Hakke-Wieke-Zole en Houten Blokken

 (Onbekende fotograaf - Gelders Archief 17136

Waar staat de man met hoed? (Onbekende fotograaf – Gelsers Archief 17136)

De presentatie van ‘Arnhem 1950-1960 – Beelden van een stad tussen ooit en nu’ staat voor de deur. Op zondag 17 april 2016 om 15.00 uur overhandigen samensteller Gerrit Middelbeek en tekstschrijver Ad Lansink in Boekhandel Het Colofon  burgemeester Herman Kaiser het eerste exemplaar. Wie wat bewaart, heeft wat, zo heet het vaak. Dat geldt ook voor het Gelders Archief, waaruit de foto’s van Wim Steffen, Dick Renes, Wilhelmus Jaquet en enkele anonieme fotografen afkomstig zijn. De fraaie, soms zelfs mysterieuze zwart-wit-beelden spreken voor zich, hoewel een topografische aanduiding de kijker enig houvast biedt bij het koppelen van tijd en plaats aan de omstandigheden van vroeger, vandaag en morgen. In de afgelopen zestig jaar heeft ook Arnhem veranderingen ondergaan, zo leren de foto’s uit de jaren van wederopbouw. Maar de beelden tonen ook de verbinding tussen verleden, heden en toekomst.

Fotograaf: Dick Renes - Gelders Archief 17912

Wat doen deze werklieden, en waar? (Fotograaf: Dick Renes – Gelders Archief 17912)

Gerrit Middelbeek vroeg mij in het najaar van 2015 naast een voorwoord een reeks minicolumns te schrijven om de foto’s van een persoonlijk commentaar te voorzien. Dat leek een pittige opgave voor een oud-Arnhemmer, die al meer dan vijf decennia in Nijmegen woont, en intussen vaker de wedstrijden van NEC heeft bezocht dan zijn vader die van Vitesse. Maar bij het bekijken van de indrukwekkende reeks zwart-wit-beelden kwamen de herinneringen aan de schooljaren – de Frater Andreasschool, daarna het Katholiek Gelders Lyceum – weer helemaal terug. Ook de talrijke fietstochten in en om Arnhem boden meer dan genoeg aanknopingspunten voor reflecties op wat in de vijftiger jaren in de stad aan de Rijn te beleven was. De titels van sommige columns – Rijnkade, Willemsplein – maken de lezer meteen wegwijs. Andere titels laten veel, zo niet alles te raden over. Wat te denken van ‘Hakke-Wieke-Zole’, ‘Houten Blokken’ of ‘Een keer wassen is genoeg’?

Fotograaf: Dick Renes - Gelders Archief 7909

Wat richten deze bouwvakkers op? (Fotograaf: Dick Renes – Gelders Archief 7909)

Wie zonder de tekst gelezen te hebben – dus nog voor de boekpresentatie op 17 april 2016 – mij weet te melden, waar deze titels op slaan, verdient een eervolle vermelding. Datzelfde geldt voor de drie foto’s bij dit bericht. Deze, toevallig sterk uiteenlopende foto’s zijn ook opgenomen in ‘Arnhem 1950-1960’ – Beelden van een stad tussen ooit en nu’. Het zijn typerende foto’s, die mij te denken gaven voordat ik kennis had kunnen nemen van de topografische informatie van het Gelders Archief. Actuele aanknopingspunten zijn er wel, maar onvoldoende, omdat de tijd niet stilstaat, en elk mensenleven eindig is. Toch ben ik benieuwd naar de herkenbaarheid van beelden, die uit de naoorlogse geschiedenis van Arnhem niet zijn weg te denken. Wie voor – maar uiteraard ook na – de boekpresentatie wat te melden heeft over de tijd tussen vroeger en later, tussen ooit en nu, weet mij waarschijnlijk wel te vinden.

Rondje Cannenburch

Op weg naar Kasteel Cannenburch in Vaassen (Foto: Ad Lansink)

Op weg naar Kasteel Cannenburch in Vaassen (Foto: Ad Lansink)

Wandelen met Pasen: een oude gewoonte kwam tot leven. De winderige maar zonnige Eerste Paasdag bleek een mooie gelegenheid om met het familiedeel, dat op de Veluwe is gehuisvest, naar en om het befaamde optrekje van een nog befaamder Gelderse veldheer te wandelen: Kasteel Cannenburch, een statig slot van drie verdiepingen,  dat Maarten van Rossem in 1543 liet bouwen op de resten van een nog ouder bouwwerk. Volgens oude documenten werd al in 1365 in Vaasen een kasteel, of wat daar destijds voor door mocht gaan, opgetrokken.

Plattegrond Kasteeltuin Cannenburch (Bron: Geldersch Landschap en Kasteelen: www.gkl.nk)

Plattegrond Kasteeltuin Cannenburch (Bron: Geldersch Landschap en Kasteelen: www.glk.nl)

De ‘Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen’ kocht het kasteel in 1951 voor een symbolisch bedrag van de Staat, die het imposante bouwwerk na de oorlog in beslag had genomen. Na het geslacht Isendoorn, familie van veldheer Maarten van Rossem, waren Eduard baron van Lynden en de Duitse schilder Richard Cleve eigenaar van het in verval geraakte kasteel. Cannenburch was het eerste monument van de Stichting Gelders Landschap en Kasteelen, dat voor het publiek werd opengesteld. Tussen 1975 en 1981 werd het kasteel grondig gerestaureerd en opnieuw ingericht.

Ans Lansink kijkt vrolijk maar moet kennelijk niet veel hebben van de onverschrokken veldheer (Foto: Ad Lansink)

Ans Lansink kijkt vrolijk maar moet niet veel hebben van de onverschrokken veldheer (Foto: Ad Lansink)

Maarten van Rossem, de krijgshaftige veldheer heet – in brons gegoten – de bezoekers van de fraaie kasteeltuin  welkom, op een bank, die uitnodigt voor een hartelijke ontmoeting met de man, die op talloze plaatsen geschiedenis heeft geschreven. Niet altijd even zachtzinnig, maar dat doet er eeuwen later weinig meer toe. Hij vocht voor Karel van Egmont en Willem van Gulik,  Berg en Dal en Kleef – hertogen van Gelderland –  in hun strijd tegen keizer Karel V om de onafhankelijkheid van Gelderland.

Detail Duivelshuis in Arnhem (Fotograaf onbekend - Gelders Archief nr 698)

Detail Duivelshuis in Arnhem (Fotograaf onbekend – Gelders Archief nr 698)

Maarten van Rossem kon bogen op heel wat wapenfeiten, waaronder de verovering van Arnhem en Rhenen. Hij kende krijgslisten en wist hoe hij moest plunderen. Dat opportunisme hem niet vreemd was, bleek uit de overgang naar zijn oude vijand. Na de ondergang van het Hertogdom Gelre vocht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van keizer Karel V tegen Frankrijk. Maarten van Rossem heeft niet lang van zijn slot kunnen genieten. Hij overleed in 1555 na besmet te zijn geraakt met de pest. Ook in Arnhem herinnert een bijzonder bouwwerk aan Maarten van Rossum: het Duivelshuis. De vraag of de duivel het markante pand voor het oorlogsgeweld van 1944 had behoed, kon mijn vader in 1947 niet beantwoorden. Later leerde ik, dat het bouwwerk zijn naam dankt aan de saterbeelden op de gevel.

Wel 'lieverdjes' : Femke Nijhuis en Amy en Vera Bolck voor de oude watermolen (Foto Ad Lansink)

Wel ‘lieverdjes’ : Femke Nijhuis en Amy en Vera Bolck voor de oude watermolen (Foto Ad Lansink)

Dat Maarten van Rossum, die het huis had laten bouwen, geen lieverdje was zou bevestiging vinden in de naam van het Duivelshuis. Het woord ‘duivel’ zou slaan op het karakter en de vechtlust van Maarten, die zelfs in Den Haag uit stelen was geweest. Met stropen ‘verdiende’ geld gaf hij uit aan beeldhouwers en andere ambachtslieden. Het verhaal gaat, dat hij als tegenwicht tegen de Eusebiuskerk de kunstenaars opdroeg  de gevel op te sieren met saters. Dat verhaal zou geloofwaardig zijn, ware het niet, dat sommige onderzoekers in de beelden historische figuren ontdekten. Het Duivelshuis blijft even mooi als mysterieus, zij het onvergelijkbaar met Maarten’s  kasteel in Vaassens.

Deel van de Slingervijver: op de achtergrond Kasteel Cannenburch (Foto: Ad Lansink)

Deel van de Slingervijver: op de achtergrond Kasteel Cannenburch (Foto: Ad Lansink)

Terug naar Kasteel de Cannenburch en de uitgestrekte kasteeltuin, die een bezoek meer dan waard is. Het imposante bouwwerk met de even fraaie bijgebouwen markeert de grandeur van de 16e eeuw. Maarten van Rossum bracht de stijl van de renaissance naar Gelderland,  door het beeldhouwwerk aan de gevel, maar ook door het aanbrengen van frontons: bekroning boven ingangen en vensters. De torenspitsen van het kasteel geven het bouwwerk een aparte uitstraling. Dat geldt ook voor de kasteeltuin, die ongetwijfeld van kleur verschiet in de vier jaargetijden.

'Bolcken' op de terugweg: vader, zoon, echtgenote en tante (Foto: Bert Jan Nijhuis)

‘Bolcken’ op de terugweg: vader, zoon, echtgenote en tante (Foto: Bert Jan Nijhuis)

De Paaswandelaars van 2016 zagen nog geen uitbundige kleuren. De lente deed zich nog niet voelen.  Het ontbreken van groen gebladerte maakte wel de spanning tussen de rechte lijnen van het park en de contouren van de slingervijver zichtbaar.  Een tastbare herinnering aan de gloriejaren van het 24 ha grote landgoed met zijn natuurlijke beken en hand gegraven sprengen is de enige watermolen, die is overgebleven van de twintig exemplaren in de naaste omgeving van het kasteel. De eenvoudige watermolen is – naast het indrukwekkende voorplein van Kasteel Cannenburch – een mooie achtergrond voor bezoekers, die willen weten enkele uren op een historische plaats vertoefd te hebben.

DSC03307

Het Kersendijkje bij Kasteel Cannenburch in Vaassen (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Op de terugweg rest de tocht door het befaamde Kersendijkje, hooguit twee honderd meter lang (of kort, natuurlijk) maar karakteristiek voor Vaassen en haar bijzondere kasteel: het tijdelijk huis van een  bijzondere man. Maarten van Rossem was – als geschreven – geen lieverdje, maar heeft naast zijn naam en de talloze verhalen over zijn belevenissen fraaie bouwwerken nagelaten.

Dank aan Geldersch Landschap en Kastelen en aan Maarten van Rossem (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Dank aan Geldersch Landschap en Kastelen en aan Maarten van Rossem (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Wie meer wil weten over het boeiende leven van krijgs-, veld- en bouwheer Maarten van Rossem verwijs ik graag naar deel V van het Biografisch Woordenboek Gelderland, waarin Jan Kuys het een en ander heeft opgetekend over de vroegste bewoner van Kasteel Cannenburch. De auteur tekent daar wel bij aan:  ‘Ondanks zijn grote bekendheid in heden en verleden weten we weinig over de persoon van van Rossem. Persoonlijke documenten of getuigenissen over zijn persoonlijkheid zijn vrijwel niet bewaard gebleven. Geschriften heeft hij niet nagelaten’. Bouwwerken dus wel, gelukkig maar.

 

 

 

 

 

 

 

In gedachten terug naar Arnhem

Zicht op Rijn en Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij - Op de voorgrond Trans en Weerdjesstraat - (GA 7949, Dick Renes)

Arnhemse Stoomsleephellinv Maatschappij, in 1964 gefotografeerd vanaf de Eusebiustoren – Op de voorgrond Trans en Weerdjesstraat – (GA 7949, Dick Renes)

Zou dat kunnen: in gedachten terug naar Arnhem, waar ik in 1934 zoals dat heet het levenslicht zag? Kon ik daar al weten, dat ik het grootste deel van mijn leven in Nijmegen zou wonen: de stad die in veel opzichten de tegenpool van het Gelderse Haagje lijkt. Of zelfs is. Het antwoord op de eerste vraag is achteraf bevestigend. In gedachten terug naar Arnhem: dat kan, in werkelijkheid trouwens ook, want de afstand tussen de door twee rivieren gescheiden stadscentra is op allerlei manieren, zelfs te voet of met de fiets, te overbruggen. Als het moet ook snel, met bus, auto of trein. In mijn 25 Arnhemse jaren – van 1934 tot 1959 – kon ik niet voorzien, dat ik na het afstuderen in Utrecht meteen in Nijmegen terecht zou komen, en daar ook zou blijven wonen tot op de dag van vandaag.

Trolleybus 103 op lijn 1 Arnhem - Oosterbeek (GA 7449 - Fotograaf onbekend)

Trolleybus 103 op lijn 1 van Arnhem naar Oosterbeek, 1963 (GA 7449 – Fotograaf onbekend)

Waarom deze woorden? Wel: enkele maanden geleden vertelde uitgever Gerrit Middelbeek mij, dat hij –  gestimuleerd door het succes van het fotoboek ‘Nijmegen 1950-1960: Beelden van een stad tussen ooit en nu’ met teksten van Thomas Verbogt en Jan Roelofs – ook de wederopbouw van Arnhem in beeld wilde brengen. Hij zocht een auteur voor het voorwoord en de tekstgedeelten, en herinnerde zich mijn komaf. ‘Volgens mij heb je in die jaren van wederopbouw in Arnhem op school gezeten’, zei hij. ‘Bovendien kun je redelijk schrijven. Wil je nadenken over mijn vraag?’ Dat wilde ik wel, op voorwaarde dat ik pas hoefde te antwoorden nadat ik zijn selectie van foto’s uit het Gelders Archief had gezien. Arnhem was nooit uit mijn gezichtsveld geraakt, letterlijk noch figuurlijk. Maar herinneringen koppelen aan oude beelden zonder in fictie te vervallen: dat leek me toch een pittige opgave.

Tin gieten bij Milliton : Hollandse Metallurgische Bedrijven, 1949 (GA 17882, Dick Renes)

Tin gieten bij Billiton – Hollandse Metallurgische Bedrijven (GA 17882, Dick Renes)

Op een herfstige dag troffen we elkaar in Druten achter zijn computerscherm, waar de uit het Gelders Archief afkomstige foto’s van Steffen, Renes en Jaquet goed tot hun recht kwamen. Arnhem kwam voor mij weer tot leven, ook al waren  ruim 60 jaren voorbijgegaan. De Markt, de singels,  Velper- en Willemsplein, de Rijnkade, AKU en Billiton, Klarendal, Lombok, Geitenkamp, Sonsbeek en niet te vergeten de trolleybus: allemaal aanknopingspunten voor herinneringen aan de jaren van de Arnhemse wederopbouw, en aan de tijd, die aan het herstel van de gedeeltelijk verwoeste stad voorafging. Ik had de oorlog en de evacuatie in 1944 bewust beleefd. De Slag om Arnhem was in mijn geheugen  gegrift. Het verzoek om naast enkele columns bij de zwart-wit beelden ook een voorwoord te schrijven bood mij de ruimte om de wederopbouw in een historische en tegelijk persoonlijke context te plaatsen: ‘Van vroeger naar later’, een beschouwing van de onvoorspelbare weg tussen ooit en nu.

Bedrijvigheid op de Korenmarkt, 1955 (GA 6427 - Fotograaf onbekend)

Bedrijvigheid op de Korenmarkt, Arnhem, 1955
(GA 6427 – Fotograaf onbekend)

In gedachten terug naar Arnhem: dat kon dus. Toch ben ik enkele keren weer naar Arnhem gegaan om de persoonlijke herinneringen te verbinden aan vandaag en hopelijk morgen. Arnhem heeft in de afgelopen jaren veel veranderingen ondergaan. Maar ontegenzeggelijk is in de goede zin van het woord ook veel bij het oude gebleven. De Geitenkamp en de Paasberg – de wijken van mijn jeugd – zijn nauwelijks veranderd. Datzelfde geldt voor Klarendal en Lombok en aardig wat andere plaatsen. Dat desondanks de tijd niet heeft stilgestaan, blijkt uit het fotoboek ‘Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’, dat Gerrit Middelbeek met veel zorg heeft samengesteld. Ik heb met veel genoegen een reeks herinneringen opgetekend, een aanvulling op de fraaie foto’s die vrijwel zonder uitzondering voor zichzelf spreken.

Omslag Arnhem 1950 - 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu (BnM Uitgevers, 2016)

Omslag Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu (BnM Uitgevers, 2016)

Op de as van vroeger naar later veranderen de tijden, en met de tijden de mensen en – soms, niet altijd – hun omgeving. Het nu van vandaag is morgen al weer geschiedenis zoals de jaren 1950 tot 1960 geschiedenis zijn voor mensen, die de jaren van de Arnhemse wederopbouw hebben meegemaakt. Zij zien waarschijnlijk met gepaste trots maar ook met weemoed terug op die ‘naoorlogse’ jaren, waarin de stad aan de Rijn de grondslag legde voor de tijd van nu. Met Gerrit Middelbeek van BNM-Uitgevers zal ik op zondag 17 april 2016 ‘Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’ presenteren in Boekhandel Het Colofon, Bakkerstraat 56 in Arnhem, een van de straten, waar ik vroeger al op zoek was naar boeken en oude kaarten.

Jos van Gennip: Ruimte voor herorientatie

Het Binnenhof in den Haag

Het Binnenhof in den Haag zonder de waan van de dag

Onlangs vroeg het Reformatorisch Dagblad mij of het vertrek van Kamerleden in de tijd van mijn Kamerlidmaatschap ook vaak voorkwam. In moest die vraag genuanceerd beantwoorden: tussentijds vertrek af en toe, maar bij verkiezingen zag ik toen al pittige verschuivingen. Gevolg: verkorting van de gemiddelde zittingsduur van ruim 10 naar nog geen 4 jaar. Dat de tijden veranderd zijn, is geen nieuws, evenmin als de toenemende versnippering van het politieke landschap. Het is intussen veertig jaar geleden – de helft van een mensenleven – dat ik besloot de stap van Nijmegen naar den Haag te wagen. Van de beschutte omgeving van het Radboudziekenhuis naar wat toen nog een open en gewaardeerde plek was. De waan van de dag waarde in 1977 op het Binnenhof nog niet rond, en peilingen hadden nog geen  invloed op de besluitvorming. De politieke uitgangspunten van het CDA waren voor de KVP-er, die ik toen was, een mooi richtsnoer. En de sfeer was die van politici, die samen met hun protestantse vrienden aan iets nieuws begonnen. Met vallen en opstaan, dat wel, maar toch.

Logo Socio's: www.socires.nl

Logo Socio’s: www.socires.nl

De klassieke middenpartijen – CDA, met aan weerzijden PvdA en VVD – kijken vandaag met even nostalgische als jaloerse blik terug naar de tijd van het overzichtelijke politieke krachtenveld, nu de kiezers in de greep van middelpuntvliedende krachten zijn geraakt.  De keuzemogelijkheden lijken onbegrensd, evenals incidenten, die tegenwoordig de debatten lijken te beheersen. De politici van vandaag valt het zwaar om vast te houden aan de ideologische uitgangspunten van weleer. De woorden socialistisch, liberaal en christendemocratisch hebben aan betekenis ingeboet. Dat klemt temeer nu door de snelle wisselingen in het parlement het collectief geheugen is verzwakt. Politici van vroegere decennia –  de jaren zeventig tot negentig – kunnen zich moeilijk onttrekken aan een vergelijking tussen vroeger en nu, overigens in de wetenschap dat ook de samenleving  is veranderd.  De positie en de rol van kerken en vakbeweging maakt dat duidelijk. Individualisering is een van de grote ‘drivers’ van vandaag (misschien ook morgen) en verklaart  het draagvlak voor het neoliberalisme.

Jos van Gennip (Bron: Socires - www.socires.nl)

Jos van Gennip (Bron: Socires – www.socires.nl)

Tijdens de laatste reünie van de oud-KVP-Tweede Kamerleden, hield oud-senator Jos van Gennip een stevige voordracht over de wijze, waarop de christendemocratische kernwaarden in de loop van de jaren vertaling vonden het CDA. In een goed onderbouwd betoog, beantwoordde de oud-voorzitter van de Vrienden van het Katholiek Documentatie Centrum de vraag: ‘Wat is overgebleven van de katholieke erfenis in de politiek?’ Een viertal karakteristieken – cultuur, ambiance, positionering; waarden en inspiratie; herkenbaarheid politici; programmatische vertaling – en een reeks bekende speerpunten – buitenlandbeleid waaronder Europa; internationale samenwerking; sociaaleconomische ordening; financieel-economische beleid; sociaal beleid; cultuur- en onderwijspolitiek – leerde hem, dat er nogal wat mis is gegaan. De reünisten luisterden met instemming naar de man, die treffend de verschillen tussen 1980 en 2015 verwoordde. ‘Het blijft een mysterie’, aldus Jos van Gennip, ‘waarom de grote noties uit de katholieke sociale traditie zoals het gemeenschapsdenken te weinig doorstraalden’. De secularisering speelde onmiskenbaar een rol, naast de relatie met medeburgers met andere achtergrond.

20150425_161712 (1)

Herorientatie: ruimte voor niet-materieel waarden ( Object van Coen Vernooij – 2015 – Nijmegen)

Toch bood Jos van Gennip uitzicht op een heroriëntering: ‘Vermijd stoffigheid, sfeer van nostalgie en ontkenning van de hedendaagse realiteiten. Maar grijp wel die nieuwe kansen van inspiratie. Het perspectief van kansen en een verandering van onze politiek en de doorgaande vernieuwing in het katholieke denken, zou, als we dat willen, nog meer belovend kunnen zijn’. Biedt ruimte’, zo zei hij, ‘voor het verhaal, waarom het in de komende jaren gaat:

  • Een integrale en humane ecologie;
  • Perspectief van vooruitgang en veiligheid voor mensen in oorlog of fragiele gebieden;
  • Rechtvaardigheid en vrede, ook in het Midden-Oosten;
  • Herwaardering van het begrip arbeid en een insluitende economie;
  • Ruimte voor niet-materiële waarden in onze samenleving, vooral hoe wij een nieuwe vorm geven aan die oer-katholieke notie van gemeenschap en verbondenheid. Juist nu in onze gefragmenteerde, geïndividualiseerde en multiculturele samenleving’.

De volledige voordracht van Jos van Gennip voor de KVP-Tweede Kamer-Reünisten is via Essay Jos van Gennip KVP-reunie beschikbaar: een boeiend betoog, het lezen waard. Ik wijs ook op de website van Socires, studiecentrum voor communicatie en de vertaling van de dragende waarden vanuit onze sociale tradities. Socires is opgericht door Mr. J. van Gennip, Prof. Dr. E. Hirsch Ballin en Pof. Dr. H. Vroom

Kerstgroep van Gerard Mathot in Petrus Canisiuskerk

20140101_012234

Kerststal van pater Gerard Mathot C.ss.R. in Petrus Canisiuskerk te Nijmegen (dec 2015)

Elk jaar maakt de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk de essentie van het Kerstfeest  zicht- en voelbaar in drie verschillende kerstgroepen, die elk op eigen wijze de geboorte van Jezus verbeelden. De kerstgroep van de Nijmeegse kunstenaar Wim van Woerkom (1905-1998), die destijds ook de kruiswegstaties en de glas in betonramen voor het nieuwbouw-deel van de kerk ontwierp, spande meestal de kroon. Of dat ook in 2015 zo is, valt te bezien. Want een van de drie ‘eigen’ kerstgroepen maakt dit jaar plaats voor de befaamde kerstgroep van pater Gerard Mathot C.ss.R. (1911-2000), die in de jaren 1963 tot 1967 een kerstgroep maakte voor zijn eigen kloostergemeenschap.

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, edemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003)

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, redemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003). Aan dit boek zijn enkele gegevens ontleend voor dit bericht.

De redemptoristen, die tot voor enige jaren de Nebo bewoonden en liturgie vierden in de Gerardus Majellakerk – beeldbepalend element van het indrukwekkende complex aan de Nijmeegse Baan – hebben de bijzondere kerststal van priester-kunstenaar Gerard Mathot in bruikleen gegeven aan de jezuieten van de Petrus Canisiuskerk, op voorwaarde, dat zij de kerstgroep van hun vroegere medebroeder soms afstaan aan en met hun technische ploeg opstellen in Klooster Wittem, de hoofdvestiging van de redemptoristen. Het aanbod is in dank aanvaard in de verwachting, dat veel bezoekers van het Nijmeegs stadscentrum Gerard Mathot’s verbeelding van het kerstmysterie gaan bewonderen.

20140101_012412

Detail: Een van de Wijzen uit het oosten

Gerard Mathot C.ss.R was in de tweede helft van de vorige eeuw niet alleen een geliefd priester – onder meer als rector van de Maartenskliniek – maar ook een gerespecteerd kunstenaar, die in Nijmegen en daarbuiten zijn sporen in meer opzichten heeft verdiend, ook in de kunstwereld. Bij het ontwerpen van zijn kerstgroep – een fraaie combinatie van decor, figuren en kostumering – koos de priester-kunstenaar voor de formule van een toneelvoorstelling, of beter: een mysteriespel, zoals dat in de middeleeuwen in kerken werd opgevoerd, en later ook op markten.

Detail: Engel met zeshoekig kruis

De geschiedenis speelde in de beleving van de toeschouwers een belangrijke rol. Daarom legde de kunstenaar een koppeling naar het verleden. Hij verbeeldde in het opvallende decor een kapel, die herinneringen oproept aan de vroegere paleiskapel op het Valkhof. De nu nog bestaande ruïne is de apsis en een deel van het vroegere priesterkoor. Het decor van Gerard Mathot verbeeldt de bouwval van een koninklijk paleis,  waarin een eenvoudige  stal is ingericht. Hij gaf daarmee de relatie aan tot de afstamming van Christus uit het koninklijk huis van David, waarvan de luister verloren was gegaan. De boomstronk herinnert aan Isaias 11.1: ‘Van de gevelde boom blijft een stronk over’, niet meer dan dat.

Detail: Jozef en Maria met Kind

Detail: Jozef en Maria met Kind

Het betrekkelijk eenvoudige decor is gemaakt van papier mache. De  figuren van gips zijn beschilderd met waterverf. Paula Swenker – haar familie was bevriend met ‘buurman’ Gerard Mathot – zorgde voor de mooie kostumering. De opstelling in de Petrus Canisiuskerk wijkt enigszins af van de wijze, waarop de priester-kunstenaar in de Nebo  de traditionele figuren  in het verrassende decor plaatste. Josef, Maria en het kind hebben hun plaats onder de Engel – met de zeshoekige, uit twee gelijkwaardige driehoeken opgebouwde Davidsster (zie nadere Toelichting) – behouden.

Detail: Herdering met os en schaap

Detail: Herdering met os en schaap

De Wijzen uit het Oosten met hun bekende gaven  – goud, wierook en mirre, symbool voor koningseer, eerbied en lijden  – krijgen in de Molenstraatkerk meer ruimte. De os en de ezel, symbool van de volken, die zich wel tot Christus hebben bekeerd, komen in het evangelie niet voor, wel in de beginregels van het boek Isaias: “Hoort, hemelen, en neig uw oor, aarde. Want de Heer spreekt. Ik heb kinderen voortgebracht en opgevoed, maar ze zijn van Mij afvallig geworden. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn Heer, maar Israël heeft geen besef, mijn volk geen inzicht”. In een begeleidend schrijven schreef Gerard Mathot: ‘Zo staan die dieren daar als voorbeeld en vermaan’.

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

De os en de ezel krijgen in een actuele column van Jan Stuyt SJ ook speciale aandacht. De oud-pastoor van de Petrus Canisiuskerk schrijft in Ignis Webmagazine, tijdschrift van de jezuïeten over geloof en samenleving, in een boeiende bijdrage, getiteld ‘Herders, wijzen en ander schorriemorrie’,  over de betekenis van de kerststal voor de vluchtelingenproblematiek, met een bijzondere etymologie van het woord ‘schorriemorrie’:

De ezel volgens Gerard Mathot

De een volgens Gerard Mathot

In de kerststal staan en knielen ze naast elkaar: rijk en arm, vluchteling, gastarbeider en expat. De meerderheid bestaat uit jonge mannen. De scène wordt compleet gemaakt met de os en de ezel – de reisdocumenten van deze twee grote huisdieren zijn niet te vinden in het Evangelie, maar in de aanhef van de boekrol van Jesaja: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.” In het Hebreeuws worden ossen en ezels vertaald als: sjorim we chamorim, oftewel schorriemorrie.

De os volgens Gerard Mathot

De os volgens Gerard Mathot

Terug naar de wijze woorden van Gerard Mathot: Voorbeeld en vermaan. Dat zijn niet de enige woorden die te denken en te doen geven bij de verbeelding van wat twintig eeuwen geleden in Betlehem gebeurde. De verkondiging van de Blijde Boodschap is ook een oproep tot vrede op aarde, tot gerechtigheid waar dan ook en tot vreugde alom. De kerststallen in de Petrus Canisiuskerk – voor het eerst die van Gerard Mathot (bij binnenkomst aan de rechterzijde van het schip), van Wim van Woerkom ( aan de linkerzijde) en van de firma Lang uit Oberammergau  (in het kerkportaal)  – nodigen hopelijk veel voorbijgangers uit voor een bezinning op de tijd die komen gaat.

De fakkel brandend houden

EPSON MFP image

Het is een aparte gewaarwording, wanneer de dag waar lang naar is uitgekeken plotseling daar is. Op 23 augustus – het feest van de Peruaanse heilige Rosa de Lima (1586-1617)  – is het nieuwe Huize Rosa geopend door burgemeester Hubert Bruls.  Het fraaie zorgcentrum vervangt het vroegere kloosterverzorgingsoord, dat begin 2014 werd gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw. Hoewel Huize Rosa sinds 2014 niet meer wordt geëxploiteerd door de aan de Zusters Dominicanessen van Neerbosch gelieerde Van Zeelandstichting, maar door een onafhankelijke stichting volgens het in de zorg gangbare Raad van Toezicht-model is de bestuurlijke ontkoppeling voor de Congregatie even vlekkeloos verlopen als de nieuwbouw van het mooie complex bij de kruising van de Dennenstraat en de Rosa de Limastraat in Nijmegen. De Dominicaanse spiritualiteit, die bijna 170 jaar het reilen en zeilen van de Rosastichting en van het oude Huize Rosa heeft bepaald, blijft grondslag en inspiratie voor de zorg- en dienstverlening in het nieuwe zorgcentrum. Met de niet-religieuze bewoners houden de Zusters Dominicanessen de fakkel brandend.

Burgemeester Hubert Bruls dankt zuster Imelda na hun gezamenlijke inspanning (Foto: Sophie van Kempen)

Burgemeester Hubert Bruls dankt zuster Imelda na hun gezamenlijke inspanning (Foto: Sophie van Kempen)

Op verzoek van bestuurder Henk Swinkels en met ondersteuning van de Congregatie heb ik het afgelopen jaar de geschiedenis van de Rosastichting en Huize Rosa geboekstaafd, met een verwijzing naar en verwachting voor de jaren, die komen gaan. De titel maakt die insteek duidelijk: Het Verleden Voorbij – De Toekomst Tegemoet:  geen gedetailleerde geschiedenis van de Congregatie, wel een beeld van de wijze waarop de zusters vanaf het prille begin – halverwege de 19e eeuw –  tot na de realisering van het Zorgcentrum Huize Rosa de Dominicaanse geest hebben zichtbaar gemaakt, eerst in het onderwijs, later ook in de zorg voor anderen en elkaar. Het indrukwekkende kloostercomplex van de Rosastichting speelde daarbij tot de afbraak in 1989 een belangrijke rol. De exploitatie van het kloosterverzorgingsoord in Huize Rosa door de Van Zeelandstichting werd van 1989 tot 2014 een onmisbare schakel in een ook na 2015 bestendige keten van zorg en aandacht voor de oudere mens.

Ad Lansink licht 'Het Verleden Voorbij - De Toekomst Tegemoet' toe. (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Zr Angele Schamp o.p., zr Regina Mattens o.p. en burgemeester Hubert Bruls luisteren met de overige gasten naar de boekpresentatie van Ad Lansink (Foto: Ans Lansink)

De officiële opening van het nieuwe Huize Rosa was in meer opzichten een onvergetelijke gebeurtenis. Eerst de ingetogen Eucharistieviering met een indrukwekkende homilie door pater T. Frehe o.p. en sprankelende koorzang van het Afrika-Engakoor uit Nistelrode, vervolgens de wat lichtvoetiger presentatie van ‘Het Verleden Voorbij – De Toekomst Tegemoet’ met de overhandiging van de eerste exemplaren aan de personen, met wie ik in aanvulling op de tekst van het boek gesprekken mocht voeren, daarna de feestelijke openingshandeling door burgemeester Hubert Bruls en zuster Imelda, de oudste bewoonster van Huize Rosa. Na de ontknoping van het lint volgde  een geanimeerde borrel in het restaurant en de fraaie tuin, rondom de oude vijver die met de nieuwbouw nog beter tot haar recht komt. Een geslaagd Open Huis voor de mensen uit de naaste omgeving en andere gasten vormde de afsluiting van een feestelijke dag voor het zorgcentrum, dat terecht met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat.

A2 Affiche HUIZE ROSA

Affiche : bij klikken op de afbeeldingen zijn ook de tekstblokken leesbaar

Die woorden brengen mij weer terug bij het ‘Rosaboek’, de werktitel voor vormgeefster Sophie van Kempen en mijzelf tijdens de productie van ons boek. Al meteen na de presentatie mochten wij met fotografe Inge Hondebrink gelukwensen in ontvangst nemen. Het boek heeft – zo leerden de enthousiaste reacties – door het verrassende ontwerp een bijzondere uitstraling gekregen. De beeldredactie draagt ongetwijfeld bij aan de verrassende ontvangst. Datzelfde geldt voor de afbeeldingen – soms over twee pagina’s –  in de beeldkaternen die om de tekstgedeelten zijn gestoken. De bijzondere vormgeving maakte het werk van Benda Drukkers en vooral van Boekbinderij Meijer er niet gemakkelijker op. Maar zowel drukkers als binders hebben zich voortreffelijk van hun taak gekweten. Hopelijk waarderen de toekomstige lezers van het ‘Rosaboek’ de vrijwel volledig Nijmeegse inbreng van schrijver, vormgever, fotografe, drukker en binder evenzeer als de mensen, die op 23 augustus de eerste exemplaren mochten ontvangen.

Rondje Hemmen

Hemmen-2014_plattegrond-A4liggend-72px_web

Plattegrond van Hemmen (www.landgoedhemmen.nl)

De jaarlijkse uittocht van de ‘mixed’ zwem- en tennisclub – met voornamelijk vrouwelijke leden uit Nijmegen, Wychen en Elst – bracht de leden, vergezeld door enkele mannelijke fans  in de zomer van 2015 naar de Heerlijkheid Hemmen. Het kleine dorp aan de Linge, onder de verre rook van Arnhem en Nijmegen, hoort eigenlijk bij Zetten en Zetten bij de gemeente Overbetuwe. Maar Hemmen blijft een verhaal apart, zoals  Harry Janssen in zijn befaamde Neem nou-reeks in 1982 al in de Gelderlander optekende: ‘In Hemmen wordt rust geschonken’, en  ook Heineken dat bij een heldere heerlijkheid past.

Landgoed Hemmen met op de achtergrond de kasteelruine

Landgoed Hemmen met op de achtergrond de kasteelruine

Van het vroegere kasteel rest slechts een  herkenbare ruine. Maar het veelkleurige en gevarieerde landgoed mag er zijn, niet alleen voor een afwisselende wandeling, maar ook door de fraaie waterpartijen, en niet te vergeten de ommuurde kasteeltuin, waar bloemenliefhebbers hun kennis kunnen toetsen aan de bij alle planten aangegeven namen.

DSCF9579

De (uit)tochtgenoten (met 2e en 4e van links de organisatoren Emilieke Asselbergs en Anneke Somford} doen zich tegoed aan koffie en diverse versnaperingen voor zij aan de zware wandeling beginnen.

De wandeling begint bij het fraaie Pannekoekenhuis ‘Aan de Linge’ met koffie en appelgebak. Het voetpad langs de schilderachtige rivier voert de gasten eerst naar het oude Washokje, nu  ingericht voor ‘bed and breakfast’ bij kaarslicht, en dan naar een smalle brug over een brede sloot, die de waterpartijen van het kasteel met de Linge verbindt.

Lakevelders Hemmen

Met een geoefend oog zijn de Lakenvelders te vinden

In de omboste kasteelweide grazen Lakevelders rond een rode beuk. Op een driesprong moeten de wandelaars links aanhouden om in het bosgedeelte de beroemde holle boom te bewonderen. Op de achtergrond is de kasteelruine zichtbaar: de schamele restanten van wat ooit een geweldig bouwwerk moet zijn geweest. Even verder ligt de door vrijwilligers onderhouden kasteeltuin, met een vracht aan kleurrijke bloemen. Terug naar de ruine wenkt de oude beukenlaan, met in de verte het zicht op de hoge brug met pionnen.

De 'mixed' zwem en tennisclub met aanhang zonder de fotograaf

De ‘mixed’ zwem en tennisclub met aanhang zonder de fotograaf op de brug over de sloot naar de Linge

Na het passeren van de hoge brug voert een smal voetpad naar de Dorpsstraat en het Kerkplein, met de kleine maar monumentale kerk, waarin een grafsteen herinnert aan Frans Godard Baron van Lynden, verre nazaat van stadhouderlijk raadsman Willem Frans Godard Baron van Lynden tot Hemmen (1727-1787). De 17e en laatste Heer van Hemmen overleed op 22 april 1931. De kinderloze Heer had bepaald, dat al zijn bezittingen – het hele dorp – zouden worden ondergebracht in het ‘Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending’. Het fonds beheert nog steeds de Heerlijkheid Hemmen.

Niet alle tochtgenoten hebben belangstelling voor het oude Washuis langs de Linge

Niet alle tochtgenoten hebben belangstelling voor het oude Washuis langs de Linge (Foto: Brigit Smit)

De wandeling door het schilderachtige Hemmen kost geoefende wandelaars nog geen half uur. Maar wie wat wil zien en beleven, trekt natuurlijk meer tijd uit voor het stukje Frankrijk in de Overbetuwe. Zo ook de tochtgenoten van de ‘mixed’ zwem- en tennisclub, die via het Molenpad weer terugkeren bij het beginpunt van de wandeling: de fraaie pleisterplaats aan de Linge, die naast pannekoeken ook voortreffelijke kroketten in de aanbieding heeft.

Huize Rosa : Het verleden voorbij – De toekomst tegemoet

aanzicht Rosastichting

Aanzicht van de Rosastichting (1912-1989) langs de Dennenstraat in Nijmegen (Bron: Archief van de Congregatie)

In 2000 vroeg zuster Regina Mattens o.p, toen algemeen overste van de Congregatie van de Zusters Dominicanessen van Neerbosch mij of ik bestuurslid wilde worden van de Van Zeelandstichting, de Nijmeegse stichting, die voor de zusters Huize Rosa exploiteerde. Pater David van Ooijen o.p. had mijn naam genoemd. De vroegere collega uit de Tweede Kamer kende mijn interesse voor gezondheidszorg en mijn betrokkenheid bij de katholieke kerkgemeenschap. Zuster Regina wist niet, dat ik uitnodigingen voor bestuurlijk werk nooit uit de weg ging. Na enig nadenken stemde ik dus toe, niet vermoedend dat ik ruim een jaar later geroepen zou worden tot het voorzitterschap.

Rosastichting en Huize Rosa

Achterzijde Huize Rosa (1989) – Op de achtergrond de Grote Kapel van de Rosastichting (Bron: Archief van de Congregatie)

Na een korte kennismaking raakte ik snel betrokken bij het wel en van het kloosterverzorgingsoord. De exploitatie verschilde weinig van wat ik bij de Groesbeekse Tehuizen had ervaren, maar het ritme van en de zorgverlening in het verzorgingshuis wel. Huize Rosa zou overigens een spannende tijd tegemoet gaan, door de geleidelijke verschuiving van religieuze bewoners naar leken, de ontwikkelingen in de zorg voor ouderen en de harde noodzaak van een gedegen Lange Termijn Huisvestings Plan (LTHP).

P1050130 (1)

Hoofdingang van Zorgcentrum Huize Rosa met rechts de hoogbouw (2015) (Foto: Ad Lansink)

De vernieuwing van Huize Rosa had meer om handen dan de Congregatie en de Van Zeelandstichting en haar medewerkers in 2004 voorzagen. Nu, ruim tien jaar later, blijken alle inspanningen niet tevergeefs te zijn geweest. Integendeel. Met vereende krachten is een nieuw Zorgcentrum Huize Rosa tot stand gebracht: een onmiskenbaar teken van visie en durf, van volhouden en doorzetten, van verbondenheid en samenwerking.

P1050129

Donkere lucht boven witte Dominicuskapel, links van de hoofdingang van Huize Rosa (2015) (Foto: Ad Lansink)

Bij mijn  afscheid als bestuursvoorzitter – rond de jaarwisseling van 2012 naar 2013 maakte ik de statutaire twaalf jaar vol – vroeg directeur Henk Swinkels mij een boek te schrijven over verleden, heden en toekomst van Huize Rosa en haar rechtsvoorgangers, de Rosastichting en de Van Zeelandstichting. Hij kende mijn bijdragen in het Biografisch Woordenboek Gelderland over de oprichters van de Congregatie: Pater Dominicus van Zeeland en Zuster Ludovica Keyser. Opnieuw volgde het gebruikelijke ja-woord.

P1050132

Kruis- en klokkenis van de Dominicuskapel van Huize Rosa (Foto: Ad Lansink)

Nu het schrijfwerk en de beeldredactie klaar zijn, de afbeeldingen, waaronder fraaie foto’s van Inge Hondebrink, hun plaats hebben gekregen, de mooie vormgeving door Sophie van Kempen is afgerond en de afwerking van het boek in handen ligt van Benda Drukkers en Binderij Meyer, kijk ik met voldoening terug op een even boeiend als pittig proces. Schrijven blijft een vak apart, zeker wanneer verschillende invalshoeken belicht moeten worden. Daarom ben ik zuster Angèle Schamp o.p., Monique Wolf, Henk Swinkels en Annelies de Vries zeer erkentelijk voor de geboden hulp, ook bij de toegang tot het archief van de Congregatie en bij de eindredactie. Het uiteindelijke resultaat – een bijzondere uitgave onder de titel ‘Het Verleden Voorbij – De Toekomst Tegemoet – verschijnt op 23 augustus 2015, de dag waarop het nieuwe Zorgcentrum Huize Rosa aan de Rosa de Limastraat in Nijmegen met een Open Huis officieel wordt geopend. Hopelijk ontdekken ook de lezers, dat het verleden van de Rosastichting wel voorbij is, maar toch doorleeft in Huize Rosa. De toekomst lonkt, met kruis en klok als tekens van verbondenheid.