De ene transitie is de andere niet

Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016
Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016

Shell-bashing, daar kon je natuurlijk op wachten, nadat het Financieel Dagblad op 30 augustus 2016 opende met de kop: ‘Shell-topman hekelt gebrek aan realisme bij energietransitie’. Bestuursvoorzitter Ben van Beurden stelde in het Noorse Stavanger op het olie- en gascongres van Offshore Northern Seas, dat de overgang naar duurzame energie een veel complexer operatie is dan hier en daar wordt gedacht. Het wereldwijde energiesysteem blijft voorlopig – volgens de CEO van Shell zelfs de hele eeuw – bestaan uit een lappendeken van fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Vreemd genoeg vergeet hij kernenergie, maar dat terzijde, want kernenergie ligt nu eenmaal niet op ieders lippen.  Onder vakbroeders kon Ben van Beurden zonder tegenspraak uiteenzetten, dat de emissie van broeikasgassen niet terug gaat naar nul: ‘een niet te ontkennen waarheid’ die overigens door vrijwel niemand bestreden zal worden. Meer opwinding veroorzaakte de Shell-topman met zijn uitspraak, dat realisme absoluut cruciaal is om een effectieve en efficiënte energietransitie te krijgen, temeer waar sommige opvattingen over duurzame energie niet op stevige feiten zijn gebaseerd. Zijn critici hebben zich waarschijnlijk het meest gestoord aan de uitspraak ‘Als het gaat om sommige opvattingen over de uitdagingen van de energietransitie, moet onze industrie er niet voor terugdeinzen tegendraads te zijn’. Dat is op het eerste gezicht inderdaad een regelrechte knuppel in het veelkleurige hoenderhok van in- en outsiders, van echte kenners en halve betweters.

Innovatie? Ja zeker - de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)
Innovatie? Ja zeker – de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)

Op sociale media werd Shell neergezet als een bewuste remmer van de energietransitie. En topman Ben van Beurden kreeg het verwijt van onvoldoende leiderschap om zijn oren. In het koor van de Shell-critici zong transitie-deskundige Derk Loorbach zijn partij mee met de tweet‪’#transitiekunde houdt zich al 15 jaar met die complexiteit bezig, #Shell komt er nu pas achter dat er transitie is’. Loorbach vergeet al het werk, dat Shell al sinds de jaren tachtig heeft gestoken in allerhande scenariostudies. Hij vergeet ook, dat Shell al voor de eeuwwisseling in Helmond zonnepanelen maakte. Ik herinner me mijn werkbezoek en de uitleg van Gosse Boxhoorn als de dag van gisteren. Maar gisteren is vandaag niet meer. Shell trok zich – achteraf te snel? – terug uit de wereld van de zonne-energie, die pas door de Duitse Energiewende en de Chinese innovatie – fors gesubsidieerd door de Chinese overheid – een geweldige boost kreeg. Dat Shell zich niet afzet tegen hernieuwbare energie, blijkt uit de beoogde participatie in grootschalige offshore windenergie: Noordzeewind, een samenwerkingsverband van Nuon en Shell.  Ben van Beurden erkent ook de grote betekenis van zonne-energie. Ik wijs de mensen, die Shell als remmer duiden op de volgende passage, ontleend aan https://cleantechnica.com (15 september 2015):

Solar energy will comprise the backbone of the world’s energy system in years to come, according to the CEO of Shell (yes, that Shell), Ben van Beurden. The exact words used by Van Beurden were that he has “no hesitation to predict that in years to come solar will be the dominant backbone of our energy system, certainly of the electricity system.” Considering that these words were from the CEO of one of the largest oil companies in the world, one would assume that he has good reasons for saying what he did.

Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag
Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag

Shell-bashing is even onterecht als green-washing: het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Ik reken mezelf al sinds de jaren, dat ik me in de Tweede Kamer inzette voor wind- en zonne-energie tot een fan van het transitiedenken. Ik herinner me de pleidooien voor het Plan Lievense of voor een verstandige toepassing van de belastingen op milieugrondslag. Dat Plan Lievense leerde overigens ook, dat hernieuwbare energie in de vorm van het nu eenmaal discontinue karakter van wind- of zonne-energie midden- en grootschalige opslagsystemen vergen. Het ontbreken daarvan is veeleer een rem op de duurzame energie dan het gas- en olieconcern, dat zijn betekenis voor de transportsector beseft en de complexiteit van een alles omvattend energie benadrukt. Met de Ladder van Lansink begaf ik me trouwens al in 1979 op het pad van de transities in het afvalbeheer, dat diverse raakvlakken heeft met het energiebeleid. Dat de ene transitie is de andere niet is, werd mij in 2004 duidelijk tijdens een workshop in Utrecht. Die workshop leverde in 2007 een interessante publicatie op: PARTO, S., LOORBACH, D., LANSINK, A., KEMP, R. (2007) Transitions and Institutional Change: the case of the Dutch waste system, in S. Parto & B. Herbert-Copley (eds.) Industrial Innovation and Environmental Regulation. United Nations University Press, New York, pp. 233-258. Waarmee de cirkel (helemaal of gedeeltelijk) rond is, en de complexiteit van transities vast staat.

Max de Bok (1933-2016) : betrokken en bevlogen journalist

Max de Bok voor zijn 'tweede thuishaven' Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf
Max de Bok voor zijn ‘tweede thuishaven’ (Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf)

Rondtrekkend door Frankrijk overviel mij het overlijdensbericht van Max de Bok. Van Harrie Janssen, zijn oud-collega bij De Gelderlander, had ik eerder gehoord dat Max ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam voor mij toch onverwacht. De uitvaart uit zijn geliefde Nieuwspoort kon ik niet bijwonen, een kaars opsteken in een Franse kathedraal wel. Zijn heengaan liet mij in de dagen rond het afscheid in wat vanaf de jaren zestig zijn tweede thuis was niet los. Steeds moet ik denken aan de betrokken en bevlogen journalist, die in mijn Binnenhofse jaren een vriend werd. Max had weliswaar al vroeg afscheid genomen van katholieke verleden. En van de KVP en later het CDA moest hij ook niet veel hebben. Hij had door wat hij in zijn jeugd had meegemaakt – het ontslag van zijn vader bij Kwatta – meer oog en oor voor de PvdA en voor linkse gangmakers als Willem Drees, Joop den Uil en Wim Kok. Toch had hij ook waardering voor het werk van CDA-ers als Ruud Lubbers en Jan de Koning. Zijn scherpe columns in De Gelderlander leerden elke week, dat zijn politieke voorkeur hem niet belemmerde in zijn functie als onbevangen en onafhankelijk politiek journalist. Terecht ontving hij als eerste parlementaire redacteur uit de regio in 1984 de Anne Vondelingprijs. Zelf bewaar ik ondanks de politieke verschillen van mening alleen maar goede en vooral fijne herinneringen aan de man, die niet allen voor collega-journalisten maar ook voor politici een goede leermeester was.

Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl Bron: NRC, Illustratie bij 'Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg (NRC, 20-08-2016)
Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl (Bron: NRC, Illustratie bij ‘Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg – NRC, 20-08-2016)

Max kende het Binnenhof en zijn vaak tijdelijke bewoners al heel wat jaren, voordat ik op 3 juni 1977 beëdigd werd tot lid van de Tweede Kamer. Overigens had ik Max daarvoor al leren kennen. Na een bezoek aan hoofdredacteur Louis Frequin, ging hij met zijn collega’s steevast enkele pilsjes drinken in de City Bar, in Nijmegen toen bekend als het ‘Bijkantoor van de Gelderlander’.  Ik was in die bruine kroeg van uitbater Jo Samson in 1972 terecht gekomen na een carnavalsavond in de Benedenstad. De aansporing van Marie Jose Ceulemans, Frequins secretaresse, om vaker op vrijdagmiddag naar de City Bar te komen leidde tot de eerste ontmoetingen met Max de Bok: de journalist tegen wie ik opkeek, niet alleen omdat hij uit het toen nog verre den Haag kwam, maar ook omdat hij in zijn uitstekende bijdragen eenvoudige krantenlezers goed informeerde over het wel en wee onder en buiten de Haagse kaasstolp. Dankzij Max de Bok werd ook de afstand tot de overige Audet-journalisten met de maand kleiner. Dat kwam ook, omdat ik op dinsdag- en woensdagavond de sociëteit van Nieuwspoort indook, waar de krantenmannen en -vrouwen van Audet bij de vaste klanten hoorden. Ik herinner me Yvon van der Heiden, Jan van de Ven, Aukje van Roessel, Carla Joosten, Arnold Mandemaker, Joost Aerts en Frans Boogaard, zomaar wat namen van collega-journalisten voor wie Max in al die Haagse jaren veel betekend heeft. Frans Boogaard heeft dat goed verwoord in een mooie necrologie voor Villamedia: het digitale domein van de Nederlandse en Vlaamse journalistiek.

Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)
Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)

Dat de afstand tot Max en zijn naaste collega’s korter was dan die tot andere parlementaire journalisten, bleek uit de toestemming om – bij uitzondering, dat wel – gebruik te mogen maken van de technische faciliteiten van de Audet-redactie op de eerste verdieping van het hoekpand van de Spuistraat. Talloze discussies heb ik met Max de Bok gevoerd, in de wandelgangen van het Kamergebouw, in het oude en het nieuwe Nieuwspoort, en in de Nijmeegse City Bar. Ik laat Max zelf aan het woord via een deel van zijn toespraak bij de opening van de expositie ‘Uit de Kamer, uit de Kunst’ op 18 mei 1998. De Kunstcommissie had toegestaan, dat bij mijn vertrek uit de Kamer de bevriende kunstenaars Harrie Gerritz, Oscar Goedhart en Rob Terwindt hun werk mochten tonen in de sociëteit en hal van Nieuwspoort. Max zei toen onder meer: ‘Ad en ik zijn voor de Nijmeegse kroegvrienden vele, lange jaren prototypen geweest van antagonisme: onze kroegdebatten waren befaamd. Voor de stamgasten waren wij exemplarisch voor de verdorven mores in het politieke dorp Den Haag: eerst elkaar voor rotte vis uitmaken en daarna samen een biertje drinken. We hebben inderdaad, hier aan de tap van Nieuwspoort, daar in Nijmegen in de City Bar hooglopende, op ruzietoon gevoerde discussies gehad. Ze gingen altijd ergens over, al wist ik de dag erna zelden meer waarover, behalve dan voor honderd procent zeker, dat het over dat verderfelijke CDA was gegaan. We bezigden voor onze discussie een niet afgesproken techniek. We herhaalden in alle vriendschap gewoon de discussie die we tevoren in Nieuwspoort in alle ernst hadden gevoerd, maar speelden daar in de City Bar opwinding en kwaadheid’.

Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen Bron: DE Telegraaf, Foto: Jos van Leeuwen
Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen. Bron: De Telegraaf. Foto: Jos van Leeuwen

Max de Bok ten voeten uit: betrokken, bevlogen, scherpzinnig, taalvaardig. Hij noemde mij toen ‘Een bijzonder geval’ maar hij was dat zelf in veel sterke mate, zeker wanneer zijn creativiteit, bestuurskracht en bindend vermogen – ook buiten Nieuwspoort: denk aan het jarenlange voorzitterschap van de NVJ – in de beschouwing worden betrokken. Zou de toenmalige top van De Gelderlander dat hebben gedaan, dan zou Max ongetwijfeld als opvolger van Louis Frequin hoofdredacteur van de Gelderlander zijn geworden, een goede en sterke bovendien. Maar Nieuwspoort zou een even krachtige als innemende bestuursvoorzitter hebben gemist. En Max zelf een groot aantal Haagse jaren, die hij met passie en plezier heeft beleefd, voor en na zijn voluit verdiende erepoorterschap in 2003. Die eervolle onderscheiding had hij mij op 2 juni 1998 tijdens het afscheidsfeest in Nieuwspoort bij het vertrek uit de Tweede Kamer overhandigd. Hij vertelde de gasten daarbij, dat ik journalist wilde zijn (mits meteen hoofdredacteur) en kunstenaar. Quod non. Toen Lex Oomkes – een van zijn latere opvolgers als voorzitter van Nieuwspoort – bij zijn afscheid tot Erepoorter werd benoemd, stelde Max voor, dat bij de uitreiking van het befaamde Erepoorterglaasje een reünie van Erepoorters voortaan een gepaste entourage zou zijn. Of het zover komt zal Max de Bok helaas niet meer meemaken. Zijn familie, vrienden en collega’s moeten het doen met de vele herinneringen aan een meer dan bijzonder geval: de man die zijn leven lang een uitnemend politiek en parlementair journalist was , volgens Mark Kranenburg (NRC) ‘hongerig en met een eigen mening’ maar ook volop bij machte om ‘het vrije woord’ en de ‘parlementaire democratie’ als kernwaarden alle ruimte te geven. Het was een voorrecht Max de Bok meer dan veertig jaren te hebben mogen ontmoeten, de nieuwsgierigheid voorbij, de vriendschap koesterend.