Categoriearchief: Politiek

Een halve eeuw verbonden

Herinneringen aan Henk Bergamin (1936-2019)

Henk Bergamin

Het einde is nabij: van die woorden van Henk schrok ik. Wandelend langs een fjord in Noorwegen las ik in een onverwacht bericht van Bernard van Welzenes, dat de revalidatie van Henk Bergamin – een dag eerder nog gemeld in een bericht van Johan Klomp over de geslaagde dotterbehandeling – uitgesloten was. Denkend aan mijn eigen open-hart-operatie, hoopte ik op een ommekeer. Tevergeefs, zo bleek uit het overlijdensbericht dat ik later, op weg naar Nijmegen, kreeg. Henk was in alle rust heengegaan, na alles zorgvuldig en punctueel te hebben voorbereid. Zo was hij als mens en bestuurder, als vriend en vader: vastberaden, doortastend maar ook open en betrokken, in alle vezels een universeel mens: ongewone woorden wellicht, niettemin de gedeelde verantwoordelijkheid tekenend, die in ieder mens besloten zou moeten liggen. Bijna een halve eeuw geleden trof ik Henk Bergamin voor de eerste keer tijdens de kennismaking van de KVP-ers op de kandidatenlijst voor de Nijmeegse Gemeenteraad. Henk, toen als markant militair jurist secretaris van de Krijgsraad, was beoogd wethouder. Ik zou fractievoorzitter worden. Henk werd inderdaad wethouder stadsontwikkeling. De oude garde verwees mij naar de reservebank: als vicefractievoorzitter mocht ik Henk kritisch maar loyaal volgen. De loyaliteit won het dik van de kritiek, door de gedeelde visie  op velerlei terrein: ruimtelijke ordening, gewestelijke samenwerking, voetbal, carnaval en bier, maar ook nadenken over wat een stad van net geen 150.000 inwoners nodig had. Nijmegen had wel ‘Hoofdlijnen van Beleid’ vastgesteld, maar die lijnen moesten nog uitgewerkt en ingevuld worden.

Henk Bergamin en Ad Lansink in hun jonge jaren, tijdens de Vierdaagse van 1973, gefotografeerd door Melle van der Velde

Die lijnen brengen mij bij mijn eerste, anekdotische herinnering: het bezoek van wethouder Henk Bergamin aan het Oude Weeshuis, om de boze bewoners van de Benedenstad te informeren over de daar alom gevreesde plannen: kantoren, parkeergarages en forse woongebouwen. De bewoners zagen niets in die overmoedige plannen. De jonge architect Paul van Hontem bepleitte namens de grote schare, eensgezinde Benedenstadters sociale woningbouw, liefst volgens het oude stratenpatroon. Achter in de zaal zag en voelde ik hoe bij Henk de overtuiging groeide van de noodzaak van een koersverandering. Na de bij vlagen emotionele bijeenkomst bleven we in het Oude Weeshuis tot in de late uren bier drinken, met Keesje en zijn vriend Hein Graat. 

Dat baarde toen nog opzien: Nijmeegse wethouder en Nijmeegs raadslid zijn door de Gelderlander betrapt tijdens het trainen voor de Vierdaagse van 1973

Die befaamde visboer, nodigde ons enkele weken later uit naar de Nijmeegse Boys te komen om een toernooi rond Nijmeegse Boys 4 – volgens Hein the worlds best team of the world – op te luisteren. Of daar de basis is gelegd voor onze gedeelde belangstelling voor voetbal, weet ik niet. Maar vast staat wel, dat wij – Henk als Amsterdammer en ik als Arnhemmer – in de Nijmeegse voetbalwereld een rol zouden gaan spelen. Henk werd voorzitter van NEC, toen die functie nog de klassieke betekenis van het boegbeeld had, en hij iets zou beleven wat waarschijnlijk nooit meer het geval zal zijn: een Europese bekerwedstrijd tegen het roemruchte Barcelona. Zelf werd ik voorzitter van de kleine KNVB-Afdeling Nijmegen , en later van het Bestuur Amateurvoetbal in Zeist. Daar zou Henk overigens ook actief worden als lid van de Landelijke Regelementscommissie.

Toen al voetbal? Henk Bergamin beoefenen duo-koppen op de dijk bij Heteren tijdens de Vierdaagse van 1973 (Foto: Jan van Leeuwen, de Gelderlander)

Terug naar Nijmegen, waar ook het Stadsgewest ons vanaf 1970 samen bezig hield: Henk met zijn onmiskenbaar bestuurlijk profiel, en ik als voorzitter van de door ons met Embere van Gils, Karel Hageman, Theo Jeuken en Albert Gerritz opgerichte christendemocratische fractie, nog voordat van het landelijke CDA sprake was. Theo de Graaf, de burgemeester van Nijmegen was voorzitter van het ‘grootstedelijk’ (of was het ‘klein-gewestelijk’?) orgaan, dat in 1975 al om politieke redenen verdween. Dat wij volgens enkele insiders als duo B&L door het Land van Maas en Waal waren trokken, had weinig geholpen. Voordeel was wel, dat wij de omgeving van Nijmegen beter hadden leren kennen.

Henk Bergamin en Ad Lansink worden bij de aankomst van de Vierdaagse begroet door Burgemeester Theo de Graaf en zijn echtgenote. Achter het gezelschap staat de bokkenwagen met bier (KVP = Kracht Voer Pils) (Foto: Jan van Leeuwen, de Gelderlander)

Die kennis kwam ons van pas toen Henk Bergamin, Anton van Hooff en ik na een vergadering van de commissie ruimtelijke ordening besloten om de Vierdaagse te gaan lopen. De fractievoorzitter van de PvdA haakte helaas af, maar Henk en ik zetten door aan de hand van een pittig, uiteraard door Henk opgesteld trainingsschema. Niets had hij aan het toeval overgelaten. Tijdens de Dukenburgmars zag Frans van Mierlo ons lopen bij de Hatertse Vennen, met als gevolg ongewilde voorpubliciteit. Je kunt beter een Vierdaagse lopen dan een reeks raadsbetogen afsteken, aldus de chef van de stadsredactie van De Gelderlander, die elke wandeldag een verhaal over ons liet optekenen. De slotdag liep anders dan Henk gedacht had. De bokkenwagen met bier, aangeboden door fractiegenoten Nol Smits en Guus van Leeuwe moesten we zelf op sleeptouw nemen, tegen de wens van Henk in: hij had zich een stoere, bijna militaire binnenkomst voorgesteld. Maar het kratje bier viel in vruchtbare aarde. Henk zou de Vierdaagse zijn hele leven trouw blijven, als loper, marsleider, gastheer en toeschouwer.

Henk Bergamin tijdens een van de recente Prinsenborrels: Pakjesaovond in de Box aan de van Welderenstraat op 13 december 2018m net Carol Boef en Ronald Rutten (links), Peter Janssen (achteraan) en geestelijk adviseur Bernard van Welzenes (rechts)

Henk kon goed opschieten met de journalisten van De Gelderlander: Harrie Janssen, Ruud Stoeten en Frans van Mierlo. Zij wisten ons te vinden wanneer we na raads- en commissievergaderingen in de buurt van het stadhuis op zoek gingen naar bier, en zij naar nieuws. Het was ook Frans van Mierlo, die ons aanraadde om carnaval te gaan vieren bij de Nijmeegse Jokers op de avond, dat ook het krantenvolk zich in het Oude Weeshuis zich onder de Benedenstadters mengde. Met gloednieuwe kielen togen Henk, Else, Ans en ik naar het gebouw, waar president Willie van Gemert enthousiast de scepter zwaaide. Na wat glazen bier brak het ijs, tot enkele gasten elkaar met stoelen gingen bestrijden. De verbaasde carnavalisten stoven uiteen. Zelf vond ik me terug bij de Berggeiten om met Marie Josee Ceulemans haar baas Louis Frequin op te zoeken. Nol Smits en Henk Bergamin kwamen, wanneer ik me goed herinner ook in Berg en Dal terecht, zij bij ’t Swerte Schaop in Erica. 

Henk Bergamin, temidden van ex-prinsen, die zich met de makers nog op hun hoofd gereed maken voor de inauguratie van een nieuw lid: de beschermheer krijgt ook instructies (Foto: Ad Lansink)

Het gezamenlijk begin bij het Nijmeegs carnaval kreeg enkele jaren later een merkwaardig vervolg, toen Henk mij in de pauze van een raadsvergadering vroeg of het waar was dat ik in 1978 Prins van Knotsenburg zou worden? Hij had dat ergens gehoord, maar dat kon toch niet waar zijn? Nee, loog ik: dat kan echt niet, om enkele weken later te ontdekken, dat Henk als lid van de Stadsraad (toen samen met Pastoor Cox, kamerlid Loek Hermans en ijshockeyer Jan Burg) in De Vereeniging mijn onthulling als Prins Ad I van zeer dichtbij zou meemaken. De leugen was snel vergeven en vergeten, het enthousiasme voor carnaval, aangewakkerd tijdens de zittingen van de Nijmeegse Jokers niet.

Henk Bergamin met Ger Leenders en Gerard Schouten tijdens een Herenzitting in het Kolpinghuis te Nijmegen (Foto: Ad Lansink)

Knotsenburg zou immers een vaste plaats krijgen in Henk’s drukke agenda. Van Nijmeegs wethouder was hij inmiddels gepromoveerd tot Gelders Gedeputeerde, een waardig opvolger van katholieke politici, die hem in Arnhem waren voorgegaan: Theo Peters sr, en Jopie van Driel. Dat belette hem niet om Beschermheer van het Knotsenburg Prinsenconvent te worden. Een aanvankelijk ludieke actie na de installatie van zijn zoon Oscar tot Jeugdprins leidde tot het door de aanwezige exen spontaan uitgeroepen beschermheerschap. Al snel, dat Henk Bergamin ook deze ‘bestuurlijke’ functie met verve zou gaan bekleden. Zijn wijze adviezen – vooral tijdens de maandelijkse rondvraag – werden veelal ter harte genomen. Geen Herenzitting wilde hij missen. Dat hij als ‘informateur’ – samen met geestelijk adviseurs Bernard van Welzenes – de moeizame bestuurswisseling in goede banen wist te leiden tekende de bestuurder, die van vrijwel alle markten thuis was.

Een andere hereniging van het duo B&L: ontmoeting tijdens mijn (laatste( Vierdaagse in 2015, vlak bij het kerkje van Ressen, waar Henk Bergamin de lopers aanspoorde (Foto: Ger Loeffen)

Alle markten? Ja: in 2004 kwam het duo B&L opnieuw tot leven, toen Henk Bergamin op advies van zuster Madeleine toetrad tot het bestuur van de Van Zeelandstichting, die namens Congregatie van de Zusters Dominicanessen van Neerbosch belast was met de exploitatie van Zorgcentrum Huize Rosa. Op verzoek van de Congregatie moesten Henk Bergamin en ik proberen een fusie met De Waalboog te realiseren. Dat lukte ondanks onze inspanningen niet, omdat de Waalboog twee scherpe randvoorwaarden niet wilde inwilligen, tot grote teleurstelling van de Congregatie, die ‘ontzorgen’ als een harde wens hadden geformuleerd. Maar die teleurstelling maakte plaats voor grote waardering toen twee jaar later – met steun van het Zorkantoor en in samenwerking met Standvast Wonen – een nieuw Zorgcentrum Huize Rosa in Neerbosch kon worden gebouwd.

Leden van het Prinsenconvent Knotsenburg en geestelijk adviseur Bernard van Welzenesbij de afscheidsviering van Henk Bergamin in de Theaterkerk te Bemmel op 30 augustus 2019

Deze herinneringen leren, dat Henk op veel terreinen zijn sporen heeft verdiend. Een prachtig leven staat op de rouwkaart. Dat zijn waarschijnlijk zijn eigen woorden. Ik voeg toe: een welbesteed leven, in grote dienstbaarheid aan gezin en samenleving, in verbondenheid met collega’s en vrienden, waar dan ook. Ik vermoed, dat Henk zijn grootste voldoening heeft beleefd aan het burgemeesterschap van Bemmel. Enkele ex-prinsen vroegen zich kort na zijn benoeming af, waarom Henk burgemeester van Bemmel was geworden. Die vraag heeft hij voluit beantwoord in al die jaren van zijn eerste-burger-schap. In Bemmel kon hij met en onder de mensen invulling geven het woord ‘autoriteit’: vertrouwen verwerven en gezag uitoefenen. De enthousiaste burgervader haalde overigens zijn vrienden soms naar Bemmel, zelfs naar Kasteel Doornenburg, waar talrijke gasten tijdens de Nieuwjaarsrecepties lieten merken, dat de burgemeester op handen werd gedragen. Het was een voorrecht Henk Bergamin ontmoet en gekend te hebben. De droefenis om zijn heengaan wedijvert met de dankbarheid voor wie hij was en voor wat hij deed, thuis en buiten zijn fijne gezin, in Nijmegen, Knotsenburg, Bemmel en elders.

Tijd voor verandering

Overhandiging van ‘Challenging Changes’ aan Minister of State for Administrative Reform, Anya Ezzeddine in Beirut  (27-09-2018)

Het ene jaar is het andere niet,

zo schreef ik op de laatste dag van 2017 boven een terugblik op het jaar, dat getekend werd door twee afzonderlijke maar toch met elkaar verbonden gebeurtenissen: de geslaagde open-hart-operatie, en de verschijning van Challenging Changes: mijn Engelse boek over de relatie tussen afvalhierarchie en circulaire economie. Beide gebeurtenissen lieten ook in 2018 hun overkomelijke, zelfs vreugdevolle sporen na. Overkomelijk was de nodige medicatie om de met vijf bypasses weer goed werkende kransslagader te behoeden voor nieuw ongerief. De na de revalidatie voorgeschreven trainingsuren waren moeilijker vol te houden. Vandaar de heuse belofte aan mezelf voor 2019: opnieuw beginnen met dagelijks trainen aan de ‘hand’ van hometrainer Fit Bike en software Kinomap. Met enig geduld en veel doorzettingsvermogen moet dat lukken.

 

Boegbeelden delen kennis in Libanon: van links naar rechts Derk Greedy, Arne Ragossnig, Ad Lansink en Antonis Mavropoulos in de Parliament Library Hall te Beirut

Vreugdevol: dat woord betreft de follow-up van Challenging Changes, ook blijvend maar van andere orde: aflevering van boeken dichtbij huis maar veraf, tot in Australië en Zuid Amerika toe; presentaties voor uiteen lopende gezelschappen, ook buiten Nederland, met als uitschieters Stockholm, Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur; en nadenken over een ebook-versie van Challenging Changes. Tussen de bedrijven leverde ik via een lang videogesprek een bijdrage aan Global Dialoque on Waste: de jaarlijkse reeks webinars van de toonaangevende website Bewastewise, opgericht door afval- en recycling-kenner Ranjith Anepu. Het in 2014 vooral door inspirator Jan Storm beoogde doel – internationale verspreiding van de Ladder van Lansink als routemap voor circulaire economie – werd in 2018 echt werkelijkheid.

 

Ad Lansink in Kuala Lumpur: It’s time for change, all over the world, let’s do it together

Absolute hoogtepunten waren de toekenning van de ISWA Publication Award tijdens het ISWA World Congress 2018 in Kuala Lumpur, en kort daarvoor de invitatie voor WasteCon 2018 in Johannesburg: de 24e tweejaarlijkse conferentie van het Institute of Waste Management of Southern Africa, waar ik de openingsvoordracht mocht verzorgen, en tijdens twee workshops presentaties mocht geven. Johannesburg blijft mij bij door de ontroering bij het gezamenlijk zingen van het Afrikaanse, meertalige volkslied, en door de oprechte en inhoudelijke  interesse voor de lijnen, die ik in Challenging Changes heb uit(een)gezet. De discussies Johannesburg maar ook in Stockholm, Beirut en Kuala Lumpur sterken mij in de overtuiging, dat alle politici en beleidmakers, de noodzaak van internationale samenwerking moeten erkennen. Zoeken naar wat verbindt, en vinden van universele waarden daar gaat het om: It’s time for change, all over the world.

 

Ook Christoff De letter en zijn echtgenote zijn blij met Challenging Changes

Een dag na de terugkeer uit Kuala Lumpur mocht ik de tentoonstelling van Harrie Gerritz openen, bij Galerie Wim de Natris in Nijmegen. De titel van de expositie met fotowerken –  Onderweg – sloot  goed aan bij de trips naar plaatsen en continenten, waar ik nooit eerder was geweest. Vliegangst en vliegschaamte – een van de trefwoorden van 2018 – maakten plaats voor nieuws- en leergierigheid, ook in het ooit verdeelde Beirut, waar na de burgeroorlog de weg naar broederschap is teruggevonden, met vallen en opstaan maar toch. Onderweg naar (h)echte broederschap: dat zou een hartewens kunnen zijn voor een in meer opzichten ‘schappelijke’ samenleving in 2019: vriendschap, broederschap, gemeenschap: kortom maatschappelijk. Of dat lukt valt evenmin te voorspellen als de beurskoersen. Maar de inzet is meer dan de moeite waard nu de wereld op meer plaatsen in onzekerheid verkeert. Politieke moed en een heldere lange termijn visie zijn meer dan ooit geboden.

 

ISWA-President Antonis Mavropoulos kijkt met zelfvertrouwen naar 2019

Wereldreiziger, zo riepen vrienden onlangs tegen me. Inderdaad, in het jaar waarin Nijmegen de eretitel Green Capital Europe 2018 mocht dragen, legde ik met KLM, Air France en Emirates meer kilometers af dan ooit tevoren: een kleine 40.000 km, zo’n beetje de hele wereld rond. Het was een groot voorrecht om oude en nieuwe internationale gangmakers te ontmoeten. Boegbeelden van de afval- en recyclingwereld – om een term uit Nijmeegs bestuurlijke woordenboek te gebruiken – zoals Antonis Mavropoulos uit Griekenland en Derk Greedy uit Engeland (beide actief bij ISWA), Leon Grobbelaar en Linda Godfrey (beide betrokken bij IMWSA (Zuid Afrika), en niet te vergeten Par Larshans van de Ragn Sells Group in Stockholm. Ervaringen uitwisselend, pratend en discussiërend kwamen we steeds en overal tot de conclusie, dat de transitie naar een rechtvaardige en duurzame samenleving moeilijk maar noodzakelijk is. Wederzijdse bemoediging en ondersteuning bleven niet uit, integendeel. 

 

Op naar een voorspoedig 2019, niet met vuurwerk maar met het veelkleurig licht van Kuala Lumpur

De transitie wordt een pittige opgave nu de verrechtsing van de samenleving lijkt door te zetten. Wanneer liegen en bedriegen – zie het verkeerde rolmodel Trump – het nieuwe normaal wordt, dan dreigt een verdere uitholling van broederschap en gemeenschap, met alle nadelige gevolgen van dien. Het wordt tijd, dat politici met oog voor de universele waarden zich teweer stellen tegen de predikers van angst, en tegen de – soms zelfs professorale betweters – die klimaatverandering ontkennen en egotripperij verheerlijken. De gesprekken tijdens de onvergetelijke trips naar Beirut, Johannesburg en Kuala Lumpur – notabene stuk voor stuk opkomende landen = hebben mij gesterkt in de overtuiging, dat 2019 en 2020 een ommekeer kunnen betekenen, in overeenstemming met de lijnen van Laudato Si, de encycliek, waarin Paus Fransiscus de verbinding legt tussen gerechtigheid en duurzaamheid.

 

Klimaat: woord en daad aan Kabinet en Kamer

Ongevraagd advies voor premier Rutte en de coalitie, op weg naar haalbaar klimaatbeleid

Sturing blijft noodzakelijk

De krantenkoppen spreken duidelijke taal: ‘Nederlandse CO2-uitstoot in 2020 veel hoger dan aangenomen’ kopt NRC op 5 december. Een dag later: ‘Wereldwijde CO2-uitstoot piekt in weerwil van Parijs-akkoord’, aldus het FD. Kyoto, Kopenhagen, Parijs: protocollen en akkoorden, het blijven woorden zonder lading, breed gedragen begrippen maar vrijwel inhoudsloos. Politici en beleidmakers hollen achter de feiten aan zonder de werkelijkheid in te halen. Het is nog geen race tegen de klok, wel tegen een verdeelde samenleving , die gewend is aan een forse welvaart en verwend met allerhande technologische ontwikkelingen. Rijd in het spitsuur op autosnelwegen of bezoek de vertrekhal van Schiphol om te beseffen wat mobiliteit beteken. Wandel langs verwarmde terrassen of bezie de verlengde openingstijden in winkelcentra om met eigen ogen het consumentisme te zien. Tussen de woorden van het klimaatbeleid en het menselijk gedrag gaapt een kloof, versterkt door de onvrede van mensen, aan wie de welvaart voorbij is gegaan. De politici zijn een (te?) gemakkelijke kop van jut. Onbegrijpelijk is dat niet, want marktwerkingt is nog altijd het parool, terwijl sturing geboden lijkt. De vrije markt kent schaduwzijden en globalisering is onvermijdelijk.

Regeren is vooruitzien, met of zonder akkoorden

Hoe de clash tussen woord en daad te voorkomen: dat is de bange vraag van politici, die niet de waan van de dag tot uitgangspunt van hun denken en doen willen maken. ‘Coalitie mort over ‘duur’ Klimaatakkoord’, aldus het AD, dat de lezer herinnert aan het zelfbenoemde ‘groenste Regeerakkoord’. Het ene akkoord is het andere niet. Zoveel is intussen duidelijke. Mag ik – terug bij het klimaatbeleid – een bescheiden poging doen om een advies te schrijven voor premier Rutte. Hij kent immers de stevige plaats van het klimaatbeleid in het Regeerakkoord, en sprak hopelijk niet voor niets klare taal in zijn spraakmakend interview voor CNN. Bijgestaan door minister Wiebes en enkele mensen met verstand van zaken dient de premier een even beknopt als helder document ten schrijven met dank aan de klimaattafels, en zonder inschakeling van het kennelijk verlammend ‘cockpitsberaad’. Dat document zou hij vervolgens aan het kabinet moeten voorleggen, met de boodschap ‘take it or leave it’. Wijzen zijn collega’s zijn aanpak af, dan is het einde van het verhaal. Een soortgelijke boodschap heeft premier Rutte voor het parlement. Is de meerderheid overtuigd van de noodzaak van actie, en bereid over de eigen schaduw heen te springen, dan vallen er zaken te doen, ook met de samenleving. Vandaar mijn advies:

Bron: Hans Custers: Geen pauze, geen versnelling: de opwarming van de aarde gaat in gestaag tempo door. klimaatverandering.wordpress.com (29 april 2017)

1 Zorgplicht vergt actief klimaatbeleid

Mijn advies op hoofdlijnen omvat negen uitgangs- en actiepunten en een extra aandachtspunt. Dat het samen tien punten zijn geworden berust op toeval, de inhoud niet. Die inhoud begint met de aanvaarding van de noodzaak van een actief klimaatbeleid.  Kijk naar de oplopende temperatuur, en lees alle IPCC-rapporten. De zorgplicht van de overheid dwingt tot actief klimaatbeleid, het (wellicht veiliger) voorzorgbeginsel ook. Dat beginsel was ruim 20 jaar geleden de eensgezinde opvatting van de parlementaire onderzoekcommissie klimaatbeleid. Discussie over dit uitgangspunt lijkt ook overbodig, gelet op het Regeerakkoord 2017.

2 Klimaatbeleid vergt coherente aanpak op basis van kernwaarden

De e  vier kernwaarden, waarop het klimaatbeleid gestoeld moet worden zijn universele uitgangspunten met een ook internationale strekking:  achtereenvolgens gerechtigheid, rentmeesterschap (duurzaamheid), solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. Beleid dat gestoeld wordt op deze waarden zal bij een groot deel van de samenleving onvrede wegnemen, in materiële en immateriële zin, temeer wanneer de samenhang tussen de achtergronden van de onvrede en van de maatregelen zichtbaar wordt gemaakt. 

3 Financiering klimaatbeleid deels uit algemene middelen

De materiële vertaling leidt tot de hoofdlijn, dat voor de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Gerechtigheid vereist, dat bij klimaatbeleid niet volstaan wordt met de vervuiler betaalt. Een faire lastenverdeling vergt, dat een groot deel (50 %?) van de kosten van klimaatbeleid betaald wordt uit de algemene middelen, gevoed door het draagkrachtbeginsel, dus volgens progressief tarief. Het vervuiler betaalt principe is vervolgens de grondslag voor CO2-beprijzing, energie-belasting, accijnzen en rekeningrijden.

4 Meersporen-aanpak via besparing en ruime diversificatie

Verduurzaming van energie moet krachtig worden voortgezet. Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn de energievraag grotendeels kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

5 Koppel  duurzame bronnen aan opslagsystemen

Wind, zon en water vormen – indien beschikbaar – onuitputtelijke bronnen waarmee op termijn een groot deel van de energievraag kan worden gedekt. Maar discontinuiteit vereist wel tijdige ontwikkeling van opslagsystemen. Waar fysieke opslag van windenergie via waterbekkens moeilijk realiseerbaar is, resteren opties als directe omvorming tot en tijdelijke opslag van waterstof, en opslag van zonne-energie in de accu’s van het geëlektrificeerde wagenpark. Voorkomen moet worden, dat hernieuwbare energie  andere waarden schaad. Denk aan verlies van biodiversiteit en van groene ruimte door aanleg van grote zonne-energievelden

6 Leveringszekerheid vergt moderne kolen (of kern)centrales

In de relatief dichtbevolkte West-Europese landen, ook in Nederland, is  continue elektrisch vermogen noodzakelijk. Waar de beschikbaarheid van kolen- en gasvermogen afneemt, blijft kernenergie de enige mogelijkheid om voldoende basisvermogen te leveren. Deze optie moet overwogen worden, wanneer opslag van CO2 via CCS onmogelijk blijft en de moderne kolencentrales toch moeten sluiten. Bovendien dienen enkele gascentrales beschikbaar te blijven om pieken in de energievraag op te vangen.

7 Behoud voor gasinfrastructuur voor waterstof en biogas

De gasinfrastructuur inclusief enkele gascentrales blijft van betekenis, ook na beëindiging van de gasproductie in Groningen. Noors en Russisch gas is een goede transitie-brandstof, ook om thermodynamische redenen. Daarnaast is het gasnet van waarde voor de waterstof-economie en de inzet van biogas, verkregen uit de verwerking van groen-afval. De omzetting van de overschotten aan duurzame elektriciteit bij een te groot aanbod van zon- en windenergie in waterstof dient een meervoudig doel: opslag en transport van energiedrager, grondstof voor industrieel processen, en brandstof voor mobiliteit. Marktwaardeverliezen van zon- en windenergie worden daarmee voorkomen.

8 Inzet biomassa blijft even omstreden als noodzakelijk

De inzet van biomassa – vooralsnog een van de meest belangrijke bronnen voor hernieuwbare energie – roept welvraagtekens op door de komaf van de bijgestookt materialen. Hoogwaardiger toepassingen verdienen inderdaad voorrang boven massale inzet voor stroomproductie. Moderne afvalverbranders kunnen wel een forse bijdrage blleveren aan de productie van elektriciteit en warmte. Via de afzet van  CO2 dragen zij bij aan de agrobusiness van tuinbouwbedrijven.

9 Beperk mobiliteit, hoe moeilijk te verkopen ook

Verkeer en vervoer zijn tot op heden ontzien, ondanks de forse bijdrage aan de CO2-emissies. De verruiming van de maximum-snelheid staat zelfs haaks op de visie inzake energiebesparing. Datzelfde geldt voor de welwillendheid, waarmee de luchtvaart tegemoet is getreden. De wisselvalligheid bij de stimulering van de elektrificatie van het wagenpark is evenmin bevorderlijk voor actief klimaatbeleid. Rekeningrijden mag daarom niet langer uitgesteld worden, en de luchtvaart behoeft niet langer meer te worden ontzien.

Extra aandachtspunt : bevestig de relatie met circulaire economie

De onmiskenbare relatie tussen het klimaatbeleid en circulaire economie blijkt uit de forse vermindering van CO2-uitstoot, die gerealiseerd kan worden bij de transitie naar circulariteit. Een tot nu toe vergeten invalshoek bij het klimaatbeleid. Denk bij voorbeeld aan het hergebruik van Co2 in bouwmaterialen en andere vormen van COLees Challenging Changes: de uitdaging voor overheid, consumenten en producenten. Hergebruik van producten en materialen levert een pittige bijdrage door de energie, die opgeslagen ligt in materialen als aluminium, staal, beton en kunststoffen. Afstemming en coördinatie zijn geboden, ook om industriepolitieke redenen. Een evenwichtig systeem van CO2-beprijzing biedt uitkomst, wanneer in internationaal verband afspraken kunnen worden gemaakt. Consistentie vereist wel, dat de BTW niet wordt verhoogd op diensten, die verlenging van levensduur (reparatie, renovatie) faciliteren.

Cover Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy



Links- of rechtsom meestribbelen

Zwerfvuil zoeken langs de Waal (Foto: Dar)

Troostbericht voor Statiegeldalliantie
De discussie over invoering van het statiegeld op kleine plastic flesjes en op blikjes om zwerfvuil te bestrijden heeft een nieuwe uitdrukking opgeleverd. Linksom of rechtsom, een alternatief voor de woorden ‘hoe dan ook’ hoewel over het ‘hoe’ evenmin zekerheid bestaat als over de rol van statiegelden. Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven krijgt tot 2020 de kans om het plastic van het zwerfafval met 70% te verminderen. Blikjes – vast onderdeel van vrijwel alle zwerfvuil – blijven voorlopig buiten schot, tot teleurstelling van het grote aantal gemeenten, dat zich inmiddels bij de Statiegeldalliantie heeft aangesloten. Meestribbelen: ook een nieuwe term in het jargon van ‘framers’ en andere leden, die naar woorden zoeken om onzekere tijden te beschrijven. Een kleine vier jaar geleden schreef ik al, dat de ‘besluitvorming over de statiegelden een gebed zonder einde leek te worden’, hardop gebeden door predikheren van het eigen belang: producenten, die geen statiegeld willen uit vrees voor lastenverzwaring; supermarkten, die de rompslomp van verpakkingen liever kwijt dan rijk zijn; en fanatieke statiegeld-fans die kosten noch moeite sparen om het middel van het statiegeld tot ultiem doel te verheffen.

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)

Motie van Rijn-Vellekoop/Lansink (1989)
Over statiegelden kan ik meepraten sinds ik met collega van Rijn-Vellekoop (PvdA) ibijna 30 jaar geleden een motie (1) door de Tweede Kamer loodste met het verzoek om brede invoering van statiegelden. Breed, omdat we naast glazen verpakkingen ook metalen blikjes en – van andere orde – batterijen wilden aanpakken. We hadden ontdekt, dat de inzameling en opwerking van batterijen herbruikbare materiaalstromen op kon leveren. Ook toen al had het bedrijfsleven de grootst mogelijke moeite met financiële beleidsinstrumenten als statiegelden, retourpremies en verwijderingsbijdragen. Enkele dagen na de aanvaarding van de statiegeld-motie vroeg CDA-fractievoorzitter Bert de Vries mij om alsnog te gaan praten met Philips. Aldus geschiedde. Leni van Rijn en ik kregen in het Haagse lobbykantoor van Philips te horen, dat de top van Philips zich krachtig zou verzetten tegen welk financieel beleidsinstrument ook. De vrije markt moest haar werk (kunnen) doen, zo luidde de boodschap. Het gesprek leverde niets op. Maar de motie evenmin, de gedeeltelijke invoering van verwijderingsbijdragen uitgezonderd.

Zwerfafval: Blikjes maar ook drankkarton

Toen hergebruik, nu zwerfvuil
Een opvallend verschil tussen vroeger en nu is het doel van de statiegelden. Destijds dachten we vooral aan gescheiden inzameling van relatief zuivere monostromen als glas, metaal en (later) ook kunststoffen. Nu is het verminderen en voorkomen van zwerfvuil kennelijk het hoofddoel, gelet ook op het onderzoek naar de hoogte van statiegeld: tien cent of een kwartje, dat scheelt meer dan een slok cola. Zelf heb ik nooit begrepen, waarom statiegelden op bierflesjes door Jan en alleman zijn geaccepteerd, maar wijnflessen geen schijn van kans maken. Tussen statiegelden op grote en kleine plastic flessen bestaan geen principiële, hooguit praktische verschillen. Blikjes, hoewel in 1989 ook onderwerp van de motie zijn wel een verhaal apart, omdat nascheiding uit restafval of gemengd verpakkingsafval bruikbare mono-metaal-stromen oplevert. Intussen valt wel op, dat sommige leden van de Statiegeldalliantie geen bezwaar aantekenen tegen de gemengde inzameling van alle drankverpakkingen, of ze nu van plastic, karton, blik of gemengd plastic gemaakt zijn. De te verwachten voorkeur voor bronscheiding wordt ingeruild tegen de te gemakkelijke acceptatie van nascheiding. Het verlies aan kwaliteit wordt daarbij op de (mis)koop toegenomen.

Batterijen: te kust en te keur

Bronscheiding
Die dubbelslachtige benadering staat op gespannen voet met de toenemende belangstelling voor circulaire economie. Het sluiten van kringlopen vergt de inzet van kwalitatief hoogwaardige monostromen, in welke product- of verpakkingsketen ook. De Chinese overheid heeft dat beter begrepen dan de fans van nascheiding. De recente ‘Chinese ban on foreign waste’ belemmert de export van secundaire materiaalstromen uit Europa, Australië en USA naar het land van de rijzende zon, overigens ook tot verdriet van sommige Chinese afvalverwerkers, die kans zagen aan het ingevoerde materiaal nog wat te verdienen. De Chinese toepassing van het beginsel van de zelfvoorziening – ooit ook in Nederland uitgangspunt van het afvalbeleid – laat overigens nog wel ruimte voor import van afvalstromen. Voorwaarde is wel, dat dan aan alle, betrekkelijk scherpe kwaliteitseisen moet worden voldaan. Het verminderen en voorkomen van zwerfafval zou dus meer een bijvangst moeten zijn naast het hogere doel van bronscheiding, gescheiden inzameling van monostromen, die het hergebruik optimaliseren en daarmee de circulaire economie bevorderen. Het wachten is op 2020, tenzij de teleurgestelde Statiegeldalliantie alsnog gehoor vindt bij staatssecretaris Stientje van Veldhoven en bij de Tweede Kamer.

De gemakzucht voorbij
Alle beleidmakers zouden intussen moeten nadenken over de vraag hoe alle zwerfvuil, dat niet onder de eventuele statiegeld-regeling valt – folies, medicijnenstrips, drankkartons, stukken papier, peuken, plastic schaaltjes  – voorkomen kan worden. Producentenverantwoordelijkheid  is mooi en terecht, maar vlak ook de verantwoordelijkheid van consumenten niet uit. Is het gemakzucht of slordigheid, die afgedankte verpakkingen en ander spul in de berm doen belanden? Invoering van statiegeld op plastic flesjes en blikjes zal ongetwijfeld helpen. Maar niet genoeg. Moeten er nog meer allianties worden opgericht, onder het motto: de gemakzucht voorbij? Of zal de geleidelijke transitie naar circulaire economie de gemakzuchtige burger meer milieubewustzijn bijbrengen? De toekomst zal het leren.

(1) Motie Van Rijn-Vellekoop/Lansink, Kamerstuk II 1989-1990, 21 137 nr. 38

 

Donor van nee tenzij naar ja mits

Wetgeving actieve donorregistratie: een kwestie van vallen en opstaan

Hoofdrolspelers wetgeving actieve donorregistratie (geen bezwaarsysteem) sinds 1995 volgens Dagblad Trouw (15 februari 2018)

Al tijdens de schriftelijke behandeling van de wijziging van de Wet op de lijkbezorging – begin jaren negentig – vroeg ik me af of in Nederland het geen-bezwaar-systeem, zoals dat o.m. in Belgie en Frankrijk gangbaar was, haalbaar was. De stevige discussies in de CDA-fractiecommissie volksgezondheid – ook met woordvoerder Frouke Laning – leidden niet tot een doorbraak, maar wel tot nuancering van de vraagstelling. Het grondwetsartikel inzake de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam was – naast de discussie over de vaststelling van de hersendood – de oorzaak van grote terughoudendheid. Door het uitstel van de plenaire behandeling tot na de verkiezingen van 1994 moest ik in 1995 het niet te benijden woordvoerderschap overnemen. Een grondige voorbereiding en gesprekken met deskundigen en belangengroepen overtuigden mij van de noodzaak van een koerswijzing. Van nee tenzij naar ja mits: dat leek een serieuze poging waard. De hele CDA Tweede Kamerfractie volgde mijn benadering en uiteindelijke afweging.

Orgaandonatie en registratie – Infografic
Bron: Nierstichting

Teleurstelling
Het planaire debat liep op meer dan een teleurstelling uit. Dat ik geen steun zou krijgen van de kleine christelijke partijen was te verwachtten, ook na de eerdere discussies in eigen kring. Dat de VVD mij stevig zou aanpakken op grond van de verabsolutering van het zelfbeschikkingsrecht, kon ik aanvoelen, maar de scherpte van de liberale inbreng niet. Uit het overleg van vrijwel alle fracties met de Nierstichting en andere organisaties had ik opgemaakt, dat naast Groen Links en SP steun was te verwachten van PvdA en D66. De goede contacten met de woordvoerders Rob Oudkerk en Roger van Boxtel sterkten mij in de overtuiging, dat het geen-bezwaar-systeem – nu actieve donorregistratie genoemd – een meerderheid kon verwerven. Maar niets was minder waar. Nadat minister Els Borst de inbreng van PvdA en D66 had beluisterd, en bovendien had vastgesteld, dat de VVD niet gediend was van het geen-bezwaar-systeem, vroeg zij om schorsing van de beraadslagingen, nog voor het uitspreken van haar eerste termijn.

Politieke voorkeur van steun (groen) actieve donorregistratie – Bron: Nierstichting

Evaluatiebepaling
Die schorsing zou enkele maanden duren, voldoende tijd om de coalitiepartijen (PvdA, VVD, D66) te verenigen rond een nota van wijziging, waarmee een central donorregister mogelijk werd gemaakt, echter zonder de kenmerken van het geen bezwaar-systeem, en zonder enigerlei vorm van verplichting. Mijn amendementen kregen slechts de steun van SP en het grootste deel van Groen Links, niet van PvdA en D66. die van oordeel waren dat het centrale donorregister voldoende was voor het bereiken vaneen groter aantal potentiele donoren. Ik was daar niet zeker van. Daarom stelde ik een evaluatiepaling voor, die gelukkig een brede steun verwierf. Daarmee was zeker gesteld, dat van tijd tot tijd nagegaan zou worden of de nieuwe systematiek tot een groter aanbod van organen zou leiden. De CDA Tweede Kamerfractie stemde in 1995 tegen die achtergrond in met het wetsvoorstel. Dat bij de eerste de beste evaluatie – ik had inmiddels de Tweede Kamer verlaten – de CDA-ers terugvielen op de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam stelde mij opnieuw teleur. Het collectief geheugden werd weer uitgewist.

‘Staatslijken’
Nog teleurstellender (en kwalijker, maar dat terzijde) was overigens – daags na het eerste debat in 1995 – de opmerking van VVD-fractievoorzitter Bolkesteijn in een radioprogramma. Die Lansink maakt van ons allemaal staatslijken, zo luidde ongeveer zijn boodschap. De verwoording had kennelijk een partijpolitieke achtergrond, want de verkiezingscampagne voor de provinciale staten was intussen van start gegaan. Opvallend genoeg weerklonken onlangs – voor en tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) – soortelijke geluiden in de betogen van tegenstanders van actieve donorregistratie. Zij verkondigen ten onrechte, dat de staat eigenaar wordt van het lichaam van haar ingezetenen. Zij vergeten, dat de overheid – daartoe wettelijk gelegitimeerd – de verplichting oplegt om een keuze te maken. Die vraag wijkt in essentie niet af van de verplichting om een belastingaangifte te doen, of om zich aan de verkeersregels te houden. Van een moeizame afweging was opnieuw sprake, getuige de stemverhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer, respectievelijk 75 tegenover 74, en 38 tegenover 36.

Stemverhouding (2016) in Tweede Kamer bij wetsvoorstel actieve donorregistratie (ADR)
Infographic Dagblad Trouw 17 februari 2018

Worsteling
Opmerkelijk is ook, dat – althans in de Eerste Kamer – vrijwel alle wat grotere fracties verdeeld hebben gestemd. De partijen, die sinds kort tot het brede politieke midden behoren (VVD, CDA en PvdA) hadden voldoende voorstemmers in de gelederen om het wetsvoorstel van Pia Dijkstra ()D66) over de streep te trekken.Van nee tenzij naar ja mits: dat is achteraf voor het CDA kennelijk de grootste worsteling geweest, gelet op de afwijzing door de CDA Tweede Kamerfractie en de verdeeldheid in de Eerste Kamerfractie. Zelf steek ik niet onder stoelen of banken, dat ik veel waardering heb voor het doorzettingsvermogen van Pia Dijkstra. Dat de behandeling van het wetsvoorstel in de senaat nieuwe vragen heeft opgeroepen, met name over de (te sterke) positie van de nabestaanden, reken ik maar tot de prijs die betaald moest worden om de omslag van nee tenzij naar ja mits mogelijk te maken. Dagblad Trouw door heeft in een gedegen terugblik  – Worstelen met de donorwet door Edwin Kreulen – duidelijk gemaakt, dat een politieke worsteling onvermoede achtergronden kent.

Ad Stadhouders (1927 – 2017) geboren leraar en meer

Ad Stadhouders

Een geboren leraar, wel wat conservatief maar met een open mind voor vernieuwing en vooruitgang, soms eigenwijs maar ook creatief, aldus de zonen van Ad Stadhouders bij zijn uitvaart op 6 december 2017, luttele weken voor hij de gezegende leeftijd van negentig jaar zou bereiken. Tijdens een even sobere als indrukwekkende Eucharistieviering in een stampvolle Cenakelkerk op de Heilig Landstichting bewezen familieleden, oud-collega’s, vrienden, parochianen en kennissen de emeritus-hoogleraar in de submicroscopische morfologie de laatste eer. Zelf leerde ik bioloog Ad Stadhouders in 1964 kennen, toen ik na mijn promotie ging werken op het Instituut voor Pathologische Anatomie. Mijn gloednieuwe laboratorium huisde op de begane grond, naast de Afdeling Elektronenmicroscopie, waar Ad de scepter zwaaide. We kwamen elkaar dagelijks tegen, soms zelf meer dan een keer op een dag. De afstand werd met de week kleiner. Hoe het zo kwam, weet ik niet meer. Maar kennelijk had de wetenschapper ook oog voor andere mensen en andere zaken. Ad vroeg mij – het moet tussen 1965 en 1967 geweest zijn – hem op te volgen als voorzitter van het Stafconvent, de toen nog louter gezelligheidsvereniging van stafleden van de Katholieke Universiteit. Ik herinner mij bridgedrives, autorally’s en mislukte pogingen om van Cornerhouse Sint Anna – nu De 4 Heeren – een wekelijkse stamkroeg te maken. Dat Stafconvent zou enkele jaren later meegesleurd worden in de democratisering van de KU, en meewerken aan de befaamde ‘radenstructuur’.

Late herfst in Nijmegen

In 1969 kwam Ad Stadhouders op mij af met een vraag, die niets met ons werk te maken had. Eigenlijk was het geen vraag maar een stevige wens zo geen opdracht: of ik me namens de KVP kandidaat wilde stellen voor het lidmaatschap van de gemeenteraad. Ad had – hij was interim-voorzitter van de KVP-Afdeling Nijmegen – een verkiesbare plaats in petto. De KVP zocht na de befaamde nacht van Schmelzer nieuwe volksvertegenwoordigers om de neergang te stuiten. Een korte proeftijd in de zittende fractie bleek voldoende om mijn aarzeling, te overwinnen. Dat ik twaalf jaar later de wetenschap vrijwel volledig zou inruilen voor de landelijke politiek, kon ik in 1970 niet voorzien. Maar vast staat wel, dat Ad Stadhouders – overigens met oud-burgemeester Embere van Gils van Millingen en Groesbeek – een beslissende invloed heeft gehad op mijn latere levensloop. Waarschijnlijk ontdekte Ad Stadhouders in de jaren zestig al snel, dat wij het een en ander gemeen hadden, niet zozeer het leraarschap, wel de neiging om soms in de breedte te leven, en samen met andere mensen buiten het eigenlijke werk zaken op de rails te zetten. Dat daar dan allerhande voorzitterschappen het gevolg van zijn laat zich raden. Ad richtte in zijn geboorteplaats Gemonde de voetbalclub Irene op. In Nijmegen voelde hij meer voor tennis dan voor voetbal en hockey, ook al zag hij zijn kinderen met plezier die teamsporten beoefenen. Het voorzitterschap van tennisclub Swift was hem even lief als het langdurige vicevoorzitterschap van de parochie van de Heilige Landstichting. Zijn belangstelling voor kunst en cultuur zette hij om in de harde werkelijkheid bij de restauratie van zijn geliefde Cenakelkerk. Vanuit die mooie kerk werd Ad Stadhouders begraven op het fraaie kerkhof, waar meer vrienden hun laatste rustplaats hebben gevonden, net als mijn ouders. Een bezoek aan de begraafplaats zal mij herinneren aan de man, die – zonder het te beseffen – een beslissende invloed op mijn levensloop heeft gehad.

Onvergetelijke dagen in Brussel (1)

Challenging Changes als brug tussen Nijmegen en Europa

Hoofdingang van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU

Spannend, zenuwachtig, nieuwsgierig of onbevangen: zomaar wat vragen van vrienden en kennissen in de dagen voor de officiële presentatie van ‘Challenging Changes’, het boek over de relatie tussen de Ladder die al decennia mijn naam draagt en circulaire economie, een ‘trending and important topic’. Welnu: een mix van gezonde spanning en normale onzekerheid hield mij in de ban tot ik op 11 October 2017allerlei gasten al voor de presentatie de hand kon schudden. De files op weg naar Brussel hadden trouwens zoveel aandacht gevraagd, dat weinig ruimte overbleef voor enige vorm van vooruitdenken. Bovendien hielden reisgenoten Ans Lansink, Sophie van Kempen en Cobie Jolink – in meer disciplines noeste medewerkers aan het boek – mij onderweg bij de les.

Jan Storm, voorzitter van de Editorial Board overziet de zaal, waar de eigen ploeg (Ans Lansink, Cobie Jolink en Leo Schrijver wachten op wat komen gaat. Sophie van Kempen maakt foto’s.

Ruim drie uur na het vertrek uit Nijmegen ontdekte Sophie de drukknop van de garagedeur van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU aan de Rue de Cortenbergh in Brussel. Ans vroeg intussen bij de hoofdingang de portier om de deur te openen. Nadat Sophie het nummer van de Volvo V60 had doorgegeven openden de dubbele garagedeuren zich als bij toverslag. Na de controle van de namen en het eerste welkom in de hal van de Permanente Vertegenwoordiging, konden de uit alle windstreken gearriveerde gasten acclimatiseren en netwerken, met koffie en gebak. Zelf verdeelde ik de tijd tussen de controle van de beamer en het begroeten van gasten: Jan Stuyt SJ uit Antwerpen en Antonis Mavropoulos uit Griekenland, de Spaanse DC Daniel Calleja Crespo naast AVR Directeur Jasper de Jong uit Rotterdam, en veel andere bezoekers, te veel om op te noemen.

Harriet Tiemens en Daniel Calejja poseren met het kort tevoren gepresenteerde Challenging Changes (Foto: Michelle Kluiver)

Tegen halftwaalf warden de gasten verzocht om plaats te nemen aan een grote ovalen tafel in de schitterende vergaderzaal. Enkele bezoekers moesten genoegen nemen met een stoel langs de lange wand, onder een uitzonderlijk mooi wandtapijt. Richard Ossendorp, hoofd van de PV, sprak verwelkomde alle gasten,en met name  ‘hoofdrolspelers’: Harriet Tiemens, Vice-mayor of Nijmegen, Daniel Calleja Crespo, Director-General DG Environment van de Europese Commissie, en mij: de man van de bijna veertig jaar oude ladder. Het was een even bijzondere als vreemde gewaarwording op voorhand zoveel lof te krijgen toegezwaaid, ook door Calleja Crespo, die in zijn bijdrage ‘Circular Economy, …it’s the way forward’ met veel nadruk wees op de betekenis van de afvalhiërarchie voor een succesvolle transitie naar circulaire economie.

Jan Storm, onbetwiste gangmaker, promoot ten overvloede Challenging Changes. Julius Langendorff weegt het boek, Bart de Bruin en Ad Lansink zien toe (Foto: Sophie van Kempen)

Vervolgens mocht ik met de overhandiging van de eerste exemplaren van Challenging Changes aan wethouder en locoburgemeester Harriet Tiemens en Daniel Calleja Crespo een brug slaan tussen de stad, die uitgeroepen is tot Green Capital Europe 2018 en de Europese instituties, zoals verenigd bij de boekpresentatie. De organisatoren van de bijeenkomst hadden mij een kwartier toebedeeld om de gasten te informeren over de ‘key messages of Challenging Changes’. Aan de hand van een vijftiental sheets probeerde ik me zo goed mogelijk van die pittige taak te kwijten, beseffend, dat Engels schrijven mij beter afgaat dan Engels spreken. Dat enkele toehoorders mij na afloop verzekerden, dat de gebrekkige uitspraak het verhaal authentieker maakte, stemde mij voor de helft gerust. De andere helft is een aansporing om die tekortkoming in taalvaardigheid te gaan aanpakken.

Ad Lansink tussen Richard Ossendorp (PV) en Julius Langendorff (EC (Foto: Sophie van Kempen)

Het officiële gedeelte van de boekpresentatie werd afgesloten met een paneldiscussie onder voorzitterschap van gastheer Richard Ossendorp. Achtereenvolgens gaven Piotr Barczak (European Environmental Bureau), Harriët Tiemens (Municipality of Nijmegen); Julius Langendorff (European Commission); Hans van Bochove (Europen) en Antonis Mavropoulos (President van de ISWA) commentaar op de inhoud van het boek.

Hans van Bochove (Europen), Antonis Mavropulos (President ISWA) en Harriet Tiemens (Gemeente Nijmegen) tijdens de discussie (Foto: Sophie van Kempen)

De veelal positieve kanttekeningen noopten nauwelijks tot enig weerwoord. Ik kon in mijn slotwoord eigenlijk volstaan met dank voor de vele woorden van waardering, plus de toezegging om via de website www.challengingchanges.eu zorg te dragen voor een follow-up van de hoofdlijnen van het gloednieuwe boek. Elk van de paneldeelnemers kwam met onderwerpen, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Ad Lansink is druk met signeren: Jan Storm ontfermt zich over Ans Lansink-van Dam; Julius Langendorff blijft lezen in Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Na afloop van het officiële gedeelte was het uiteraard signeren geblazen. Vrijwel alle bezoekers van de onvergetelijke bijeenkomst kwamen een handtekening halen, in sommige gevallen voorzien van een stichtelijk woord.  In de zijzaal ging het netwerken gestaag door, tot de koffie en het gebak op waren. Met de ‘Editorial Board’ en de ‘eigen ploeg’ wachtte een gezellige brunch om het verschijnen van Challenging Changes op gepaste wijze te vieren.

 

 

Max de Bok (1933-2016) : betrokken en bevlogen journalist

Max de Bok voor zijn 'tweede thuishaven' Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf
Max de Bok voor zijn ‘tweede thuishaven’ (Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf)

Rondtrekkend door Frankrijk overviel mij het overlijdensbericht van Max de Bok. Van Harrie Janssen, zijn oud-collega bij De Gelderlander, had ik eerder gehoord dat Max ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam voor mij toch onverwacht. De uitvaart uit zijn geliefde Nieuwspoort kon ik niet bijwonen, een kaars opsteken in een Franse kathedraal wel. Zijn heengaan liet mij in de dagen rond het afscheid in wat vanaf de jaren zestig zijn tweede thuis was niet los. Steeds moet ik denken aan de betrokken en bevlogen journalist, die in mijn Binnenhofse jaren een vriend werd. Max had weliswaar al vroeg afscheid genomen van katholieke verleden. En van de KVP en later het CDA moest hij ook niet veel hebben. Hij had door wat hij in zijn jeugd had meegemaakt – het ontslag van zijn vader bij Kwatta – meer oog en oor voor de PvdA en voor linkse gangmakers als Willem Drees, Joop den Uil en Wim Kok. Toch had hij ook waardering voor het werk van CDA-ers als Ruud Lubbers en Jan de Koning. Zijn scherpe columns in De Gelderlander leerden elke week, dat zijn politieke voorkeur hem niet belemmerde in zijn functie als onbevangen en onafhankelijk politiek journalist. Terecht ontving hij als eerste parlementaire redacteur uit de regio in 1984 de Anne Vondelingprijs. Zelf bewaar ik ondanks de politieke verschillen van mening alleen maar goede en vooral fijne herinneringen aan de man, die niet allen voor collega-journalisten maar ook voor politici een goede leermeester was.

Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl Bron: NRC, Illustratie bij 'Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg (NRC, 20-08-2016)
Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl (Bron: NRC, Illustratie bij ‘Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg – NRC, 20-08-2016)

Max kende het Binnenhof en zijn vaak tijdelijke bewoners al heel wat jaren, voordat ik op 3 juni 1977 beëdigd werd tot lid van de Tweede Kamer. Overigens had ik Max daarvoor al leren kennen. Na een bezoek aan hoofdredacteur Louis Frequin, ging hij met zijn collega’s steevast enkele pilsjes drinken in de City Bar, in Nijmegen toen bekend als het ‘Bijkantoor van de Gelderlander’.  Ik was in die bruine kroeg van uitbater Jo Samson in 1972 terecht gekomen na een carnavalsavond in de Benedenstad. De aansporing van Marie Jose Ceulemans, Frequins secretaresse, om vaker op vrijdagmiddag naar de City Bar te komen leidde tot de eerste ontmoetingen met Max de Bok: de journalist tegen wie ik opkeek, niet alleen omdat hij uit het toen nog verre den Haag kwam, maar ook omdat hij in zijn uitstekende bijdragen eenvoudige krantenlezers goed informeerde over het wel en wee onder en buiten de Haagse kaasstolp. Dankzij Max de Bok werd ook de afstand tot de overige Audet-journalisten met de maand kleiner. Dat kwam ook, omdat ik op dinsdag- en woensdagavond de sociëteit van Nieuwspoort indook, waar de krantenmannen en -vrouwen van Audet bij de vaste klanten hoorden. Ik herinner me Yvon van der Heiden, Jan van de Ven, Aukje van Roessel, Carla Joosten, Arnold Mandemaker, Joost Aerts en Frans Boogaard, zomaar wat namen van collega-journalisten voor wie Max in al die Haagse jaren veel betekend heeft. Frans Boogaard heeft dat goed verwoord in een mooie necrologie voor Villamedia: het digitale domein van de Nederlandse en Vlaamse journalistiek.

Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)
Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)

Dat de afstand tot Max en zijn naaste collega’s korter was dan die tot andere parlementaire journalisten, bleek uit de toestemming om – bij uitzondering, dat wel – gebruik te mogen maken van de technische faciliteiten van de Audet-redactie op de eerste verdieping van het hoekpand van de Spuistraat. Talloze discussies heb ik met Max de Bok gevoerd, in de wandelgangen van het Kamergebouw, in het oude en het nieuwe Nieuwspoort, en in de Nijmeegse City Bar. Ik laat Max zelf aan het woord via een deel van zijn toespraak bij de opening van de expositie ‘Uit de Kamer, uit de Kunst’ op 18 mei 1998. De Kunstcommissie had toegestaan, dat bij mijn vertrek uit de Kamer de bevriende kunstenaars Harrie Gerritz, Oscar Goedhart en Rob Terwindt hun werk mochten tonen in de sociëteit en hal van Nieuwspoort. Max zei toen onder meer: ‘Ad en ik zijn voor de Nijmeegse kroegvrienden vele, lange jaren prototypen geweest van antagonisme: onze kroegdebatten waren befaamd. Voor de stamgasten waren wij exemplarisch voor de verdorven mores in het politieke dorp Den Haag: eerst elkaar voor rotte vis uitmaken en daarna samen een biertje drinken. We hebben inderdaad, hier aan de tap van Nieuwspoort, daar in Nijmegen in de City Bar hooglopende, op ruzietoon gevoerde discussies gehad. Ze gingen altijd ergens over, al wist ik de dag erna zelden meer waarover, behalve dan voor honderd procent zeker, dat het over dat verderfelijke CDA was gegaan. We bezigden voor onze discussie een niet afgesproken techniek. We herhaalden in alle vriendschap gewoon de discussie die we tevoren in Nieuwspoort in alle ernst hadden gevoerd, maar speelden daar in de City Bar opwinding en kwaadheid’.

Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen Bron: DE Telegraaf, Foto: Jos van Leeuwen
Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen. Bron: De Telegraaf. Foto: Jos van Leeuwen

Max de Bok ten voeten uit: betrokken, bevlogen, scherpzinnig, taalvaardig. Hij noemde mij toen ‘Een bijzonder geval’ maar hij was dat zelf in veel sterke mate, zeker wanneer zijn creativiteit, bestuurskracht en bindend vermogen – ook buiten Nieuwspoort: denk aan het jarenlange voorzitterschap van de NVJ – in de beschouwing worden betrokken. Zou de toenmalige top van De Gelderlander dat hebben gedaan, dan zou Max ongetwijfeld als opvolger van Louis Frequin hoofdredacteur van de Gelderlander zijn geworden, een goede en sterke bovendien. Maar Nieuwspoort zou een even krachtige als innemende bestuursvoorzitter hebben gemist. En Max zelf een groot aantal Haagse jaren, die hij met passie en plezier heeft beleefd, voor en na zijn voluit verdiende erepoorterschap in 2003. Die eervolle onderscheiding had hij mij op 2 juni 1998 tijdens het afscheidsfeest in Nieuwspoort bij het vertrek uit de Tweede Kamer overhandigd. Hij vertelde de gasten daarbij, dat ik journalist wilde zijn (mits meteen hoofdredacteur) en kunstenaar. Quod non. Toen Lex Oomkes – een van zijn latere opvolgers als voorzitter van Nieuwspoort – bij zijn afscheid tot Erepoorter werd benoemd, stelde Max voor, dat bij de uitreiking van het befaamde Erepoorterglaasje een reünie van Erepoorters voortaan een gepaste entourage zou zijn. Of het zover komt zal Max de Bok helaas niet meer meemaken. Zijn familie, vrienden en collega’s moeten het doen met de vele herinneringen aan een meer dan bijzonder geval: de man die zijn leven lang een uitnemend politiek en parlementair journalist was , volgens Mark Kranenburg (NRC) ‘hongerig en met een eigen mening’ maar ook volop bij machte om ‘het vrije woord’ en de ‘parlementaire democratie’ als kernwaarden alle ruimte te geven. Het was een voorrecht Max de Bok meer dan veertig jaren te hebben mogen ontmoeten, de nieuwsgierigheid voorbij, de vriendschap koesterend.

 

Peter Zuydgeest 65 Jaar Alleskunner en Liefhebber

Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen - Aspergediner 2016
Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen – Aspergediner 2016 (Alle foto’s: Ad Lansink)

Peter Zuydgeest, alleskunner? Nou ja, bijna alles. Ga maar na: praten, schrijven, koken, organiseren, bouwen, inspireren en liefhebben. Peter Zuydgeest, liefhebber? Jawel, van veel ‘dingen’: zijn gezin, maar ook bier, wijn en andere versnaperingen, discussie, vrienden, mensen, en natuurlijk: Nieuwspoort, de plaats waar ik Peter Zuydgeest voor de eerste keer ontmoette. Het moet begin jaren tachtig geweest zijn, toen ik me een plaats had verworven in het politieke bedrijf aan het Binnenhof. De CDA-top was geen onverdeeld liefhebber van het Internationale Perscentrum. De goed bedoelde raad van ervaren fractiegenoten om het toen al befaamde etablissement van de pers links te laten liggen – letterlijk en figuurlijk – had ik bij de introductie van een nieuwe lichting Kamerleden in 1977 in de wind geslagen, met andere lotgenoten zoals Sietze Faber. Mijn Friese jaargenoot wist al langer, dat informele contacten met journalisten naast nadelen ook tal van voordelen kende.

Wieneke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden
Wineke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden

Na gedane arbeid
was het bovendien goed toeven aan de kleine bar van het oude Nieuwspoort, naast de vreemde treincoupe. Ik was daar vaak te vinden, ook op ogenblikken, wanneer Peter Zuydgeest al dan niet op verzoek een Vlaamse biertapper ging nadoen. Al snel werd mij duidelijk, dat de journalist-voorlichter-organisator meer in zijn mars had dan de gemiddelde stamgast van Nieuwspoort. De wederzijdse belangstelling mondde uit in een apart soort verbondenheid: waardering voor elkaars werk, met soms waar nodig enige terughoudendheid. De afstand werd korter naarmate de frequentie van het ‘even naar Nieuwspoort gaan’ groter werd. De gezamenlijk beleefde loyaliteit aan het Internationale Perscentrum bracht ons ook ‘zakelijk’ bij elkaar, toen ik lid werd van de Activiteitencommissie: een groep Poorters die onder de inspirerende leiding van Peter allerlei ‘happenings’ bedacht om Nieuwspoort onder de aandacht van het soms minder geinteresseerde publiek te brengen. Niet alle ‘happenings’ liepen ‘happy’ af,  gemeten naar het aantal bezoekers, dat op de activiteiten af kwam. Maar anno 2016 zijn er nog altijd evenementen – denk aan het Aspergediner – die aan het brein van Peter Zuydgeest zijn ontsproten.

Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.
Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.

Even naar Dick Wildeman
Dat we ook buitengaats – soms zelfs in Nijmegen – elkaar wisten te vinden, illustreer ik met het besluit om Dik Wildeman, de commerciële directeur van Oranjeboom, uit te wuiven. Peter Zuydgeest en ik bleken in Breda de enige Poorters te zijn, die de voortijdige pensionnering van de fameuze bierbrouwer en bierdrinker lijfelijk meemaakten. Ik haal deze herinnering met enige aarzeling op, omdat we bij het verlaten van de uit de hand gelopen receptie voelden, dat we eerst wat moesten gaan eten voordat we de lange reis naar huis zouden gaan ondernemen. Toen ik na enig zoekwerk een Chinees had gevonden, stond ik voor een gesloten deur. Geen nasi of bami dus. En Peter was ook verdwenen. In de bekende ‘arren moede’ heb ik mezelf goede reis gewenst. Met succes. De blijdschap om de behouden thuiskomst hebben we een week later gedeeld, opnieuw met bier.

Verbodsbord of bierviltje?
Verbodsbord of bierviltje? Geen eindstation

De wegen van Peter en mij
hebben zich nadien heel wat keren gekruist, ook nadat ik in 1998 mijn Kamerlidmaatschap na 21 boeiende Haagse jaren moest inruilen voor wat tegenwoordig een ZZP-functie heet. Peter was overigens medeorganisator en spreekstalmeester van het drukbezochte en spetterende afscheidsfeest op 3 juni 1998 in Nieuwspoort, toen ik tot mijn grote verassing door voorzitter Max de Bok – ook een grote inspirator – tot Erepoorter werd benoemd. Of Peter Zuydgeest daar de hand in heeft gehad, weet ik niet. Zelf vertelt hij wel met gepaste trots, dat ik de enige Erepoorter ben, die door de Poortersgemeenschap zelf is voorgedragen.

Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd
Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd

Energiepoort
Ik vermoed dat dat aan de (toenmalige) stamtafel is bekokstoofd. Het woord kok brengt mij terug bij Peter Zuydgeest, die niet alleen in de keuken van Nieuwspoort (en thuis) zijn mannetje staat, maar ook in de sociëteit en de andere zalen, die Nieuwspoort rijk is. De Provinciezaal bij voorbeeld, waar de gasten van Energiepoort elkaar twee keer per jaar treffen. Toen enkele partners van PwC mij in 1998 vroegen of ik hen een invitatie voor Milieupoort kon bezorgen – de eerste Poort, die ik in 1993 met Jules Wilhelmus had opgericht – was het antwoord nee. Concurrentiebeding weerhield sponsor KPMG van een ‘open mind set’, met als mooi gevolg, dat ik met Peter naar Utrecht toog om PricewaterhouseCoopers te overtuigen van het nut van een voor de hand liggend alternatief: Energiepoort. De formule werkt nog steeds, 17 jaar na de organisatie van de eerste bijeenkomst in 1999, dankzij de optimale medewerking van de sponsoren PwC en RBS, en de voortreffelijke organisatie door Peter Zuydgeest en zijn kleine maar mooie bureau. Peter Zuydgeest, alleskunner, liefhebber en nog veel meer, in de gepaste bescheidenheid die hem – ook nog – siert.

Tekst gebaseerd op de bijdrage aan het Liber Amicorum voor Peter Zudgeest, aangeboden op 29 juni 2016

H.J.A. Hofland (1927 – 2016) de journalistiek voorbij

H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)
H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)

Het bericht, dat Henk Hofland op 21 juni 2016 in zijn slaap was overleden, verraste mij. Hoewel zijn NRC-columns, ook die van zijn alter ego S. Montag, soms ontbraken, leek hem zo niet een eeuwig dan toch een heel lang leven gegund. Wat zou de eminente journalist, romanschrijver, columnist, essayist en commentator de komende weken geschreven hebben over de kort voor het referendum nog ongedachte Brexit, waarmee een krappe meerderheid van het Engelse volk afscheid gaat nemen van de Europese lotgenoten. Zou Henk Hofland de lijnen van zijn eerdere beschouwingen over de tijd na ‘nine-eleven’ en Pim Fortuin doortrekken? Waarschijnlijk wel. Want hij paarde consistentie aan visie, geloofwaardigheid aan inzicht, maatschappelijke betrokkenheid aan jarenlange ervaring in het spanningsveld van samenleving, media en politiek. Hij was belezen maar bleef ook nieuwsgierig: ‘Als je iets niet weet: opzoeken’ leerde hij van zijn vader. In de NRC – de krant die hij sinds zijn invallerschap bij het Handelsblad – zijn leven lang trouw is gebleven, schreef Hubert Smeets ‘Tolk en criticus van weldenkend Nederland’: een uitvoerige, niet te evenaren necrologie. Vrij Nederland bood redacteur Jeroen Vullings – biograaf van H.J. A. Hofland – de ruimte om op zijn eigen wijze het boeiende leven en werk van de ‘journalist van de eeuw’ – het terechte eerbetoon van zijn vakbroeders in 1999 –  te belichten.

Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland
Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland

Zelf ontmoette ik Henk Hofland voor de eerste keer op 9 mei 1986 bij Welingelichte Kringen, het befaamde VPRO-radioprogramma dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw wekelijks vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden. Een viertal journalisten en schrijvers – Hugo Brandt Corstius, Harry van Wijnen, Henk Hofland en Joop van Tijn – namen daar op het eind van de vrijdagmiddag de week door. Zij discussieerden over de samenleving als geheel en over de politiek in het bijzonder. De gast van de week – af en toe een politicus uit het ‘verre’ den Haag – werd stevig aan de tand gevoeld, maar kreeg ook een faire kans om zijn vege lijf te redden. Ik herinner me de pittige vragen over kernenergie. Henk Hofland viel op door zijn heldere standpunten, zijn fabuleuze kennis, zijn onmiskenbare eruditie en zijn herkenbare, warme, soms wat krakende stem. Toen gespreksleider Joop van Tijn en zijn collega’s weigerden te verkassen naar de VPRO-studio in Amsterdam – Arti was voor de mannen van Welingelichte Kringen heilige grond – werd halverwege 1997 met enige luister de laatste uitzending uit de kunstenaarssocieteit gevierd. Met enkele andere gasten mocht ik erbij zijn, een eer op zich. Het werd een bijzondere uitzending, gevolgd door een mooi afscheidsfeest: een vreemde mix van vreugde en verdriet. Enkele weken later interviewde HP De Tijd Henk Hofland, over het verdwijnen van Welingelichte Kringen. Hij vertelde de redacteur tot mijn verrassing, waarom hij het VPRO-programma zou missen. ‘Daar trof ik gelukkig politici als Ad Lansink’. Mijn bewondering mengde zich met verwondering.

Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)
Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)

Een klein jaar later kwam ik Henk Hofland weer tegen. In Almere zou hij de Vereniging van Oud Tweede Kamerleden op vriendelijke wijze de les lezen. Vanaf het podium zwaaide hij mij toe, voordat hij de oud-parlementariers liet genieten van zijn wijze woorden over de nationale en internationale politiek. Na afloop haalden we herinneringen op aan Welingelichte Kringen, en de gedeelde waardering voor onze bijdragen aan dat programma, ondanks de kritische, soms zelfs vijandig lijkende omgeving. Weet, zo zei de man, die tegen wie ik bleef opkijken, dat je niet voor niets aardig wat keren bent uitgenodigd om naar Arti te komen. De redactie wist, dat je altijd wat te vertellen had, ook wanneer plaagstoten de overhand kregen. Die woorden zijn mij bijgebleven. De bijdragen van Henk Hofland in de NRC ben ik blijven lezen, tot de laatste toe. Zijn  oeuvre markeert de grote inbreng van de man, die in 2011 de PC Hooftprijs ontving na al eerder op meer plaatsen geëerd te zijn. H.J.A. Hofland was meer dan journalist of zoals hij zelf placht te zeggen stukjestikker. Hij ging de nieuwgierigheid achterna, de journalistiek voorbij, de politiek te boven. De tijd is rijp voor nieuwe ‘Tegels Lichten’. Zou ooit iemand Henk Hofland kunnen evenaren, deductief of inductief?