Wachten op betere tijden

IMG_0127

Betere tijden: dichtbij of toch ver weg?

De koppenmaker van Trouw verwoordt wat waar is: ‘Sociale partners schrijven een nieuw regeerakkoord’.  De met veel aplomb aangekondigde hervormingen worden uitgesteld tot 2016 (of nog later?) en het begrotingstekort blijft te hoog. Van het regeerakkoord waarmee Rutte  en Samson glunderend tevoorschijn kwamen na een (te?) snelle kabinetsformatie is weinig meer over, laat staan van de toen al tegengestelde hoofdlijnen van de verkiezingsprogramma’s van de tot elkaar veroordeelde regeringspartijen.  Het Mondriaan-akkoord van kabinet en sociale partners, genoemd naar een school en dus niet rechtstreeks naar een groot kunstenaar, beoogt het herstel van vertrouwen in de economie. Of daarmee ook het vertrouwen in de politiek terugkeert staat niet op voorhand vast. Integendeel. Kiezers kennen de tegelwijsheid van het vertrouwen, dat te voet komt en te paard verdwijnt. Zij weten ook,  dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, ook in de ten onrechte bewierookte polder van de Nederlandse politiek. Het blijft wachten op betere tijden. De kiezers hebben een parlement gekozen, geen sociale partners hoezeer ook het bedrijfsleven respect verdient.

Zelflevering zonne-energie vergt faire discussie

sfeerbanner5

Zonnepanelen op plat dak
Foto: www.greentech-energy.nl

Zonne-energie rukt op in Nederland. Wie zijn ogen de kost geeft ontdekt steeds meer daken waarop zonnepanelen zijn gemonteerd. Zelfs zonder subsidie is installatie van de blauwe of zwarte panelen de moeite waard nu de rente op spaarrekeningen onder 2% is gedoken. Gangmakers van duurzame energie zijn terecht blij. Toch blijven zij zich opwinden over het uitblijven van de z.g. salderingsregeling. Anders gezegd: vrijstelling van belasting en netbeheerskosten omdat zelflevering in beginsel onbelast zou moeten zijn. Zolang inderdaad sprake is van zelflevering is vrijstelling van belasting alleszins gerechtvaardigd. Maar wanneer de consument producent wordt, dus over een langere periode gemeten meer stroom opwekt dan hij zelf nodig heeft, verandert het beeld. De ‘prosumer’ heeft immers het net nodig om zijn stroom te kunnen afleveren. Trouwens: het discontinue karakter van zonne- en windenergie vergt ook een permanente koppeling aan het net. Een bijdrage in de kosten van het netbeheer ligt dus voor de hand. Dat een ‘prosumer’ ook omzetbelasting moet betalen is evenmin aanvechtbaar. De regulerende energiebelasting (REB) is een ander verhaal Die belasting treft primair de afnemers van de door de ‘prosumer’ op de markt gezette duurzame energie. Die REB is trouwens aan herziening toe omdat het destijds voor energiebesparing bedachte instrument intussen ook een stimulerende rol heeft verworven. Een dubbel(zinnig)e grondslag voor belastingheffing leidt vroeg of laat tot problemen. Al met al vraagt de overigens noodzakelijke bevordering van zelflevering van zonne-energie om een faire en evenwichtige discussie, die de waan van de dag overstijgt. Salderen moet kunnen maar dan wel zo dat (de opbrengst van) het totale fiscale instrumentarium in de beschouwing wordt betrokken. En het doel van belastingheffing: verwerving van voldoende middelen – waar mogelijk naar draagkracht – om alle overheidstaken naar behoren te kunnen vervullen.

Senaat kan wel eigen afweging maken

Overzijde

‘Al dat modieuze geleuter over een vetorecht van de senaat moet nu eens ophouden’, aldus oud-senator Erik Jurgens, die met deze bedenkelijke uitsmijter ten onrechte Trouw-columnist Hans Goslinga kapittelt over zijn column in de Verdieping van 16 maart 2013. De alom gewaardeerde columnist had volgens de oud-senator niet mogen schrijven dat de Tweede en de Eerste Kamer over het vetorecht beschikken. Het gebruik van de term ‘vetorecht’ is discutabel. Maar niet ontkend kan worden, dat de Eerste Kamer volgens de Grondwet het onmiskenbare recht heeft om wetsvoorstellen te verwerpen of te vertragen. Daar doet het staatsrechtelijk gewoonterecht, waar Jurgens zich op beroept niets aan af. Dat onder de kabinetten Rutte I en II de positie van de Eerste Kamer in politieke zin zwaarder is gaan wegen, verklaart de toegenomen belangstelling voor de werkwijze en stellingname van de senaat als geheel en van elk van de senatoren afzonderlijk. Zij zijn niet rechtsreeks gekozen maar beschikken in afgeleide zin wel degelijk over een legitiem mandaat. De Eerste Kamer heeft soms ook gebruik gemaakt van het echte of vermeende vetorecht. Denk aan de nacht van Wiegel toen het het correctief referendum door de senaat werd verworpen. De gekozen burgemeester werd in 2005 door de Eerste Kamer tegengehouden, toen door toedoen van de PvdA. Ik herinner mij nog scherper – als CDA-woordvoerder zat ik niet voor niks op de publieke tribune van wat wij destijds ‘de overzijde’ noemden – de forse kritiek op de eerste fase van het Plan Simons. De Tweede Kamer had de basisverzekering voor ziektekosten in grote meerderheid – waaronder het CDA – aanvaard. Toch wilden de CDA-senatoren onder aanvoering van Ad Kaland het door staatssecretaris Simons vurig verdedigde wetsvoorstel niet voetstoots aanvaarden. De Eerste Kamer sprak via de motie-Kaland uit, dat invoering van het ‘plan-Simons’ gefaseerd moest plaatsvinden. Ontwerp-AMvB’s moesten bovendien ter goedkeuring worden voorgelegd aan het parlement. Van een verwerping was geen sprake, wel van een verkapt recht van amendement, omdat stemming over het wetsvoorstel uitbleef. Vormfouten waren niet in het geding, wel een politieke afweging, zoals ik die bewuste avond op de publieke tribune en later ook in eigen kring moest ervaren. Dat Ad Kaland zijn politieke vrienden in de Tweede Kamer eerder voor stemvee had uitgemaakt vond ik minder erg dan het uitstel van de besluitvorming over de basisverzekering. Aan dat wetsvoorstel was een lange fase van voorbereiding en overleg vooraf gegaan, te beginnen met de publicatie van het Plan Dekker. Hans Simons bouwde op dat plan voort, met instemming van de Tweede Kamer. Overigens werd het wetsvoorstel onder Paars I door minister Borst ingetrokken. De Eerste Kamer hoort de wezenlijke regel van politieke terughoudendheid niet te schenden, aldus het ongeschreven (maar niet absolute) gewoonterecht. ‘Ik zie een verstandige senaat dit niet doen’, aldus Jurgens. Welnu: verstandig of niet: het gebeurt wel, niet alleen omdat verstand en politiek soms op gespannen voet met elkaar staan, maar ook omdat de omstandigheden – hoe acceptabel of betreurenswaardig ook – de senaat kunnen dwingen tot een eigen afweging. De uitzondering bevestigt in dat geval de regel van het staatsrechtelijk gewoonterecht.