NEC-trainer Peter Hyballa: Op en top betrokkenheid

Peter Hyballa praat op Kerstmarkt in Kleef met Gerard Borgman (Foto: Bert Beelen)

De krant kun je niet missen, geen dag. Gevleugelde woorden, waaraan ik de laatste tijd ging twijfelen, nu de lezers overspoeld worden met staaltjes van burgerjournalistiek zonder feitenkennis en diepgang. De kranten, die dagelijks mijn brievenbus binnenglijden, worden ook een last omdat lezen tijd kost. Maar gelukkig zijn er dagen, waarop de dagbladen – de Gelderlander maar ook NRC en Trouw – mij raken en bezighouden of mijn nieuwsgierigheid voeden. Op Kerstavond, bij voorbeeld: las ik in de Gelderlander het mooie interview van Gerard Borgman met NEC-trainer Peter Hyballa. De koppenmaker voegt in groene letters ‘kleurrijk en authentiek’ toe aan de op zich al fraaie naam van de enthousiaste voetbalcoach, die in en buiten Nijmegen talloze harten heeft gestolen. De doorgaans kritische fans dragen hem op handen, als ze tenminste de kans krijgen. Want na de wedstrijd spoedt Peter zich naar zijn spelers, waarmee hij in allerijl een cirkel vormt. Wat daar wordt gezegd, blijft verborgen. De voettocht langs de Goffert-tribunes laat de meestal in het zwart gehulde trainer aan de selectie over.

Peter Hyballa bij de presentatie als nieuw trainer van NEC in de zomer van 2016 (Bron: NEC-Archief)

Peter Hyballa, een betrokken en bevlogen coach, die binnen een half jaar een hechte eenheid heeft gesmeed van wat ook wel het Nijmeegse vreemdelingenlegioen wordt genoemd. De spelers – met sterkhouders als Joris Delle, Gregor Breinburg, Julian von Haacke en Dario Dumic – kunnen erover meepraten, net zo als de ‘jonge jongens’ Ferdi Kardioglu en Jay-Roy Grot. Zij doen dat ook voor de camera’s van Fox Sport, Omroep Gelderland, N1 of NEC TV, de media, die fans en outsiders – zelf ben ik een kruising tussen die twee groepen – in staat stellen om naar de welbespraakte trainer te luisteren. Op alle vragen heeft hij een passend antwoord, soms na wat nadenken, soms ook meteen in een woordenstroom, die zijn bevlogenheid illustreert. Duitse woorden voegen zich met het grootste gemak in de taal, die zijn Rotterdamse moeder hem heeft bijgebracht. Van zijn Duitse vader, theoloog en predikant, heeft hij de diepgang meegekregen. Want Peter Hyballa mag dan in de breedte van het leven voetbal uitstralen, diepte kent hij ook getuige zijn geloof in een leven na de dood, overigens ‘niet zo mooi en goed als hier’. Even verder: ‘Er is wat. Of dat God is? Absoluut’.

Peter Hyballa met de selectie van NEC na het vieren van een overwinning (Bron: FC Update)

Terug naar de Goffert en voetbal, zijn lust en zijn leven. Wanneer ik vanaf de tribune Peter Hylballa zie coachen, druk gebarend, aanwijzingen gevend, spelers toesprekend, meelevend met kansen, doelpunten maar ook met missers en teleurstellingen, dan voel ik wat betrokkenheid en enthousiasme teweeg kunnen brengen. Maar de bevlogen coach weet ook wat relativeren is. Even gas terugnemen om het betrekkelijke van zijn eigen typering – rechtvaardigheidsfanatiekeling noemt hij zichzelf – in te zien. Wie hem heeft gevolgd, zal het met mij eens zijn: Peter Hyballa is een man, die op en top betrokkenheid uitstraalt. Hij is een inspirerend coach, die geen blad voor de mond neemt. Duitsland vindt hij ‘een beetje’ te hiërarchisch, Nederland ‘eigenlijk’ te anarchistisch, om het antwoord op de vraag van Gerard Borgman naar het verschil tussen de buurlanden te besluiten met: ‘In Duitsland duurt een discussie twee minuten. Hier twee weken.’ Trouw noemde Peter Hyballa de ‘Simeone van Nijmegen’, een begrijpelijke metafoor. Ik houd liever vast aan de kop van mijn lijfblad: kleurrijk en (vooral) authentiek, met een tomeloze betrokkenheid. Hopelijk blijft hij NEC voorlopig trouw.

Wintertuin

Winterjasmijn

Op de grens van herfst en winter valt er op het eerste gezicht in de tuin weinig te beleven. De afgevallen bladeren zijn opgeruimd, en de bladkorven – een staaltje gemeentelijke dienstverlening – leeggemaakt en opgeruimd. De bladblazers en veegwagens hebben op een paar straten na hun plicht gedaan.

Engel van Andreas Hetfeld

Maar wie zijn al dan niet geoefende ogen de kost geeft ontdekt toch nog wat kleuren, niet fel of uitbundig, wel passend in de sombere,   in 2016 wel erg donkere dagen voor Kerstmis. Neem de resterende bessen van de Schoonvrucht (Callicarpa), in de volksmond ‘Paarse Besjes genoemd. De kleine vruchtjes vallen op tegen de achtergrond van enkele groene heesters, die hun blad niet verliezen. De beuk doet dat wel maar wacht daarmee tot de nieuwe knoppen zichtbaar worden.

Callicarpa

De gele taxus (Baccata ‘Fastigiata Aurea’) – met zijn merkwaardige gele top een bijzondere versie van een alledaagse heester – zorgt met de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) en de nog resterende bladen van de Ribes, dat geel de winnende kleur is in het eenvoudige maar aansprekende herfst-winter-palet.

Gele taxus

Het beeld van Andreas Hetfeld bij de bijna bladerloze Ribes – op de sokkel van de Millingse gemeentewerf – en de sculpturen van Cor Litjens en Coen Vernooy bij de van elkaar verschillende Cotoneasters trekken zich gelukkig niets aan van de wisseling van de jaargetijden. De beelden verliezen blad nog kleur en voegen zich gedwee naar het licht van alledag. Dat de tuin in herfst en winter meer beeldentuin is dan in lente en zomer laat zich intussen raden: troost en bemoediging tegelijk, want de dagen gaan gelukkig weer lengen.

Poort van Cor Litjens, achter Cotoneaster

Percy Bysshe Shelley (1792 – 1822)  een befaamde Engelse romanticus, schrijver en dichter vroeg zich in ‘Ode to the West Wind’ in 1819 hardop af: If Winter comes,  can Spring niet far behind? Was hij niet zeker van zijn zaak omdat hij weinig wisseling van jaargetijden had meegemaakt? Of was het slechts een retorische vraag, waarop de jonge dichter het antwoord wel wist?

Object van Coen Vernooij

Hoe het ook zij: de wintertuin laat  naast de bloemen van de Winterjasmijn ook al heel wat nieuwe knoppen zien: ontegenzeggelijk de  voorboden van de tijd, die komen gaat met het licht, dat somberheid verjaagt en nieuw leven ruimte geeft, in goede en (vooral) slechte tijden.  Natuur en kunstenaars wijzen steeds weer de weg in en naar de (soms) weerbarstige  werkelijkheid van alledag. Tegen deze achtergrond wens ik mijn lezers met dit bericht uit de wintertuin niet alleen een mooie overgang van herfst naar winter maar ook een kleurrijk, voorspoedig en vooral gezond 2017.

Michael van Praag: ridder zonder vrees of blaam

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Het gedoe rond de – overigens terechte – herverkiezing van Michael van Praag als bondsvoorzitter, bewijst opnieuw, dat de structuur van de KNVB echt op de helling moet. Een stemming zonder last of ruggespraak hoeft op zich niet, maar enige openheid bij de herverkiezing van de eerste man van de KNVB mag toch transparantie gevraagd worden, naast een faire benadering van kandidaten, ook wanneer een herverkiezing in de lijn van de verwachting ligt. Welnu, van openheid noch een faire bejegening was sprake. De BVO-directeuren hadden kennelijk zoveel kritiek op de bondsvoorzitter, dat zij een hartig woordje met hem wilden spreken voordat de clubs – directeuren of bestuurders? – hun stem zouden uitbrengen. Een informeel, zelfs besloten vooroverleg is niets nieuws. Ik maakte destijds als voorzitter van het Amateurvoetbal ook mee, wanneer het bestuur van het (vroegere) Amateurvoetbalparlement wensen of vragen had. Wel vreemd is de samenstelling van de delegatie, die Michael van Praag ‘de wind van voren gaven’. Die delegatie bestond uit clubvertegenwoordigers en uit de directeuren van ECV en CED. Waarom waren Jacco Swart en Marc Boele, respectievelijk directeur van ECV en CED bij dat hernieuwde ‘intakegesprek’ met de bondsvoorzitter? Wat is de rol van de aparte CV-achtige constructies van de clubs uit de ere- en eerste divisie in de structuur van de KNVB? Voeren de directeuren van ECV en CED een eigen ‘koninkrijk’ aan met eigen materiele en immateriële middelen? Zij hebben wanneer ik me goed herinner geen stemrecht, maar klaarblijkelijk wel de machtiging om de bondsvoorzitter – in zijn woorden – ‘even ordinair hard aan te pakken’. Op ‘overval’ en ‘kruisverhoor’ – opnieuw termen van Michael van Praag – volgde een opzienbarende stemming. Maar liefst 21 van de 58 aanwezige leden van de Bondsraad onthielden zich van stemming. Michael van Praag werd wel verkozen met mooie cijfers: 36 tegen 1. Maar die cijfers geven een vertekend beeld. Zouden de clubbestuurders – waarschijnlijk afkomstig uit het betaalde voetbal – niet de laffe weg van een stemonthouding maar de faire weg van een stellingname in de bondsraad en gevolgd door een tegenstem bij een onbevredigend antwoord van de bondsvoorzitter, dan was voor in= en outsiders duidelijk, hoe de verhoudingen binnen de KNVB liggen.

KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)
KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)

Dat Michael van Praag een vervelende nasmaak overhield aan zijn herverkiezing als bondsvoorzitter van de KNVB is dus alleszins begrijpelijk.  En dat hij die nasmaak na afloop van wat ik het gedoe noem de ruimte gaf evenzo. Zelfs wanneer het verwijt, dat dat de bondsvoorzitter zich te weinig heeft ingezet voor het Nederlands voetbal, hout snijdt – het is nog maar de vraag of dat verwijt terecht is, maar dat terzijde – geeft het geen pas om in beslotenheid kritiek te uiten, die juist in openheid zou kunnen worden weerlegd. “Ik zat in mijn eentje tegenover tien man en had het gevoel in een kruisverhoor te zijn beland. Maar ik heb niets achtergehouden en evenmin een greep uit de kassa gedaan. Toch ervoer ik de benadering van de clubs wel zo”, aldus Michael van Praag in De Telegraaf. De bondsvoorzitter wil intussen toenadering zoeken tot de Eredivisieclubs. Dat de clubs uit de Eerste Divisie via hun directeur al hebben gepleit voor een overleg met Michael van Praag om de plooien glad te strijken is een goed teken. Maar wat blijft is de merkwaardige structuur van de sectie Betaald Voetbal. Die structuur is – ik schreef het eerder – echt aan herziening toe. Dat blijkt ook uit het z.g. statement, dat de deelnemers aan het informele overleg voor de stemming meenden te moeten afgeven na de uitspraken van Michael van Praag. ‘’Alle deelnemers aan het gesprek van clubzijde en vanuit de entiteiten ECV en CED herkennen zich totaal niet in de woorden van de bondsvoorzitter in de toespraak na afloop van zijn verkiezing en later in de media, en vinden het ontluisterend dat hij dit op deze wijze op het door hem gekozen moment naar buiten brengt’. Geen handreiking dus, eerder een bevestiging van de kloof. Opvallend is wel, dat het ‘statement’ de ECV en CED (directeuren?) als eerste ondertekenaars kent, en verder een aantal, maar lang niet alle BVO’s: opnieuw een teken van verdeeldheid, nu ook in eigen kring. Vreemd genoeg besloot de AV Betaald Voetbal – voorafgaand aan de Bondsvergadering – voorlopig geen algemeen directeur aan te stellen. Directielid Jean-Paul Decossaux neemt de taken waar, terwijl de beoogde algemeen directeur Gijs de Jong vooralsnog operationeel directeur blijft. Ook de RvC Betaald Voetbal functioneert voorlopig in minimale samenstelling van twee leden, in afwachting van het onderzoek naar de In afwachting van een onderzoek naar de ‘governance’ bij de KNVB.  Het uitstel tot mei 2017 doet de vraag rijzen, of de oude bezetting niet te topzwaar was. Een andersoortig ‘kruisverhoor’ – stevige onderzoeksjournalistiek bij voorbeeld door VI of andere media – zou geen kwaad kunnen, evenmin als een openhartig interview met de KNVB-ridder zonder vress of blaam: Michael van Praag.

 

Aardgasloos Amsterdam

img_1134-2
Nog geen nul op de (aardgas) meter (Foto: Ad Lansink)

Amsterdam wil in 2050 een aardgasloze stad worden. Met gepaste trots kondigde Abdeluheb Choh, wethouder voor duurzaamheid aan dat de hoofdstad van Nederland tegen die tijd alle gasbuizen vervangen heeft – of wil hebben, een klein verschil – door andere buizen. Want Amsterdammers hebben in de herfst en winter wel warmte nodig. De leden van het voortvarende stadsbestuur kunnen, wanneer de gezondheid het toelaat, zelf de afsluiting van de laatste gasmeter nog meemaken. Drie decennia zijn immers te overzien. Daar staat tegenover, dat nog geen tien jaar geleden diverse politici pleitten voor een Nederlandse aardgasrotonde: een duurzaam vehikel voor de afstemming van vraag en aanbod op de internationale gasmarkt.  Russisch aardgas en LNG zouden de teruglopende Nederlandse voorraden gaan vervangen. De tijd heeft intussen niet stilgestaan, het denken over duurzaamheid evenmin. Terugdringing van de uitstoot van CO2 heeft nu de hoogste prioriteit. Het relatief schone aardgas moet dus met alle fossiele brandstoffen – kolen maar ook olie – het veld ruimen. Nul op de meter is het mooie, overigens discutabele parool. Want de gasmeter mag dan geen omwentelingen meer te zien geven, vast staat ook dat andere al dan niet digitale tellers de rol gaan overnemen.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Biomassa, niet om te stoken (Foto: Ad Lansink)

De zon gaat voor niets op, maar schijnt niet altijd. Windenergie omzetten in stroom en vervolgens in warmte is ook niet een voor de hand liggende optie. Geothermie en warmte-koude-pompen dan: in de oudere stadsdelen van Amsterdam zijn dat evenmin plausibel alternatieven, nog afgezien van de palen waarop de stad rust. Het warmtenet moet dus uitkomst brengen, gevoed door restwarmte van afvalverbranding en elektriciteitscentrales. Een vorm van nuttige toepassing, die de toets van de kritiek kan doorstaan. Maar die secundaire warmtebronnen inclusief de hier en daar bejubelde biomassacentrales stoten ook CO2 uit, met een lagere efficiëntie dan de met aardgasgestookte, snel regelbare aardgasbranders. Trouwens: wanneer Amsterdam zich met recht het etiket van de circulaire stad wil opplakken – met of zonder toeristen, die CO2-vrij op Schiphol zijn geland – dan zou verbranding van afval en houtresten op betrekkelijk korte termijn ook uitgesloten moeten worden. Kortom: wil aardgasloos niet synoniem met warmteloos worden, moet er meer gebeuren dan de loutere publicatie van mooie maar nog onvoldoende uitgewerkte plannen. Een zorgvuldige kosten-batenanalyse is nodig, al was het alleen al om geen onnodige verwachtingen te wekken. Of wil de Amsterdammer van 2030, 2040 en 2050 niet weten waar hij dan aan toe is?

Volvo V60 Hybride: laden en rijden maar

Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)
Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)

De sjoemelsoftware van Volkswagen heeft onlangs gezelschap gekregen van de zogenaamde ‘defeat devices’, slimme onderdelen, waarmee autofabrikanten de strenge emissieregels kunnen omzeilen. De RWD – vroeger de Rijksdienst voor het Wegverkeer, nu opererend onder de welbekende afkorting – maakte onlangs bekend, dat enkele van de dertig onderzochte auto’s via die ‘defeat devices’ veel te mooie emissiecijfers lieten zien dan in de werkelijkheid werden gemeten. Bij de boosdoeners troffen de onderzoekers ook de Volvo XC 90, terwijl de V40 en de XC70 te vinden waren in de lijst van niet verdachte automobielen. Vreemd eigenlijk, die tegenstelling tussen goed en kwaad, temeer waar onduidelijk is, wat ‘defeat devices’ zijn. Ook is onduidelijk of die waarschijnlijke hardware volgens de regels wel of niet is toegestaan. Ik weet niet of de Volvo-voorlieden in Beesd en Gothenburg wakker liggen van de RDW-bevindingen. Zou dat wel het geval zijn, laat ik dan tot troost, lering en vermaak nog eens benadrukken, dat de Volvo V60 hybride de toets van de verbruikskritiek glansrijk kan doorstaan.

Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen
Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen: ‘Plan van Elon Musk om Mars te koloniseren grenst aan bedrog’

Het passeren van de kilometerstand van 16.000 km is een mooie aanleiding om (opnieuw) de (tussen) stand van de verbruikscijfers op te maken. Welnu, het verbruik aan dieselbrandstof bedraagt 2,7 liter op 100 km: in ouderwetse termen dus 1 op 37, een getal, dat ik bij de aanschaf van de Volvo V60 Hybride niet voor mogelijk had gehouden. Toegegeven: nogal wat ritten vinden plaats in de naaste omgeving. Maar daar staat tegenover, dat de tochten naar het westen en noorden van Nederland de beperkte voorraad aan elektrische kilometers – in mijn geval schommelend tussen 40 en 50 km, afhankelijk van de omstandigheden – ver te boven gaan. Een ruwe schatting leert, dat ongeveer de helft van de 16.000 km volledig elektrisch zijn gereden. De prijs per km kan dus eenvoudig berekend worden: aan de 160 x 2,7 x €1,10 (= €475) van de diesel moet ik de kosten van de elektriciteit toevoegen. Die gemiddelde kosten belopen voor elke 45 km 9 kWh ofwel 9 x €0,22 = €1,98: ofwel per km €0,044. Bij 8000 elektrische km’s wordt dat €352. Vermeerderd met de dieselkosten levert dat een totaal bedrag van €827. Mijn 5,16 cent per km vind ik een alleszins mooi getal.

Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink
Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink

Kenners hebben natuurlijk al opgemerkt, dat ik een kWh prijs van 22 cent hanteer. In de praktijk van alledag valt die prijs nog wat lager uit, omdat de Volvo V60 hybride meestal ’s nachts wordt opgeladen. Hang ik de auto overdag aan het stopcontact, dan zorgen de zonnepanelen voor voldoende CO2-vrije stroom. Zou ik een van de 69 nu in Nijmegen beschikbare laadpalen gebruiken, dan verandert het beeld: niet veel maar evenmin weinig. Want het tarief van die hier en daar beschikbare palen bedraagt maar liefst €0,30 tot €0,36 per kWH. Zou dat de reden zijn, waarom de app’s – jawel: die digitale dingen zijn tegenwoordig onmisbaar – vrijwel altijd aangeven, dat de openbare laadpalen op stroom-beluste klanten staan te wachten? Ook voor laden geldt: oost-west, thuis-best, om over Mars nog maar te zwijgen. Tesla-baas Egon Musk kan er over meepraten, Hein de Kort in het Financieel Dagblad ook.

Phishing mail: de brutaliteit voorbij

phishing2-2Een klein jaar geleden meldde de bank mij, dat zij een paar merkwaardige overschrijvingen van mijn rekening hadden geconstateerd: eerst van de spaarrekening naar betaalrekening en van daar naar andere, onbekende rekeningen. Een snelle blik op het rekeningoverzicht leerde, dat ik waarschijnlijk  slachtoffer was van wat tegenwoordig ‘cybercrime’ heet: via ‘phishing mail’ en ‘spyware’ een aanslag op de bankrekening. Dankzij de voortreffelijke medewerking van de bank en de hulp van de provider kon ik – na aangifte van het misdrijf bij de politie – een week later weer beschikken over het ontvreemde geld. Of de bank het geld heeft kunnen terugvorderen, of gebruik heeft moeten maken van een waarborgfonds is mij niet bekend, evenmin als het antwoord op de vraag of de ‘cybercriminelen’ ooit achterhaald zijn. Het proces-verbaal is ongetwijfeld in de statistieken van de toenemende cybercriminaliteit verwerkt.

rtemagicc_schermafbeelding_2014-10-09_om_16-59-16_01-pngHet dringende advies van bank en  politie om nog beter  inkomende emailberichten te controleren, heb ik ter harte genomen. Sinds de aanslag op mijn rekeningen heb ik aardig wat verdachte berichten rechtstreeks naar de prullenmand verwezen. Net nog een bericht, dat mijn sollicitatie aanvaard was. Het taalgebruik van de ‘cybercriminelen’ is meestal een goede waarschuwing. Soms is extra oplettendheid geboden, omdat de professionaliteit van de digitale inbrekers toeneemt. Het toppunt van imitatie en brutaliteit ontdekte ik  in een bericht, dat afkomstig leek van Ziggo. Een nieuwe factuur zou klaar staan voor een bedrag, dat mij vreemd voorkwam: €235,35, aanzienlijk meer dan de kosten van het maandelijkse Ziggo-abonnement. Uit het bericht kon worden opgemaakt, dat het bedrag automatisch zou worden geïncasseerd. Niettemin kon ik op maar liefst zes plaatsen klikken, waaronder ‘Mijn Ziggo’, ‘Factuur bekijken’ en ‘Toegang’. Ik heb dat uiteraard niet gedaan. Mijn eerdere ervaringen hadden voldoende leergeld opgeleverd.

img_1027Raadpleging van de Ziggo-website en het echte facturen-overzicht bevestigde het vermoeden, dat ik met ‘phishingmail’ te maken had. Overigens in dit geval een wel uitzonderlijk brutale versie. De afzender met een bijna onuitspreekbare naam – te vinden wanneer in de adressering het verzendadres wordt opgezocht – had niet alleen zijn bericht goed doen lijken op de mails van Ziggo. Sterker nog: onderaan het bericht sluit hij af met een pittige waarschuwing: ‘Kijk uit voor phishing: internetcriminelen vissen met valse e-mails naar je privégegevens. Ziggo vraagt nooit naar persoonlijke gegevens via e-mail.’ Kan het nog brutaler? Inmiddels blijkt, dat ik niet het enige doelwit van deze phishing-mail-activisten ben. Integendeel. Meer Ziggo-klanten hebben gemeld, dat zij in de verleiding zijn gebracht om via een klik spyware ruimte te geven. Dat  ‘cybercriminelen’ geen eendagsvliegen zijn, en niet voor een gat te vangen – ondanks hun beperkte foto-areaal – blijkt uit de afbeeldingen bij enkele oudere berichten. Het blijft dus uitkijken. De digitale insluipers zijn de brutaliteit voorbij.

 

 

 

Afvalhiërarchie in India

Afvalpiramide met preventie aan de basis Bron: Still van TEDxMITID
Mr Anurak Chandak aan het woord
Bron: Still van TEDxMITID presentatie

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer die meer voelde voor genade, van waar dan ook. Was het dus geen toeval, dat ik tijdens het werk aan ‘Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy’ een emailbericht ontving over de promotie van de afvalhiërarchie in India? Ik was net bezig met een paragraaf over de invloed van globalisering op landen als Brazilië, China en India. Het bericht was afkomstig van Peter Wiers, een consultant, die in het voorjaar van 2014 een tiental in afvalbeheer en waterzuivering geinteresseerde managers uit India kennis wilde laten maken met het Nederlandse afvalbeleid. Ter voorbereiding van zijn rondtocht langs instellingen en bedrijven had hij mij gevraagd, wat in het programma kon of moest worden opgenomen. Twee uur brainstormen in Nijmegen leidde tot diverse suggesties, onder meer over werkbezoeken, en tot een uiteenzetting over de Ladder van Lansink.

Afvalpiramide van Chandak met 'Disposal' an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)
Afvalpiramide van Chandak met ‘Disposal’ an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)

Vandaag – ruim twee jaar later dus – schreef Peter Wiers: ‘Zoals u weet, heb ik in 2014 een team van Indiase afval en energie-experts rondgeleid in Nederland. Misschien vindt u het leuk om te zien hoe de zoon van een van hen nu de Ladder van Lansink actief gebruikt om de situatie in India te verbeteren’. Hij voegde een link toe naar de TEDxMITID-presentatie van Mr. Anurag Chandak over de aanpak van de afvalproblematiek in India. Zijn even heldere als inspirerende presentatie, waarin de afval hiërarchie een prominente plaats heeft, is te vinden op https://youtu.be/1TAR9skA6VA. De toehoorders luisteren vol aandacht naar de man, die van de afvalhiërarchie een piramide maakt, met preventie (reduce) aan de basis en verwijdering (disposal) aan de top. Hoe meer preventie (en recycling), des te gemakkelijker is het afvalvraagstuk op te lossen, aldus Chandak, die (nog) niet spreekt over circulaire economie.

De Ladder van Lansink beklimmen, of toch maar beginnen bij preventie?

Na een duidelijke uitleg over de groene stappen van de afvalpiramide illustreert Chandak zijn betoog met enkele basale praktijkvoorbeelden:  hergebruik van draagtassen, prikstokken voor zwerfafval, anaerobe vergisters voor productie van biogas. Op zijn oproep tot hulp bij de oplossing van het afvalvraagstuk volgt een klaterend applaus. De presentatie van Chandak leert, dat ook in India de zorgen voor het leefklimaat erkend worden. Bij de beheersing van het afvalvraagstuk is ook daar de Ladder van Lansink het onbetwiste kader, overigens in relatie tot het klimaatvraagstuk en het energiebeleid. Desondanks blijven globalisering, geopolitieke ontwikkelingen en het tot nu vrijwel onbeheersbare vrije marktdenken zaken die aandacht verdienen.

Connecting waste hierarchy and circular economy Schema uit 'Challenging Changes' Ontwerp: Ad lansink en Sophie van Kempen
Connecting waste hierarchy and circular economy
Voorpublicatie uit ‘Challenging Changes’
Ontwerp: Ad Lansink en Sophie van Kempen

Chandak wijst in zijn boeiende voordracht terecht op de mogelijkheden en wenselijkheden van lokale initiatieven, zoals ook in Nederland vaak de nadruk wordt gelegd op decentraal afval- en energiebeheer. De spanning echter tussen regionalisatie en globalisering wordt in India nog niet ervaren, evenmin als de dilemma’s, die eerder vroeg dan laat om keuzes vragen: overheidssturing of producentenverantwoordelijkheid; fiscalisering of marktwerking; bindende richtlijnen of productenvrijheid; nationale aanpak of internationale speelruimt, leaseconstructies of eigendomsrecht. Gestimuleerd door het onverwachte emailbericht over de afvalhierarchie in India, werk ik nog even door aan ‘Challenging Changes’, een pittige maar mooie uitdaging op zichzelf.

Chaos in Zeister Bos?

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Wat is er allemaal bij de KNVB aan hand? Chaos in Zeister bos? Begrijpelijke vragen van een vriend, die zich mijn vroegere functies bij de KNVB herinnerde. Ik kon die vraag niet echt beantwoorden, hoewel ik met stijgende verbazing de kranten had gevolgd. Het opstappen van Bert Oostveen, de verwikkelingen bij de trainersstaf van Oranje, de verongelijkte uitspraken van bondsvoorzitter Michael van Praag, de vertrouwensbreuk tussen de (meerderheid van) de Eredivisieclubs en de Raad van Commissarissen, het openbare optreden van ECV-directeur Jacco Swart, het plotselinge vertrek van RvC-voorzitter Johan Lokhorst, het zijn inderdaad feiten, die op een bestuurlijke chaos duiden. Maar wat ontbreekt, ook in de verhalen en commentaren van NOS, NRC en andere media is de diepere oorzaak van de wanorde bij de bond, die toch niets voor niets ‘Koninklijk’ heet. Welnu: die diepere oorzaak ligt in de ingewikkelde structuur van de KNVB, waarin het betaalde voetbal een zelfstandige plaats heeft. In mijn actieve -KNVB jaren – van 1982 tot 1990 als voorzitter van de KNVB-Afdeling Nijmegen en van 1990 tot 1996 als voorzitter van de Sectie Amateur Voetbal –  voelde ik al de grote afstand tussen amateur- en betaald voetbal. Gekscherend zei ik ooit tegen Martin van Rooijen, toen voorzitter betaald voetbal ‘Jullie hebben wel de centen, maar wij de leden’. Dat top- en breedtesport regelmatig botsten, was in het Bondsbestuur vaak te merken. Maar Bondsvoorzitter Jo van Marle – een aimabele man met ervaring en gezag – wist de tegenstellingen steeds te overbruggen. Ook zijn opvolger Jeu Sprengers lukte dat, ondanks het feit, dat door de verdere commercialisering van het betaalde voetbal de afstand tot het amateurvoetbal steeds groter werd.

KNVB-Beker (Bron:http://nl.askmen.com)
KNVB-Beker (Bron:http://nl.askmen.com)

Ik herinner me twee illustratieve voorvallen. De eerste, achteraf anekdotische gebeurtenis was de uitreiking van de KNVB-Beker 1993 in het Feyenoord Stadion. Jos Staatsen, toen voorzitter van het betaalde voetbal, stond erop, dat hij minister Hedy d’Ancona zou assisteren, hoewel het Bondbestuur mij had aangewezen als vervanger van de zieke Jo van Marle. De voorzitters van Ajax en Heerenveen – finalisten ivan 1993 – hadden volgens Harrie Been aangedrongen op mijn vervanging. Een snel protest leidde tot een compromis: Jos Staatsen en ik begeleidden de minister naar de middenstip van de Kuip. Weken later nodigde Riemer van de Velden mij uit voor een ‘avondje Herenveen’ – diner en wedstrijd – om te benadrukken dat het gebeuren in de Kuip niet aan zijn geest ontsproten was. Het tweede voorval vond plaats tijdens de WK 1994 in de Verenigde Staten. Jeu Sprengers, toen bondsvoorzitter kwam mij met gepaste trots melden, dat Prins Willem Aleander en Prins Constantijn naar de Citrus Bowl in Orlando waren gekomen om op 4 juli de achtste finale tegen Ierland bij te wonen. Maar delegatieleider Jos Staatsen wilde de prinsen niet aan Jeu en evenmin aan mij voorstellen. Ook in dat geval was een snel protest bij Harrie Been voldoende om het tij te doen keren. Ik zie Jos Staatsen nog verbaasd kijken, toen ik op de terugweg naar het hotel – overigens na een feestelijke ontmoeting met de Nederlandse en Ierse supporters in de cafés rond Orlando’s Church Street – in de bus van de ambassade tussen de prinsen mocht plaats nemen.

Orlando: 4 juli 1994 – (Toen nog Kroon-) Prins Willem-Alexaner feliciteert Stan Valkx met de overwinning op Ierland; links Jos Staatsen, voorzitter betaald voetbal

De NRC schreef enkele dagen geleden, dat twee keer eerder het vertrouwen in de RvC was opgezegd, met als gevolg het opstappen van Martin van Rooijen en later ook Jos Staatsen. Bedoeld werd natuurlijk het Bestuur Betaald Voetbal. In de jaren negentig was er geen RvC en evenmin een ECV: de gezamenlijke bv van de Eredivisieclubs, feitelijk Betaald Voetbal Organisaties. Hoe het met de verenigingen, clubs of BVO’s uit de Eerste en sinds 2016 Tweede Divisie gesteld is, weet ik niet. De website van de KNVB maakt dat evenmin duidelijk als de reden waarom het betaald voetbal (met een zware directie) een RvC heeft  – met een eigen reglement – en het amateurvoetbal een Raad van Toezicht plus een Ledenraad. Intussen staat wel vast, dat het vertrouwen in de RvC is opgezegd door de meerderheid van de Eredivisieclubs in een informele bijeenkomst op Schiphol – dus niet in Zeist – na een pittig beraad met de RvC. Jacco Swart, ECV-directeur en woordvoerder, wist niet goed raad met de vraag van de interviewer naar de positie Van Henk Kivits, ECV-voorzitter maar ook lid van de RvC.  Hoezo dan die afstand tussen ECV en RvC? Koppelde voorzitter Kivits niets terug naar zijn achterban? Had hij niets in te brengen? Of volgden de ontwikkelingen elkaar zo snel op, dat iedereen – ook het Bondsbestuur – wel achter de feiten aan moest lopen? Het Bondsbestuur kwam inderdaad pas laat uit de bestuurlijke schulp. Eerst bondsvoorzitter Michael van Praag, die zich alleen beklaagde over het feit dat hij niet tijdig was ingelicht over de directiewisseling van Oostveen – de Jong. Enkele dagen later stelde KNVB-vicevoorzitter Pier Eringa terecht vast, dat er nu echt iets moet gaan gebeuren. Ongetwijfeld is de binnen- en buitenwereld van de KNVB dat met hem eens. Probleem is wel, dat het bondsbestuur geen zeggenschap hebben over het betaalde voetbal. De structuur moet op de schop. De nadrukkelijke scheiding tussen amateur- en betaald voetbal is achterhaald. En afzonderlijke rechtspersonen voor divisies, puur om de commerciële belangen – lees: de verdeling van de gelden uit media en sponsoring – veilig te stellen ook. Eenvoudig zal het niet zijn. Maar kijkend naar de structuur van andere Europese voetbalbonden moet het toch mogelijk zijn om de KNVB om te vormen tot een transparante organisatie met zeggenschap en verantwoordelijkheid van alle geledingen. Misschien kan een commissie van goede diensten de knopen ontwarren, en een nieuwe structuur ontwerpen, in Zeist, niet op Schiphol.

 

 

De ene transitie is de andere niet

Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016
Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016

Shell-bashing, daar kon je natuurlijk op wachten, nadat het Financieel Dagblad op 30 augustus 2016 opende met de kop: ‘Shell-topman hekelt gebrek aan realisme bij energietransitie’. Bestuursvoorzitter Ben van Beurden stelde in het Noorse Stavanger op het olie- en gascongres van Offshore Northern Seas, dat de overgang naar duurzame energie een veel complexer operatie is dan hier en daar wordt gedacht. Het wereldwijde energiesysteem blijft voorlopig – volgens de CEO van Shell zelfs de hele eeuw – bestaan uit een lappendeken van fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Vreemd genoeg vergeet hij kernenergie, maar dat terzijde, want kernenergie ligt nu eenmaal niet op ieders lippen.  Onder vakbroeders kon Ben van Beurden zonder tegenspraak uiteenzetten, dat de emissie van broeikasgassen niet terug gaat naar nul: ‘een niet te ontkennen waarheid’ die overigens door vrijwel niemand bestreden zal worden. Meer opwinding veroorzaakte de Shell-topman met zijn uitspraak, dat realisme absoluut cruciaal is om een effectieve en efficiënte energietransitie te krijgen, temeer waar sommige opvattingen over duurzame energie niet op stevige feiten zijn gebaseerd. Zijn critici hebben zich waarschijnlijk het meest gestoord aan de uitspraak ‘Als het gaat om sommige opvattingen over de uitdagingen van de energietransitie, moet onze industrie er niet voor terugdeinzen tegendraads te zijn’. Dat is op het eerste gezicht inderdaad een regelrechte knuppel in het veelkleurige hoenderhok van in- en outsiders, van echte kenners en halve betweters.

Innovatie? Ja zeker - de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)
Innovatie? Ja zeker – de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)

Op sociale media werd Shell neergezet als een bewuste remmer van de energietransitie. En topman Ben van Beurden kreeg het verwijt van onvoldoende leiderschap om zijn oren. In het koor van de Shell-critici zong transitie-deskundige Derk Loorbach zijn partij mee met de tweet‪’#transitiekunde houdt zich al 15 jaar met die complexiteit bezig, #Shell komt er nu pas achter dat er transitie is’. Loorbach vergeet al het werk, dat Shell al sinds de jaren tachtig heeft gestoken in allerhande scenariostudies. Hij vergeet ook, dat Shell al voor de eeuwwisseling in Helmond zonnepanelen maakte. Ik herinner me mijn werkbezoek en de uitleg van Gosse Boxhoorn als de dag van gisteren. Maar gisteren is vandaag niet meer. Shell trok zich – achteraf te snel? – terug uit de wereld van de zonne-energie, die pas door de Duitse Energiewende en de Chinese innovatie – fors gesubsidieerd door de Chinese overheid – een geweldige boost kreeg. Dat Shell zich niet afzet tegen hernieuwbare energie, blijkt uit de beoogde participatie in grootschalige offshore windenergie: Noordzeewind, een samenwerkingsverband van Nuon en Shell.  Ben van Beurden erkent ook de grote betekenis van zonne-energie. Ik wijs de mensen, die Shell als remmer duiden op de volgende passage, ontleend aan https://cleantechnica.com (15 september 2015):

Solar energy will comprise the backbone of the world’s energy system in years to come, according to the CEO of Shell (yes, that Shell), Ben van Beurden. The exact words used by Van Beurden were that he has “no hesitation to predict that in years to come solar will be the dominant backbone of our energy system, certainly of the electricity system.” Considering that these words were from the CEO of one of the largest oil companies in the world, one would assume that he has good reasons for saying what he did.

Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag
Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag

Shell-bashing is even onterecht als green-washing: het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Ik reken mezelf al sinds de jaren, dat ik me in de Tweede Kamer inzette voor wind- en zonne-energie tot een fan van het transitiedenken. Ik herinner me de pleidooien voor het Plan Lievense of voor een verstandige toepassing van de belastingen op milieugrondslag. Dat Plan Lievense leerde overigens ook, dat hernieuwbare energie in de vorm van het nu eenmaal discontinue karakter van wind- of zonne-energie midden- en grootschalige opslagsystemen vergen. Het ontbreken daarvan is veeleer een rem op de duurzame energie dan het gas- en olieconcern, dat zijn betekenis voor de transportsector beseft en de complexiteit van een alles omvattend energie benadrukt. Met de Ladder van Lansink begaf ik me trouwens al in 1979 op het pad van de transities in het afvalbeheer, dat diverse raakvlakken heeft met het energiebeleid. Dat de ene transitie is de andere niet is, werd mij in 2004 duidelijk tijdens een workshop in Utrecht. Die workshop leverde in 2007 een interessante publicatie op: PARTO, S., LOORBACH, D., LANSINK, A., KEMP, R. (2007) Transitions and Institutional Change: the case of the Dutch waste system, in S. Parto & B. Herbert-Copley (eds.) Industrial Innovation and Environmental Regulation. United Nations University Press, New York, pp. 233-258. Waarmee de cirkel (helemaal of gedeeltelijk) rond is, en de complexiteit van transities vast staat.

Max de Bok (1933-2016) : betrokken en bevlogen journalist

Max de Bok voor zijn 'tweede thuishaven' Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf
Max de Bok voor zijn ‘tweede thuishaven’ (Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf)

Rondtrekkend door Frankrijk overviel mij het overlijdensbericht van Max de Bok. Van Harrie Janssen, zijn oud-collega bij De Gelderlander, had ik eerder gehoord dat Max ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam voor mij toch onverwacht. De uitvaart uit zijn geliefde Nieuwspoort kon ik niet bijwonen, een kaars opsteken in een Franse kathedraal wel. Zijn heengaan liet mij in de dagen rond het afscheid in wat vanaf de jaren zestig zijn tweede thuis was niet los. Steeds moet ik denken aan de betrokken en bevlogen journalist, die in mijn Binnenhofse jaren een vriend werd. Max had weliswaar al vroeg afscheid genomen van katholieke verleden. En van de KVP en later het CDA moest hij ook niet veel hebben. Hij had door wat hij in zijn jeugd had meegemaakt – het ontslag van zijn vader bij Kwatta – meer oog en oor voor de PvdA en voor linkse gangmakers als Willem Drees, Joop den Uil en Wim Kok. Toch had hij ook waardering voor het werk van CDA-ers als Ruud Lubbers en Jan de Koning. Zijn scherpe columns in De Gelderlander leerden elke week, dat zijn politieke voorkeur hem niet belemmerde in zijn functie als onbevangen en onafhankelijk politiek journalist. Terecht ontving hij als eerste parlementaire redacteur uit de regio in 1984 de Anne Vondelingprijs. Zelf bewaar ik ondanks de politieke verschillen van mening alleen maar goede en vooral fijne herinneringen aan de man, die niet allen voor collega-journalisten maar ook voor politici een goede leermeester was.

Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl Bron: NRC, Illustratie bij 'Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg (NRC, 20-08-2016)
Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl (Bron: NRC, Illustratie bij ‘Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg – NRC, 20-08-2016)

Max kende het Binnenhof en zijn vaak tijdelijke bewoners al heel wat jaren, voordat ik op 3 juni 1977 beëdigd werd tot lid van de Tweede Kamer. Overigens had ik Max daarvoor al leren kennen. Na een bezoek aan hoofdredacteur Louis Frequin, ging hij met zijn collega’s steevast enkele pilsjes drinken in de City Bar, in Nijmegen toen bekend als het ‘Bijkantoor van de Gelderlander’.  Ik was in die bruine kroeg van uitbater Jo Samson in 1972 terecht gekomen na een carnavalsavond in de Benedenstad. De aansporing van Marie Jose Ceulemans, Frequins secretaresse, om vaker op vrijdagmiddag naar de City Bar te komen leidde tot de eerste ontmoetingen met Max de Bok: de journalist tegen wie ik opkeek, niet alleen omdat hij uit het toen nog verre den Haag kwam, maar ook omdat hij in zijn uitstekende bijdragen eenvoudige krantenlezers goed informeerde over het wel en wee onder en buiten de Haagse kaasstolp. Dankzij Max de Bok werd ook de afstand tot de overige Audet-journalisten met de maand kleiner. Dat kwam ook, omdat ik op dinsdag- en woensdagavond de sociëteit van Nieuwspoort indook, waar de krantenmannen en -vrouwen van Audet bij de vaste klanten hoorden. Ik herinner me Yvon van der Heiden, Jan van de Ven, Aukje van Roessel, Carla Joosten, Arnold Mandemaker, Joost Aerts en Frans Boogaard, zomaar wat namen van collega-journalisten voor wie Max in al die Haagse jaren veel betekend heeft. Frans Boogaard heeft dat goed verwoord in een mooie necrologie voor Villamedia: het digitale domein van de Nederlandse en Vlaamse journalistiek.

Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)
Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)

Dat de afstand tot Max en zijn naaste collega’s korter was dan die tot andere parlementaire journalisten, bleek uit de toestemming om – bij uitzondering, dat wel – gebruik te mogen maken van de technische faciliteiten van de Audet-redactie op de eerste verdieping van het hoekpand van de Spuistraat. Talloze discussies heb ik met Max de Bok gevoerd, in de wandelgangen van het Kamergebouw, in het oude en het nieuwe Nieuwspoort, en in de Nijmeegse City Bar. Ik laat Max zelf aan het woord via een deel van zijn toespraak bij de opening van de expositie ‘Uit de Kamer, uit de Kunst’ op 18 mei 1998. De Kunstcommissie had toegestaan, dat bij mijn vertrek uit de Kamer de bevriende kunstenaars Harrie Gerritz, Oscar Goedhart en Rob Terwindt hun werk mochten tonen in de sociëteit en hal van Nieuwspoort. Max zei toen onder meer: ‘Ad en ik zijn voor de Nijmeegse kroegvrienden vele, lange jaren prototypen geweest van antagonisme: onze kroegdebatten waren befaamd. Voor de stamgasten waren wij exemplarisch voor de verdorven mores in het politieke dorp Den Haag: eerst elkaar voor rotte vis uitmaken en daarna samen een biertje drinken. We hebben inderdaad, hier aan de tap van Nieuwspoort, daar in Nijmegen in de City Bar hooglopende, op ruzietoon gevoerde discussies gehad. Ze gingen altijd ergens over, al wist ik de dag erna zelden meer waarover, behalve dan voor honderd procent zeker, dat het over dat verderfelijke CDA was gegaan. We bezigden voor onze discussie een niet afgesproken techniek. We herhaalden in alle vriendschap gewoon de discussie die we tevoren in Nieuwspoort in alle ernst hadden gevoerd, maar speelden daar in de City Bar opwinding en kwaadheid’.

Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen Bron: DE Telegraaf, Foto: Jos van Leeuwen
Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen. Bron: De Telegraaf. Foto: Jos van Leeuwen

Max de Bok ten voeten uit: betrokken, bevlogen, scherpzinnig, taalvaardig. Hij noemde mij toen ‘Een bijzonder geval’ maar hij was dat zelf in veel sterke mate, zeker wanneer zijn creativiteit, bestuurskracht en bindend vermogen – ook buiten Nieuwspoort: denk aan het jarenlange voorzitterschap van de NVJ – in de beschouwing worden betrokken. Zou de toenmalige top van De Gelderlander dat hebben gedaan, dan zou Max ongetwijfeld als opvolger van Louis Frequin hoofdredacteur van de Gelderlander zijn geworden, een goede en sterke bovendien. Maar Nieuwspoort zou een even krachtige als innemende bestuursvoorzitter hebben gemist. En Max zelf een groot aantal Haagse jaren, die hij met passie en plezier heeft beleefd, voor en na zijn voluit verdiende erepoorterschap in 2003. Die eervolle onderscheiding had hij mij op 2 juni 1998 tijdens het afscheidsfeest in Nieuwspoort bij het vertrek uit de Tweede Kamer overhandigd. Hij vertelde de gasten daarbij, dat ik journalist wilde zijn (mits meteen hoofdredacteur) en kunstenaar. Quod non. Toen Lex Oomkes – een van zijn latere opvolgers als voorzitter van Nieuwspoort – bij zijn afscheid tot Erepoorter werd benoemd, stelde Max voor, dat bij de uitreiking van het befaamde Erepoorterglaasje een reünie van Erepoorters voortaan een gepaste entourage zou zijn. Of het zover komt zal Max de Bok helaas niet meer meemaken. Zijn familie, vrienden en collega’s moeten het doen met de vele herinneringen aan een meer dan bijzonder geval: de man die zijn leven lang een uitnemend politiek en parlementair journalist was , volgens Mark Kranenburg (NRC) ‘hongerig en met een eigen mening’ maar ook volop bij machte om ‘het vrije woord’ en de ‘parlementaire democratie’ als kernwaarden alle ruimte te geven. Het was een voorrecht Max de Bok meer dan veertig jaren te hebben mogen ontmoeten, de nieuwsgierigheid voorbij, de vriendschap koesterend.

 

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »