Leveringszekerheid onderbelicht in energiediscussie

Omslagfoto Ger Loeffen
Zonneboom (Nijmegen) van Andreas Hetfeld
Foto: Ger Loeffen

Het zal een kleine 30 jaar geleden zijn: een pittige spreekbeurt in Groningen, waar ik me in een goed gevulde zaal met anti-kernenergie-lieden staande moest houden bij een felle discussie over de opslag van radioactief afval in zoutkoepels. Over de inzet van kernenergie viel evenmin te praten als over de oplossing van een van de drie onoverkomelijke bezwaren tegen die in mijn ogen verantwoorde fysische energiebron, ook wel aangeduid met ‘atoomstroom’. Het eerste bezwaar – de mogelijke proliferatie van kernwapens – was uit beeld geraakt, en het tweede bewaar – onveiligheid van kerncentrales – werd toen Harrisburg uit het nieuws verdwenen was, minder gehoord. Maar permanente opslag van radioactief afval in zoutlagen  was volgens zelf benoemde insiders een onbegaanbare weg, en niet alleen in het hoge noorden. Hoewel ik me in de Tweede Kamer regelmatig sterk maakte voor de inzet van zon- en windenergie – denk aan de pleidooien voor het plan Lievense – probeerde ik de (te) hartstochtelijke argumenten voor de inzet van duurzame energie wat te relativeren met enkele, niet in dank afgenomen plaagvragen als:  worden zonnepanelen op autodaken geen lachspiegels? En: wat zullen de zeilers in Friesland zeggen als de molens de wind wegvangen? Het boegeroep leerde, dat ik met dit soort retorische vragen de handen niet op elkaar kreeg. Ook de serieuzer kanttekening van vogels, die zich te pletter vliegen tegen molenwieken, viel verkeerd. Het bleef onbegonnen werk: relativeren om ruimte te maken voor een zinnige discussie over de voor- en nadelen van duurzame energie. Zon en wind: dat is de toekomst, en gas ook, luidde de boodschap, want warmtekrachtkoppeling was toen nog ‘hot’, en de verzakking van de bodem was nog niet aan de orde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Zon en wind
Foto: Pascal Vyncke – Seniorennet.be

Toen ik onlangs las, dat de bestuurders van de Waddeneilanden zich verzetten tegen de aanleg van windmolenparken in de Waddenzee, en wethouders in Noord Holland windmolens in de Noordzee evenmin zien zitten (of beter: staan)  moest ik aan dat felle debat van 30 jaar geleden denken. Not in my backyard: dat blijft een dogma, of het nu om radioactief afval, schaliegasboringen, opslag van CO2 of geluid producerende en landschap ontsierende windmolens gaat. Zonne-energiesystemen blijft tegenwind bespaard, ook al staan hier en daar criticasters op die vinden dat zonnepanelen de (schuine) daken ontsieren. Dat bezwaar valt  te ondervangen. Of dat ook geldt voor geluidhinder en landschapsvervuiling in een relatief dicht bevolkt land, is minder zeker, temeer nu de subsidiering van windenergie steeds meer discussie oproept. De negatieve kanten van de Duitse ‘Energiewende’ en de onmiskenbare behoefte aan opslagsystemen krijgen meer aandacht, evenals de noodzaak van gas- of kolengestookt reservevermogen. Vreemd eigenlijk, dat de (energieke) trefwoorden van dertig jaar geleden – besparing en diversificatie met het oog op leveringszekerheid en betaalbaarheid – nog altijd volop gelden. Vreemd ook, dat die leveringszekerheid met het opraken van de gasvoorraad, het uitbannen van kernenergie en het sluiten van kolencentrales in de actuele discussie zo weinig aandacht krijgt.