en aan de noodzaak om externe subsidies voor onderzoekprojecten binnen te hengelen. Een ander in de column niet bericht aspect betreft de externe toetsing van publicaties. De wetenschappelijke tijdschriften kennen een doorwrocht systeem van onafhankelijk ‘peer reviews’: systematische controle en beoordeling van de voor publicatie aangeboden bijdragen en artikelen. Publicatie van onderzoekresultaten in een wetenschappelijk tijdschrift betekent dus een stempel van goedkeuring. De instandhouding van het systeem van ‘peer reviews’ vergt financiële middelen, die door de uitgevers moeten worden opgebracht via de relatief hoge abonnementskosten.

Hieke Huistra (1982) was nog niet geboren, toen ik de systematiek van de wetenschappelijke uitgevers aan de orde stelde. Dat gebeurde in 1964, om precies te zijn op 7 juli bij mijn promotie aan de (toen nog) Katholieke Universiteit in Nijmegen. Aan de stellingen had ik, zoals gebruikelijk was, tot lering en vermaak enkele ‘beweringen’ buiten het domein van mijn proefschrift toegevoegd.  Stelling X over de voorkeur voor hypothetisch deductieve onderzoekmethoden was bedoeld voor een discussie met Dries van Melsen, de hoogleraar filosofie, die ik al in Utrecht als oud-Veritijn en mentor van natuurfilosofisch dispuut ‘De Pyramide’ had leren kennen en bewonderen. Toen Drie van Melsen van de rector het woord kreeg, vroeg hij mij niet stelling X maar stelling XI voor te lezen, en daarbij uitgevers te vervangen door schoenlappers. Even schrok ik, om te vervolgen met ‘Schoenlappers zijn zich niet altijd bewust van hun verantwoordelijkheid bij de reparatie van schoenen en laarzen’. Dries van Melsen kon nog net zeggen: Juist, open deur, voordat de pedel na het openen van de deur uitriep: Hora Est.

In een jaarverslag had de directie van Elsevier onomwonden verklaard, dat in een tijd van recessie aandeelhouders zich geen zorgen hoefden te maken. Wetenschappelijke uitgaven waren door de jaren heen een zekere en goede bron van inkomsten, ook wanneer de economie wat tegenzat. Ik vond toen al, dat de tijdschriften waar ik veel kennis aan ontleende – ik herinner me vooral Biophysica et Biochimica Aca – voor jonge onderzoekers onbetaalbaar waren. Bibliothecaire verzamelingen hadden geld genoeg, dacht ik, maar nieuwsgierige onderzoekers niet. De stelling was overigens even provocatief als naief. Dries van Melsen had met zijn ‘open deur’ grotendeels gelijk. Toen ik jaren later Pierre Vinken, eerst als directeur van Excerpta Media, later als topman van Elsevier tegenkwam was ik mijn stelling ook vergeten. Dat ik nu met enig plezier herinneringen ophaal aan 1964, is te danken aan Hieke Huikstra. ‘Het systeem is zo absurd dat niemand begrijpt dat het nog bestaat’, aldus de wetenschppelijke columniste, die ik grotendeels ondersteun in haar kritiek. Hoe open is ‘open access’? Die terechte vraag blijft ook open. 

 

Hoop doet leven

Beelden en woorden uit Groesbeek, Mook, Kekerdom en Nijmegen: een kleurrijke Paasgroet bij een ongedacht  Pasen 2020

Een groep bosanemonen in de blauwgraslanden van De Bruuk bij Groesbeek

Zou 2020 een bijzonder jaar worden, zo vroeg menigeen zich af, die tijdens Oudjaar 2019 aan de ritmische cijfercombinatie een magische betekenis toekende. Twintig-twintig: die twee ronde getallen zouden toch een nieuw begin kunnen inluiden, ook al was het nietige Covid19 al voor de jaarwisseling gesignaleerd. Welnu: de hele wereld weet wel beter, nu het coronavirus vrijwel iedereen belaagt. Sinds de uitbraak in het Chinese Wuhan heeft Covid19 wereldwijd verdriet en verderf gezaaid. Miljoenen mensen zijn besmet geraakt en vele duizenden mensen gestorven aan een ziekte, die slechts moeizaam bestreden kan worden. Pasen 2020 zou – zoals elk jaar – het feest van de wederopstanding moeten zijn. Maar Pasen 2020 is anders. Lockdown – al dan niet intelligent – is nu het trefwoord. De wederopstanding is onzeker, en wellicht veraf.

Jongeren op de trappen bij de haven en kerk van Mook

Pasen 2020: geen tochten over de grens bij Wyler naar een Witte Donderdag in Kevelaer, een Goede Vrijdag in de Sankt Petrus und Pauluskirche in Kranenburg of een Paaswake in de Sankt Nicolaikirche in Kalkar of de Sankt Viktorsdom in Xanten, de beroemde kerk met fraaie kloostergang, waar na de Paaswake de gasten onthaald worden op witte wijn. Geen traditionele paasvuren op de heen- en terugweg door het boeiende land van Niederrhein. Maar ook geen feestelijke Paasmis in de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk, waar de parochianen en andere bezoekers hun Molenstraatskerk niet kunnen bewonderen na de omvangrijke schilderklus. De wederopstanding van Pasen 2020 moet gevierd worden in eigen huis, tuin en buurt, waar afstand houden intussen even gewoon is geworden als ademhalen. Vrijwel alles went, ook al werkt onzekerheid beklemmend

Veerkracht: Rietpluimen in De Bruuk bij Groesbeek

Pasen 2020 is ook het signaal van de veerkracht van een samenleving in nood. Het is een vreemde paradox: lichamelijk afstand houden en toch geestelijk afstand verkleinen of overbruggen in ongekende saamhorigheid. Die onderlinge betrokkenheid wordt breed gedeeld, en gelukkig ook op talloze plaatsen op allerlei manieren in praktijk gebracht. De ongemakkelijke maatregelen en dringende adviezen van de overheid worden goeddeels zonder mokken aanvaard. De boodschappen van geestelijke en politieke leiders worden in veelal ter harte genomen, ondanks weerwoorden en opvattingen van dwarsliggers en doemdenkers. Dat de toekomst onzeker is, staat vast. Hoe lang die onzekerheid gaat duren weet niemand. Daarom moet hoop op een nieuwe toekomst levend blijven. Paus Franciscus vroeg tijdens de Paaswake in een lege Sint Pieter terecht aan gelovigen en ongelovigen zaadjes van hoop te planten met een kleine daad van zorg, liefde of gebed.

Eenzaamheid – Beeld (1973) van Oscar Goedhart langs de Maas bij Mook

Pater Eduard Kimman S.J., ordegenoot van Paus Franciscus, kon evenmin voorgaan in de Paasvieringen als al die andere priesters en voorgangers, die op last van bisschoppen en synodes hun kerken nu al vier weken gesloten houden. De pastoor van de Petrus Canisiuskerk zond daarom een palmtakje aan de parochianen en vrienden van de Molenstraatskerk, plus een ‘pastorale’ brief, die in meer zichten de moeite waard is: inhoud, vorm, inspirerend en nog meer. Ik ontleen aan die mooie Paasbrief: Wat de overheid ons zegt te doen, had een geestelijk leider ook kunnen zeggen: zit stil, blijf rustig, en wacht. Dat geldt voor de vastentijd, de woestijntijd, de tijd zonder drukte of franje. Het is ook het parool, dat Jesus op Pasen de apostelen meegeeft: wacht af, bidt er komt een Helper.

Kerk van Kekerdom – 8 april 2020

Eduard Kimman besluit zijn ‘Gedachte bij Pasen 2020’: En dan: op Paasmorgen, doe vroeg het raam open, of loop even naar buiten, waar het nog fris en stil is. Luister naar de vogels. Zij vertellen ons wat de klokken dit jaar niet doen. Hij is verrezen, in ons stille hart. Dat naar buiten lopen, kan verruimd worden naar plaatsen waar de rust voelbaar en de hoop tastbaar is. In de Paasweek was voor mij het natuurgebied De Bruuk, achter Groesbeek, ‘the place to be’. Maar ook de mooie oever langs de Maas bij Mook, waar mensen afstand hielden en toch elkaar ontmoetten, op de trappen bij de kerk en de haven, of – opvallend genoeg – bij het beeld ‘Eenzaamheid’ (1973) van Oscar Goedhart. Buiten: dat waren ook de uiterwaarden bij Kekerdom waar een ooievaar het nieuwe leven symboliseert, net zoals de bloeiende bosanemonen in De Bruuk. Dus toch een wederopstanding: een Paasgroet met geloof, hoop en ook liefde.

Bosanemonen in De Bruuk bij Groesbeek (Alle foto’s: Ad Lansink)

Zwerfpuin

Waar boomspiegels al niet goed voor zijn

Boomspiegel met zwerfpuin (Foto: Jean Op Heij)

Nu binnenblijven het terechte parool is, rest de tuin als een plaats waar het goed toeven en werken is, vooral nu de zon zich van zijn beste kant laat zien. Bomen, planten en gras krijgen meer aandacht, net zoals de directe omgeving: stoep, straat en niet te vergeten de bomenspiegels van de acacia’s, die al meer dan een halve eeuw de Willem Schiffstraat in Nijmegen-Oost sieren. En eigenlijk ook plagen, want de stevige wortels van de ‘woeste’ acacia’s drukken de stoeptegels op sommige plaatsen zo omhoog, dat een onverwachte struikelpartij niet valt uit te sluiten. De receptioniste van de Nijmeegse ‘Bel en Herstel-lijn’ meldde mij een half jaar geleden, dat de straat in het volgende onderhoudsplan zou worden meegenomen. Maar het jaar noemde ze niet.

Omhooggedrukte tegels (Foto: Ad Lansink)

Toen ik een paar dagen geleden in de dichtstbijzijnde boomspiegel ander zand ontdekte, geelwit van kleur en hier en daar wat grint, vroeg ik me af of de Bel en Herstel-mannen bezig waren geweest. Zouden zij het overtollige scherpe zand in de boomspiegel geveegd hebben, zonder dat wij thuisblijvers iets gemerkt hadden? De omhoog gedrukte stoeptegels leerden, dat van enig onderhoud geen sprake was geweest. Het vreemde puin moest dus ergens anders vandaan komen. Een kleine wandeling bracht aan het licht, dat meer boomspiegels waren gevuld met wat ik nu maar zwerfpuin noem: elders vrijgekomen materiaal, dat op dubieuze wijze een zwervend bestaan is opgedrongen.

Ook bij voetpad langs HAN is zwerfpuin gestort (Foto: Ad Lansink)

Een goede buur is beter dan een verre vriend, vooral wanneer je – zoals al onze naaste buren de afgelopen weken nog eens benadrukten – in een fijne straat woont. Zij doelden op de onderlinge betrokkenheid in de eerste lus van de straat, die niet voor niets de naam van een beroemde Nijmeegse zilversmid draagt. De meeste buren hebben overigens geen acacia voor de deur en evenmin een boomspiegel, de overburen wel. Laten zij nou bij toeval een mystery guest ontdekken, die uit zijn fraaie kruiwagen minder mooi zwerfpuin in de boomspiegels kiepert. Niet alle acacia’s krijgen deze twijfelachtige voeding toegediend. De kruiwagen-man kijkt kennelijk wel of er genoeg ruimte is voor wat een vreemde, zo niet illegale activiteit is.

Zwerfpuin rond acacia (Foto: Jean Op Heij)

Pleegde de mystery guest een heterdaadje? Werd hij betrapt op een strafbaar feit? Het antwoord is: ja en nee. Hij werd betrapt, maar een strafbaar feit: dat is misschien te zwaar uitgedrukt. Ik houd het op laakbaar gedrag. Een bekering, zelfs zonder boetedoening, is mogelijk. Het spreekwoord van de goede buur en verre vriend moet – voorlopig, dat wel – tweemaal omgekeerd worden. De mystery guest is een verre buur, maar waarschijnlijk geen goede vriend. Want het deponeren van eigen afval in de openbare ruimte is even verkeerd als het verdunnen van de vruchtbare grond met wellicht schadelijke bouwstoffen. Ik zie liever wat groen onkruid – dat trouwens af en toe door Dar-mannen wordt weggehaald – dan het scherpe zand, dat het zicht op de miniplantsoentjes ontneemt.

Het karwei is geklaard: De mystery guest op de terugweg (Foto: Jean Op Heij. Bewerking: Ad Lansink)

Het wachten is dus op een bekering van de anonieme mystery guest van de Willem Schiffstraat. Wat mij betreft mag hij onbekend blijven en in alle stilte het zwerfpuin verwijderen. Een tweede leven van bouw- en sloopafval is beter dan gebruik als een onvruchtbare bodembedekker. Wie de kruiwagen herkent, hoeft de naam ook niet bekend te maken. Het wachten is intussen ook op de mannen van de Bel en Herstellijn. Dat moet natuurlijk niet te lang duren. De gemeente Nijmegen wil toch niet op haar geweten hebben, dat iemand struikelt over de omhoog gedrukte stoeptegels. Een beroep op het instrument van de wettelijke aansprakelijkheid gaat vaak in de papieren lopen, letterlijk en figuurlijk.  Gewaarschuwde bestuurders tellen voor twee, ook in Nijmegen.

Eerbewijs Antonis Mavropoulos

Overhanding van Toren van Babel bij opening ISWA Headquarter in Rotterdam

Antonis Mavropoulos en Ad Lansink met De Toren van Babel: cassette waarin een boek en twee zeefdrukken van Harrie Gerritz. Plaats: CIC Rotterdam, 13 januari 2020

Antonis Mavropoulos, de enthousiaste, bedreven en gedreven ISWA-president, die mij in Kuala Lumpur tijdens het ISWA World Congress 2018 de eervolle ISWA Publication Award overhandigde, had vanwege zijn inspanningen nog zijn exemplaar te goed van De Toren van Babel, de bibliofiele editie waarmee ik instellingen en personen bedankte voor hun onmisbare ondersteuning bij de publicatie van Challenging Changes. Op goed geluk – ik wist niet zeker of Antonis Mavropoulos aanwezig zou zijn, omdat hij op 15 januari in Abu Dhabi zou spreken – reisde ik naar Rotterdam, met in mijn rugzak De Toren van Babel. Meteen na binnenkomst trof ik hem: de onvermoeibare en goedlachse ISWA-president, die mij zeer hartelijk begroette. Antonis Mavropou;os stak zijn blijdschap en zijn waardering voor het artistieke geschenk niet onder stoelen of banken. De fotograaf moest de zeefdrukken van Harrie Gerritz meteen vastleggen.

Eensgezind drietal bij de opening van ISWA Headquarter in Rotterdam: ISWA-President Antonis Mavropoulos, burgemeester Ahmed Aboutaleb en ISWA General Manager Marc Tijhuis

Intussen was Ahmed Aboutaleb, de betrokken burgemeester van Rotterdam, gearriveerd. Hij zou na de welkomstwoorden van Antonis Mavropoulos – die de bewuste keuze voor Rotterdam nog eens onderstreepte – en een inleiding van ISWA General Manager Marc Tijhuis een indrukwekkende openingstoespraak houden, voor de vuist weg, in voortreffelijk Engels, verwijzend naar persoonlijke ervaringen met als trefwoord waarde-creatie. Uiteraard toonde de Rotterdamse burgemeester zijn instemming en blijdschap met de langdurige vestiging van het ISWA Hoofdkantoor en uiteraard ook met het besluit om het ISWA World Congress 2020 in Rotterdam te houden. “De komst van ISWA naar Rotterdam onderstreept dat de stad een hotspot is voor innoverende en duurzame organisaties. Rotterdam heeft hoge ambities en we zijn erg blij dat ISWA samen met ons deze ambities gaat’ aldus Ahmed Aboutaleb, die na meer dan 20 jaar mijn stem zich herinnerde, en mijn naam even later ook.

Toespraak van burgemeester Ahmed Aboutaleb bij de opening van ISWA Headquarter

De opening van het ISWA-hoofdkantoor vond plaats in een informele ambiance: een fraaie ontmoetingsruimte op de vierde verdieping van het CIC Rotterdam. De staande ontvangst en korte toespraken versterkten de gelegenheid voor een weerzien van oude bekenden – Eric de Baedts, Herman Huisman, Ton Holtkamp, Maarten Goorhuis, Jasper de Jong, Han Noten, Frans Follings – en kennismaking met gasten, die ik niet eerder had ontmoet. zoals Otto de Bont van Renewi en Silver Snoek van Elma Media. De Ladder van Lansink blijkt steeds weer een punt van (h)erkenning, ook internationaal. Want tijdens het gesprek met ISWA Treasurer Weine Wiqvist uit Zweden kwam ook de naam van Par Larshans naar boven. Dat het ISWA Jaarcongres 2020 in het WTC – van 28 tot en met 30 september 2020 – ook aanleiding gaf tot netwerken, spreekt vanzelf. Want er moet nog veel gebeuren, en de tijd gaat snel.

Antonis Mavropoulos luistert naar de burgemeester: achter hem Maarten Goorhuis, Bernard Wientjes en Han Noten, voorzitter van de NVRD, medeorganisator van ISWA World Congress 2020

Over tijd gesproken: ik kan weer een andere, nieuwe deadline in de agenda schrijven. Antonis Mavropulos vroeg mij of ik een voorwoord wilde schrijven voor zijn boek over ‘Industry 4.0, Waste Hierarchy and Circular Economy’. Het zou niet een gebruikelijk voorwoord moeten zijn, maar een soort mini-essay over de betekenis van de vierde industriële revolutie voor de transitie naar circulaire economie, naar aanleiding van mijn stellingen in een recent ISWA-rapport over dit even boeiende als moeilijke onderwerp. Ik heb medewerking toegezegd, ook uit waardering voor Antonis, die – notabene binnen twee dagen na de opening van het ISWA Hoofdkantoor – al weer in Abu Dhabi is om kennis te delen over ‘artificial intelligence’ en andere aspecten van ‘Industry 4.0’.  

Gastheren uit Abi Dhabi een en al oor voor ISWA President Antonis Mavropoulos tijdens een ontvangst op 15 januari 2020

Meer begrip en betrokkenheid

Met Wijzen uit het Westen op weg in 2020

Drie Wijzen uit het Westen op pad in 2020. Voorop de Veldwachter, achter hem de biddende Pater en de Burgemeester, met sigaar. In hout gesneden figuren van Huggler Holzbildhauerei (ca 1975), Brienz, Schweiz. (Foto’s: Ad Lansink)

Is het de voorliefde voor ronde getallen, of de regelmaat van twintig-twintig? Tonen even cijfers beter dan oneven combinaties? Of is dubbel-twintig een jaartal, echt of vermeend einde van een decennium? Ik houdt het er op, dat ronde jaartallen de oneven combinaties overvleugelen. De daarmee gewekte verwachtingen zijn een reden om met enig optimisme uit te zien naar wat een nieuw decennium heet. Mijn ‘Wijzen uit het Westen’ volgen geen ster, maar hopelijk wel een begaanbare weg. Het zijn koningen noch autocraten, maar gewone stervelingen, ieder voor zich een kernwaarde verbeeldend. Zij zijn uit hout gesneden maar bezitten door hun komaf – Huggler Holzbildhauerei uit Brienz – enige eeuwigheidswaarde. Wellicht geldt dat ook voor wat de burgemeester, de pater en de veldwachter eenieder toewensen: oog voor gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap. Gedrieën delen zij de verantwoordelijkheid voor de samenleving, inclusief de natuurlijke omgeving.

‘Inclusive system thinking’

De burgemeester staat voor gerechtigheid: zorg voor veiligheid en handhaving

Ik kwam op deze, misschien wat gezochte metafoor, door de herinnering aan de discussie na mijn voordrachten in 2019 over circulaire economie bij Ragn-Sells in Zweden, eerst in Stockholm, een dag later in Sätra bij de jaarlijkse Framtidsdagen. Onder het gehoor was Kai Embren, een vooraanstaand journalist, die in Zweden en England zijn sporen heeft verdiend in het domein van energie- en milieuvraagstukken. Mijn betoog over de dilemma’s bij de transitie naar circulaire economie – denk aan de tegenstelling tussen overheid en markt, of aan de spanning tussen nationalisme en globalisering – bracht hem op de vraag of ik met mijn aanpak ‘inclusive system thinking’ beoogde. Anders gezegd: het rekening houden met alle facetten om op termijn resultaten te boeken. Hij zag in mijn schematische aanduiding van die dilemma’s terecht de bevestiging van een integrale, inclusieve aanpak, inclusief een mogelijke oplossing. Dat die oplossing ligt midden tussen de uitersten – gereguleerde marktwerking bij voorbeeld – zal niemand verbazen.

Wordt 2020 keerpunt?

De pater staat voor solidariteit: zorg voor zieken, zwakken en armen

Persoonlijk vierde ik in 2019 – dankzij Recycling Netwerk – 40 jaar Ladder van Lansink. Maar in meer algemene zin raakte mij vooral de onvrede in de samenleving en de polarisatie in het politieke domein. Ongebruikelijke stakingsacties van boeren, leraren en verpleegkundigen gingen gepaard met allerhande mogelijke en onmogelijke, soms zelfs kwalijke uitingen op sociale media. Ik las veel berichten met negatieve ondertoon in sommige media, die weinig nieuwswaarde toekennen aan positief gedrag of betekenisvolle activiteiten. Zou 2020 een keerpunt kunnen worden i, politiek, maatschappelijk en economisch opzicht? Zouden wegkijken en wegschuiven verbannen kunnen worden naar een gesloten woordenboek? Zouden korte lontjes ingeruild kunnen worden tegen stevige en duurzame draden van verbondenheid, ook wanneer voorlopig nog aan beide kanten getrokken blijft worden?

Uitdaging: betrokkenheid in plaats van polarisatie

De veldwachter staat voor gerechtigheid en rentmeesterschap, zorg voor de leefomgeving en wat dies meer zij

Zou 2020 het jaar kunnen worden, waarin het evenwicht tussen de dynamiek van de vooruitgang en het behoud van waarden en normen wordt teruggevonden? Het is geen eenvoudige vraag, waarop nog geen antwoord te geven is. Wat in een reeks van jaren op veel plaatsen verloren is gegaan – saamhorigheid, gemeenschapszin – kan niet zomaar worden teruggewonnen. Maar vast staat wel, dat inclusief denken en doen tot verantwoord handelen en zorgvuldig communiceren kan leiden. De verbinding van de sociale kernwaarden met actuele vraagstukken van vandaag en morgen maakt dat duidelijk. Vertaal solidariteit in zorg voor zwakkeren, en in een rechtvaardige inkomensverdeling. Vertaal gerechtigheid in het uitbannen van discriminatie en in een zorgvuldig immigratiebeleid. Vertaal rentmeesterschap in concrete duurzame ontwikkeling en serieuze bescherming van natuur en landschap. En deel de verantwoordelijkheid, dichtbij en veraf, ook over de landsgrenzen met allen, die zich gebonden weten in een democratische rechtstaat. Ruil onvrede en polarisatie in voor begrip en betrokkenheid: mijn wens en uitdaging voor 2020. 

Drie gezagsdragers als ‘Wijzen uit het Westen’ op weg in 2020, met optimisme de toekomst tegemoet

Rob Terwindt (1940-2019)

Persoonlijke herinneringen aan groots en geliefd kunstenaar

Robert Terwindt – September 2016
(Foto: Archief Familie Terwindt)

‘Alles wat jij ziet, zijn vissen. Zo moet je het zien’, aldus Rob Terwindt tien jaar geleden tegen Els Dinnissen tijdens de opnames voor een film over Rob’s oevre. De cineaste en de kunstenaar staan in het atelier, waar Rob werkt aan het laatste doek in zijn serie Riddergevechten. Van Vis tot Veldslag: zo zou de film gaan heten. Alliteratie werkt, ook in de beeldende kunst. ‘Alles wat je ziet zijn vissen? De ridders ook’ vraagt Els voorzichtig. Ja, antwoordt Rob. ‘Maar wanneer je wilt, kan ik ook een vis op de helmen schilderen’. Het is Rob ten voeten uit; creatief, inventief, onderkoeld, provocerend,  humoristisch, verbeeldend, kleurrijk en ga zo maar door. Het toeval wil, dat het eerste schilderij, wat ik van Rob kocht een vis verbeeldt, in geuren en kleuren.

City Bar

Robert Terwindt, Vistafereel, Olie op linnen (1974) 40 x 30 cm

Ik leerde Rob kennen in de City Bar, destijds het zogenaamde Bijkantoor van de Gelderlander, maar in de jaren zeventig vooral de dagelijkse stamkroeg van de Nijmeegse kunstscene. Rob Terwindt was daar het onbetwiste middelpunt, temidden van kunstbroeders en – zusters als Theo Elfrink, Harry van Kuyk, Ed van Teeseling, Oscar Goedhart, Klaus van der Locht, Nel Linssen, John Slippens, Gertjan van Oostende en Kees Raymakers. En wanneer Rob er niet was, dan was hij er toch via het grote schilderij aan het plafond. Daar hield een forse keizer de stamgasten van eigenaar Jo Samson – waaronder ook enkele buurtgenoten en koppelbazen – in de gaten.

Rob schilderde naar eigen zeggen geen mensen, maar figuren met al hun emoties. Of dat ook geldt voor het befaamde Kroegtafereel, dat hij in 1976 en 1977 schilderde op verzoek van uitbater Jo Samson, betwijfel ik. De meeste stamgasten lijken zo uit het leven gegrepen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dat zij daar staan, in alle ernst bijeengezet voor, op en achter de toog van Jo Samson en Annemiek van Woerden. Ik herinner me als de dag van gisteren de uren, waarop Rob mij als laatste personage toevoegde aan het doek. Rechts onder in de hoek, onder Jan van Teeffelen was nog plaats voor de enige politicus op het schilderij. Terwijl ik in Robs atelier aan het Pijkegas poseerde, draaide hij muziek van Boy Raymakers. Toen ik in de spiegel mijn hoofd niet meer meebewoog wist ik dat ik ‘erop’ stond.

Robert Terwindt: De ontvoering van Europa: Na op Rob’s atelier achter Mater Dei aan de Berg en Dalseweg een reeks doeken bekeken te hebben, besloot ik dit schilderij aan te kopen voor mijn echtgenote Ans, die een dag later haar verjaardag zou vieren. Vroeg in de ochtend kwam Rob het schilderij brengen en ophangen. Het doek hangt nog altijd op dezelfde plaats.

In de City Bar – het onvergetelijke domein van uitbater Jo Samson – hebben we heel wat zaken besproken, ook buiten het domein van de kunst. Mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer verruimde trouwens de gespreksstof van meer stamgasten. Rob Terwindt wist veel en vertelde graag zijn mooie verhalen aan iedereen met een gewillig oor. Wat mij wel verraste – ondanks de al genoemde vissen –  was zijn voorzitterschap van het Scholleke, de kleinste visclub van Nederland met slechts vijf leden. Als enig erelid mocht ik twee keer mee naar Ouddorp, waar de artistieke en andere vissers meestal wel wat schollen wisten te vangen. Lukte het niet, dan was er wel de veiling. Want zonder schol in de City Bar terug komen, dat kon natuurlijk niet.

Rob Terwindt poseert voor Ger Loeffen, die in 2006 een serie atelierfoto’s maakte voor ‘Beeldspraak – Gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen door Ad Lansink

De afstand tussen kunst en politiek was voor Rob Terwindt geen belemmering om mij in 1991 te vragen zijn expositie bij Interart in Heeswijk-Dinther te openen. De galerie van Astrid en Dick Rakhorst was toen nog gevestigd in het oude gemeentehuis. Een groot aantal gasten luisterde met enige verbazing naar mijn verhaal over de doeken van Rob Terwindt en de sculpturen van Piet Slegers. Dat een politicus zinnige dingen over kunst kon zeggen, hadden zij niet verwacht, Piet Slegers evenmin, maar die wist niet dat Rob mij een boek over de Brabantse beeldhouwer had gegeven. Toen ik in 2014 de inmiddels 25-jarige Beeldentuin van Interart bezocht voor de expositie van Alexander Bobkin, herinnerde de eigenaren van Interart zich Rob’s expositie in 1991, dank zij de kleurrijke expressie van zijn veelal grote doeken en zijn grote persoonlijkheid.

Exposities

Reunie 2007 bij Rob Terwindt’s Kroegtafereel, in 1977 geschilderd voor Jo Samson’sCii ty Bar in de Houtstraat. Om de vijf jaar troffen de stamgasten elkaar bij het schilderij. Rob staat – anders dan op het doek – nu op de voorgrond, met het gezicht naar de fotograaf.

De wederzijdse verbondenheid tussen Rob en mij bleef door de jaren heen bestaan. Na de sluiting van de City Bar troffen we elkaar soms nog bij ‘Goos’ op de Grote Markt of bij kunstmanifestaties. Ik noem in het bijzonder de toekenning van de Karel de Grote-prijs van de Stad Nijmegen, in het Valkhofmuseum in 1999. Rob vertelde openhartig over de keelziekte, die zijn leven veranderde. Maar hij bleef schilderen. Zo kon het gebeuren, dat Rob mij nog twee keer vroeg een expositie te openen met een toepasselijke voordracht. Op die invitaties ging ik vanzelfsprekend in, ook omdat ik zijn doeken bleef bewonderen. In 1997 verraste hij in Galerie Magenta zijn fans met een  reeks schilderijen als venster op de wereld. En jaren later – in 2015 – was de galerie van Wim de Natris de plaats waar ik mocht terugblikken op Rob’s rijke kunstenaarsleven.

Steeds iets nieuws maken

Robert Terwindt, Strand I (2015) Olieverf op doek, 120 x 100 cm: Expositie bij Galerie Wim de Natris

Rob Terwindt was befaamd en geliefd om zijn grote, zelfs grootse doeken, die elk voor zich zijn bijzondere handschrift tonen. De toeschouwers wisten en weten zich verplaatst naar een meervoudige en kleurrijke wereld, waar heel wat te gebeuren staat: ergens aan een onmetelijk strand, op een onverwachte vismarkt, in een met ingrediënten gevulde keuken of bij een vrolijk carnavalsfeest. Wie bijzondere en expressieve vrouwen zoekt, geschilderd in opvallende kleuren, kan ook in Rob’s omvangrijke beeldenschat terecht. ‘Een echt thema is fijn. Maar ik moet toch steeds iets nieuws maken’, vertrouwde Rob mij ooit toe. Dat nieuwe lukte hem steeds weer. Waarschijnlijk is minder bekend, dat Rob Terwindt ook grafisch werk maakte, met een ontegenzeggelijke uitstraling. Kijk maar naar zijn verbeelding van ‘Jacob met de Engel’, een zeefdruk met beperkte oplage, onderdeel van een grafiekmap voor weldoeners van het Taborhuis in Groesbeek.

Vormentaal die de kijker prikkelt

Rob Terwindt, Jacob met de Engel (2000), zeefdruk, 40 x 30 cm, nr 7/65

In 1998 bij gelegenheid van mijn afscheid uit de Tweede Kamer mocht ik in het Internationale Perscentrum Nieuwspoort een expositie inrichten van Nijmeegse kunstenaars. Een uitzonderlijke geste, want voor mij was geen Kamerlid de eer te beurt gevallen van een amateur-conservator-schap. Rob Terwindt, Harrie Gerritz en Oscar Goedhart –  kunstenaars die mij vanaf de zeventiger jaren geboeid hadden – zeiden spontaan ja op mijn vraag naar medewerking. Nieuwspoort voorzitter Max de Bok – destijds soms ook stamgast van de City Bar – zei toen bij de opening van de geslaagde expositie over Rob’s schilderijen onder meer: ‘Vormentaal, die de eigen interpretatie van de kijker prikkelt. Zijn het de weglopende vormen, de dramatiek, de hartstocht, het figuratieve, dat bijna non-figuratief is. Of is het precies andersom? Is dat het, wat zo boeit? Wat het ook is, ik voel me door een doek van Rob Terwindt altijd gegrepen.

Tijdens de presentatie van ‘Beeldspraak’ (zie eerste en laatste afbeelding) bij Dekker & vandeVegt signeert Angeline Lips het exemplaar van Hans Jacobs. Annemiek van Woerden kijkt toe. Rob Terwindt (met rode sjaal) denkt na (Foto: Ger Loeffen)

Vooortleven

Gegrepen, dat heeft Rob Terwindt mij ook, vanaf de eerste ontmoeting in de City Bar tot bij het definitieve afscheid, kort voor zijn uitvaart op vrijdag 20 december 2019 in de Sint Stevenskerk in Nijmegen. Gegrepen door zijn werk, ontroerd door zijn dode lichaam: de kunstenaar, die talloze mensen aan zich heeft weten te binden door zijn doeken met de onmiskenbare handtekening, letterlijk en figuurlijk. Jeugdvriend Fons Asselbergs en dichter Victor Vroonkoning verwoordden op eigen wijze wat Rob Terwindt voor hen en voor de samenleving had betekend, nadat Robin al op gloedvolle wijze zijn vader had herdacht. Zijn echtgenote Mies, kinderen en kleinkinderen maar ook zijn vele fans putten ongetwijfeld troost uit de wetenschap dat Rob voorleeft in zijn werk, naar vorm en inhoud. Naar menselijke maat heeft Rob Terwindt nu rust gevonden, in vrede die hem toekomt.

EU Green Deal en COP25

‘Act Now’: met Ursula von der Leyen en Frans Timmermans naar klimaatneutraal Europa

Het lijkt afgesproken werk: de samenloop van de slotweek van COP25 en de duo-presentatie van de EU Green Deal door de voorzitter en eerste voorzitter van de Europese Commissie. De twee toppolitici zijn formeel pas tien dagen op weg. Toch zijn  door de bewuste koppeling aan COP25 ook buiten Europa de ogen gericht op wat (te) voorbarig een pact wordt genoemd: de hardop uitgesproken ambitie om in 2050 heel Europa klimaatneutraal te maken. Een netto uitstoot van nul CO2: dat is een pittige opgave, zelfs voor een (nog niet) eensgezind, laat staan verdeeld Europa. De praktijk leert, dat het plaatsen van een stip op de horizon minder moeite kost dan het bedenken en vooral treffen van maatregelen, die op korte termijn effect sorteren.

Ursula von der Leyen: The European Green Deal is our new growth strategy – for a growth that gives back more than it takes away. It shows how to transform our way of living and working, of producing and consuming so that we live healthier and make our businesses innovative. We can all be involved in the transition and we can all benefit from the opportunities. We will help our economy to be a global leader by moving first and moving fast. We are determined to succeed for the sake of this planet and life on it – for Europe’s natural heritage, for biodiversity, for our forests and our seas. By showing the rest of the world how to be sustainable and competitive, we can convince other countries to move with us

De Europese Commissie vanaf 1 december 2019: op de voorgrond president Ursula von der Leyen en links naast haar 1e vicepresident Frans Timmermans (Foto: EC-Brussel)

COP25 in Madrid is overigens de 25ste ‘Conference of the Parties’ in het kader van het VN Klimaatverdrag: de 15e ‘followup’ van het Kyoto-protocol en de 2e conferentie voor de uitvoering van het befaamde Parijs Akkoord (2015). Hoewel Kyoto (1997) al meer dan twee decennia geleden is, bewaar ik goede herinneringen aan die VN-Conferentie waar eigenlijk voor de eerste keer een serieus protocol werd overeengekomen. Uit onze gesprekken met Amerikaanse senatoren werd toen al duidelijk – ver voor Trump dus – dat vraagtekens pasten bij de medewerking van de Verenigde Staten. Maar de ‘sense of urgency’ was voelbaar, zeker onder de Europese deelnemers. Intussen heeft de tijd(geest) niet stilgestaan. De neoliberale wind, die in grote delen van Europa is gaan waaien, heeft de kernpunten van rentmeesterschap en gedeelde verantwoordelijkheid geen goed gedaan. Integendeel. Actuele reacties op social media leren nu al, dat de klimaatontkenners op de extreem-rechtse zijde van het politieke spectrum in de EU Green Deal een nieuwe stok hebben gevonden om de duurzame ontwikkeling verbaal neer te slaan. De aanvallen op Frans Timmermans zullen averechts werken, ook al blijft waakzaamheid geboden.

Frans Timmermans: We are in a climate and environmental emergency. The European Green Deal is an opportunity to improve the health and well-being of our people by transforming our economic model. Our plan sets out how to cut emissions, restore the health of our natural environment, protect our wildlife, create new economic opportunities, and improve the quality of life of our citizens. We all have an important part to play and every industry and country will be part of this transformation. Moreover, our responsibility is to make sure that this transition is a just transition, and that nobody is left behind as we deliver the European Green Deal.

Quotes van Frans Timmermans en Ursula von der Leyen, ontleend aan EC-documentatie

Op de dag, waarop COP25 begonnen was, had Pär Larshans – Sustainability Director van de Ragn Sells Group uit Zweden – op doorreis naar Madrid mij gevraagd om in den Haag even bij te praten over gezamenlijke activiteiten op het terrein van de circulaire economie, en over de politieke betekenis van COP25. Bij een kort interview noemde ik drie harde actiepunten: het waarborgen van voldoende ‘public support’,. ook in sociale zin (social justice); en het nemen van concrete, voel- en zichtbare maatregelen op korte termijn. EU Vice President Frans Timmermans heeft – zo bleek uit zijn presentatie – oog voor de sociale aspecten van de EU Green Deal. Praten over 2050 – zo meen ik – is mooi maar blijft zonder betekenis, wanneer echte maatregelen uitblijven. Mijn derde punt: geen maatregelen uitsluiten, waarbij ik doel op niet-populaire actiepunten als kernenergie en CCS. Kernenergie is onmisbaar vanwege toenemend beroep op elektriciteit; en natuurlijke of artificiële opslag van CO2 is nodig omdat niet alle CO2-emissies vermeden kunnen worden.

Anders dan bij de totstandkoming van het Paris Agreement (2015) besteden de Madrid-gangers nu wel aandacht aan de transitie naar circulaire economie. Uit de korte verslagen en bondige interviews, die Pär Larshans vrijwel dagelijks naar zijn volgers stuurt, blijkt dat niet alleen ‘Act Now’ veel weerklank vindt maar ook de grote betekenis van de kernaspecten van afval (of resource-) hiërarchie: preventie, hergebruik en recycling. Ik wijs met name op de bijdrage van Hans Bruyninckx, general Director European Environmental Agency op 11 Dec 2019 in het Noorse Paviljoen (zie verslag Pär Larshans). Wanneer in Europa of beter nog wereldwijd de overgang van de lineaire naar de circulaire economie vorm en inhoud krijgt, zullen veel sectoren een aanmerkelijke bijdrage leveren aan de terugdringing van CO2-emissies, en dus aan het klimaatbeleid. Dat daarbij een goede balans moet worden gevonden tussen markt en overheid, spreekt vanzelf. Aan een bureaucratische planeconomie bestaat evenmin behoefte als aan een ongebreidelde groei. De uitdaging ligt -zoals zo vaak – in het midden: de verbinding tussen welvaart en welzijn, tussen ‘social justice’ en ‘responsible economics’, het behoud en de versterking van ‘natural and social capital’.

Framtidstagen 2019 in Sweden Par Larshans and Ad Lansink talking about circular economy

Gelukkig klinken de eerste politieke reacties positief, in Europa – althans het Europees Parlement – maar eigenlijk ook in Nederland. Het Klimaatakkoord en de Klimaatwet hebben kennelijk de weg al enigszins geeffend, ook al laten concrete acties – ook door het gedoogbeleid – nog steeds op zich wachten. Ongetwijfeld zullen de ‘usual suspects’ – volbloed klimaatsceptici en hardleerse populisten – twijfels gaan zaaien, temeer waar het Europese voortouw volgens brexit- en nexit-lieden in de verkeerde handen ligt. In het midden van het politieke spectrum is ook enig tandengeknars hoorbaar, vooral omdat de verkeer- en vervoersectoren niet langer buiten schot kunnen blijven. Maar grosso modo lijkt een politiek draagvlak verzekerd, wanneer bij de maatregelen rekening wordt gehouden met de draagkracht van de bevolking en de concurrentiepositie van het bedrijfsleven. Van politici mag en moet lef en daadkracht worden gevraagd: Act Now dus.

40 jaar ladder van Lansink

De Ladder van Lansink volgens kunstenaar Suus Baltussen: bronzen draagspeld i.o.v. de Gelderse Natuur en Milieu Federatie voor erevoorzitter Ad Lansink (2012

Van intuïtief en visionair concept tot wereldwijde standaard voor afvalbeheer en circulaire economie

Had ik in 1979 de tijd van 2019 voor ogen, toen ik als relatief jong CDA-Tweede Kamerlid tijdens  het debat over de milieubegroting de inmiddels alom bekende Ladder van Lansink voorstelde? Eerlijk gezegd: nee. Wat ik wel voelde – toegegeven: meer intuitief dan wetenschappelijk – was de noodzaak van een ordening van het afvalbeheer. Wat ik ook wist, was het belang van het voorkomen van afval. In de voorkeursvolgorde voor het afvalbeheer moest afvalpreventie de hoogste prioriteit krijgen.  Bronscheiding, en wanneer dat onmogelijk was nascheiding, stonden ook hoog op de in 1979 nog fictieve ladder. Dat hergebruik van producten en materialen een belangrijke bijdrage moesten geven was in 1979 immers even duidelijk als het besef, dat de terugwinning van energie als een nuttige, zijn het minder te waarderen activiteit zou zijn. Storten van afval moest hoe dan ook vermeden worden, tenzij de geïmmobiliseerde resten ergens een functionele toepassing zouden vinden.

Ad Lansink toont een omslag van Afvalforum uit 1998 toen de Ladder van Lansink door een deel van het bedrijfsleven ‘onder vuur’ werd genomen

Intussen is de Ladder van Lansink – ook wel afvalhierarchie (Eng: waste hierarchy) genoemd – niet meer weg te denken uit de internationale afvalwetgeving. Ook afval- en recycling-bedrijven hebben de ladder opgenomen in hun business-modellen. De voorkeursvolgorde is een karakteristiek onderdeel van de Europese Waste Directives van 2008 en 2018. Ook buiten Europa is de ‘Waste Hierarchy’ het leidend beginsel voor het zorgvuldig ketenbeheer van producten en materialen, en tegelijk een ‘routemap’ voor de transitie naar circulaire economie. Tot mijn verrassing verwierf ik met ‘Challenging Changes’, het boek waarin ik de afvalhierarchie verbindt met circulaire economie, de ISWA Publication Award 2018, een eervolle onderscheiding, die ik graag deel met alle mensen en instituties die mij op mijn reis door afvalland gestimuleerd en begeleid hebben.

ISWA President Antonis Mavropoulos overhandigt Ad Lansink in Kuala Lumpur de ISWA Publication Award 2018 (Foto: ISWA)

Dat die reis nog niet ten einde is blijkt uit de achterblijvende ontwikkelingen in sommige continenten en landen, en uit de actuele cijfers in eigen omgeving, ook in Europa. De vervuiling van de oceanen is evenzeer een signaal als het zwerfafval in Nederland. Voedselverspilling blijft een groot probleem, net zo als het gemak waarmee veel mensen zich van plastics ontdoen. Bovendien blijft consumentisme de boventoon voeren, ook veertig jaar nadat ik die trend al als een van de drijfveren van de voorkeursvolgorde benoemde. Het is daarom lovenswaardig dat Recycling Netwerk de viering van 40 Jaar Ladder van Lansink aanrijpt om de eerste stap van de voorkeursvolgorde – preventie – opnieuw onder de aandacht te brengen.

Vijf-voudige bronscheiding in Noorwegen (Foto: Ad Lansink)

Wellicht had NRC-colomniste Louise Fresco in haar recente bijdrage ‘Afval bestaat niet in natuurlijk eco-systeem’ de Ladder van Lansink voor ogen toen zij opschreef: Al sinds de jaren 70 streven we ernaar kringlopen beter te sluiten, dus minder te verspillen’. De geringe vorderingen op de weg naar circulaire economie illustreren, aldus Louise Fresco,‘ de discrepantie tussen waardering voor landschap en natuur en begrip van kringlopen’. De gekende columniste vindt, dat het verhaal van natuur en mensheid anders verteld moet worden. Die begrijpelijke oproep sluit aan bij de actuele trend van het ‘narratief’  Maar het gaat natuurlijk om meer: inderdaad efficiënte technische en sociale oplossingen voor preventie, hergebruik en recycling, inclusief het besef van bronscheiding waar mogelijk. Met recycling van papier en plastic wordt ook het klimaatbeleid gediend. Te vaak wordt vergeten, dat een stevige toepassing van de Ladder van Lansink de circulaire economie bevordert, en tegelijk de emissie van CO2 aanmerkelijk vermindert.

Ad Lansink aan het woord bij het Go Clean Litterati Data Festival in Zevenaar (2019)

De reis van bewustmaking en kennisdeling gaat intussen verder, ook in sectoren, die niet behoren tot het klassieke domein van het afvalbeheer. Bij de Ragn Sells Gropup in Zweden trof mij de grote aandacht voor de herwinning van fosfaten en nitraten, elders de belangstelling voor chemische recycling als partiële oplossing voor het vraagstuk van het plastic afval. CO2, onttrokken aan afvalverbrandingsgassen krijgt – zo laat AVR zien – een nieuw leven in tuinbouwkassen. En SNB – NV Slibverwerking Noord Brabant – toont aan, dat de afvalwater- en slibketen ook op circulair-economische basis kan worden ingericht. Op weg naar de halve eeuw Ladder van Lansink blijven preventie en hergebruik circulaire trefwoorden, in Nederland, Europa en elders. Vandaar het plan om Challenging Changes en de vorm van een e-book nog grotere verspreiding te geven.

High tea in Winssen

Sophie van Kempen viert in Gasterij De Arend haar 7e lustrum

Gasterij De Arend in Winssen

‘Laten we samen mijn 35e verjaardag vieren met een high tea in Gasterij de Arend’, aldus de eervolle uitnodiging van Sophie van Kempen, die haar familieleden en vrienden verraste met wat een bijzondere bijeenkomst zou worden. Bijzonder vanwege het feestelijke karakter, het even gemêleerde als enthousiaste gezelschap, de schitterende locatie, de weloverwogen tafelschikking (die later zou worden losgelaten), en het mooie weer, ook al brachten we de meeste uren door in de gelagkamer. De Arend was voor mij een onbeschreven blad, wellicht omdat ik op tochten naar Druten en verder Winssen meestal rechts liet liggen.Ik herinner me slechts de dorpskern, toen ik ooit een expositie van Piet Heinen in De Paulus mocht openen; en later, toen ik het graf van het Boertje van Winssen zocht voor het Biografisch Woordenboek Gelderland. Dat de Tempelhof van Huub en Adelheid Kortekaas niet ver van De Arend ligt, was mij ontgaan.

Echte Maas-en-Waalers kennen Gasterij de Arend natuurlijk wel, al was het alleen al vanwege de boeiende geschiedenis van het familiebedrijf. Nijmegenaren, neergestreken in Weurt, Beuningen of Ewijk weten het in meer kringen befaamde etablissement natuurlijk ook te vinden, veelal voor bruiloften en andere veelel plezierige bijeenkomsten. Geen wonder dus, dat Sophie – na een kort vergelijkend onderzoek in Nijmegen en omgeving – al snel haar oog liet vallen op Gasterij de  Arend, in vroeger tijden dorpscafe en tussenstop voor de paardetram, nu pleisterplaats voor mensen die wat te vieren hebben. Ik neem aan dat Klaas meegeholpen heeft bij de zoektocht, te oordelen naar de vanzelfsprekendheid, waarmee hij zich temidden van Sophie’s familie en vrienden bewoog.

Sophie’s zeer geslaagde High Tea op 24 augustus 2019 begon buiten op het kleine terras, waar de al aanwezige gasten laatkomers in de verte konden zien aankomen. Na de hartelijke begroeting en dito kennismaking – soms ook een weerzien – volgde onmiddellijk de eerste alcoholische versnapering: geen thee dus, maar een mooie, droge prosecco: een passende starter voor wie rustig wil beginnen. Binnen wachtte intussen de fraai gedekte tafel, met een naamplaatje voor elke gast. Sophie had niets aan het toeval overgelaten. Zelf kwam ik aan het (ene) hoofd van de tafel terecht, tussen Ans en Inge Hondebrink, met een mooi zicht op de disgenoten en de gerechten.

De eerste toespraak: Maria, Sophie’s moeder. verrast haar dochter met twee doosjes, gevuld met kusjes en gelukwensen

Kort na Sophie’s welkomstwoorden en de ‘verorbering’ van de eerste gerechten nam Maria, Sophie’s moeder het woord om haar in het blauw geklede dochter twee doosjes te schenken: een persoonlijke kusjesdoos – kennelijk een familietraditie – en een geluksdoos met lege kaartjes, waarop alle gasten hun gelukwensen voor Sophie mochten schrijven. Dat deden zij met plezier. De inhoud bleef verborgen in het doosje. Benieuwde disgenoten moeten zich tot Sophie wenden, wanneer zij hun nieuwsgierigheid niet kunnen onderdrukken. Zelf schreef ik in een moeilijk handschrift, dat de tijd wel erg snel gaat, niet alleen vanwege het leeftijdsverschil van vijftig jaar maar ook omdat het al weer bijna acht jaar geleden is, dat ik de talentvolle boekontwerpster ‘toevallig’ ontmoette.

De Tweede toespraak: Ad Lansink vertelt de disgenoten waar (bij Lucy Besson) en hoe (praten over boekontwerpen) heeft leren kennen en waarderen

Maar toeval bestaat niet, althans volgens mensen die dat menen te weten. Sophie had trouwens Alexander Bobkin en zijn echtgenote Lucy Besson ook uitgenodigd. Dat was een mooie aanleiding om voor de High-Tea-genoten de vaak gestelde vraag te beantwoorden, hoe en waar ik Sophie heb leren kennen. Welnu: dat was op het atelier van Lucy Besson, die mij had gevraagd ook eens naar haar werk te komen kijken. Waarom kom je wel bij Alexander, en niet bij mij? Toen ik bij haar binnenliep, zat Sophie daar. Lucy stelde haar aan mij voor en liet het boek zien, dat Sophie voor haar gemaakt had. Zij ontwerpt mooie boeken, zei ze, zich waarschijnlijk Beeldspraak herinnerend. Toevallig (of niet) zocht ik een boekontwerper, omdat Kees Hakvoort, die ik Beeldspraak en De Kracht van de Kringloop had ontworpen, aan een ernstige ziekte was overleden.

De in 2011 beoogde vertaling van De Kracht van de Kringloop ging niet door, maar gelukkig diende zich een ander project aan. De realisering van de Zonneboom van Andreas Hetfeld in 2012 moest ook in een boek worden vastgelegd. Dat boek – fraai vormgegeven door Sophie – werd in 2015 gevolgd door Het Verleden Voorbij, De Toekomst Tegemoet over de geschiedenis van Huize Rosa. Dat opvallende boek kreeg een goede ontvangst, ook door de opzienbarende vormgeving en de fraaie foto’s van Inge Hondebrink. Vanzelfsprekend vertrouwde ik in 2016 de vormgeving van Challenging Changes, mijn nieuwe boek over de betekenis van de Ladder van Lansink voor circulaire economie weer toe aan Sophie. Dat leverde opnieuw een mooi resultaat op: het boek zelf, en de toekenning van de ISWA Publication Award 2018 in Kuala Lumpur. De kroon op het werk is het ontwerp en realisering van De Toren van Babel: een bibliofiele uitgave , die op 5 juni 2019 het licht zag: een mooie samenwerking van Harrie Gerritz, Sophie en mij.

Auteur en vormgever hadden tussen de bedrijven door in 2017 met persoonlijke tegenslagen te maken. Zelf moest ik een open hart-operatie ondergaan, en Sophie moest andere teleurstellingen overwinnen. Dat lukte wonderwel: een meervoudige, soms gedeelde zij het andersoortige revalidatie, inclusief de viering van een bijzondere verjaardag op 24 augustus 2017. Nu, twee jaar later, wappert de virtuele verjaardagsvlag fier in de wind. De goede wensen in het geluksdoosje – door alle gasten opgeschreven in Gasterij de Arend – vergezellen Sophie op de weg naar volgende mijlpalen. Het was een voorrecht om in Winssen op historische bodem samen met familie – Maria, Damiën en Lotte – en de andere gasten in vriendschap Sophie’s 35e verjaardag eensgezind te vieren.

De beelden op de ‘tegels’ spreken voor zich. Blije gezichten van Sophie, Maria, Damiën, Klaas, Inge, Lucy en de andere vrienden die zich het feestelijke 7e lustrum van Sophie zullen blijven herinneren