Gloriejaren plugin hybride voorbij? Nee toch?

Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)
Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)

Is me dat even schrikken? Rijd ik nog geen negen maanden met veel plezier in een Volvo V60 Plugin Hybride, en valt in Lux – de NRC zaterdagbijlage – mijn oog op een grote kop: ‘De gloriejaren van de plugin zijn voorbij’. Nu al voorbij? Wat is dat voor een verhaal, en nog wel van de hand van Bas van Putten, een onmiskenbare autoriteit op autogebied. De samenvatting maakt veel, zij het niet alles duidelijk. De befaamde autojournalist zegt met zoveel woorden, dat veruit de meeste hybride-kopers uit waren op het fiscale voordeel van de hybride ‘stroomkarren’ en geen oog hadden voor het beoogde milieueffect. Wat heb je dan nog aan zo’n auto vraagt hij zich af? Mijn antwoord: heel veel, ook los van de fiscale faciliteiten, die trouwens na vijf jaar wegvallen. Dat geldt niet voor de auto, die – het is immers een Volvo – aanzienlijk langer meegaat. Ik doel op de sublieme rijeigenschappen, zelfs wanneer de voorraad stroom – 50 km is inderdaad aan de krappe kant – op is. De ‘ecoguide’ in de Volvo V60 D6 TE  en de door Bas van Putten geteste Volvo XC90 T8 TE helpt de automobilist ook aan lage gebruikscijfers wanneer hij op diesel is aangewezen.

Even dacht ik: zou de koppenmaker van de NRC schuldig zijn aan de vreemde kop. Dat is nauwelijks het geval. De kop is terug te vinden in van Putten’s bijdrage, zij het met toevoeging van het woord ‘niettemin’ en vervanging van ‘van’ door ‘voor. Na een korte beschouwing over de inderdaad te rooskleurige verbruikscijfers en de daarop gebaseerde bijtelling, die de verkoop van plugin hybrides – waaronder ook de Mitsubishi Outlander PHEV – heeft gestimuleerd, schrijft Bas van Putten: ‘De gloriejaren voor de plugin zijn niettemin voorbij’. Van of voor, dat scheelt wel een slok op een borrel, of in autotermen: enkele kilometers per liter. Het verschil tussen van en voor spreekt wellicht alleen taalliefhebbers aan. Automobilisten meten intussen de ‘glorie’ van hun voertuig af aan een reeks eigenschappen. Natuurlijk staan bij een plugin de verbruikscijfers, en de exploitatiekosten voorop. Maar dat wil niet zeggen, dat andere eigenschappen niet zouden tellen. Integendeel: het rijgedrag, het geluid, de uitrusting, de levensduur, de veiligheid en – jawel – ook de milieueffecten, vooral in de stedelijke leefomgeving.

Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad aan stroom
Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad stroom. Niet gek dus.

Zelf kan ik slechts oordelen over de Volvo V60 D6 TE. Welnu: het is een formidabele auto, die hopelijk nog veel ‘gloriejaren’ tegemoet gaat, met en zonder bijtelling. Wat ook telt: de zeer lage emissies in het stadsverkeer en op de regionale wegen, waar – wanneer de batterij leeg is – mooie verbruikscijfers kunnen worden gehaald. In de eerste maanden reed ik 1:40. Nu na 9200 km valt het gemiddelde verbruikscijfer met 1:30 lager uit als gevolg van een groter aantal langere tochten op autosnelwegen. Die cijfers pakken beter uit dan Bas van Putten in zijn (te) kritische verhaal aangeeft. Een grotere accucapaciteit is wenselijk, maar niet nodig om meer dan genoeg plezier aan de plugin hybride te beleven. Dat de overheid zijn hand overspeelde met de – naar later bleek – te ruimhartige fiscale prikkels kan niet aan de autofabrikanten worden verweten.

Met Stasiu I op pad in Knotsenburg

Nijmegen heet vier dagen lang Knotsenburg, naar het vroegere fort aan de overzijde van de Waal, waar nu de Spiegelwaal  – de internationaal befaamde nevengeul – een deel van het soms wassende water afvoert. Knotsenburg viert carnaval zoals dat ook in het Lampegat en andere grote of kleine ‘gaten’ wordt gevierd, onder aanvoering van een man, die vier volle dagen de scepter zwaait over zijn tijdelijke narrenrijk. Prins Sasiu I en zijn kabinet voeren de Knotsenburgers aan, geestdriftig en overtuigd van eigen kunnen. Zo hoort het ook, zelfs wanneer de weergoden niet voor honderd procent meewerken. Het motto ‘Knotsenburg Uit De Kunst’ zegt genoeg.

Prins ben je even, maar ex-prins voor het leven. Die woorden van Johan Klomp, de ‘feursitter’ van het Convent van Ex-Prinsen, kan ik volledig onderschrijven. Het is intussen 38 jaar geleden, dat Brandpunt – het  ooit fameuze  KRO-TV-programma – Willibrord Frequin en Charles Schwietert met een cameraploeg naar Nijmegen stuurde om serieus vast te leggen hoe een kersvers Tweede Kamerlid het er afbracht in zijn onverwachte en ongedachte rol als Prins Carnaval, onder meer bij de Waterjokers, de Grasschoppers en tijdens de carnavalsoptocht. Sinds 1978 ben ik in mijn geliefde Knotsenburg blijven hangen, als een van de vele deelgenoten van wat ook wel een harde kern wordt genoemd. Tot die harde kern behoren hoe dan ook de leden van het Prinsenconvent, die elkaar – zoals zij soms roepen –  vasthouden in goede en slechte tijden en dus ook oog hebben voor kleine en grote zorgen.

EPSON MFP imageDe goede tijden zijn inmiddels aangebroken.  Op de vrijdag voor de echte Knotsenburger Vierdaagse ontving de Hofraad 1500 gasten in de Vereeniging op het feestelijke Hofbal. Tussen de Sleuteloverdracht op zaterdag en de Ontluistering op dinsdag is er veel te beleven, en soms ook te doen.  Kom naar Knotsenburg en probeer op straat of in kroeg, tent of kerk – jawel: de Carnavalsmis hoort er ook bij – Prins Stasiu I of Jeugdprins Tije I te vinden, of anders een van de voorgangers, in welke gedaante of met welk hoofddeksel ook. Insiders herinneren zich  ongetwijfeld de naam en het jaartal van de afgebeelde ex-prinsen. Zo niet, dan toch van harte een driewerf Alaaf.