Wie de actuele geopolitieke verhoudingen naar waarde weet te schatten, zal niet verbaasd zijn over de mislukking van de onderhandelingen in Geneve over het wereldwijd bedoelde plasticverdrag. Hoewel maar liefst 186 leden van de VN al drie jaar praten over de aanpak van de plasticvervuiling, is eensgezindheid over geloofwaardige en tegelijk effectieve maatregelen ver te zoeken. Over de noodzaak van een stevige inzet bestaat geen verschil van mening. De negatieve effecten van de plasticvervuiling worden alom erkend, of het nu gaat om de gezondheidsrisico’s van microplastics, om de aantasting van de biodiversiteit of – nog grootschaliger – om de gevolgen voor de toch al moeilijk bestrijdbare klimaatverandering. Aard en omvang van de te nemen maatregelen roepen wel discussie op, zozeer zelfs dat een tweedeling en zelfs patstelling zichtbaar wordt. Een groot aantal landen verlangt beperkingen op de productie van plastics. De olieproducerende landen waaronder Rusland zijn daartoe niet bereid. Zij vrezen al marktverstoring door de transitie naar duurzame energiebronnen. Vermindering van de inzet van olie en gas voor de productie van plastics is voor die landen om economische redenen onbespreekbaar. De tegenwerping dat plasticvervuiling veeleer een maatschappelijk gedragsprobleem is, snijdt overigens ook hout. De meer dan honderd landen, die voor productiebeperking pleiten, zouden intussen een eigen route kunnen kiezen in de verwachting, dat die aanpak uiteindelijk leidt tot minder gebruik van ‘virgin plastics’. Keerzijde is, dat die ‘schone’ landen een pittige verhoging van de inzet van recyclaat moeten realiseren: een moeizame weg gelet op de actuele problemen bij de plastic recycling. Het pleidooi van de olieproducerende landen voor vernieuwing en verbetering van de inzameling, verwerking en recycling van plasticafval verdient meer aandacht, los van de discussie over productiebeperking. Plastics zijn voor de samenleving uitgegroeid tot onmisbare materialen. Denk aan de verpakking van voedsel of geneesmiddelen, en vergeet niet de vervanging van zware metalen door lichte en functionele kunststoffen. De wereldbevolking blijft voorlopig groeien, de vraag naar functionele plastics ook, tenzij de toevoeging van circulair granulaat soelaas biedt. Daarin ligt dan ook de sleutel voor het opheffen van de impasse. De huidige patstelling kan doorbroken worden, wanneer de olieproducerende landen een beperkte ruimte voor groei krijgen. Die ruimte zou moeten worden gekoppeld aan een gemeenschappelijke, mondiale inzet voor circulaire processen op alle treden van de afvalladder, van preventie via ontwerp, inzameling en recycling naar kwalitatief hoogwaardig recyclaat. Zou sturing nodig zijn, dan dient de opbrengst van binnen de sector te blijven via stimulering van brede innovatie. Van patstelling naar (dubbele) circulariteit: een wereldwijde uitdaging. (Column RMB 2025.6 – september 2025)