Deel 10 van het Biografisch Woordenboek Gelderland: slotakkoord?

Boekomslag Deel 10 Biografisch Woordenboek Gelderland
Boekomslag Deel 10
Biografisch Woordenboek Gelderland

Op 19 december 2014 werd in het Provinciehuis te Arnhem feestelijk het 10e en helaas laatste deel van het Biografisch Woordenboek Gelderland uitgereikt aan Clemens Cornielje, de Commissaris van de Koning. Kort tevoren had  redactievoorzitter Jan Kuys de historie van het BWG uiteengezet. Hij stond ook even stil bij de uitreiking van deel 1 van het BWG: een toen nieuw en veelbelovend initiatief, dat zijn oorsprong vond in het toenmalige Rijksarchief Gelderland. In de laatste week van december 1998 mocht ik als plaatsvervanger van de plotseling ziek geworden Karel Aalbers in het Gelredome het eerste exemplaar van deel 1 in ontvangst nemen, in ruil voor een korte toespraak. Jan Kuys vertelde zijn gehoor, dat ik destijds enkele namen had genoemd van mogelijke kandidaten voor het volgende deel. Dat waren onder meer Gekkie Eddie (Otten), John Bertine, Wim Steffen en Pastoor Henri van de Loo. Mijn korte voordracht leidde tot het verzoek om een lemma over Gekkie Eddie te schrijven. Omdat ik zelf de voorkeur gaf aan een lemma over John Bertine, vroeg de redactie mij om dan maar twee lemma’s te schrijven. Aldus geschiedde. Jan Kuys verklapte nu, dat de redactie zich in 1998 had afgevraagd of ik me aan mijn woord zou houden, en ook of een oud-politicus wel biografische schetsen kon schrijven. Zonder omhalen voegde hij er aan toe, dat Ad Lansink in de 16 jaren van het bestaan van het BWG een sterauteur voor de reeks was geworden. Ter illustratie wees hij – even verder in zijn openingswoord – op het lemma over Pastoor Henri van de Loo dat ik eindelijk kon afronden voor publicatie in deel 10 van het BWG.

Bouwpastoor Henri van de Loo op de St Josepkkerk in aanbouw Bron: KDC, Nijmegen
Bouwpastoor Henri van de Loo op de St Josepkkerk in aanbouw
Bron: KDC, Nijmegen

De keuze voor Henri van de Loo, de bouwpastoor van de (vroegere) St Josefparochie, berustte niet op toeval. Het kerkelijk centrum aan de Rosendaalseweg in Arnhem speelde een grote rol in mijn jeugdjaren: geboorte en doop, Frater Andreasschool, jeugdhonk, kerkkoor en parochiehuis. Vele jaren later was ik van tijd tot tijd te gast bij Omroep Gelderland voor een andere vorm van zendingswerk. De latere betrokkenheid bij het BWG daarentegen berustte wel op toeval. Wanneer Karel Aalbers in december 1998 niet geveld was door een zware griep, zou ik niet door Frank Keverling Buisman benaderd zijn om de plaats van de grondlegger van Gelredome in te nemen. Tussen 1998 en 2014 heb ik met enig volhouden maar ook met veel plezier in de delen 2 tot en met 10 een twintigtal bijdragen mogen publiceren. Naast Henri van de Loo vestig ik in deel 10 de aandacht op Bob Ontrop uit Nijmegen, een bijna-alles-kunner, die dienstbaarheid hoog in zijn vaandel had staan. De 166 auteurs, die samen bijna 500 biografieën van bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis hebben beschreven, hebben ongetwijfeld nog voldoende namen in het hoofd van mensen, die een plaats verdienen in het BWG. Jammer genoeg heeft de redactie besloten om met deel 10 de boeiende reeks af te sluiten. Naast het vertrek van het merendeel van de redacteuren gaf de beëindiging van de provinciale subsidie de doorslag bij het te betreuren besluit. Niet uitgesloten is, dat de reeks via een voortzetting van de (nog) bestaande of de inrichting van een nieuwe website alsnog een vervolg krijgt. Bij de presentatie van deel 10 van het BWG pleitten meerdere auteurs voor deze alternatieve route. Aan een definitief slotakkoord hebben zij (nog) geen behoefte. De Commissaris van de Koning zegde toe de suggestie van een digitale voortzetting door te geven.

Museumvrienden: onmisbaar, of niet soms?

Spijkerbeeld
Vrienden van het Afrikamuseum bij een geliefd object Afbeelding uit Vriendenbulletin

Wie kent ze niet: de vrienden van het museum, welk of waar dan ook. Vul de namen van de musea maar in. Vrijwel ieder Nederlands museum kent een club van vrienden, al dan niet verenigd in een rechtspersoon met gangmakers, actieve en afstandelijke leden, tot loutere donateurs toe. De besturen en directies van musea kennen de betekenis en waarde van hun vrienden. De club van vrienden levert meestal enthousiaste vrijwilligers zonder wie geen enkel museum kan draaien. De vrienden beheren vaak ook een spaarpot, waaruit het museum een of meer aankopen kan doen wanneer de eigen middelen ontoereikend zijn. De tegenprestaties zijn bekend: een toegangspas plus korting op aankopen in de museumwinkel, een instituut dat voor het museum al even onmisbaar is als de vele vrijwilligers. De belangstelling voor kunst, geschiedenis en natuur en de grote variatie van musea in het Rijk van Nijmegen leidde vanzelf tot een (im)materiele vriendschap met het Valkhofmuseum en Orientalis, het vroegere Bijbels Openluchtmuseum, dat anno 2014 (en hopelijk ook daarna) goed aan de weg timmert. Ook het fraaie Afrikamuseum, het educatieve Natuurmuseum Nijmegen en het toonaangevende Bevrijdingsmuseum mochten op een meer dan vriendschappelijke belangstelling rekenen.

valkhof
Voorzijde Museum Het Valkhof

Vrienden voor het leven: die gevleugelde woorden gelden ook voor de band met musea, ware het niet dat die vriendschap op de proef wordt gesteld, wanneer vrienden niet of te laat geinformeerd worden over ingrijpende veranderingen. Het betrekken van museumvrienden bij forse koerswijzigingen is waarschijnlijk te veel gevraagd. Zou het Afrikamuseum de fusie met het Rijksmuseum Volkenkunde en het Tropenmuseum in het Nationaal Museum voor Wereldculturen aan de eigen vrienden hebben voorgelegd, dan zou instemming met deze door de rijksoverheid min of meer afgedwongen krachtenbundeling niet op voorhand hebben vastgestaan. De vorming van De Bastei na een fusie van het Natuurmuseum Nijmegen en de Stratemakerstoren zou wellicht minder bezwaren hebben opgeroepen. Maar de claim van de directeur van het Bevrijdingsmuseum te Groesbeek om na het afblazen van het (Nijmeegse) Vrijheidsmuseum het gezegde ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ inhoud te geven, zal voor sommige vrienden een teken aan de wand zijn. Een ander, nog bedenkelijker teken aan de wand, vormen de zorgen, die de vrienden van het Valkhofmuseum onlangs kenbaar hebben gemaakt. De vermindering van de gemeentelijke subsidie noopt tot een zodanige ingreep in de formatie van de staf, dat voor de toekomst van het museum moet worden gevreesd, aldus de voorzitter Hoppenbrouwer van de Valkhof-vrienden. Sommige leden van haar doorgaans betrokken vereniging denken zelfs na over de opzegging van het lidmaatschap. Dat laatste lijkt mij niet de hoogste wijsheid. Eendracht maakt immers macht, juist onder moeilijke omstandigheden. Maar het signaal is wel duidelijk. Wanneer museumvrienden onmisbaar zijn, en hun betrokkenheid serieus wordt genomen, dan zijn transparantie en communicatie essentieel. Directe zeggenschap is uiteraard onmogelijk, en ook onnodig, in tegenstelling tot positieve interactie, ook als het gaat om de formulering van een beleidsvisie. Dat hoeft niet uitsluitend aan een interim-manager te worden overgelaten. Jan van Laarhoven kennend, zal zijn oor overal te luisteren leggen, hopelijk ook bij de trouwe vrienden van Museum Het Valkhof.