Onlangs verraste de gemeente Amsterdam outsiders met het bericht, dat de verkoop van het Afval Energie Bedrijf (AEB) defini?ef van de baan is. Insiders kenden de deadline, die het bankenconsor?um had verbonden aan de financiering van AEB. De afvalverwerker moest uiterlijk 30 juni 2025 verkocht zijn, nadat het bedrijf al geruime ?jd te koop had gestaan. Verkoop leek de enige oplossing na de maandenlange slui?ng in 2019 van vier
verbrandingslijnen als gevolg van technische en veiligheidsproblemen. Pogingen om AEB te verkopen mislukten om uiteenlopende redenen, soms financieel, dan weer poli?ek van aard. Zo beltte de Amsterdamse gemeenteraad na de partiele sluiting van de centrale de verkoop aan ondernemer Wim Beelen. Later verztte de voor AEB verantwoordelijke wethouder zich tegen de fusie met HVC in Alkmaar: notabene ook een publieke afvalverwerker. Hij zag kennelijk liever een zak geld. Geen wonder dus, dat twee jaar later de overname door AVR voor €450 mln in Amsterdam blijdschap opriep. De naam en faam van de Rtterdamse branchegenoot was belangrijk naast het zicht op een structurele oplossing. De vreugde was echter van korte duur. De Autoriteit Consument & Markt blokkeerde de deal met AVR, omdat de combinatie AVR-AEB een te machtige speler op de regionale markt zou worden. Aan denvraag of die stelling klopt, kwam Amsterdam niet toe, wellicht omdat intussen Indaver belangstelling had getoond voor AEB. Maar het in 2024 door de Belgische afvalverwerker uitgebrachte bod viel te laag uit. Ook de door Indaver gevraagde garanties waren blijkbaar onacceptabel. Daarmee ontkwam AEB niet aan de harde deadline van hetnbankenconsortium. AEB moest opnieuw te biecht bij de gemeente Amsterdam, die een oud krediet van €250 mln omzette in aandelen, en een nieuw krediet van bijna €160 mln verschafte voor de aflossing van de bankkredieten. Een miljoenenstrop voor de gemeente? Ja, maar ook nee omdat de ‘wake-up call’ van de deadline ook de weg opent naar het behoud van de publieke signatuur. Een grootstedelijk nutsbedrijf als AEB moet doelmatig en doeltreffend gerund kunnen worden, gelet op de verantwoorde, zelfs soms circulaire exploitatie van andere publieke afvalverwerkers. Trouwens: ook privaat gefinancierde afvalbedrijven ervaren soms problemen. Denk aan verbrandingsbelasting of CAO-perikelen. AEB moet langzamerhand wel weten, waar de knelpunten liggen en welke elementen van de bedrijfsvoering moeten worden aangepast. Een efficiënte exploitatie vergt pitige aansturing, doeltreffende logistiek en stevige inzet van staf en medewerkers, met de gemeentelijke Amsterdam als aandeelhouder, die op afstand toeziet en de lange termijn bewaakt. Eenwake-up call als positief signaal, mooi toch. (Column RMB 2025.5 – augustus 2025)