Tagarchief: IM

Lucas Lievense (1925 – 2015): vindingrijk en visionair ingenieur

lievense01862
Ir. Lucas Lievense

Op 9 maart 2015 overleed na een vruchtbaar leven van 90 jaar ir. Lucas W. Lievense, de raadgevend ingenieur, die in de jaren tachtig bekend zou worden als bedenker van het Plan Lievense. De man, die ondernemerszin koppelde aan wetenschappelijk inzicht en creativiteit aan techniek, was kennelijk zijn tijd (te) ver vooruit, getuige de kritiek op zijn opzienbarende plan. Lievense wilde in het Markermeer een immens waterreservoir bouwen, omringd door hoge dijken waarop honderden windmolens moesten zorgen voor het oppompen van het water. Wanneer de stroomvraag tijdens de piekuren toenam, zou het uitstromende water turbines aandrijven, die vervolgens de noodzakelijke stroom zouden produceren. ‘Peakshaving’ door oppompen met goedkope stroom was al eerder toegepast, bij voorbeeld in bij Vianden in Luxemburg, waar ik tijdens een vakantiereis een dergelijke faciliteit met een capaciteit van 1300 MW had kunnen bewonderen. De koppeling van een wateraccumulatiebekken aan windenergie was echter nieuw. Contact met Lucas Lievense leidde tot meer inzicht in de mogelijkheden van en belemmeringen van zijn ambitieuze plan. Het was in elk geval het overwegen waard. De gedeeltelijke steun in de Tweede Kamer leidde jammer genoeg niet tot een vernieuwing van het energiebeleid en evenmin tot meer zicht op het nut en vooral de noodzaak van opslagsystemen bij de inzet van zon- en windenergie.

lievense energie-eiland
Omgekeerd stuwmeer op zee – Plan van Buro Lievense, KEMA en gebroeders – Follow up van Plan Lievense – Volkskrant, 6 juli 2007 – Bijdrage van Rene Didde

In 2007 kwam het Buro Lievense met een hernieuwd plan, weer tevergeefs. Anno 2015 zijn er nog steeds geen vorderingen gemaakt, ondanks het sterk toegenomen belang van even duurzame als discontinue energiebronnen. Optimisten zien veel toekomst in de batterijen van elektrische auto’s of in de tijdelijke opslag van waterstof na elektrolyse van water. Pessimisten wijzen op de hindernissen die de Ondergrondse Pomp Accumulatie Centrale in Limburg (OPAC – www.o-pac.nl) ondervindt op de moeizame weg naar een serieus opslagsysteem. Lucas Lievense kreeg destijds te horen, dat de dijken van zijn waterbekken in het Markermeer zouden kunnen bezwijken, waardoor Amsterdam onder water zou komen te staan. Landschappelijke bezwaren waren er – zoals nu – natuurlijk ook, naast de hoge kosten: een factor die keer op keer opgeld doet, ook dertig jaar later wanneer pleidooien voor innovatieve opslagsystemen in de kiem (moeten?) worden gesmoord. Lievense bedacht zijn plan in 1981 na zijn betrokkenheid bij de Deltawerken, waaronder de afsluiting van het Haringvliet – en voor zijn alternatief voor de Betuwelijn in de jaren 90. ‘Plan-Lievense was tijd veel te ver vooruit’ kopte de Volkskrant op 23 maart 2015 boven een mooie bijdrage van Peter de Waard. Het FD bleef niet achter: Louis Hoeks schreef o.m. op 24 maart 2015: ‘Media doopten hem de ‘moderne Leeghwater’. Maar het plan sneuvelde omdat het te duur en onveilig zou zijn’. Het risico is niet genomen, waarschijnlijk ten onrechte. Hoe het ook zij, Lucas Lievense was een vindingrijk en visionair ingenieur, wiens naam in het domein van de opslagsystemen voortleeft

Joop van Rijswijk (1939 – 2015) : Bevlogen en trouw christendemocraat

Trouw meldde onlangs, dat Joop van Rijswijk op zondag 15 februari 2015 op 76-jarige leeftijd is overleden. Het bericht overviel me. Ik had de altijd goed geluimde oud-medewerker van de CDA Tweede Kamerfractie lange tijd niet meer gezien en gesproken. De frequentie van mijn tochten naar den Haag nam af na het afscheid van het bestuur van de Vereniging van Oud-Parlementariers. Was ik wel in den Haag – en dus ook in Nieuwspoort – dan trof ik Joop van Rijswijk af en toe, wanneer hij voor zijn avondmaaltijd aanschoof in het restaurant van het Internationale Perscentrum. Een kort maar soms ook wat langer gesprek was dan gewoonlijk het gevolg. We hadden elkaar zoveel jaren meegemaakt in den Haag, dat elke ontmoeting een weerzien inhield. Nog staat mij bij dat Joop van Rijswijk eind 1977 – ik was een klein half jaar lid van de Tweede Kamer – mij aanraadde in de opruiming een overtollige bureau-agenda aan te schaffen om een dagboek bij te houden. ‘Je gaat heel wat meemaken’, zei hij’. ‘Dat moet je opschrijven. Daar kun je later nog plezier van hebben’ (Of verdriet, dat zei hij er niet bij). Mijn herhaalde pogingen tot een dagboek liepen spaak. Wat niet spaak liep, was de waardering voor de man, die de fractie in veel opzichten dienstbaar was en bleef, tot hij met Hans van de Broek naar het ministerie van buitenlandse zaken verhuisde. Wat ons ook bond, was de visie op de betekenis van het CDA voor de samenleving. Bovendien zou Joop van Rijswijk in de loop van de (Balkenende-) jaren een kritische houding aannemen tegen de koersverschuiving, die ik ook zelf als een misvatting had ervaren. In even polemische als positief-kritische bijdragen in Trouw had de vroegere notulist van de ARP- en CDA-Tweede Kamerfractie laten merken, dat hij niet alleen goed kon schrijven – Lees zijn boek ‘Repeterende breuken’ (1992) over de permanente machtsstrijd tussen CDA en PvdA – , maar ook uitstekend kon verwoorden, waarom Balkenende, en later Verhagen en Hillen – een verkeerde weg hadden gekozen. ‘Wars van gedweeheid en lompe macht’ is de titel van de uitstekende column, waarmee Hans Goslinga op zaterdag 21 februari 2015 hem herdacht. Het zijn rake woorden, waarmee de Trouw-columnist Joop van Rijswijk typeert. ‘Mensen die een fijne politieke neus combineren met een scherp oog voor het staatsrecht en de parlementaire geschiedenis zijn zeldzaam geworden op het Binnenhof’, aldus Hans Goslinga, die zelf keer op keer de verbinding legt tussen verleden, heden en toekomst. Joop van Rijswijk kende een hoge mate van loyaliteit zonder te vervallen in slaafse nederigheid. Zijn loyaliteit betrof vooral de boodschap en inhoud van het christendemocratische gedachtegoed, minder de instituties en personen. Hij wist dan ook wat hem te doen stond, toen in 2010 de toenmalige gangmakers van het CDA het gedoogkabinet-Rutte mogelijk maakten. Na een ongebroken lidmaatschap van 50 jaar ARP en CDA voelde hij zich gedwongen afscheid te nemen van de partij, die hij zoveel jaren als notulist, beleidsmedewerker en politiek assistent had gediend. Zelf heb ik die stap niet kunnen zetten, omdat ik verwachtte dat het leergeld eerder vroeg dan laat zou worden uitbetaald. Maar ik begreep Joop van Rijswijk in alle opzichten. Een bevlogen, dienstbaar en trouw politicus is ons ontvallen.

WAM de Moor (1936 – 2015) : onbetwiste (leer) meester

KDC01_TF2A06579_U
W.A.M. de Moor (1987) Bron: Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

De bondige maar mooie necrologie van Wam de Moor – voluit W.A.M – in de NRC, geschreven door Arjen Fortuin, verraste mij. Kennelijk had ik de Gelderlander, waar Wam in de jaren vijftig als student-correspondent begonnen was, niet goed gelezen. Want naast andere kranten meldde ook de Gelderlander, dat Wam de Moor op 12 januari 2015 in Nijmegen was overleden. Tot aan zijn pensionering werkte hij als docent en wetenschapper aan de Katholieke Universiteit. Buiten universitaire kring werd hij vooral bekend als een befaamd en deskundig literatuurcriticus, die zelfkritiek niet schuwde. Integendeel. Arjen Fortuin noemt hem terecht een ‘bedachtzaam en prominent criticus van de Nederlandse literatuur’. Ik las in de jaren tachtig meestal met instemming zijn helder geformuleerde kritieken in De Tijd. Dat ik bij verkiezingen de oproepkaarten van Wam en zijn vrouw Maria Oremus – destijds op het Katholiek Gelders Lyceum te Arnhem mijn klasgenote – in de school aan de Heyendaalseweg als voorzitter van het stembureau mocht controleren, was louter toeval. Maar mijn bewondering voor de eminente criticus en didacticus was geen toeval.

Boekomslag Wam de Moor : Dit is de plek Gaillarde Pers (1991)
Boekomslag
Wam de Moor : Dit is de plek
Gaillarde Pers (1991)

Die bewondering nam nog toe, toen ik ‘Dit is de Plek’ las: een reeks gesprekken met schrijvers en schilders over de betekenis van plaats en emotie in hun werk. In het fraaie boek – samengesteld met medewerking van zijn studenten Henny van Boekel, Annemieke van Delft, Toine Heymans, Jose Hiel en Ingrid Koppelman – verwoorden dertien kunstenaars – waaronder H.H. ter Balkt, Theo Elfrink, Harrie Gerritz, Frans Kusters en Jan Siebelink – de verbinding tussen tijd en plaats, tussen feit en gevoel, ieder uiteraard op unieke wijze. De door Wam de Moor ingeleide bundel zette mij onbewust op het spoor van Beeldspraak, zoals veel van zijn columns – vooral over poëzie – in de Gelderlander mij hielpen dichters te begrijpen. Is het overigens bescheidenheid, dat de Gelderlander in het overlijdensbericht van Wam de Moor niet vermeldt, dat Wam de Moor zoveel boeiende bijdragen heeft geschreven voor de krant uit zijn woonplaats? De literaire wereld zal hem niet gauw vergeten gelet op zijn talrijke publicaties, tot in het Vlaams-Nederlandse culturele tijdschrift Ons Erfdeel toe. Zelf bewaar ik goede herinneringen aan ons gesprek over het schrijven van biografieën en biografische schetsen, na afloop van zijn presentatie van Deel 6 (2007) van het Biografisch Woordenboek Gelderland in het Stadhuis van Nijmegen. Zelf had hij dat deel verrijkt met een mooie biografie van Anton van Duinkerken. Want ook op dat gebied – het schrijven van biografieën – was de redacteur van Biografie Bulletin een onbetwiste (leer)meester.

Ter herinnering aan Jo Samson (1934 – 2014)

Jo Samson, man van de legendarische City Bar door Jacqueline van Ginneken de Gelderlander, 23 oktober 2014
Jo Samson, man van de legendarische City Bar, bijdrage van Jacqueline van Ginneken in de Gelderlander van 23 oktober 2014

Op 17 oktober 2014 overleed Jo Samson, de vroegere uitbater van de City Bar, het legendarische cafe aan de Houtstraat te Nijmegen, dat onder journalisten ook wel ‘bijkantoor van De Gelderlander’ werd genoemd. Redactie en drukkerij waren destijds gevestigd aan de Hessenberg, op een steenworp afstand van de bruine kroeg. Maar niet alleen journalisten waren regelmatig de gast van Jo Samson en zijn trouwe barkeepers. Ook kunstenaars wisten het kleine maar oergezellige cafe goed te vinden, evenals middenstanders uit de naaste omgeving, buurtbewoners en ander loslopend volk waaronder enkele in die tijd – de jaren 70 en 80 – befaamde koppelbazen. Vooral op vrijdagavonden was het een drukte van belang, vaak tot in de late uren. Van groepsvorming was nauwelijks sprake, integendeel. Na een zekere gewenning konden vrijwel alle stamgasten het redelijk goed met elkaar vinden, niet op de laatste plaats omdat Jo Samson, daarin bijgestaan door vriendin en latere partner Annemiek van Woerden gastvrijheid op allerhande manieren vertaalde, voor Jan en Alleman.

De sfeer in de City Bar is prima vastgelegd op het ‘Kroegtafereel’, dat Rob Terwindt in opdracht van Jo Samson in 1977 schilderde. Zelf was ik beretrots op de vraag van Jo Samson of ik als enige politieke figuur op Rob’s atelier wilde komen poseren. Rechts onder in de hoek, vlak onder Jan van Teeffelen, was nog plaats. Het kolossale doek sierde tot de verkoop van het cafe – nu De Blonde Pater – een wand van de City Bar en hing daarna korte tijd in Cafe Biessels. Later vonden de stamgasten van toen zich letterlijk en figuurlijk terug in Cafe Goossens op de Grote Markt. Na de laatste restauratie ontfermde de eigenaar zich zelf weer over het schilderij in zijn huis op de Waalkade. Het is nu een kostbaar familiebezit, een mooie herinnering aan Jo Samson en Annemiek van Woerden, aan wie talloze  mensen uit Nijmegen en daarbuiten veel te danken hebben. Het veelkleurige doek belichaamt een stukje Nijmeegse geschiedenis, en zou alleen daarom al in het Valkhofmuseum niet misstaan. Want zo leert ook www.noviomagus.nl, waar het ‘Kroegtafereel’ wordt toegelicht: geschiedenis wordt gemaakt door mensen.

Omslag van het boek(je) dat op initiatief van Matt Holthuizen geschreven werd door Harry Janssen, met foto's van o.m. Weigert van Zandwijk. Productie en vormgeving: Joop Eilander (Nijmegen,30 mei 2009)
Omslag van het boek, op initiatief van Matt Holthuizen geschreven door Harry Janssen, met foto’s van o.m. Weijert van Zandwijk. Productie en vormgeving: Joop Eilander.

Zijn 75e verjaardag  – op 30 mei 2009 – vierde Jo Samson uitbundig met een groot aantal vrienden, waaronder zijn vroegere stamgasten. Een viertal vrienden maakten een boek – Jo Samson 75. – waarin de driekwart eeuw van Jo Samson zijn samengevat in 3333 woorden (van Harry Janssen) en  honderd afbeeldingen. Op de omslag prijkt de speciaal uitgegeven postzegel. Een deel van Jo Samson’s geschiedenis heb ik zelf vastgelegd in een ander geschrift – met dezelfde titel Jo Samson 75 – dat ik Jo heb aangeboden bij de onvergetelijke viering van zijn  verjaardag. De lezer treft daarin herinneringen aan het cafe en zijn bevolking, aan de eigen visclub Het Scholleke, aan de fietstocht naar Rome, zelfs aan carnaval in de City Bar en nog meer. Jo Samson’s naam leeft voort in Nijmegen en daarbuiten.

 

Theo Elfrink (1923 – 2014)

Tijdens een vakantiereis door Griekenland lees ik via Twitter – het snelle, wereldomspannende communicatiemiddel – dat kunstenaar Theo Elfrink aan de gevolgen van een noodlottig verkeersongeval is overleden. Het droevige nieuws overvalt en ontroert mij. Want Theo mocht dan wel al de leeftijd van de allersterkste mannen hebben bereikt, hij was nog steeds volop actief. Theo was nog lang niet uitgetekend of uitgeschilderd. Zijn scheppingsdrang kende geen grenzen, zijn ideeënrijkdom evenmin. Ik herinner mij als de dag van gisteren ons fijne gesprek in zijn atelier, in het bruggenhoofd van de Nijmeegse spoorbrug, waar hij zich niets aantrok van de treinen, die met de regelmaat van de klok aandacht vroegen. Niet van Theo trouwens. Vol enthousiasme vertelde hij over zijn verleden, heden en toekomst als kunstenaar. Die toekomst heeft vanaf ons uitvoerige gesprek slechts zeven jaar mogen duren. Beeldspraak, de bundeling van mijn gesprekken met 25 kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen, verscheen namelijk eind 2007. Bij de boekpresentatie, de feestelijke signeersessie en de expositie in Galerie Stills was Theo Elfrink vanzelfsprekend aanwezig, samen met zijn dochter Karin, die ik ook voor Beeldspraak mocht interviewen. Zoals altijd was hij ook bij die gebeurtenissen goedgemutst en voor iedereen aanspreekbaar op zijn werk en andere zaken. Het was een voorrecht Theo te hebben mogen kennen, een even bevlogen als creatief kunstenaar, die talloos veel mensen met zijn tekeningen en schilderijen heeft weten te boeien. Zijn werk gaat hoe dan ook de eeuwigheid voorbij.

20140609-121007-43807474.jpg

Wubbo Ockels (1946-2014): De natuur heeft altijd gelijk

WO8
Prof. Dr. Wubbo Ockels
Foto: TU Delft

Het overlijden van ‘duurzaamheidspionier’ Wubbo Ockels beheerst het nieuws, op een zonnige zondag  – 18 mei 2014 – die geschapen lijkt voor al wat Nederlands eerste ruimtevaarder belichaamde: het geloof in de kracht van elke mens als astronaut op het  ruimteschip aarde. De overtuiging ook, dat de zon voldoende energie uitstraalt om duurzaamheid echt inhoud te geven. Min of meer toevallig ontmoette ik Prof. Dr. Wubbo Ockels, toen de Rector Magnificus van de TU Delft mij vroeg om als adviseur deel uit te maken van de promotiecommissie, die Martin de Bree aan de tand zou voelen bij de verdediging van zijn dissertatie ‘Waste and Innovation’. Achtergrond van de uitnodiging was de invloed van de Ladder van Lansink op de innovatie in het afvalbeheer. Ik herinner me die voor de promovendus heugelijke dag op 22 mei 2006 vooral door de diepe indruk, die Wubbo Ockels op mij maakte. Hij zette helder de relatie tussen innovatie en duurzaamheid uiteen, en boeide vanaf het eerste ogenblik met welgekozen, inspirerende woorden. Het verbaasde mij dan ook niet, dat hij gedurende zijn Delftse professorale jaren als hoogleraar talrijke studenten de weg wist te wijzen, ook met toonaangevende projecten op het terrein van duurzame ontwikkeling. Toen ik hem enkele jaren na die eerste ontmoeting vroeg, of hij voor de bezoekers van Milieupoort – het netwerk van bedrijfsleven, milieubeweging, politiek en overheid, dat van 1993 tot 2011 in Nieuwspoort bijeenkwam – zijn visie op duurzaamheid uiteen zou willen zetten, was het antwoord meteen positief. In een even enthousiast als overtuigend betoog maakte Wubbo Ockels de toehoorders duidelijk, dat Nederland een wereld te winnen had wanneer het beleid met meer kracht, inzet en middelen gericht zou worden op duurzame ontwikkeling, in en van meer sectoren. Hij kende de weerbarstigheid van het politieke bedrijf, maar schuwde geenszins man en paard te noemen. Het effect van zijn woorden is natuurlijk moeilijk te meten, ook omdat politici en ambtenaren veel en andere zaken aan hun hoofd hebben. Maar wanneer zijn woorden – ook elders geschreven en uitgesproken – mensen aan het denken blijven zetten – dan is er al heel wat gewonnen. In de onnavolgbaar goede toespraak, bij de uitreiking van de Brandarisprijs op het Springtijfestival 2013 maakte Wubbo Ockels als natuurkundige, ruimtevaarder en ‘mag ik het zeggen’ kankerlijder duidelijk, dat iedere mens een opdracht heeft te vervullen. Onvergetelijk blijven zijn woorden ‘Elke mens is astronaut op het ruimteschip aarde’ en ‘Wat is er sterker dan het geloof’. Hij doelde naast elkaar het geloof in eigen kunnen en het religieus besef, ook met zijn herhaaldelijk uitgesproken stelling: ‘De natuur heeft altijd gelijk’. Dat zijn woorden die te denken en vooral te doen geven.

Dick Tasma (1951 – 2013)

image.php
Dick Tasma voor een van zijn ‘Stieren’
Vogel
Vogel van Dick Tasma
2009

Een  eenvoudig overlijdensbericht in de Gelderlander, drie dagen geleden: lees ik het goed? Dick Tasma, beeldend kunstenaar. Ja, dat moet Dick zijn, de altijd blije en levenslustige kunstenaar, die ik al geruime tijd niet meer gezien had. Tijdens de laatste ‘Open Ateliers’ op de Limos was zijn atelier dicht, maar ik zocht daar niets achter. Kunstenaars trekken er soms op uit om elders inspiratie op te doen. De laatste tijd viel mij wel op, dat er geen licht brandde op zijn atelier, bij Alexander Bobkin een verdieping lager wel. Maar van Alexander weet ik, dat hij soms lang doorwerkt, van Dick wist ik dat niet. Het bericht van zijn overlijden op te jonge leeftijd overviel me, en liet me niet los. Zijn familieleden en naaste vrienden zullen hem het meest missen. Maar ik weet zeker, dat de vele liefhebbers van zijn werk ook het gemis van de levensgenieter en toch bevlogen kunstenaar zullen voelen. Zij weten zich met zijn verwanten getroost door de kleurrijke schilderijen, die Dick – de archeoloog voor de ziel – heeft gemaakt in al die jaren, waarin hij zijn creativiteit kon verbinden met een grote zeggingskracht. De waardering voor zijn werk heb ik in 2009 tot uiting mogen brengen in Emmen, toen ik daar in de Grote Kerk zijn overzichtstentoonstelling mocht openen. Het is een voorrecht Dick te hebben leren kennen. De ‘Vogel’ is gevlogen, naar een andere wereld, die niemand kent. De ‘Stieren’  waarin soms de worsteling met de verf was te zien blijven achter, als herinnering aan een krachtige persoonlijkheid.