Kerstgroep van Gerard Mathot in Petrus Canisiuskerk

20140101_012234

Kerststal van pater Gerard Mathot C.ss.R. in Petrus Canisiuskerk te Nijmegen (dec 2015)

Elk jaar maakt de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk de essentie van het Kerstfeest  zicht- en voelbaar in drie verschillende kerstgroepen, die elk op eigen wijze de geboorte van Jezus verbeelden. De kerstgroep van de Nijmeegse kunstenaar Wim van Woerkom (1905-1998), die destijds ook de kruiswegstaties en de glas in betonramen voor het nieuwbouw-deel van de kerk ontwierp, spande meestal de kroon. Of dat ook in 2015 zo is, valt te bezien. Want een van de drie ‘eigen’ kerstgroepen maakt dit jaar plaats voor de befaamde kerstgroep van pater Gerard Mathot C.ss.R. (1911-2000), die in de jaren 1963 tot 1967 een kerstgroep maakte voor zijn eigen kloostergemeenschap.

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, edemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003)

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, redemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003). Aan dit boek zijn enkele gegevens ontleend voor dit bericht.

De redemptoristen, die tot voor enige jaren de Nebo bewoonden en liturgie vierden in de Gerardus Majellakerk – beeldbepalend element van het indrukwekkende complex aan de Nijmeegse Baan – hebben de bijzondere kerststal van priester-kunstenaar Gerard Mathot in bruikleen gegeven aan de jezuieten van de Petrus Canisiuskerk, op voorwaarde, dat zij de kerstgroep van hun vroegere medebroeder soms afstaan aan en met hun technische ploeg opstellen in Klooster Wittem, de hoofdvestiging van de redemptoristen. Het aanbod is in dank aanvaard in de verwachting, dat veel bezoekers van het Nijmeegs stadscentrum Gerard Mathot’s verbeelding van het kerstmysterie gaan bewonderen.

20140101_012412

Detail: Een van de Wijzen uit het oosten

Gerard Mathot C.ss.R was in de tweede helft van de vorige eeuw niet alleen een geliefd priester – onder meer als rector van de Maartenskliniek – maar ook een gerespecteerd kunstenaar, die in Nijmegen en daarbuiten zijn sporen in meer opzichten heeft verdiend, ook in de kunstwereld. Bij het ontwerpen van zijn kerstgroep – een fraaie combinatie van decor, figuren en kostumering – koos de priester-kunstenaar voor de formule van een toneelvoorstelling, of beter: een mysteriespel, zoals dat in de middeleeuwen in kerken werd opgevoerd, en later ook op markten.

Detail: Engel met zeshoekig kruis

De geschiedenis speelde in de beleving van de toeschouwers een belangrijke rol. Daarom legde de kunstenaar een koppeling naar het verleden. Hij verbeeldde in het opvallende decor een kapel, die herinneringen oproept aan de vroegere paleiskapel op het Valkhof. De nu nog bestaande ruïne is de apsis en een deel van het vroegere priesterkoor. Het decor van Gerard Mathot verbeeldt de bouwval van een koninklijk paleis,  waarin een eenvoudige  stal is ingericht. Hij gaf daarmee de relatie aan tot de afstamming van Christus uit het koninklijk huis van David, waarvan de luister verloren was gegaan. De boomstronk herinnert aan Isaias 11.1: ‘Van de gevelde boom blijft een stronk over’, niet meer dan dat.

Detail: Jozef en Maria met Kind

Detail: Jozef en Maria met Kind

Het betrekkelijk eenvoudige decor is gemaakt van papier mache. De  figuren van gips zijn beschilderd met waterverf. Paula Swenker – haar familie was bevriend met ‘buurman’ Gerard Mathot – zorgde voor de mooie kostumering. De opstelling in de Petrus Canisiuskerk wijkt enigszins af van de wijze, waarop de priester-kunstenaar in de Nebo  de traditionele figuren  in het verrassende decor plaatste. Josef, Maria en het kind hebben hun plaats onder de Engel – met de zeshoekige, uit twee gelijkwaardige driehoeken opgebouwde Davidsster (zie nadere Toelichting) – behouden.

Detail: Herdering met os en schaap

Detail: Herdering met os en schaap

De Wijzen uit het Oosten met hun bekende gaven  – goud, wierook en mirre, symbool voor koningseer, eerbied en lijden  – krijgen in de Molenstraatkerk meer ruimte. De os en de ezel, symbool van de volken, die zich wel tot Christus hebben bekeerd, komen in het evangelie niet voor, wel in de beginregels van het boek Isaias: “Hoort, hemelen, en neig uw oor, aarde. Want de Heer spreekt. Ik heb kinderen voortgebracht en opgevoed, maar ze zijn van Mij afvallig geworden. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn Heer, maar Israël heeft geen besef, mijn volk geen inzicht”. In een begeleidend schrijven schreef Gerard Mathot: ‘Zo staan die dieren daar als voorbeeld en vermaan’.

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

De os en de ezel krijgen in een actuele column van Jan Stuyt SJ ook speciale aandacht. De oud-pastoor van de Petrus Canisiuskerk schrijft in Ignis Webmagazine, tijdschrift van de jezuïeten over geloof en samenleving, in een boeiende bijdrage, getiteld ‘Herders, wijzen en ander schorriemorrie’,  over de betekenis van de kerststal voor de vluchtelingenproblematiek, met een bijzondere etymologie van het woord ‘schorriemorrie’:

De ezel volgens Gerard Mathot

De een volgens Gerard Mathot

In de kerststal staan en knielen ze naast elkaar: rijk en arm, vluchteling, gastarbeider en expat. De meerderheid bestaat uit jonge mannen. De scène wordt compleet gemaakt met de os en de ezel – de reisdocumenten van deze twee grote huisdieren zijn niet te vinden in het Evangelie, maar in de aanhef van de boekrol van Jesaja: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.” In het Hebreeuws worden ossen en ezels vertaald als: sjorim we chamorim, oftewel schorriemorrie.

De os volgens Gerard Mathot

De os volgens Gerard Mathot

Terug naar de wijze woorden van Gerard Mathot: Voorbeeld en vermaan. Dat zijn niet de enige woorden die te denken en te doen geven bij de verbeelding van wat twintig eeuwen geleden in Betlehem gebeurde. De verkondiging van de Blijde Boodschap is ook een oproep tot vrede op aarde, tot gerechtigheid waar dan ook en tot vreugde alom. De kerststallen in de Petrus Canisiuskerk – voor het eerst die van Gerard Mathot (bij binnenkomst aan de rechterzijde van het schip), van Wim van Woerkom ( aan de linkerzijde) en van de firma Lang uit Oberammergau  (in het kerkportaal)  – nodigen hopelijk veel voorbijgangers uit voor een bezinning op de tijd die komen gaat.

Op de ladder in de wolken met Schaaralaaf 300

Omslag van Schaaralaaf 300 met voorwoord van de 'Veursitter'

Omslag van Schaaralaaf 300 met voorwoord van de ‘Veursitter’

De leden van het Prinsenconvent Knotsenburg – het genootschap van oud-stadsprinsen van Nijmegen, de stad die tijdens carnaval herinnerd wil worden aan de  vroegere (Lentse) knotsendragers – wisten dat Schaaralaaf 300 in aantocht was.  Het actieve en creatieve bestuur van het Prinsenconvent had enkele weken geleden mij – sinds de oertijd redacteur van het lijfblad ven de ex-prinsen – gevraagd om nummer 300 over te slaan. Op de vraag waarom bleef een helder antwoord uit. Zet je maar aan het redigeren van nummer 301, en wacht verder rustig af, zoo luidde de reactie van Johan Klomp, die zich graag ‘veursitter’ noemt of laat noemen. Stasiu I (Teunissen), de nieuwe Prins van Knotsenburg, kreeg tijdens de Prinsenreceptie – enkele dagen voor de elfde van de elfde – dus Schaaralaaf 301: desondanks een speciale editie, waarin de redacteur van Schaaralaaf  het getal 300 had gekoppeld aan een Ketting van 55 Prinsenordes vanaf de allereerste Stadsprins van Nijmegen: Nico I (Grijpink. Jeugdprins Tije I werd verblijd met een door het convent op de Nijmeegse kermis geschoten en dus gewonnen beer.

Johan I overhandigt Ad Lansink (op de ladder) Schaaralaaf 300 (Foto: Carl Strik)

Johan I overhandigt Ad Lansink (op de ladder) Schaaralaaf 300 (Foto: Carl Strik)

Nog geen week na de in alle opzichten geslaagde Proclamatie van Prins Stasiu I en zijn in het Nijmeegs carnaval gewortelde Kabinet – werd mij duidelijk, wat het bestuur en de leden van het Prinsenconvent hadden bekokstoofd: de productie van de 300e uitgave van het Bulletin, de vroegere naam van Schaaralaaf, geheel gewijd aan de redacteur, die uiteraard niet mocht weten van het bestuurlijk initiatief. Ik vermoedde intussen wel het een en ander. Maar de verrassing was er niet minder om, toen ‘veursitter’ Johan Klomp mij vroeg een echte Ladder (van Lansink) te beklimmen om mij de gloednieuwe Schaaralaaf 300 overhandigen. Met medewerking en inbreng van Jaap Lamers, Gerard Brouwer en Carol Boef – mijn mederedacteur van ‘Van de Prins geen kwaad – en oud-journalist Harry Janssen van De Gelderlander heeft hij mij letterlijk en figuurlijk ‘in de wolken’ gebracht.

Aandacht voor de Ex-Burgemeester van Knotsenburg, die tot 2015 heel wat Boerenparen in de onecht heeft verbonden

De interim-redacteuren Jaap Lamers en Gerard Brouwer hebben laten zien, dat zij de kunst van het redigeren verstaan. En alleskunner Johan Klomp kent zijn klassieken: in het voorwoord schrijft hij : ‘300 is geschiedenis en zou u in eerste instantie doen terugdenken aan de slag bij Thermopylae, waarin de koning van Sparta, niet zijnde Jules Deelder maar Leonidas I samen met 300 Spartanen vocht tot nagenoeg de laatste man tegen de koning van Perzie, Xerxes I en zijn gigantische leger. Deze slag is de geschiedenis ingegaan als het onmogelijke gevecht, waarbij het enorme aantal werd verslagen door de kracht van ‘slechts’ 300. Ken dus de kracht van 300’, aldus Johan I (Klomp), waaraan Ad I (Lansink) toevoegt: Vergeet de saamhorigheid niet. Elkaar vast houden in goede en slechte tijden. In en buiten de wolken, die voorbijgaan.