Bedrijfscontinuïteit

1875
Afvalenergiecentrale
Twence – Hengelo

Afvalverwerking blijft nieuwswaardig, niet alleen door het structurele overschot aan verbrandingscapaciteit maar ook door de (te) vluchtige eigendomsverhoudingen of discutabele diversificatie naar al dan niet aanpalende sectoren. ‘Waste to energy’ valt nog wel te verkopen, letterlijk en figuurlijk, en met een behoorlijke opbrengst. Maar participatie in een grootschalig windmolenpark in zee, zoals de top van HVC wil, is waarschijnlijk voor sommige  gemeentelijke aandeelhouders een brug te ver of een kabel te lang. Wanneer gemeenten als Giessenlanden of Molenwaard garant moeten staan voor de exploitatie van een forse ‘off shore’ installatie lopen zij een risico, dat de schaal van kleine gemeenten te boven gaat. Dat lagere overheden geleidelijk aan meer oog hebben gekregen voor de voor- en nadelen van hun aandeelhouderschap in afvalbedrijven, blijkt uit recente ervaringen van Attero. Het in omvang vierde afvalbedrijf van Nederland staat  ‘in de etalage’ nu onvoldoende gemeenten de omvorming van Attero tot publiek dienst-verlener willen meemaken. De Attero-top wilde de gemeentelijke contractanten binden via een aantrekkelijke combinatie van een structureel aandeelhouderschap met een speciale – lees lagere – tariefstelling. Of de kordate afwijzing van dit model verstandig is, valt nog te bezien. Want de vrije markt met lage verbrandingstarieven heeft evenmin het eeuwig leven als destijds de gestage stroom van brandbaar afval. De afwijzing van het gemeentelijk aandeelhouderschap is wel een teken aan de wand nu ook aan het andere einde van het touw de trekkers het laten afweten. Met die trekkers doel ik op grote private equity-ondernemingen zoals KKR en CVC. Zij hebben in 2011 en 2012 ontdekt, dat aan de met veel geld overgenomen combinatie van AVR en Van Gansewinkel weinig eer viel te behalen. Eer staat dan voor geld op korte termijn, en niet voor de mix van zorgplicht, werkgelegenheid, recycling en energiebeheer. Die trefwoorden vergen kennis van en inzicht in de dynamiek van afvalverwerking en recycling, en gevoel voor consistentie en continuïteit. Twence-directeur Paul de Jong, die met het Britse FCC Recycling een meerjarendeal heeft afgesloten voor de verwerking van gesorteerd huishoudelijk restafval, heeft gelijk wanneer hij zegt: “Afval is al lang geen nationaal vraagstuk meer, maar Europese business. Het versterkt de basis voor onze bedrijfscontinuïteit. Door het contract met FCC wordt onze internationale marktpositie aanzienlijk versterkt”. Bedrijfscontinuïteit is inderdaad van grote betekenis voor een sector, die de waan van de week moet overstijgen. Gemeentelijke aandeelhouders zouden ook de invalshoek van de continuïteit kunnen kiezen, vanuit het eigen belang. Een goede relatie met het afvalbedrijf en een tamelijke zekere stroom van inkomsten wegen dan ruimschoots op tegen het geldelijk gewin op korte termijn. Tegen die achtergrond boeit de vraag naar de toekomstige eigenaren van Attero en Van Gansewinkel. Blijven het toch lagere overheden, zoals bij Indaver, dat via eigenaar Delta een begerig oog heeft laten vallen op Attero? Of worden het private ondernemingen zoals Sita (GDF Suez) of Remondis, die optimale afvalverwerking tot hun permanente kernactiviteit rekenen? (2013.1 )

 

Een gedachte over “Bedrijfscontinuïteit”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »