Peter Zuydgeest 65 Jaar Alleskunner en Liefhebber

Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen - Aspergediner 2016
Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen – Aspergediner 2016 (Alle foto’s: Ad Lansink)

Peter Zuydgeest, alleskunner? Nou ja, bijna alles. Ga maar na: praten, schrijven, koken, organiseren, bouwen, inspireren en liefhebben. Peter Zuydgeest, liefhebber? Jawel, van veel ‘dingen’: zijn gezin, maar ook bier, wijn en andere versnaperingen, discussie, vrienden, mensen, en natuurlijk: Nieuwspoort, de plaats waar ik Peter Zuydgeest voor de eerste keer ontmoette. Het moet begin jaren tachtig geweest zijn, toen ik me een plaats had verworven in het politieke bedrijf aan het Binnenhof. De CDA-top was geen onverdeeld liefhebber van het Internationale Perscentrum. De goed bedoelde raad van ervaren fractiegenoten om het toen al befaamde etablissement van de pers links te laten liggen – letterlijk en figuurlijk – had ik bij de introductie van een nieuwe lichting Kamerleden in 1977 in de wind geslagen, met andere lotgenoten zoals Sietze Faber. Mijn Friese jaargenoot wist al langer, dat informele contacten met journalisten naast nadelen ook tal van voordelen kende.

Wieneke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden
Wineke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden

Na gedane arbeid was het bovendien goed toeven aan de kleine bar van het oude Nieuwspoort, naast de vreemde treincoupe. Ik was daar vaak te vinden, ook op ogenblikken, wanneer Peter Zuydgeest al dan niet op verzoek een Vlaamse biertapper ging nadoen. Al snel werd mij duidelijk, dat de journalist-voorlichter-organisator meer in zijn mars had dan de gemiddelde stamgast van Nieuwspoort. De wederzijdse belangstelling mondde uit in een apart soort verbondenheid: waardering voor elkaars werk, met soms waar nodig enige terughoudendheid. De afstand werd korter naarmate de frequentie van het ‘even naar Nieuwspoort gaan’ groter werd. De gezamenlijk beleefde loyaliteit aan het Internationale Perscentrum bracht ons ook ‘zakelijk’ bij elkaar, toen ik lid werd van de Activiteitencommissie: een groep Poorters die onder de inspirerende leiding van Peter allerlei ‘happenings’ bedacht om Nieuwspoort onder de aandacht van het soms minder geinteresseerde publiek te brengen. Niet alle ‘happenings’ liepen ‘happy’ af,  gemeten naar het aantal bezoekers, dat op de activiteiten af kwam. Maar anno 2016 zijn er nog altijd evenementen – denk aan het Aspergediner – die aan het brein van Peter Zuydgeest zijn ontsproten.

Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.
Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.

Dat we ook buitengaats – soms zelfs in Nijmegen – elkaar wisten te vinden, illustreer ik met het besluit om Dik Wildeman, de commerciële directeur van Oranjeboom, uit te wuiven. Peter Zuydgeest en ik bleken in Breda de enige Poorters te zijn, die de voortijdige pensionnering van de fameuze bierbrouwer en bierdrinker lijfelijk meemaakten. Ik haal deze herinnering met enige aarzeling op, omdat we bij het verlaten van de uit de hand gelopen receptie voelden, dat we eerst wat moesten gaan eten voordat we de lange reis naar huis zouden gaan ondernemen. Toen ik na enig zoekwerk een Chinees had gevonden, stond ik voor een gesloten deur. Geen nasi of bami dus. En Peter was ook verdwenen. In de bekende ‘arren moede’ heb ik mezelf goede reis gewenst. Met succes. De blijdschap om de behouden thuiskomst hebben we een week later gedeeld, opnieuw met bier.

Verbodsbord of bierviltje?
Verbodsbord of bierviltje? Geen eindstation

De wegen van Peter en mij hebben zich nadien heel wat keren gekruist, ook nadat ik in 1998 mijn Kamerlidmaatschap na 21 boeiende Haagse jaren moest inruilen voor wat tegenwoordig een ZZP-functie heet. Peter was overigens medeorganisator en spreekstalmeester van het drukbezochte en spetterende afscheidsfeest op 3 juni 1998 in Nieuwspoort, toen ik tot mijn grote verassing door voorzitter Max de Bok – ook een grote inspirator – tot Erepoorter werd benoemd. Of Peter Zuydgeest daar de hand in heeft gehad, weet ik niet. Zelf vertelt hij wel met gepaste trots, dat ik de enige Erepoorter ben, die door de Poortersgemeenschap zelf is voorgedragen.

Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd
Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd

Ik vermoed dat dat aan de (toenmalige) stamtafel is bekokstoofd. Het woord kok brengt mij terug bij Peter Zuydgeest, die niet alleen in de keuken van Nieuwspoort (en thuis) zijn mannetje staat, maar ook in de sociëteit en de andere zalen, die Nieuwspoort rijk is. De Provinciezaal bij voorbeeld, waar de gasten van Energiepoort elkaar twee keer per jaar treffen. Toen enkele partners van PwC mij in 1998 vroegen of ik hen een invitatie voor Milieupoort kon bezorgen – de eerste Poort, die ik in 1993 met Jules Wilhelmus had opgericht – was het antwoord nee. Concurrentiebeding weerhield sponsor KPMG van een ‘open mind set’, met als mooi gevolg, dat ik met Peter naar Utrecht toog om PricewaterhouseCoopers te overtuigen van het nut van een voor de hand liggend alternatief: Energiepoort. De formule werkt nog steeds, 17 jaar na de organisatie van de eerste bijeenkomst in 1999, dankzij de optimale medewerking van de sponsoren PwC en RBS, en de voortreffelijke organisatie door Peter Zuydgeest en zijn kleine maar mooie bureau. Peter Zuydgeest, alleskunner, liefhebber en nog veel meer, in de gepaste bescheidenheid die hem – ook nog – siert.

Tekst gebaseerd op de bijdrage aan het Liber Amicorum voor Peter Zudgeest, aangeboden op 29 juni 2016

H.J.A. Hofland (1927 – 2016) de journalistiek voorbij

H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)
H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)

Het bericht, dat Henk Hofland op 21 juni 2016 in zijn slaap was overleden, verraste mij. Hoewel zijn columns – ook die van alter ego S. Montag – soms in de NRC ontbraken, leek hem zo niet een eeuwig dan toch heel lang leven gegund. Wat zou de eminente journalist, romanschrijver, columnist, essayist en commentator de komende weken geschreven hebben over het kort voor het referendum nog ongedachte Brexit, waarmee een krappe meerderheid van het Engelse volk afscheid neemt van de Europese lotgenoten. Zou Henk Hofland de lijnen van zijn eerdere beschouwingen over de tijd na ‘nine-eleven’ en Pim Fortuin doortrekken? Waarschijnlijk wel. Want hij paarde consistentie aan visie, geloofwaardigheid aan inzicht, maatschappelijke betrokkenheid aan jarenlange ervaring in het spanningsveld van samenleving, media en politiek. Hij was belezen maar bleef ook nieuwsgierig: ‘Als je iets niet weet: opzoeken’ leerde hij van zijn vader. In de NRC – de krant die hij sinds zijn invallerschap bij het Handelsblad – zijn leven lang trouw is gebleven, schreef Hubert Smeets ‘Tolk en criticus van weldenkend Nederland’: een uitvoerige, niet te evenaren necrologie. Vrij Nederland bood redacteur Jeroen Vullings – biograaf van H.J. A. Hofland – de ruimte om op zijn eigen wijze het boeiende leven en werk van de ‘journalist van de eeuw’ – het terechte eerbetoon van zijn vakbroeders in 1999 –  te belichten.

Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland
Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland

Zelf ontmoette ik Henk Hofland voor de eerste keer op 9 mei 1986 bij Welingelichte Kringen, het befaamde VPRO-radioprogramma dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw wekelijks vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden. Een viertal journalisten en schrijvers – Hugo Brandt Corstius, Harry van Wijnen, Henk Hofland en Joop van Tijn – namen daar op het eind van de vrijdagmiddag de week door. Zij discussieerden over de samenleving als geheel, maar over de politiek in het bijzonder. De gast van de week – af en toe een politicus uit het ‘verre’ den Haag – werd stevig aan de tand gevoeld, maar kreeg ook de kans om zijn vege lijf te redden. Ik herinner me de pittige vragen over kernenergie. Henk Hofland viel op door zijn heldere standpunten, zijn fabuleuze kennis, zijn onmiskenbare eruditie en zijn herkenbare, warme, soms wat krakende stem. Toen gespreksleider Joop van Tijn en zijn collega’s weigerden te verkassen naar de VPRO-studio in Amsterdam – Arti was voor de mannen van Welingelichte Kringen heilige grond – werd halverwege 1997 met enige luister de laatste uitzending uit de kunstenaarssocieteit gevierd. Met enkele andere gasten mocht ik erbij zijn, een eer op zich. Het werd een bijzondere uitzending, gevolgd door een mooi afscheidsfeest: een vreemde mix van vreugde en verdriet. Enkele weken later interviewde HP De Tijd Henk Hofland, over het verdwijnen van Welingelichte kringen. Hij vertelde de redacteur tot mijn verrassing, waarom hij het VPRO-programma zou missen. ‘Daar trof ik gelukkig politici als Ad Lansink’. Mijn bewondering mengde zich met verwondering.

Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)
Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)

Een klein jaar later kwam ik Henk Hofland weer tegen. In Almere zou hij de Vereniging van Oud Tweede Kamerleden op vriendelijke wijze de les lezen. Vanaf het podium zwaaide hij mij toe, voordat hij de oxd-parlementariers had laten genieten van zijn wijze woorden over de nationale en internationale politiek. Na afloop haalden we herinneringen op aan Welingelichte Kringen, en de gedeelde waardering voor onze bijdragen aan dat programma, ondanks de kritische, soms zelfs vijandig lijkende omgeving. Weet, zo zei de man, die tegen wie ik bleef opkijken, dat je niet voor niets aardig wat keren bent uitgenodigd om naar Arti te komen. De redactie wist, dat je altijd wat te vertellen had, ook wanneer plaagstoten de overhand kregen. Die woorden zijn mij bijgebleven. De bijdragen van Henk Hofland in de NRC ben ik blijven lezen, tot de laatste toe. Zijn  oeuvre markeert de grote inbreng van de man, die in 2011 de PC Hooftprijs ontving na al eerder op meer plaatsen geëerd te zijn. H.J.A. Hofland was meer dan journalist of zoals hij zelf placht te zeggen stukjestikker. Hij ging de nieuwgierigheid achterna, de journalistiek voorbij, de politiek te boven. De tijd is rijp voor nieuwe ‘Tegels Lichten’. Zou ooit iemand Henk Hofland kunnen evenaren, deductief of inductief?

Rondje Noorderheide

Wandelen tussen Elspeet en Vierhouten. De rode lijn markeert de rondwandeling vanuit Vierhouten naar Tonnetjesdelle em Bovenmeer. De waterwerken van D.G. van Beuningen zijn te voet of met de fiets te bereiken via de parkeerplaats op de Elspeterbosweg.
Tussen Elspeet en Vierhouten markeert de rode lijn de rondwandeling van 9,5 km vanuit Vierhouten naar Tonnetjesdelle en het Bovenmeer. De waterwerken van D.G. van Beuningen (blauwe lijn) zijn te voet of met de fiets ook te bereiken via de parkeerplaats op de Elspeterbosweg (pictogram auto).

Op zoek naar de waterwerken van Daniel George van Beuningen

Kenners van de Veluwe weten ongetwijfeld waar de Noorderheide ligt, en waarom dit uitgestrekte bos- en heidegebied ten oosten van de weg tussen Elspeet en Vierhouten de moeite van een bezoek meer dan waard is. Gerrit Middelbeek, die ons voor een wandeltocht over een deel van de Noorderheide had uitgenodigd, raakte zelf bij toeval betrokken bij het voormalige landgoed van Daniel George van Beuningen (1877-1955), dat sinds 1982 van Staatsbosbeheer is. Tijdens een fiets- en zoektocht naar de ’36 bunder’ – een heidegebied in het Kroondomein waar zijn oom tijdens de bezetting in 1944 en 1945 tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken was bij wapendroppings – zag en hoorde hij plotseling op betrekkelijk korte afstand mensen, die kennelijk aan het werk waren.

De droge Beek in de vallei van Landgoed Noorderheide; rechts de zandweg naar de piramide (foto: Ad Lansink)
De droge Beek in de vallei van Landgoed Noorderheide; rechts de zandweg naar de piramide (foto: Ad Lansink)

Gerrit’s nieuwsgierigheid bracht hem in contact met vrijwilligers van de Werkgroep Noorderheide, die vlak bij de grens van Kroondomein het Loo bezig waren met het herstel van de waterwerken van D.G. van Beuningen, een beeksysteem van gemetselde waterlopen en kunstmatige vijvers in het vallei-deel van het vroegere landgoed. Zijn aanbod om een handje te helpen werd in dank aanvaard. Enkele weken later al was hij lid van de Werkgroep Noorderheide, die in 2008 vanuit de Heemkundige Vereniging Nuwenspete te Nunspeet is opgericht met het doel om de waterwerken van D.G. van Beuningen weer in een bij de status van een Rijksmonument passende onderhoudsstaat te brengen. Ook drie van de vier vervallen piramides die de vroegere directeur van de Steenkolen Handels Vereniging (SHV) en kunstverzamelaar had gebouwd moesten weer herkenbare tekens in het landschap worden.

Vijverpartij De Wildakker, halverwege de Beek tussen het Bovenmeer en Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)
Vijverpartij De Wildakker, halverwege de Beek tussen het Bovenmeer en Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)

Het doel van de werkgroep bleek overigens een hele klus. Naast het weer opbouwen van drie stenen piramides moesten de twee pompen, die de vijvers via de beken vullen, weer op gang worden gebracht. Ook moesten de gemetselde waterlopen – door van Beuningen de Beek genoemd – hersteld worden. De Beek bleek op veel plaatsen beschadigd. Bovendien weten wilde zwijnen wel raad met de bodem aan weerzijden van de Beek. Het hele gebied in de vallei vergt daarnaast normaal onderhoud: verwijderen van blad, vrijmaken van dennennaalden en rooien van dode boomstronken. Met de andere leden van de Werkgroep Noorderheide is Gerrit Middelbeek trots op wat intussen bereikt is. Vandaar zijn uitnodiging om een paar uur rond te wandelen op wat voor heel veel mensen nog een vergeten stuk Veluwe is.

Tonnetjesdelle of Grootemeer (Foto: Ad lansink)
Tonnetjesdelle of Grootemeer (Foto: Ad lansink)

Een groot deel van het gebied is rustgebied voor het wild, en dus niet toegankelijk. Auto’s worden ook geweerd, maar met de fiets is de vallei met de waterwerken en de piramides goed bereikbaar. Even buiten Elspeet, op de weg naar Vierhouten op de grens van bos en heide, bevindt zich een kleine parkeerplaats. Vandaar voert een zandpad naar Tonnetjesdelle, ook wel Grootemeer genoemd, waarin de waterlopen van D.G. van Beuningen uitmonden. De twee via een kleine dam verbonden plassen bevinden zich op het laagste punt van de vallei, en zijn – anders dan de vijvers van de waterwerken  – voor een deel van natuurlijke aard. Via een  begaanbare zandweg bereiken wandelaars en fietsers de piramides en de hoger gelegen Wildakker, een opvallende vijverpartij halverwege de route naar het Bovenmeer. Vlak bij die hoogste vijver met fraaie waterlelies pompt de pomp grondwater op om de dan in de Beek overlopende vijvers te voeden.

Gerrit Middelbeek en Ans Lansink bij de Daniel George Piramide in de vallei van Noorderheide (Foto: Ad Lansink)
Gerrit Middelbeek en Ans Lansink bij de Daniel George Piramide in de vallei van Noorderheide (Foto: Ad Lansink)

De Beek stroomt alleen wanneer de pomp werkt. En de pomp draait slechts wanneer leden van de werkgroep met een verplaatsbaar dieselaggregaat stroom opwekken om de elektromotor van de pomp aan te drijven. Bezoekers treffen het dus, wanneer zij water door de Beek zien stromen. De vrijwilligers zijn namelijk niet alle dagen actief. En hoosbuien zijn – uitgezonderd in juni 2016 – evenmin een dagelijks verschijnsel. Maar ook zonder stromend water is het fraaie landschap van de Noorderheide en de groene vallei met de merkwaardige piramides boeiend genoeg om enkele uren te vertoeven. Een rondje Noorderheide lopen om bij Vierhouten uit te komen is waarschijnlijk teveel gevraagd van wandelaars. Maar met de fiets is de tocht goed te doen, ook al zullen fietsers soms door rul zand moeten ploeteren.

Het Bovenmeer: de kunstmatige bron van de Beek (Foto: Ad lansink)
Het Bovenmeer: de kunstmatige bron van de Beek (Foto: Ad lansink)

De Werkgroep Noorderheide zoekt intussen naar mogelijkheden om ook de tweede pomp in de nog bestaande pomphut te installeren. De oude pomp werkt niet meer. Medewerking van de genie lijkt geregeld: putten slaan in eigen land is een goede oefening voor ‘missionnaire’ activiteiten buiten de landsgrenzen. De werkgroep rekent op de medewerking van het Boordetachement 101 van het Genie Bataljon in Wezep, dat eerder de pomp heeft geslagen bij het Bovenmeer. De vrijwilligers doen hun werk voor niets. Maar de pomp kost wel geld, ongeveer €15.000:  sponsoren zijn daarom onmisbaar. De verwachtingen zijn positief, maar de Werkgroep Noorderheide – onder die naam ook te vinden op Facebook – verwelkomt graag aanvullende giften. Voorzitter Jaap van Eijck (0341 – 254962) beantwoordt ongetwijfeld verdere vragen.

Volvo V60 Hybride: rekenen op achterkant bierviltje

Witte Volvo V60 D6Te bij een paarse laatbloeier
Witte Volvo V60 D6Te bij een paarse laatbloeier

De aankoop van de Volvo V60 D6 Twin Engine – de hybride versie van de ‘Volvo Estate’ tussen de gestroomlijnde V40 en de gloednieuwe V90 – blijkt geen miskoop. Integendeel. Een jaar na de gedurfde aanschaf staat de teller op 12.660 km, op zich een bescheiden getal in vergelijking met de jaren negentig, waarin ik het hele land doorkruiste met mijn Alfa Romeo. Met de XC 70 scoorde ik van 2002 tot 2015 elk jaar ook nog  15.000 tot  20.000 diesel-km ‘s, ruwweg voor 10 tot 13 cent per kilometer, afhankelijk van de fluctuerende brandstofprijs. Maar hoe dan ook: tijd voor een update van mijn ervaringen, al was het alleen al om kijkers en lezers te grieven met enkele verbruikscijfers nu een (deel van) de auto-industrie in de beklaagdenbank terecht is gekomen.

Dashbord V60 D6TE - 12660 km - 18,5 km gereden, nog 30 km elektrische voorraad
Dashbord V60 D6TE – 12660 km – 18,5 km gereden, nog 30 km elektrische voorraad

Na een jaar meestal zorgeloos rijden met de Volvo V60 D6 TE staat vast, dat het verbruik aan elektriciteit en diesel lager uitvalt dan ik had verwacht. Tot mijn verrassing stabiliseert het dieselverbruik zich op 3.0 liter op 100 km: 1 op 33.3,  toch een mooi gemiddelde over die 12.660 km ‘s. Een snelle rekenaar becijfert bij een dieselprijs van €1,10 – het gemiddelde tussen de laagste prijs van €0,99 en de hoogste van €1,21 – een prijs van 3,3 cent per km. Daarbij komen dan nog de kosten van de ‘elektrische’ kilometers. Zou ik de helft van de kilometers gebruik hebben gemaakt van de  V60-accu, dan moet ik aan de dieselkosten die van de – thuis zelf opgewekte – zonnestroom toevoegen. Volvo on Call geeft van elke rit weer, hoeveel km ‘s op stroom zijn gereden, en ook hoeveel (rem) stroom is teruggewonnen.

Achterkant Volvo-Bierviltje (Bron: Catawiki)

Afhankelijk van de route en het in- of uitschakelen van de airco reken ik op de achterkant van een bierviltje uit, dat de ‘elektrische’ kilometers tussen €0,038 en €0,046 per km kosten, gemiddeld dus €0,042 per km. Vermenigvuldiging van dat getal met de helft van het aantal tot nu toe gereden km ‘s (6.330) levert een bedrag van €266 op. Het bierviltje – of een echte rekenmachine – leert, dat 12660 x €0,033 + 6330 x €0,042 = €684. De energiekosten bedragen dus €684/12660, ofwel 5,4 cent per km: iets minder dan de helft van de brandstofkosten van mijn vroegere – overigens ook prima – Volvo XC70

Volvo V60 Hybride in vol ornaat
Volvo V60 Hybride in vol ornaat

Kortom: geen enkele reden tot nuilen. De Volvo V60 Hybride voldoet in vrijwel alle opzichten aan de verwachtingen. Valt er dan helemaal niets te klagen. Nee, of het zou de software-afhankelijkheid moeten zijn. Twee keer was een reset nodig om de onmisbare elektronica weer goed te laten functioneren. Een andere ‘gekkigheid’ betreft het – soms, niet altijd – geraas van de koelventilator, wanneer ik de stekker in het laadcontact steek. De ‘ automotive’ digitalisering schept nieuwe afhankelijkheden, net zoals de ‘elektrificering’ van het wagenpark. Wat te denken van – en te doen met – de klachten van ‘elektrische’ fietsers, die eerder dan verwacht hun accu’s moeten inruilen tegen nieuwe exemplaren. Speelt de kwaliteit van de lithium-accu’s een rol? Zijn het aantal laadbeurten bepalend? Of zijn andere factoren in het geding? Wat gaan de accu’s van Volvo doen? En die van Tesla? Wie het weet mag het zeggen of schrijven, op de achterkant van een bierviltje?