Categoriearchief: Nijmegen

Theo Elfrink (1923 – 2014)

Tijdens een vakantiereis door Griekenland lees ik via Twitter – het snelle, wereldomspannende communicatiemiddel – dat kunstenaar Theo Elfrink aan de gevolgen van een noodlottig verkeersongeval is overleden. Het droevige nieuws overvalt en ontroert mij. Want Theo mocht dan wel al de leeftijd van de allersterkste mannen hebben bereikt, hij was nog steeds volop actief. Theo was nog lang niet uitgetekend of uitgeschilderd. Zijn scheppingsdrang kende geen grenzen, zijn ideeënrijkdom evenmin. Ik herinner mij als de dag van gisteren ons fijne gesprek in zijn atelier, in het bruggenhoofd van de Nijmeegse spoorbrug, waar hij zich niets aantrok van de treinen, die met de regelmaat van de klok aandacht vroegen. Niet van Theo trouwens. Vol enthousiasme vertelde hij over zijn verleden, heden en toekomst als kunstenaar. Die toekomst heeft vanaf ons uitvoerige gesprek slechts zeven jaar mogen duren. Beeldspraak, de bundeling van mijn gesprekken met 25 kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen, verscheen namelijk eind 2007. Bij de boekpresentatie, de feestelijke signeersessie en de expositie in Galerie Stills was Theo Elfrink vanzelfsprekend aanwezig, samen met zijn dochter Karin, die ik ook voor Beeldspraak mocht interviewen. Zoals altijd was hij ook bij die gebeurtenissen goedgemutst en voor iedereen aanspreekbaar op zijn werk en andere zaken. Het was een voorrecht Theo te hebben mogen kennen, een even bevlogen als creatief kunstenaar, die talloos veel mensen met zijn tekeningen en schilderijen heeft weten te boeien. Zijn werk gaat hoe dan ook de eeuwigheid voorbij.

20140609-121007-43807474.jpg

Topper 2013-2014: het verleden achterna of voorbij?

P1050040
President Gabriel van Heusden overhandigt de plaquette van Sint Anneke (Foto: JMBLvD)

De Nijmeegse Carnavalsvereniging Sint Anneke roept elk jaar een min of meer bekende land- of stadgenoot uit tot Topper.  Jonny Jordaan was de eerste ‘persoonlijkheid uit de wereld van de vaderlandse sport, politiek, amusement of juist uit de Nijmeegse scene’  – aldus een van de criteria – die zich Topper 1976-1977 van Sint Anneke mocht noemen, gevolgd door Leo Horn (1977-1978) en Norbert Schmelzer (1978-1979). Toen ik op 18 november 1978 in de nadagen van Prins Ad I van Knotsenburg de heugelijke onderscheiding van de vroegere minister van buitenlandse zaken mocht bijwonen, kon ik niet bevroeden, dat Sint Anneke mij ooit Topper van Sint Anneke zou maken. En evenmin, dat Prins Hans IV (Ruys) daarbij ook nog een duit in het zakje zou doen, onder meer verwijzend naar Schaaralaaf.

P1030695
Ereplaquette St. Anneke voor Topper 2013-2014

Wonderen en verrassingen zijn de wereld (nog) niet uit. Integendeel. Ruim 35 jaar later – op 25 januari 2014 – kreeg ik na een daverende ontvangst in een volle, tijdelijk gehalveerde Jan Massinkhal uit handen van President Gabriel van Heusden een fraaie plaquette met de voorzijde van de heilige vrouw met kruik en glas. In het verenigingswapen is Sint Anneke slechts van achteren te zien. De plaquette is een blijvende herinnering aan een ongedachte en onvergetelijke happening. Dat daarbij mijn hele, niet alleen carnavaleske doopceel, werd gelicht, deed evenmin pijn als de opvallende verwijzing naar wat letterlijk en figuurlijk een staande uitdrukking is geworden: de Ladder van Lansink. Knotsenburgers en andere gasten weten nu ook dat de man van de ladder in het Italiaans  ‘E’ olandese il padre della gerarchia di gestione dei rifiuti’ wordt genoemd.

P1050063
De Topper 2013-2014 zingt met het kabinet van Prins Hans IV Knotsenburgse schlagers (Foto: JMBvD)

De ‘padre’ maakt nu dus deel uit van het bonte genootschap Toppers, dat CV Sint Anneke heeft weten te vergaren: niet alleen oud-politici als Norbert Schmelzer, Frank de Grave en Jan Terlouw, maar ook befaamde sportlieden als Fannie Blankers Koen, Coen Molijn. Ada Kok en Nelli Cooman; niet alleen sterke marsleiders als Tony van Dongen en Chris Bos, maar ook bekende artiesten als Eddy Christiani en Hetty Blok; en niet te vergeten Theo Eikmans, in Knotsenburg nog meer bekend als Prins Theo I en vooral Graodus fan Nimwegen. Hoe het ook zij: mij past een bescheiden plaats in de eregalerij, ook door de vraag of ‘Toppers het verleden achterna of voorbij’ gaan. De enthousiaste leden van Sint Anneke hebben intussen opnieuw laten zien, dat zij heel wat mans en vrouws zijn, binnen en buiten Knotsenburg.

De Oversteek van binnenuit en bovenaf, van voren en opzij

Oversteek uit de lucht
Drie bruggen op een rij: Oversteek, Spoor (en Fiets) – Brug, Waalbrug

De nieuwe Nijmeegse stadsbrug over de Waal roept bewondering op. De Oversteek is letterlijk en figuurlijk een kunstwerk, in meer opzichten: bouwkundig, functioneel, architectonisch, bouwkundig,  landschap-pelijk. Het is een technologische prestatie van allure, waarmee ontwerpers en bouwers eer inleggen. Uiteraard delen opdrachtgever – de trotse gemeente Nijmegen – en cofinanciers in de vreugde van een spectaculaire oeververbinding, die  ‘Nijmegen omarmt de Waal’ waar gaat maken. Vanuit de lucht valt het ritme van de drie bruggen evenzeer op als de forse bocht in de Waal. De Oversteek brengt Nijmegen-Noord dichterbij, en overbrugt bovendien via de noordelijke aanloop de nieuwe nevengeul: de tweede opvallende ingreep, die sinds het begin van 2013 de aandacht trekt van talloze in- en outsiders. Vanuit de lucht is het graven van de nevengeul goed zichtbaar.

Nijmegen omarmt de Waal Groen : Veur Lent
Nijmegen omarmt de Waal
Groen : Veur Lent

Het kaartbeeld toont de loop van de nevengeul, die vanaf 2016 vanuit het eiland Veur Lent bij laag water te voet en via een tweetal bruggen over te steken is. Voorlopig beperkt de blijdschap van de Nijmegenaren zich tot De Oversteek, die zich een dag na de opening op in een immense belangstelling van voetgangers en fietsers mocht verheugen. De ‘pelgrims voor een dag’ moeten samen duizenden foto’s hebben geschoten, waarschijnlijk minder fraai dan die van fotografe Thea van den Heuvel, die het bouwproces van de brug even minutieus als artistiek heeft vastgelegd. Het fraai uitgegeven boek is  een aanrader waard, niet alleen om de uitstekende foto’s maar ook om de impressies van de bouwers, met voorop de architecten Chris Poulissen en Laurent Ney

Pelgrims voor een dag Foto: Ad Lansink
Pelgrims voor een dag
Foto: Ad Lansink

 

De Oversteek - Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen Fotografie: Thea van den  Heuvel - Tekst: Clemens Verhoeven Uitgave: Van Tilt/fragma
De Oversteek – Een nieuwe Waalbrug voor Nijmegen
Fotografie: Thea van den Heuvel – Tekst: Clemens Verhoeven
Uitgave: Van Tilt/fragma

 

 

 

Hoewel de filedruk op het stadscentrum sinds de opening op 23 november 2013 lijkt afgenomen, schijnt twee weken na de opening slechts 5 tot 10 % van het uit Arnhem komende verkeer te kiezen voor de route over de Oversteek. Bestuurlijk Nijmegen verwacht, dat geleidelijk aan 1 op de 3 auto’s de westelijke rondweg gaat kiezen. De tijd zal leren of die (stoute?) verwachting klopt. Wanneer de routeplanners in de navigatiekastjes het goede en snelle voorbeeld van Google Maps volgen, zullen snelle automobilisten ondanks de 50 km borden de fraaie brug vinden en waarderen. En fietsers, hardlopers en wandelaars kunnen nu voor een rondje Lent uit drie trajecten kiezen, als training of om op de hoogte te blijven van wat langs de Waal aan het gebeuren is, van Vasim tot Veur Lent, van Oversteek tot Waalbrug. En verder.

De Oversteek op de Kaart van Google Maps
De Oversteek op de Kaart van Google Maps

Van binnen en van buiten

Groenewoud 250 Jaar
Omslag van het ‘Special magazine’ Cafe Zaal Groenewoud 250 Jaar

Het zonnescherm spreekt duidelijke taal: Café Zaal Groenewoud 1763. Geen wonder dus, dat uitbaatster Karin Kalmar besloot de twee en een halve eeuw gastvrijheid echt te vieren, met een open dag, een ontvangst voor familie, vrienden en gasten en de uitgifte van een lijvig magazine, waarin de geschiedenis van het fraaie etablissement is vastgelegd. Wonend op een steenworp afstand ken ik het karakteristieke gebouw op de kruising van de Groesbeekseweg en de Postweg, van binnen en buiten. Van buiten sinds 1960, van binnen vanaf de 80-er jaren,ook al waren het toen nog incidentele bezoeken. Dat werd anders toen het genootschap van ex-prinsen van Knotsenburg in 1990 mee ging doen aan het schlagerfestival van Kiek ze Kieke. De generale repetities brachten ons enkele jaren naar Café Groenewoud, voor de loting en de orkestrepetitie. Toen het Prinsenconvent vanwege een verbouwing van de Vereeniging de Stephens Pub – de plaats van oprichting – moest verlaten en vervangende kroegen – onder meer de Karseboom en de Goffertboerderij – geen nieuwe stek hadden opgeleverd, lag verkassen naar Café Groenewoud voor de hand. De ex-prinsen van Knotsenburg zijn inmiddels heel wat jaren maandelijks de gast van Karin Kalmar en haar dienstbare medewerkers.

1376574_722002364491966_1024290732_n
Ad Lansink bedankt Karin Kalmar tijdens de viering van 250 Jaar Cafe Zaal Groenewoud op 22 september 2013
Foto: Ger Loeffen

De Gelderlander besteedde terecht veel aandacht aan de unieke mijlpaal van het café, dat zichzelf is gebleven, van binnen en van buiten. Wim van de Louw heeft veel waars opgetekend. Maar de stelling, dat het vergaderen van de ex-prinsen een alibi is voor het drinken van bier vergt nuancering. Bier is inderdaad belangrijk, en bitterballen zijn dat ook. Toch wordt wel degelijk vergaderd, over belangrijke en andere zaken. Kijk naar de Hommage aan de Sint Steven bij het Stadhuis, of naar slotacts van  Prinsenproclamaties. Zie de hand- en spandiensten voor het Knotsenburg en de inspanningen om carnaval de tand van de tijd te laten doorstaan. Lees ‘Van de Prins geen kwaad’ – het boek over de geschiedenis van het Knotsenburgse carnaval – waarover in de serre naast de gelagkamer veel woorden zijn gewijd. Gelachen hebben we vaak en veel, gezongen ook, en zelfs gehuild – meer van binnen dan van buiten – om de wetenschap van ongeneeslijke ziekten van ex-prinsen met elkaar te delen. Elkaar vasthouden in goede en slechte tijden is dan de boodschap, die ook in en voor Café Groenewoud geldt. Gastvrijheid, dienstbaarheid en verbondenheid zijn daarbij de trefwoorden, tot in de (nieuwe) lengte van jaren van het mooie monument op de kruising van historische wegen, van binnen en van buiten.

Niemandsland: een bijzondere installatie van Andreas Hetfeld

IMG_0617
Niemandsland: installatie van Andreas Hetfeld
in het Nijmeegs stadhuis
September – Oktober 2013

Bezoekers van het Nijmeegse Stadhuis, die de zij-ingang via de Mariekenstraat verkiezen boven de hoofdingang naast het oude, monumentale gebouw aan de Burchtstraat, komen vanzelf langs een glazenwand: feitelijk een langwerpige etalage, die kennelijk bedacht is om aandacht te vragen voor gemeentelijke voorwerpen uit een oud of recent verleden. Sinds 2009 biedt deze ruimte onder de naam ‘De Nieuwe Kamer’ kunstenaars de gelegenheid om hun verbeelding van de werkelijkheid aan toevallige voorbijgangers of bewuste bezoekers te tonen. De ‘curatoren’ van De Nieuwe Kamer (www.denieuwekamer.nl)  – Geertjan van Ostende en Marcel Blom – nodigden onlangs Andreas Hetfeld, de schepper van de in 2012 bij Station Heyendael opgerichte Zonneboom, uit om in een bijzondere installatie het verband tussen mens, natuur en techniek zichtbaar te maken. De mens is volgens de kunstenaar een kleine schakel in een veel groter geheel. Verval is de kiem voor nieuw leven, zoals zich dat bij voorbeeld ontwikkelt in de berenklauw. Enkele aspecten van ‘Niemandsland’, de titel van de even verrassende als spectaculaire installatie – de stam waarop de berenklauw rust, maar ook het ne(s)twerk, dat uit de ter aarde gevallen mens voortspruit – verwijzen naar de Zonneboom (www.zonneboom.info): het innovatieve kunstwerk, waarin natuur en techniek met elkaar versmelten. ‘Niemandsland’ is de moeite van een tocht naar of (korte) omweg door het Nijmeegs stadhuis meer dan waard.

 

Een zware maar mooie Vierdaagse, om niet te vergeten

Poslband
Polsband waarmee Vierdaagse lopers opstaan, naar bed gaan en niet te vergeten: lopen

Records zijn net niet gebroken, niet het aantal deelnemers – ruim 42.500 – en evenmin het aantal uitvallers – circa 3.100. Toch was de 97e Vierdaagse een evenement om niet te vergeten, zowel voor de deelnemers waaronder mijzelf als de talloze toeschouwers, die vanaf de eerste meters tot aan de laatste stappen enthousiaste supporters bleken. Andre Sonneville, de actieve opperwoordvoerder van de Vierdaagseleiding schatte het aantal kijkers langs de routes van de 30, 40 en 50 km op 850.000. Het moeten er die vier warme dagen meer zijn geweest, gelet op de enorme drukte in de doortochtplaatsen Elst, Wychen, Groesbeek en Cuijk en in de ‘next-best’ pleisterplaatsen Oosterhout, Beuningen, Mook en Malden. Tel daarbij de massa’s mensen langs de Sint Annastraat in Nijmegen, de befaamde Via Gladiola, en duidelijk wordt, dat het miljoen supporters met gemak moet zijn gehaald. Trouwens, ook buiten de fraai versierde bebouwde kommen ondersteunden veel toeschouwers in woord en daad de dorstige lopers. De oproep van de Vierdaagseleiding om veel te drinken was alom gehoord, niet alleen door Vitens met haar watertappunten, maar ook door de FNV die op grote schaal flessen water uitdeelde met de oproep om – tijdens het werk, dat wel – af en toe een pauze in te lassen. Tomaten, appelen, schijfjes komkommer, zoute drop, snoepgoed, zoutelingen: het was te veel om op te noemen en aan te nemen, maar wel een onmiskenbaar teken van meeleven met de wandelaars, die – achteraf gezien – de hitte goed wisten te doorstaan.

P1040514
De eerste kilometer op de 2e dag: Heyendaalseweg
Foto: Ans Lansink

Na de eerste dag was mijn eerste reactie: deze 15e Vierdaagse – nu op de 30 km na vroeger zeven keer 50 km en vijf maal 40 km te hebben gelopen – is de laatste. De drukte op het parcours, vooral in het begin en bij de doortocht in Elst en de hitte hadden hun tol geëist. Industrieterrein de Aam boeide niet, integendeel. Het wachten voor de start en de langere afstand – ruim 33 km – waren evenmin bevorderlijk voor een opgewekt begin. Maar op de dag van Wychen en Beuningen kantelde het gevoel helemaal, ondanks de opnieuw langere afstand, weer ruim 33 km. De opstopping op de Markt van Wychen duurde maar kort, en de route van Woezik naar Beuningen was de moeite meer dan waard, in tegenstelling tot andere jaren. De ‘thuiskomst’ in het hier en daar roze Nijmegen was overweldigend, om kippevel van te krijgen.

DSC_1005
Bijna terug in Nijmegen: op de Broerdijk krijg ik een fles water van Emilieke Asselbergs
Foto: Tim Zaal

De derde dag naar Groesbeek staat bekend als de moeilijkste, niet vanwege het begin naar Malden en Mook, wel omdat nogal wat heuvels moeten worden overwonnen. De 40- en 50-ers raken bovendien ver van huis in Misbeek en Ottersum. Zelf vond ik de klim naar het Zwaantje halverwege Mook en Groesbeek een pittige opgave, hoewel de schaduw van de bossen veel vergoedde. Na de prachtige doortocht door een altijd goedgemutst Groesbeek volgde de Zevenheuvelenweg, met talloze campers, die aan Alp d’ Huez deden denken. De financiele crisis leek even ver weg als de finish voor wandelaars, die met de overigens slechts vier heuvels moeite hadden. Door de hitte kostte de dag van Groesbeek ook mij deze keer toch meer moeite dan in de ‘oertijd’ van de 50 en 40 km. Berg en Dal en Nijmegen-Oost bleken uiteraard bekend terrein, in meer opzichten: de GPSmap van Garmin leerde, dat de gemiddelde snelheid weer toenam tot 5,5 km per uur.

DSC_1057
Nog 1 km: met gladiolen en Brigit Smit op de Via Gladiola
Foto: Tim Zaal

De start voor de laatste dag verliep met een wachttijd van krap 10 minuten sneller dan die op de voorgaande dagen, toen een half uur gebruikelijk was. Lag het aan de ervaring van de scanners, die nauwgezet de polsbandjes inlazen? Of meldden de lopers zich wat later om vrijuit de laatste etappe te beginnen? Zijn het de al bijna 3000 uitvallers, die ruimte scheppen? Hoe het ook zij: de slotdag mocht er in alle opzichten zijn: warm maar goed weer, voldoende ruimte op het parcours, opnieuw een enthousiast publiek, vanaf het begin in Brakkenstein, door Hatert en de Weezenhof, langs de Hatertse Vennen naar Overasselt, dat zich net zo als andere, kleinere doortochtplaatsen van zijn beste kant liet zien. De slingerweg van Overasselt naar het verstilde Heumen bood gelegenheid voor een goed gesprek of zicht op het fraaie landschap. De opgang naar de Sluisbrug kostte sommige lopers nog wel moeite. Maar eenmaal op de Rijksweg verenigd met de 40 en 50-km lopers kon de feestelijke intocht beginnen. Van kijkerloze stukken was geen sprake meer, tot aan de uiteindelijke finisch op de houten planken van de afmeldtenten op de Nijmeegse Wedren. De 97e Vierdaagse was even zwaar als mooi, even warm als onvergetelijk, zelfs voor een tamelijk ervaren Vierdaagseloper, die op vrijdag 19 juli 2013 om 14.00 uur bij de ontvangst van de vergulde 15 zei: bij leven en welzijn tot volgende keer.

Nijmegen schrijft met De Oversteek geschiedenis

BISDT92CEAA7Jzx.jpg-large
Invaren van nieuwe boogbrug
De lieren doen hun werk

Nijmegen beleefde op zaterdag 20 april 2013 een historisch ogenblik: het invaren van de fraaie boogbrug, die in het afgelopen jaar geleidelijk is opgebouwd aan de noordzijde van de Waal. De Gemeente Nijmegen, de Gelderlander en de bouwcombinatie hadden ruim te voren de bevolking warm gemaakt voor de – ook achteraf – indrukwekkende operatie, die met hoge precisie en binnen de gestelde tijd werd geklaard. Op pontons werd de boogbrug met wegdek haaks op de rivier getrokken, en vervolgens op de bruggehoofden geplaatst. Het invaren trok minder bezoekers dan aanvankelijk werd verwacht. De zon scheen volop maar door de koude wind haakten kennelijk veel kijkers snel af.

1366576852NP1030496
Achter het hek bij Latenstein
kijken naar de komst van de stadsbrug

De Nijmegenaren die de stadzijde hadden uitgezocht voor het schouwspel moesten – wanneer zij geen pas hadden weten te bemachtigen voor het gebouw van De Gelderlander – genoegen nemen met een plaats achter de hekken van de bedrijfsgebouwen aan het westelijk Waalfront. Toch was ook daar de waardering voor het (letterlijke en figuurlijke) kunstwerk groot. Nijmegen schrijft met De Oversteek geschiedenis: na veel discussie eindelijk een tweede stadsbrug, die het silhouet van de stad aan de Waal en de bereikbaarheid sterk vergroot.

1366577583NP1030483
Boogbrug in volle glorie
zij het met hulpconstructies

De boogbrug heeft een bijzondere vorm door de twee ‘vorken, aan de uiteinden van het wegdek. De slanke constructie maakt nu al indruk, ondanks de aanwezigheid van de tijdelijke stellages – de  rode stalen torens – waarmee de brug op de pontons is geplaatst. Na de verwijdering van deze hulpconstructies zal De Oversteek een nieuw icoon zijn in het rivieren-landschap rond Nijmegen. De afwerking zal overigens nog heel wat tijd vergen. De opening van de brug zal waarschijnlijk over ruim een half jaar plaats vinden.

1366577703NP1030484
Detail: bevestiging tijdelijke toren

De toeschouwers hebben ongetwijfeld vele duizenden foto’s gemaakt van het invaren, met smartphones en eenvoudige digitale cameras, maar ook met professionele apparatuur. Ook de  bouwcombinatie, die De Oversteek heeft gerealiseerd heeft het bouwproces en de plaatsing van de boogbrug vastgelegd getuige de afbeeldingen, die via Twitter en andere media zijn verspreid. Wie in korte tijd een indruk wel krijgen van de historische gebeurtenis op 20 april 2013 moet zeker kennis nemen van de videomontage van John van Campen. Het laden van het bestand kost even, maar enig geduld is de moeite waard.

Dick Tasma (1951 – 2013)

image.php
Dick Tasma voor een van zijn ‘Stieren’
Vogel
Vogel van Dick Tasma
2009

Een  eenvoudig overlijdensbericht in de Gelderlander, drie dagen geleden: lees ik het goed? Dick Tasma, beeldend kunstenaar. Ja, dat moet Dick zijn, de altijd blije en levenslustige kunstenaar, die ik al geruime tijd niet meer gezien had. Tijdens de laatste ‘Open Ateliers’ op de Limos was zijn atelier dicht, maar ik zocht daar niets achter. Kunstenaars trekken er soms op uit om elders inspiratie op te doen. De laatste tijd viel mij wel op, dat er geen licht brandde op zijn atelier, bij Alexander Bobkin een verdieping lager wel. Maar van Alexander weet ik, dat hij soms lang doorwerkt, van Dick wist ik dat niet. Het bericht van zijn overlijden op te jonge leeftijd overviel me, en liet me niet los. Zijn familieleden en naaste vrienden zullen hem het meest missen. Maar ik weet zeker, dat de vele liefhebbers van zijn werk ook het gemis van de levensgenieter en toch bevlogen kunstenaar zullen voelen. Zij weten zich met zijn verwanten getroost door de kleurrijke schilderijen, die Dick – de archeoloog voor de ziel – heeft gemaakt in al die jaren, waarin hij zijn creativiteit kon verbinden met een grote zeggingskracht. De waardering voor zijn werk heb ik in 2009 tot uiting mogen brengen in Emmen, toen ik daar in de Grote Kerk zijn overzichtstentoonstelling mocht openen. Het is een voorrecht Dick te hebben leren kennen. De ‘Vogel’ is gevlogen, naar een andere wereld, die niemand kent. De ‘Stieren’  waarin soms de worsteling met de verf was te zien blijven achter, als herinnering aan een krachtige persoonlijkheid.