De Overkant van Marena Seeling bij Galerie de Natris

_MG_0152biDe spectaculaire veranderingen, die Nijmegen ten noorden van de Waal ondergaat met de ontwikkeling van de nevengeul – nu Spiegelwaal genaamd – zijn een oneindige bron van inspiratie voor Marena Seeling. De kunstenares, die een karakteristiek handschrift heeft ontwikkeld, ontdekte tijdens het graven van de nevengeul en de bouw van bruggen en oevers een heel nieuw landschap.

_MG_0190biGewapend met haar blote oog en met een camera trok Marena af en toe naar de rivier, die nu dwars door Nijmegen loopt in plaats van er omheen. Grote en kleine bruggen overspannen het water, dat zijn eindeloze weg blijft zoeken tussen de kade en de uiterwaarden, langs de betonnen keerwand en de stevige pijlers van de spoorbrug, en door de nieuwe Spiegelwaal

_MG_0273biNog voordat bewoners en bezoekers het nieuwe stadseiland en zijn naaste omgeving hebben leren kennen en waarderen, heeft de kunstenares al fraaie beelden geschetst van wat de toekomst aan indrukken en gevoelens gaat oproepen. Herkenbare en abstracte beelden wisselen elkaar af, met verrassende kleurstellingen, die andere vergezichten oproept, letterlijk en figuurlijk.

_MG_0278biDe aquarellen lijken eenvoudig, maar bevatten ook in detaillering onvermoede aspecten. Zij roepen een sfeer van ruimte op, maar ook van geborgenheid. Een alles omvattende  omschrijving van de aquarallen, schilderijen en objecten is, anders dan de titel ‘De Overkant’ van de expositie doet vermoeden,  niet te geven, nog afgezien van het feit dat ‘De Overkant’ zelf al een meervoudige betekenis kent.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

De invalshoek van de vier windstreken biedt de kunstenaar en de toeschouwer een breed scala aan indrukken. Datzelfde geldt voor het tijdstip van de dag, het jaargetijde of het weer. Het wekt dus geen verbazing, dat Marena Seeling het kleurrijke domein van  ‘De Overkant’ in meer dan honderd aquarellen heeft weten te vangen. De schilderijen in klein en groot formaat vormen een welkome aanvulling op de reeks aquarellen, een  verdieping tegelijk.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

Bij de goed bezochte opening van de expositie in Galerie de Natris aan de Nijmeegse van Dulckenstraat bracht Coen Vernooij ‘Lost Tapes’ ten gehore, een eigen compositie, gebaseerd op de bijzondere landschappen van Marena Seeling. Ook niet-geoefende luisteraars ontdekten met speels gemak de samenhang tussen de melodieën en tonen uit Coen’s baritonsaxofoon en de meervoudige verbeelding van ‘De Overkant’: de door mensen en machines geschapen nieuwe natuur in Nijmegen.

Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm : alle afbeeldingen op de rechterzijde

Werk van Marena Seeling (en Coen Vernooij) is tot en met 30 augustus 2017 te bezichtigen, bij EM Galerie, in Kollum (Friesland) . De galerie is  open op donderdag, vrijdag en zaterdag en voorts op afspraak.

 

 

Stopwoorden, stopzinnen en stoplappen

In Onze Taal, onmisbaar tijdschrift voor taalliefhebbers, kunnen lezers hun taalergernissen kwijt. In de boeiende rubriek wordt soms het gebruik van stopwoorden en stopzinnen aan de kaak gesteld. ‘Weet je’, stopwoord van jongeren. ‘Zeg maar’ van Jan en alleman. Of ‘nogmaals’ van voetbaltrainers, terwijl van herhaling geen sprake is. ‘Zeker weten’: geliefde stopzin van voetballers als antwoord op vragen naar de bekende weg. De Dikke van Dale noemt de stopzin een ‘zinnetje als stoplap’, weinig zeggende, cliché-achtige woorden, waarmee een dichtregel vol wordt gemaakt.  Stopzinnen zijn tegenwoordig ook buiten de poëzie te horen. ‘Ja, dat klopt’ bij voorbeeld, woorden waarmee de mening van TV-reporters wordt bevestigd. Een oudere stopzin is ‘ik heb zoiets van’, vaker uitgesproken door vrouwen dan mannen, maar een klassieker als het om overbodige woorden gaat. ‘Ik heb zoiets van’ laat maar waaien: wie dan leeft dan zorgt. Jonger zijn stopzinnen als ‘Hoe dom kun je zijn?’ en ‘Het zou zomaar kunnen dat’.  Columnisten en commentatoren gebruiken het eerste voorbeeld om een al dan niet geveinsde verbazing te verpakken in een retorische vraag: hoe dom kan een politicus zijn om de euro te willen afschaffen? Het andere voorbeeld – soms ingekort tot ‘zomaar’ – heeft ruime verspreiding gekregen in schrijf- en spreektaal. Het zou zomaar kunnen, dat …… Vul zelf maar in, al naargelang onderwerp of invalshoek. Het zou zomaar kunnen, dat Engeland uit de Eurozone stapt. Het zou ook zomaar kunnen, dat de Eerste Kamer (ooit) verdwijnt. Zijn stopzinnen toevallige dingen die voorbijgaan? Of verbeelden die overbodige woorden de onzekere tijdgeest? ‘Ik heb zoiets van’ ontstond tegen het einde van de jaren negentig, en verbreidde zich rond de eeuwwisseling. De woorden tekenden de afstandelijkheid en de onbezorgdheid van de jaren van voorspoed en vooruitgang. ‘Het zou zomaar kunnen’ daarentegen weerspiegelt de vluchtigheid van de huidige tijd. Het zou zomaar kunnen, dat de lineaire economie het onderspit delft voordat de circulaire economie het voortouw overneemt. En dat terwijl een plan B ontbreekt. Want dat is de nieuwste trend: je moet tegenwoordig een plan B achter de hand hebben, of je nu directeur van ADO bent die op Chinees geld wacht,  of premier Rutte bij de toelichting van zijn plannen met het Nederlands voorzitterschap van Europa. Wil iemand meetellen, dan heeft hij een Plan B gedacht of zelfs uitgedacht. Plan B: stopwoord noch stopzin, maar eerder een stoplap. Is het een echt alternatief, een vermetele noodsprong of een een truc om lastige vragen te omzeilen? Hoe durft een kwasi-columnist die vraag te stellen, laat staan te beantwoorden? Zeker weten, dat durft hij niet. Of wel soms?

Farewell to Ted Felen (1931 – 2016)

Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken (2015) Foto: Ger Loeffen
Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken: glas-in-loodraam voor het Hospice in Wychen (2015) Foto: Ger Loeffen

Het overlijdensbericht van Ted Felen overviel me. Ik had de even gedreven als befaamde Nijmeegse kunstenaar weliswaar enige tijd niet meer gezien en gesproken. Maar ik meende, dat hij het gelet op zijn leeftijd redelijk goed maakte. Dat was dus niet het geval, zo maakte ik op uit de woorden van zijn dochter Phoebe in de Gelderlander. Ik moest op de dagen na zijn overlijden steeds weer aan Ted denken. De talloze ontmoetingen en gesprekken maakten het moeilijk om te beseffen, dat hij plotseling niet meer zou aanbellen zoals hij soms deed. Even bijpraten of vertellen over waar hij mee bezig was: een nieuw project of de uitgave van een boek. Dat hij en passant vroeg om bij voorbaat in te tekenen, deerde mij niet. Want de ervaring had geleerd dat Ted Felen altijd zorgde voor een goede en mooie afronding van waar hij met vaste overtuiging aan begonnen was.

Ted Felen: Psalm 66 (985) Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen
Ted Felen: Psalm 66 (985)
Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen

Onze eerste ontmoeting staat mij nog steeds bij. Het was niet in de City Bar waar ik veel kunstenaars heb leren kennen, maar tijdens een campagne voor de raadsverkiezingen in de jaren 70. Ik bemande in het Winkelcentrum Dukenburg een verkiezingskraam voor het CDA, in de buurt van juwelier Jaap Mooi, die later de beroemde glazenier als liefhebber van zangeres Annie Schilder zou ontmoeten. De pittige maar vriendelijke discussie met een even openhartige als charmante man, waar ik toen al tegen op keek, over allerlei politieke kwesties – plaatselijk maar ook landelijk – zou gevolgd worden door meer ontmoetingen, eerst toevallig maar later bewust, ook als leden van het Haringgenootschap van Peter van de Laar. Ted Felen was een aangename gesprekspartner, die zijn soms felle mening niet onder stoelen of banken stak maar tegelijk open stond voor argumenten. Zijn eruditie en ervaring maakten hem tot een gezaghebbend iemand, die met passie zijn verhalen vertelde. Met dezelfde hartstocht en enthousiasme werkte hij aan zijn glas-in-loodramen en aan zijn opvallende schilderijen, veelal grondslag voor zeefdrukken met de cirkel als inspiratiebron.

Adieu - Black Friday - Farewell: Drie zeefdrukken van Ted Felen ter nagedachtenis aan zijn moeder
Triptiek triste: Farewell – Black Friday – Adieu: Drie zeefdrukken van Ted Felen (1992)ter nagedachtenis aan zijn moeder, die op 20 december 1991 was overleden

Dat hij ook goed kon schrijven, bleek uit zijn columns over zijn geliefde NEC in De Brug. Toen ik die columns las, kon ik niet weten dat de gedeelde belangstelling voor voetbal later zou leiden tot een verdubbeling van onze ontmoetingen. Ted Felen ontdekte namelijk, dat ik als vicevoorzitter van de KNVB en bondsridder vrijkaarten voor interlandwedstrijden kreeg.Hij meldde zich vlug als kandidaat-afnemer, met een zeefdruk als ruilobject. De eerste zeefdruk aanvaardde ik dankbaar, bij de tweede toonde ik grote aarzelingen. Ik vond het al mooi genoeg, dat ik de  goedgeefse kunstenaar met de toegangsbewijzen voor de Kuip of de Arena een plezier kon doen. Maar Ted  stond erop, dat ik een serie zou opbouwen.

No Nonsense - Farewell to Mr Ruud L. Zeefdruk, Ted Felen (1994)
No Nonsense, Farewell to Mr Ruud L.
Zeefdruk, Ted Felen (1994)

Op zeker moment kwam hij zelfs aanzetten met een fraaie map om de zeefdrukken te kunnen bewaren. Bij een van zijn bezoeken  heb ik Ted laten zien, hoe zijn reeks prenten – waaronder Adieu, Black Friday en  Farewell – een mooie plaats hebben gekregen in wat een keldergalerie lijkt maar niet is. De belangstelling voor het politieke wel en wee, in Nijmegen en den Haag, leverde bij elke ontmoeting gespreksstof op. Ted Felen kon zich vooral opwinden over het sociale beleid, van welke coalitie dan ook. Ik keek daarom des te meer op van zijn waardering voor staatssecretaris Lou de Graaf, die met zijn beleid – met name de afschaffing van de BKR-regeling – appelleerde aan de lijn van rechtvaardigheid, waarvoor Ted zich in onze gesprekken steeds sterk maakte. Ook Ruud Lubbers boeide hem, zo liet hij vaak merken, wanneer we weer eens aan het discussieren waren over het gedoe aan het Binnenhof. Liefhebbers van Ted’s zeefdrukken waren misschien verwonderd over de prent ‘No Nonsense’, waarmee hij in 1994 de langst zittende naoorlogse premier uitluidde en bedankte.  De ondertitel van de zeefdruk luidt ‘No Farewell to Mr L’.

Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd voor 'Beeldspraak' door Ad Lansink (2007)
Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd door Ger Loeffen voor ‘Beeldspraak’ door Ad Lansink

Toen ik begin 2007 Ted Felen vroeg of ik langs mocht komen voor Beeldspraak, het boek waarin ik een reeks van 25 gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen wilde vastleggen zei Ted onmiddellijk en enthousiast met zijn karakteristieke stem ja. De toezegging bleef staan, toen ik hem zei. dat van elke kunstenaar een werkstuk werd gevraagd voor het kunstproject van het Taborhuis. Dank zij de medewerking van alle kunstenaars – ook en in het bijzonder Ted Felen – is Beeldspraak een groot succes geworden.

EPSON MFP image
Cirkel van Ted Felen in foutdruk van Beeldspraak

Ik schrijf ‘in het bijzonder’ vanwege een anekdotisch voorval, waarbij Ted Felen betrokken was. Tijdens de signeersessie, waarbij alle kunstenaars hun interview een klein deel van de oplage zouden signeren, ontdekten Karin en Theo Elfrink, dat in een boek twee pagina’s niet bedrukt waren. Een dubbel toeval: vader en dochter, en hun pagina’s. Ter plekke besloot Ted, met hulp van Ronald Tolman, Rob Terwindt, Bob Lejeune, Sven Hoekstra, Andreas Hetfeld en Cor Litjens van dat exemplaar een ‘Speciale Aditie’ te maken: een geïllustreerde herinnering aan een van de vele ontmoetingen met Ted Felen.

Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)
Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)

Ted Felen blijft voor mij de monumentale, door veel mensen geliefde kunstenaar, die met zijn glas-in-loodramen op diverse plaatsen in Nederland grote indruk heeft gemaakt. Zijn signatuur – persoonlijk handschrift – is onmiskenbaar. Kijk maar naar zijn glas-in-loodramen in Huize Joachim en Anna aan de Groesbeekseweg, die we na de renovatie samen hebben  staan bewonderen. Of bezie in gepaste stilte de ramen in Huize Nijeveld aan de Heyendaalseweg, waarvan de toekomst ook is veilig gesteld, wanneer de nieuwbouwplannen tot uitvoering komen.

De eerste nacht
De eerste nacht

Dat Ted  prediker en waarheidszegger tegelijk was – en is want zijn werk  blijft – leert ook zijn schitterende Kruisweg,  in 1963 ontworpen voor en geplaatst in de Kerk van Maria ten Hemelopneming aan de Kaaplandstraat te Nijmegen. Na de afbraak van de kerk wad aanvankelijk onzeker wat met de 14 Staties zou gebeuren. Na wat geharrewar heeft de Dominicuskerk aan de Molkenboerstraat zich over de Ted’s Kruisweg ontfermd. Daar zijn de bijzondere voorbeelden van religieuze kunst nog steeds te bewonderen.

Ted Felen: Kruiswegstatie 12 Jezus sterft aan het kruis Dominicuskerk Nijmegen (19630
Ted Felen: Kruiswegstatie 12 (1963) – Jezus sterft aan het kruis – nu in Dominicuskerk te Nijmegen

Zijn schilderijen en zeefdrukken met de cirkel als leidend thema stralen verbondenheid en saamhorigheid uit, waarden die de samenleving hard nodig heeft. De glazenier en graficus, die niet van stellingen hield, maar wel van vraagstellingen heeft ons met zijn transparante verbeelding van de werkelijkheid doen beseffen, dat bescheidenheid des te meer telt, wanneer het resultaat van alle denk- en handwerk inspireert, en de verbeelding overstijgt. Het was een voorrecht om Ted Felen te hebben ontmoet en gekend. Het doorgeven van zijn geestkracht en boodschap is een opgave en uitdaging.