Voorbij het Trumpisme

Met stijgende verbazing keek en luisterde ik naar Trump’s toespraak bij zijn beëdiging in het voornamelijk met aanhangers en getrouwen gevulde Capitool. Heldere passages wisselde hij af met onware of onverifieerbare uitspraken. Verwachte beleidsvoornemens als protectionistische importheffingen werden gevolgd door dubieuze plannen om Mexico te treffen of drieste pogingen het Panamakanaal te annexeren. Typische Trump-oneliners als ‘America first’ en ‘drill, baby drill’ kregen bijval van klapgrage toehoorders. Biden en Harris moesten meerdere beledigingen over zich heen laten gaan. Was ‘dekretologie’ een bestaand woord, dan zou deze gekunstelde term een passende karakterisering zijn voor de woorden en daden, waarmee Trump voor de tweede keer in zijn woelig bestaan het presidentschap van de Verenigde Staten aanvaardde. Decreten behoren weliswaar tot het presidentiële instrumentarium, maar dat wil niet zeggen dat deze ‘bevelen’ te hooi en te gras gebruikt kunnen worden. De aankondiging van een grote reeks decreten, tegelijk met de intrekking van de decreten van voorganger Biden tekent het wisselvallig en onzekere beleid van de Amerikaanse overheid. Een verantwoord systeem van ‘checks and balances’ is onmogelijk, wanneer decreten op gespannen voet staan met de Amerikaanse grondwet. Dat een rechter in Seattle binnen enkele dagen een tijdelijke streep haalde door het decreet, waarmee Trump het automatisch burgerschap op basis van het geboorterecht – in 1868 verankerd in de grondwet – wilde beëindigen, is een positief signaal in een tijd van verwarring. Gelukkig tonen meer signalen, dat niet alle Trumpiaanse besluiten of plannen van weerwoorden verstoken blijven. Het besluit om de WHO te verlaten – strijdig met een universele zorgplicht – heeft terecht veel kritiek opgeleverd, en het voorgenomen vertrek uit het Parijse klimaatakkoord zelfs een materiële reactie: miljardair Michael Bloomberg neemt het Amerikaanse deel van de klimaatfinanciering voor zijn rekening. Trump stuurt intussen aan op een omgekeerde, fossielrijke energietransitie. Hij heeft lak aan internationale klimaatafspraken, geen oog voor grondstoffenschaarste en weinig op met de overgang naar circulaire economie. Het ‘Trumpisme’ is gestoeld op nationalisme en populisme, en baant de weg voor auto- en plutocratie. De wereld staat heel wat te wachten, in economische, sociale en geopolitieke zin. De felicitaties en wensen tot samenwerking uit Europa en andere werelddelen zijn begrijpelijk vanuit diplomatiek oogpunt. Maar die geforceerde gelukwensen mogen een harde, inhoudsvolle stellingname niet in de weg staan. Integendeel. De Europese overheden moeten door versterking van de samenwerking zorgen voor geopolitieke stabiliteit. Dan wenkt voorbij het Trumpisme een mondiale samenleving, waarin ruimte is voor sociale, culturele en duurzame ontwikkeling en draagvlak voor wereldwijde gerechtigheid. (Column RMB 2025.1)