Gezamenlijke bezorging van kranten op meer plaatsen mislukking?

kranten
Dagbladuitgevers gaan gezamenlijk bezorgen Bron: Adformatie, 17 april 2012

De krant kun je niet missen, geen dag. Het gevleugelde woord werd een lijfspreuk. Want bijblijven was immers het parool: de letterlijke vertaling van nieuwsgierigheid. De vraag klemt wel of die lijfspreuk overeind blijft, nu het landelijke bezorgsysteem regelmatig faalt. De aankondiging onlangs van een latere bezorging – uiterlijk negen uur in plaats van zes uur – was al een teken aan de wand. De praktijk pakt in Nijmegen nog slechter uit. Vandaag werd het half elf. De bezorger merkte zelf op, dat de organisatie veel te wensen overliet. Hij kan het niet helpen, dat de bezorgers voor minder geld meer kranten moeten bezorgen. Ook dat laatste moet letterlijk worden genomen. Afgelopen zaterdag trof ik naast de kranten van het abonnement – Trouw, de Gelderlander, FD en NRC – ook de Telegraaf, NRC Next en de Volkskrant. Alleen het AD ontbrak aan de stapel in de gang. Een kunststof brievenbus had de kranten niet kunnen bergen. Te laat en te veel: het is een vreemde combinatie van gebreken bij een kennelijk door kostenbeheersing ingegeven systeem. Willen de kranten nog meer trouwe lezers verliezen, dan zullen zij toch echt moeten zorgen dat de abonnees die betrekkelijk veel geld overhebben voor hun krant(en) fatsoenlijk bediend worden. Daarbij komt dat de klachtenmelding de toets van de kritiek evenmin kan doorstaan als de bezorging. De redactie wil je natuurlijk niet lastig vallen, maar de uitgever wel. Die uitgever blijkt – met uitzondering trouwens van het FD, hulde voor die krant – niet of moeilijk bereikbaar. De luiheid van antwoordapparaten is bekend. Email werkt soms wel, dan weer niet. Digitalisering is mooi, en teruggave van of meer euro’s ook. Maar de serieuze lezer die ‘print’ verkiest boven ‘smartphone’ of ‘tablet’ wil echte waar voor zijn geld: kranten die hij of zij kan vasthouden, neerleggen en weer oppakken zonder aan de batterij van het digitale apparaat te hoeven denken. Die serieuze lezer wil ook tijdig zijn dagelijkse lijfblad kunnen lezen, niet alleen vanwege de actualiteit maar ook en vooral om al het andere wat op een dag te doen staat. Wanneer de kranten er niet in slagen om het bezorgsysteem op een behoorlijk peil te houden, dan zullen de oplagecijfers blijven dalen. Het is niet te hopen, eerlijk gezegd, maar wel te vrezen. Of kan het tij nog gekeerd worden?

WAM de Moor (1936 – 2015) : onbetwiste (leer) meester

KDC01_TF2A06579_U
W.A.M. de Moor (1987) Bron: Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

De bondige maar mooie necrologie van Wam de Moor – voluit W.A.M – in de NRC, geschreven door Arjen Fortuin, verraste mij. Kennelijk had ik de Gelderlander, waar Wam in de jaren vijftig als student-correspondent begonnen was, niet goed gelezen. Want naast andere kranten meldde ook de Gelderlander, dat Wam de Moor op 12 januari 2015 in Nijmegen was overleden. Tot aan zijn pensionering werkte hij als docent en wetenschapper aan de Katholieke Universiteit. Buiten universitaire kring werd hij vooral bekend als een befaamd en deskundig literatuurcriticus, die zelfkritiek niet schuwde. Integendeel. Arjen Fortuin noemt hem terecht een ‘bedachtzaam en prominent criticus van de Nederlandse literatuur’. Ik las in de jaren tachtig meestal met instemming zijn helder geformuleerde kritieken in De Tijd. Dat ik bij verkiezingen de oproepkaarten van Wam en zijn vrouw Maria Oremus – destijds op het Katholiek Gelders Lyceum te Arnhem mijn klasgenote – in de school aan de Heyendaalseweg als voorzitter van het stembureau mocht controleren, was louter toeval. Maar mijn bewondering voor de eminente criticus en didacticus was geen toeval.

Boekomslag Wam de Moor : Dit is de plek Gaillarde Pers (1991)
Boekomslag
Wam de Moor : Dit is de plek
Gaillarde Pers (1991)

Die bewondering nam nog toe, toen ik ‘Dit is de Plek’ las: een reeks gesprekken met schrijvers en schilders over de betekenis van plaats en emotie in hun werk. In het fraaie boek – samengesteld met medewerking van zijn studenten Henny van Boekel, Annemieke van Delft, Toine Heymans, Jose Hiel en Ingrid Koppelman – verwoorden dertien kunstenaars – waaronder H.H. ter Balkt, Theo Elfrink, Harrie Gerritz, Frans Kusters en Jan Siebelink – de verbinding tussen tijd en plaats, tussen feit en gevoel, ieder uiteraard op unieke wijze. De door Wam de Moor ingeleide bundel zette mij onbewust op het spoor van Beeldspraak, zoals veel van zijn columns – vooral over poëzie – in de Gelderlander mij hielpen dichters te begrijpen. Is het overigens bescheidenheid, dat de Gelderlander in het overlijdensbericht van Wam de Moor niet vermeldt, dat Wam de Moor zoveel boeiende bijdragen heeft geschreven voor de krant uit zijn woonplaats? De literaire wereld zal hem niet gauw vergeten gelet op zijn talrijke publicaties, tot in het Vlaams-Nederlandse culturele tijdschrift Ons Erfdeel toe. Zelf bewaar ik goede herinneringen aan ons gesprek over het schrijven van biografieën en biografische schetsen, na afloop van zijn presentatie van Deel 6 (2007) van het Biografisch Woordenboek Gelderland in het Stadhuis van Nijmegen. Zelf had hij dat deel verrijkt met een mooie biografie van Anton van Duinkerken. Want ook op dat gebied – het schrijven van biografieën – was de redacteur van Biografie Bulletin een onbetwiste (leer)meester.