Op de ladder in de wolken met Schaaralaaf 300

Omslag van Schaaralaaf 300 met voorwoord van de 'Veursitter'
Omslag van Schaaralaaf 300 met voorwoord van de ‘Veursitter’

De leden van het Prinsenconvent Knotsenburg – het genootschap van oud-stadsprinsen van Nijmegen, de stad die tijdens carnaval herinnerd wil worden aan de  vroegere (Lentse) knotsendragers – wisten dat Schaaralaaf 300 in aantocht was.  Het actieve en creatieve bestuur van het Prinsenconvent had enkele weken geleden mij – sinds de oertijd redacteur van het lijfblad ven de ex-prinsen – gevraagd om nummer 300 over te slaan. Op de vraag waarom bleef een helder antwoord uit. Zet je maar aan het redigeren van nummer 301, en wacht verder rustig af, zoo luidde de reactie van Johan Klomp, die zich graag ‘veursitter’ noemt of laat noemen. Stasiu I (Teunissen), de nieuwe Prins van Knotsenburg, kreeg tijdens de Prinsenreceptie – enkele dagen voor de elfde van de elfde – dus Schaaralaaf 301: desondanks een speciale editie, waarin de redacteur van Schaaralaaf  het getal 300 had gekoppeld aan een Ketting van 55 Prinsenordes vanaf de allereerste Stadsprins van Nijmegen: Nico I (Grijpink. Jeugdprins Tije I werd verblijd met een door het convent op de Nijmeegse kermis geschoten en dus gewonnen beer.

Johan I overhandigt Ad Lansink (op de ladder) Schaaralaaf 300 (Foto: Carl Strik)
Johan I overhandigt Ad Lansink (op de ladder) Schaaralaaf 300 (Foto: Carl Strik)

Nog geen week na de in alle opzichten geslaagde Proclamatie van Prins Stasiu I en zijn in het Nijmeegs carnaval gewortelde Kabinet – werd mij duidelijk, wat het bestuur en de leden van het Prinsenconvent hadden bekokstoofd: de productie van de 300e uitgave van het Bulletin, de vroegere naam van Schaaralaaf, geheel gewijd aan de redacteur, die uiteraard niet mocht weten van het bestuurlijk initiatief. Ik vermoedde intussen wel het een en ander. Maar de verrassing was er niet minder om, toen ‘veursitter’ Johan Klomp mij vroeg een echte Ladder (van Lansink) te beklimmen om mij de gloednieuwe Schaaralaaf 300 overhandigen. Met medewerking en inbreng van Jaap Lamers, Gerard Brouwer en Carol Boef – mijn mederedacteur van ‘Van de Prins geen kwaad – en oud-journalist Harry Janssen van De Gelderlander heeft hij mij letterlijk en figuurlijk ‘in de wolken’ gebracht.

Aandacht voor de Ex-Burgemeester van Knotsenburg, die tot 2015 heel wat Boerenparen in de onecht heeft verbonden

De interim-redacteuren Jaap Lamers en Gerard Brouwer hebben laten zien, dat zij de kunst van het redigeren verstaan. En alleskunner Johan Klomp kent zijn klassieken: in het voorwoord schrijft hij : ‘300 is geschiedenis en zou u in eerste instantie doen terugdenken aan de slag bij Thermopylae, waarin de koning van Sparta, niet zijnde Jules Deelder maar Leonidas I samen met 300 Spartanen vocht tot nagenoeg de laatste man tegen de koning van Perzie, Xerxes I en zijn gigantische leger. Deze slag is de geschiedenis ingegaan als het onmogelijke gevecht, waarbij het enorme aantal werd verslagen door de kracht van ‘slechts’ 300. Ken dus de kracht van 300’, aldus Johan I (Klomp), waaraan Ad I (Lansink) toevoegt: Vergeet de saamhorigheid niet. Elkaar vast houden in goede en slechte tijden. In en buiten de wolken, die voorbijgaan.

Tweets: berichten over eigen en andermans wijsheden

 

Vluchtig maat toch mooi
Tweets: vluchtig maat toch mooi, en soms met harde kern

Hoewel geen twitteraar van het eerste uur heb ik mij vrij snel het gebruik van wat nu ‘sociale media’ worden genoemd eigen gemaakt, deels uit nieuwsgierigheid, deels ook vanwege het kennelijk onstuitbare verlangen om af en toe een duit in het zakje van de openbaarheid te doen. Dat zakje is intussen zo gevuld geraakt, dat ik onlangs uitgenodigd werd om met een klein gezelschap van even nieuwsgierige lieden van gedachten te wisselen over het echte of vermeende nut van sociale media, in de politiek, het bedrijfsleven en elders. Of politici tot de grootverbruikers behoren – en in hun kielzog parlementaire journalisten – weet ik niet. Maar vast staat wel, dat politiek en samenleving dagelijks de invloed van sociale media ondervinden, hoe vluchtig die media ook zijn. Ideologische vergezichten bepalen niet langer het gedrag van kiezers en gekozenen, maar allerhande ‘trending topics’ die met ongekende snelheid hun weg vinden over het wereldwijde web. Toegegeven, de ene ‘Facebook-er’ is de andere niet, evenmin als alle twitteraars over een kam geschoren kunnen worden. LinkedIn lijkt vooral professionals te bekoren: ZZP-ers net name die de digitale snelweg gebruiken om hun vaardigheden te exposeren. En Facebook is er voor familie en vrienden, hoewel ook kunstenaars en (foto)journalisten het virtuele ‘smoelenboek hebben ontdekt.

Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten
Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten

Volksvertegenwoordigers beheersen vooral de kunst – of is het toch een kunde? – van twitteren, het al dan niet vaak met voorbedachte rade schrijven van korte berichten, die het bij-de-tijd-zijn moeten bewijzen. Het medium van de 140 lettertekens lijkt inderdaad een onmisbaar instrument voor menig politicus. Zinnige berichten en onzinnige stellingen wisselen elkaar af in een tempo, dat jaren geleden voor onmogelijk werd gehouden. Wie wil weten, hoe hij of zij scoort, raadpleegt Klout: de hitlijst van politieke (en andere) gebruikers van sociale media. De voordelen van reikwijdte, snelheid en bondigheid zijn onmiskenbaar, maar de nadelen van onvolledigheid, onvoldragendheid, vluchtigheid en soms onverdraagzaamheid ook. Sociale media zijn een goed vehikel  voor verspreiding van berichten, voor vorming en instandhouding van netwerken en voor interactie tussen personen en groepen, inclusief de belangrijke wisselwerking tussen kiezers en gekozenen. Maar sociale media zijn soms ook het gezicht van een versnipperde, geïndividualiseerde en fragmentarische samenleving, waarin eigenwijsheid de eigen wijsheid achter zich laat.

P1050482
Tweets: even voorbijgaand als eigen(-)wijsheid

Vorm wint vaak van inhoud en kretologie van visie. Oneliners: daar draait bijna alles om, of het nu gaat om het moeilijke dossier van het vluchtelingenbeleid of het voortdurende spanningsveld van publieke en private mobiliteit. Juist in het politieke domein mag van elke deelnmer een doordachte inbreng verwacht worden. Niet alle twitterberichten hoeven te verdwijnen in de prullenbak van ongelezen uitspraken evenmin als de beelden van een kleurrijke herfst. Sommige twitteraars verstaan de kunst van het bondig formuleren en van een sterke boodschap inclusief de koppeling aan of verwijzing naar argumenten. Wanneer sociale media kijkers, lezers en luisteraars op het spoor zetten van de kernbeginselen van het democratisch bestel,  dragen zij  zonder twijfel bij aan een open, tolerante en solidaire samenleving. Sociale media kunnen dan een tegenwicht vormen tegen de combinatie van mediacratie en populisme, die het politieke extremisme versterkt. Volgen en gevolgd worden op sociale media: vluchtigheid en eigenwijsheid voorbij: ook een oneliner, maar wel een die al heel oud is, voor zendelingen met visie en politici met verantwoordelijkheid.

 

Wim Aantjes (1923 – 2015) : Sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit

Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)
Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)

Het bericht van het overlijden van Wim Aantjes heeft mij uren bezig gehouden. Zijn heengaan op de gezegende en respectabele leeftijd van 92 jaar kwam onverwacht, omdat hij nog regelmatig van zich liet horen via Twitter, het sociale medium waarmee hij met zijn koersvaste opvattingen en inspirerende gedachten nog veel mensen wist te bereiken. Vanaf de eerste dag, dat ik Wim Aantjes ontmoette – het was tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 in Elst – tot ons laatste gesprek bij de mooie viering van zijn 90-ste verjaardag in den Haag ben ik hem blijven zien als de man, die in al zijn vezels de waarden van de christendemocratisch politiek uitstraalde.

Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)
Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)

Wim Aantjes was in de jaren 1977 en 1978 – het begin van mijn Kamerlidmaatschap – een kundige leermeester en een enthousiasmerende gangmaker. Ik zal nooit vergeten, dat hij bij de bespreking van mijn eerste inbreng voor een plenair debat – mijn maiden speech in de Tweede Kamer in het voorjaar van 1978 – de leden van de CDA-fractie met enkele welgekozen woorden wees op de wijze, waarop ik in mijn bijdrage voor een debat over het wetenschapsbeleid de kernwaarden van het CDA aan de orde had gesteld. Gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gedeelde verantwoordelijkheid: dat waren voor Wim Aantjes tot zijn laatste dag steevaste richtingwijzers, bakens op de moeilijke maar dankbare weg naar een betere samenleving.

Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)
Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)

Zijn CDA-fractievoorzitterschap heeft door de later onjuist gebleken aantijgingen van Lou de Jong slechts kort mogen duren. Maar zijn boodschap, ook verwoord in de befaamde Bergrede, heeft vele jaren de koers van het CDA bepaald, ondanks de relativering die hij  later zelf uit bescheidenheid aanbracht. Wie Wim Aantjes gevolgd heeft na zijn besluit om het CDA niet te belasten met de  later onterecht gebleken discussie over wat jammergenoeg nog steeds zijn oorlogsverleden wordt genoemd, weet, dat de politicus uit Bleskensgraaf koersvast is gebleven, zijn hele leven lang. Koersvastheid lijkt een begrip uit vroegere tijden, maar is dat niet. Ook in dat opzicht blijft Wim Aantjes een onmiskenbaar voorbeeld voor veel politici, uit eigen en andermans kring. Het is even opvallend als lovenswaardig, dat alle media – geschreven en gesproken – uitvoerig hebben stilgestaan bij het overlijden van de man, die het CDA trouw is gebleven, ook toen de koers – soms noodgedwongen, soms bewust – werd verlegd. Zijn politieke lotgenoten van toen, nu en morgen kunnen Wim Aantjes geen grotere eer bewijzen dan vast te houden aan de kernwaarden van zijn leven, samengevat in twee begrippen: sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit.

Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015
Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015

Op 22 oktober 2015 namen Ineke Ludikhuize – de liefde van zijn leven – met de overige familieleden, en met talloze vrienden, kennissen, politici en journalisten definitief afscheid van Wim Aantjes tijdens een indrukwekkende dankdienst voor zijn leven in de volle Geertekerk te Utrecht. Maaike van Houten verwoordde in haar ‘klein verslag’ in Trouw een even boeiende als treffende impressie van een plechtigheid, die velen tot in lengte van jaren zal bijblijven.

Robert Terwindt bij Galerie de Natris

Robert Terwindt, Strand I (2015) Olieverf op doek, 120 x 100 cm
Robert Terwindt, Strand I (2015)
Olieverf op doek, 120 x 100 cm

Wim de Natris mocht op zondag 18 oktober 2015 een grote schare gasten verwelkomen bij de opening van de expositie van Rob(ert) Terwindt. De Nijmeegse kunstenaar, die ik in 1972 had leren kennen in de befaamde City Bar van kastelein Jo Samson, had mij gevraagd de tentoonstelling ‘ Schilderijen 2010 – 2015′ te openen. Alle goede dingen in drieën, zal hij gedacht hebben. Want in 1991 had ik Rob’s werk toegelicht bij Galerie Interart in Heeswijk-Dinther. In 1997 opende ik in Nijmegen de expositie van een reeks  typische ‘Terwindt-Vensters’. Merkwaardig genoeg speelden mijn zenuwen mij nu meer parten dan destijds in de galerie van Annemarie en Dick Rakhorst. Kwam het door het grote aantal toehoorders, of door het weerzien van kunstenaars en vrienden van toen en nu? De aandacht van de gasten was er gelukkig niet minder om. Integendeel. Rob Terwindt stemde, zo liet hij al merken tijdens het verhaald Zestig jaar toveren, in met de karakterisering van zijn werk. En Wim de Natris merkte na mijn voordracht op, dat ik in kort bestek de geschiedenis van de Nijmeegse kunstscene in beeld had gebracht. Dat was natuurlijk overdreven. Maar de gelaagdheid van de toespraak was meer gasten opgevallen. Tijdens de geanimeerde borrel in de voormalige ‘burgersmederij’ aan de van Dulckenstraat werd Rob Terwindt alom geprezen voor zijn kleurrijke en vrolijke doeken. De kunstenaar genoot  zichtbaar van de lof voor zijn werk.

Ad Lansink: De Nieuwsgierigheid Achterna (1998) Interviews met Harrie Gerritz, Oscar Goedhart, Rob Terwindt en Jan van Teeffelen
Ad Lansink: De Nieuwsgierigheid Achterna (1998)
Interviews met Harrie Gerritz, Oscar Goedhart, Rob Terwindt en Jan van Teeffelen

Bij de voorbereiding van mijn verhaal schoot mij te binnen, dat ik nog een aantal exemplaren bezat van ‘De Nieuwgierigheid Achterna’, een bundel interviews met de kunstenaars Rob Terwindt, Oscar Goedhart. Harrie Gerritz en fotograaf Jan van Teeffelen, uitgegeven bij gelegenheid van mijn afscheid van de Tweede Kamer in juni 1998, toen het Internationale Perscentrum Nieuwspoort mij uitnodigde om daar een expositie van het werk van de Nijmeegse kunstvrienden Rob, Oscar en Harrie in te richten. De zestien exemplaren van het boek, die ik had meegenomen naar Galerie de Natris vonden binnen een half uur een nieuwe eigenaar. De lezers zullen ongetwijfeld ontdekken, dat het boeiende werk van Rob Terwindt even uniek als tijdloos is.

Beeldengroep ‘Binnenstad’ van Cor Litjens in Stevenskerk

Detail Beeldengroep Binnenstad (Foto: Ad Lansink)
Detail Beeldengroep Binnenstad (Foto: Ad Lansink)

Wie af en toe het Open Atelier van beeldend kunstenaar Cor Lijens bezoekt, heeft ongetwijfeld al eerder zijn typische ‘bouwwerken’ ontdekt: de verbeelding van huizen, flats, kantoorgebouwen en torens zonder spits. Onvoltooide bouwsels noemt de kunstenaar uit Deest zijn werken, die – veelal in brons gegoten, en soms van een opvallende kleur voorzien – het onvermoede beeld oproepen van een niet bestaande werkelijkheid, die desondanks in meer opzichten de moeite waard blijkt.

Cor Litjens bij beeldengroep Binnenstad in Stervenskerk (foto Ad Lansink)
Cor Litjens bij beeldengroep Binnenstad in Stervenskerk (foto Ad Lansink)

Cor Litjens kwam enkele maanden geleden op het idee om zijn beelden te groeperen rond enkele hoge bouwsels, om daarmee een binnenstad te verbeelden. Via een succesvolle crowdfunding-actie bracht de kunstenaar voldoende middelen bijeen om een aantal, voor de beeldengroep noodzakelijke ontwerpen te kunnen gieten. Het fraaie en unieke resultaat is gedurende de maand oktober te bewonderen in de Stevenskerk, op zich al een karakteristiek monument in de Nijmeegse binnenstad.

Detail Beeldengroep Binnenstad (Fotografie: Ad Lansink)

De kunstenaar maakte van brons of staal vloeren, wanden, kamers en gangen, waarin raam- en deuropeningen toegang geven tot verrassende andere ruimtes. Gevels met veel vensters als flarden van flatgebouwen zijn bijeen geplaatst in groepen: een verrassende verbeelding van een dichtbebouwde stad, met gevels in opbouw of fragmenten van vervallen muren. Functies, schaal of karakter van de bouwsels zijn eigenlijk niet van belang, wel de ruimtes die in elkaar overgaan, plotseling afbreken en zich vervolgens driedimensionaal ontwikkelen om samen een ruimtelijk verhaal te vertellen.

Beeldengroep Binnenstad van Cor Litjens - 2005-2015 - diverse materialen - 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm Fotografie: Picture Productions Nijmegen
Beeldengroep Binnenstad van Cor Litjens – 2005-2015 – diverse materialen – 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm
Fotografie: Picture Productions Nijmegen

De installatie is door de kunstenaar zo opgebouwd, dat de toeschouwer het gevoel heeft door een stad te wandelen, vol met ruimtelijke prikkels en sensaties. Sommige beelden zijn complex, andere eenvoudig en weer andere dramatisch, zoals een stuk wand, dat uit de vloer omhoog rijst met daarin slechts een enkele deur of venster. Het is de ultieme overgang van de ruimte waarin de kijker zich bevindt naar de wereld daarachter, niet de Kerkboog of de Grote Markt in Nijmegen, maar de wereld van verbeelding in de ogen van Cor Litjens.

Van UN/REAL naar REAL: Fietsen en kijken met Coen Vernooij

Fietsen met Coen Vernooy langs Groesbeekseweg in Nijmegen
Fietsen met Coen Vernooy langs Groesbeekseweg in Nijmegen

Een verkenning van de wisselwerking tussen beelden en omgeving: dat was de bedoeling van Coen Vernooij’s project UN/REAL: een antwoord op de vraag wat je werkelijk ziet. In IJsland fotografeerde de kunstenaar het ruige landschap, terwijl hij zijn beelden in deze specifieke omgeving voor zich zag. Thuis monteerde hij de foto’s van zijn kunstwerken in afbeeldingen van de IJslandse natuur. De projecties bundelde hij in het boek UN/REAL.

Vouwblad REAL - Tekst en fotografie: Coen Vernooij - Ontwerp: Jules van der Vaart Oplage: 250 - ISBN: 978-90-8210999-4-8
Vouwblad REAL – Tekst en fotografie: Coen Vernooij – Ontwerp: Jules van der Vaart
ISBN: 978-90-8210999-4-8 (oplage: 250)

In het vervolgproject REAL zijn beeld en plek levensecht: geen ruimte in een museum of beeldentuin, maar de woonomgeving van vrienden, bekenden en liefhebbers van zijn werk. In Arnhemse en Nijmeegse tuinen tasten de beelden de ruimte af, op uiteenlopende locaties, een betegeld plein voor een voormalig schoolgebouw, in de groene borders van een weelderige tuin, of midden in een voortuin met louter grint, waar het beeld een eigen leven kan gaan leiden.

Toelichting van Coen Vernooij in de tuin van Stichting Moria
Toelichting van Coen Vernooij in de tuin van Stichting Moria

Coen Vernooij besloot het REAL-project af te ronden met twee fietstochten langs de Arnhemse en Nijmeegse locaties. De tocht door zijn woonplaats begon op de Kwakkenberg. Via Nijmegen- Oost, waar nieuwsgierige wandelaars vlak bij elkaar drie werken van Coen Vernooij kunnen vinden, daalden de fietstochtgenoten af naar Nijmegen-West, om precies te zijn naar de woon- en werkruimte van architect Paul van Hontem aan de Kerkstraat in het oude Hees. Op elke locatie vertelde de kunstenaar het een en ander over zijn objecten: “Mijn beelden delven er niet het onderspit, maar dringen zich ook niet op. ‘Het lijkt wel alsof je beeld er altijd heeft gestaan’, hoor ik regelmatig. Misschien komt dat omdat het open beelden zijn. Je kijkt er dwars doorheen’.

Beeld van Coen Vernooij in de hal van Stichting Moria
Beeld van Coen Vernooij in de hal van Stichting Moria
Ria Roerdink, Coen Vernooij en Paul van Hontem in de hal van Stichting Moria
Ria Roerdink, Coen Vernooij en Paul van Hontem in de hal van Stichting Moria

De tochtgenoten troffen elkaar bij de Stichting Moria, aan de Louiseweg in Nijmegen, waar twee beelden een tijdelijke plaats kregen rond de vijverpartij in de voortuin. Maar de toelichting begon bij een blijvend werk in de hal van de fraaie villa: een beeld dat bij de officiële opening van het gebouw door Dries van Agt gezegend is door Monseigneur Bluyssen: een even uniek gebeuren als de totstandkoming van het beeld, waaraan gasten van de Stichting Moria hebben meegewerkt. De buitenbeelden heeft Coen Vernooij uiteraard op eigen kracht gemaakt.

Wijzen op weglopende lijnen in een betrekkelijk kleine tuin
Wijzen op weglopende lijnen in kleine tuin aan de Valkenburgseweg

De fietsende liefhebbers bereikten via de Sophiaweg gemakkelijk Plan Groenewoud, waar in een betrekkelijk kleine en sober ingerichte voortuin aan de Valkenburgseweg een bijzonder beeld de aandacht trekt, enerzijds door de openheid en anderzijds door de weglopende lijnen, die desondanks op hun plaats blijven.

De achtergrond telt ook mee op de Willem Schiffstraat
De achtergrond telt ook mee op de Willem Schiffstraat

De Willem Schiffstraat was de volgende pleisterplaats van het gezelschap. Het markante beeld van Coen Vernooij valt vanaf de weg al op. Tijdens de ingelaste koffiepauze mocht de tijdelijke gastheer uitleggen,  hoe hij in de 70-er jaren via de vroegere City Bar  in de Houtstraat de Nijmeegse kunstscene had leren kennen en waarderen. De namen van Theo Elfrink, Rob Terwindt en Geert Jan Oostende spreken nog tot de verbeelding.

Coen Vernooij's beeld in de tuin van Nel Linssen aan de Groesbeekseweg
Coen Vernooij’s beeld in de tuin van Nel Linssen aan de Groesbeekseweg

Toen Michiel Braam binnen het drieluik zag, waarop Sven Hoekstra in 1998 een reeks ‘prominente’ Nijmegenaren heeft vastgelegd, meldde hij de tochtgenoten, dat hij en de bewoner van het huis op het drieluik te vinden zijn. Kunst, zo blijkt steeds weer, kent veel aspecten en verbindt veel mensen. Want de volgende etappe van Coen Vernooij’s fietstocht, een afstand van amper 400 meter ging naar de tuin van kunstenares Nel Linssen, die ook op Hoekstra’s drieluik is vereeuwigd. Het beeld in haar voortuin zette mij via Galerie Agnes Raben in Vorden op het spoor van de Nijmeegse kunstenaar. Snelle voorbijgangers ontgaat waarschijnlijk de betekenis van het beeld, maar voetgangers ontdekken na enige oefening vanzelf de driedimensionale variaties van het werk van Coen Vernooij, temeer waar planten noch bomen de aandacht afleiden.

Op het ronde plein in de oprit naar Kerkstraat 3
Op het ronde plein in de oprit naar Kerkstraat 3

Via de Groenewoudseweg en de Groenestraat belandden de fietstochtgenoten uiteindelijk in het landelijke Hees, waar architect Paul van Hontem en zijn partner, kunstenares Ria Roerdink, voor een bijzonder slotakkoord zorgden. Dat akkoord begon uiteraard met de uitleg van Coen Vernooij bij zijn beeld op het ronde voorplein. Hoewel de kijk op Coen’s beelden gaande de tocht was versterkt, merkten de gasten niet, dat een bestelbusje het opnieuw opvallende object behoorlijk getoucheerd heeft. De bestendigheid is dus groter dan de open constructie zou doen vermoeden.

Bij de poëtische installatie van Ria Roerdink
Bij ‘De Boot’, de poëtische installatie van Ria Roerdink

De fietstochtgenoten raakten trouwens (nog) niet uitgekeken. Want om ‘De Boot’, een bijzondere installatie van Ria Roerdink konden de gasten niet heen, wel letterlijk, maar niet figuurlijk. Paul en Ria verhaalden enthousiast over het ontstaan en de – ook letterlijke – rondreis van het kunstwerk, dat ook ruimte en inspiratie bood voor Ria’s dichterlijke kwaliteiten.

Ook in het schip valt veel te bewonderen
Detail van ‘De Boot, de mooie installatie van Ria Roerdink

Dat in het atelier – de werkruimte van Paul van Hontem en zijn medewerkers en voor een deel ook van Ria Roerdink – ook nog heel wat te zien was, laat zich raden. Een grote tafel in de tuin bleek – ook door het fraaie nazomerweer – een mooie plaats om onder het genot van enkele glazen wijn ervaringen uit te wisselen, contacten te leggen en al wat na een geslaagde tocht gebruikelijk is. Een tocht om niet te vergeten: REAL, in meer opzichten.

Op het plein voor het atelier van Paul van Hontem
Op het plein voor het atelier van Paul van Hontem

 

 

 

 

NB: De foto’s bij deze impressie van Coen Vernooij’s fietstocht langs enkele van zijn Nijmeegse beelden kunnen worden vergroot door op de afbeelding te klikken

 

Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015
Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.

Hel en Hoge Klauw

Rondje kalebassen: Start op de parkeerplaats, noordwaarts,dan via het pad De Hel naar de driesprong. Vervolgens rechtsaf over de Hoge Klauw naar Groesbeek . Bij de Derde Baan rechtsaf naar de kalebassen en pompoenen.
Rondje Hel en Hoge Klauw: Start op de parkeerplaats, noordwaarts,dan via het pad naar driesprong. Vervolgens rechtsaf naar Groesbeek. Bij de Derde Baan rechtsaf naar de kalebassen en pompoenen, en terug naar de Canadese Begraafplaats.

Het landschap rond Groesbeek kent heel wat verrassingen, ook rond de befaamde Zevenheuvelenweg, de weg die tijdens de Nijmeegse Vierdaagse veel kranten haalt. Neem bij voorbeeld Hel en Hoge Klauw, twee zandwegen, die de wandelaar rond de Canadese Oorlogsbegraafplaats voeren. Waarom het pad van de Zevenheuvelenweg naar de Hoge Klauw (de) Hel heet is onduidelijk. De Hoge Klauw doet zijn naam wel eer aan met het fraaie uitzicht op de bossen van Nederrijk en de landerijen van de Waldgraaf.

Zandpad De Hel, ten noorden van de Canadese Begraafplaats
Zandpad De Hel, ten noorden van de Canadese Begraafplaats

De wandelbewuste automobilist zet zijn wagen op de ruime parkeerplaats bij het kerkhof voor een mooie voettocht rond het ereveld, door een bijzonder gedeelte van het Groesbeekse heuvellandschap, dat sinds de herindeling niet voor niets tot de gemeente Berg en Dal behoort. De route voert de wandelaar een paar honderd meter noordwaarts, over het fietspad, tot aan een zijingang van de Golfbaan Rijk van Nijmegen.

Allesbehalve een hel: koeien die rustig liggen te herkauwen
Allesbehalve een hel: koeien die rustig herkauwen

Daar begint aan de overzijde van de Zevenheuvelenweg een smal maar goed begaanbaar pad,  dat om onverklaarbare redenen De Hel heet. Het pad  loopt tussen groene en golvende weiden naar de Hoge Klauw, de zandweg die deel uitmaakt van het Pieterpad, de alom bekende route van Pieterburen naar de Sint Pietersberg bij Maastricht, en omgekeerd natuurlijk,

Informatiebord Airbornepad
Informatiebord Airbornepad

Vlak bij de driesprong staat een  informatiebord over het Airbornepad:  de  lange afstandstocht, die in noordelijke richting van Ommel (B) naar Arnhem loopt. Voor de voettocht rond de Canadese Begraafplaats volgt de wandelaar het Pieterpad in de  richting Groesbeek. Rechts  op de helling doemt het kruisbeeld van het oorlogskerkhof op. Aan de linkerzijde ligt een klein maar dicht bosgebied, waarin verdwalen onmogelijk lijkt.

Uitzicht bij regenachtig weer vanaf de Hoge Klauw naar Reichswald
Uitzicht bij regenachtig weer vanaf de Hoge Klauw naar Reichswald

Na het bos vangt het oog plotseling – wanneer de weersomstandigheden dat toelaten – een boeiend beeld: het uitzicht op het glooiend landschap tussen Groesbeek en het Duitse Kranenburg. In de verte is het uitgestrekte Reichswald zichtbaar, en ook de hoge stuwwal tussen Donsbruggen en Kleef: de voortzetting van de stuwwal bij Nijmegen en Berg en Dal.  Na 200 meter eindigt de Hoge Klauw, een oude route naar de Holdeurn.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur

De Pieterpadgangers kruisen de Derde Baan en vervolgen de zandweg naar Groesbeek, op korte afstand van Camping de Hoge Hof.  De lopers van het rondje om de Canadese Begraafplaats slaan op de Derde Baan – een geasfalteerde weg, met links nog de resten van wat ooit een fietspad was –  rechtsaf om na een paar honderd meter plotseling oog in oog te staan met honderden kalebassen en pompoenen: fraaie, decoratieve exemplaren, maar ook eetbare pompoenen te kust en te keur in allerlei kleuren, vormen en maten.

Kalebassen langs de Zevenheuvelenweg
Kalebassen langs de Zevenheuvelenweg

De fraaie vruchten – een ongedachte kruising tussen groente en fruit –  worden op het tegenover de hoeve gelegen weiland gekweekt. Het oude cultuurgewas is volgens de kenners in steeds meer keukens te vinden. Pompoensoep is een culinaire lekkernij, en de verwantschap met courgettes maakt pompoenen tot een geliefde groente van mensen, die van veel variatie houden: van flespompoen tot spaghetti

Canadese Oorlogskerkhof, gezien vanaf het erekruis, in de richting van de Zevenheuvelenweg
Canadese Oorlogskerkhof, gezien vanaf het erekruis, in de richting van de Zevenheuvelenweg

Volgt de wandelaar het spoor van de rekken met pompoenen langs de Zevenheuvelenweg, dan komt hij vanzelf weer bij het begin van het rondje van 3,5 km: de parkeerplaats van de het indrukwekkende ereveld, waar een groot aantal gesneuvelde Canadese en andere geallieerde militairen na de Tweede Wereldoorlog hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een bezoek aan de monumentale, fraai onderhouden begraafplaats, is alleszins de moeite waard, om vanaf de heuvel terug te zien op een groot deel van de wandeling, en ook om eer te bewijzen aan de soldaten, die hun leven hebben gegeven voor de vrijheid.

Volvo V60 D6 TE – Mooie hybride stroomkar

Volvo V60 D6 Twin Engine met de aanduiding Plugin Hybride (Foto: Bert Jan Nijhuis)
Volvo V60 D6 Twin Engine met de aanduiding Plug-in Hybrid (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Stroomkar: dat wordt misschien een nieuw woord voor de Dikke van Dale. De  term is gemunt door het Financieel Dagblad in de ankeiler voor een bericht over de toekomst van elektrische auto’s. Die toekomst lijkt verzekerd nu zelfs Porsche, Mercedes en Audi zich wagen op de tot nu toe door het Amerikaanse Tesla beheerste markt. De toplieden van de Duitse merken toonden op de Frankfurt Motor Show 2015 elektrische ‘concept cars’, die pas in 2018 en 2019 met de Tesla’s moeten gaan concurreren. De Porsche Mission E spant de kroon met een actieradius van 500 km en een topsnelheid van 250 km per uur. Intussen rijden in Nederland naast een aantal Tesla’s al aardig wat plug-in hybrides rond: (zelfs thuis) oplaadbare auto’s met een beperkte actieradius, maar met een gewone benzine- of dieselmotor, die wanneer het moet moeiteloos de aandrijving overneemt.

De Volvo V60 D6 TE trekt de aandacht van in- en outsiders (Foto: Bert Jan Nijhuis)
De Volvo V60 D6 TE trekt de aandacht van in- en outsiders (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Zelf kon ik als vroege bestrijder van luchtverontreiniging door het verkeer – ik doel op pleidooien voor  terugdringing van NOx en SO2 – niet langer achterblijven. Beperking van de CO2-emissie is nu de ‘driver’ achter de elektrificatie, ook door de strenge eisen, die de Europese overheid de autofabrikanten oplegt. Dank zij forse fiscale stimulering maakten de plug-in hybride auto’s – vooral de Misubishi Outlander en de Volvo V60 Plug-in-Hybride – vanaf 2013 een snelle opmars in het Nederlandse wagenpark. Enkele maanden geleden was het zover: het  besluit om de Volvo XC 70 – de auto waaraan ik gehecht was geraakt – in te ruilen voor de Volvo V60 D6 TE, de nieuwe naam van de Volvo Plug-in Hybrid. Twin Engine benadrukt naast D6 (5 cilinders + 1 electromotor) de vier-wiel-aandrijving, een extra koopimpuls. Dat de recente ‘autobrief’ van het kabinet vanaf 2016 de fiscale stimulering gedeeltelijk terugdraait, is jammer en kortzichtig. Maar dat doet aan het genoegen, dat aan de ‘hybride stroomkar’ te beleven valt, niets af.

Oog voor het binnenwerk, dat hoort er ook bij (Foto: Bert Jan Nijhuis)
Oog voor het binnenwerk, dat hoort er ook bij (Foto: Bert Jan Nijhuis)

De trouw aan Volvo sinds 1998 – eerst V40, daarna twee keer XC70 – maakte de keuze voor de V60 Plug-in Hybrid gemakkelijk. Een serieuze proefrit leek al voldoende. Enkele  ‘internet reviews’ – gebruikelijk bij lange termijn investeringen – leverden extra informatie om de knoop snel door te hakken. De keuze van de kleur zorgde  voor meer hoofdbrekens dan de beslissing om te gaan rijden op zelf opgewekte zonnestroom en diesel. De voortekenen riepen wel een gemengd beeld op. Volgens Volvo zou de V60 D6 TE slechts 48 gram CO2 uitstoten bij een verbruik van 1 op 55, en de actieradius op stroom zou 50 km bedragen. Welnu, na ca 3500 km noteer ik een verbruik van 2,5 liter diesel op 100 km, dus 1 op 40: nog een mooi cijfer, vergeleken met hogere cijfers in enkele ‘reviews, maar toch wat minder dan de gewekte verwachting. De 50 ‘stroomkilometers’ haal ik meestal wel, afhankelijk van de rijomstandigheden.

Volvo V60 D6 TE aan de kabel op Staanplaats 25 in Uddel (Foto: Ad Lansink)
Volvo V60 D6 TE aan de kabel op Staanplaats 25 in Uddel (Foto: Ad Lansink)

Het rijden zelf is een feest, in alle opzichten: besturing, wegligging, veiligheid, geluidsniveau, noem maar op. Laden is een kwestie van ‘slapend vullen’ tenzij ik de accu van zelf opgewekte zonne-stroom wil voorzien. Dan moet de stekker  overdag in het geaarde stopcontact, en moet ook de zon redelijk schijnen. Een laadpaal is voor geduldige lieden niet nodig, een laadpas wel wanneer de accu onderweg opgeladen moet worden. Wie korte afstanden rijdt in zijn ‘bijna stroomkar’, zal trouwens nog maar weinig diesel hoeven te tanken. Moet dat toch gebeuren, dan is levert rustig rijden mooie verbruikscijfers op. De Ecoguide is daarbij een prima hulpmiddel. Met Volvo in Call – een digitale afstandsbediening – is na de ontspannen rit het stroom- en brandstofverbruik op de kilometer nauwkeurig af te lezen: een andere innovatie, waarmee Volvo de milieubewuste rijders verder helpt op de weg van de logistieke verduurzaming. De ‘hybride stroomkar’ van Volvo kan de toets van de kritiek voluit doorstaan.

Rondje Uddel

Rondje Uddel: vertrek bij Recreatiepark Uddelermeer en volg de vlaggetjes. Eerst naar de Uddelermeerweg, dan via een klein bospad door een uitloper van Landgoed Staverden naar de zandweg, die overgaat in de Veenkamp. Dan naar Uddel, en terug naar de start via de Garderenseweg.

In de ANWB-gids van de Veluwe – een oud exemplaar (1993) – scoort Uddel niet hoog. ‘Het 1200 jaar oude Uddel heeft de bezoeker weinig te bieden, behalve een paar eeuwenoude boerderijen, de omringende natuur en het beroemde Uddelermeer’, aldus auteur Michiel Hegener, die ook het Blekemeer en de ringwalburcht nog even noemt. Die  burcht staat bekend onder de naam Hunneschans. De ‘omringende natuur’ mag er trouwens wel zijn, in meer opzichten.  Neem bij voorbeeld het uitgestrekte Kroondomein, de fraaie Elspeterheide en het befaamde Landgoed Staverden, dat tot de gemeente Ermelo behoort maar toch direct grenst aan Uddel, de ‘dorpse’ uithoek van de gemeente Apeldoorn. Uddel heeft meer te bieden dan menigeen denkt.

Regenval maakt landweg bij Uddel moeilijke begaanbaar
Regenval maakt landweg bij Uddel moeilijke begaanbaar

Wie bos en heide even rechts laat liggen vanaf de Garderenseweg en via een bospad door een uitloper van het Landgoed Staverden naar Uddel wandelt, ontdekt  langs de  stille en verlaten zandweg enkele, tamelijk grootschalige boerenbedrijven, die in de zomer door het hoog opgeschoten mais bijna allemaal aan het zicht worden onttrokken. Mais en mesterijen: het zijn de trefwoorden van   een deel van de Veluwse bedrijvigheid.

IMAG0125 (1)
Mais, boven en onder water

Augustus 2015 heeft zich niet steeds van haar beste zijde laten zien. Op sommige dagen vielen enkele tientallen millimeters regen. Voor mais is dat mooi, maar voor wandelaars niet. Op enkele plaatsen kon de zandweg naar Uddel, dank zij een harde leemlaag, het regenwater niet verwerken met als gevolg: grote,  moeilijk doorwaadbare plassen, die de weer blauwe lucht donker weerspiegelen. Een kwestie van lichtval of kijkhoek?

Rode bessen langs Veenkamp in Uddel

Maar die tijdelijke plassen, miniversies van het Uddelermeer en het Bleekemeer hebben ook hun bekoring, al was het alleen al om zuring en mais onder een andere hoek te kunnen bekijken.  De modderige sporen van een tractor verraden menselijke aanwezigheid. Want zelfsturende trekkers zijn in tegenstelling tot damherten en wilde zwijnen op de Veluwe nog niet gesignaleerd. Rode bessen langs het ‘Rondje Uddel’ leren intussen, dat niet alleen mais de dienst uitmaakt.

Het nieuwe informatie bord over het Uddelermeer, bij het pad naar de Hunnerschans
Het nieuwe informatie bord over het Uddelermeer, bij het pad naar de Hunnerschans

Heeft de wandelaar de Harderwijkerweg bereikt, dan is hij of zij meteen ook in het centrum van Uddel, met ‘de Coop’ als kern. Even verder bevindt zich een ander trefpunt, Cafe en Cafetaria De Viersprong: rustplek voor lopers en fietsers. De (voet- en fiets-)tocht van ca 6 km gaat verder over het fietspad langs de Garderenseweg, met links de bossen van het Kroondomein. Aan de rechterhand doemt het vroegere hotel Bleeke Hoeve op, nu een eigentijdse voorziening met ‘bed and breakfeast’. Laat de tijd het toe, dan is een extra tocht naar het Uddelermeer – een z.g. pingoruine – aan te raden, voordat het ‘Rondje Uddel’ via het Blekemeer helemaal rond is.

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »