Met waarheid vertrouwen winnen

Truth and Trust: wijze woorden die blijven gelden na de aanslag op de Amerikaanse democratie tijdens de ‘Stop the Steal’ demonstratie en protestmars naar en in het Capitool in Washington DC op 6 januari 2021

Truth: Photo by Michael Carruth on Unsplash (Courtesy)

1: Wie op 6 januari 2021 via livebeelden van CNN de bestorming van Capitol Hill volgde, wist meteen dat na de markering van 2020 als jaar van de Covid19 pandemie, ook 2021 in alle nog te verschijnen geschiedenisboeken een opvallende plaats zal krijgen. Toen enkele dagen na de presidentsverkiezingen van 3 november 2020 vast stond, dat Democraat Joe Biden Republikein Donald Trump had verslagen, werd al verwacht dat de verliezer zich niet bij zijn nederlaag zou neerleggen. Ruim voor de verkiezingen had ‘serieleugenaar’ Trump al twijfel gezaaid door te speculeren over de fraudegevoeligheid van de poststemmen. Na de vaststelling van de uitslag – winnaar van de ‘popular vote’ en van de kiesmannen van he ‘Electoral College’ nam zijn verzet groteske vormen aan door het aanspannen van talrijke, op een na allemaal verloren gedingen, tot bij het Supreme Court toe. De vroege aankondiging van de protestmars naar Capitol Hill – uitgerekend op de dag, waarop het Congress de stemmen van de kiesmannen zou ratificeren – bevestigde zijn boze bedoelingen.

Het Capitool achter tralies, 10-22 januari 2021 (Photo: Ian Hutchinson on Unsplash (Courtesy)

2: Bestonden nog twijfels over de bedoelingen van grootspreker Trump – overigens geen groots spreker – dan werden die weggenomen door zijn president-onwaardige opruiing. De al even onbetrouwbare advocaat Guilani had met zijn ‘trial by combat’ de weg geplaveid voor zijn in complottheorieën gelovende vriend. De immense schare Trump-fans – vreemd uitgedoste figuren naast mensen in camouflage pakken, lopende vlaggemasten maar ook van stokken en ander wapentuig voorziene strijders – lieten zich Trump’s aansporing om naar het hart van de Amerikaanse democratie te trekken geen twee keer zeggen. Voor zijn aanhangers hoefde Trump niet in herhaling te vallen, voor zichzelf wel. De bestorming en (tijdelijke) verovering van het Capitool werd een trieste maar historische gebeurtenis zonder precedent. Gelukkig bleven de Instituties overeind. De zalen van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat werden ontheiligd, maar de afgevaardigden bleven tot diep in de nacht in de weer. De tegenstemmen van (te) veel Republikeinen bij de ratificatie stonden definitieve bekrachtiging van President Joe Biden en Vicepresident Kamela Harris niet in de weg..

3: Beschrijving van de taferelen binnen het Capitool is onnodig, ook gelet op de livebeelden, en de vele foto’s en filmbeelden die de dagen na de bestorming opdoken. Wie met mij de afgelopen weken de dramatische ontwikkelingen in de Verenigde Staten op zich heeft laten inwerken, kan tot geen andere conclusie komen dan afkeuring van Trump’s opzichtige poging om de democratie van de Verenigde Staten naar zijn autocratische hand te zetten. In zijn hoofd had hij met zijn onwaarheden en bedenksels een eigen werkelijkheid geschapen. Hij werd daarin bevestigd door zijn fans, waarvan hij de onvrede en frustratie zo had vergroot, dat zij wel moesten snakken naar een sterke leider. Een dictator hadden zij misschien op de (mis)koop toegenomen. Opvallend was intussen, dat veel politici en commentatoren – om het even op CNN, NBC, AP of ABC News – spraken over de noodzaak van ‘truth’ en ‘trust’: waarheid en vertrouwen dus. In veel analyses en beschouwingen werden die woorden, die slechts een letter van elkaar verschillen, geplaatst tegenover de talrijke leugens van Donald Trump en het forse wantrouwen van het merendeel van zijn aanhangers. De uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft duidelijk gemaakt, dat leugens het afleggen tegen de waarheid en wantrouwen tegen vertrouwen

The Story of the Declaration of Independence: Standaardwerk over de Onafhankelijkheidsverklaring. Persoonlijk Cadeau van Lewis Paul Bremer Bremer, Ambassadeur van de Verenigde Staten (1983-1986)

4: Toen ik in 1984 op uitnodiging van Lewis Paul “Jerry” Bremer III, de in 1983 aangetreden ambassadeur van de Verenigde Staten, een studiereis door Amerika mocht maken, wist ik weinig van het Amerikaanse twee-partijen-stelsel, de scheiding van de machten en de ingebouwde systematiek van ‘checks and balances’. Ik wist natuurlijk wel, dat de Republikeinen de conservatieve rechterzijde van het politieke landschap bevolkten, terwijl de ‘progressieve’ Democraten in het algemeen linksgeoriënteerd waren. Dat de twee machtsblokken hun eigen vleugels hadden lag evenzeer voor de hand als de stabiliteit van het midden, waarin ook Republikeinen en Democraten zich thuis voelden. In dat uitgestrekte midden vonden vooral de geopolitieke ambities een groot draagvlak, inclusief de internationale voorbeeldrol. Ronald Reagan was van 1981 tot 1989 dan ook een nauwelijks omstreden President. Hoewel ik mijn uitnodiging te danken had aan mijn belangstelling voor kernenergie liet de United States Information Agency mij toch vrij in de keuze van de onderwerpen, die ik me in mijn zeven weken lange rondreis eigen wilde maken. Ter voorbereiding van mijn reis door de Verenigde Staten had ik overigens op 4 februari 1984 van Ambassadeur ‘call me’me Jerry Bremer een fraai boek over de Amerikaanse Onafhankelijkheids-verklaring gekregen: een dankbetuiging voor zijn werkbezoek aan Nijmegen (Zie zijn brief ter afsluiting van deze blog).

Opdracht van Ambassadeur Jerry Bremer in The Story of the Declaration of Independence

5: Tijdens mijn boeiende studiereis, en ook de jaren daarna kwam ik steeds meer te weten over de politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten, vooral door de bemoeienis van de Amerikanen met internationale conflicten. Dat ik me in latere jaren meer verwant voelde met de Democraten had te maken met het beleid op twee thema’s, die van meet af aan tot mijn werkterrein behoorden: volksgezondheid en milieubeleid. Overigens maakte Nederland zich in het algemeen weinig zorgen over wie in Amerika aan de touwen trok. De Republikeinen Georg H.W Bush (1983-1989) en zijn zoon Georg W. Bush (2001-2009) konden op vrijwel even veel waardering bogen als de Democraten Bill Clinton (1993-2001) en Barack Obama (2009-2017).  Omgekeerd maakten Republikein Ronald Reagan (1981-1989) en zijn politieke vrienden zich wel zorgen om de z.g. Hollanditis, het Nederlandse verzet tegen de plaatsing van kruisraketten op Woensdrecht of Volkel dat met de massale demonstratie bij de Haagse Houtrusthallen een hoogtepunt bereikte. Ruud Lubbers komt de eer toe van een doorbraak in het befaamde dubbelbesluit. Na de val van de Muur in 1989 kon dat moeilijke dossier worden gesloten. De verhouding met de Verenigde Staten werd genormaliseerd

6: Na mijn vertrek uit de Tweede Kamer volgde ik de Amerikaanse politiek op grotere afstand, ook al bleef de interesse voor het tijdloze thema van het klimaatbeleid. De ongedachte komst van Donald Trump in het Witte Huis bracht mijn nieuwsgierigheid terug, ook door de zorgen over het toenemend nationalisme in Europa. Het merkwaardige Amerikaanse kiesstelsel leidde tot de verkiezing van een gewiekste zakenman en volbloed nationalist: een vreemde vogel in het befaamde Oval Office. Wat moest dat worden: een non-politicus en echte populist als president van de machtigste natie van de hele wereld. De mondiale samenleving hield de adem in. Al snel bleek, dat de sleutelwoorden ‘truth’ en trust’ ver te zoeken waren. Trump overdreef naar believen en verkocht de ene leugen naar de andere, Hij bleek een impulsief bestuurder, die meer oog had voor zichzelf dan voor de Amerikaanse samenleving. Internationale verbanden zoals de WHO zag hij niet zitten en mondiale vraagstukken zoals het klimaatbeleid kwamen in zijn narcistische kraam niet te pas.

Ranonkels 20-01-2021: ‘First glimpse of a new vision’, after the ‘zero-strategy chaos (Foto: Ad Lansink)

7: Zes dagen voor zijn beëdiging hield President-Elect Biden een indrukwekkende rede. CNN noemde zijn televisietoespraak ‘the first glimpse of a new, more traditional and detail-oriented vision of presidential leadership after the zero-strategy chaos of the Trump years. Trump’s ‘zero-strategy chaos’, gevoed door leugens, misleiding, ontkenning van de verkiezingsuitslag, verloren gedingen en pogingen tot manipulatie van gekozen bestuurders werd door de bestorming van het Witte Huis een regelrechte test van de Amerikaanse Instituties: het Congress, de Constitutie en de Amerikaanse Krijgsmacht. De eensgezinde legerleiding maakte in een zelden vertoond Memorandum for the Joint Force (Zie Handtekeningen) aan alle militairen duidelijk, dat zij de Constitutie eerbiedigen. ‘As Service Members, we must embody the values and ideals of the Nation’. Daarmee kozen de Instituties voor de democratische rechtsorde, en tegen de pogingen van Donald Trump om een autocratie naar eigen snit te vestigen. Joe Biden op zijn beurt bleef in de dagen voor zijn inauguratie terughoudend. Wel trof hij nauwgezet – ondanks het gebrek aan medewerking van de vertrekkend President – de alle voorbereiding voor een zorgvuldige transitie. Inclusief de formatie van een deskundige, vertrouwenwekkende staf. 

Handtekeningen van Joint Chiefs of Staff of U.S. Army onder het Memorandum for the Joint Staff about the violent riot in Washington D.C. on January 6, 2021

8: Wanneer autocratische politici zoals Trum verslingerd raken aan de macht kunnen zij daar geen afstand van doen. Zij zijn overtuigd van eigen gelijk en omringen zich met louter jaknikkers. Op tegenspraak staat verwijdering uit kabinet of staf. Liegen en bedriegen: daar draait het om. Nu al is evident, dat in de Verenigde Staten overdrijving, misleiding en leugens tijdig zijn ontmaskerd. De roep om een sterke man als gevolg van onvrede en wantrouwen is door de meerderheid van de bevolking niet gehoord. Maar het z.g. Trumpisme is niet dood. Joe Biden, de 46e Amerikaanse President staat daarom voor een immense opgave. Hij moet grote vraagstukken – Covis19 pandemie, economie, sociale inclusiviteit – aanpakken, verzoening teweegbrengen en zijn eigen achterban consolideren, zo niet versterken.  De Constitutie en de overeind gebleven Instituties zullen hem daarbij helpen, in de wetenschap dat de representatieve democratie stoelt op wederzijds vertrouwen. Om met twee trendy stopzinnen te eindigen: Het is wat het is: de waarheid zoeken en vinden, de werkelijkheid onder ogen zien, het vertrouwen herstellen: een enorme uitdaging. We gaan het zien. Hopelijk, in de Verenigde Staten en elders, ook in Europa, ook in Nederland.

Een achteraf historische brief: In het najaar van 1983 kreeg ik een uitnodiging van de Amerikaanse Ambassade in den Haag voor een diner ter ere van het bezoek van Visting Ambassadeur Kennedy, die op doorreis was naar het IAEA in Wenen. Tijdens het diner werd met een twaalftal gasten gesproken over kernenergie. Mijn echtgenote Ans zat tegenover Ambassadeur Lewis Paul Bremer – voor intimi Jerry – en sprak met hem over Nijmegen. Ik vroeg hem bij de afsluiting van het diner of hij interesse had voor een bezoek aan ‘that famoud old town’. Hij antwoordde bevestigend. Bij een tweede ontmoeting op een congres in Zandvoort herinnerde ik hem aan mijn invitatie. Op 3 februari 1983 organiseerden burgemeester Frans Hermsen en ik een uitgebreid werkbezoek aan Nijmegen. Dat bezoek werd afgeslotenmet een informele ontmoeting in ons huis aan de Willem Schiffstraat, in aanwezigheid van een veertigtal gasten. Jerry Bremer zou jaren later naam maken als hoofd van de antiterrorisme-afdeling van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, als adviseur van het ministerie van binnenlandse veiligheid en als bestuurder van Irak namens de Coalition Provisional Authority (2003-2004)

Voorbij de tijdgeest

Tegenstellingen bij een moeizame jaarwisseling: licht en donker, vreugde en verdriet, rechten en plichten, hoor en wederhoor en niet te vergeten: liefde of macht

Licht en duisternis langs de Rijn bij Braubach, ten zuiden van Koblenz (Foto: Ad Lansink)

Kan een vrijwel verloren jaar toch nog winst opleveren? Die vraag klemt, temeer waar de mooie, ronde getallen van twintig-twintig de verwachting van een nieuw begin opriepen. De alom zichtbare onvrede had kunnen verdwijnen. Inspiratie had de creativiteit kunnen voeden, en een onbevangen start had de samenleving vooruit kunnen helpen op de weg naar duurzame ontwikkeling. Intussen weet de hele wereld wel beter. Covid19 zaaide overal verdriet en verderf. Alle zeilen moesten en moeten worden bijgezet om de plotselinge pandemie te bestrijden. Inmiddels raakten meer dan 80 miljoen mensen besmet en stierven bijna 2 miljoen mensen aan de vreemde ziekte. Pasen, Hemelvaart en Pinksteren werden niet de gebruikelijke vieringen van wederopstanding, en Kerstmis nauwelijks het feest van het licht, waarnaar gelovigen en ongelovigen elk jaar verwachtingsvol uitzien

Over het licht van Kerstmis gesproken: het weinige licht lijkt opgeslokt te worden door de duisternis, aldus Monseigneur Jan Hendriks, de bisschop van Haarlem tijdens zijn preek bij de Kerstviering in de lege Amsterdamse Sint Nicolaaskerk. Die ware woorden typeerden bij uitstek de sombere gevoelens aan het einde van een moeizaam jaar. Vrijwel alle landen zagen zich gedwongen om een gedeeltelijke, intelligente of volledige lockdown af te kondigen. Thuis werken (of blijven) en anderhalve meter afstand houden werden het parool, al dan niet met mondkapjes.  Wat in de nachtelijke uren van Eerste Kerstdag voor talloze kerkgangers een gezamenlijke viering had moeten worden, moest plaats maken voor een afstandelijke livestream in eigen huis of een sobere Dageraadsmis in de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk. Daar zei Pastoor Eduard Kimman SJ tegen dertig kerkgangers: God is liefde, geen macht.  

Anderhalve-meter-samenleving: Buurtborrel op 1e Paasdag 2020 in de Willem Schiffstraat 3-17 in Nijmegen (Foto: Ad Lansink

De Bisschop van Haarlem sprak in Amsterdam zijn toehoorders moed in door de afstand tussen licht en donker te verlengen met de tegenstelling tussen goed en kwaad. Het kwade schreeuwt, aldus Jan Hendriks, maar het goede fluistert. Hij gaf daarmee helder aan, dat de samenleving niet moet luisteren naar de bijna alomtegenwoordige schreeuwlelijkers, maar oren en ogen moet openen voor de bescheiden maar zinvolle geluiden van fluisteraars. Die rustige en wijze zegslieden vallen niet meteen op te midden van het lawaai van ‘fake nieuws’, botte leugens en miscommunicatie, maar verdienen wel aller aandacht, al was het alleen al om een evenwichtige en faire oordeelsvorming te waarborgen en het ook door sociale media aangetaste vertrouwen in elkaar te herstellen.  

Column Tommy Wieringa NRC 24 december 2020

Licht en duisternis horen bij elkaar, zoals vreugde en verdriet, hoop en vrees. Dat geldt ook voor duale begrippen als rechten en plichten, hoor en wederhoor, schuld en onschuld en – ander woord voor jaarwisseling – oud en nieuw, nu vaak gevolgd door het woord politiek. Wie de tegenstelling tussen oude en nieuwe politiek beziet, ontdekt controverses, die dieper snijden: het verschil tussen denken en doen op korte en lange termijn, de afstand tussen vorm en inhoud, het gedrag van eendagsvliegen enerzijds en mastodonten anderzijds, het overwicht van emotie en het onderwicht van ratio. De discussie over oud en nieuw betreft ook het journalistieke domein. De mannen en vrouwen, die kranten vorm en vooral inhoud geven, krijgen van de snelle ‘internet-influencers het etiket van de oude journalistiek opgeplakt. Blogs en ‘social media’ zijn allemans voertuigen van berichten en vooral opinies. Via talkshows, podcasts en visuele trucs laten nogal wat journalisten zich sturen door lees-, kijk en luistercijfers: een mediacratie, die autocratie bevordert en democratie bedreigt.

Op de grens van 2020 en 2021 is de vraag gerechtvaardigd, of de democratische instituties bij machte zijn om zich staande te houden onder die autocratische dreiging, die in de Verenigde Staten de tijdige aanpak van de corona-epidemie heeft belemmerd. Het Amerikaanse volk heeft haar vertrouwen uitgesproken in de democraat Joe Biden. Maar de autocratische krachten, voor een deel stoelend op populisme en nationalisme, zijn met de wisseling van de wacht in Washington niet weg, niet in de VS en evenmin in Europa, waar de volksvertegenwoordigers uit het midden van het politieke spectrum hoop kunnen putten uit de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen (vooropgesteld, dat Donald Trump zijn doldrieste verzet tegen zijn verlies tijdig staakt).

Zomaar een doel in 2021: Billerbeck in Nord Rein Westfalen met de karakteristieke Ludgeri-Dom, midden in het kleine centrum (foto: Ad Lansink)

Terug naar de (andere) tegenstellingen: in de NRC van 24 december 2020 schreef Tommy Wieringa een indrukwekkende column over het begin van de pandemie, een hachelijk avontuur, dat slecht kon aflopen, maar ook iets nieuws kon oplevereneen moment tussen hoop en vrees, verwarrend en verwachtingsvol.  De gelouterde schrijver toont ook aan, hoe het virus zijn objectiviteit verloor, gepolitiseerd raakte en tot conflictstof werd. Welnu, Covid19 blijft conflictstof. Is het niet het type van de lockdown, dan zijn het wel de mondkapjes. Is het niet de vaccinatiestrategie, dan zijn het wel het tempo, de plaats en de risicogroepen waar te beginnen. Met Tommy Wieringa verlang ik terug naar het begin van het jaar – niet feitelijk, wel overdrachtelijk – toen het eigenbelang voor even ondergeschikt was aan iets dan groter was dan wij. Voor even? Nee liever langer dan vandaag en morgen. De tijdgeest van egotripperij voorbij, met het leergeld van de winst- en verliesrekening van 2020, op weg naar saamhorigheid die bindt in 2021 en daarna.

Klokketoren van de Dominicuskapel van Huize Rosa in Nijmegen (Foto:Ad Lansink)

Zonder vuurwerk maar met (wel)luidende klokken op weg naar een voorspoedig, gezond en Zalig Nieuwjaar

Trefpunt Heyendaal

Bespiegelingen en herinneringen bij een samenloop van gebeurtenissen op het knooppunt van wetenschap en samenleving

Wat ooit gewoon was, gebeurde onlangs weer eens: een reeks uiteenlopende ervaringen, die toch met elkaar te maken hebben. De verbindende factor in een wonderlijke week was Heyendaal, het domein van de in 1959 nog Katholieke Universiteit, waar ik toen aan mijn achteraf merkwaardige loopbaan begon. De eerste opvallende gebeurtenis in de derde week van October 2020 was de plotselinge publicatie van een discutabel plan. De gemeente Nijmegen, Radboud Universiteit, HAN en ROC willen namelijk de Heyendaalseweg doorknippen. Het tweede wel verwachte niettemin te betreuren feit betrof het bericht, dat de Radboud Universiteit zich van de Nederlandse bisschoppen niet meer katholiek mag noemen. Kort daarna volgde het overlijdensbericht van Willie van Lieshout, die lange tijd het bestuurlijke boegbeeld van de Katholieke Universiteit was. De reeks gebeurtenissen werd afgesloten met de uitreiking van de Ds. Visscherprijs 2020 in de Aula van de Radboud Universiteit. Ondanks de corona-beperkingen was de 13e editie van de tweejaarlijkse bekroning van het beste proefschrift op het terrein van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking een memorabele plechtigheid. Een impressie is naast enkele videos te vinden op de vernieuwde website van het Ds. Visscherfonds. Over de campus Heyendaal terugfietsend naar huis, wisten medebestuurslid Marielle Ouwens en ik vrijwel zeker, dat de 14e Ds. Visscherprijs opnieuw in de fraaie  Aula van de Radboud Universiteit zou moeten worden uitgereikt. De prijs verdient, zo is na meer dan een kwart eeuw ervaring wel duidelijk, een academische omgeving.

Prijsuitreiking 13e Ds. Visscherprijs 2020 in de Academiezaal van de Radbouduniversiteit: drie genomineerden met de winnaar in het midden. Van links naar rechts: Maaike van Rest, Tessa Frankena en Cis Vrijmoeth (Foto: Marielle Ouwens)

Raboud Universiteit niet langer katholiek

Bij de prijsuitreiking wees ik met het noemen van de wapenspreuk ‘In Dei nomine feliciter’ voorzichtig naar de grondslag van de Radboud Universiteit. Aanleiding voor een die eerdere naamswijziging was de wens om de ‘corporate identity’ van universiteit en ziekenhuis met elkaar te verbinden. Sint Radboud had naam gemaakt, ook al verdween de verwijzing naar de heiligheid. Het besluit van het episcopaat om de Radboud Universiteit de katholieke signatuur te ontnemen getuigt niet van grote wijsheid. Toegegeven: de signatuur was al uitgehold door de vrijheid, die opeenvolgende universitaire bestuurders zich hadden toegekend bij enkele voor de katholieke gemeenschap moeilijke thema’s zoals abortus en euthanasie. In het kielzog van de tijdgeest is het kennelijk lastig de idealen van de katholieke geloofsgemeenschap overeind te houden. Maar juist nu de beleving van het geloof in onze contreien te wensen overlaat, is een nieuwe, andere emancipatie geboden.

Ad Lansink wijst in de Senaatskamer van de Aula op zijn leermeester Dries van Melsen, hoogleraar en oud-voorzitter van het College van Bestuur van de Radboud Universiteit (Foto: Marielle Ouwens)

Het schrappen van de katholieke signatuur kent intussen alleen maar verliezers. De bisschoppen treft blaam, omdat zij de feitelijke betekenis van de Radboud Universiteit miskennen en de statutaire strijd kortzichtig beëindigen. De universitaire bestuurders beseffen op hun beurt te weinig, wat de oprichters van de Katholieke Universiteit destijds beoogden: emancipatie van de wetenschap, niet als waan van de dag maar als een voortdurende bron van inspiratie en bemoediging. Ik vermoed, dat onder Willie van Lieshout en Dries van Melsen – beide topbestuurders heb ik destijds regelmatig ontmoet en gesproken – naam en grondslag van de Radboud Universiteit ongewijzigd zouden zijn gebleven. Hoe anders was overigens de tijd, toen ik in 1959 op bezoek bij directeur Jaques de Leeuw in Huize Heyendaal belandde. Mijn sollicitatie gold de Faculteit van de Natuurwetenschappen, maar het laboratorium van Prof. Dr. Gerard van Os – mijn latere promotor – was nog gevestigd op het terrein van de Medische Faculteit. Bij mijn sollicitatie moest ik een geloofsbewijs, uitgereikt door de pastoor van de Arnhemse St Josefparochie tonen. Mijn vader, die in de jaren veertig had gecollecteerd voor de Katholieke Universiteit, was blij met mijn overgang van Utrecht naar Nijmegen. Ik herinner me uit die ‘oertijd’ overigens een hoogleraar, die in zijn publicaties ‘Katholieke Univsersiteit’ wegliet. Op mijn vraag waarom hij ‘Universiteit van Nijmegen’ schreef, kreeg ik te horen: publicaties van een katholieke instelling worden minder serieus genomen. Zelf bleef ik de naam van de Katholieke Universiteit trouw, ook tijdens de woelige jaren 1968-1971, toen de K volgens Ton Regtien, Hugues Boekraad en de hunnen even werd ingeruild voor de K van Kritiese Universiteit.

Verkeersplan Heyendael

Omleiding gemotoriseerd verkeer om de campus Heyendael bij realisering nieuw verkeersplan (Bron: De Gelderlander)

Terug naar het begin van deze bespiegeling: de gedeeltelijke afsluiting van de Heyendaalseweg, waarmee vrijwel het hele gebied ten zuiden van de spoorlijn naar Venlo een echte campus wordt. De Heyendaalseweg speelt sinds mijn komst naar Nijmegen een permanente rol in het persoonlijk vervoerspatroon, zowel vanwege de werkkring tussen 1959 en 1977 als door het thuisadres, dat vanaf 1960 tot 1981 in Brakkenstein lag. De Heyendaalseweg moet ik duizenden keren hebben gelopen, gefietst en met scooter of auto hebben bereden. Het was en is de onbetwiste levensader voor Brakkensteiners, de kortste weg naar de campus en het centrum. Dat de stadsbussen het eerste deel zijn gaan mijden wil niet zeggen dat het doorknippen een logisch vervolg of een verstandige zet is. De verkeersdrukte op de alternatieve routes – Sint Annastraat en Groesbeekseweg – zal gemiddeld met meer dan 25 % toenemen. De plannenmakers erkennen dat voluit. Meer bewonerszullen dus geluidshinder gaan ervaren. Het gemotoriseerd verkeer zal ook meer kilometers maken, waarmee de uitstoot van CO2 en fijn stof zal toenemen. Wie het plan nader bekijkt ontdekt snel, dat nieuwe knelpunten gaan ontstaan. Bestaande knelpunten – denk bij voorbeeld aan de rotonde bij de Dominicuskerk – worden niet weggenomen. De oorzaken van de verkeersdruk liggen niet in de wegenstructuur maar in de situering van grote onderwijsinstellingen, vlak bij elkaar. Dat biedt voor- maar ook nadelen. Tegenover de voordelen van samenwerking en nabijheid van  Station Heyendaal staan het nadeel van de grote verkeersdruk, ook van fietsers. Dat nadeel blijft bij het doorknippen van de Heyendaelseweg, en verschuift slechts naar elders,

Wapenspreuk

In Dei Nomine Felicitar: Wapenspreuk van UNC Radboud en Radboud Universiteit

Vanuit Brakkenstein wordt intussen weinig meer gehoord, en uit de Nijmeegse Gemeenteraad evenmin. Of raadsleden nog een wegenschouw houden – zoals vroeger gebruikelijk was – weet ik niet. Maar een nader onderzoek naar de voors en tegens van het doorknippen van de Heyendaalseweg is nodig, al was het alleen al om de waardevaste en historische wegenstructuur in Nijmegen-Oost en Nijmegen-Zuid niet nodeloos op de proef te stellen. De plannenmakers van RU, HAN, ROC en Gemeente Nijmegen zouden zich nog eens moeten beraden over de vraag of het gepresenteerde plan wel verstandig is. Heroverweging is een echte uitdaging voor het tref- en knooppunt van wetenschap en samenleving, met de wapenspreuk van de Radboud Universiteit als een positief teken aan de wand van de toekomst: In Dei Nomine Feliciter, ofwel: mogen wij in Gods naam gelukkig voortgaan. Of die wapenspreuk met de tekens van duif, kruis en kroon de tand van tijd en tijdgeest overleven, staat nog niet vast, evenmin als andere materiële en immateriële zaken. De tekens van kruis – katholieke kerk- en kroon – Karel de Grote – hebben in elk geval eeuwigheidswaarde. En verleden, heden en toekomst blijven elkaar treffen op de campus Heyendael.

 

One Leaf 20/40

In 1993 maakte Harrie Gerritz van een eikenblad een grafisch teken van verbondenheid en vriendschap, een teken dat in november 2020 bevestigd werd

Bosgebied langs het voet- en ruiterpad van de Zevenheuvelenweg naar De But (Foto: Ad Lansink)

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer toen ik met hem sprak over het ontstaan van zijn landschapsschilderijen. Hij hield het op genade. Sinds die ontmoeting heb ik mij die uitspraak in wat sterkere bewoordingen eigen gemaakt: toeval bestaat niet, genade wel. Maar soms twijfel ik over de stelligheid van die (nog lang niet staande) uitdrukking. Zo ook onlangs tijdens een wandeling door over het pad Bovve Hel naar De But, het fraaie natuurgebied ten noorden van golfbaan Het Rijk van Nijmegen. Een op het eerste gezicht saai bos trok mijn aandacht vanwege de tegenstelling tussen de lange, dunne sparren, kaarsrecht in het gelid, en de omgezaagde bomen of omgevallen bomen, dwarsliggers alsof zij de weg door het bos wilden versperren. Wat een symboliek: de overgrote meerderheid van bomen staat recht overeind.

Bladeren van Amerikaanse eik langs de Bovve Hel in Groesbeek (Foto Ad Lansink)

Even verder zag ik een heel andere paradox, een vreemd beeldrijm van een laag struikgewas – kennelijk de uitgroei van een eerder omgezaagde Amerikaanse eik – met de karakteristieke bladeren in bekende bruine herfstkleuren. Op de achtergrond was het bos met de kaarsrechte sparren nog steeds nadrukkelijk aanwezig. De tegenstelling kon niet groter zijn, het toeval – of de genade – evenmin. Want enkele dagen voor de wandeling hadden Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester ons bij de corona-proof viering van ons 60-jarig huwelijk verrast met One Leaf, een bijzondere grafiekmap van Harrie Gerritz. De kunstenaar uit Wijchen vond jaren geleden op zijn wandeltochten een eikenblad, dat hem inspireerde tot het maken van zeven even eenvoudige als indrukwekkende grafische prenten. De reeks begint met One Leaf Conceptual: de contouren van het blad op een achtergrond van geruit papier. De overige zeefdrukken zijn variaties op het thema Dancing Leaf.  

Dat onze vrienden de map One Leaf hadden uitgekozen om ons te bemoedigen op de verdere levensweg was achteraf begrijpelijk. Terugdenkend aan de opening van Harrie Gerritz’ expositie Tekens van het landschap, waar ik de gasten mocht toespreken over de Toren van Babel, herinner ik me levendig het dankwoord van Harrie Gerritz aan pastor Marieke Meek. De kunstenaar onderstreepte zijn waardering voor de staf van Kerkelijk Centrum De Schakel in Wijchen met de aanbieding van een editie van de map One Leaf.  Sophie en Klaas waren ook aanwezig. Zij kwamen waarschijnlijk daar op de gedachte om Harrie Gerritz te vragen of hij nummer 20 van de 40 edities nog in zijn bezit had. Twintig plus veertig is immers zestig. Dat getal paste bij de mijlpaal, die we op 5 november 2020 in de stilte van de coronatijd passeerden.

De map One Leaf (1993) bevat zeven, op het atelier van Piet Zegveld in Arnhem verzorgde zeefdrukken, vanaf een sober en eenvoudig ontwerp tot een gecompliceerd beeld, waarin zowel door de vormen als de kleuren een relatie tot het latere werk – schilderijen en grafiek – van Harrie Gerritz herkenbaar is. Alle zeefdrukken zijn gebaseerd op de bladvorm van een Amerikaanse eik – Quercus rubra – met een wigvormige bladvoet en vier tot vijf spitse, getande lobben. Die vorm verschilt duidelijk van de bladeren van de Wintereik – Quercus petraea – die vroeger vaak de Hollandse eik werd genoemd. Het blad van de Wintereik heeft een wigvormige voet, is ondiep en regelmatig gelobd. De bladhelften vormen elkaars spiegelbeeld. Anders dan bij de Amerikaanse eik ligt de grootste breedte van het blad ongeveer in het midden

Ontmoeting van Harrie Gerritz met Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester bij de opening van zijn expositie ‘Tekens in het landschap, op 4 oktober 2020 in Kerkelijk Centrum De Schakel in Wychen

Bij het doorbladeren van One Leaf keren mijn ogen steeds terug naar zeefdruk Dancing Leaf V, waar de delen van het blad een eigen, gekleurd leven gaan leiden zonder elkaar lps te laten. Het door Harrie Gerritz verbeelde eikenblad wordt daarmee een mooie metafoor voor de samenleving, de universele gemeenschap waar het elkaar vasthouden in goede en minder goede tijden vanzelfsprekend is, of zou moeten zijn. Eenheid in verscheidenheid, met de beelden van Damcing Leaf als eenzichtbaar teken van verbondenheid en vriendschap in een tijd, waarin saamhorigheid meer dan ooit geboden is. Harrie Gerritz tekende meer dan 25 jaar geleden het meervoudige eikenblad, waarschijnlijk zonder te beseffen, dat zijn verbeelding symbool zou kunnen staan voor saamhorigheid en gedeelde verantwoordelijkheid. 

NB: De afbeeldingen in het gallerij-format tonen allemaal een grijze schaduwrand aan de onderzijde, in tegenstelling tot de originele afbeeldingen. Onderzocht wordt wat daarvan de oorzaak is.

Herfst in De Bruuk

Wandeling door het natte maar veelkleurige moerasgebied bij Groesbeek, waar naast het werk aan de verbetering van de sloten paddestoelen blijven verrassen

Paddenstoelen in De Bruuk: Prachtvlamhoed (Foto’s: Ad Lansink)

Kenners weten, dat de vochtige blauwgraslanden van natuurreservaat De Bruuk, gelegen vlak bij de Duitse grens tussen de Groesbeekse kerkdorpen Horst en Breedeweg, oppervlakte- en grondwater nodig hebben om volledig in stand te blijven. Enkele dode bomen herinneren niet voor niets aan tijden van te grote droogte. Staatsbosbeheer en de Provincie Gelderland werken al geruime tijd samen om de waterstanden in De Bruuk op peil te brengen en te houden, De regenval van de afgelopen weken was een mooie aanleiding om weer een bezoek aan het ook landschappelijk boeiende gebied te brengen. Met eigen ogen kan immers vastgesteld worden, of het nieuwe regenwater oppervlaktewater is geworden en gebleven.

Pas gemaaid blauwgrasveld en wilgenstruwelen. Op de voorgrond koninginnekruid. (Foto: Ad Lansink)

Bij de gebruikelijke ingang van De Bruuk leerde een meters hoog bord al, dat de beheerders van het fraaie natuurgebied het niet bij plannen laten. Op een kaartje wordt aangegeven, waar ingrepen nodig zijn. Sinds augustus 2010 is een aannemer aan het werk om de binnenkant van diverse sloten en greppels te voorzien van een stevige leemlaag. Die (bijna) natuurlijke bedekking moet de uitloop van kalkrijk kwelwater tegengaan. Dat kalkrijke water zorgt voor het behoud van bijzondere plantensoorten: blauwe zegge, Spaande ruiter en niet te vergeten de befaamde orchideeën: de voor De Bruuk karakteristieke planten, die in de zomer voor heel wat mensen aanleiding zijn om een wandeling te maken in de landelijke oase.

Op de kaart is goed te zien, in welk deel van De Bruuk de sloten lopen, die in aanmerking komen voor een behandeling met leem. Aan de wetzijde van het natuurreservaat zijn nagenoeg geen werkzaamheden gepland, in het middengebied ook nauwelijks. Wel valt in de zuid-oost-hoek de leemberg op, naast zware rijplaten, waarop de leemkar zijn lading naar de sloten vervoert. Bij de kruising van de lange (op de kaart lichtblauwe) landweg, midden door De Bruuk en het pad dat van oost naar west de afscheiding vormt tussen de blauwgraslanden en het bosgebied, is goed te zien welke sloten aangepakt worden. Paaltjes met een oranje kop maken duidelijk tot hoever de leemlagen worden aangebracht. Het resultaat van de beleming blijft voor outsiders voorlopig onzichtbaar. Die outsiders rekenen er wel op, dat in het voorjaar van 2021 niets meer te zien zal zijn van de forse ingrepen nu.

Beleming van de sloten in De Bruuk: links de ‘vernieuwde’ sloot, rechts de tijdelijke rijplaten, in de verte de dragline, waarmee de beleving wordt uitgevoerd (Foto: Ad Lansink)

Langs de brede sloot in de richting van Horst is een kolossale machine aan het werk. Vanaf de niet-modderige kruising is goed te zien, waarmee de dragline-machinist bezig is: het uitdiepen van de geul om het slib te vervangen door een stevige leemlaag. Hij zet zijn gloednieuwe – of pas schoongemaakte – apparaat stil, klimt uit zijn cabine, en roept: ‘U zult zich wel afvragen, wat zijn die lui hier in Godsnaam aan het doen?’ Ik antwoord hem, dat het informatiebord over de beleming van de sloten mijn nieuwsgierigheid had gewekt. Hij gaat verder met: ‘Wel vreemd he,, dat dit werk nu moet gebeuren, ik doe dit liever in de zomer. Maar ja’. Gelijk heeft hij. Maar Staatsbosbeheer denkt daar kennelijk anders over. En wandelaars misschien ook wel. Zij verkiezen waarschijnlijk droge paden boven zwarte modder en gladde rijplaten.

Op zoek naar de ‘leemwerken’ trekken niet alleen sloten de aandacht, ook pas gemaaide blauwgraslanden, via een vreemd ritme verspreide bosschages en – anders dan in de zomer – allerlei paddenstoelen op onverwachte plaatsen. Aantal en verscheidenheid zijn minder dan op Heumensoord, de Bisselt of de Duivelsberg. Maar de paddenstoelen van De Bruuk mogen er ook zijn, al was het alleen al ter compensatie van de zomerse orchideeën. Niet alle zwammen zijn even mooi. Sommige exemplaren hebben het voortijdig begeven. Maar liefhebbers van herfstwandelingen, al dan niet op zoek naar van paddenstoelen. komen ook in De Bruuk aan hun trekken. De werkzaamheden aan de sloten zijn geen belemmering voor (weer) een rondje De Bruuk, wel een aansporing om te zien, dat actief natuurbeheer soms inzet van mensen en machines vergt.

De paddenstoelen in De Bruuk zijn een verhaal apart. Na enige gewenning ontdekt de oplettende wandelaar een tamelijk grote variatie aan zwammen, boleten en koppen. De meeste paddenstoelen hebben beperkte afmetingen, Daar staat tegenover, dat soms grote groepen opduiken, vooral in de boomrijke delen van De Bruuk.Determinatie is geen eenvoudige zaak, omdat nogal wat paddenstoelen beschadigd, aangevreten on omgevallen zijn. De Vliegenzwam ziet er niet fraai uit, de Kumrussula evenmin. De Gewone Zwavelkoppen leren, dat kleurverschillen een nauwkeurige identificatie bemoeilijken. Wie over een smartphone beschikt, vindt in de app Obsidentify een fraai hulpmiddel om snel de naam van de paddenstoel te weten te komen. Lukt dat niet, dan rest het huiswerk: een zoektocht op internet. Kennisvermeerdering, dat blijft immers een uitdaging, ook wanneer het om zwammen gaat.

Herfst in De Bruuk, dus ook het riet verklaart. Achter de rietpluimen het blauwgrasland, dat ruim een maand eerder is gemaaid dan het gedeelte op de eerste overzichtsfoto. (Foto: Ad Lansink)

Torens: oproep tot bezinning

Beschouwing over de Toren van Babel bij de opening van de expositie Tekens in het landschap van Harrie Gerritz op 3 oktober 2020 in kerkelijk centrum De Schakel te Wijchen

Tekens in het landschap: Bronzen beelden en grafiek van Harrie Gerritz

Twintig-twintig, veertig, tachtig: met die woorden begon ik op 3 october 2020 mijn presentatie bij de feestelijke opening van de ere-expositie van Harrie Gerritz in kerkelijk centrum De Schakel in Wijchen. Veertig jaar De Schakel, dat moet gevierd worden, vond de werkgroep kunst in de kerk, toen 2020 nog maar net begonnen was. En wie zou een overzicht van zijn werk dan mogen exposeren? Harrie Gerritz natuurlijk. De befaamde kunstenaar uit Wijchen had de mijlpaal van tachtig jaar net gepasseerd. Bovendien had hij de leden van protestantse gemeente van Wijchen dertig jaar geleden bij de viering van het eerste decennium van De Schakel al verblijd met een fraaie prent. Dat pastor Marieke Meek en Harrie Gerritz daarna bij mij kwamen met het verzoek de gasten toe te spreken over De Toren van Babel was een voor de hand liggend vervolg op het kunstenaarsboek De Toren van Babel, de bibliofiele editie die ik met Harrie Gerritz en boekontwerper Sophie van Kempen op 5 juni 2019 had gepubliceerd.

Margreet van de Meij verwelkomt namens kunst in de kerk dertig gasten. Op de zijwand grafiek van Harrie Gerritz, met in het midden de zeefdruk ‘Ladder van Lansink’ (2012) (Foto: Sophie van Kempen)

De Toren van Babel past in meer opzichten bij het thema van de expositie: Tekens in het landschap. De mythische toren uit Genesis 11 moet eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling al een kolossaal teken zijn geweest, van ver zichtbaar in het uitgestrekte land van het Assyrische Rijk. In de bijbelse overlevering werd de Toren van Babel een teken van grootspraak én van tegenspraak. Een totempaal van gekte, verwaandheid, hoogmoed die ten val komt, maar ook een richtingwijzer naar een toekomst van diversiteit en gerechtigheid, van wilskracht en saamhorigheid. Voor Harrie Gerritz zijn torens een teken van herkenning, in het Land van Maas en Waal, maar ook daarbuiten. Zelf herinner ik me de Utrechtse Domtoren, waarop ik tijdens de colleges van Dijksterhuis af en toe keek om te zien hoe lang het college nog duurde. Torens moesten vroeger blijven staan, ook zonder kerk, als gemeenschapsbezit en als noodklok wanneer een overstroming dreigde. De Schakel toont Harrie’s kleurrijke verbeelding van torens met en zonder kerk, veelal op papier, soms in brons.

Ruimte genoeg om Ad Lansink en grafiek van Harrie Gerritz vast te leggen (Foto: Ans Lansink(

De bezoekers van Tekens in het landschap treffen tussen de kerken en torens een zeefdruk met een ladder als symbolische richtingwijzer. De goed herkenbare ladder staat tussen een reeks symbolen, die in de beeldtaal van Harrie Gerritz staan voor aarde, lucht, water, vuur en bodem. De eenvoudige, zwarte ladder staat stevig op de rode aarde, met de staanders in vruchtbare grond en naast het gele huis van de verantwoordelijke mensheid. Harrie Gerritz tekende eigenlijk een scheppingsdag: ‘Dag nul, voordat God aan zijn zevendaagse werkweek begon. Je hoeft niet gelovig te zijn om respect te hebben voor de schepping’ aldus de kunstenaar, een schakel op de tijdas van vroeger naar later. Hij ging zijn nieuwsgierigheid achterna en volgde zijn intuïtie om met landschaps-elementen een nieuwe werkelijkheid te scheppen. Harrie Gerritz maakte in 2012 die zeefdruk over de ook intuitieve Ladder van Lansink op verzoek van afvalonderneming Attero, die aandeelhouders en contractpartners richting wilde wijzen op hun verantwoordelijkheid op weg naar een zorgvuldig, waar mogelijk circulair afvalbeheer. 

Harrie Gerritz, Sophie van Kempen en Klaas Bouwmeester (Foto: Ad Lansink)

Tussen 2015 en 2017 schreef ik Challenging Changes, een omvangrijk boek over de betekenis van de Ladder van Lansink voor de circulaire economie. Harrie Gerritz’ verbeelding van de ladder staat in dat boek, en stond model voor de door Sophie van Kempen ontworpen boekomslag. De brede waardering voor Challenging Changes en de internationale erkenning met de in Kuala Lumpur toegekende ISWA Publication Award 2028 stimuleerden mij om de instituties en mensen, die mij bij de realisering van het achteraf omvangrijke project hebben geholpen, op enigerlei wijze te bedanken. Ik dacht ver van huis aan de uitgave van een bibliofiele editie van De Toren van Babel: bewerking van een oude voordracht, waarmee ik twintig jaar eerder de expositie ‘De Waanzin ten Top’ in het Bijbels Openlucht Museum had mogen openen. De belangstelling voor die voordracht las ik af aan latere internetscores. Harrie Gerritz en Sophie van Kempen zegden meteen hun medewerking toe. Op 5 juni 2019 kon het kunstenaarsboek gepresenteerd worden, opnieuw in het Bijbels Openlucht Museum, dat tegenwoordig Museum Orientalis heet.

Harrie Gerritz: Grafiek uit de Toren van Babel (2019) De Rode en de Zwarte Toren van Babel – Oplage 50 (Foto: Ad Lansink)

‘The making off’ van de Toren van Babel illustreert de eensgezinde en creatieve samenwerking tussen Harrie Gerritz, Sophie van Kempen en mijzelf. Ik vertel(de) dat verhaal graag om aan te tonen, wat bereikt kan worden wanneer tussen mensen vonken van herkenning overspringen. Mijn voordracht ging uiteraard verder dan de loutere ‘the making off’. Van belang is ook de boodschap, die kunstenaars en schrijvers kenbaar willen maken om anderen te inspireren en mee te nemen om de vaak onverwachte tocht door het leven. De twee zeefdrukken van Harrie Gerritz verbeelden de hoogmoed, die ten val kan komen, en de oproep tot bezinning, zelfs wanneer de toren tot de hemel rijkt. Met de negen columns van de Toren van Babel heb ik gepoogd een stevig signaal te geven aan gangmakers en volgers in het maatschappelijk bestel, een heldere waarschuwing voor zelfoverschatting. Dat signaal mag alom zichtbaar worden, nu incidentele politiek wint van structurele aanpak en emotionele argumenten hoger scoren dan rationele overwegingen. Door (te) grote afhankelijkheid van publiciteit gaat vorm vaak boven inhoud, en incidentele politiek boven lange-termijn-beleid. 

Tekens in het landschap: vier torens op een rij. Grafiek van Harrie Gerritz (foto: Ad Lansink)

Pragmatisme is op zich te verdedigen, maar mist te vaak een principiële grondslag. Vergezichten zijn noodzakelijk maar zijn niet gebaat met op hoogmoed gestoeld wensdenken. Lessen uit het verleden op diverse terreinen – denk aan rommelige ruimtelijke ordening, slordig milieubeheer, vervuilende mobiliteit, doorgeschoten marktdenken – leveren voldoende leergeld voor evenwichtige en verstandige beleidskeuzes, wanneer tijdig randvoorwaarden worden geformuleerd. De trend van globalisering hoeft niet te worden gekeerd, wanneer voorkomen wordt dat immateriële waarden worden weggedrukt door materieel gewin. De gedachte aan de maakbaarheid van de samenleving vereist een teken van tegenspraak: een Toren van Babel op de grens van de nieuwe tijd, al was het alleen al om na te denken over de rechten en plichten van de mens, voor elkaar en voor de schepping. De Toren van Babel is een waarschuwing tegen zelfoverschatting, een oproep tot bezinning, een uitnodiging voor gedeelde verantwoordelijkheid. 

Ad Lansink aan het woord. Opvallend: projectie op schuine wand, met in beeld Sophie van Kempen, die ook deze foto maakte

Terug naar het begin, nu in cijfers: 20-20-40-80. Bij de jaarwisseling was niet te voorzien, dat 2020 met de wereldwijde uitbraak van Covid19 een in letterlijke zin rampzalig en daarmee ook een historisch jaar zou worden. De pandemie confronteert de samenleving met veel verdriet, met zorgen en met tal van onzekerheden. Coronaregels belemmeren het normale leven, in de openbare ruimte, in gebouwen en zelfs thuis. Mondkapjes zijn een normaal kledingstuk geworden, en afstand houden het parool. Een ferme handdruk is uitgesloten laat staan een omhelzing. Daarom is het bewonderenswaardig dat de werkgroep kunst in de kerk erin geslaagd is ondanks de beperkingen een mooie opening van de dubbele ere-expositie – Harrie Gerritz 80 en De Schakel 40 – te organiseren. De muzikale bijdrage van Berry van Berkum op orgel en piano droeg daaraan evenzeer bij als de mooie, inhoudelijke toespraken van Margreet van der Meij en Marieke Meek. Het was een voorrecht om met de voordracht over Toren van Babel in woord en beeld mee te mogen werken aan deze feestelijke en inspirerende gebeurtenis.

De bibliofiele editie ‘Toren van Babel’ bestaat uit een met linnen bedekte beklede cassette met twee zeefdrukken van Harrie Gerrits en een bijzonder vormgegeven boek met negen columns van Ad Lansink. Voor liefhebbers van bibliofiele editie zijn nog 4 (van 50) exemplaren beschikbaar v

NB 1: De blauwe tekst in de slotparagraaf zijn de links naar een korte weergave van de improvisatie op orgel van Berry van Berkum, en de videoweergave van de presentatie over de Toren van Babel

NB 2: De expositie is te bezichtigen op zaterdag 10, 17, 24 en 31 oktober; 7 en 14 november van 14 – 16 uur. Info: Margreet van der Meij,  Tel: 0652172290, margreetvandermeij@hetnet.nl

Beeldenstorm in Knotsenburg

Ex-prins Mark I (Buck) geïnaugureerd als jongste lid van het Prinsenconvent

Quasi-monnik Mark I (Buck), bewaakt door Frans II (de Bruyn) en Simon (I) Overdijk bij Mariken van Nimwegen. de gasten van De Waagh kijken ademloos toe (Foto: Ad Lansink)
De quasi-monnik kruipt bij Moeten omhoog op de trappen naar de Sint Steven. De leden van het Prinsenconvent – niet in de juiste volgorde – zien toe op de kruiperij. (Foto: Ad Lansink)

De terrasgasten op de Nijmeegse Grote Markt keken verbaasd op, toen op donderdag 10 september 2020 even na tienen een groot aantal zwart gekielde figuren met op hun hoofd een groene hoed vanuit de Waagh naar het beeld van Mariken liep. Met een stevig touw hielden de mannen een in een bruine monnikspij gestoken man vast. Bij Mariken aangekomen voltrok zich een voor outsiders onbegrijpelijk schouwspel: het begin van een volgens ceremoniemeester Bas I (Teurlings) drievoudige beeldenstorm. De voor de buitenwereld onherkenbare man moest een aan Mariken van Nimwegen gewijde carnavalsschlager neuriën, waarna hij bij het beeld van Moenen – halverwege de Stikke Hezelstraat – op zijn knieen de trappen naar de Sint Steven moest beklimmen. Zijn begeleiders hadden zich opgesteld aan weerzijden van de opgang, in de volgorde van de jaartallen op hun kielen. Enkele omstanders beseften, dat zij zacht het befaamde ‘Al mot ik krupe’ hoorden. Het gebeuren moest dus iets met Knotsenburg te maken hebben.

Leden van het Prinsenconvent bij de Hommage aan de Sint Steven bij de inauguratie van Ex-Prins Mark I (Buck). (Foto: Bart van de Berg)
Deemoed bij Mark I (Buck) bij de toespraak van ‘Johan I (Klomp). Achter de quasi-monnik staat Bas I (Teurlings), ceremoniemeester van dienst. Geestrijk adviseur Bernard van Welzenes staat achter de Hommage (Foto: Ad Lansink)

Nadat de man in de monnikspij met kennelijk gemak de ‘kruperij naar de Sint Steven’ had volbracht, trok het opvallende gezelschap naar het beeld ‘Hommage aan de Sint Steven’. De begeleiders van de quasi-monnik hielden zich te nauwer nood aan de twee-aan-twee-order van de ceremoniemeester. Toch vielen zij weer op, nu bij de gasten van de tot op de straat uitgebouwde terrassen. Hoewel op de roodgeel gebiesde kielen ook het wapen van het Prinsenconvent Knotsenburg prijkt, bleef het voor nieuwgierige drinkebroers en -zusters een raadsel, wat de vreemde optocht te betekenen had. Opvallend was wel dat uitleg op de terugweg naar de Waagh, en tegen het middernachtelijk uur werd begrepen en gewaardeerd. Aangekomen bij de Hommage werd voor toevallige passanten duidelijk wat daar, schuin tegenover het Stadhuis, te gebeuren stond: de officiele opname van Ex-Prins Mark I (Buck) in het Knotsenburger Prinsenconvent. Na even toepasselijke als humorvolle woorden van ‘feursitter’ Johan I (Klomp) mocht Ex-Prins Mark I (Buck) eindelijk zijn eigen Ex-Prinsen-Kiel aantrekken. Met het opspelden van de zilveren ‘Halve Maan Die Lacht’ werd de inauguratie afgesloten.

Mark I (Buck) hijst zich in zijn gloednieuwe kiel, waarop 2020 nog niet te zien is. Johan I ziedt nauwlettend toe. (Foto: Bart van de Berg)

Toen in 2019 rond de elfde van de elfde Mark Buck in een bomvolle Vereeniging uitgeroepen werd tot Prins Mark I van Knotsenburg, waren de verwachtingen hooggespannen. De jeugdige, goed van de tongriem gesneden Stadsprins heeft die verwachtingen volledig waargemaakt, ondanks het afgelasten van een van de jaarlijkse hoogtepunten. De optocht moest als gevolg van harde windstoten, gepaard met forse regenbuien worden afgelast. Zijn optredens brachten talloze handen op elkaar, evenals zijn bijzondere preek tijdens de Carnavalsmis. Dat twintig-twintig – het prinselijke jaar van Mark I – achteraf in meer opzichten talrijke geschiedenisboeken gaat halen, kon tijdens de carnavalsdagen evenmin worden voorzien als de koppeling van de uitbraak van het Coronavirus in Nederland aan enkele carnavalsfeesten in zuidelijke streken. Vanaf de dagen waarop de winter plaats maakt voor de lente is de pandemie het leven volledig gaan beheersen. Het begrijpelijke en terechte verbod op samenkomsten trof uiteraard ook de maandelijkse bijeenkomsten van het bijna veertig man sterke Prinsenconvent. De Prinsenborrel op 12 maart 2020 werd op de valreep afgelast. De traditionele inauguratie van de afgetreden prins, die na Halfvasten zijn opwachting mag maken bij het Prinsenconvent moest tot nader order worden uitgesteld.

Een blije Mark I (Buck) krijgt de wegen van geestrijk adviseur Bernard van Welzenes (Foto: Bart van de Berg)

Een wachttijd van vijf maanden, dat was te overzien, zo bleek tijdens en na de drievoudige ‘beeldenstorm’ rond de Grote Markt. Datzelfde gold voor de anderhalve-meter-maatregel, waaraan in De Waagh goed voldaan kon worden. Na de terugkeer in de ruime bovenzaal konden de ex-prinsen na het zingen van het lijflied coronaproef het glas heffen op hun in tweeërlei opzicht jongste aanwinst. Uit handen van redacteur Gerard I (Brouwer) kreeg Mark I (Buck) het nieuwste vouwblad in het smoelenboek ‘Van de Prins geen kwaad’. In woord en beeld zijn de hoogtepunten uit MarkI’s Prinsdom vastgelegd. De zestigste Stadsprins in de Knotsenburger dynastie, in 1952 gevestigd door Prins Nico I, bedankte in een korte toespraak de ex-prinsen en gaf opnieuw de woorden ‘elkaar vasthouden in goede en slechte tijden’ op eigen wijze inhoud. Geestrijk adviseur Bernard van Welzenes greep de gebruikelijke rondvraag aan om met assistentie van de ‘feursitter’ Mark I de zegen te geven. Dat hij voor een forse schouderklop en een echt kruisteken op de knieen ging, sprak voor een katholieke jongen vanzelf.

2020: een jaar om nooit meer te vergeten, ook voor Prins Mark I (Buck) die op zijn Prinsenonderscheiding al aangaf waar hij zijn hart aan verpand heeft:
de Petrus Canisiuskerk, de Hommage aan de Sint Steven en het Stadhuis; en niet te vergeten de Ex-Prinsen Ed I (Frinsel) en Peter I Janssen, die de overgang van Kerkrade naar Nijmegen gemakkelijk hebben gemaakt (Foto: Gerard Brouwer)

Twittertaal

Van lees en huiver via yep en #kuch naar gewoon omdat het kan. Of kijk en geniet.

Wie regelmatig rondstruint op Twitter, het soms allesbehalve sociale medium, kent waarschijnlijk het bijzondere jargon van veel twitteraars of tweeps. Ik doel niet op een afkorting als idd of het gebruik van ….., ingegeven door de vroeger tot 140 tekens beperkte ruimte van het snelle kanaal. Ik doel wel op (combinaties van) woorden, die in normale spreek- en schrijftaal weinig voorkomen. Een van de eerste combinaties, die mij jaren geleden opviel, was lees en huiver: een waarschuwing voor een onverwachte onheilsboodschap. Jan Rotmans, de Rotterdamse professor die Nederland destijds graag zag kantelen, gebruikte lees en huiver zo vaak dat het uitblijven van kantelen menig twitteraar zal hebben verbaasd. Kijk en geniet lijkt mij intussen een aardiger oproep. Maar die tweet vergt beelden. Dat is voor een snelle tweeper waarschijnlijk een lastige opgave. Lees en huiver wordt nauwelijks meer gebruikt als aandachttrekker. De trending topics van vandaag en morgen – #Covid19, #Trump, #Europa, #Klimaat – hebben uit zichzelf genoeg attentiewaarde. De coronapandemie, de strijd om het Amerikaanse presidentschap, de verdeeldheid in Europa en de verandering van het klimaat kennen geen grenzen. Sterker nog: het nationalisme werd een internationaal probleem, en daarmee lees- en leerstof voor de wereldwijde ‘tweeps society’.

Kijk en geniet: te voet op weg naar Billerbeck (Duitsland) in augustus 2020 (foto: Ad Lansink)

Opvallend is ook de uitroep Yes of Yep van twitteraars, die Ja te gewoon vinden. Andere twitteraars beginnen met Dat, ook met een hoofdletter omdat Dat het enige woord is wat zij schrijven. Dat dus, als wijsvinger en impliciete instemming met het geretweete of beantwoorde bericht van een andere twitteraar.  Nadenken over een eigen tekst is dan overbodig voor die verstokte lezers van andermans berichten. Het gebruik van Dat bij retweeten van meningen van andere tweeps verwordt tot een uitroepteken, hoewel soms een vraagteken beter past bij deze legitieme vorm van plagiaat. Opvallend is intussen, dat nogal wat twitteraars bij hun persoonsbeschrijving expliciet een disclaimer opnemen. Retweeten is geen blijk van instemming, schrijven die kopieerders. Waarom dan vermenigvuldiging van een bericht? Is het bewondering of toch verwondering? Man, man, man is ook een geliefde twittercombinatie, merkwaardig genoeg nooit vrouw, vrouw, vrouw laat staan een genderneutraal woord, hoewel mens, mens (of menseh..) niet zou misstaan. Trol, trol, trol zou ook kunnen, nu het vroeger mythische wezen het geschopt heeft tot een figuur, die zich van geen kwaad bewuste web-genoten uit de tent lokt met verzinsels, alternatieve feiten en scheldwoorden. Wie de juiste trukendoos kent, weet de weg naar het trollenvat waar de ongelikte beren van de sociale media verzuren in het vocht van hun eigen ongelijk. Nee: doe mij maar kijk en geniet.

Kijk en geniet: Weidegebied bij Billerbeck (Duitsland) in augustus 2020 (Foto: Ad Lansink)

Zucht is ook zo’n woord, dat sommige twitteraars graag gebruiken. Je hoort ze zuchten – met of zonder vertwijfeling – wanneer ze weer eens iets ongehoords op het spoor zijn gekomen, of ten einde raad zijn geraakt door onbegrijpelijke uitspraken. Geliefd is ook het gebruik van #kuch, meestal meten hashtag om een tweet af te sluiten. Kuchen; een milde vorm van hoesten om een zacht ongenoegen te uiten. Je moet er maar op komen.Sinds twitter de ruimte heeft vergroot tot 280 tekens, gebruiken sommige twitteraars retorische lievelingszinnen om hun gelijk te onderstrepen. Na een stevige stelling of uitspraak volgt dan de zin: Mag ik dat zeggen, meteen gevolgd door: Ja dat mag ik zeggen. Het zijn veertig min of meer verspilde lettertekens. De nieuwste twittertaal is Gewoon omdat het kan (of mag), meestal bij een foto ver van huis. Elke dag een foto uit Hongkong, gewoon omdat het kan. Reislust kent geen grenzen, nog niet. Evenmin als ergernis over trollen en andere nietsnutten, die twitter met wartaal voeden. Zou het dan toch tijd worden voor een harde #twexit? Of houd ik het op kijk en geniet, waar ook?

Kijk en geniet: De Weser bij Polle (Niedersachsen) in augustus 2020 (Foto Ad Lansink)

Bloeiende Noorderheide

Te voet door het glooiend heidelandschap tussen Elspeet en Vierhouten

De tweede helft van augustus is de ideale tijd om te genieten van bloeiende heidevelden. Reden genoeg voor Omroep Gelderland om kijker en lezers een achttal natuurgebieden voor te schotelen, waar volgens trouwe volgers de heide het mooist in bloei staat. In augustus 2020 zijn dat achtereenvolgens de Posbank bij Rheden, Stakenberg bij Elspeet, de Dellen bij Heerde, de Zilvense heide in de Loenermark,, het Deelerwoud tussen Arnhem en Hoenderloo, de Hatertse en Overasseltse Vennen bij Nijmegen, de Hoogbuurlose en de Wolfhezer heide. De Ermelose, Elspeter, Gorsselse en Wezeper heide kregen een soort eervolle vermelding. Ik miste de Uddelse heide, een van de favoriete plekken van de gemeente Apeldoorn; en uiteraard de Noorderheide tussen Vierhouten en Elspeet, het verrassende natuurgebied, dat ik in 2016 bij toeval leerde kennen.

Bloeiende heide aan de rand bij Elspeter bos (Foto: Ad Lansink)

Rond Uddel zijn overigens heel wat vergelijkbare heidevelden te vinden, te voet, met de fiets of zelfs vanuit de auto. Het Houtdorper veld en de Ermelose heide zijn goed te zien vanaf de N302 naar Harderwijk, respectievelijk voor en na de kruising met de weg naar Speuld. De Elspeter heide is te bewonderen vanaf de N310, zowel links als rechts tussen Elspeet en de afslag Vierhouten. Tussen Elspeet en Uddel bevindt zich ook nog een uitgestrekt heidegebied, het Elspeter veld, terwijl de Uddelse heide, onderdeel van het befaamde Kroondomein met de fiets vanaf de Aardhusweg goed te bereiken is. Zou de omgeving van Elspeet en Uddel met een cameradrone bekeken worden, dan zou de ‘heidedichtheid’ van dit gedeelte van de Veluwe ongetwijfeld opvallen.

Berkensingel, midden door de Noorderheide (Foto Ad Lansink)

Het gebied van mijn voorkeur, de Noorderheide, het voormalige landgoed van Daniël George van Beuningen, werd in 1920 door de befaamde SHV-directeur en kunstverzamelaar aangekocht. Twee decennia later liet de vroegere havenbaron een villa bouwen, die nog in bezit van zijn nazaten is. In twee eerdere berichten, respectievelijk in 2016 en 2017 besteedde ik vooral aandacht aan de zogenaamde waterwerken, die van D. G. van Beuningen liet metselen: een gedeeltelijk betonnen beek, die door een dal loopt vanuit en via enkele kunstmatige vijverpartijen. Nu vraagt de bloeiende heide alle aandacht, ook om na te gaan, waarom de Noorderheide op de hitlijst van Omroep Gelderland geen plaats heeft verworven. 

Noorderheide met singuliere (en dode) bomen (Foto: Ad Lansink)

Welnu: de Noorderheide staat er in augustus 2020 letterlijk en figuurlijk minder ‘gekleurd’ op dan in andere jaren. De paarse gloed is, uitzonderingen daargelaten, minder uitbundig dan op andere heidevelden Enkele dode, soms omgevallen bomen geven het gebied een minder aansprekende belevingswaarde. Zou de hittegolf een rol spelen, of de droogte? Is het de bodemsoort, of het hier en daar oprukkend gras, waardoor volop bloeiende heide slechts op enkele plaatsen te zien is? Des te meer vallen de singuliere bomen op, en de berkensingel, die vanaf de Elspeter bosrand noordwaarts zijn eigen weg zoekt. Toch heeft het landschap van de Noorderheide door de grote afwisseling en het glooiend karakter een bijzondere charme. Wie de duidelijke richtingwijzers van Staatsbosbeheer volgt, kan genieten van een boeiende rondwandeling, ook buiten de tijd van de bloeiende heide. 

Noorderheide, op de achtergrond Tonnetjesdelle, sluitstuk van de waterwerken van Daniel George van Beuningen (Foto: Ad Lansink)

Smaken verschillen. Dat geldt natuurlijk ook wanneer de indrukken van heidelandschappen in het geding zijn. Dat de Posbank hoog scoort weet ik sinds mijn kinderjaren, vanaf het ogenblik dat ik met de fiets via Roozendaal de slingerweg naar de top wist te beklimmen. Kies ik nu de fiets als vervoermiddel, dan zijn de Hatertse en Overasseltse vennen het doel van een heuse heidetrip. Het Houtdorperveld en de Uddelse hei mogen er ook zijn. Maar de Noorderheide blijft door het mysterie van het landschap en de pyramides van D.G. van Beuningen toch hoog op mijn eigen lijst staan, ook door de gerede kans om wild in levenden lijve te treffen. Dat ik nog geen reeën, damherten of wilde zwijnen ben tegengekomen ligt waarschijnlijk aan het tijdstip. Maar ik sluit niet uit, dat ook in dit geval toeval of genade in het spel zijn. Waarom ook niet?

Fotoroute langs de waterwerken van D.G. van Beuningen op de Noorderheide: de foto’s, gemaakt met de iPhone tijdens de wandelingen in 2016, 2027 en 2020 geven een beeld van de routevanaf de Slagboom bij de ingang langs de weg van Elspeet naar Vierhouten, via Tonnetjesdelle langs de Waterwerken (Beek) naar de kunstmatige vijver, waar het water voor de vijvers en de beek wordt opgepompt. Bij de Pyramides zijn de meeste foto’s (15) gemaakt.

Onder de boog naar de Sint Steven

Indrukwekkend en onvergetelijk eerbetoon van Prinsenconvent Knotsenburg aan Jos van Lier (1948 – 2020)

Leden van het Prinsenconvent onder de boog naar de Sint Steven bij de Grote Markt. Op de tafel het portret van Jos van Lier en zijn strohoed met spiekbriefjes. (Foto: Ad Lansink)

Even na tienen op een zwoele avond in augustus hoorden de ondanks de regen talloze terrasgangers op de Grote Markt in Nijmegen plotseling een opvallend lied: Drink een borrel, een glaasje bier of wijn. Het leek een aansporing voor de toevallige gasten van Cafe Daen en de Waagh. Maar dat was het niet. Het was het lijflied van de Ex-Prinsen van Knotsenburg, die zich verzameld hadden onder de boog naar de Sint Stevenskerk om hun op 4 augustus 2020 overleden vriend en tochtgenoot door het kleurrijke Knotsenburg eer te bewijzen. Bij de begrafenis was dat door de coronaregels niet mogelijk. Het met volle kracht gezongen lijflied, dat niet voor niets eindigt met de woorden ‘Chanson d’amour’ was het slot van een indrukwekkend eerbetoon, ook en vooral door de aanwezigheid van Jos’ lieve echtgenote Fanny en zijn even lieve dochter Frauke. Indachtig de woorden van het lijflied – gezongen op verzoek van Fanny – hieven zij even later met de leden van het Prinsenconvent het glas op het in alle opzichten voorbeeldige leven van hun man en vader.

Johan Klomp spreekt onder de boog naar de Sint Steven Fanny en Frauke van Lier toe. De ex-prinsen luisteren vol aandacht naar Jphan’s mooie woorden (Foto: Peter Pfeil)

Ja: een onmiskenbaar voorbeeld was hij, overigens net zoals zijn vader Jan, Heer van Knotsenburg, die al eerder zijn sporen in het Nijmeegs carnaval had verdiend. Jos was een voorbeeld voor velen, een enthousiaste inspirator, een veel- zo niet alleskunner, en dan toch in een bescheidenheid, die opvalt onder Knotsenburgers met en zonder steken. Jos van Lier liet kijkers en luisteraars genieten van zijn muzikale talenten, als lid van dweilorkesten, als gangmaker bij zijn vereniging Kiek ze Kieke, maar ook als zanger van carnavalsschlagers. Dat hij soms ook de hand had in de tekst en de muziek spreekt vanzelf voor de man, die creativiteit paarde aan tomeloze inzet, plezier aan echte ingetogenheid wanneer dat nodig was, vreugde aan diepe ernst, wanneer daar behoefte aan bestond. Daarom kon Jos ook zijn vaders rol als Stadssint van Nijmegen zo goed overnemen. Menig kind uit de stad aan de Waal weet intussen, dat achter de eerbiedwaardige ‘bisschop met mijter en staf’ Jos van Lier schuilging. Hij speelde die rol met dezelfde passie, als waarmee hij enkele keren op de Nijmeegse Leugenbank onwaarheden een eigen leven gaf.

Jos bij zijn benoeming tot Lid van de Orde van Oranje Nassau op 22 februari 2020
Fanny van Lier bedankt de leden van het Prinsenconvent (Foto: Ad Lansink)

Onder de boog naar de Sint Steven – Fanny, Frouke en een zeer groot aantal exen waren door de regen en de anderhalve-meter-regel uitgeweken naar die bijzondere plaats – belichtte Johan Klomp, de ‘Feursitter’ van het Prinsenconvent Knotsenburg in gepaste, niettemin humorvolle woorden, de inzet en daadkracht van Ex-Prins Jos II voor het Nijmeegs carnaval en ook voor de samenleving in het grote Rijk van Nijmegen. Malden, de woonplaats van Jos en zijn gezin, zet zich nog wel eens af tegen grote buurman Nijmegen. Zo niet Jos, die bovenal een stadsmens bleef. Zijn rol als Sinterklaas is de bevestiging. Zijn vrienden van het Prinsenconvent voelden dat ook, naast al die andere stedelingen die hem hebben leren kennen als een man die het woord samenleving letterlijk neemt. Samen iets doen dus, dat was de altijd opgewekte Jos ten voeten uit. Johan Klomp wees in zijn toespraak terecht op de koninklijke onderscheiding, die Jos vanwege zijn ziekte voortijdig, ruim twee maanden voor Koningsdag 2020, in grote dankbaarheid ontving. Het Prinsenconvent eert hem nu met een extra uitgave van Schaaralaaf. Nummer 330, getiteld Josalaaf: biedt een veelkleurig overzicht van het carnavals- (en overige) leven van Jos II, met veel zorg geredigeerd door redacteur Gerard Brouwer.

Bas I, Willem I, Winfried I, Bart I, Frans III en Lars I luisteren geconcentreerd naar het dankwoord van Fanny van Lier. Op de tafel het portret van Jos II (Foto: Peter Pfeil)

Onder de boog naar de Sint Steven kregen de muzikale kwaliteiten van Jos van Lier ook de aandacht, die zij verdienen, zij het met enige improvisatie. Ex-prins Lars I (Hut) had in zijn omvangrijke digitale archief elf carnavalsschlagers opgediept, waarvan hij vermoedde dat ze tot de hitlijst van Jos zouden behoren. Fanny en Frauke lieten hardop, meestal met een nadrukkelijke lach merken, dat zij instemden met de keuze van Lars I, die net zoals Gerard II met een fors applaus werd beloond. De bijzondere selectie – met het Prinsenlied van Jos II op de eerste plaats – is vastgelegd op een stickie als een muzikaal eerbetoon aan de man, die als geen ander wist hoe je met woorden en muziek vreugde kunt scheppen en vermenigvuldigen. Onder de kerkboog luisterden de ex-prinsen ingetogen naar een van de schlagers. Het licht me neuriën van het refrein tekende het bijzondere karakter van het ongedachte samenzijn, ter ere van de vriend die node gemist wordt in eigen kring en daarbuiten.

Prinsenproclamatie 2019: Tableau de la Troupe van het Venetiaans Carnaval: links het zwart-wit gerokte orkest met Jos van Lier op de tweede rij naast de tuba van Stan I (Foto: Chrisje Staal)

De verraderlijke ziekte als gevolg waarvan Jos slechts 72 jaar mocht worden openbaarde zich al in 2015. Hij heeft met veel kracht geprobeerd de ziekte het hoofd te bieden, met steun van zijn gezin en zijn vrienden en met grote inzet van medici en verpleegkundigen. Soms leek het erop, dat de behandelingen succes hadden. Maar af en toe leerde een terugval, dat genezing een moeilijke opgave was. Toch kwam Jos steeds terug, in 2018 en 2019, zelfs bij onvergetelijke optredens tijdens de Prinsenproclamaties. Zijn laatste optreden, kort voor de proclamatie van Marck I (Buck) op 9 november 2019, staat mij nog helder bij. Jos was met mij en vier andere vrienden lid van het gemaskerde mini-orkest, dat de overige ex-prinsen en hun partners begeleidde bij de onnavolgbare proclamatie-act: een (bijna) echt Venetiaans Carnaval. Ik mocht een van zijn gerepareerde violen lenen, maar molde twee snaren. Geen probleem, zei Jos: die maak ik wel weer. Dat komt wel goed. Zo was hij. Dat het met Jos niet meer goed zou komen, bleek luttele maanden later. Knotsenburg heeft in Jos van Lier een voorbeeldig inwoner verloren. Zijn naam leeft voort, onder de boog naar de Sint Steven en elders.

Jos van Lier bij het Rondje Knotsenburg van 15 februari 2019