Bedreigen ‘sprinkhanen’ Attero?

Recycling 'gefragmenteerde groeimarkt' (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

Recycling ‘gefragmenteerde groeimarkt’ (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

Twee jaar geleden schreef ik in Recycling Magazine Benelux een kritische column over het besluit van de Attero-aandeelhouders om de met publieke middelen gefinancierde afvalonderneming te verkopen aan Waterland, een private-equity-zaak, die bekend staat om het aankopen en weer verkopen van bedrijven. De overdracht van Attero aan Waterland, naar eigen zeggen ‘actief in gefragmenteerde groeimarkten’, riep allerhande vragen op. Passen afvalbeheer en recycling wel in het portfolio van Waterland? Is de interesse in afvalverwerking tijdelijk of blijvend? Was Attero niet meer waard dan de €170 mln euro, die Waterland betaalde voor het bedrijf, dat om meer dan historische redenen van betekenis was en is voor duurzaam afvalbeheer? Zou Waterland het risico van de nazorg op stortplaatsen volledig overnemen? Zou Waterland gelet op zijn ‘track record’ afvalverwerking, recycling en ketenbeheer tot in lengte van jaren waarborgen? Rob Thielen, CEO van Waterland, zag goede mogelijkheden voor groei, via inzet van scheidingstechnologieen en internationalisatie. Het deed mij denken aan het optimisme van Ruud Sondag, toen hij de Van Gansewinkelgroep bestuurde voor nog befaamder private-equity-partners.

VAM Compost : karakteristieke blikvanger van Attero in Wijster (Bron: www.afvalonline.nl)

VAM Compost : karakteristieke blikvanger van Attero in Wijster (Bron: www.afvalonline.nl)

Attero-topman Pierre Vincent hechtte in 2013 terecht veel waarde aan continuïteit en werkgelegenheid. Maar die trefwoorden pleitten – zo schreef ik –  voor aansluiting bij in afvalbeheer gespecialiseerde ondernemingen. Private-equity-bedrijven zien vaak hun aankoop als een tijdelijke investering, die vroeg of laat te gelde moet worden gemaakt. Waterland gaf begin 2014 te kennen, dat bij noch na de aankoop schulden zouden worden overgeheveld naar Attero. Dat de aankoop uit het eigen vermogen van Waterland werd betaald, was mooi maar blijkt achteraf geen geruststelling. Integendeel. Want onlangs meldden RTV Drenthe en FNV, dat als gevolg van winstmaximalisatie en superdividenden de motivatie van de medewerkers behoorlijk is aangetast. Voor innovatie – broodnodig in de boeiende wereld van het afvalbeheer – dreigt een tekort aan middelen. Conclusie: Attero krimpt, terwijl groei en continuïteit waren beloofd.

Over voetafdruk gesproken AL

Attero verdient een betere en goed onderhouden route naar een duurzame toekomst (Foto: Ad Lansink)

Intussen raken de bedrijfsreserves uitgeput door de uitkering van superdividend tot een bedrag van €183 mln, ruim boven de som die Waterland betaalde voor de aankoop van Attero. Volgens FNV is voor de  betaling van het superdividend maar liefst €49,9 mln onttrokken aan de voorziening voor nazorg van stortplaatsen. Bedenkelijk nieuws, dat het beeld van ‘sprinkhanen’, negative koosnaam voor private-equity-bedrijven, bevestigt. Twee jaar geleden leek het erop, dat Waterland in Attero een duurzame kernactiviteit zou zien, een serieuze deelneming gedurende een lange reeks van jaren zonder de dreiging van voortijdige vervreemding. Die hoop lijkt begraven onder de stortplaatsen van Attero. De vroegere aandeelhouders wisten volgens Waterland, dat de nieuwe eigenaar €85 mln van de reserves zou overhevelen naar eigen rekening. Of die publieke aandeelhouders ook weet hadden van het instrument – het superdividend – is onzeker. De oude eigenaren – gemeenten en provincies –  zijn als verkoper medeverantwoordelijk voor de (onzekere?) toekomst van Attero.  De tijd zal leren, of oude en nieuwe aandeelhouders ‘sprinkhanen’ zijn. De plaag is nog niet voorbij.

In gedachten terug naar Arnhem

Zicht op Rijn en Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij - Op de voorgrond Trans en Weerdjesstraat - (GA 7949, Dick Renes)

Arnhemse Stoomsleephellinv Maatschappij, in 1964 gefotografeerd vanaf de Eusebiustoren – Op de voorgrond Trans en Weerdjesstraat – (GA 7949, Dick Renes)

Zou dat kunnen: in gedachten terug naar Arnhem, waar ik in 1934 zoals dat heet het levenslicht zag? Kon ik daar al weten, dat ik het grootste deel van mijn leven in Nijmegen zou wonen: de stad die in veel opzichten de tegenpool van het Gelderse Haagje lijkt. Of zelfs is. Het antwoord op de eerste vraag is achteraf bevestigend. In gedachten terug naar Arnhem: dat kan, in werkelijkheid trouwens ook, want de afstand tussen de door twee rivieren gescheiden stadscentra is op allerlei manieren, zelfs te voet of met de fiets, te overbruggen. Als het moet ook snel, met bus, auto of trein. In mijn 25 Arnhemse jaren – van 1934 tot 1959 – kon ik niet voorzien, dat ik na het afstuderen in Utrecht meteen in Nijmegen terecht zou komen, en daar ook zou blijven wonen tot op de dag van vandaag.

Trolleybus 103 op lijn 1 Arnhem - Oosterbeek (GA 7449 - Fotograaf onbekend)

Trolleybus 103 op lijn 1 van Arnhem naar Oosterbeek, 1963 (GA 7449 – Fotograaf onbekend)

Waarom deze woorden? Wel: enkele maanden geleden vertelde uitgever Gerrit Middelbeek mij, dat hij –  gestimuleerd door het succes van het fotoboek ‘Nijmegen 1950-1960: Beelden van een stad tussen ooit en nu’ met teksten van Thomas Verbogt en Jan Roelofs – ook de wederopbouw van Arnhem in beeld wilde brengen. Hij zocht een auteur voor het voorwoord en de tekstgedeelten, en herinnerde zich mijn komaf. ‘Volgens mij heb je in die jaren van wederopbouw in Arnhem op school gezeten’, zei hij. ‘Bovendien kun je redelijk schrijven. Wil je nadenken over mijn vraag?’ Dat wilde ik wel, op voorwaarde dat ik pas hoefde te antwoorden nadat ik zijn selectie van foto’s uit het Gelders Archief had gezien. Arnhem was nooit uit mijn gezichtsveld geraakt, letterlijk noch figuurlijk. Maar herinneringen koppelen aan oude beelden zonder in fictie te vervallen: dat leek me toch een pittige opgave.

Tin gieten bij Milliton : Hollandse Metallurgische Bedrijven, 1949 (GA 17882, Dick Renes)

Tin gieten bij Billiton – Hollandse Metallurgische Bedrijven (GA 17882, Dick Renes)

Op een herfstige dag troffen we elkaar in Druten achter zijn computerscherm, waar de uit het Gelders Archief afkomstige foto’s van Steffen, Renes en Jaquet goed tot hun recht kwamen. Arnhem kwam voor mij weer tot leven, ook al waren  ruim 60 jaren voorbijgegaan. De Markt, de singels,  Velper- en Willemsplein, de Rijnkade, AKU en Billiton, Klarendal, Lombok, Geitenkamp, Sonsbeek en niet te vergeten de trolleybus: allemaal aanknopingspunten voor herinneringen aan de jaren van de Arnhemse wederopbouw, en aan de tijd, die aan het herstel van de gedeeltelijk verwoeste stad voorafging. Ik had de oorlog en de evacuatie in 1944 bewust beleefd. De Slag om Arnhem was in mijn geheugen  gegrift. Het verzoek om naast enkele columns bij de zwart-wit beelden ook een voorwoord te schrijven bood mij de ruimte om de wederopbouw in een historische en tegelijk persoonlijke context te plaatsen: ‘Van vroeger naar later’, een beschouwing van de onvoorspelbare weg tussen ooit en nu.

Bedrijvigheid op de Korenmarkt, 1955 (GA 6427 - Fotograaf onbekend)

Bedrijvigheid op de Korenmarkt, Arnhem, 1955
(GA 6427 – Fotograaf onbekend)

In gedachten terug naar Arnhem: dat kon dus. Toch ben ik enkele keren weer naar Arnhem gegaan om de persoonlijke herinneringen te verbinden aan vandaag en hopelijk morgen. Arnhem heeft in de afgelopen jaren veel veranderingen ondergaan. Maar ontegenzeggelijk is in de goede zin van het woord ook veel bij het oude gebleven. De Geitenkamp en de Paasberg – de wijken van mijn jeugd – zijn nauwelijks veranderd. Datzelfde geldt voor Klarendal en Lombok en aardig wat andere plaatsen. Dat desondanks de tijd niet heeft stilgestaan, blijkt uit het fotoboek ‘Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’, dat Gerrit Middelbeek met veel zorg heeft samengesteld. Ik heb met veel genoegen een reeks herinneringen opgetekend, een aanvulling op de fraaie foto’s die vrijwel zonder uitzondering voor zichzelf spreken.

Omslag Arnhem 1950 - 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu (BnM Uitgevers, 2016)

Omslag Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu (BnM Uitgevers, 2016)

Op de as van vroeger naar later veranderen de tijden, en met de tijden de mensen en – soms, niet altijd – hun omgeving. Het nu van vandaag is morgen al weer geschiedenis zoals de jaren 1950 tot 1960 geschiedenis zijn voor mensen, die de jaren van de Arnhemse wederopbouw hebben meegemaakt. Zij zien waarschijnlijk met gepaste trots maar ook met weemoed terug op die ‘naoorlogse’ jaren, waarin de stad aan de Rijn de grondslag legde voor de tijd van nu. Met Gerrit Middelbeek van BNM-Uitgevers zal ik op zondag 17 april 2016 ‘Arnhem 1950 – 1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’ presenteren in Boekhandel Het Colofon, Bakkerstraat 56 in Arnhem, een van de straten, waar ik vroeger al op zoek was naar boeken en oude kaarten.

Jos van Gennip: Ruimte voor herorientatie

Het Binnenhof in den Haag

Het Binnenhof in den Haag zonder de waan van de dag

Onlangs vroeg het Reformatorisch Dagblad mij of het vertrek van Kamerleden in de tijd van mijn Kamerlidmaatschap ook vaak voorkwam. In moest die vraag genuanceerd beantwoorden: tussentijds vertrek af en toe, maar bij verkiezingen zag ik toen al pittige verschuivingen. Gevolg: verkorting van de gemiddelde zittingsduur van ruim 10 naar nog geen 4 jaar. Dat de tijden veranderd zijn, is geen nieuws, evenmin als de toenemende versnippering van het politieke landschap. Het is intussen veertig jaar geleden – de helft van een mensenleven – dat ik besloot de stap van Nijmegen naar den Haag te wagen. Van de beschutte omgeving van het Radboudziekenhuis naar wat toen nog een open en gewaardeerde plek was. De waan van de dag waarde in 1977 op het Binnenhof nog niet rond, en peilingen hadden nog geen  invloed op de besluitvorming. De politieke uitgangspunten van het CDA waren voor de KVP-er, die ik toen was, een mooi richtsnoer. En de sfeer was die van politici, die samen met hun protestantse vrienden aan iets nieuws begonnen. Met vallen en opstaan, dat wel, maar toch.

Logo Socio's: www.socires.nl

Logo Socio’s: www.socires.nl

De klassieke middenpartijen – CDA, met aan weerzijden PvdA en VVD – kijken vandaag met even nostalgische als jaloerse blik terug naar de tijd van het overzichtelijke politieke krachtenveld, nu de kiezers in de greep van middelpuntvliedende krachten zijn geraakt.  De keuzemogelijkheden lijken onbegrensd, evenals incidenten, die tegenwoordig de debatten lijken te beheersen. De politici van vandaag valt het zwaar om vast te houden aan de ideologische uitgangspunten van weleer. De woorden socialistisch, liberaal en christendemocratisch hebben aan betekenis ingeboet. Dat klemt temeer nu door de snelle wisselingen in het parlement het collectief geheugen is verzwakt. Politici van vroegere decennia –  de jaren zeventig tot negentig – kunnen zich moeilijk onttrekken aan een vergelijking tussen vroeger en nu, overigens in de wetenschap dat ook de samenleving  is veranderd.  De positie en de rol van kerken en vakbeweging maakt dat duidelijk. Individualisering is een van de grote ‘drivers’ van vandaag (misschien ook morgen) en verklaart  het draagvlak voor het neoliberalisme.

Jos van Gennip (Bron: Socires - www.socires.nl)

Jos van Gennip (Bron: Socires – www.socires.nl)

Tijdens de laatste reünie van de oud-KVP-Tweede Kamerleden, hield oud-senator Jos van Gennip een stevige voordracht over de wijze, waarop de christendemocratische kernwaarden in de loop van de jaren vertaling vonden het CDA. In een goed onderbouwd betoog, beantwoordde de oud-voorzitter van de Vrienden van het Katholiek Documentatie Centrum de vraag: ‘Wat is overgebleven van de katholieke erfenis in de politiek?’ Een viertal karakteristieken – cultuur, ambiance, positionering; waarden en inspiratie; herkenbaarheid politici; programmatische vertaling – en een reeks bekende speerpunten – buitenlandbeleid waaronder Europa; internationale samenwerking; sociaaleconomische ordening; financieel-economische beleid; sociaal beleid; cultuur- en onderwijspolitiek – leerde hem, dat er nogal wat mis is gegaan. De reünisten luisterden met instemming naar de man, die treffend de verschillen tussen 1980 en 2015 verwoordde. ‘Het blijft een mysterie’, aldus Jos van Gennip, ‘waarom de grote noties uit de katholieke sociale traditie zoals het gemeenschapsdenken te weinig doorstraalden’. De secularisering speelde onmiskenbaar een rol, naast de relatie met medeburgers met andere achtergrond.

20150425_161712 (1)

Herorientatie: ruimte voor niet-materieel waarden ( Object van Coen Vernooij – 2015 – Nijmegen)

Toch bood Jos van Gennip uitzicht op een heroriëntering: ‘Vermijd stoffigheid, sfeer van nostalgie en ontkenning van de hedendaagse realiteiten. Maar grijp wel die nieuwe kansen van inspiratie. Het perspectief van kansen en een verandering van onze politiek en de doorgaande vernieuwing in het katholieke denken, zou, als we dat willen, nog meer belovend kunnen zijn’. Biedt ruimte’, zo zei hij, ‘voor het verhaal, waarom het in de komende jaren gaat:

  • Een integrale en humane ecologie;
  • Perspectief van vooruitgang en veiligheid voor mensen in oorlog of fragiele gebieden;
  • Rechtvaardigheid en vrede, ook in het Midden-Oosten;
  • Herwaardering van het begrip arbeid en een insluitende economie;
  • Ruimte voor niet-materiële waarden in onze samenleving, vooral hoe wij een nieuwe vorm geven aan die oer-katholieke notie van gemeenschap en verbondenheid. Juist nu in onze gefragmenteerde, geïndividualiseerde en multiculturele samenleving’.

De volledige voordracht van Jos van Gennip voor de KVP-Tweede Kamer-Reünisten is via Essay Jos van Gennip KVP-reunie beschikbaar: een boeiend betoog, het lezen waard. Ik wijs ook op de website van Socires, studiecentrum voor communicatie en de vertaling van de dragende waarden vanuit onze sociale tradities. Socires is opgericht door Mr. J. van Gennip, Prof. Dr. E. Hirsch Ballin en Pof. Dr. H. Vroom

Gloriejaren plugin hybride voorbij? Nee toch?

Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)

Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)

Is me dat even schrikken? Rijd ik nog geen negen maanden met veel plezier in een Volvo V60 Plugin Hybride, en valt in Lux – de NRC zaterdagbijlage – mijn oog op een grote kop: ‘De gloriejaren van de plugin zijn voorbij’. Nu al voorbij? Wat is dat voor een verhaal, en nog wel van de hand van Bas van Putten, een onmiskenbare autoriteit op autogebied. De samenvatting maakt veel, zij het niet alles duidelijk. De befaamde autojournalist zegt met zoveel woorden, dat veruit de meeste hybride-kopers uit waren op het fiscale voordeel van de hybride ‘stroomkarren’ en geen oog hadden voor het beoogde milieueffect. Wat heb je dan nog aan zo’n auto vraagt hij zich af? Mijn antwoord: heel veel, ook los van de fiscale faciliteiten, die trouwens na vijf jaar wegvallen. Dat geldt niet voor de auto, die – het is immers een Volvo – aanzienlijk langer meegaat. Ik doel op de sublieme rijeigenschappen, zelfs wanneer de voorraad stroom – 50 km is inderdaad aan de krappe kant – op is. De ‘ecoguide’ in de Volvo V60 D6 TE  en de door Bas van Putten geteste Volvo XC90 T8 TE helpt de automobilist ook aan lage gebruikscijfers wanneer hij op diesel is aangewezen.

Even dacht ik: zou de koppenmaker van de NRC schuldig zijn aan de vreemde kop. Dat is nauwelijks het geval. De kop is terug te vinden in van Putten’s bijdrage, zij het met toevoeging van het woord ‘niettemin’ en vervanging van ‘van’ door ‘voor. Na een korte beschouwing over de inderdaad te rooskleurige verbruikscijfers en de daarop gebaseerde bijtelling, die de verkoop van plugin hybrides – waaronder ook de Mitsubishi Outlander PHEV – heeft gestimuleerd, schrijft Bas van Putten: ‘De gloriejaren voor de plugin zijn niettemin voorbij’. Van of voor, dat scheelt wel een slok op een borrel, of in autotermen: enkele kilometers per liter. Het verschil tussen van en voor spreekt wellicht alleen taalliefhebbers aan. Automobilisten meten intussen de ‘glorie’ van hun voertuig af aan een reeks eigenschappen. Natuurlijk staan bij een plugin de verbruikscijfers, en de exploitatiekosten voorop. Maar dat wil niet zeggen, dat andere eigenschappen niet zouden tellen. Integendeel: het rijgedrag, het geluid, de uitrusting, de levensduur, de veiligheid en – jawel – ook de milieueffecten, vooral in de stedelijke leefomgeving.

Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad aan stroom

Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad stroom. Niet gek dus.

Zelf kan ik slechts oordelen over de Volvo V60 D6 TE. Welnu: het is een formidabele auto, die hopelijk nog veel ‘gloriejaren’ tegemoet gaat, met en zonder bijtelling. Wat ook telt: de zeer lage emissies in het stadsverkeer en op de regionale wegen, waar – wanneer de batterij leeg is – mooie verbruikscijfers kunnen worden gehaald. In de eerste maanden reed ik 1:40. Nu na 9200 km valt het gemiddelde verbruikscijfer met 1:30 lager uit als gevolg van een groter aantal langere tochten op autosnelwegen. Die cijfers pakken beter uit dan Bas van Putten in zijn (te) kritische verhaal aangeeft. Een grotere accucapaciteit is wenselijk, maar niet nodig om meer dan genoeg plezier aan de plugin hybride te beleven. Dat de overheid zijn hand overspeelde met de – naar later bleek – te ruimhartige fiscale prikkels kan niet aan de autofabrikanten worden verweten.

Met Stasiu I op pad in Knotsenburg

Nijmegen heet vier dagen lang Knotsenburg, naar het vroegere fort aan de overzijde van de Waal, waar nu de Spiegelwaal  – de internationaal befaamde nevengeul – een deel van het soms wassende water afvoert. Knotsenburg viert carnaval zoals dat ook in het Lampegat en andere grote of kleine ‘gaten’ wordt gevierd, onder aanvoering van een man, die vier volle dagen de scepter zwaait over zijn tijdelijke narrenrijk. Prins Sasiu I en zijn kabinet voeren de Knotsenburgers aan, geestdriftig en overtuigd van eigen kunnen. Zo hoort het ook, zelfs wanneer de weergoden niet voor honderd procent meewerken. Het motto ‘Knotsenburg Uit De Kunst’ zegt genoeg.

Prins ben je even, maar ex-prins voor het leven. Die woorden van Johan Klomp, de ‘feursitter’ van het Convent van Ex-Prinsen, kan ik volledig onderschrijven. Het is intussen 38 jaar geleden, dat Brandpunt – het  ooit fameuze  KRO-TV-programma – Willibrord Frequin en Charles Schwietert met een cameraploeg naar Nijmegen stuurde om serieus vast te leggen hoe een kersvers Tweede Kamerlid het er afbracht in zijn onverwachte en ongedachte rol als Prins Carnaval, onder meer bij de Waterjokers, de Grasschoppers en tijdens de carnavalsoptocht. Sinds 1978 ben ik in mijn geliefde Knotsenburg blijven hangen, als een van de vele deelgenoten van wat ook wel een harde kern wordt genoemd. Tot die harde kern behoren hoe dan ook de leden van het Prinsenconvent, die elkaar – zoals zij soms roepen –  vasthouden in goede en slechte tijden en dus ook oog hebben voor kleine en grote zorgen.

EPSON MFP imageDe goede tijden zijn inmiddels aangebroken.  Op de vrijdag voor de echte Knotsenburger Vierdaagse ontving de Hofraad 1500 gasten in de Vereeniging op het feestelijke Hofbal. Tussen de Sleuteloverdracht op zaterdag en de Ontluistering op dinsdag is er veel te beleven, en soms ook te doen.  Kom naar Knotsenburg en probeer op straat of in kroeg, tent of kerk – jawel: de Carnavalsmis hoort er ook bij – Prins Stasiu I of Jeugdprins Tije I te vinden, of anders een van de voorgangers, in welke gedaante of met welk hoofddeksel ook. Insiders herinneren zich  ongetwijfeld de naam en het jaartal van de afgebeelde ex-prinsen. Zo niet, dan toch van harte een driewerf Alaaf.

De Overkant van Marena Seeling bij Galerie de Natris

_MG_0152biDe spectaculaire veranderingen, die Nijmegen ten noorden van de Waal ondergaat met de ontwikkeling van de nevengeul – nu Spiegelwaal genaamd – zijn een oneindige bron van inspiratie voor Marena Seeling. De kunstenares, die een karakteristiek handschrift heeft ontwikkeld, ontdekte tijdens het graven van de nevengeul en de bouw van bruggen en oevers een heel nieuw landschap.

_MG_0190biGewapend met haar blote oog en met een camera trok Marena af en toe naar de rivier, die nu dwars door Nijmegen loopt in plaats van er omheen. Grote en kleine bruggen overspannen het water, dat zijn eindeloze weg blijft zoeken tussen de kade en de uiterwaarden, langs de betonnen keerwand en de stevige pijlers van de spoorbrug, en door de nieuwe Spiegelwaal

_MG_0273biNog voordat bewoners en bezoekers het nieuwe stadseiland en zijn naaste omgeving hebben leren kennen en waarderen, heeft de kunstenares al fraaie beelden geschetst van wat de toekomst aan indrukken en gevoelens gaat oproepen. Herkenbare en abstracte beelden wisselen elkaar af, met verrassende kleurstellingen, die andere vergezichten oproept, letterlijk en figuurlijk.

_MG_0278biDe aquarellen lijken eenvoudig, maar bevatten ook in detaillering onvermoede aspecten. Zij roepen een sfeer van ruimte op, maar ook van geborgenheid. Een alles omvattende  omschrijving van de aquarallen, schilderijen en objecten is, anders dan de titel ‘De Overkant’ van de expositie doet vermoeden,  niet te geven, nog afgezien van het feit dat ‘De Overkant’ zelf al een meervoudige betekenis kent.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

De invalshoek van de vier windstreken biedt de kunstenaar en de toeschouwer een breed scala aan indrukken. Datzelfde geldt voor het tijdstip van de dag, het jaargetijde of het weer. Het wekt dus geen verbazing, dat Marena Seeling het kleurrijke domein van  ‘De Overkant’ in meer dan honderd aquarellen heeft weten te vangen. De schilderijen in klein en groot formaat vormen een welkome aanvulling op de reeks aquarellen, een  verdieping tegelijk.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

Bij de goed bezochte opening van de expositie in Galerie de Natris aan de Nijmeegse van Dulckenstraat bracht Coen Vernooij ‘Lost Tapes’ ten gehore, een eigen compositie, gebaseerd op de bijzondere landschappen van Marena Seeling. Ook niet-geoefende luisteraars ontdekten met speels gemak de samenhang tussen de melodieën en tonen uit Coen’s baritonsaxofoon en de meervoudige verbeelding van ‘De Overkant’: de door mensen en machines geschapen nieuwe natuur in Nijmegen.

Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm

Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm : alle afbeeldingen op de rechterzijde

Werk van Marena Seeling (en Coen Vernooij) is tot en met 30 augustus 2017 te bezichtigen, bij EM Galerie, in Kollum (Friesland) . De galerie is  open op donderdag, vrijdag en zaterdag en voorts op afspraak.

 

 

Stopwoorden, stopzinnen en stoplappen

In Onze Taal, onmisbaar tijdschrift voor taalliefhebbers, kunnen lezers hun taalergernissen kwijt. In de boeiende rubriek wordt soms het gebruik van stopwoorden en stopzinnen aan de kaak gesteld. ‘Weet je’, stopwoord van jongeren. ‘Zeg maar’ van Jan en alleman. Of ‘nogmaals’ van voetbaltrainers, terwijl van herhaling geen sprake is. ‘Zeker weten’: geliefde stopzin van voetballers als antwoord op vragen naar de bekende weg. De Dikke van Dale noemt de stopzin een ‘zinnetje als stoplap’, weinig zeggende, cliché-achtige woorden, waarmee een dichtregel vol wordt gemaakt.  Stopzinnen zijn tegenwoordig ook buiten de poëzie te horen. ‘Ja, dat klopt’ bij voorbeeld, woorden waarmee de mening van TV-reporters wordt bevestigd. Een oudere stopzin is ‘ik heb zoiets van’, vaker uitgesproken door vrouwen dan mannen, maar een klassieker als het om overbodige woorden gaat. ‘Ik heb zoiets van’ laat maar waaien: wie dan leeft dan zorgt. Jonger zijn stopzinnen als ‘Hoe dom kun je zijn?’ en ‘Het zou zomaar kunnen dat’.  Columnisten en commentatoren gebruiken het eerste voorbeeld om een al dan niet geveinsde verbazing te verpakken in een retorische vraag: hoe dom kan een politicus zijn om de euro te willen afschaffen? Het andere voorbeeld – soms ingekort tot ‘zomaar’ – heeft ruime verspreiding gekregen in schrijf- en spreektaal. Het zou zomaar kunnen, dat …… Vul zelf maar in, al naargelang onderwerp of invalshoek. Het zou zomaar kunnen, dat Engeland uit de Eurozone stapt. Het zou ook zomaar kunnen, dat de Eerste Kamer (ooit) verdwijnt. Zijn stopzinnen toevallige dingen die voorbijgaan? Of verbeelden die overbodige woorden de onzekere tijdgeest? ‘Ik heb zoiets van’ ontstond tegen het einde van de jaren negentig, en verbreidde zich rond de eeuwwisseling. De woorden tekenden de afstandelijkheid en de onbezorgdheid van de jaren van voorspoed en vooruitgang. ‘Het zou zomaar kunnen’ daarentegen weerspiegelt de vluchtigheid van de huidige tijd. Het zou zomaar kunnen, dat de lineaire economie het onderspit delft voordat de circulaire economie het voortouw overneemt. En dat terwijl een plan B ontbreekt. Want dat is de nieuwste trend: je moet tegenwoordig een plan B achter de hand hebben, of je nu directeur van ADO bent die op Chinees geld wacht,  of premier Rutte bij de toelichting van zijn plannen met het Nederlands voorzitterschap van Europa. Wil iemand meetellen, dan heeft hij een Plan B gedacht of zelfs uitgedacht. Plan B: stopwoord noch stopzin, maar eerder een stoplap. Is het een echt alternatief, een vermetele noodsprong of een een truc om lastige vragen te omzeilen? Hoe durft een kwasi-columnist die vraag te stellen, laat staan te beantwoorden? Zeker weten, dat durft hij niet. Of wel soms?

Farewell to Ted Felen (1931 – 2016)

Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken (2015) Foto: Ger Loeffen

Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken: glas-in-loodraam voor het Hospice in Wychen (2015) Foto: Ger Loeffen

Het overlijdensbericht van Ted Felen overviel me. Ik had de even gedreven als befaamde Nijmeegse kunstenaar weliswaar enige tijd niet meer gezien en gesproken. Maar ik meende, dat hij het gelet op zijn leeftijd redelijk goed maakte. Dat was dus niet het geval, zo maakte ik op uit de woorden van zijn dochter Phoebe in de Gelderlander. Ik moest op de dagen na zijn overlijden steeds weer aan Ted denken. De talloze ontmoetingen en gesprekken maakten het moeilijk om te beseffen, dat hij plotseling niet meer zou aanbellen zoals hij soms deed. Even bijpraten of vertellen over waar hij mee bezig was: een nieuw project of de uitgave van een boek. Dat hij en passant vroeg om bij voorbaat in te tekenen, deerde mij niet. Want de ervaring had geleerd dat Ted Felen altijd zorgde voor een goede en mooie afronding van waar hij met vaste overtuiging aan begonnen was.

Ted Felen: Psalm 66 (985) Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen

Ted Felen: Psalm 66 – Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen (1985)

Onze eerste ontmoeting staat mij nog steeds bij. Het was niet in de City Bar waar ik veel kunstenaars heb leren kennen, maar tijdens een campagne voor de raadsverkiezingen in de jaren 70. Ik bemande in het Winkelcentrum Dukenburg een verkiezingskraam voor het CDA, in de buurt van juwelier Jaap Mooi, die later de beroemde glazenier als liefhebber van zangeres Annie Schilder zou ontmoeten. De pittige maar vriendelijke discussie met een even openhartige als charmante man, waar ik toen al tegen op keek, over allerlei politieke kwesties – plaatselijk maar ook landelijk – zou gevolgd worden door meer ontmoetingen, eerst toevallig maar later bewust, ook als leden van het Haringgenootschap van Peter van de Laar. Ted Felen was een aangename gesprekspartner, die zijn soms felle mening niet onder stoelen of banken stak maar tegelijk open stond voor argumenten. Zijn eruditie en ervaring maakten hem tot een gezaghebbend iemand, die met passie zijn verhalen vertelde. Met dezelfde hartstocht en enthousiasme werkte hij aan glas-in-loodramen en aan opvallende schilderijen, veelal grondslag voor zeefdrukken met de cirkel als onmiskenbaar inspiratiebron.

Adieu - Black Friday - Farewell: Drie zeefdrukken van Ted Felen ter nagedachtenis aan zijn moeder

Triptiek triste: Farewell – Black Friday – Adieu: Drie zeefdrukken van Ted Felen (1992)ter nagedachtenis aan zijn moeder, die op 20 december 1991 was overleden

Dat hij ook goed kon schrijven, bleek uit zijn columns over zijn geliefde NEC in De Brug. Toen ik die columns las, kon ik niet weten dat de gedeelde belangstelling voor voetbal later zou leiden tot een verdubbeling van onze ontmoetingen. Ted Felen ontdekte namelijk, dat ik als vicevoorzitter van de KNVB en bondsridder vrijkaarten voor interlandwedstrijden kreeg.Hij meldde zich vlug als kandidaat-afnemer, met een zeefdruk als ruilobject. De eerste zeefdruk aanvaardde ik dankbaar, bij de tweede toonde ik grote aarzelingen. Ik vond het al mooi genoeg, dat ik de  goedgeefse kunstenaar met de toegangsbewijzen voor de Kuip of de Arena een plezier kon doen. Maar Ted  stond erop, dat ik een serie zou opbouwen.

No Nonsense - Farewell to Mr Ruud L. Zeefdruk, Ted Felen (1994)

No Nonsense, Farewell to Mr Ruud L.
Zeefdruk, Ted Felen (1994)

Op zeker moment kwam hij zelfs aanzetten met een fraaie map om de zeefdrukken te kunnen bewaren. Bij een van zijn bezoeken  heb ik Ted laten zien, hoe zijn reeks prenten – waaronder Adieu, Black Friday en  Farewell – een mooie plaats hebben gekregen in wat een keldergalerie lijkt maar niet is. De belangstelling voor het politieke wel en wee, in Nijmegen en den Haag, leverde bij elke ontmoeting gespreksstof op. Ted Felen kon zich vooral opwinden over het sociale beleid, van welke coalitie dan ook. Ik keek daarom des te meer op van zijn waardering voor staatssecretaris Lou de Graaf, die met zijn beleid – met name de afschaffing van de BKR-regeling – appelleerde aan de lijn van rechtvaardigheid, waarvoor Ted zich in onze gesprekken steeds sterk maakte. Ook Ruud Lubbers boeide hem, zo liet hij vaak merken, wanneer we weer eens aan het discussieren waren over het gedoe aan het Binnenhof. Liefhebbers van Ted’s zeefdrukken waren misschien verwonderd over de prent ‘No Nonsense’, waarmee hij in 1994 de langst zittende naoorlogse premier uitluidde en bedankte.  De ondertitel van de zeefdruk luidt ‘No Farewell to Mr L’.

Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd voor 'Beeldspraak' door Ad Lansink (2007)

Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd door Ger Loeffen voor ‘Beeldspraak’ door Ad Lansink

Toen ik begin 2007 Ted Felen vroeg of ik langs mocht komen voor Beeldspraak, het boek waarin ik een reeks van 25 gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen wilde vastleggen zei Ted onmiddellijk en enthousiast met zijn karakteristieke stem ja. De toezegging bleef staan, toen ik hem zei. dat van elke kunstenaar een werkstuk werd gevraagd voor het kunstproject van het Taborhuis. Dank zij de medewerking van alle kunstenaars – ook en in het bijzonder Ted Felen – is Beeldspraak een groot succes geworden.

EPSON MFP image

Cirkel van Ted Felen in foutdruk van Beeldspraak

Ik schrijf ‘in het bijzonder’ vanwege een anekdotisch voorval, waarbij Ted Felen betrokken was. Tijdens de signeersessie, waarbij alle kunstenaars hun interview een klein deel van de oplage zouden signeren, ontdekten Karin en Theo Elfrink, dat in een boek twee pagina’s niet bedrukt waren. Een dubbel toeval: vader en dochter, en hun pagina’s. Ter plekke besloot Ted, met hulp van Ronald Tolman, Rob Terwindt, Bob Lejeune, Sven Hoekstra, Andreas Hetfeld en Cor Litjens van dat exemplaar een ‘Speciale Aditie’ te maken: een geïllustreerde herinnering aan een van de vele ontmoetingen met Ted Felen.

Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)

Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)

Ted Felen blijft voor mij de monumentale, door veel mensen geliefde kunstenaar, die met zijn glas-in-loodramen op diverse plaatsen in Nederland grote indruk heeft gemaakt. Zijn signatuur – persoonlijk handschrift – is onmiskenbaar. Kijk maar naar zijn glas-in-loodramen in Huize Joachim en Anna aan de Groesbeekseweg, die we na de renovatie samen hebben  staan bewonderen. Of bezie in gepaste stilte de ramen in Huize Nijeveld aan de Heyendaalseweg, waarvan de toekomst ook is veilig gesteld, wanneer de nieuwbouwplannen tot uitvoering komen.

De eerste nacht

De eerste nacht

Dat Ted  prediker en waarheidszegger tegelijk was – en is want zijn werk  blijft – leert ook zijn schitterende Kruisweg,  in 1963 ontworpen voor en geplaatst in de Kerk van Maria ten Hemelopneming aan de Kaaplandstraat te Nijmegen. Na de afbraak van de kerk wad aanvankelijk onzeker wat met de 14 Staties zou gebeuren. Na wat geharrewar heeft de Dominicuskerk aan de Molkenboerstraat zich over de Ted’s Kruisweg ontfermd. Daar zijn de bijzondere voorbeelden van religieuze kunst nog steeds te bewonderen.

Ted Felen: Kruiswegstatie 12 Jezus sterft aan het kruis Dominicuskerk Nijmegen (19630

Ted Felen: Kruiswegstatie 12 (1963) – Jezus sterft aan het kruis – nu in Dominicuskerk te Nijmegen

Zijn schilderijen en zeefdrukken met de cirkel als leidend thema stralen verbondenheid en saamhorigheid uit, waarden die de samenleving hard nodig heeft. De glazenier en graficus, die niet van stellingen hield, maar wel van vraagstellingen heeft ons met zijn transparante verbeelding van de werkelijkheid doen beseffen, dat bescheidenheid des te meer telt, wanneer het resultaat van alle denk- en handwerk inspireert, en de verbeelding overstijgt. Het was een voorrecht om Ted Felen te hebben ontmoet en gekend. Het doorgeven van zijn geestkracht en boodschap is een opgave en uitdaging.

Oog voor elkaar – de angst voorbij

Nieuwjaarswens

Terugkijken om vooruit te kunnen: dat blijft een uitdaging, wanneer de omstandigheden binnen en buiten het domein van de eigen werkelijkheid eerder zorgelijk lijken dan dragelijk, eerder pessimistisch stemmen dan optimistisch ogen. Die uitdaging klemt temeer nu angst de samenleving in haar greep lijkt te houden. De (vooral) financiële crisis rond Griekenland en het moeilijk oplosbare vluchtelingenvraagstuk hebben in 2015 de onrust in Nederland – en eigenlijk in heel Europa – vergroot. Een politieke uitweg uit de maatschappelijke impasse ligt niet meteen voorhanden. Gelukkig staan af en toe mensen op, die helder verwoorden, wat ons te doen staat, persoonlijk en samen, in welk sociaal verband ook. Zelf ben ik – overigens niet alleen in 2015 – onder de indruk geraakt van het leiderschap en de zeggingskracht van Angela Merkel, die hardop durfde uit te spreken, waartoe saamhorigheid verplicht. En dat in een politieke omgeving, die aanvankelijk twijfels uitte over de voortvarendheid van de Duitse bondskanselier bij haar stellingname over de opvang van de onnoemelijk grote schare vluchtelingen. Ook Paus Franciscus wist telkens zijn talloze toehoorders te overtuigen met zijn boodschap van de medemenselijkheid en de integrale ecologie, zo treffend verwoord in de encycliek Laudatio Si. Bisschop Gerard de Korte noemt in een boeiend interview met Dagblad Trouw[1] Angela Merkel en Paus Franciscus terecht terecht inspirerende voorbeelden voor de Nederlandse christendemocraten, die nationaal in plaats van universeel denken.

EPSON MFP image

Column van Louise O. Fresco in NRC (1)

‘Iets minder angst graag’, luidt de kop boven het heldere vraaggesprek met de bisschop van Groningen. Angst is ook een van de trefwoorden in de scherpzinnige NRC-column[2] van Louise O. Fresco, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR en schrijfster. ‘Angst is een vorm van verbeelding’, aldus Fresco, ‘een ingeperkte verbeelding. Angst wint waar vrij denken geen ruimte krijgt, waar de fantasieplat getreden paden bewandelt en vooroordelen bevestigt, waar literatuur en kunst niet mogen bestaan’.

Column van Louise O. Fresco in NRC (2)

Column van Louise O. Fresco in NRC

Louise O. Fresco vraagt terecht om ‘een nieuw idealisme, een nieuwe verbeeldingskracht’, nadat zij helder heeft aangetoond waarom 2015 de geschiedenis zal ingaan als een afschuwelijk jaar. ‘Laat je niet meeslepen door al die negativiteit’ zegt de schrijver, de metafoor van het half volle en half lege glas meenemend in haar even korte als indrukwekkende betoog. Toeval of niet, maar toen ik Fresco’s column las en herlas, kreeg ik een mooie Nieuwjaarswens van Sophie van Kempen, de vormgeefster met wie ik in 2015 het boek ‘Het Verleden Voorbij, de Toekomst Tegemoet’ – over de geschiedenis en toekomst van het vroegere kloosterverzorgingsoord Huize Rosa te Nijmegen – maakte. Zij schreef mij:

Ik hoop voor 2016 dat de wereld weer meer in balans mag komen. Wij, ik hecht aan rituelen.  Ze geven houvast in een wereld die voortdurend in beweging is. In beweging – of in verwarring. Ook en vooral dat laatste. Want van 2015 kun je veel zeggen, maar niet dat het rustig en onopvallend – als een kabbelend beekje – is voorbijgegaan. Oorlog en geweld – ver weg en dichtbij, steeds dichterbij – blijven beeld- en nieuwsbepalend. Mensen wanhopig op de vlucht, gruwelijke moordpartijen door IS – in naam van God, of beter: met een beroep op God, de aanslagen in Parijs en elders, het zijn zaken en gebeurtenissen die voorgoed in ons collectieve geheugen liggen opgeslagen. Oog in oog in met de wereld van nu hoop ik dat we weer in een rustiger vaarwater mogen komen.

Nieuwjaarsgroet van Sophie van Kempen

Nieuwjaarsgroet van Sophie van Kempen

Met Sophie’s instemming maak ik haar woorden tot de mijne, en voeg daar de oproep tot saamhorigheid en gedeelde verantwoordelijkheid aan toe: oog voor elkaar, over de grenzen van het eigen gelijk en het eigen belang heen. Dan kunnen we het verleden van 2015 achter ons laten en in 2016 een goede toekomst tegemoet gaan.

[1] Trouw, 32 december 2015: ‘Iets minder angst graag’, Gesprek van Stijn Fens met Bisschop Gerard de Korte

[2] NRC, 30 december 2015: ‘Laat je niet meeslepen door al die negativiteit’, Column van Louise O. Fresco

Kerstgroep van Gerard Mathot in Petrus Canisiuskerk

20140101_012234

Kerststal van pater Gerard Mathot C.ss.R. in Petrus Canisiuskerk te Nijmegen (dec 2015)

Elk jaar maakt de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk de essentie van het Kerstfeest  zicht- en voelbaar in drie verschillende kerstgroepen, die elk op eigen wijze de geboorte van Jezus verbeelden. De kerstgroep van de Nijmeegse kunstenaar Wim van Woerkom (1905-1998), die destijds ook de kruiswegstaties en de glas in betonramen voor het nieuwbouw-deel van de kerk ontwierp, spande meestal de kroon. Of dat ook in 2015 zo is, valt te bezien. Want een van de drie ‘eigen’ kerstgroepen maakt dit jaar plaats voor de befaamde kerstgroep van pater Gerard Mathot C.ss.R. (1911-2000), die in de jaren 1963 tot 1967 een kerstgroep maakte voor zijn eigen kloostergemeenschap.

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, edemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003)

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, redemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003). Aan dit boek zijn enkele gegevens ontleend voor dit bericht.

De redemptoristen, die tot voor enige jaren de Nebo bewoonden en liturgie vierden in de Gerardus Majellakerk – beeldbepalend element van het indrukwekkende complex aan de Nijmeegse Baan – hebben de bijzondere kerststal van priester-kunstenaar Gerard Mathot in bruikleen gegeven aan de jezuieten van de Petrus Canisiuskerk, op voorwaarde, dat zij de kerstgroep van hun vroegere medebroeder soms afstaan aan en met hun technische ploeg opstellen in Klooster Wittem, de hoofdvestiging van de redemptoristen. Het aanbod is in dank aanvaard in de verwachting, dat veel bezoekers van het Nijmeegs stadscentrum Gerard Mathot’s verbeelding van het kerstmysterie gaan bewonderen.

20140101_012412

Detail: Een van de Wijzen uit het oosten

Gerard Mathot C.ss.R was in de tweede helft van de vorige eeuw niet alleen een geliefd priester – onder meer als rector van de Maartenskliniek – maar ook een gerespecteerd kunstenaar, die in Nijmegen en daarbuiten zijn sporen in meer opzichten heeft verdiend, ook in de kunstwereld. Bij het ontwerpen van zijn kerstgroep – een fraaie combinatie van decor, figuren en kostumering – koos de priester-kunstenaar voor de formule van een toneelvoorstelling, of beter: een mysteriespel, zoals dat in de middeleeuwen in kerken werd opgevoerd, en later ook op markten.

Detail: Engel met zeshoekig kruis

De geschiedenis speelde in de beleving van de toeschouwers een belangrijke rol. Daarom legde de kunstenaar een koppeling naar het verleden. Hij verbeeldde in het opvallende decor een kapel, die herinneringen oproept aan de vroegere paleiskapel op het Valkhof. De nu nog bestaande ruïne is de apsis en een deel van het vroegere priesterkoor. Het decor van Gerard Mathot verbeeldt de bouwval van een koninklijk paleis,  waarin een eenvoudige  stal is ingericht. Hij gaf daarmee de relatie aan tot de afstamming van Christus uit het koninklijk huis van David, waarvan de luister verloren was gegaan. De boomstronk herinnert aan Isaias 11.1: ‘Van de gevelde boom blijft een stronk over’, niet meer dan dat.

Detail: Jozef en Maria met Kind

Detail: Jozef en Maria met Kind

Het betrekkelijk eenvoudige decor is gemaakt van papier mache. De  figuren van gips zijn beschilderd met waterverf. Paula Swenker – haar familie was bevriend met ‘buurman’ Gerard Mathot – zorgde voor de mooie kostumering. De opstelling in de Petrus Canisiuskerk wijkt enigszins af van de wijze, waarop de priester-kunstenaar in de Nebo  de traditionele figuren  in het verrassende decor plaatste. Josef, Maria en het kind hebben hun plaats onder de Engel – met de zeshoekige, uit twee gelijkwaardige driehoeken opgebouwde Davidsster (zie nadere Toelichting) – behouden.

Detail: Herdering met os en schaap

Detail: Herdering met os en schaap

De Wijzen uit het Oosten met hun bekende gaven  – goud, wierook en mirre, symbool voor koningseer, eerbied en lijden  – krijgen in de Molenstraatkerk meer ruimte. De os en de ezel, symbool van de volken, die zich wel tot Christus hebben bekeerd, komen in het evangelie niet voor, wel in de beginregels van het boek Isaias: “Hoort, hemelen, en neig uw oor, aarde. Want de Heer spreekt. Ik heb kinderen voortgebracht en opgevoed, maar ze zijn van Mij afvallig geworden. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn Heer, maar Israël heeft geen besef, mijn volk geen inzicht”. In een begeleidend schrijven schreef Gerard Mathot: ‘Zo staan die dieren daar als voorbeeld en vermaan’.

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

De os en de ezel krijgen in een actuele column van Jan Stuyt SJ ook speciale aandacht. De oud-pastoor van de Petrus Canisiuskerk schrijft in Ignis Webmagazine, tijdschrift van de jezuïeten over geloof en samenleving, in een boeiende bijdrage, getiteld ‘Herders, wijzen en ander schorriemorrie’,  over de betekenis van de kerststal voor de vluchtelingenproblematiek, met een bijzondere etymologie van het woord ‘schorriemorrie’:

De ezel volgens Gerard Mathot

De een volgens Gerard Mathot

In de kerststal staan en knielen ze naast elkaar: rijk en arm, vluchteling, gastarbeider en expat. De meerderheid bestaat uit jonge mannen. De scène wordt compleet gemaakt met de os en de ezel – de reisdocumenten van deze twee grote huisdieren zijn niet te vinden in het Evangelie, maar in de aanhef van de boekrol van Jesaja: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.” In het Hebreeuws worden ossen en ezels vertaald als: sjorim we chamorim, oftewel schorriemorrie.

De os volgens Gerard Mathot

De os volgens Gerard Mathot

Terug naar de wijze woorden van Gerard Mathot: Voorbeeld en vermaan. Dat zijn niet de enige woorden die te denken en te doen geven bij de verbeelding van wat twintig eeuwen geleden in Betlehem gebeurde. De verkondiging van de Blijde Boodschap is ook een oproep tot vrede op aarde, tot gerechtigheid waar dan ook en tot vreugde alom. De kerststallen in de Petrus Canisiuskerk – voor het eerst die van Gerard Mathot (bij binnenkomst aan de rechterzijde van het schip), van Wim van Woerkom ( aan de linkerzijde) en van de firma Lang uit Oberammergau  (in het kerkportaal)  – nodigen hopelijk veel voorbijgangers uit voor een bezinning op de tijd die komen gaat.