De openheid van ‘open access’

Herinneringen aan 1964 bij de recente column van Hieke  Huikstra in Trouw over het verdienmodel van wetenschappelijke uitgevers

Hieke Huistra: Dat het nog bestaat, zo’n absurd systeem
Trouw, 23 mei 2020

Onder gewone omstandigheden zou de column van Hieke Huistra in Trouw niet zijn opgevallen. Een twitterbericht met de prikkelende vraag ‘Je mond houden als je niks te zeggen hebt: hoe kan het toch dat zo weinig wetenschappers daar de moed voor hebben?’ was een voldoende aansporing om een van de laatste pagina’s van ‘De Verdieping’ op te zoeken. De waarschijnlijk retorische vraag is de slotzin van een boeiende beschouwing over de publicatiedrift van veel wetenschappers en – in strijd met de gewenste toegankelijkheid – de door uitgevers opgerichte betaalmuren. Aanleiding voor de column is de deal, die de Nederlandse universiteiten hebben gesloten met Elsevier. In ruil voor tachtig miljoen Euro mogen de Nederlandse wetenschappers vijf jaar lang alle publicaties gratis lezen. Er komt een dag, aldus Hieke Huistra, waarop universiteiten geen zin meer hebben om heel veel geld te betalen voor toegang tot onderzoekresultaten, die op kosten van diezelfde universiteiten tot stand zijn gekomen.

De schrijfster ziet de publicatiedrift van wetenschappers als werkelijke kwaal, zonder op de oorzaken van die overproductie in te gaan. Ik doel op de grote betekenis, die aan citatie-indices wordt toegedicht en aan de noodzaak om externe subsidies voor onderzoekprojecten binnen te hengelen. Een ander in de column niet bericht aspect betreft de externe toetsing van publicaties. De wetenschappelijke tijdschriften kennen een doorwrocht systeem van onafhankelijk ‘peer reviews’: systematische controle en beoordeling van de voor publicatie aangeboden bijdragen en artikelen. Publicatie van onderzoekresultaten in een wetenschappelijk tijdschrift betekent dus een stempel van goedkeuring. De instandhouding van het systeem van ‘peer reviews’ vergt financiële middelen, die door de uitgevers moeten worden opgebracht via de relatief hoge abonnementskosten.

Hieke Huistra (1982) was nog niet geboren, toen ik de systematiek van de wetenschappelijke uitgevers aan de orde stelde. Dat gebeurde in 1964, om precies te zijn op 7 juli bij mijn promotie aan de (toen nog) Katholieke Universiteit in Nijmegen. Aan de stellingen had ik, zoals gebruikelijk was, tot lering en vermaak enkele ‘beweringen’ buiten het domein van mijn proefschrift toegevoegd.  Stelling X over de voorkeur voor hypothetisch deductieve onderzoekmethoden was bedoeld voor een discussie met Dries van Melsen, de hoogleraar filosofie, die ik al in Utrecht als oud-Veritijn en mentor van natuurfilosofisch dispuut ‘De Pyramide’ had leren kennen en bewonderen. Toen Drie van Melsen van de rector het woord kreeg, vroeg hij mij niet stelling X maar stelling XI voor te lezen, en daarbij uitgevers te vervangen door schoenlappers. Even schrok ik, om te vervolgen met ‘Schoenlappers zijn zich niet altijd bewust van hun verantwoordelijkheid bij de reparatie van schoenen en laarzen’. Dries van Melsen kon nog net zeggen: Juist, open deur, voordat de pedel na het openen van de deur uitriep: Hora Est.

In een jaarverslag had de directie van Elsevier onomwonden verklaard, dat in een tijd van recessie aandeelhouders zich geen zorgen hoefden te maken. Wetenschappelijke uitgaven waren door de jaren heen een zekere en goede bron van inkomsten, ook wanneer de economie wat tegenzat. Ik vond toen al, dat de tijdschriften waar ik veel kennis aan ontleende – ik herinner me vooral Biophysica et Biochimica Aca – voor jonge onderzoekers onbetaalbaar waren. Bibliothecaire verzamelingen hadden geld genoeg, dacht ik, maar nieuwsgierige onderzoekers niet. De stelling was overigens even provocatief als naief. Dries van Melsen had met zijn ‘open deur’ grotendeels gelijk. Toen ik jaren later Pierre Vinken, eerst als directeur van Excerpta Media, later als topman van Elsevier tegenkwam was ik mijn stelling ook vergeten. Dat ik nu met enig plezier herinneringen ophaal aan 1964, is te danken aan Hieke Huikstra. ‘Het systeem is zo absurd dat niemand begrijpt dat het nog bestaat’, aldus de wetenschppelijke columniste, die ik grotendeels ondersteun in haar kritiek. Hoe open is ‘open access’? Die terechte vraag blijft ook open. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.