Onvermoede innovatie

De ontwikkelingen in het afval- en energiebeleid bieden afval-energiecentrales kansen, en even zo veel uitdagingen. Dat de aardgasvoorraad slinkt is geen nieuws, en het gedeeltelijk dichtdraaien van de Groningse gaskraan evenmin. Waar een groot deel van het Nederlandse aardgas gebruikt wordt voor de productie van warmte, is het niet verrassend, dat de minister van economische zaken onlangs zijn warmtevisie aan het papier heeft toevertrouwd. Warmte moet – zo luidt zijn boodschap – op korte en middellange termijn de rol van het aardgas overnemen, wil Nederland niet zijn overgeleverd aan de grillen van Poetin. Onder de kanshebbers voor de vervangingsrol rekent de bewindsman naast geothermie en biomassa ook inzet van restwarmte uit de industrie. Dan komen ook de afval-energiecentrales in beeld, installaties die op grond van de beoordeling volgens de systematiek van de Europese Kaderrichtlijn zich verzekerd weten van de zogenaamde R1-status. De R staat voor ‘recovery ‘in tegenstelling tot de D van ‘disposal’. Verbranding met te geringe energieproductie, destijds bedoeld om het volume van het te storten afval te verkleinen, levert de ‘negatieve’ D10-status op: het signaal voor sluiting. Minister Kamp haalde onlangs heel wat kranten toen hij het warmtenet in de regio Nijmegen, gevoed door de ARN te Weurt, in gebruik stelde. De warmtelevering door AVR en het warmtenet in de regio Rotterdam verdienen intussen ook aandacht, niet alleen om historische redenen en de schaalgrootte, maar vooral, omdat de Rotterdamse afvalonderneming met zijn zeven klassieke verbrandingslijnen in de afgelopen jaren de R1-status wist te verstevigen. Kenners weten, dat de vergroting van de R1-factor van 0,6 naar 0,8 een forse prestatie is. Inzet speelt daarbij evenzeer een rol als de kracht van een innovatieve aanpak, door zowel de stoom- als warmtelevering volgens een cascade-techniek te optimaliseren. Bij een recent werkbezoek aan de AVR maakte het management mij duidelijk, dat die factor 0,8 nog niet het einde van het verhaal is. Onderzocht wordt namelijk of het vrijkomende CO2 is af te vangen en te leveren aan de Westlandse kassen. Daarmee zou een kringloop op de vierde (van de zes) sporten op de afvalladder worden gesloten, partieel maar de moeite alleszins waard. Het verhaal van de innovatieve kracht is nog niet af. Want ook de bodemassen bevatten herbruikbare stoffen. Dat bij of na een grondige wasbeurt ook metalen kunnen worden teruggewonnen verrast insiders niet. Maar dat door immobilisatie uit de tot voor kort nutteloze bodemassen vervangende bouwmaterialen kunnen worden gemaakt, is voor Nederlandse begrippen wel een stap, die letterlijk en figuurlijk zoden – lees bouwstenen – aan de dijk zet. Het doel van de ‘Green Deal AEC-bodemas’ komt daarmee in zicht. Voorwaarde is wel, dat stigmatisering van deze secundaire grondstoffen wordt voorkomen. De angst voor uitlogen is immers diep geworteld. Hoe het ook zij: duidelijk is, dat ook op de lagere sporten van de afvalhierarchie in de breedte winst is te boeken. Hergebruik van producten en materialen blijft essentieel. Maar onvermoede innovatie bij verbranding van niet-herbruikbaar afval levert ook een belangrijke bijdrage op de nog altijd moeizame weg naar een haalbare circulaire economie.

2 gedachten over “Onvermoede innovatie”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De Ladder van Lansink en andere topics

Translate »