Joop van Rijswijk (1939 – 2015) : Bevlogen en trouw christendemocraat

Trouw meldde onlangs, dat Joop van Rijswijk op zondag 15 februari 2015 op 76-jarige leeftijd is overleden. Het bericht overviel me. Ik had de altijd goed geluimde oud-medewerker van de CDA Tweede Kamerfractie lange tijd niet meer gezien en gesproken. De frequentie van mijn tochten naar den Haag nam af na het afscheid van het bestuur van de Vereniging van Oud-Parlementariers. Was ik wel in den Haag – en dus ook in Nieuwspoort – dan trof ik Joop van Rijswijk af en toe, wanneer hij voor zijn avondmaaltijd aanschoof in het restaurant van het Internationale Perscentrum. Een kort maar soms ook wat langer gesprek was dan gewoonlijk het gevolg. We hadden elkaar zoveel jaren meegemaakt in den Haag, dat elke ontmoeting een weerzien inhield. Nog staat mij bij dat Joop van Rijswijk eind 1977 – ik was een klein half jaar lid van de Tweede Kamer – mij aanraadde in de opruiming een overtollige bureau-agenda aan te schaffen om een dagboek bij te houden. ‘Je gaat heel wat meemaken’, zei hij’. ‘Dat moet je opschrijven. Daar kun je later nog plezier van hebben’ (Of verdriet, dat zei hij er niet bij). Mijn herhaalde pogingen tot een dagboek liepen spaak. Wat niet spaak liep, was de waardering voor de man, die de fractie in veel opzichten dienstbaar was en bleef, tot hij met Hans van de Broek naar het ministerie van buitenlandse zaken verhuisde. Wat ons ook bond, was de visie op de betekenis van het CDA voor de samenleving. Bovendien zou Joop van Rijswijk in de loop van de (Balkenende-) jaren een kritische houding aannemen tegen de koersverschuiving, die ik ook zelf als een misvatting had ervaren. In even polemische als positief-kritische bijdragen in Trouw had de vroegere notulist van de ARP- en CDA-Tweede Kamerfractie laten merken, dat hij niet alleen goed kon schrijven – Lees zijn boek ‘Repeterende breuken’ (1992) over de permanente machtsstrijd tussen CDA en PvdA – , maar ook uitstekend kon verwoorden, waarom Balkenende, en later Verhagen en Hillen – een verkeerde weg hadden gekozen. ‘Wars van gedweeheid en lompe macht’ is de titel van de uitstekende column, waarmee Hans Goslinga op zaterdag 21 februari 2015 hem herdacht. Het zijn rake woorden, waarmee de Trouw-columnist Joop van Rijswijk typeert. ‘Mensen die een fijne politieke neus combineren met een scherp oog voor het staatsrecht en de parlementaire geschiedenis zijn zeldzaam geworden op het Binnenhof’, aldus Hans Goslinga, die zelf keer op keer de verbinding legt tussen verleden, heden en toekomst. Joop van Rijswijk kende een hoge mate van loyaliteit zonder te vervallen in slaafse nederigheid. Zijn loyaliteit betrof vooral de boodschap en inhoud van het christendemocratische gedachtegoed, minder de instituties en personen. Hij wist dan ook wat hem te doen stond, toen in 2010 de toenmalige gangmakers van het CDA het gedoogkabinet-Rutte mogelijk maakten. Na een ongebroken lidmaatschap van 50 jaar ARP en CDA voelde hij zich gedwongen afscheid te nemen van de partij, die hij zoveel jaren als notulist, beleidsmedewerker en politiek assistent had gediend. Zelf heb ik die stap niet kunnen zetten, omdat ik verwachtte dat het leergeld eerder vroeg dan laat zou worden uitbetaald. Maar ik begreep Joop van Rijswijk in alle opzichten. Een bevlogen, dienstbaar en trouw politicus is ons ontvallen.