Vanaf de zandweg, die het natuurreservaat De Bruuk doorsnijdt, valt een langgerekt geel-groen lint op: werk van een landschapskunstenaar of toch iets anders?

De zonnige en betrekkelijk warme overgang van een droge en warme zomer naar een nog onvoorspelbare herfst bood een mooie gelegenheid om weer eens een volledig rondje De Bruuk te lopen. Langs de goed begaanbare zandwegen zou ik misschien weer paddenstoelen aantreffen, hoewel de droogte niet bevorderlijk is voor de groei van allerhande zwammen. De eerste en enige wandelaar, die ik tegenkom in het zeer rustige natuurreservaat tussen de Groesbeekse kerkdorpen Horst en Breedeweg, roept mij toe: ‘de paddenstoelen zijn er weer’. Op mijn vraag ‘waar’ antwoordt de vriendelijke vrouw: ‘daar, even verderop: het zijn er aardig wat’. Inderdaad zie ik in de berm langs de door riet dichtgegroeide watergang een handvol paddenstoelen, wel minder dan ik had verwacht Ze ogen oud, zijn voor een deel beschadigd of omgevallen: de moeite van het fotograferen eigenlijk niet waard.
De zoektocht naar paddenstoelen viel dus tegen, maar de rondwandeling niet. Het fraaie landschap verrast steeds weer, in alle jaargetijden. Zelfs de dode, voor de Bruuk karakteristieke bomen zorgen voor bewondering en ontroering tegelijk. Zij verbeelden het paraxale mysterie van de eindigheid in een levende omgeving, hoewel ook de talloze rietpluimen op vernieuwing wachten. Ik wandel verder over de lange zandweg, die het gedeeltelijk gemaaide blauwgrasland doorsnijdt. Plotseling doemt in de verte links van de weg een lint op, niet met de gebruikelijke kleuren rood en wit, maar groen en geel: kleuren, die heel goed passen in het nazomerse landschap. Welke kunstenaar heeft zich in de meestal natte, moerasachtige weiden gewaagd om de Bruuk met een tegendraadse creatie te verrijken, zo vraag ik me af. Is het een tijdelijk of een blijvend teken van verwondering, een statement terwille van de natuurlijke omgeving? Twee honderd meter verder wordt alles duidelijk.
Wanneer ik dichterbij het ‘lint’ kom valt de regelmatige afwisseling van groen en geel op. De tijd om me groen en geel te ergeren ontbreekt. Ook de vraag of ik de uitdrukking ‘groen en geel voor ogen zien’ als signaal van duizeligheid moet ervaren, blijft onbeantwoord. Want al gauw blijkt, dat de kleuren de uiteinden van smalle maar stevige rijplaten markeren. Om en om vormen de rijplaten niet alleen een opvallend lint maar ook een tijdelijke rijweg, waarover zware voertuigen en grote machines in het moerasgebied verplaatst kunnen worden. De tijdelijke weg verdwijnt enkele honderden meters verder in de bosschages van de Bruuk. Vanaf de zandweg is niet zichtbaar waar de tijdelijke constructie eindigt, en evenmin voor welke werkzaamheden zwaar materiaal nodig is. Maaimachines lijken uitgesloten, want de open blauwgrasveleden zijn – op enkele stukken na – geschoren. Maar wat dan wel?


Mijn nieuwgierigheid voerde mij enkele dagen later opnieuw naar de Bruuk, nu met het plan om het met gras begroeide pad te lopen, dat het westelijk deel van het natuurreservaat doorkruist. Waarschijnlijk kom ik dan in de buurt van de werkzaamheden, waarvoor de zware machines nodig zijn. Vanaf de ingang aan de Ashorst loop ik een paar honderd meter oostwaarts om vervolgens op de kruising rechtsaf te slaan. Ik hoor in de verte het scherpe geluiden, die aan zagen of hakselen doen denken. Ruim voor het einde van het graspad verraden sporen van rupsbanden het gebruik van forse voertuigen. Wanner ik in de richting van de machinegeluiden kijk, zie ik weer op een afstand van ca twee honderd meter in het moeras- en bosgebied de machines: waarschijnlijk een motorzaag, een hakselaar, en een grote vrachtwagen, waarmee die de output van de hakselaar wordt afgevoerd. Ik krikg de indruk, dat een deel van de bosschages wordt verwijderd. Van landschapskunst is dus geen sprake, tenzij ….



Een waarschuwingsbord bij de ingang van de Bruuk aan de Ashorst leert, dat Bongers Loon- en Grondverzetbedrijf uit Tiel in de Bruuk aan de slag is, terwijl de multifunctionele aannemer Van Schie uit Mijdrecht de rijplaten heeft geleverd en geïnstalleerd: geen landschapkunstenaar, wel befaamde bedrijven, die met inzet en deskundigheid ervoor zorgen, dat het Bruukse landschap zijn karakteristieke vorm behoudt, tot in lengte van jaren. Wie het tijdeljke groen-witte lint wil zien liggen in de blauwgraslanden langs de brede zandweg heeft waarschijnlijk nog enkele weken de tijd. Het onderhoud van de Bruuk zal ongetwifeld in de herfst afgerond worden.


