Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015
Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.

Hel en Hoge Klauw

Rondje kalebassen: Start op de parkeerplaats, noordwaarts,dan via het pad De Hel naar de driesprong. Vervolgens rechtsaf over de Hoge Klauw naar Groesbeek . Bij de Derde Baan rechtsaf naar de kalebassen en pompoenen.
Rondje Hel en Hoge Klauw: Start op de parkeerplaats, noordwaarts,dan via het pad naar driesprong. Vervolgens rechtsaf naar Groesbeek. Bij de Derde Baan rechtsaf naar de kalebassen en pompoenen, en terug naar de Canadese Begraafplaats.

Het landschap rond Groesbeek kent heel wat verrassingen, ook rond de befaamde Zevenheuvelenweg, de weg die tijdens de Nijmeegse Vierdaagse veel kranten haalt. Neem bij voorbeeld Hel en Hoge Klauw, twee zandwegen, die de wandelaar rond de Canadese Oorlogsbegraafplaats voeren. Waarom het pad van de Zevenheuvelenweg naar de Hoge Klauw (de) Hel heet is onduidelijk. De Hoge Klauw doet zijn naam wel eer aan met het fraaie uitzicht op de bossen van Nederrijk en de landerijen van de Waldgraaf.

Zandpad De Hel, ten noorden van de Canadese Begraafplaats
Zandpad De Hel, ten noorden van de Canadese Begraafplaats

De wandelbewuste automobilist zet zijn wagen op de ruime parkeerplaats bij het kerkhof voor een mooie voettocht rond het ereveld, door een bijzonder gedeelte van het Groesbeekse heuvellandschap, dat sinds de herindeling niet voor niets tot de gemeente Berg en Dal behoort. De route voert de wandelaar een paar honderd meter noordwaarts, over het fietspad, tot aan een zijingang van de Golfbaan Rijk van Nijmegen.

Allesbehalve een hel: koeien die rustig liggen te herkauwen
Allesbehalve een hel: koeien die rustig herkauwen

Daar begint aan de overzijde van de Zevenheuvelenweg een smal maar goed begaanbaar pad,  dat om onverklaarbare redenen De Hel heet. Het pad  loopt tussen groene en golvende weiden naar de Hoge Klauw, de zandweg die deel uitmaakt van het Pieterpad, de alom bekende route van Pieterburen naar de Sint Pietersberg bij Maastricht, en omgekeerd natuurlijk,

Informatiebord Airbornepad
Informatiebord Airbornepad

Vlak bij de driesprong staat een  informatiebord over het Airbornepad:  de  lange afstandstocht, die in noordelijke richting van Ommel (B) naar Arnhem loopt. Voor de voettocht rond de Canadese Begraafplaats volgt de wandelaar het Pieterpad in de  richting Groesbeek. Rechts  op de helling doemt het kruisbeeld van het oorlogskerkhof op. Aan de linkerzijde ligt een klein maar dicht bosgebied, waarin verdwalen onmogelijk lijkt.

Uitzicht bij regenachtig weer vanaf de Hoge Klauw naar Reichswald
Uitzicht bij regenachtig weer vanaf de Hoge Klauw naar Reichswald

Na het bos vangt het oog plotseling – wanneer de weersomstandigheden dat toelaten – een boeiend beeld: het uitzicht op het glooiend landschap tussen Groesbeek en het Duitse Kranenburg. In de verte is het uitgestrekte Reichswald zichtbaar, en ook de hoge stuwwal tussen Donsbruggen en Kleef: de voortzetting van de stuwwal bij Nijmegen en Berg en Dal.  Na 200 meter eindigt de Hoge Klauw, een oude route naar de Holdeurn.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur

De Pieterpadgangers kruisen de Derde Baan en vervolgen de zandweg naar Groesbeek, op korte afstand van Camping de Hoge Hof.  De lopers van het rondje om de Canadese Begraafplaats slaan op de Derde Baan – een geasfalteerde weg, met links nog de resten van wat ooit een fietspad was –  rechtsaf om na een paar honderd meter plotseling oog in oog te staan met honderden kalebassen en pompoenen: fraaie, decoratieve exemplaren, maar ook eetbare pompoenen te kust en te keur in allerlei kleuren, vormen en maten.

Kalebassen langs de Zevenheuvelenweg
Kalebassen langs de Zevenheuvelenweg

De fraaie vruchten – een ongedachte kruising tussen groente en fruit –  worden op het tegenover de hoeve gelegen weiland gekweekt. Het oude cultuurgewas is volgens de kenners in steeds meer keukens te vinden. Pompoensoep is een culinaire lekkernij, en de verwantschap met courgettes maakt pompoenen tot een geliefde groente van mensen, die van veel variatie houden: van flespompoen tot spaghetti

Canadese Oorlogskerkhof, gezien vanaf het erekruis, in de richting van de Zevenheuvelenweg
Canadese Oorlogskerkhof, gezien vanaf het erekruis, in de richting van de Zevenheuvelenweg

Volgt de wandelaar het spoor van de rekken met pompoenen langs de Zevenheuvelenweg, dan komt hij vanzelf weer bij het begin van het rondje van 3,5 km: de parkeerplaats van de het indrukwekkende ereveld, waar een groot aantal gesneuvelde Canadese en andere geallieerde militairen na de Tweede Wereldoorlog hun laatste rustplaats hebben gevonden. Een bezoek aan de monumentale, fraai onderhouden begraafplaats, is alleszins de moeite waard, om vanaf de heuvel terug te zien op een groot deel van de wandeling, en ook om eer te bewijzen aan de soldaten, die hun leven hebben gegeven voor de vrijheid.

Volvo V60 D6 TE – Mooie hybride stroomkar

Volvo V60 D6 Twin Engine met de aanduiding Plugin Hybride (Foto: Bert Jan Nijhuis)
Volvo V60 D6 Twin Engine met de aanduiding Plug-in Hybrid (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Stroomkar: dat wordt misschien een nieuw woord voor de Dikke van Dale. De  term is gemunt door het Financieel Dagblad in de ankeiler voor een bericht over de toekomst van elektrische auto’s. Die toekomst lijkt verzekerd nu zelfs Porsche, Mercedes en Audi zich wagen op de tot nu toe door het Amerikaanse Tesla beheerste markt. De toplieden van de Duitse merken toonden op de Frankfurt Motor Show 2015 elektrische ‘concept cars’, die pas in 2018 en 2019 met de Tesla’s moeten gaan concurreren. De Porsche Mission E spant de kroon met een actieradius van 500 km en een topsnelheid van 250 km per uur. Intussen rijden in Nederland naast een aantal Tesla’s al aardig wat plug-in hybrides rond: (zelfs thuis) oplaadbare auto’s met een beperkte actieradius, maar met een gewone benzine- of dieselmotor, die wanneer het moet moeiteloos de aandrijving overneemt.

De Volvo V60 D6 TE trekt de aandacht van in- en outsiders (Foto: Bert Jan Nijhuis)
De Volvo V60 D6 TE trekt de aandacht van in- en outsiders (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Zelf kon ik als vroege bestrijder van luchtverontreiniging door het verkeer – ik doel op pleidooien voor  terugdringing van NOx en SO2 – niet langer achterblijven. Beperking van de CO2-emissie is nu de ‘driver’ achter de elektrificatie, ook door de strenge eisen, die de Europese overheid de autofabrikanten oplegt. Dank zij forse fiscale stimulering maakten de plug-in hybride auto’s – vooral de Misubishi Outlander en de Volvo V60 Plug-in-Hybride – vanaf 2013 een snelle opmars in het Nederlandse wagenpark. Enkele maanden geleden was het zover: het  besluit om de Volvo XC 70 – de auto waaraan ik gehecht was geraakt – in te ruilen voor de Volvo V60 D6 TE, de nieuwe naam van de Volvo Plug-in Hybrid. Twin Engine benadrukt naast D6 (5 cilinders + 1 electromotor) de vier-wiel-aandrijving, een extra koopimpuls. Dat de recente ‘autobrief’ van het kabinet vanaf 2016 de fiscale stimulering gedeeltelijk terugdraait, is jammer en kortzichtig. Maar dat doet aan het genoegen, dat aan de ‘hybride stroomkar’ te beleven valt, niets af.

Oog voor het binnenwerk, dat hoort er ook bij (Foto: Bert Jan Nijhuis)
Oog voor het binnenwerk, dat hoort er ook bij (Foto: Bert Jan Nijhuis)

De trouw aan Volvo sinds 1998 – eerst V40, daarna twee keer XC70 – maakte de keuze voor de V60 Plug-in Hybrid gemakkelijk. Een serieuze proefrit leek al voldoende. Enkele  ‘internet reviews’ – gebruikelijk bij lange termijn investeringen – leverden extra informatie om de knoop snel door te hakken. De keuze van de kleur zorgde  voor meer hoofdbrekens dan de beslissing om te gaan rijden op zelf opgewekte zonnestroom en diesel. De voortekenen riepen wel een gemengd beeld op. Volgens Volvo zou de V60 D6 TE slechts 48 gram CO2 uitstoten bij een verbruik van 1 op 55, en de actieradius op stroom zou 50 km bedragen. Welnu, na ca 3500 km noteer ik een verbruik van 2,5 liter diesel op 100 km, dus 1 op 40: nog een mooi cijfer, vergeleken met hogere cijfers in enkele ‘reviews, maar toch wat minder dan de gewekte verwachting. De 50 ‘stroomkilometers’ haal ik meestal wel, afhankelijk van de rijomstandigheden.

Volvo V60 D6 TE aan de kabel op Staanplaats 25 in Uddel (Foto: Ad Lansink)
Volvo V60 D6 TE aan de kabel op Staanplaats 25 in Uddel (Foto: Ad Lansink)

Het rijden zelf is een feest, in alle opzichten: besturing, wegligging, veiligheid, geluidsniveau, noem maar op. Laden is een kwestie van ‘slapend vullen’ tenzij ik de accu van zelf opgewekte zonne-stroom wil voorzien. Dan moet de stekker  overdag in het geaarde stopcontact, en moet ook de zon redelijk schijnen. Een laadpaal is voor geduldige lieden niet nodig, een laadpas wel wanneer de accu onderweg opgeladen moet worden. Wie korte afstanden rijdt in zijn ‘bijna stroomkar’, zal trouwens nog maar weinig diesel hoeven te tanken. Moet dat toch gebeuren, dan is levert rustig rijden mooie verbruikscijfers op. De Ecoguide is daarbij een prima hulpmiddel. Met Volvo in Call – een digitale afstandsbediening – is na de ontspannen rit het stroom- en brandstofverbruik op de kilometer nauwkeurig af te lezen: een andere innovatie, waarmee Volvo de milieubewuste rijders verder helpt op de weg van de logistieke verduurzaming. De ‘hybride stroomkar’ van Volvo kan de toets van de kritiek voluit doorstaan.