Participatie

Aangestoken door een van de topwoorden van 2013 hebben de aandeelhouders van Attero een vrij onbekende participatiemaatschappij uitgekozen voor de overdracht van hun tot nu toe met publieke middelen gefinancierde afvalonderneming. De uit Essent Milieu voortgekomen onderneming stond al enige tijd in een etalage, die wanneer persberichten niet bedriegen, de aandacht van enkele befaamde kijkers wist te trekken. De ambities van het Belgische Indaver, gesteund door haar Nederlandse moeder Delta, was alom bekend. Sommige insiders kenden de belangstelling van SITA. De vermeende interesse van het Duitse Remundis was minder zicht- of hoorbaar. Dat de provinciale en gemeentelijke aandeelhouders ondanks het lonken of bieden van multinationale afvalondernemingen, hun voorkeur hebben uitgesproken voor een private-equity onderneming, die naar eigen zeggen actief is in gefragmenteerde groeimarkten, roept wel vragen op. Passen afvalbeheer en recycling in het uiterst gevarieerde portfolio van Waterland, de beoogde nieuwe eigenaar van Attero? Is de belangstelling voor bewerking en verwerking van afval een tijdelijke of blijvende zaak? Ook de interessante vraag of de hoogst biedende partij heeft gewonnen is (nog) niet beantwoord. Zouden Indaver of SITA geen 170 miljoen euro hebben willen betalen voor het bedrijf, dat de laatste tijd via de innovatieve dochter VAR op weg was om de afvalhiërarchie handen en voeten te geven? Betekent de kop in Binnenlands Bestuur ‘Attero schoon aan de haak verkocht’, dat Waterland het risico van de nazorg op stortplaatsen volledig overneemt? Staat voor de directie en aandeelhouders vast, dat de toekomstige eigenaar – gelet op het ‘track record’ van deelnemen en weer afstoten – een zodanig toekomstbestendig perspectief biedt, dat duurzame ontwikkeling, recycling en ketenbeheer tot in lengte van jaren gewaarborgd worden? Rob Thielen, de eigenaar van Waterland, is intussen blij met de overname. Hij ziet goede mogelijkheden voor groei, vooral  via inzet van diverse scheidingstechnologieen en de inderdaad broodnodige internationalisatie. Maar een soortgelijk optimisme toonde Ruud Sondag ook, toen hij de Van Gansewinkelgroep nog bestuurde in opdracht van andere, nog befaamder private equity partners. Voor Attero-topman Pierre Vincent weegt de continuïteit van het bedrijf en de werkgelegenheid van de medewerkers zwaar. Dat is een respectabele opstelling. Maar opvallend is wel, dat het zelfstandig kunnen blijven functioneren in een adem genoemd wordt met de trefwoorden continuïteit en internationalisatie. Die aspecten pleiten eerder voor aansluiting bij in afvalbeheer gespecialiseerde bedrijven. Nogal wat participatiebedrijven zien immers hun aankoop als een tijdelijke investering, die vroeg of laat te gelde moet worden gemaakt, via een beursgang of – wanneer de beurs geen soelaas biedt – via verkoop aan (weer) een andere financiële partij. Waterland heeft gelukkig te kennen gegeven, dat na de definitieve aankoop geen schulden worden overgeheveld naar de nieuwe aanwinst. De aankoop schijnt volledig uit het eigen vermogen te worden betaald. Dat moet voor de leiding en de werknemers van Attero een hele geruststelling zijn. Hopelijk kunnen zij de nieuwe eigenaar laten zien, dat afvalbeheer als kernactiviteit een permanente participatie vergt: deelnemen gedurende een lange reeks van jaren zonder de dreiging van voortijdige vervreemding. (RMB 2014.1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »