Paus Franciscus: zichzelf onder ordegenoten en wetenschappers

Paus Franciscus begroet ordegenoot Pater Theo van Drunen SJ pastoor van de Molenstraat kerk, bij zijn bezoek aan de Generale Congregatie van de Jezuieten in het najaar van 2016 te Rome

Een kleine vier jaar geleden – op 14 maart 2013 – schreef ik een kort bericht onder de titel ‘Habemus Papam: Paus Franciscus. De keuze van de kardinalen voor de Jezuïet uit Brazilië was een verrassing, niet alleen voor de wereldwijde katholieke geloofsgemeenschap maar ook voor niet-katholieke mensen, al dan niet gelovig, en van velerlei komaf. Paus Franciscus maakte al in het eerste jaar van zijn pontificaat duidelijk, dat hij in enkele, niet onbelangrijke opzichten, een andere herder zou zijn dan zijn voorgangers. Zijn altijd vriendelijke gezicht straalt naast onbevangenheid oprechte aandacht uit, zijn leefwijze soberheid en barmhartigheid. Nu de vierde jaardag van zijn pontificaat nadert, kan Paus Franciscus bogen op een grote schare fans, in Italië, Europa, feitelijk over de hele wereld. Zijn bezoeken, vaak ver van huis bewijzen dat evenzeer als de grote belangstelling voor en instemming met zijn Kerst- en Paasboodschappen. Zijn encyclieken Evangelii Gaudium en Laudato Si werden alom met waardering ontvangen.

Achterzijde Liturgieboekje 7-8 januari 2017

Niet het befaamde Canisiuscollege – leerschool voor bekende politici – maar de min of meer toevallige betrokkenheid bij de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen bracht mij in aanraking met de Orde van de Jezuïeten. De verre opvolgers van Petrus Canisius – de uit Nijmegen afkomstige ‘Europese’ Jezuïet – verzorgen al sinds mensenheugenis de stadsparochie aan de Molenstraat, in het hart van de Nijmeegse binnenstad. Zij blijven dat doen, ook nu de  aanvankelijke parochie van de Jezuïeten is opgegaan in de St Stephanusparochie. De fusie van acht stedelijke parochies kreeg haar beslag onder het bewind van deken en pastoor Jan Stuyt, nu secretaris van de Nederlands-Vlaamse provincie van de Jezuïeten. Dat paus Franciscus ook Jezuïet is schept een bijzondere band, zo bleek onder meer bij en na de moord op Pater Frans van de Lugt S.J., toen Jan Stuyt tijdens een ontmoeting met de Jesuit Refugee Service Paus Franciscus het boek over de geliefde ordegenoot mocht overhandigen.

De paus en de oerknal: Column van Robber Dijkgraaf, NRC 14 januari 2017

Overigens kunnen niet alle katholieken de inzet en inspiratie van Paus Franciscus waarderen. Op een bijeenkomst van Civitas Christiana, een genootschap van orthodoxe katholieken voorspelde kerkhistoricus Roberto de Mattei, dat de Katholieke Kerk binnen een paar maanden uit elkaar zou knallen: „Het zal snel gaan en het zal bruut zijn”, aldus de man, die blijkens de NRC van 20 november 2016 een toehoorster verleidde tot even dubieuze uitspraken: „Franciscus zou zich wat minder om het milieu en wat meer om het zielenheil van de gelovigen moeten bekommeren”, zegt een (on) zekere Leontien Bakermans, eraan toevoegen: “Ik heb liever dat de paus twee maîtresses heeft dan dat hij de geloofsleer aantast zoals Franciscus doet”. Nee: van de Civitas Christiana valt niet veel heil te verwachten, en van de Mattei evenmin getuige zijn schismatieke inzet, een wetenschapper onwaardig. Dat het Katholiek Nieuwblad inmiddels van de ene week op de andere afscheid heeft genomen van de ook al paus-kritische hoofdredacteur Henk Rijkers, en de koers naar Rome verlegt, kan geen toeval zijn.

Pater Jan Stuyt SJ overhandigt paus Franciscus het boek over pater Frans van de Lugt

Naar Rome: die woorden brengen mij bij ‘De paus en de oerknal’, een opmerkelijk positieve en inhoudelijk sterke column in de NRC van 14 januari 2016, opgetekend door Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton. De vroegere voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen hoorde paus Franciscus tijdens de tweejaarlijkse vergadering van de Pauselijke Academie van Wetenschappen zeggen: “Er is nog nooit zo’n duidelijke noodzaak geweest voor de wetenschap om de wereld te dienen”. Het 50e sterfjaar van de oud-president van de academie – de Belgische priester en kosmoloog Georg Lemaitre (1894 -1966 ) en ontdekker van het uitdijend heelal, was aanleiding voor Dijkgraaf en andere geleden naar Rome te gaan. Dijkgraaf noemt ‘de tocht van de kerk naar de wetenschap lang en kronkelig’, maar vindt tegelijk ‘de open houding van de huidige paus wat dat betreft een verademing’. ‘Of het een permanente verschuiving inhoudt, is maar de vraag’ aldus Dijkgraaf, die er wel op wijst dat de vorige bijeenkomst van de academie over klimaatverandering geleid heeft tot de pauselijke encycliek Laudato Si. Dijkgraaf’s waarneming, dat paus Franciscus in het persoonlijk contact even indrukwekkend is als in zijn geschreven woord, bevestigd het verstand en gevoel van al degenen – ook zijn ordenoten in Nijmegen – die zich geïnspireerd weten door de beminnelijke, zorgzame en inhoudelijk sterke paus.

 

 

Grijze grafiek bij Mook aan de Maas

Mook: drooggevallen haven. met op de voorgrond oude breekstenen. In de verte Cuyk

Rivierstromen, die buiten haar oevers treden: dat komt regelmatig voor in een land, dat verschillende Europese stromen doorgang verschaft naar de onmetelijke Noordzee. Maar stilstaand water in een rivier: dat is even ongebruikelijk als ongewoon, even vreemd als zeldzaam. Een deel van de Maas maakt in de eerste week van 2017 het ongewone zichtbaar, het vreemde waar. Ga naar een van de oevers langs de Maas tussen Sambeek en Grave om te zien, wat een onverwachte gebeurtenis teweeg kan brengen.

Maasoever bij Mook. In de verte de spoorbrug

Een met benzeen geladen schip mist de ingang van de sluis bij Grave en vaart met hoge kracht tegen de stuw, schuift een paar meter naar beneden om even verder te beseffen wat gebeurd is: een immens gat in de stuwwand, waardoor het water vrij baan heeft tot de volgende stuw bij Lith. De sluiswachter bij Heumen sluit te laat de sluisdeur, waardoor ook het Maas-Waalkanaal een deel van haar nu plotseling kostbare lading verliest. De schade valt nog niet te overzien, het herstel wel na twee weken denken en overleggen: een half jaar werk voor  waterbouwkundigen.

Havenhoofd bij Mook: weinig kleur in grijs landschap

Hoewel ondeskundig dacht ik, twee dagen na de aanvaring door het schip en tijdens over de sluisbrug. meteen aan een tijdelijke damwand. Achteraf blijkt, dat een dergelijke constructie overwogen is naast een dozijn alternatieven. Uiteindelijk koos Rijkswaterstaat voor een tijdelijke dam van breekstenen, die de Maas in twee weken op het gewenste peil moet brengen. Vervolgens wordt een half jaar uitgetrokken om de sluis te herstellen, na het droogmaken van de bouwput: opnieuw de kans om enkele historische foto’s te maken.

Maas en meeuwen. Bomen spiegelen in stil water

De Maas tussen Lith en Sambeek ziet er nu anders uit, niet de loop van de rivier, wel de bedding en de rivierkanten, die onder normale omstandigheden tot de grasranden rijken. Nu overheersen zand en modder, overigens een geliefde pleisterplaats voor de meeuwen, die nieuwe voedselbronnen kunnen aanboren. De wandelaars, die bij de kleine haven van Mook de gevolgen van de gedeeltelijk leeggelopen Maas komen bekijken, zien met enige verbazing het drooggevallen haventje.

Zicht op Katwijk (Foto’s: Ad Lansink)

De modder ruikt naar van alles en nog wat. En de stenen zijn een stille getuige van wat tientallen jaren verborgen is gebleven. Alleen de vogels verstoren af en toe de stilte, die op een donkere zondagmiddag nog nadrukkelijker aanwezig lijkt. Grauw en grijs toont zich de omgeving, in de richting van Cuyk maar ook naar de spoorbrug. De kerk van Katwijk blijft zichtbaar, achter de bomen die zich in het stilstaande water spiegelen als nooit te voren. Grijze grafiek in een landschap dat binnen enkele weken weer kleur krijgt, met stromend water

Saamhorigheid telt, ook in 2017

Saamhorigheid telt : Beeldengroep Binnenstad (2005-2015) van Cor Litjens, in St Stevenskerk Nijmegen, 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm, Foto: Picture Productions Nijmegen

Volgens Bas Heijne – de terechte winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017 – is de grondtoon van het wereldwijde conflict eerder ideologisch dan sociaaleconomisch van aard. In een voortreffelijk essay (NRC, 31 december 2016) plaatst Bas Heijne universalisme tegenover nationalisme, gelijkheidsdenken tegenover groepsdenken, het streven naar gezamenlijkheid tegenover het zoeken naar een identitaire eigenheid. Verklaarde Europeanen zullen bij de beoordeling van deze polariteiten waarschijnlijk kiezen voor universalisme en gezamenlijkheid. De keuze tussen gelijkheidsdenken en groepsdenken is moeilijker, hoewel vervanging van gelijkheid door gelijkwaardigheid wonderen doet. Hoe het ook zij, voor mij zijn  nationalisme en populisme – bedenkelijke vormen van groepsdenken – niet weggelegd. Ik houd het liever op trefwoorden als verbondenheid en betrokkenheid, optimisme en enthousiasme in de wetenschap, dat saamhorigheid telt.

Kop boven commentaar NRC (31-12-2016) – Op achterzijde foto Bisschop Gerard de Korte: ‘Ik kan het geloof van een ander helemaal niet toetsen’ – een voortreffelijk interview

Op 31 december 2015 schreef ik op deze plaats, dat terugkijken om vooruit te kunnen een uitdaging inhoudt. Dat geldt vooral nu de omstandigheden binnen en buiten de eigen leefwereld eerder zorgelijk zijn dan dragelijk, eerder pessimistisch stemmen dan optimistisch ogen. Die uitdaging klemt temeer, nu angst de samenleving in haar greep lijkt te houden, zo voegde ik toe in de hoop dat 2016 saamhorigheid dichterbij zou brengen. Maar niets bleek minder waar. De NRC kopt boven het hoofdredactionele commentaar: Afscheid van een jaar waarin alle zekerheden leken te verdwijnen.  Dat is een rake kop. Dat in de woorden ‘alle’ en ‘leken’ een tegenstelling ligt ingesloten, doet niets af aan de zorgelijke inhoud van het commentaar, waarin ‘de nieuwe salonfahigkeit van Poetin verbijsterend’ wordt genoemd. Terecht natuurlijk, hoewel nogal wat media vergeten, dat zij via ‘free publicity’ de salonfahigketi van allerhande politieke figuren danig vergroten. Maar dat terzijde.

Over een ander gezicht gesproken; Ad Lansink bewondert kennelijk Maarten van Rossum, bij de Cannenburg in Vaassen (2015) (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Een jaar geleden had ik net de laatste hand gelegd aan een voorwoord en een reeks minicolumns voor Arnhem 1950 – 1960 – Beelden van een stad tussen ooit en nu: een fotoboek, samengesteld door Gerrit Middelbeek, dat een belangrijke periode van de Arnhemse geschiedenis zichtbaar maakt. Het Arnhems Historisch Tijdschrift wijdde onlangs een mooie, uiterst positieve recensie aan het fraai uitgegeven boek. Ik schreef daarin: ‘Tijden veranderen en met de tijden de mensen op de weg van vroeger naar later, van jeugd naar volwassenheid, van ooit naar nu, De samenleving kreeg (en krijgt) een ander gezicht’. De vraag is natuurlijk hoe dat ander gezicht er in 2017 uit gaat zien, niet alleen in Arnhem of Nijmegen, in Nederland of Europa. Nee, ook verder weg. De hele wereld is langzamerhand het domein van iedereen geworden: een even uitdagende als beangstigende constatering. Want dichtbij huis is het leven vaak al pittig genoeg.

Logo van het ‘Challenging Changes’ project. Ontwerp: Sophie van Kempen en Ad Lansink

Wie schrijft, die blijft. Had ik eind 2015 de teksten gereed voor het boek over Arnhem, nu is dat het geval met de hoofdstukken van en interviews voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, het boek dat in de loop van 2017 moet gaan verschijnen. Jan Storm, de immer actieve pleitbezorger voor duurzaam afvalbeheer, zette mij in 2015 op het spoor. Hij vond dat ik in aansluiting op De Kracht van de Kringloop – het boek dat ik in 2010 samen met Hannet de Vries- in ’t Veld publiceerde – een Engelstalig boek moest schrijven over de wisselwerking tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie, het trefwoord van vandaag en morgen. Na de bekende bedenkingen ben ik halverwege 2015 voorzichtig begonnen; 2016 werd het echte schrijf- en interview-jaar. Het schrijf- en redactiewerk is nu zover gevorderd, dat vormgeefster Sophie van Kempen vanaf februari 2017 aan de slag kan, nadat de ‘Editorial Board’ groen licht heeft gegeven, ook voor tussentijdse informatie over het pittige project: Challenging Changes: uitdagende veranderingen, het is tegelijk mijn wens voor een voorspoedig 2017 in de tamelijk stellige wetenschap, dat saamhorigheid telt, waar dan ook.

 

NEC-trainer Peter Hyballa: Op en top betrokkenheid

Peter Hyballa praat op Kerstmarkt in Kleef met Gerard Borgman (Foto: Bert Beelen)

De krant kun je niet missen, geen dag. Gevleugelde woorden, waaraan ik de laatste tijd ging twijfelen, nu de lezers overspoeld worden met staaltjes van burgerjournalistiek zonder feitenkennis en diepgang. De kranten, die dagelijks mijn brievenbus binnenglijden, worden ook een last omdat lezen tijd kost. Maar gelukkig zijn er dagen, waarop de dagbladen – de Gelderlander maar ook NRC en Trouw – mij raken en bezighouden of mijn nieuwsgierigheid voeden. Op Kerstavond, bij voorbeeld: las ik in de Gelderlander het mooie interview van Gerard Borgman met NEC-trainer Peter Hyballa. De koppenmaker voegt in groene letters ‘kleurrijk en authentiek’ toe aan de op zich al fraaie naam van de enthousiaste voetbalcoach, die in en buiten Nijmegen talloze harten heeft gestolen. De doorgaans kritische fans dragen hem op handen, als ze tenminste de kans krijgen. Want na de wedstrijd spoedt Peter zich naar zijn spelers, waarmee hij in allerijl een cirkel vormt. Wat daar wordt gezegd, blijft verborgen. De voettocht langs de Goffert-tribunes laat de meestal in het zwart gehulde trainer aan de selectie over.

Peter Hyballa bij de presentatie als nieuw trainer van NEC in de zomer van 2016 (Bron: NEC-Archief)

Peter Hyballa, een betrokken en bevlogen coach, die binnen een half jaar een hechte eenheid heeft gesmeed van wat ook wel het Nijmeegse vreemdelingenlegioen wordt genoemd. De spelers – met sterkhouders als Joris Delle, Gregor Breinburg, Julian von Haacke en Dario Dumic – kunnen erover meepraten, net zo als de ‘jonge jongens’ Ferdi Kardioglu en Jay-Roy Grot. Zij doen dat ook voor de camera’s van Fox Sport, Omroep Gelderland, N1 of NEC TV, de media, die fans en outsiders – zelf ben ik een kruising tussen die twee groepen – in staat stellen om naar de welbespraakte trainer te luisteren. Op alle vragen heeft hij een passend antwoord, soms na wat nadenken, soms ook meteen in een woordenstroom, die zijn bevlogenheid illustreert. Duitse woorden voegen zich met het grootste gemak in de taal, die zijn Rotterdamse moeder hem heeft bijgebracht. Van zijn Duitse vader, theoloog en predikant, heeft hij de diepgang meegekregen. Want Peter Hyballa mag dan in de breedte van het leven voetbal uitstralen, diepte kent hij ook getuige zijn geloof in een leven na de dood, overigens ‘niet zo mooi en goed als hier’. Even verder: ‘Er is wat. Of dat God is? Absoluut’.

Peter Hyballa met de selectie van NEC na het vieren van een overwinning (Bron: FC Update)

Terug naar de Goffert en voetbal, zijn lust en zijn leven. Wanneer ik vanaf de tribune Peter Hylballa zie coachen, druk gebarend, aanwijzingen gevend, spelers toesprekend, meelevend met kansen, doelpunten maar ook met missers en teleurstellingen, dan voel ik wat betrokkenheid en enthousiasme teweeg kunnen brengen. Maar de bevlogen coach weet ook wat relativeren is. Even gas terugnemen om het betrekkelijke van zijn eigen typering – rechtvaardigheidsfanatiekeling noemt hij zichzelf – in te zien. Wie hem heeft gevolgd, zal het met mij eens zijn: Peter Hyballa is een man, die op en top betrokkenheid uitstraalt. Hij is een inspirerend coach, die geen blad voor de mond neemt. Duitsland vindt hij ‘een beetje’ te hiërarchisch, Nederland ‘eigenlijk’ te anarchistisch, om het antwoord op de vraag van Gerard Borgman naar het verschil tussen de buurlanden te besluiten met: ‘In Duitsland duurt een discussie twee minuten. Hier twee weken.’ Trouw noemde Peter Hyballa de ‘Simeone van Nijmegen’, een begrijpelijke metafoor. Ik houd liever vast aan de kop van mijn lijfblad: kleurrijk en (vooral) authentiek, met een tomeloze betrokkenheid. Hopelijk blijft hij NEC voorlopig trouw.

Wintertuin

Winterjasmijn

Op de grens van herfst en winter valt er op het eerste gezicht in de tuin weinig te beleven. De afgevallen bladeren zijn opgeruimd, en de bladkorven – een staaltje gemeentelijke dienstverlening – leeggemaakt en opgeruimd. De bladblazers en veegwagens hebben op een paar straten na hun plicht gedaan.

Engel van Andreas Hetfeld

Maar wie zijn al dan niet geoefende ogen de kost geeft ontdekt toch nog wat kleuren, niet fel of uitbundig, wel passend in de sombere,   in 2016 wel erg donkere dagen voor Kerstmis. Neem de resterende bessen van de Schoonvrucht (Callicarpa), in de volksmond ‘Paarse Besjes genoemd. De kleine vruchtjes vallen op tegen de achtergrond van enkele groene heesters, die hun blad niet verliezen. De beuk doet dat wel maar wacht daarmee tot de nieuwe knoppen zichtbaar worden.

Callicarpa

De gele taxus (Baccata ‘Fastigiata Aurea’) – met zijn merkwaardige gele top een bijzondere versie van een alledaagse heester – zorgt met de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) en de nog resterende bladen van de Ribes, dat geel de winnende kleur is in het eenvoudige maar aansprekende herfst-winter-palet.

Gele taxus

Het beeld van Andreas Hetfeld bij de bijna bladerloze Ribes – op de sokkel van de Millingse gemeentewerf – en de sculpturen van Cor Litjens en Coen Vernooy bij de van elkaar verschillende Cotoneasters trekken zich gelukkig niets aan van de wisseling van de jaargetijden. De beelden verliezen blad nog kleur en voegen zich gedwee naar het licht van alledag. Dat de tuin in herfst en winter meer beeldentuin is dan in lente en zomer laat zich intussen raden: troost en bemoediging tegelijk, want de dagen gaan gelukkig weer lengen.

Poort van Cor Litjens, achter Cotoneaster

Percy Bysshe Shelley (1792 – 1822)  een befaamde Engelse romanticus, schrijver en dichter vroeg zich in ‘Ode to the West Wind’ in 1819 hardop af: If Winter comes,  can Spring niet far behind? Was hij niet zeker van zijn zaak omdat hij weinig wisseling van jaargetijden had meegemaakt? Of was het slechts een retorische vraag, waarop de jonge dichter het antwoord wel wist?

Object van Coen Vernooij

Hoe het ook zij: de wintertuin laat  naast de bloemen van de Winterjasmijn ook al heel wat nieuwe knoppen zien: ontegenzeggelijk de  voorboden van de tijd, die komen gaat met het licht, dat somberheid verjaagt en nieuw leven ruimte geeft, in goede en (vooral) slechte tijden.  Natuur en kunstenaars wijzen steeds weer de weg in en naar de (soms) weerbarstige  werkelijkheid van alledag. Tegen deze achtergrond wens ik mijn lezers met dit bericht uit de wintertuin niet alleen een mooie overgang van herfst naar winter maar ook een kleurrijk, voorspoedig en vooral gezond 2017.

Michael van Praag: ridder zonder vrees of blaam

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Het gedoe rond de – overigens terechte – herverkiezing van Michael van Praag als bondsvoorzitter, bewijst opnieuw, dat de structuur van de KNVB echt op de helling moet. Een stemming zonder last of ruggespraak hoeft op zich niet, maar enige openheid bij de herverkiezing van de eerste man van de KNVB mag toch transparantie gevraagd worden, naast een faire benadering van kandidaten, ook wanneer een herverkiezing in de lijn van de verwachting ligt. Welnu, van openheid noch een faire bejegening was sprake. De BVO-directeuren hadden kennelijk zoveel kritiek op de bondsvoorzitter, dat zij een hartig woordje met hem wilden spreken voordat de clubs – directeuren of bestuurders? – hun stem zouden uitbrengen. Een informeel, zelfs besloten vooroverleg is niets nieuws. Ik maakte destijds als voorzitter van het Amateurvoetbal ook mee, wanneer het bestuur van het (vroegere) Amateurvoetbalparlement wensen of vragen had. Wel vreemd is de samenstelling van de delegatie, die Michael van Praag ‘de wind van voren gaven’. Die delegatie bestond uit clubvertegenwoordigers en uit de directeuren van ECV en CED. Waarom waren Jacco Swart en Marc Boele, respectievelijk directeur van ECV en CED bij dat hernieuwde ‘intakegesprek’ met de bondsvoorzitter? Wat is de rol van de aparte CV-achtige constructies van de clubs uit de ere- en eerste divisie in de structuur van de KNVB? Voeren de directeuren van ECV en CED een eigen ‘koninkrijk’ aan met eigen materiele en immateriële middelen? Zij hebben wanneer ik me goed herinner geen stemrecht, maar klaarblijkelijk wel de machtiging om de bondsvoorzitter – in zijn woorden – ‘even ordinair hard aan te pakken’. Op ‘overval’ en ‘kruisverhoor’ – opnieuw termen van Michael van Praag – volgde een opzienbarende stemming. Maar liefst 21 van de 58 aanwezige leden van de Bondsraad onthielden zich van stemming. Michael van Praag werd wel verkozen met mooie cijfers: 36 tegen 1. Maar die cijfers geven een vertekend beeld. Zouden de clubbestuurders – waarschijnlijk afkomstig uit het betaalde voetbal – niet de laffe weg van een stemonthouding maar de faire weg van een stellingname in de bondsraad en gevolgd door een tegenstem bij een onbevredigend antwoord van de bondsvoorzitter, dan was voor in= en outsiders duidelijk, hoe de verhoudingen binnen de KNVB liggen.

KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)
KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)

Dat Michael van Praag een vervelende nasmaak overhield aan zijn herverkiezing als bondsvoorzitter van de KNVB is dus alleszins begrijpelijk.  En dat hij die nasmaak na afloop van wat ik het gedoe noem de ruimte gaf evenzo. Zelfs wanneer het verwijt, dat dat de bondsvoorzitter zich te weinig heeft ingezet voor het Nederlands voetbal, hout snijdt – het is nog maar de vraag of dat verwijt terecht is, maar dat terzijde – geeft het geen pas om in beslotenheid kritiek te uiten, die juist in openheid zou kunnen worden weerlegd. “Ik zat in mijn eentje tegenover tien man en had het gevoel in een kruisverhoor te zijn beland. Maar ik heb niets achtergehouden en evenmin een greep uit de kassa gedaan. Toch ervoer ik de benadering van de clubs wel zo”, aldus Michael van Praag in De Telegraaf. De bondsvoorzitter wil intussen toenadering zoeken tot de Eredivisieclubs. Dat de clubs uit de Eerste Divisie via hun directeur al hebben gepleit voor een overleg met Michael van Praag om de plooien glad te strijken is een goed teken. Maar wat blijft is de merkwaardige structuur van de sectie Betaald Voetbal. Die structuur is – ik schreef het eerder – echt aan herziening toe. Dat blijkt ook uit het z.g. statement, dat de deelnemers aan het informele overleg voor de stemming meenden te moeten afgeven na de uitspraken van Michael van Praag. ‘’Alle deelnemers aan het gesprek van clubzijde en vanuit de entiteiten ECV en CED herkennen zich totaal niet in de woorden van de bondsvoorzitter in de toespraak na afloop van zijn verkiezing en later in de media, en vinden het ontluisterend dat hij dit op deze wijze op het door hem gekozen moment naar buiten brengt’. Geen handreiking dus, eerder een bevestiging van de kloof. Opvallend is wel, dat het ‘statement’ de ECV en CED (directeuren?) als eerste ondertekenaars kent, en verder een aantal, maar lang niet alle BVO’s: opnieuw een teken van verdeeldheid, nu ook in eigen kring. Vreemd genoeg besloot de AV Betaald Voetbal – voorafgaand aan de Bondsvergadering – voorlopig geen algemeen directeur aan te stellen. Directielid Jean-Paul Decossaux neemt de taken waar, terwijl de beoogde algemeen directeur Gijs de Jong vooralsnog operationeel directeur blijft. Ook de RvC Betaald Voetbal functioneert voorlopig in minimale samenstelling van twee leden, in afwachting van het onderzoek naar de In afwachting van een onderzoek naar de ‘governance’ bij de KNVB.  Het uitstel tot mei 2017 doet de vraag rijzen, of de oude bezetting niet te topzwaar was. Een andersoortig ‘kruisverhoor’ – stevige onderzoeksjournalistiek bij voorbeeld door VI of andere media – zou geen kwaad kunnen, evenmin als een openhartig interview met de KNVB-ridder zonder vress of blaam: Michael van Praag.

 

Aardgasloos Amsterdam

img_1134-2
Nog geen nul op de (aardgas) meter (Foto: Ad Lansink)

Amsterdam wil in 2050 een aardgasloze stad worden. Met gepaste trots kondigde Abdeluheb Choh, wethouder voor duurzaamheid aan dat de hoofdstad van Nederland tegen die tijd alle gasbuizen vervangen heeft – of wil hebben, een klein verschil – door andere buizen. Want Amsterdammers hebben in de herfst en winter wel warmte nodig. De leden van het voortvarende stadsbestuur kunnen, wanneer de gezondheid het toelaat, zelf de afsluiting van de laatste gasmeter nog meemaken. Drie decennia zijn immers te overzien. Daar staat tegenover, dat nog geen tien jaar geleden diverse politici pleitten voor een Nederlandse aardgasrotonde: een duurzaam vehikel voor de afstemming van vraag en aanbod op de internationale gasmarkt.  Russisch aardgas en LNG zouden de teruglopende Nederlandse voorraden gaan vervangen. De tijd heeft intussen niet stilgestaan, het denken over duurzaamheid evenmin. Terugdringing van de uitstoot van CO2 heeft nu de hoogste prioriteit. Het relatief schone aardgas moet dus met alle fossiele brandstoffen – kolen maar ook olie – het veld ruimen. Nul op de meter is het mooie, overigens discutabele parool. Want de gasmeter mag dan geen omwentelingen meer te zien geven, vast staat ook dat andere al dan niet digitale tellers de rol gaan overnemen.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Biomassa, niet om te stoken (Foto: Ad Lansink)

De zon gaat voor niets op, maar schijnt niet altijd. Windenergie omzetten in stroom en vervolgens in warmte is ook niet een voor de hand liggende optie. Geothermie en warmte-koude-pompen dan: in de oudere stadsdelen van Amsterdam zijn dat evenmin plausibel alternatieven, nog afgezien van de palen waarop de stad rust. Het warmtenet moet dus uitkomst brengen, gevoed door restwarmte van afvalverbranding en elektriciteitscentrales. Een vorm van nuttige toepassing, die de toets van de kritiek kan doorstaan. Maar die secundaire warmtebronnen inclusief de hier en daar bejubelde biomassacentrales stoten ook CO2 uit, met een lagere efficiëntie dan de met aardgasgestookte, snel regelbare aardgasbranders. Trouwens: wanneer Amsterdam zich met recht het etiket van de circulaire stad wil opplakken – met of zonder toeristen, die CO2-vrij op Schiphol zijn geland – dan zou verbranding van afval en houtresten op betrekkelijk korte termijn ook uitgesloten moeten worden. Kortom: wil aardgasloos niet synoniem met warmteloos worden, moet er meer gebeuren dan de loutere publicatie van mooie maar nog onvoldoende uitgewerkte plannen. Een zorgvuldige kosten-batenanalyse is nodig, al was het alleen al om geen onnodige verwachtingen te wekken. Of wil de Amsterdammer van 2030, 2040 en 2050 niet weten waar hij dan aan toe is?

Volvo V60 Hybride: laden en rijden maar

Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)
Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)

De sjoemelsoftware van Volkswagen heeft onlangs gezelschap gekregen van de zogenaamde ‘defeat devices’, slimme onderdelen, waarmee autofabrikanten de strenge emissieregels kunnen omzeilen. De RWD – vroeger de Rijksdienst voor het Wegverkeer, nu opererend onder de welbekende afkorting – maakte onlangs bekend, dat enkele van de dertig onderzochte auto’s via die ‘defeat devices’ veel te mooie emissiecijfers lieten zien dan in de werkelijkheid werden gemeten. Bij de boosdoeners troffen de onderzoekers ook de Volvo XC 90, terwijl de V40 en de XC70 te vinden waren in de lijst van niet verdachte automobielen. Vreemd eigenlijk, die tegenstelling tussen goed en kwaad, temeer waar onduidelijk is, wat ‘defeat devices’ zijn. Ook is onduidelijk of die waarschijnlijke hardware volgens de regels wel of niet is toegestaan. Ik weet niet of de Volvo-voorlieden in Beesd en Gothenburg wakker liggen van de RDW-bevindingen. Zou dat wel het geval zijn, laat ik dan tot troost, lering en vermaak nog eens benadrukken, dat de Volvo V60 hybride de toets van de verbruikskritiek glansrijk kan doorstaan.

Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen
Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen: ‘Plan van Elon Musk om Mars te koloniseren grenst aan bedrog’

Het passeren van de kilometerstand van 16.000 km is een mooie aanleiding om (opnieuw) de (tussen) stand van de verbruikscijfers op te maken. Welnu, het verbruik aan dieselbrandstof bedraagt 2,7 liter op 100 km: in ouderwetse termen dus 1 op 37, een getal, dat ik bij de aanschaf van de Volvo V60 Hybride niet voor mogelijk had gehouden. Toegegeven: nogal wat ritten vinden plaats in de naaste omgeving. Maar daar staat tegenover, dat de tochten naar het westen en noorden van Nederland de beperkte voorraad aan elektrische kilometers – in mijn geval schommelend tussen 40 en 50 km, afhankelijk van de omstandigheden – ver te boven gaan. Een ruwe schatting leert, dat ongeveer de helft van de 16.000 km volledig elektrisch zijn gereden. De prijs per km kan dus eenvoudig berekend worden: aan de 160 x 2,7 x €1,10 (= €475) van de diesel moet ik de kosten van de elektriciteit toevoegen. Die gemiddelde kosten belopen voor elke 45 km 9 kWh ofwel 9 x €0,22 = €1,98: ofwel per km €0,044. Bij 8000 elektrische km’s wordt dat €352. Vermeerderd met de dieselkosten levert dat een totaal bedrag van €827. Mijn 5,16 cent per km vind ik een alleszins mooi getal.

Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink
Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink

Kenners hebben natuurlijk al opgemerkt, dat ik een kWh prijs van 22 cent hanteer. In de praktijk van alledag valt die prijs nog wat lager uit, omdat de Volvo V60 hybride meestal ’s nachts wordt opgeladen. Hang ik de auto overdag aan het stopcontact, dan zorgen de zonnepanelen voor voldoende CO2-vrije stroom. Zou ik een van de 69 nu in Nijmegen beschikbare laadpalen gebruiken, dan verandert het beeld: niet veel maar evenmin weinig. Want het tarief van die hier en daar beschikbare palen bedraagt maar liefst €0,30 tot €0,36 per kWH. Zou dat de reden zijn, waarom de app’s – jawel: die digitale dingen zijn tegenwoordig onmisbaar – vrijwel altijd aangeven, dat de openbare laadpalen op stroom-beluste klanten staan te wachten? Ook voor laden geldt: oost-west, thuis-best, om over Mars nog maar te zwijgen. Tesla-baas Egon Musk kan er over meepraten, Hein de Kort in het Financieel Dagblad ook.

Phishing mail: de brutaliteit voorbij

phishing2-2Een klein jaar geleden meldde de bank mij, dat zij een paar merkwaardige overschrijvingen van mijn rekening hadden geconstateerd: eerst van de spaarrekening naar betaalrekening en van daar naar andere, onbekende rekeningen. Een snelle blik op het rekeningoverzicht leerde, dat ik waarschijnlijk  slachtoffer was van wat tegenwoordig ‘cybercrime’ heet: via ‘phishing mail’ en ‘spyware’ een aanslag op de bankrekening. Dankzij de voortreffelijke medewerking van de bank en de hulp van de provider kon ik – na aangifte van het misdrijf bij de politie – een week later weer beschikken over het ontvreemde geld. Of de bank het geld heeft kunnen terugvorderen, of gebruik heeft moeten maken van een waarborgfonds is mij niet bekend, evenmin als het antwoord op de vraag of de ‘cybercriminelen’ ooit achterhaald zijn. Het proces-verbaal is ongetwijfeld in de statistieken van de toenemende cybercriminaliteit verwerkt.

rtemagicc_schermafbeelding_2014-10-09_om_16-59-16_01-pngHet dringende advies van bank en  politie om nog beter  inkomende emailberichten te controleren, heb ik ter harte genomen. Sinds de aanslag op mijn rekeningen heb ik aardig wat verdachte berichten rechtstreeks naar de prullenmand verwezen. Net nog een bericht, dat mijn sollicitatie aanvaard was. Het taalgebruik van de ‘cybercriminelen’ is meestal een goede waarschuwing. Soms is extra oplettendheid geboden, omdat de professionaliteit van de digitale inbrekers toeneemt. Het toppunt van imitatie en brutaliteit ontdekte ik  in een bericht, dat afkomstig leek van Ziggo. Een nieuwe factuur zou klaar staan voor een bedrag, dat mij vreemd voorkwam: €235,35, aanzienlijk meer dan de kosten van het maandelijkse Ziggo-abonnement. Uit het bericht kon worden opgemaakt, dat het bedrag automatisch zou worden geïncasseerd. Niettemin kon ik op maar liefst zes plaatsen klikken, waaronder ‘Mijn Ziggo’, ‘Factuur bekijken’ en ‘Toegang’. Ik heb dat uiteraard niet gedaan. Mijn eerdere ervaringen hadden voldoende leergeld opgeleverd.

img_1027Raadpleging van de Ziggo-website en het echte facturen-overzicht bevestigde het vermoeden, dat ik met ‘phishingmail’ te maken had. Overigens in dit geval een wel uitzonderlijk brutale versie. De afzender met een bijna onuitspreekbare naam – te vinden wanneer in de adressering het verzendadres wordt opgezocht – had niet alleen zijn bericht goed doen lijken op de mails van Ziggo. Sterker nog: onderaan het bericht sluit hij af met een pittige waarschuwing: ‘Kijk uit voor phishing: internetcriminelen vissen met valse e-mails naar je privégegevens. Ziggo vraagt nooit naar persoonlijke gegevens via e-mail.’ Kan het nog brutaler? Inmiddels blijkt, dat ik niet het enige doelwit van deze phishing-mail-activisten ben. Integendeel. Meer Ziggo-klanten hebben gemeld, dat zij in de verleiding zijn gebracht om via een klik spyware ruimte te geven. Dat  ‘cybercriminelen’ geen eendagsvliegen zijn, en niet voor een gat te vangen – ondanks hun beperkte foto-areaal – blijkt uit de afbeeldingen bij enkele oudere berichten. Het blijft dus uitkijken. De digitale insluipers zijn de brutaliteit voorbij.

 

 

 

Afvalhiërarchie in India

Afvalpiramide met preventie aan de basis Bron: Still van TEDxMITID
Mr Anurak Chandak aan het woord
Bron: Still van TEDxMITID presentatie

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer die meer voelde voor genade, van waar dan ook. Was het dus geen toeval, dat ik tijdens het werk aan ‘Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy’ een emailbericht ontving over de promotie van de afvalhiërarchie in India? Ik was net bezig met een paragraaf over de invloed van globalisering op landen als Brazilië, China en India. Het bericht was afkomstig van Peter Wiers, een consultant, die in het voorjaar van 2014 een tiental in afvalbeheer en waterzuivering geinteresseerde managers uit India kennis wilde laten maken met het Nederlandse afvalbeleid. Ter voorbereiding van zijn rondtocht langs instellingen en bedrijven had hij mij gevraagd, wat in het programma kon of moest worden opgenomen. Twee uur brainstormen in Nijmegen leidde tot diverse suggesties, onder meer over werkbezoeken, en tot een uiteenzetting over de Ladder van Lansink.

Afvalpiramide van Chandak met 'Disposal' an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)
Afvalpiramide van Chandak met ‘Disposal’ an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)

Vandaag – ruim twee jaar later dus – schreef Peter Wiers: ‘Zoals u weet, heb ik in 2014 een team van Indiase afval en energie-experts rondgeleid in Nederland. Misschien vindt u het leuk om te zien hoe de zoon van een van hen nu de Ladder van Lansink actief gebruikt om de situatie in India te verbeteren’. Hij voegde een link toe naar de TEDxMITID-presentatie van Mr. Anurag Chandak over de aanpak van de afvalproblematiek in India. Zijn even heldere als inspirerende presentatie, waarin de afval hiërarchie een prominente plaats heeft, is te vinden op https://youtu.be/1TAR9skA6VA. De toehoorders luisteren vol aandacht naar de man, die van de afvalhiërarchie een piramide maakt, met preventie (reduce) aan de basis en verwijdering (disposal) aan de top. Hoe meer preventie (en recycling), des te gemakkelijker is het afvalvraagstuk op te lossen, aldus Chandak, die (nog) niet spreekt over circulaire economie.

De Ladder van Lansink beklimmen, of toch maar beginnen bij preventie?

Na een duidelijke uitleg over de groene stappen van de afvalpiramide illustreert Chandak zijn betoog met enkele basale praktijkvoorbeelden:  hergebruik van draagtassen, prikstokken voor zwerfafval, anaerobe vergisters voor productie van biogas. Op zijn oproep tot hulp bij de oplossing van het afvalvraagstuk volgt een klaterend applaus. De presentatie van Chandak leert, dat ook in India de zorgen voor het leefklimaat erkend worden. Bij de beheersing van het afvalvraagstuk is ook daar de Ladder van Lansink het onbetwiste kader, overigens in relatie tot het klimaatvraagstuk en het energiebeleid. Desondanks blijven globalisering, geopolitieke ontwikkelingen en het tot nu vrijwel onbeheersbare vrije marktdenken zaken die aandacht verdienen.

Connecting waste hierarchy and circular economy Schema uit 'Challenging Changes' Ontwerp: Ad lansink en Sophie van Kempen
Connecting waste hierarchy and circular economy
Voorpublicatie uit ‘Challenging Changes’
Ontwerp: Ad Lansink en Sophie van Kempen

Chandak wijst in zijn boeiende voordracht terecht op de mogelijkheden en wenselijkheden van lokale initiatieven, zoals ook in Nederland vaak de nadruk wordt gelegd op decentraal afval- en energiebeheer. De spanning echter tussen regionalisatie en globalisering wordt in India nog niet ervaren, evenmin als de dilemma’s, die eerder vroeg dan laat om keuzes vragen: overheidssturing of producentenverantwoordelijkheid; fiscalisering of marktwerking; bindende richtlijnen of productenvrijheid; nationale aanpak of internationale speelruimt, leaseconstructies of eigendomsrecht. Gestimuleerd door het onverwachte emailbericht over de afvalhierarchie in India, werk ik nog even door aan ‘Challenging Changes’, een pittige maar mooie uitdaging op zichzelf.

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »