Categoriearchief: Varia

Trap niet in die te mooie prijs

De brutaliteit van phishing lieden kent geen grenzen, zo schreef ik eerder na zelf bijna het slachtoffer te zijn geworden van bedenkers van nep aanbiedingen, plotseling gewonnen prijzen en ander (on)gerief. Mededelingen van de eigen (of een andere) bank worden nog steeds nagemaakt, en nog professioneel ook zodat ze niet van echt zijn te onderscheiden. Intussen verlokt het uitzicht op een gewonnen prijs veel mensen, die voor minder dan een dubbeltje graag op de eerst rij gaan zitten. Neem bijvoorbeeld de volgende lok-berichten met een vrijwel gelijke inhoud, maar verstuurd onder een wisselende kop:

  • Gefeliciteerd, je bent geselecteerd als klant van de maand. De beloning? Een Samsung Galaxy S9/9+ voor €1 in plaats van €899. Of een iPhone X voor slechts €1,50;
  • Of: welkom bij Samsung Services:  Uw account is nu geactiveerd. Klik op ‘Start’ om te ontdekken welke diensten voor u beschikbaar zijn met uw nieuwe Samsung Account (dat ik niet besteld heb)
  • Afzender ‘Sorteren en Bezorgen’ meldt dat ik de gewonnen prijs – opnieuw  een Samsung Galaxy S9 – binnen een werkdag moet claimen. Zo niet dan gaat de prijs naar een ander. Een uur eerder had ik een vrijwel identiek bericht ontvangen, met als afzender ‘Bestellen en Aflevering’
  • De webshop of wat er voor door mag gaan kent ook de kracht van alliteratie: een dag voor het berichten van ‘Bestellen en Aflevering’ kreeg ik twee identieke berichten, met als afzenders Bestellen en Bevestigen en Pakketten en Post. 

Trap er niet in. Voor niets gaat de zon op. De mededeling dat je zo maar een Samsung Galaxy S9 hebt gewonnen, is natuurlijk te mooi om waar te zijn. Handige lieden hebben valse win-acties bedacht om geld van impulsieve of onachtzame mensen in de wacht te slepen. Zij hebben het op adressen gemunt, en zo mogelijk op bankrekeningen of creditcards. Hun follow up kent diverse varianten: voortzetting met een abonnement dat een paar  dagen gratis is, waarna tenminste een heel jaar het volle pond betaald moet worden voor een bedrag dat hoger uitpakt dan bij de bekende providers. Ook kan het gebeuren, dat de telefoon niet wordt afgeleverd, nadat al wel kosten zijn betaald. Nog beroerder pakt het uit, wanneer de ‘account-phishers’ je rekeningnummer en wachtwoord in handen krijgen. Goede raad is in dit geval niet duur, wel kort: trap er niet in. De Samsung Galaxy S9 is een uitstekend toestel, en de iPhone X10 ook, de moeite van een weloverwogen aanschaf alleszins waard. Maar sleep de berichten over de gratis smartphone meteen naar de prullenbak om andere smarten te voorkomen.

Jong ondernemerschap en circulaire economie

Johnny Kerkhof begroet de eerste gasten bij de start van RebelSpaces

Negen aansporingen bij opening van RebelSpaces op het Honig-complex
Opvallend dat jonge ondernemers een bijna stokoude niet-ondernemer vragen enkele woorden te spreken bij de opening van RebelSpaces op 12 september 2018, een circulair ontworpen ‘workspace voor een community of changemakers’: ‘thinking and rethinking aan refubished tables’ met bladen van koffiezakjes, op ecodesign stoelen van geupcycelde legerkleding. Afgezien van de verengelsing van de taal spreekt het concept mij aan. Dank ik de vraag naar enkele openingswoorden aan Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, mijn boek over de betekenis van de afvalhierarchie voor circulaire economie? Of garandeert de naam van (de Ladder van) Lansink bij voorbaat zinnigeuitspraken over het spanningsveld van ecologie en economie? Ik sluit dat laatste niet uit gelet op recente uitnodigingen voor bezoeken aan en voordrachten in Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur. Er wachten drukke weken.

Ad Lansink geeft een toelichting op zijn negen aansporingen

Ondernemend
Over jeugdig ondernemerschap gesproken: ik was zelf eigenlijk wel ondernemend, op school en later ook naast de collegebanken. In Utrecht kwam ik in het kroegbestuur van Veritas terecht, en tegelijk bij een natuurfilosofisch dispuut. Maar ik was en werd geen ondernemer, laat staan een jeugdige versie, in tegenstelling tot mijn broer die vliegers en modelvliegtuigjes bouwde en voor grof geld verkocht aan onhandige vaders om hun even onhandige zoontjes te plezieren. Over vaders gesproken: mijn vader was wel een jong ondernemer, en zijn vader ook, zij het in de tijd dat van circulariteit geen sprake was. Het waren de dertiger – toen ook onzekere – jaren, waarin mijn vader zijn textielwinkel moest sluiten om als ambtenaar de kost voor zijn gezin te gaan verdienen. Eenmaal met pensioen werd hij weer ondernemer, met het motto ‘zo scherp als een zeis calculeren wij onze prijs’: een slogan die zijn klanten – familie, vrienden en bekenden – wel aansprak. Wat ik van mijn vader wel heb geleerd is doorgaan, ook na de pensionering, en doorzettingsvermogen: mijn eerste aansporing voor jeugdige ondernemers.

Next Generation Design van Planq: meubels uit secundaire grondstoffen

Lengte breedte en diepte
Mijn tweede aansporing luidt: leef in de breedtewant de lengte van je leven heb je niet in de hand. De diepte tot op zekere hoogte dan weer wel, maar dat terzijde. Gebruik de tijd dus goed, en verdiep je in meer onderwerpen: zoek een balans tussen generalisatie en specialisatie, en ga af en toe de diepte in zonder de weg kwijt te raken. Want koersvastheid – mijn derde aansporing – is hoe dan ook een vereiste voor jonge ondernemers. Enkele dagen geleden vroeg iemand mij, nadat andere personen uit ons gezelschap hadden verhaald over hun creativiteit, of ik ook creatief was. Ik antwoordde – achteraf te vlug – nee, helemaal niet. Ik kan schilderen, tekenen noch beeldhouwen en helaas ook geen muziek maken. Een van mijn tafelgenoten riep meteen: maar schrijven kun je wel, en praten ook. Ik moest toegeven, dat creativiteit zich ook langs niet-artistieke weg kan uiten. Denk aan de Ladder van Lansink, maar ook aan mijn voorstel voor studiefinanciering of voor de financiering van ziekenhuizen, die door milieubewuste en energiebesparende bouw en inrichting verlaging van de exploitatielasten konden realiseren.

Functionele creativiteit: fles van bioplastic uit suikerriet. Damir Perkic www.beobottle.com

Waardecreatie
De creativiteit leidde soms tot ongedachte en onverwachte sweeping statements zoals zwangerschap is geen ziekte en de pil dus geen geneesmiddel tijdens een discussie over het pakket van de basisverzekering; de uitloger liegt bij een debat over uitloging van zware metalen; en – van heel andere orde – beter een stuk in de kraag dan tien in de krant, mijn vertaling van de Nieuwspoortcode, toen de nieuwbouw van de Tweede Kamer werd geopend. Aan deze reeks voeg ik vandaag toe: RebelSpaces, of all places, een positief bedoelde uitspraak om de voordelen van de unieke ‘workspace for changemakers’ naar waarde te schatten.Waarde-creatie  is tegelijk een van de uitdagingen van de circulaire economie. Het trefwoord creativiteit brengt mij bij de vierde aansporing: probeer als jonge ondernemer creatief te zijn. Combineer vorm en inhoud in de producten en diensten, die je wilt maken of aanbieden, en geef kleur aan het ondernemerschap door kijkers en kopers te verrassen met bijzondere ideeen of effecten, overigens zonder in allerhande marketing trucs te vervallen. Reclamebureaus en mediatrainers zullen deze bijzin liever vergeten, en de politici van vandaag ook. Maar ik houd staande dat inhoud meestal wint vorm. Ontwerpers doe ik daarmee hopelijk niet tekort.

Overview van RebelSpaces

Organisatie
Terug naar de waarde-creatie: het trefwoord van de circulaire economie, dat niet zomaar waar te maken is. Niet voor niets wordt veel en vaak gesproken over businessmodellen in de circulaire economie. Ik verwijs o.m. naar het recente boek van Jan Jonker, getiteld: Werkboek circulair organiseren voor het ontwikkelen van een circulair businessmodel’. De term organiseren verwijst naar de wisselwerking met ketenpartners. De ontwikkeling van circulaire producten en diensten is vrijwel nooit eenmanswerk, integendeel. In vrijwel alle gevallen zijn meer personen en instellingen betrokken. Dat vergt een stevige organisatie en goede afspraken, ook over de voortgangscontrole en de evaluatie. Besteed daarom tijdig aandacht aan alle organisatorische aspecten: mijn vijfde aanbeveling voor (jeugdige) ondernemers.

Upcycling: hergebruik van textielvezels (Frankenhuis) voor tafelbladen en stoelzittingen door Planq

Dilemma’s
Bij de ontwikkeling van circulaire producten en diensten weten de ketenpartners – dus ook de jeugdige ondernemers zich gesteld voor een reeks dilemma’s:

  • Sturing door de overheid tegenover producentenverantwoordelijkheid
  • Acceptatie van belastingregimes of pleidooien voor een vrije markt
  • Aanvaarding van bindende richtlijnen of vrijheid van design
  • Samenwerking op nationaal of internationaal vlak
  • Schaalgrootte: lokaal, regionaal, nationaal, globaal
  • Type van de businessmodellen
  • Lease society of recht op eigendom

Ik pak er twee punten uit, die voor startende ondernemers van grote betekenis zijn: de schaalgrootte, en de lease society, waarvan RebelSpaces natuurlijk een fraai voorbeeld is: een perfecte vorm van circulaire dienstverlening, tegelijk een voorbeeld voor andere ondernemers, die afnemers voor korte of (liefst) langere tijd aan zich willen binden. Mijn zesde aansporing luidt daarom: onderzoek de mogelijkheden voor circulaire dienstverlening en productverhuur.

Schaalgrootte
De schaalgrootte is een punt van andere orde, met een ingebouwde tegenstelling, wanneer het gaat om haalbare businessmodellen. De economische haalbaarheid van een product vergt een zekere schaalgrootte, en dus ook financieringsbehoefte. Bovendien neemt het aantal ketenpartners toe. Maar een gezonde productontwikkeling is gebaat bij een kleine, overzienbare schaal, waardoor ook bijsturen gemakkelijker wordt. Van jeugdige ondernemers mag onbevangenheid worden verwacht, naast spontaniteit en creativiteit. Daarnaast moeten zij oog hebben voor valkuilen en tegenslagen kunnen overwinnen. Vandaar het streven naar een overzienbare schaalgrootte, mijn zevende aansporing.

Een foto van de negenaansporingen

Lokaal en regionaal
De ervaring leert – kijk naar de activiteiten binnen De Smeltkroes in Nijmegen of in Blue City in Rotterdam – dat vernieuwing van denken en doen gebaat is met een (vooralsnog) kleine schaal. Vandaar mijn achtste aanbeveling: begin op lokale of regionale schaal, en sla pas daarna de vleugels uit. Denk aan de innovators in de ICT, met het spreekwoordelijke begin in de garagebox van hun ouders of vrienden. Het woord ‘box’ brengt mij bij het z.g. out-of-the box-denken: een negende aansporing voor veelal jonge vernieuwers met een andere ‘mind-set’ dan die van traditionele ondernemers. Klassieke ondernemers durven vaak gebaande wegen niet te verlaten. Hun angst is soms terecht, soms ook niet. Ik haast me overigens op te merken, dat de leeftijd er vaak niet toe doet, wel de instelling waarmee uitdagingen worden opgepakt. Op een andere, zelfs op voorhand ongedachte manier kijken naar mechanismen en systemen: dat is volgens mij de grondslag voor innovatie, die op korte of lange termijn hout snijdt.

Negen aansporingen
Ter afsluiting zet ik mijn negen aansporingen – een forse maar niet uitputtende lijst – op een rij, in de vorm van bondige uitspraken:

  • Toon doorzettingsvermogen
  • Leef in de breedte
  • Blijf koersvast
  • Wees creatief
  • Werk aan organisatie
  • Verleen circulaire diensten
  • Kies overzienbare schaal
  • Begin local of regional
  • Denk out-of-the box

Johnny Kerkhof en zijn vrienden hebben met de realisering van RebelSpaces deze aansporingen al geheel of gedeeltelijk ter harte genomen. Niettemin wens ik hem en alle jonge ondernemers veel succes op de weg die voor hen ligt. Rebellen nemen en verdienen de ruimte. Of niet soms?

Ton Geertsen (1949 – 2018) : dienstbare alleskunner

Ton Geertsen

Een volle Petrus Canisiuskerk nam op 25 augustus 2018 met een plechtige uitvaart afscheid van de man, die in de kerk aan de Nijmeegse Molenstraat gedurende een lange reeks van jaren allerhande teken vervulde. De ondanks tegenslagen – eerst het verlies van zijn zoon Sjoerd, later van zijn echtgenote Ems – immer goedlachse Ton Geertsen was deeltijd-koster, collectant, voorzitter en uiterst actief lid van de technische commissie. Zelfs de ernstige ziekte, waarmee hij in het voorjaar van 2018 plotseling werd geconfronteerd, bracht hem niet van zijn stuk. Chemokuur noch bestralingen weerhielden de energieke wandelaar niet van de deelname aan zijn twaalfde Vierdaagse, die hij ondanks zijn ziekte uitliep. Zijn altijd opgewekte gezicht verraadde weliswaar de kwaadaardige kwaal, maar zijn optimisme en uitstraling bleven overeind tot de zondag, waarop hij een rolstoel nodig had om in zijn geliefde kerk de Eucharistieviering mee te maken.

Ton Geertsen met broer Peter, zoon Jeroen en schoondochter Maria Salsabila

Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar, die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hen op tijd eten te geven? Gelukkig de dienaar, die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit’(Mattheus 24, 45-47). Na deze korte maar toepasselijke Evangelielezing vertelde pastoor Eduard Kimman SJ de familie, vrienden en kennissen van Ton Geertsen, dat hij de ‘alleskunner’ pas een jaar geleden had leren kennen. Toch had hij al snel door, dat hij in Ton een uitzonderlijk dienstbare parochiaan had ontmoet, een enthousiaste vrijwilliger, die niets te veel was. Zijn betrokkenheid, eerst bij de Sint Jozefkerk aan het Keizer Karelplein, en later na de taak- en boedelverdeling tussen de Carmelieten en de Jezuieten bij de Petrus Canisiuskerk maakten Ton Geertsen tot een ‘voorbeeldige’ vrijwilliger, met kennis van zaken en met een meer dan gewone inzet.

Zicht op nieuwbouw Plein 1944 bij komst zonnepanelen Molenstraatkerk (2012)

Zelf leerde ik Ton Geertsen kennen, toen pastoor Jan Stuyt SJ begin 2012 mij voor de tweede keer aanspoorde subsidie los te peuteren voor de installatie van een zonnepanelen-dak op de Molenstraatkerk. Ik was destijds voorzitter van het Nijmeegse Zonnekrachtteam, en zat – zo meende de milieubewuste pastoor – dichtbij de stedelijke subsidiepot. Een eerste verzoek bij wethouder Jan van der Meer had niets opgeleverd. De scheiding van kerk en staat zat hem dwars. De tweede poging was succesvol, nadat Ton Geertsen en Frank Korsten – toen penningmeester van de kerk – mij hadden duidelijk gemaakt, dat de kerk naast eigen middelen een flinke portie zelfwerkzaamheid in de installatie zou steken. Top-electricien, planner en alleskunner Ton Geertsen zegde de volledige medewerking van zijn technische commissie toe. Die verzekering gaf de doorslag voor de wethouder, die op 6 februari 2013 met Jan Stuyt het zonnedak officieel in werking stelde.

Ton Geertsen bij ontvangst zonnepanelen op het dak van de Molenstraatkerk

Ton Geertsen was een op en top dienstbare man, die je altijd om raad of hulp kon vragen. Ik herinner me het gemak waarmee hij een dubbele schakelaar, die ik zelf niet meer aan de praat kon krijgen, demonteerde om snel vast te stellen, dat reparatie uitgesloten was. Het Duitse ding was in Nederland niet verkrijgbaar. Ton reed snel naar huis om even later met een noodvoorziening terug te komen. Maanden daarna vond ik in Bedburg-Hau een zaak, die uit het magazijn een oud exemplaar voor Ton en mij opduikelde. Ik had Ton ook nodig toen het opladen van mijn gloednieuwe Volvo V60 Hybride niet lukte. Ton bedacht van alles, tot kippegaas voor de zonnestroom-omvormer toe, zonder positief resultaat. Toen we de Volvo naar buiten reden lukte het opladen wel. Voor een keer dan, want een paar dagen later was het weer mis. Een software update bleek noodzakelijk, een tegenwoordig gebruikelijke handeling, waaraan Ton noch ik gedacht hadden.

Ton Geertsen, Jan van der Meer en Jan Stuyt bij de ingebruikneming van de zonnecentrale (2013)

Waar Ton Geertsen wel aan dacht, dat waren de talrijke klussen in de Molenstraatkerk, kleine en vooral grote activiteiten zoals de al genoemde installatie van de ruim honderd zonnepanelen met de omvormers in de oude Doopkapel – vandaar de beelden bij deze herinnering – en de grootscheepse reparatie van de lekke vloerverwarming: een activiteit, die gedurende een groot aantal weken de aandacht van de voltallige technische commissie vroeg. De jaarlijkse opstelling van de grote Kerstgroepen vergde ook een forse inspanning naast de geel zwarte ‘aankleding’ van de Molenstraatkerk voor de traditionele Carnavalsmis.

Ton Geertsen luistert met Ward Biemans SJ, Joke Bosch en Astrid Ratering naar wethouder Jan van der Meer

Ton Geertsen bedacht met Ad Bosch en Jan Smit een vernuftig montagesysteem voor de horizontale banners van het Prinsenconvent: een opdracht waarmee ik de technische commissie verraste, toen het convent van ex-prinsen van Knotsenburg het 33-jarig bestaan opluisterde met een (tijdelijke) verwijzing naar alle Prinsenonderscheidingen vanaf Prins Nico I (Grijpink): de eerste Stadsprins van Nijmegen. Het montagesysteem blijkt bruikbaar voor andere manifestaties: op Open Monumentendag  2018 toont de Petrus Canisiuskerk een reeks historische schoolplaten uit de tijd van het Rijke Roomse Leven: een knipoog naar Ton Geertsen.

Bloemen voor de technische ploeg van de Petrus Canisiuskerk

Na de uitvaart en crematie vertelde Jos Seegers, secretaris van het College van Collectanten, dat hij in het laatste jaarverslag had geschreven: Ton Geertsen, de man die van reizen en wandelen houdt, vaak ‘en route’ – het liefst met zijn broer Peter – maar toch altijd aanwezig, niet alleen wanneer hij nodig is maar ook daarbuiten. Een paradox: vaak op pad maar altijd aanwezig. Die woorden onderschrijf ik, temeer waar ik me na weer een Facebook-bericht van Ton met allerlei fraaie foto’s wel eens afvroeg: hoe speelt hij dat steeds  klaar: vaak op weg en toch thuis, in Rome of Vaals en toch weer in Nijmegen. Die woorden – op weg en toch thuis – tellen vanaf 20 augustus 2018 niet meer. Ton Geertsen heeft de eeuwige, alleszins verdiende rust gevonden. Naar menselijke maat is hij eigenlijk te vroeg gestorven. Zijn familie mist hem, zijn vrienden van de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen ook.

Enkele oude religieuze schoolplaten in de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen bij gelegenheid van Open Monumentendag 2018

Donor van nee tenzij naar ja mits

Wetgeving actieve donorregistratie: een kwestie van vallen en opstaan

Hoofdrolspelers wetgeving actieve donorregistratie (geen bezwaarsysteem) sinds 1995 volgens Dagblad Trouw (15 februari 2018)

Al tijdens de schriftelijke behandeling van de wijziging van de Wet op de lijkbezorging – begin jaren negentig – vroeg ik me af of in Nederland het geen-bezwaar-systeem, zoals dat o.m. in Belgie en Frankrijk gangbaar was, haalbaar was. De stevige discussies in de CDA-fractiecommissie volksgezondheid – ook met woordvoerder Frouke Laning – leidden niet tot een doorbraak, maar wel tot nuancering van de vraagstelling. Het grondwetsartikel inzake de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam was – naast de discussie over de vaststelling van de hersendood – de oorzaak van grote terughoudendheid. Door het uitstel van de plenaire behandeling tot na de verkiezingen van 1994 moest ik in 1995 het niet te benijden woordvoerderschap overnemen. Een grondige voorbereiding en gesprekken met deskundigen en belangengroepen overtuigden mij van de noodzaak van een koerswijzing. Van nee tenzij naar ja mits: dat leek een serieuze poging waard. De hele CDA Tweede Kamerfractie volgde mijn benadering en uiteindelijke afweging.

Orgaandonatie en registratie – Infografic
Bron: Nierstichting

Teleurstelling
Het planaire debat liep op meer dan een teleurstelling uit. Dat ik geen steun zou krijgen van de kleine christelijke partijen was te verwachtten, ook na de eerdere discussies in eigen kring. Dat de VVD mij stevig zou aanpakken op grond van de verabsolutering van het zelfbeschikkingsrecht, kon ik aanvoelen, maar de scherpte van de liberale inbreng niet. Uit het overleg van vrijwel alle fracties met de Nierstichting en andere organisaties had ik opgemaakt, dat naast Groen Links en SP steun was te verwachten van PvdA en D66. De goede contacten met de woordvoerders Rob Oudkerk en Roger van Boxtel sterkten mij in de overtuiging, dat het geen-bezwaar-systeem – nu actieve donorregistratie genoemd – een meerderheid kon verwerven. Maar niets was minder waar. Nadat minister Els Borst de inbreng van PvdA en D66 had beluisterd, en bovendien had vastgesteld, dat de VVD niet gediend was van het geen-bezwaar-systeem, vroeg zij om schorsing van de beraadslagingen, nog voor het uitspreken van haar eerste termijn.

Politieke voorkeur van steun (groen) actieve donorregistratie – Bron: Nierstichting

Evaluatiebepaling
Die schorsing zou enkele maanden duren, voldoende tijd om de coalitiepartijen (PvdA, VVD, D66) te verenigen rond een nota van wijziging, waarmee een central donorregister mogelijk werd gemaakt, echter zonder de kenmerken van het geen bezwaar-systeem, en zonder enigerlei vorm van verplichting. Mijn amendementen kregen slechts de steun van SP en het grootste deel van Groen Links, niet van PvdA en D66. die van oordeel waren dat het centrale donorregister voldoende was voor het bereiken vaneen groter aantal potentiele donoren. Ik was daar niet zeker van. Daarom stelde ik een evaluatiepaling voor, die gelukkig een brede steun verwierf. Daarmee was zeker gesteld, dat van tijd tot tijd nagegaan zou worden of de nieuwe systematiek tot een groter aanbod van organen zou leiden. De CDA Tweede Kamerfractie stemde in 1995 tegen die achtergrond in met het wetsvoorstel. Dat bij de eerste de beste evaluatie – ik had inmiddels de Tweede Kamer verlaten – de CDA-ers terugvielen op de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam stelde mij opnieuw teleur. Het collectief geheugden werd weer uitgewist.

‘Staatslijken’
Nog teleurstellender (en kwalijker, maar dat terzijde) was overigens – daags na het eerste debat in 1995 – de opmerking van VVD-fractievoorzitter Bolkesteijn in een radioprogramma. Die Lansink maakt van ons allemaal staatslijken, zo luidde ongeveer zijn boodschap. De verwoording had kennelijk een partijpolitieke achtergrond, want de verkiezingscampagne voor de provinciale staten was intussen van start gegaan. Opvallend genoeg weerklonken onlangs – voor en tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) – soortelijke geluiden in de betogen van tegenstanders van actieve donorregistratie. Zij verkondigen ten onrechte, dat de staat eigenaar wordt van het lichaam van haar ingezetenen. Zij vergeten, dat de overheid – daartoe wettelijk gelegitimeerd – de verplichting oplegt om een keuze te maken. Die vraag wijkt in essentie niet af van de verplichting om een belastingaangifte te doen, of om zich aan de verkeersregels te houden. Van een moeizame afweging was opnieuw sprake, getuige de stemverhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer, respectievelijk 75 tegenover 74, en 38 tegenover 36.

Stemverhouding (2016) in Tweede Kamer bij wetsvoorstel actieve donorregistratie (ADR)
Infographic Dagblad Trouw 17 februari 2018

Worsteling
Opmerkelijk is ook, dat – althans in de Eerste Kamer – vrijwel alle wat grotere fracties verdeeld hebben gestemd. De partijen, die sinds kort tot het brede politieke midden behoren (VVD, CDA en PvdA) hadden voldoende voorstemmers in de gelederen om het wetsvoorstel van Pia Dijkstra ()D66) over de streep te trekken.Van nee tenzij naar ja mits: dat is achteraf voor het CDA kennelijk de grootste worsteling geweest, gelet op de afwijzing door de CDA Tweede Kamerfractie en de verdeeldheid in de Eerste Kamerfractie. Zelf steek ik niet onder stoelen of banken, dat ik veel waardering heb voor het doorzettingsvermogen van Pia Dijkstra. Dat de behandeling van het wetsvoorstel in de senaat nieuwe vragen heeft opgeroepen, met name over de (te sterke) positie van de nabestaanden, reken ik maar tot de prijs die betaald moest worden om de omslag van nee tenzij naar ja mits mogelijk te maken. Dagblad Trouw door heeft in een gedegen terugblik  – Worstelen met de donorwet door Edwin Kreulen – duidelijk gemaakt, dat een politieke worsteling onvermoede achtergronden kent.

Het ene jaar is het andere niet

Omzien en vooruitkijken op de grens van 2017 en 2018

Grote Markt in Brussel: in 2017 ‘lieu de memoire’: enthousiaste barman wilde ook het Stadhuis op de foto

Saamhorigheid telt: zo luidde een jaar geleden mijn Nieuwjaarswens, toen niet wetend, dat een goede gezondheid de ‘beste-wensen-lijst’ had moeten aanvoeren. Nog geen maand na de jaarwisseling voelde ik na luttele inspanningen korte, soms ook langere borstpijnen. Op andere ogenblikken sloeg moeheid toe, zonder aanwijsbare redenen. Een onverwacht kantelpunt. Had ik te veel tijd besteed aan Challenging Changes, het boek waaraan ik vanaf september 2015 was gaan werken? Sprak misschien de leeftijd een woordje mee, ondanks de oneliner allemachtig, allebei tachtig’? De bloeddrukmeter gaf met bovennormale waarden het begin van een antwoord. Bestrijding met de gebruikelijke geneesmiddelen hielp nauwelijks. Na een week slikken en meten volgde de verwijzing naar de cardioloog, die na bestudering van de hartfilm een snelle katheterisatie voorstelde. Dotteren bleek niet verantwoord, een in alle opzichten geslaagde open-hart-operatie wel.

Bloemen van het Prinsenconvent Knotsenburg bij de terugkeer uit het ziekenhuis (Foto: Ans Lansink)

Sinds 15 februari 2017 zorgen een viertal omleggingen van de kransslagader voor een opmerkelijk herstel. Wel was een langdurige hartrevalidatie nodig om het ritme van alledag weer eigen te maken. Pijnstillers behoorden in de eerste maanden na de operatie tot de dagelijkse levensbehoefte, net zoals allerlei lichaamsbewegingen:  lopen, fietsen en zelfs armtrainingen. Knotsenburg – carnaval in Nijmegen – moest ik in 2017 laten voor wat het was en zal blijven: een festijn voor de echte liefhebbers, die van dweilen en bier houden. Het bestuur van het Prinsenconvent had tijdens de Carnavalsvierdaagse wel aan mij en aan de andere zieke leden (Wiet I, Piet I, Jos I, Ronald III) gedacht, getuige de fraaie bos rozen, kort na de – achteraf snelle – thuiskomst uit het UMC Radboud.

Ans ziet uit over het Friese land, in de buurt van het Lauwersmeer (Foto: Ad Lansink)

Een trektocht met de Roadscout door Midden- en Oost-Europa zoals in 2014 en 2015 schoot er ook bij in. Gelukkig bleek een niet te lange tocht door Noord-Frankrijk wel haalbaar, naast een onverwacht geslaagd verblijf in het Friese Kollum, vlak bij het onvolprezen Lauwersmeer. Aanleiding was een duo-expositie van Marena Seeling en Coen Vernooij, die wij met een onverwacht bezoek wilden verrassen. De minicamping, even buiten het dorp (of is het een stad) bleek een mooi uitgangspunt voor fietsen in een omgeving, waar we nooit eerder geweest waren. Ans slaagde er wonderwel in met de vouwfiets zonder accu een behoorlijk grote afstand te overbruggen.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken drukproef van boekomslag (Foto: Leo Schrijver)

Met Challenging Changes kon ik in april 2017 weer verder Het leeuwendeel van het schrijfwerk was gelukkig klaar toen de hartklachten zich aandienden. Maar de afbeeldingen, figuren, tabellen, schema’s en noten vergden toch nog veel werk. Datzelfde gold voor de correctie van de vertaling en de eindredactie. Intussen zag ik met boekontwerpster Sophie van Kempen – steun en toeverlaat ook na mijn ziekte – de omvang van het boek groeien van de aanvankelijk geraamde 320 pagina’s naar 400 bladzijden. Dankzij de tijdige inschakeling van drukker DPN Rikken Print – in de persoon van Leo Schrijver – en boekbinderij Van der Burg kon Challenging Changes op de geplande datum van 11 oktober 2017 in Brussel worden gepresenteerd: na de geslaagde bypasses het tweede hoogtepunt voor 2017.

Ovedrbrengen van Ted Felen’s mozaïek naar het gebouw van Aqua Viva (Foto: Ad Lansink)

Van andere orde is een gebeurtenis, die ook de krant haalde: de verhuizing van Ted Felen’s immense mozaïek Nosos – Diagnosis – Therapeusis – Sanatio van de Hazenkamp naar Aqua Viva, het nieuwe zorgcentrum van de Jezuïeten aan de Heyendaelseweg in Nijmegen. Phoebe Felen vroeg mij na mijn operatie of ik een geschikte plaats wist voor het kunstwerk van haar vader na  de sloop van het Gezondheidscentrum aan de Vossenlaan. De gemeente zou de verhuiskosten betalen, wanneer het mozaïek in Nijmegen zichtbaar zou blijven. Na ampel beraad bleek plaatsing in Aqua Viva mogelijk. Dat de verhuizing niet zonder slag en stoot ging, laat zich raden. Dat ik voor het erfgoed van mijn oude vriend Ted Felen een plek wist te hebben, dank ik aan Ben Frie SJ, Eduard Kimman SJ en Tjeerd Jansen SJ.

Dankwoorden aan Jan Storm, inspirator van Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. De uitlevering van Challenging Changes is vanzelfsprekend niet in enkele maanden beklonken. Ook het werk aan de gekoppelde website gaat gewoon door net zoals de boekpromotie in Nederland en daarbuiten. Nijmegen European Capital 2018 begint op 20 januari 2018 met een officiële plechtigheid in de Sint Stevenskerk, terwijl op 18 mei 2018 een groots ‘circulaire economie festival’ plaats vindt op het Honig Complex. Eduard Kimman SJ betrekt ook de Petrus Canisiuskerk in het Green Capital Project met een maandelijkse ‘groene preek’. Dat ik in die reeks de spits mag afbijten, geeft te (na)denken en te doen. Want preken is geen schrijven. Waarschijnlijk  bieden het Oude en Nieuwe Testament voldoende aanknopingspunten. Wat te denken van de boodschap van Jona, dat Ninive zou (kunnen) vergaan?

Ans Lansink-van Dam en Sophie van Kempen in het Kroondomein bij Uddel (Foto: Ad Lansink)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. Die open deur geldt ongetwijfeld ook voor het jaar, dat nu (bijna) verleden tijd is, en voor het jaar dat opnieuw met een (te grote?) vracht vuurwerk is ingeluid. De welgemeende goede wensen voor 2018 verbind ik met mijn grote dank aan alle vrienden en bekenden, die in 2017 inhoud hebben gegeven aan het elkaar vasthouden in goede en slechte tijden. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de staf en medewerkers van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie van UMC Radboud, en aan  de hele ploeg mensen, die Challenging Changes mede mogelijk hebben gemaakt: Jan Storm en de ‘Editorial Board’, Bart de Bruin en Michelle Kluiver (Dar), Leo Schrijver (DPN Rikken Print), boekbinderij van den Berg en tenslotte, maar niet op de laatste plaats: Sophie van Kempen en Ans Lansink-van Dam, die het ‘thuiswerk’ soms inruilden voor de buitenlucht.  Kortom: vriendschap en verbondenheid alom.

 

 

Ad Stadhouders (1927 – 2017) geboren leraar en meer

Ad Stadhouders

Een geboren leraar, wel wat conservatief maar met een open mind voor vernieuwing en vooruitgang, soms eigenwijs maar ook creatief, aldus de zonen van Ad Stadhouders bij zijn uitvaart op 6 december 2017, luttele weken voor hij de gezegende leeftijd van negentig jaar zou bereiken. Tijdens een even sobere als indrukwekkende Eucharistieviering in een stampvolle Cenakelkerk op de Heilig Landstichting bewezen familieleden, oud-collega’s, vrienden, parochianen en kennissen de emeritus-hoogleraar in de submicroscopische morfologie de laatste eer. Zelf leerde ik bioloog Ad Stadhouders in 1964 kennen, toen ik na mijn promotie ging werken op het Instituut voor Pathologische Anatomie. Mijn gloednieuwe laboratorium huisde op de begane grond, naast de Afdeling Elektronenmicroscopie, waar Ad de scepter zwaaide. We kwamen elkaar dagelijks tegen, soms zelf meer dan een keer op een dag. De afstand werd met de week kleiner. Hoe het zo kwam, weet ik niet meer. Maar kennelijk had de wetenschapper ook oog voor andere mensen en andere zaken. Ad vroeg mij – het moet tussen 1965 en 1967 geweest zijn – hem op te volgen als voorzitter van het Stafconvent, de toen nog louter gezelligheidsvereniging van stafleden van de Katholieke Universiteit. Ik herinner mij bridgedrives, autorally’s en mislukte pogingen om van Cornerhouse Sint Anna – nu De 4 Heeren – een wekelijkse stamkroeg te maken. Dat Stafconvent zou enkele jaren later meegesleurd worden in de democratisering van de KU, en meewerken aan de befaamde ‘radenstructuur’.

Late herfst in Nijmegen

In 1969 kwam Ad Stadhouders op mij af met een vraag, die niets met ons werk te maken had. Eigenlijk was het geen vraag maar een stevige wens zo geen opdracht: of ik me namens de KVP kandidaat wilde stellen voor het lidmaatschap van de gemeenteraad. Ad had – hij was interim-voorzitter van de KVP-Afdeling Nijmegen – een verkiesbare plaats in petto. De KVP zocht na de befaamde nacht van Schmelzer nieuwe volksvertegenwoordigers om de neergang te stuiten. Een korte proeftijd in de zittende fractie bleek voldoende om mijn aarzeling, te overwinnen. Dat ik twaalf jaar later de wetenschap vrijwel volledig zou inruilen voor de landelijke politiek, kon ik in 1970 niet voorzien. Maar vast staat wel, dat Ad Stadhouders – overigens met oud-burgemeester Embere van Gils van Millingen en Groesbeek – een beslissende invloed heeft gehad op mijn latere levensloop. Waarschijnlijk ontdekte Ad Stadhouders in de jaren zestig al snel, dat wij het een en ander gemeen hadden, niet zozeer het leraarschap, wel de neiging om soms in de breedte te leven, en samen met andere mensen buiten het eigenlijke werk zaken op de rails te zetten. Dat daar dan allerhande voorzitterschappen het gevolg van zijn laat zich raden. Ad richtte in zijn geboorteplaats Gemonde de voetbalclub Irene op. In Nijmegen voelde hij meer voor tennis dan voor voetbal en hockey, ook al zag hij zijn kinderen met plezier die teamsporten beoefenen. Het voorzitterschap van tennisclub Swift was hem even lief als het langdurige vicevoorzitterschap van de parochie van de Heilige Landstichting. Zijn belangstelling voor kunst en cultuur zette hij om in de harde werkelijkheid bij de restauratie van zijn geliefde Cenakelkerk. Vanuit die mooie kerk werd Ad Stadhouders begraven op het fraaie kerkhof, waar meer vrienden hun laatste rustplaats hebben gevonden, net als mijn ouders. Een bezoek aan de begraafplaats zal mij herinneren aan de man, die – zonder het te beseffen – een beslissende invloed op mijn levensloop heeft gehad.

Dick Wildeman (1937 – 2017) meer dan Mister Horeca

Dick Wildeman bij zijn afscheid als raadslid van Breda (Foto: Johan van Gurp)

Het moet rond de eeuwwisseling geweest zijn: de vraag van Johan Wellner en Gerard Onstenk – destijds directeuren van de Heineken-vestiging in Nijmegen – om samen naar de Horecava in Amstrdam te gaan. Een eerder bezoek aan de Horecava als lid van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer was mij goed bevallen: een mooie ambiance, goede gesprekken en nogal wat bier. Een herhaling leek mij wel wat. In de immense RAI keek ik weer mijn ogen uit. Plotseling zag ik een grote groep mensen, zomaar ergens op de beursvloer. Het zou mij niet verbazen, aldus Johan Wellner, wanneer die mensen staan te luisteren maar Dick Wildeman. Wij er heen, en jawel: Dick’s karakteristieke, soms wat krakende maar mooie stem bevestigde ons vermoeden. Wat volgde, was een hartelijke ontmoeting met de man, die in Nieuwspoort – het Internationale Perscentrum onder de ‘rook’ van de Tweede Kamer – al een onuitwisbare indruk op mij had gemaakt. Zijn verhalen waren altijd de moeite van het luisteren waard, ook wanneer het niet over bier ging.

Knipsel uit eenmalige Nieuwspoortkrant (1991)

Wanneer mijn geheugen mij niet bedriegt, kwam ik Dick Wildeman voor het eerst tegen in het oude Nieuwspoort, dus ver voor 1992 toen het Perscentrum met zijn befaamde sociëteit verhuisde naar de huidige plek aan de Lange Poten. Na mijn beëdiging als Kamerlid in 1977 was ik geleidelijk een vaste stamgast van het Internationaal Perscentrum geworden. Af en toe liet de welbespraakte ambassadeur van het Nederlandse bier zich zien in de kleine ruimte met de treincoupe. Zijn open mind en zijn nieuwsgierigheid bracht hem gemakkelijk in contact met Jan en alleman, journalisten en politici, lobbyisten en pee-ar-mensen van velerlei slag. Zijn hartelijke karakter en zijn warme belangstelling voor wat andere (al dan niet) bierdrinkers bezighield, bracht hem snel in contact met heel veel lieden ‘onder de Haagse kaasstolp’. Het was geen toeval, dat wij af en toe aan de praat raakten, over politiek maar ook over carnaval en voetbal.

Dick Wildeman: een begenadigd spreker (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Dat hij zich in politiek opzicht zo ongeveer in hetzelfde huis woonde, maakten de gesprekken gemakkelijk, ook buiten Nieuwspoort. Ik merkte dat in de Rotterdamse Kuip toen ik als aankomend KNVB-boboo bij een wedstrijd van het Nederlands elftal zomaar in de bestuurskamer terecht kwam. Op weg naar Joop van der Reijden, de toenmalige staatssecretaris van welzijn, volksgezondheid en sport, hoorde ik Dick Wildeman mijn naam roepen. Hij wees naar de mannen die rondom de staatssecretaris zaten. Zij hangen aan zijn lippen, aldus een lachende Dick, die de bewindsman even terloops als schalks met een pasja vergeleek. Of ik Dick’s opvatting aan Joop van der Reijden heb doorgegeven, staat mij niet meer voor de geest.  Maar het anekdotisch vooral herinner ik me als de dag van gisteren, omdat het ‘Mister Horeca’ tekende: humoristisch, scherp, onbevangen, aardig.

Prins Diederik de Eerste (1979)

Dick Wildeman vertelde mij op enig moment met zichtbaar genoegen, dat hij als ‘protestantse jongen’ toch maar mooi Prins Carnaval van Breda was geworden: Prins Diederik I. Die wetenschap schiep natuurlijk een extra band, temeer waar mijn Knotsenburgs Prinsdom zo ongeveer samenviel met het begin van mijn Kamerlidmaatschap.

Dick Wildeman als ex-prins

Toen ik begin jaren negentig Dick vroeg of het Knotsenburgs Prinsenconvent zijn brouwerij – vroeger De Drie Hoefijzers, later Oranjeboom – mocht komen bezoeken, was zijn antwoord een volmondig ja. Sterker nog: hij bezorgde de ex-prinsen uit Nijmegen enkele onvergetelijke uren, een groot aantal glazen bier en een zilveren flesopener, die in lengte van jaren de herinnering vasthoudt aan een bijzondere man: een bijna alleskunner gelet op het gemak waarmee hij de gasten uit Nijmegen met een heuse buut verraste. Het  gedeelde ‘speelveld’ van voetbal, carnaval en politiek maakte de uittocht naar Breda tot een bijzondere belevenis.

Dick Wildeman op een van zijn geliefde plaatsen (Foto: Johan van Gurp)

Dat Dick Wildeman in de loop van 1997 vanwege zijn pensioen ging vertrekken bij de brouwerij, waaraan hij zijn ziel, zaligheid en waarschijnlijk nog meer zaken had verpand, drong uiteraard door tot de harde kern van Nieuwspoort. Aan de ‘Stamtisch’ besloten Peter Zuydgeest en ik naar Breda af te reizen om Dick namens de Poorters te bedanken voor zijn inzet en ook voor de wijze waarop hij de trefwoorden gastvrijheid en hartelijkheid menig Poorter had ingeprent, vriendelijk maar wel met enige nadruk. Peter en ik waren de enige gasten uit den Haag, maar het wederzijds genoegen was er niet minder om: mooie gesprekken met andere gasten, uiteraard besprenkeld met Dick’s goudgeel gerstenat.

Dick Wildeman feliciteert Johan Wellner in Cafe Sous Les Elises in Beek bij Nijmegen (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Gelukkig was het daar in Breda geen definitief afscheid: Dick Wildeman zou nog jarenlang acte de presence geven als jurylid bij de Nationale Biertapwedstrijden. Dat ik een van de Nieuwspoort-edities won had ik waarschijnlijk aan Dick te danken. Want mijn schuimkraag was net even te groot voor een serieuze winnaar. Dick Wildeman zou ik nog een keer enkele uren ontmoeten en spreken, namelijk in 2011 bij de viering van de 70e verjaardag van Johan Wellner. De op en top Heineken-man had laten doorschemeren, dat hij een feestrede van Dick wel zou waarderen. Aldus geschiedde op mijn voorspraak: Dick zegde meteen toe om naar Hotel Spijker in Beek te komen, van waaruit we dan samen naar Johan’s feestlokaal in Cafe Sous les Eglises zouden wandelen.

Dick Wildeman (met spiekbriefje) spreekt Johan Wellner toe (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Zijn even geestige als rake toespraak maakte duidelijk, dat ‘Mister Horeca’ nog altijd de hartelijke en warme persoonlijkheid was als in de jaren, waarin ik heb leren kennen en waarderen. Voor Johan Wellner, die Dick al veel langer kende, gold hetzelfde. Het plotselinge overlijden van Dick Wildeman is een groot verlies, allereerst voor zijn familie en zijn naaste vrienden. Zij vinden hopelijk troost in de wetenschap, dat het unieke karakter van Dick Wildeman voor heel veel mensen een bron van inspiratie is geweest. Zijn naam leeft voort in goede en fijne herinneringen. Hij was immers veel meer dan Mister Horeca. Het was een voorrecht Dick te hebben leren kennen.

 

 

 

 

 

Rondje Kasteel Hernen

Rondje Kasteel Hernen: volg vanaf de parkeerplaats de rode lijn tegen de wijzers van de klok in

Het Rijk van Nijmegen kent talrijke plaatsen, waar het goed wandelen en toeven is. Neem bij voorbeeld Hernen, een dorp ‘onder de rook’ van Wijchen, hoewel er meestal geen rook te zien is. Trouwens. bezoekers uit Nijmegen moeten eerst Leur – een nog kleiner dorp – passeren voordat zij de indrukwekkende torenspits van Hernen ontdekken. Het stille, vrijwel winkelloze dorp ontleent zijn bekendheid aan het kasteel tegenover de dorpskerk. Vlak bij  het kasteel uit de 13e eeuw bevindt zich een parkeerplaats, vanwaar een Rondje (Kasteel) Hernen voor diverse verrassingen zorgt.

Kast met stenen uit veldoven (Foto: Ad Lansink)

De eerste verrassing is een gedeeltelijk met stenen gevulde kast, die daar ogenschijnlijk zonder aanwijsbare reden staat te pronken. Het goed begaanbare en gemarkeerde voetpad voert de wandelaar vervolgens langs en door een klein bosgebied, met in het midden een even grote als ondiepe kuil. Het zou een ‘speelplaats’ voor dassen moeten zijn. In de wanden van de kuil, en ook in de hogere lagen zijn inderdaad holen zichtbaar. Maar dassen: ho maar, in tegenstelling tot een tiental jaren geleden, toen we met eigen ogen hebben kunnen waarnemen, dat in het kasteelbos dassen een eigen burcht bewonen.

Laan in kasteelbos Hernen (Foto: Sophie van Kempen)

Verder lopend, om het ‘Dassenbosje’ heen, wordt duidelijk dat Kasteel Hernen en zijn bosschages deel uitmaken van het groene landschap van Maas en Waal: weides, akkerbouwgebieden, boerderijen, een open-lucht-manege en spaarzame wegen zo ver het oog rijkt. Een merkwaardig, doorschijnend bord geeft onverwacht tekst en uitleg over een ongedacht verleden. Op een paar steenworpen afstand hebben archeologen de resten van een oude veldoven blootgelegd. De wandelaar ziet nu slechts een groene weide, waar in de middeleeuwen de stenen voor het kasteel moeten zijn gebakken. Het raadsel van de kast met stenen is opgelost. Het verleden, hoewel grondig uitgewist, herleeft voor even.

Gatenkaasbank (Foto: Ad Lansink)

Het voetpad loopt verder langs de westkant van het kleine bosgebied, waar de dassen zich nog  steeds niet laten zien. De markering voert de wandelaars langs een grote, met forse dennen afgeschermde buitenmanege, naar een ander gedeelte van het kasteelbos, door een in meer opzichten indrukwekkende laan: hoge, kaarsrechte bomen, die desondanks weinig wind vangen. Na een paar bochten duiken weer weiden op, doorsneden door goed begaanbare paden, die ons terugvoeren naar het dassenbos.

Kasteel Kernen  (Foto: Sophie van Kempen)

Een op gatenkaas lijkende bank nodigt uit tot een korte rustpauze, om te genieten van de bijzondere omgeving van Kasteel Hernen. Ook tijdens de terugtocht blijven de mensenschuwe dassen in hun holen. Daarom terug via een andere weg, de honderd jaar oude Beukenloon, die een mooi zicht biedt  op de achterzijde van het fotogenieke kasteel. De op het eerste gezicht echte slotvijver bestaat volgens het Geldersch Landschap en Kastelen uit ‘grand canals’, (deels) gedempte grachten, onderdeel van een sobere parkaanleg.

Ad en Ans Lansink voor Kasteel Hernen (Foto: Sophie van Kempen)
Selfie van het drietal (Sophie van Kempen)

Hoe het ook zij: Kasteel Hernen – volgens insiders een versterkt huis – heeft meer gezichten, van achteren, van voren en van opzij. De forse muren  en de markante ramen weerspiegelen  de afwisselende bouwgeschiedenis van de 13e en 14e eeuw. Hernen blijft acht eeuwen later de moeite van een bezoek meer dan waard,al was het alleen al om –  zoals het bekende drietal op de foto – opnieuw het nuttige met het aangename te verenigen. Het aangename, dat was op een zonnige zondag in september 2017  een welverdiende pauze tijdens het redigeren van ‘Challenging Changes. Het nuttige, dat was het werken aan het project,  dat gedurende heel wat weken en maanden veel inspanning vergde, niet in de laatste plaats van boekontwerper Sophie van Kempen.  De beelden voor het Kasteel Hernen bewijzen, dat het humeur er niet onder geleden heeft. Integendeel.

 

 

 

Groenewoud, terug naar de jaren 60

1961: Vierde flatgebouw aan de Jan Willem Passtraat met zicht op Valkenburgseweg

De organisatoren van de traditionele Buurtdag in Groenewoud hadden de bewoners gevraagd even terug te kijken naar de jaren zestig, meer dan een halve eeuw geleden, toen de wijk tussen de spoorlijn Nijmegen-Venlo en de Groesbeekseseweg pas korte tijd bestond.  Het toeval wil, dat ons Nijmeegse leven eind 1960 begon in de Jan Willem Passtraat. We betrokken daar de laatste van de vier flats. Vanuit ons appartement op de tweede woonlaag keken we uit op de spoorlijn naar Kleef en Venlo en op nieuwbouw van de Faculteit Wis- en Natuurkunde. Via het grote zijraam zagen we in de verte de Nebo en het Park Brakkestein.

2017: Flatgebouw Jan Willem Passtraat

Die toen redelijk moderne flatgebouwen maken nog altijd deel uit van het gevarieerde woningbestand van wat destijds Plan Groenewoud heette. Het woord plan is verdwenen net zo ls de eenden-fokkerij in de wat vreemde hoek tussen de Jan Willem Passtraat en de Heyendaalseweg. De ruim bemeten boerderij heeft plaats gemaakt voor het grote SSH&-complex Hoogeveld, dat in de loop van de jaren duizenden studenten moet hebben gehuisvest. Het Albertinum staat nog altijd recht overeind, hoewel de Dominicanen al jaren geleden hun fraaie kloostercomplex hebben verkocht en verlaten, in ruil voor een gemengde bestemming van woningen, bedrijven, collegezalen, tot een kinderdagverblijf toe.

1961: Slingerweg tussen Jan Willempasstraat en Driehuizerweg; op de achtergrond de oude brug over het spoor

Die eerste Nijmeegse jaren staan – ondanks de verhuizing naar Brakkestein in 1964 – nog altijd in ons geheugen gegrift. Het kostte Ans Lansink-van Dam dan ook weinig moeite om enkele herinneringen aan Groenewoud in de zestiger jaren op te halen en op te schrijven. De zoektocht naar foto’s leverde evenmin veel problemen op, zij het dat de kwaliteit van de zwart-wit-beelden te wensen overlaat. Kleurenfilm kwam pas later in zwang, evenals betaalbare fototoestellen, waarmee serieuze opnamen konden worden gemaakt. Een Agfa Clack en een Werra: dat waren de eerste apparaten, waarmee we af en toe wat probeerden vast te leggen.

2017: Oude noch nieuwe brug over het spoor zichtbaar, wel winkelwagens voor SSH&-complex: superbe vorm van zwerfvuil

Toen we in begin 1981 na een verblijf van ruim zestien jaar in de Schepenenstraat in Brakkestein terugkeerden naar Groenewoud, was er behalve de komst van enkele puntdaken in de wijk zelf niet veel veranderd. Het stratenpatroon was ongewijzigd. Alleen de zandweg langs de grote tuin van het Albertinum was veranderd in een geasfalteerde weg: de Willem Schiffstraat, waar wij het huis op de uiterste punt van de wijk, vlak naast de vroegere PABO zijn gaan bewonen. Daar wonen we nog steeds, inmiddels aanzienlijk langer dan de Familie Jansen, die het huis in 1968 hadden laten bouwen.

1961: Winters beeld van de spoorlijn naar Kleef en Venlo

Tussen 1981 en 2017 veranderde er wel het een en ander.  Het aantal puntdaken aan de Van Haapsstraat en de zijstraten nam toe. Het SSH&-complex langs de spoorlijn ontnam het zicht op het noordelijke deel van Groenewoud. De spoorverbinding  naar Kleef werd vrijwel onmogelijk door het wegnemen van de rails. Het groen langs de spoorlijn ontnam voetgangers en wandelaars het zicht op het Park Brakkestein. De bewoners moeten het nu doen met het geluid van incidentele festivals in het park.

2017: Wat overeind bleef: de oude werkplaats, nu UBC Mercator

Herinneringen ophalen blijft een dankbare opgave, ook wanneer het de gebouwde omgeving betreft. Nijmegen onderging sinds de 60-er jaren grote veranderingen. De wijken aan de overzijde van het Maas Waal Kanaal kwamen tot ontwikkeling, en de Waalsprong lukte in meer opzichten, met de Spiegelwaal en een reeks bruggen als een in de 70-er jaren nog onverwachte toegift. Groenewoud bleef zichzelf maar zag wel hoe aan de overzijde van de spoorlijn de Radboud Universiteit een steeds grotere en veelal ook fraai ingerichte ruimte ging beslaan, tot en met het vroegere Berchmanianum. De bewoners van dat bolwerk van de Jezuïeten zijn nu de buren van de Brakkesteinse Sacramentijnen. Een goede buur is beter dan een verre vriend. Waarmee de cirkel naar de Buurtdag rond is.

 

 

Een bijzondere verjaardag

Sophie op 24 augustus 2017

Het nuttige met het aangename verenigen: het positieve gezegde is alom bekend, maar wordt tegenwoordig niet vaak meer gehoord. Nuttig en aangenaam: is dat werk naast vermaak, of rust naast inspanning?  De tweeslag nuttig en aangenaam overkwam mij toen ontwerpster Sophie van Kempen, bezig met de boekverzorging van Challenging Changes Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy terloops meldde, dat zij op haar verjaardag verder wilde werken aan het boek, dat ons al maanden bezighoudt. Nu we toe zijn aan het opmaken van het definitieve manuscript, werkt een gezamenlijke aanpak achter (of voor) de computerschermen sneller en beter dan mailwisselingen en telefoongesprekken. Bovendien: vier ogen zien meer dan twee.

Nijmeegse Vla van Bakkerij Strik

Trouwens: de onverbiddelijke deadline nadert sneller dan verwacht: alle reden dus om enkele dagen stevig door te pakken. Mijn aanbod om voor gebak te zorgen, wees Sophie van de hand want – zei ze vriendelijk maar met veel nadruk – de jarige trakteert. De niet (maar wel goed-) gemutste boekverzorgster kwam dus aanzetten met een wat groot uitgevallen Nijmeegse Vlaai, die zij vervolgens zelf ging aansnijden. Het aangename – koffie en gebak – ging vooraf aan het nuttige: samen werken aan Challenging Changes: een nauwgezet karwei, dat vanwege de Engelse taal en de figuren, schema’s, tabellen en foto’s alle aandacht vraagt, zelfs op een buitengaatse gevierde verjaardag.

Ans Lansink bewondert het snijden van de vla

Het onderwerp van het boek – de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie – kent heel wat aspecten. Dat verklaart de pittige omvang van Challenging Changes: 52 paragrafen, verdeeld over 9 hoofdstukken. Voeg daarbij de zeven interviews met befaamde insiders, plus de uitvoerige begrippenlijst – Glossary geheten – en duidelijk wordt, dat de omvang van het boek dichter bij 400 dan bij 350 pagina’s zal uitkomen. Intussen wegen de laatste loodjes zwaarder dan schrijver en boekverzorgster aanvankelijk dachten. Passen en meten, nakijken en corrigeren: het kost allemaal tijd, net zoals de beeldredactie en de definitieve opmaak. Dat het boek onder vaardige handen van Sophie van Kempen met uur en dag vordert, blijkt een gedeelde opsteker, zelfs op dagen waarop het buiten beter toeven is dan op atelier of werkkamer.

Sophie schiet een Selfie: Ans kijkt toe

Over drie weken geven we het printklare manuscript via een eenvoudig ‘sticky’ uit handen, nadat een kleine week besteed is aan de eindredactie van de drukproef. De drukker en de binder gaan dan definitief aan de slag om de volledige productie van de boeken – naar verwachting 4000 exemplaren – op tijd te kunnen afleveren. De boekpresentatie vindt plaats op 11 october 2017 in het gebouw van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Het ziet ernaar uit, dat ik de eerste boeken mag overhandigen aan Frans Timmermans, vice-president van de Europese Commissie en aan Harriet Tiemens, wethouder van Nijmegen, de Green Capital Europe van 2018. Zij overbruggen letterlijk en figuurlijk de afstand tussen Nijmegen en Europa met de Ladder van Lansink. Wie had dat in 1979 gedacht?

En nog een, want Ad wil ook wel ‘op de foto’

Ongetwijfeld wordt ook in Brussel het nuttige met het aangename verenigd, wanneer de gasten van de boekpresentatie ervaren hebben, wat schrijver en boekverzorgster in de afgelopen maanden hebben gedaan, naar vorm en inhoud. Het was een hele klus, maar ook een mooie opgave, dankzij de voortdurende steun en stimulansen van Jan Storm, de man die mij na een werkbezoek aan AVR (Rotterdam) – halverwege 2015 –  aan het schrijven zette. Twee jaar later is Challenging Changes een feit. Waarschijnlijk kijken Sophie van Kempen en Ad Lansink dan even voldaan als tijdens een korte pauze in hun werk op een in meer opzichten bijzondere verjaardag.