De man van de ladder

Ad Lansink (2015) Foto: Inge Hondebrink (Nijmegen)

Bent U die man van de ladder? De ladder van Lansink? Ja: Oh. De Belg kijkt mij verbaasd aan, en zegt dan: ik dacht dat U al lang dood was. Die ontmoeting tijdens een jaarzitting van FostPlus in Brussel kon ik meer waarderen dan de wethouders, die mij op een receptie in Lelystad toeriepen: ‘Wat een toeval: vanmorgen hadden we het nog over de ladder van Lansink. Een onding. Stortruimte genoeg, maar minister de Boer jaagt ons op kosten met haar stortverbod, dank zij Uw motie’. Ik kon die wethouders niet overtuigen van het nut van recycling, hergebruik en preventie. Duurzaamheid telde voor die bestuurders evenmin als besparing op energie en grondstoffen Aan de bar was het beter toeven dan in het gezelschap van kortzichtige lieden: met bier als bloedverdunner en kalmeermiddel: bijdrage aan de oplossing van het broeikaseffect, dat in 1979 bij het bedenken van de motie Lansink in nog geen rol speelde. De Club van Rome wel, evenals de eerste en tweede energiecrisis, die verbranding van afval met terugwinning van energie op de een na onderste sport van de ladder deden belanden. Want fossiele energiedragers waren toen schaars, kernenergie was omstreden en duurzame energie nog onzichtbaar.

Dank zij de onuitwisbare Handelingen van de Tweede Kamer, is de oorsprong van de motie Lansink gemakkelijk te traceren. Bij de behandeling van de Milieubegroting 1980, voelde ik weinig zin voor het afvuren van allerlei vragen. Een pittig betoog over een of twee onderwerpen zou, dacht ik, meer indruk maken op minister Ginjaar, die zakelijk en politiek van wanten wist. Een nota over structurele aanpak van het afvalbeheer zou hem als oud-wetenschapper waarschijnlijk weinig moeite kosten, meende ik. Maar de bewindsman voelde niets voor een Hergebruikplan Afvalstoffen met de volgorde, die later de ‘ladder van Lansink’ is gaan heten. De kamerbrede aanvaarding van de motie leidde wel tot de opdracht aan de Stichting Verwijdering Afvalstoffen een verkennend rapport op te stellen. Ruim een jaar na de Kameruitspraak – op 30 januari 1981 – bracht de in Amersfoort gevestigde SVA een fors rapport uit, met als titel ‘Beperking en gebruik van afval van particuliere huishoudens’.  Het rapport viel slecht in kringen, die baat hadden bij het behoud van de bestaande situatie. Ik herinner ik me een stevige discussie met de top van Philips, die niets moest hebben van een verwijderingsbijdrage op batterijen om inzameling, ontleding, scheiding en hergebruik  te stimuleren. En de groentemannen van HAK hadden onoverkomelijke bezwaren tegen statiegeld op hun glazen potten. Tot mijn verrassing schaarde Wouter van Dieren zich bij de mensen, die afvalpreventie onhaalbaar en zelfs ongewenst achtten. De Club-van-Rome-ganger biechtte later op, dat hij als eerste de motie Lansink met een ladder had vergeleken: een aardige geste, want alliteratie maakte de ladder tot een gevleugeld woord.

De motie Lansink leefde in de 80-er jaren een onopvallend bestaan. De provincie Overijsel nam de ladder op in haar het afvalstoffenplan.  Het tijdschrift Milieu en Recht besteedde af en toe aandacht aan de voorkeursvolgorde. Het tienjarige bestaan van de motie leverde zelfs een interview op in Beta, een milieubewust periodiek. De samenvoeging van de Afvalstoffenwet en de Wet Chemische Afvalstoffen in een wettelijk kader, en de inbouw in de Wet Milieubeheer zorgde voor de wettelijke codificatie van de motie Lansink. Het draagvlak voor hergebruik werd groter. Het besef groeide, dat recycling loont. Door die codificatie op de grens van de 80-er en 90-er jaren werd de motie Lansink een begrip, binnen en buiten afvalland. Op een ontvangst bij een door Shell gesponsorde expositie sprak iemand mij aan met de woorden ‘Mooi dat ik nu kennis kan maken met de man van de ladder’. Op mijn vraag wat hij bedoelde, zei hij: ‘De ladder van Lansink, die volgorde in het afvalbeleid’. Toen hij  keurig de rij opdreunde – preventie, scheiding vooraf, scheiding achteraf, verbranding met terugwinning van energie, en functioneel storten – wist ik, dat hij de motie bedoelde. Sindsdien wordt de duurzaamheid van de ladder niet betwist.

Toch tref ik nog regelmatig lieden die kritiek hebben op de starheid van de ladder. Ten onrechte. Want hoewel een buigzame ladder niet veel goeds belooft voor de klimmer, blijkt uit wettekst en toepassing, dat de voorkeursvolgorde  flexibel genoeg is om een afweging te maken tussen de pro’s en contra’s van een- of meervoudig hergebruik. Natuurlijk is preventie in een door de economie gedreven samenleving een ander verhaal. Volledige ontkoppeling van economische groei en afvalproductie is moeilijk te realiseren. Daar staat tegenover, dat de ladder een uitdaging is voor wetenschappers en technologen, voor ontwerpers en producenten, voor distributeurs en consumenten, en voor recyclingbedrijven. De inzameling van glas, papier, metaal, textiel,  en  hergebruik van bouw- en sloopafval zijn een fraai teken aan de wand, evenals de toegenomen betekenis van producentenverantwoordelijkheid, ecodesign en ketenbeheer. Dat financiële instrumenten als exotaxes, retourgelden en verwijderingsbijdragen niet hoog scoren op de maatschappelijke en dus politieke hitlijst is te betreuren. Maar die constatering is geen alibi om de tastbare resultaten van inzameling, scheiding, verwerking en hergebruik en de betekenis van de afvalhiërarchie te ontkennen.

Bent U die man van de ladder? Jawel, maar met de aantekening, dat het uitstippelen van een marsroute of het tekenen van een ladder gemakkelijker is dan het waarmaken van een visie. Trouwens: beleidslijnen vergen voortdurend evaluatie, ook wanneer het doel niet omstreden is. De ladder is dus gediend met onderzoek en ontwikkeling. Nieuwe technieken en zorgvuldige kosten- en batenanalyses leiden tot optimalisering van de afvalhiërarchie. De ladder moet af en toe tegen het licht worden gehouden om het tekort aan instrumenten weg te nemen en om de kernthema’s van vandaag en morgen – grondstoffen, ruimte, veiligheid en klimaat – in de beschouwing te betrekken. Storten van brandbaar afval blijft dus taboe, verbranding niet, omdat ook eenmalig hergebruik nuttig is. Maar duurzaam storten is een dubieuze opgave, ook al kunnen we bouwen op een belt. Natuurlijke afbraak is mooi, maar een ‘schone’ stortplaats nauwelijks te vinden. Verruiming van ovencapaciteit vergroot CO2-emissies. En aanbod schept vraag, waardoor prikkels voor preventie en hergebruik ondersneeuwen.

Technocratische en technologische vraagtekens bij de ladder zijn begrijpelijk. Maar de voorkeursvolgorde is politiek en maatschappelijk bepaald. Bovendien stimuleert de ladder ketenbeheer en innovatie. Van ecodesign wordt niemand slechter. De wet biedt voorts ruimte voor afweging, wanneer aan product- of materiaalhergebruik te grote bezwaren kleven. Een sport overslaan is geen brug te ver, en een trede lager geen doodzonde. Milieuanalyses vergemakkelijken de afweging, maar dekken niet alles af, los van het wisselende gewicht van factoren. De financieel-economische context kent haar eigen dynamiek. Langdurige marktverstoringen dwingen soms tot correcties. Zo zijn voor kunststoffen uitzonderingen denkbaar, wanneer technologische knelpunten optimaal hergebruik in de weg staan. En LCA’s kunnen leren, waar en op welke wijze de grootste milieuwinst kan worden geboekt. De moeizame weg van afval naar grondstof, de discussie over financiële beleidsinstrumenten en de gevolgen van schaalvergroting en globalisering versterken de noodzaak van een breed gedragen voorkeursvolgorde, ook wanneer de ladder niet tot de hemel reikt.

 

3 gedachten over “De man van de ladder”

  1. Beste Ad,
    Sinds 1982 zat ik vaak aan de zijde van de bewindspersonen van VROM en vond het tijd eens te schrijven dat je ladder nog springlevend is en overal in het beleid toepasbaar is. Zie de hyperlink hieronder.
    Hartelijke groeten, Hugo

    1. Beste Hugo,
      Wat een mooie verrassing: een bericht na zoveel jaren, over een onderwerp, dat inderdaad na bijna vier decennia nog altijd springlevend is, niet alleen in Nederland en Belgie, maar ook daarbuiten, tot in Amerika toe.Ik merk het aan uitnodigingen en reacties. Op 18 juni 2015 mocht ik een keynote speech houden op de Third International Conference on Waste Management in Pisa. Vanaf begin 2014 schrijf ik af en toe bijdragen voor de website http://www.isonomia.co uk, een internationale Blog over duurzame ontwikkeling. Ook Bw WasteWise heeft mij ontdekt. Ik ben vorig jaar opgenomen op hun lijst van 30 WasteInfluencers.

      Eind 2010 heb ik de geschiedenis en toekomst van de Ladder van Lansink vastgelegd in het boek ‘De Kracht van de Kringloop’. Dank zij fondsenwerving, vooral bij het bedrijfsleven, hebben we een oplage van 3500 exemplaren kunnen verzorgen. Er resteren nog een kleine 100 exemplaren. Mocht je het boek niet bezitten, dan stuur ik je graag een exemplaar toe, wanneer je je adresgegevens doorgeeft. Opnieuw op instigatie van het bedrijfsleven werk ik nu aan een herziene en geactualiseerde Engelstalige editie, waarin ook de relatie tot de circulaire economie – tegenwoordig trending topic – aan de orde komt.

      Met dank voor de link naar de Blog en hartelijke groet,

      Ad Lansink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »