Zeg maar op gevoel

voetbaljargon
Eerst knijpen dan inzakken
Afbeelding ontleend aan de Blog van Andre Driessen
www.andriesblogt.wordpress.com
11 juni 2010

Doordekken en doorselecteren, de bal afpakken in de zestien, het linker- en het rechterrijtje: het zijn woorden die vroeger niet werden gehoord. Evenmin als klopt, de eerste reactie van een voetballer, wanneer hij door eigenwijze verslaggevers – zoals Bert Maalderink – naar de bekende weg wordt gevraagd. De vleugelverdedigers hebben de rechts- en linksback vervangen en de spelverdeler de stopperspil, die met de punt naar voren speelt, zelfs wanneer er geen punten te verdelen zijn. Of te morsen, want dat gebeurt ook elke week, wanneer de centrumspits het scorend vermogen mist en dus het doel. Of de touwen. Waar schaduwspitsen het vaak laten afweten, moeten opkomende verdedigers het karwei afmaken, niet bij de tweede paal want die staat te ver weg. Over de eerste paal wordt gek genoeg even weinig gesproken als over de eerste bal, die moet afvallen voordat hij opnieuw een voet vindt. Rechtsbuiten, midvoor, linksachter: het zijn de termen uit een ver verleden toen een strafschop nog een penalty – of pinantie –  heette maar een doelverdediger een keeper. Op de lijn of meespelend, dat doet er niet toe als de man met de grote handschoenen de nul maar weet te houden. Dat lukt hem beter, wanneer de hele ploeg druk naar voren weet te zetten. Dat is beter dan de bal rondspelen, of de lange bal proberen: een risicovolle en opportunistische noodgreep, die kijkers trouwens meer boeit dan coaches. De oefenmeesters van vandaag en morgen hameren liever op de organisatie, een bedrijfskundige term, die het in het voetbaljargon van vandaag even goed doet als een ruit vormen en onder de druk uit kunnen voetballen. Dat is beter dan de lange bal een kans geven. Spelers die het verschil kunnen maken doen desondanks zichzelf tekort, wanneer zijn uit vorm zijn. Of – om met Louis van Gaal te spreken – niet fit genoeg om uitverkoren te worden. Minuten maken, daar draait het tegenwoordig om, vooral voor bankzitters, die zich in de kijker moeten spelen willen zij elders aan de bak komen. Staan zij eenmaal op het veld, dan moeten zij de juiste keuzes zaken, zeg maar op gevoel: woorden die Marco van Basten en Ronald Koeman kort na elkaar gebruikten bij de aankondiging van hun vertrek bij Herenveen en Feyenoord. Inderdaad: zeg maar op gevoel, want emotie telt niet alleen bij trainers maar ook voor voetballers in de mixed zone van taal en journalistiek. Voetbaljargon: een bijzonder domein voor taalliefhebbers en ergernisdelers.

Herinneringen aan Hugo Brandt Corstius (1935-2014)

Welingelichte Kringen in Arti Aan het hoofd van de tafel Joop van Tijn. Naast hem rechts Hugo Brandst Corstius Foto: Bert Verhoeff
Welingelichte Kringen in Arti
Aan het hoofd van de tafel Joop van Tijn. Naast hem rechts Hugo Brandt Corstius
Foto: Bert Verhoeff

Hugo Brand Corstius was een even stevige scherpslijper als botte columnist, die opvallende eigenzinnigheid paarde aan geniale taalvirtuositeit. Zijn befaamde pseudoniemen waren mij eerder opgevallen dan zijn werkelijke naam. Piet Grijs en Stoker verrasten immers jarenlang lezers van Vrij Nederland en de Volkskrant met soms ergerniswekkende, dan weer ironische columns, die mij aan het denken zetten of aan het lachen brachten. Elco Brinkman’s weigering om hem de toegekende PC Hooftprijs uit te reiken vergrootte de faam en het toch al niet geringe zelfbewustzijn van de columnist, die politici, wetenschappers en andere maatschappelijk actieve personen voortdurend de maat nam. Dat de wis- en taalkunstenaar vrijwel niets en niemand ontzag, ondervond de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen. De polemische kracht van de schrijver sloopte de wetenschapper, naar jaren later bleek ten onrechte. Dat ik Battus – schuilnaam van de onbetwiste kampioen van de Opperlandse taal- en letterkunde – ooit zelf zou ontmoeten, kon ik in 1981, het jaar van de Zeigelhofaffaire, niet voorzien. Stoker vond in de Nijmeegse krakersrellen stof voor de column ‘Hooftstuk’, waarin ik met Frans Hermsen figureerde:

Hoe homoet en draaikontigheid zelfs goedbetaald en zegevierend krijgsvolk tot muiterij kan brengen leert de makkelijke voorvallen te Nijmegen. Rijzende met de dageraad de mangel aan behuizingen, onmachtig de gageslagen plunderingen in de hoofdstad, had de vroedschap van de stad van Kaizer Karel besloten een veertien huisjes te doen platslaan om een wagenopstapelingsplaats te vestigen’. Stoker beschrijft a la Hooft het ontstane oproer, en vervolgt: ‘Vliegende de tent uit zeiden burgemeester Hermsen en schepen Lansink dat zulks de wortel der borgerlijke maatschappij t’enenmale uitrookt, en de stede tot erger dan wouden met wolven maakt: roepende het krijgsvolk op om ’t grauw met piek en lans de hersenen in te slaan.’

Dat Stoker’s kijk op de Piersonrellen een andere was dan de mijne, spreekt vanzelf. Toch kon ik zijn pastiche wel waarderen evenals veel van zijn andere columns. Bij ‘Welingelichte Kringen’, het fameuze radioprogramma van de VPRO, dat vele jaren elke vrijdag om 5 uur live vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden, ontmoette ik de man met de vele schuilnamen persoonlijk. Hij was daar met Henk Hofland een van de vaste panelleden, die onder leiding van Joop van Tijn politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op de korrel namen. Vanaf 1985 mocht ik af en toe aanzitten, om soms welwillende maar meestal kritische vragen te beantwoorden. Hugo Brandt Corstius schoof meestal vlak voor het begin van de uitzending aan, nadat hij in afzondering aan een tafeltje wat woorden op een bierviltje had gezet. Zijn gesproken columns, meestal aan het begin van het programma, kwamen anders over dan de columns in de krant. Wat ook opviel, was de verrassing van de overige tafelgenoten, die maar moesten afwachten wat Hugo nu weer bedacht had. Verbazing en ingehouden lachen, soms hoorbare instemming met de stotterende columnist; het hoorde erbij, ook voor de politieke gast, die ik af en toe mocht zijn. Tijdens de nazit, die soms geruimde tijd duurde, leerde ik Hugo Brandt Corstius beter kennen, en in meer opzichten waarderen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.