De Kracht van de Kringloop – Samenvatting

Boekomslag: De Kracht van de Krgloop

VOORAF
Alliteratie in Nieuwe Kerk – Waarom boek over de Ladder – Leeswijzer

VAN MOTIE NAAR WETGEVING
1979 Motie Lansink – 1994 Wet Milieubeheer – 2008 Kaderrichtlijn

Oorsprong van de afvalhierarchie
Hoewel Minister Ginjaar weinig voelde voor een Beleidsplan Hergebruik Grondstoffen, aanvaardde de Tweede Kamer eind 1979 de motie Lansink c.s. met de voorkeursvolgorde voor afvalbeheer. De motie leidde tot de nota “Beperking en gebruik van afval van particuliere huishoudens” (SVA, Amersfoort 1980), maar kreeg in de jaren 80 slechts aandacht van  milieutijdschriften en de provincie Overijssel. Het kabinet koos voor een procedureel indicatief meerjarenprogramma afval ter beperking van de belasting van het milieu (Art 75 Afvalstoffenwet).

Wachten op wettelijke verankering
De Tweede Kamer pleitte regelmatig voor de aanscherping en codificatie van het afvalbeleid. Minister Winsemius (1984) erkende het belang van preventie en hergebruik, maar wetgeving bleef uit. In 1988 vroeg de Tweede Kamer opnieuw om aanpassing van de wetgeving via de moties, resp. van Roosen-van Pelt en Lansink, en van Rijn-Vellekoop en Eisma

Gast in eigen huis – Pieter Winsemius
Gesprek met de oud-minister (VROM) over verantwoordelijkheid, sociale betrokkenheid, sturing en oplossing van lange-termijn-vraagstukken

Inbouw in Wet milieubeheer
Bij de integratie van de Wet chemische afvalstoffen (1976) en de Afvalstoffenwet (1977) in de Wet milieubeheer (1992) werd de motie Lansink opgenomen in Artikel 10 van de nieuwe wet: het kader voor verordeningen en regelgeving via Algemene Maatregelen van Bestuur. Intussen won de afvalsturing door de Rijksoverheid terrein, terwijl provinciale zeggenschap verminderde.

Artikel 10 Wet milieubeheer
Artikel 10 Wet milieubeheer

Landelijke afvalbeheersplannen
Het eerste Landelijke Afvalbeheerplan (LAP 1) kende pittige doelstellingen voor preventie en hergebruik. Bij de instrumentatie golden criteria als doelgroep, draagvlak, financiële prikkels en handhaving; minimum standaarden werden kerninstrumenten. Tussentijdse voortgangsrapportages maakten evaluatie mogelijk.  LAP 2 zette alle kaarten op ketenbeheer met als stimulans de C2C-filosofie. Subdoelstellingen waren: vermindering totale milieudruk en koppeling aan energiebeleid. De voorkeursvolgorde werd tevens referentieniveau voor vergunningverlening

Kaderrichtlijn Afvalstoffen (European Waste Directive)
Met de ‘Thematische strategie afvalpreventie en –recycling’ startte in 2004 de discussie voor de nieuwe Kaderrichtlijn Afval. Na veel overleg bereikten Europees Parlement en Europese Raad in juni 2008 een akkoord. Verbeteringen t.o.v. oude richtlijn waren: versterking van preventie, opwaardering van voorkeursvolgorde en aanzet ‘end of waste criteria’ en stevige aanzet voor een doelgericht product- en materialenbeleid. Een bijzonder aspect betrof de berekening van het energierendement van afvalovens om ‘recovery’ en ‘disposal’ te onderscheiden.

Nog een hele weg te gaan: Hans Blokland
Gesprek met de voormalig Europarlementarier over de totstandkoming van de (nieuwe) Kaderrichtlijn Afvalstoffen

Kritiek en tegenkrachten
Wouter van Dieren (Club van Rome) uitte merkwaardig genoeg kritiek op de motie Lansink. Ook het bedrijfsleven had aanvankelijk moeite met voorkeursvolgorde: ‘Einde van de Ladder van Lansink in zicht’ kopte VNO-NCW. De kritiek betrof de starheid en de ideologische en intuïtieve benadering. Ook LAP1 het eerste Landelijk Afvalbeheerplan ondervond manifesteerden diverse tegenkrachten. In het spanningsveld van ecologie en economie bleef bekostiging punt van aandacht en zorg.

Delftse en andere ladders
De Delftse ladder van Charles Hendriks voegt voor de bouwwereld de sporten immobilisatie en renovatie toe aan de ladder. Holland Railconsult bedenkt in 1999 ‘Veer voor grondstromen’, een infrastructurele variant van de ladder. Innovatienetwerk vertaalt de ladder in een Ecopyramide voor duurzame inzet van biomassa. STOP: een variant van Vlaamse parlementariërs voor bevordering van mobiliteit haalde de stemmingslijst niet. ‘Kilometersweg’ en ‘Zevensprong’ van Verdaas werden wel bekend, evenals de DO-ladder van Argumentenfabriek: een integraal afwegingskader voor duurzame ontwikkeling

VAN AFVAL NAAR GRONDSTOF
Over de sporten van de Ladder van Lansink

Waste hierarchy according to www.recycling.nl
Waste hierarchy according to www.recycling.nl

Begrippenkader
De codificatie van de motie Lansink in Wet milieubeheer blijkt een goede basis voor regelgeving. De voorkeursvolgorde bevestigt product- en materiaalhergebruik in plaats van bron- en nascheiding. Begripsverwarring ontstaat door het overkoepelende begrip nuttige toepassing, waaronder diverse bewerkingen worden verstaan. Overeind blijft de nadruk op recycling voor de borging van de duurzaam materialenbeheer.

Preventie
Operationalisering van preventie vergt een helder onderscheid tussen kwantitatieve en kwalitatieve preventie, naast een een al dan niet stevige aanpassing van gebruikelijke consumptiepatronen. Preventiebeleid kwam op gang tegen het einde van de jaren 80, mede op aandrang van de Tweede Kamer, maar kreeg pas in 2008 een groter draagvlak in de Europese Kaderrichtlijn afval.

Producthergebruik
Levensduurverlenging is producthergebruik ‘avant la lettre’ als alternatief voor preventie. Belemmeringen voor producthergebruik moeten worden weggenomen.  Beperking van de milieudruk vergt een multi-functionele aanpak.

Van product- naar materiaalhergebruik
Van product- naar materiaalhergebruik

Materiaalhergebruik
Materiaalhergebruik is gediend met bronscheiding om de kwaliteitseisen, die aan bewerkte afvalstromen worden gesteld. Recycling van afvalstromen biedt ook een materieel voordeel boven verbranding van afval. LAP 2 en de Kaderrichtlijn Afvalstoffen zetten vooral in op hoog- of gelijkwaardig materiaalhergebruik. Optimalisering materiaalhergebruik vergt kennis van en aandacht voor logistieke en organisatorische aspecten

Verbranden
Afvalverbranding was aanvankelijk bedoeld om de hoeveelheid te storten resten te reduceren. Vanaf de jaren 70 vindt geleidelijk terugwinning van energie plaats. Ook LAP1 ruimt plaats in voor energiewinning. Europese Hof onderscheidt energieproductie en thermische vernietiging. De Kaderrichtlijn onderscheidt R1 en D10: beleidsmatig verschil tussen”recovery en disposal”.

Storten
Storten vormt in Nederland sinds de eeuwwisseling een uitzondering op de regel(s). Belangrijke sturingsinstrumenten zijn het stortverbod en de verbrandingsbelasting (wel wettelijk geregeld maar op 0 gesteld). De nazorg van stortplaatsen blijkt een belangrijke kostenfactor. Duurzaam storten lijkt een tegenspraak, maar blijkt bij nadere analyse voordelen met zich mee te brengen.

Fasen in transitieproces (Bron: De Kracht van de Kringloop)
Fasen in transitieproces (Bron: De Kracht van de Kringloop)

VAN VROEGER NAAR LATER
Over transities en de noodzaak van gedragsverandering

Over transities en (overheids-)beleid
Eerst geleidelijke overgang naar groter milieubewustzijn en sectorale wetgeving. Meer nadruk op research en innovatie als gevolg van overheidsmaatregelen en wetgeving (Hypothese van Porter). Ecologische modernisering is reactie op regelgeving en tekort aan grondstoffen. Transitieprocessen worden ook zichtbaar in het energiebeleid : snelle ontwikkeling van duurzame energie naast trage voortgang van kernfusie. Institutionele factoren bepalen met de voortgang van het wetenschappelijk onderzoek de duur van transities

Transities in het (Nederlandse) afvalbeheer
Het Nederlandse afvalbeheer verloopt volgens het transitiemodel.  De eerste transitie speelt zich af tussen 1900 en 1970 met als drijfveer de zorg voor volksgezondheid. De tweede transitie begint in de jaren 80, en is sterk bevorderd door de motie Lansink (1979). Kern van de motie (latere Ladder van) Lansink is de nadruk op preventie en hergebruik, ook eenmalig in de vorm van energie. De derde transitie krijgt vorm rond de eeuwwisseling, met als ‘drivers’ de schaarste aan grondstoffen en de roep om een stevig klimaatbeleid. Analyse van transitiemechanismen leert wel, dat de toekomst onzeker blijft.

Innovatie en duurzaam afvalbeleid
Wetenschap en technologie proberen werkelijkheid te ontrafelen, kennis te verruimen en toepasbaar maken. Onderscheid past tussen inductieve en deductieve werking van wetenschap en technologie. Innovatie kent veel smaken, ook vanwege de vraag of en zo ja hoe innovatie wordt bevorderd of belemmerd door (politiek) beleid. Stimulering, ook fiscaal, blijft nodig.

Bewustmaking en acceptatie
Gedragsverandering werd noodzakelijk door de energiecrises I en II; het voortouw lag in handen van SVEN, later NOVEM. Beoordeling van verschil tussen eenmalig en herhaald gedrag is essentieel voor bevordering van milieubewustzijn. Psychologische, emotionele en irrationele factoren spelen een rol bij het gedrag van consumenten. De cirkel van Prochaska en DiClemente is een goed hulpmiddel bij de vaststelling van die factoren. Het beleid dient zich zowel op doelgroepen als op thema’s voor gedragsverandering te richten.

Bij het begin beginnen – Laurentien van Oranje
Gesprek met de auteur van het boek Mr Finney en de wereld op zijn kop – over de bewustmaking van jong en oud voor duurzame ontwikkeling

Producentenverantwoordelijkheid
Minister Alders voert de producentenverantwoordelijkheid in. De regiefunctie van producenten en importeurs dwingt de overheid tot adequate instrumentatie. Bij de evaluatie in het LAP 2 worden diverse knelpunten zichtbaar. De verantwoordelijkheid voor effectief materiaalketenbeheer ligt bij alle schakels in de keten. Extended Producer Responsibility (EPR) leidt tot verdeeeldheid bij de inrichting van materiaalketenbeheer

Zorgplicht en marktwerking
Zorgplicht is een gedeelde verantwoordelijkheid voor overheid (in het bijzonder gemeenten), producenten en consumenten. (Fiscale) beleidsinstrumenten vergroten het spanningsveld van zorgplicht en marktwerking. Uitvoeringsorganisaties zoals Nedvang en ARN spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van raamovereenkomsten. De kwestie van het eigendomsrecht van afval blijkt een gebed zonder einde. Wettelijke afgifteplichten vergroten de spanning tussen overheid en recyclingmarkt.

Consumenten als schakelbeheerder
Consumenten zijn via aankoop en afdanken van producten een essentiële schakel in het materiaalketenbeheer. Een groot aantal invalshoeken of factoren bepalen de keuze van consumenten, die bij hun gedrag (aankoop, gebruik) zijn aangewezen op eigen ervaring of op externe informatie (waaronder de overheid). Logistiek bepaalt in belangrijke mate de resultaten van inzameling en scheiding. Consumenten zijn gangmaker van de kringloop bij keuze voor bronscheiding. Onttinnen van blik: voorbeeld van interactie tussen consumentengedrag, logistiek en optimale recycling.

Hergebruik : schakel voor integraal ketenbeheer en kringlopen
Hergebruik : schakel voor integraal ketenbeheer en kringlopen

VAN OPEN EINDE NAAR GESLOTEN KRINGLOOP
Over ketenbeheer, ecodesign en Cradle to Cradle

Integraal ketenbeheer
Integraal ketenbeheer vergt het zoveel mogelijk sluiten van stofkringlopen en het beperken van reststromen. Optimalisering van het productenbeleid vereist de betrokkenheid van alle schakels van de productketen.Ketenbeheer krijgt expliciete aandacht in LAP2 mede n.a.v. de belangstelling voor C2C. Ketenanalyse is een goed instrument voor de vastlegging van systeemgrenzen. In 1994 drong de Tweede Kamer al aan op een normstellend kader. ZeroWin is een duidelijk op integraal ketenbeheer gericht project dat in 2014 is afgerond.

Is afval altijd voedsel?
William McDonough en Michael Braungart publiceren in 2002 hun boek ‘Cradle to Cradle ‘. C2C kent als hoofdlijnen: alle afval is voedsel, vernieuwende duurzame energie en respect voor biodiversiteit De afstand tussen de Ladder van Lansink en C2C wordt bepaald door de beoordeling van eco-efficiency en eco-effectiviteit. De kritiek op de C2C-folosofie betreft het loslaten van preventie en de te eenvoudige opvatting over verduurzaming van het energiebeleid. Of C2C werkelijkheid wordt hangt af van de mate, waarin ecodesign gestalte krijgt, ook mondiaal.

Minder slecht is niet goed – Michael Braungart
Gesprek met de auteur van Cradle to Cradle over ethiek en innovatie

Productontwikkeling en ecodesign
Bij productontwikkeling dient “downcycling” beperkt of vermeden te worden. Ecodesign levert milieuwinst op wanneer in het ontwerpstadium van producten rekening wordt gehouden met energie- en milieu-effecten.De Europese Richtlijn Ecodesign is een belangrijk instrument voor duurzaam industriebeleid. De gecompliceerde methodologie van de Richtlijn Ecodesign belemmert snelle toepassing van het instrument.

Logistieke uitdagingen
Transport en distributie spelen een grote rol bij alle vormen van materiaalketenbeheer. De logistieke keten omvat een groot aantal schakels, waaronder winning, omzetting, aanvoer, assemblage, productie, distributie en gebruik. Op logistiek terrein kan veel winst worden geboekt door een innovatieve benadering van opslag en transport. Materiële en niet-materiële hindernissen dienen uit de weg te worden geruimd, ook door de overheid wil logistieke innovatie kansen krijgen.

Het ene instrument is het andere niet
Belangrijke middelen voor beleidsvorming zijn wet- en regelgeving, financieel-economische- en sociale instrumenten. Meerjaren beleidskaders zijn essentieel, maar wekken vaak te hoge verwachtingen. Doelgroepen en draagvlak bepalen de keuze en het succes van het instrumentarium, zoals de Wet Belastingen op Milieugrondslag

End-of-Waste: einde van de discussie?
De recycling sector dringt al jaren aan op de afschaffing van het klassieke afvalbegrip. De Kaderrichtlijn Afvalstoffen komt gedeeltelijk aan die wens tegemoet door definiëring van de “eind-afval-fase”. De “end of waste” criteria bieden kansen, maar roepen ook gevaren op voor een optimaal ketenbeheer. De gevolgen van de toepassing van EOW criteria dienen nader in beeld te worden gebracht. De beoordeling van potentiële afvalstromen moet worden verbeterd, ook in relatie tot het kader van REACH

Van storten en verbranden naar recycling - een internationaal overzicht (Bron: Maarten Goolhuis NVRD)
Van storten en verbranden naar recycling – een internationaal overzicht (Bron: Maarten Goolhuis NVRD)

VAN VERSPILLING NAAR BEHEERSING
Over Carbon Footprints en de interactie van energie en afval

Recycling boven of naast verbranding
Beleidskeuze: aanpak van tekort aan grondstoffen of reductie van CO2-uitstoot voor het klimaatbeleid? Beoordeling van de interne energiecomponent van producten naast de meer externe factoren. Toetsing van de ecologische voetafdruk om een heldere afweging te maken tussen materiaalketenbeheer en energiebeleid. De bewijslast van het belang van recyclage ligt (te) eenzijdig bij de recyclingsector

Over voetafdrukken en CO2-tools
Ecologische voetafdruk is de maat voor het productieve grond- en wateroppervlak bij een aanvaardbaar consumptieniveau. De ‘CO2-footprint’ geeft aan hoeveel broeikasgassen jaarlijks worden geproduceerd door personen of instellingen. Voor de toetsing van het klimaatbeleid zijn CO2-tools ontwikkeld, tot nu toe zonder afstemming of coördinatie. De CO2-tools zijn niettemin een goed hulpmiddel voor de bewustmaking van de samenleving. De BVOR heeft voor groenafval een rekentool laten ontwikkelen, die van belang is voor de ontwikkeling van ‘biobased economy’.

Duurzame maatlat hard nodig : Ernst Worrel
Gesprek met de Utrechtse hoogleraar RU over materiaalbeheer, CO2-voetafdrukken, LCA s en C2C

Organisch afval heeft de tijd mee
Biomassa is een duurzame bron van energie, indien sprake is van een korte kringloop. Algen kunnen de trekker worden van de derde generatie duurzame energiebronnen. Thermische omzetting van afval vindt plaats via vergassing, pyrolyse of een mengvorm van deze technieken. Het Europees Parlement wil – ander dan de Europese Commissie – een aparte Richtlijn voor Bioafval

Composteren en vergisten
De succesvolle productie van compost kreeg door verontreinigingen dubieus imago. Toch leverde de inzameling van GFT vanaf 1990 steeds meer keurcompost, ondanks kentering in GFT verwerking door ontheffing voor grote gemeenten van de plicht tot gescheiden inzameling. Organisch afval krijgt in LAP 2 het etiket ‘nuttige toepassing’ met de optie ‘verbranden met winning van energie’Composteren en vergisten worden vergelijkbare verwerkingsmethoden

VAN HET ENE DOMEIN NAAR DE ANDERE SECTOR
Over innovatieve ontwikkelingen bij recycling en hergebruik

Recycling: bakermat van materialenbeheer
Hergebruik loont: de ‘carbon footprint’ van secundaire grondstoffen toont een forse bijdrage aan de CO2-emissiereductie. De eeuwenoude praktijk van metaalrecycling sterkt de MRF in de discussie over ‘einde afval-fase’ en REACH. Gebruikt textiel is sinds mensenheugenis waardevol materiaal, zowel voor product- als materiaalhergebruik. Glas is kringloopmateriaal bij uitstek door de hoge energiewaarde van glas, dat bovendien goed recycleerbaar is. Gescheiden inzameling van papier en karton vormt sterke schakel in het materiaalketenbeheer, via de brancheorganisaties FNOI en PRN

Duurzaam bouwen en slopen
De Ladder van Lansink is leidraad voor duurzame verwerking van bouwafval en renovatie (Delftse ladder), voor, op en na de bouwplaats als middel op de weg van de circulaire economie : bouwen als kringloopproces. De sloopbedrijven hebben zich ontwikkeld tot betrouwbare leveranciers van secundaire grondstoffen. BRBS Recycling is de actieve branche organisatie voor sorteren en breken van bouw- en sloopafval

Voorbeeldige productcategorieën
Autowrakken blijven uitdaging voor Stiba, brancheorganisatie, voor de verwerking van afgedankte auto’s.De materiaalorganisatie ARN is regisseur en expertisecentrum, maar houdt zich ook bezig met uitvoeringstaken. Stibat is meer dan louter inzamelaar van batterijen. De verwerking van ingezamelde batterijen wordt uitbesteed. NVMP en ICT-Milieu vormen belangrijke schakels in de keten van wit- en bruingoed en van allerhande ICT-apparaten. Monitoring van de ingezamelde afvalstromen is essentieel, ook om vinger aan de pols te houden. Knel- en discussiepunt tussen MRF en de WEEE-uitvoeringsorganisaties vormt de wettelijke afgifteplicht.

Verpakkingen een verhaal apart
De Europese Richtlijn Verpakking en verpakkingsafval leidde tot Besluit beheer verpakkingen en papier en karton. De Convenanten Verpakkingen I, II en III afgesloten tussen 1991 en 2002 leverden te weinig resultaat op. De keuze van het AMvB-instrument blijkt wel succesvol, gelet op bevordering van preventie, ‘ecodesign’ en ketenbeheer.De discussies over belasting op milieugrondslag, statiegelden en , verwijderingsbijdragen en worden (te) moeizaam beslecht. Afschaffing van de verpakkingenbelasting en invoering Afvalbeheersbijdrage heeft tot gevolg, dat ook de beheersstructuur ingrijpend verandert

Scheiding van kunststoffen bij SITA Europoort
Scheiding van kunststoffen bij SITA Europoort

De ene kunststof is de andere niet
Kunststoffen: veel types, veelzijdig inzetbaar, maar meestal niet afbreekbaar en niet eenvoudig te scheiden. Het beleid dient gericht op preventie en bronscheiding met materiaalhergebruik als minimum standaard. Kunststof recycling is een gecompliceerd proces, dat functioneel hergebruik belemmert. Verschil van opvatting over bron- versus nascheiding belemmert optimaal hergebruik van kunststoffen. Technologische ontwikkelingen moeten naast de materiele waarde van de kunststof-monostromen de discussie beslechten

Naar cruciale economie – Herman Wijffels
Gesprek met Herman Wijffels, hoogleraar RU Utrecht over het evenwicht tussen economie, ecologie en sociale cohesie 

AFSLUITING

Nabeschouwing en vooruitblik
Materiaalketenbeheer vergt naast een heldere visie politiek doorzettingsvermogen om het concept van de circulaire economie te realiseren. De al aanwezige of te verwachten tegenkrachten tegen de overgang van een lineaire naar circulaire economie zijn te overwinnen. Ook de derde transitie van afvalbeleid naar ketenbeheer vergt sturing, zowel Europees als nationaal. Wet- en regelgeving dienen duidelijk te zijn, toegespitst ook op de lange termijn doelen van het beleid.Informatie en communicatie zijn van grote betekenis voor de gedragsverandering van producenten en consumenten. De derde transitie is even onontkoombaar als noodzakelijk gelet op de toekomstige tekorten aan grondstoffen en energiebronnen.

Ad Lansink en Hannet de Vries-in 't Veld, auteurs van De Kracht van de Kringlooop
Ad Lansink en Hannet de Vries-in ’t Veld, auteurs van De Kracht van de Kringlooop

Verantwoording
Het Ladderboek zou niet tot stand zijn gekomen, wanneer niet zoveel bedrijven, instanties en personen medewerking hadden verleend. De auteurs kregen op hun verzoek om materiële of immateriële ondersteuning steeds een positief antwoord. De werktitel veranderde geleidelijk. Van beneden naar boven werd Grondstoffenbehoud door duurzame afvalsturing. Die titel dekte wel een deel van de lading, maar moest het afleggen tegen De kracht van de Kringloop. Wat bleef was de Ladder van Lansink, driver voor de transitie naar het materiaalketenbeheer. Wat ook bleef was de samenwerking met de cofinanciers en alle instellingen en personen, die de auteurs op enigerlei wijze geholpen hebben bij de realisering van De Kracht van de Kringloop

Bronnen – Afkortingen – Naamregister

Ad Lansink/12-09-2015

Een gedachte over “De Kracht van de Kringloop – Samenvatting”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »