Veerbazen met mondkapjes

Verschillen in discipline tussen Nederland en Duitsland groter dan verwacht

Even een paar dagen buitengaats: dat moet toch kunnen, dacht ik bij het besluit om in Duitsland te bekijken of eenvoudige camperplaatsen – Stellplätze dus – voldoende ruimte boden om de ook bij de Oosterburen vastgelegde coronaregels in acht te nemen. Enkele weken geleden hadden we trouwens in Braubach (aan de Rijn, even onder Koblenz) al een campingbaas getroffen, die met een nieuwe indeling ongeveer hetzelfde aantal gasten een plaats aan het water kon bezorgen. Een om-en-om versmalling garandeerde iedere bezoeker voldoende ruimte om van dichtbij naar de redelijk drukke scheepvaart te kijken, zonder mondkapjes. Die veelbesproken, in Nederland nog steeds omstreden attributen waren wel nodig bij het bezoek aan de sanitaire ruimten. Bij het afwassen golden ook de regels, die in Duitsland al geruime tijd voor winkels van kracht zijn. Geen Duitser die daar moeite mee heeft. 

Camper in Braubach: de stenen markeren de staanplaatsen. De buren aan de linker en rechterzijde plaatsen hun camper of caravan dus aan de weg van de camping (Foto:Ad Lansink)

Dezelfde ervaring deden we, twee weken later, op in Billerbeck (Nord Rhein Westfalen) en Polle (Niedersachsen). Abdij Gerleve bij Billerbeck was alleen bij vooraanmelding te bezoeken, maar verder was alles open. Opvallend: op de terrassen droeg het bedienend personeel mondkapjes, de gasten niet. Iets soortgelijks zagen we in Polle, een kleine plaats aan de Weser, waar een veer aan rolkabels de verbinding vormt met de buurtschap Heitbrink en het dunbevolkte achterland. De goedgemutste veerbaas draagt – kennelijk zonder morren – een mondkapje, de passagiers (voetgangers, fietsers en automobilisten) niet. In de plaatselijke supermarkt is het beeld omgekeerd. De klanten dragen trouw de soms veelkleurige kapjes, maar het personeel niet. Gelukkig niet, zei een medewerker: het is veel te lastig om ons werk te doen.

Ans Lansink op het veer van Polle naar Heitbrink. Rechts veerbaas met mondkapje (Foto: Ad Lansink)
Veerbaas met mondkapje op het voetveer bij Heinsen (Foto: Ad Lansink)

Een dag later troffen we weer een aardige veerbaas met een mondkapje. Tijdens een wandeling naar het drie kilometer van Polle gelegen dorp Heinsen bleek, dat we ook daar de Weser konden oversteken, zij het met een alleen voor wandelaars en fietsers toegankelijk veer. Pas bij de overtocht bleek, dat we geen muntgeld bij ons hadden. Mondkapjes zijn gewoon in Duitsland maar pinapparaten (nog) niet. De uiterst vriendelijke veerbaas zette ons voor niks over. Voor een tegenprestatie – reinigen van het kraakschone dek – ontbrak de tijd. De veerbaas had het behoorlijk druk met het overzetten van fietsers. En wij moesten op tijd terug zijn bij Heitbrink voor de terugvaart naar Polle, waar we de volgende ochtend de overtocht alsnog konden betalen. Gastvrijheid kent geen grens, net zoals het alomtegenwoordige coronavirus.

Zicht op het dorp Heinsen langs de Weser. De bomenrij links markeert de weg naar het voetveer (Foto: Ad Lansink)

Intussen wekt de verhitte discussie over de inperking van de persoonlijke levenssfeer door de mondkapjesplicht evenzeer verbazing als de verminderde discipline, die in de afgelopen weken in Nederland manifest is geworden. De weerstand tegen mondkapjes, al dan niet gebaseerd op Grondwettelijke vrijheden en de bezwaren tegen de anderhalve-meter maatregel zijn een teken aan een onvermoede wand. Het wordt hoog tijd, dat de saamhorigheid van de eerste weken van de coronacrisis weer terugkomt, ook bij jongeren, die zich onaantastbaar wanen. De criticasters van het coronabeleid, die in de media volop ruimte kregen, moeten beseffen dat alleen een eensgezinde aanpak de Covid19-pandemie uit de wereld kan helpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.