Categorie archief: Politiek

Max de Bok (1933-2016) : betrokken en bevlogen journalist

Max de Bok voor zijn 'tweede thuishaven' Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf
Max de Bok voor zijn ‘tweede thuishaven’ (Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf)

Rondtrekkend door Frankrijk overviel mij het overlijdensbericht van Max de Bok. Van Harrie Janssen, zijn oud-collega bij De Gelderlander, had ik eerder gehoord dat Max ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam voor mij toch onverwacht. De uitvaart uit zijn geliefde Nieuwspoort kon ik niet bijwonen, een kaars opsteken in een Franse kathedraal wel. Zijn heengaan liet mij in de dagen rond het afscheid in wat vanaf de jaren zestig zijn tweede thuis was niet los. Steeds moet ik denken aan de betrokken en bevlogen journalist, die in mijn Binnenhofse jaren een vriend werd. Max had weliswaar al vroeg afscheid genomen van katholieke verleden. En van de KVP en later het CDA moest hij ook niet veel hebben. Hij had door wat hij in zijn jeugd had meegemaakt – het ontslag van zijn vader bij Kwatta – meer oog en oor voor de PvdA en voor linkse gangmakers als Willem Drees, Joop den Uil en Wim Kok. Toch had hij ook waardering voor het werk van CDA-ers als Ruud Lubbers en Jan de Koning. Zijn scherpe columns in De Gelderlander leerden elke week, dat zijn politieke voorkeur hem niet belemmerde in zijn functie als onbevangen en onafhankelijk politiek journalist. Terecht ontving hij als eerste parlementaire redacteur uit de regio in 1984 de Anne Vondelingprijs. Zelf bewaar ik ondanks de politieke verschillen van mening alleen maar goede en vooral fijne herinneringen aan de man, die niet allen voor collega-journalisten maar ook voor politici een goede leermeester was.

Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl Bron: NRC, Illustratie bij 'Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg (NRC, 20-08-2016)
Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl (Bron: NRC, Illustratie bij ‘Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg – NRC, 20-08-2016)

Max kende het Binnenhof en zijn vaak tijdelijke bewoners al heel wat jaren, voordat ik op 3 juni 1977 beëdigd werd tot lid van de Tweede Kamer. Overigens had ik Max daarvoor al leren kennen. Na een bezoek aan hoofdredacteur Louis Frequin, ging hij met zijn collega’s steevast enkele pilsjes drinken in de City Bar, in Nijmegen toen bekend als het ‘Bijkantoor van de Gelderlander’.  Ik was in die bruine kroeg van uitbater Jo Samson in 1972 terecht gekomen na een carnavalsavond in de Benedenstad. De aansporing van Marie Jose Ceulemans, Frequins secretaresse, om vaker op vrijdagmiddag naar de City Bar te komen leidde tot de eerste ontmoetingen met Max de Bok: de journalist tegen wie ik opkeek, niet alleen omdat hij uit het toen nog verre den Haag kwam, maar ook omdat hij in zijn uitstekende bijdragen eenvoudige krantenlezers goed informeerde over het wel en wee onder en buiten de Haagse kaasstolp. Dankzij Max de Bok werd ook de afstand tot de overige Audet-journalisten met de maand kleiner. Dat kwam ook, omdat ik op dinsdag- en woensdagavond de sociëteit van Nieuwspoort indook, waar de krantenmannen en -vrouwen van Audet bij de vaste klanten hoorden. Ik herinner me Yvon van der Heiden, Jan van de Ven, Aukje van Roessel, Carla Joosten, Arnold Mandemaker, Joost Aerts en Frans Boogaard, zomaar wat namen van collega-journalisten voor wie Max in al die Haagse jaren veel betekend heeft. Frans Boogaard heeft dat goed verwoord in een mooie necrologie voor Villamedia: het digitale domein van de Nederlandse en Vlaamse journalistiek.

Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)
Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)

Dat de afstand tot Max en zijn naaste collega’s korter was dan die tot andere parlementaire journalisten, bleek uit de toestemming om – bij uitzondering, dat wel – gebruik te mogen maken van de technische faciliteiten van de Audet-redactie op de eerste verdieping van het hoekpand van de Spuistraat. Talloze discussies heb ik met Max de Bok gevoerd, in de wandelgangen van het Kamergebouw, in het oude en het nieuwe Nieuwspoort, en in de Nijmeegse City Bar. Ik laat Max zelf aan het woord via een deel van zijn toespraak bij de opening van de expositie ‘Uit de Kamer, uit de Kunst’ op 18 mei 1998. De Kunstcommissie had toegestaan, dat bij mijn vertrek uit de Kamer de bevriende kunstenaars Harrie Gerritz, Oscar Goedhart en Rob Terwindt hun werk mochten tonen in de sociëteit en hal van Nieuwspoort. Max zei toen onder meer: ‘Ad en ik zijn voor de Nijmeegse kroegvrienden vele, lange jaren prototypen geweest van antagonisme: onze kroegdebatten waren befaamd. Voor de stamgasten waren wij exemplarisch voor de verdorven mores in het politieke dorp Den Haag: eerst elkaar voor rotte vis uitmaken en daarna samen een biertje drinken. We hebben inderdaad, hier aan de tap van Nieuwspoort, daar in Nijmegen in de City Bar hooglopende, op ruzietoon gevoerde discussies gehad. Ze gingen altijd ergens over, al wist ik de dag erna zelden meer waarover, behalve dan voor honderd procent zeker, dat het over dat verderfelijke CDA was gegaan. We bezigden voor onze discussie een niet afgesproken techniek. We herhaalden in alle vriendschap gewoon de discussie die we tevoren in Nieuwspoort in alle ernst hadden gevoerd, maar speelden daar in de City Bar opwinding en kwaadheid’.

Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen Bron: DE Telegraaf, Foto: Jos van Leeuwen
Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen. Bron: De Telegraaf. Foto: Jos van Leeuwen

Max de Bok ten voeten uit: betrokken, bevlogen, scherpzinnig, taalvaardig. Hij noemde mij toen ‘Een bijzonder geval’ maar hij was dat zelf in veel sterke mate, zeker wanneer zijn creativiteit, bestuurskracht en bindend vermogen – ook buiten Nieuwspoort: denk aan het jarenlange voorzitterschap van de NVJ – in de beschouwing worden betrokken. Zou de toenmalige top van De Gelderlander dat hebben gedaan, dan zou Max ongetwijfeld als opvolger van Louis Frequin hoofdredacteur van de Gelderlander zijn geworden, een goede en sterke bovendien. Maar Nieuwspoort zou een even krachtige als innemende bestuursvoorzitter hebben gemist. En Max zelf een groot aantal Haagse jaren, die hij met passie en plezier heeft beleefd, voor en na zijn voluit verdiende erepoorterschap in 2003. Die eervolle onderscheiding had hij mij op 2 juni 1998 tijdens het afscheidsfeest in Nieuwspoort bij het vertrek uit de Tweede Kamer overhandigd. Hij vertelde de gasten daarbij, dat ik journalist wilde zijn (mits meteen hoofdredacteur) en kunstenaar. Quod non. Toen Lex Oomkes – een van zijn latere opvolgers als voorzitter van Nieuwspoort – bij zijn afscheid tot Erepoorter werd benoemd, stelde Max voor, dat bij de uitreiking van het befaamde Erepoorterglaasje een reünie van Erepoorters voortaan een gepaste entourage zou zijn. Of het zover komt zal Max de Bok helaas niet meer meemaken. Zijn familie, vrienden en collega’s moeten het doen met de vele herinneringen aan een meer dan bijzonder geval: de man die zijn leven lang een uitnemend politiek en parlementair journalist was , volgens Mark Kranenburg (NRC) ‘hongerig en met een eigen mening’ maar ook volop bij machte om ‘het vrije woord’ en de ‘parlementaire democratie’ als kernwaarden alle ruimte te geven. Het was een voorrecht Max de Bok meer dan veertig jaren te hebben mogen ontmoeten, de nieuwsgierigheid voorbij, de vriendschap koesterend.

 

Peter Zuydgeest 65 Jaar Alleskunner en Liefhebber

Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen - Aspergediner 2016
Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen – Aspergediner 2016 (Alle foto’s: Ad Lansink)

Peter Zuydgeest, alleskunner? Nou ja, bijna alles. Ga maar na: praten, schrijven, koken, organiseren, bouwen, inspireren en liefhebben. Peter Zuydgeest, liefhebber? Jawel, van veel ‘dingen’: zijn gezin, maar ook bier, wijn en andere versnaperingen, discussie, vrienden, mensen, en natuurlijk: Nieuwspoort, de plaats waar ik Peter Zuydgeest voor de eerste keer ontmoette. Het moet begin jaren tachtig geweest zijn, toen ik me een plaats had verworven in het politieke bedrijf aan het Binnenhof. De CDA-top was geen onverdeeld liefhebber van het Internationale Perscentrum. De goed bedoelde raad van ervaren fractiegenoten om het toen al befaamde etablissement van de pers links te laten liggen – letterlijk en figuurlijk – had ik bij de introductie van een nieuwe lichting Kamerleden in 1977 in de wind geslagen, met andere lotgenoten zoals Sietze Faber. Mijn Friese jaargenoot wist al langer, dat informele contacten met journalisten naast nadelen ook tal van voordelen kende.

Wieneke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden
Wineke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden

Na gedane arbeid was het bovendien goed toeven aan de kleine bar van het oude Nieuwspoort, naast de vreemde treincoupe. Ik was daar vaak te vinden, ook op ogenblikken, wanneer Peter Zuydgeest al dan niet op verzoek een Vlaamse biertapper ging nadoen. Al snel werd mij duidelijk, dat de journalist-voorlichter-organisator meer in zijn mars had dan de gemiddelde stamgast van Nieuwspoort. De wederzijdse belangstelling mondde uit in een apart soort verbondenheid: waardering voor elkaars werk, met soms waar nodig enige terughoudendheid. De afstand werd korter naarmate de frequentie van het ‘even naar Nieuwspoort gaan’ groter werd. De gezamenlijk beleefde loyaliteit aan het Internationale Perscentrum bracht ons ook ‘zakelijk’ bij elkaar, toen ik lid werd van de Activiteitencommissie: een groep Poorters die onder de inspirerende leiding van Peter allerlei ‘happenings’ bedacht om Nieuwspoort onder de aandacht van het soms minder geinteresseerde publiek te brengen. Niet alle ‘happenings’ liepen ‘happy’ af,  gemeten naar het aantal bezoekers, dat op de activiteiten af kwam. Maar anno 2016 zijn er nog altijd evenementen – denk aan het Aspergediner – die aan het brein van Peter Zuydgeest zijn ontsproten.

Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.
Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.

Dat we ook buitengaats – soms zelfs in Nijmegen – elkaar wisten te vinden, illustreer ik met het besluit om Dik Wildeman, de commerciële directeur van Oranjeboom, uit te wuiven. Peter Zuydgeest en ik bleken in Breda de enige Poorters te zijn, die de voortijdige pensionnering van de fameuze bierbrouwer en bierdrinker lijfelijk meemaakten. Ik haal deze herinnering met enige aarzeling op, omdat we bij het verlaten van de uit de hand gelopen receptie voelden, dat we eerst wat moesten gaan eten voordat we de lange reis naar huis zouden gaan ondernemen. Toen ik na enig zoekwerk een Chinees had gevonden, stond ik voor een gesloten deur. Geen nasi of bami dus. En Peter was ook verdwenen. In de bekende ‘arren moede’ heb ik mezelf goede reis gewenst. Met succes. De blijdschap om de behouden thuiskomst hebben we een week later gedeeld, opnieuw met bier.

Verbodsbord of bierviltje?
Verbodsbord of bierviltje? Geen eindstation

De wegen van Peter en mij hebben zich nadien heel wat keren gekruist, ook nadat ik in 1998 mijn Kamerlidmaatschap na 21 boeiende Haagse jaren moest inruilen voor wat tegenwoordig een ZZP-functie heet. Peter was overigens medeorganisator en spreekstalmeester van het drukbezochte en spetterende afscheidsfeest op 3 juni 1998 in Nieuwspoort, toen ik tot mijn grote verassing door voorzitter Max de Bok – ook een grote inspirator – tot Erepoorter werd benoemd. Of Peter Zuydgeest daar de hand in heeft gehad, weet ik niet. Zelf vertelt hij wel met gepaste trots, dat ik de enige Erepoorter ben, die door de Poortersgemeenschap zelf is voorgedragen.

Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd
Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd

Ik vermoed dat dat aan de (toenmalige) stamtafel is bekokstoofd. Het woord kok brengt mij terug bij Peter Zuydgeest, die niet alleen in de keuken van Nieuwspoort (en thuis) zijn mannetje staat, maar ook in de sociëteit en de andere zalen, die Nieuwspoort rijk is. De Provinciezaal bij voorbeeld, waar de gasten van Energiepoort elkaar twee keer per jaar treffen. Toen enkele partners van PwC mij in 1998 vroegen of ik hen een invitatie voor Milieupoort kon bezorgen – de eerste Poort, die ik in 1993 met Jules Wilhelmus had opgericht – was het antwoord nee. Concurrentiebeding weerhield sponsor KPMG van een ‘open mind set’, met als mooi gevolg, dat ik met Peter naar Utrecht toog om PricewaterhouseCoopers te overtuigen van het nut van een voor de hand liggend alternatief: Energiepoort. De formule werkt nog steeds, 17 jaar na de organisatie van de eerste bijeenkomst in 1999, dankzij de optimale medewerking van de sponsoren PwC en RBS, en de voortreffelijke organisatie door Peter Zuydgeest en zijn kleine maar mooie bureau. Peter Zuydgeest, alleskunner, liefhebber en nog veel meer, in de gepaste bescheidenheid die hem – ook nog – siert.

Tekst gebaseerd op de bijdrage aan het Liber Amicorum voor Peter Zudgeest, aangeboden op 29 juni 2016

H.J.A. Hofland (1927 – 2016) de journalistiek voorbij

H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)
H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)

Het bericht, dat Henk Hofland op 21 juni 2016 in zijn slaap was overleden, verraste mij. Hoewel zijn columns – ook die van alter ego S. Montag – soms in de NRC ontbraken, leek hem zo niet een eeuwig dan toch heel lang leven gegund. Wat zou de eminente journalist, romanschrijver, columnist, essayist en commentator de komende weken geschreven hebben over het kort voor het referendum nog ongedachte Brexit, waarmee een krappe meerderheid van het Engelse volk afscheid neemt van de Europese lotgenoten. Zou Henk Hofland de lijnen van zijn eerdere beschouwingen over de tijd na ‘nine-eleven’ en Pim Fortuin doortrekken? Waarschijnlijk wel. Want hij paarde consistentie aan visie, geloofwaardigheid aan inzicht, maatschappelijke betrokkenheid aan jarenlange ervaring in het spanningsveld van samenleving, media en politiek. Hij was belezen maar bleef ook nieuwsgierig: ‘Als je iets niet weet: opzoeken’ leerde hij van zijn vader. In de NRC – de krant die hij sinds zijn invallerschap bij het Handelsblad – zijn leven lang trouw is gebleven, schreef Hubert Smeets ‘Tolk en criticus van weldenkend Nederland’: een uitvoerige, niet te evenaren necrologie. Vrij Nederland bood redacteur Jeroen Vullings – biograaf van H.J. A. Hofland – de ruimte om op zijn eigen wijze het boeiende leven en werk van de ‘journalist van de eeuw’ – het terechte eerbetoon van zijn vakbroeders in 1999 –  te belichten.

Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland
Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland

Zelf ontmoette ik Henk Hofland voor de eerste keer op 9 mei 1986 bij Welingelichte Kringen, het befaamde VPRO-radioprogramma dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw wekelijks vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden. Een viertal journalisten en schrijvers – Hugo Brandt Corstius, Harry van Wijnen, Henk Hofland en Joop van Tijn – namen daar op het eind van de vrijdagmiddag de week door. Zij discussieerden over de samenleving als geheel, maar over de politiek in het bijzonder. De gast van de week – af en toe een politicus uit het ‘verre’ den Haag – werd stevig aan de tand gevoeld, maar kreeg ook de kans om zijn vege lijf te redden. Ik herinner me de pittige vragen over kernenergie. Henk Hofland viel op door zijn heldere standpunten, zijn fabuleuze kennis, zijn onmiskenbare eruditie en zijn herkenbare, warme, soms wat krakende stem. Toen gespreksleider Joop van Tijn en zijn collega’s weigerden te verkassen naar de VPRO-studio in Amsterdam – Arti was voor de mannen van Welingelichte Kringen heilige grond – werd halverwege 1997 met enige luister de laatste uitzending uit de kunstenaarssocieteit gevierd. Met enkele andere gasten mocht ik erbij zijn, een eer op zich. Het werd een bijzondere uitzending, gevolgd door een mooi afscheidsfeest: een vreemde mix van vreugde en verdriet. Enkele weken later interviewde HP De Tijd Henk Hofland, over het verdwijnen van Welingelichte kringen. Hij vertelde de redacteur tot mijn verrassing, waarom hij het VPRO-programma zou missen. ‘Daar trof ik gelukkig politici als Ad Lansink’. Mijn bewondering mengde zich met verwondering.

Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)
Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)

Een klein jaar later kwam ik Henk Hofland weer tegen. In Almere zou hij de Vereniging van Oud Tweede Kamerleden op vriendelijke wijze de les lezen. Vanaf het podium zwaaide hij mij toe, voordat hij de oxd-parlementariers had laten genieten van zijn wijze woorden over de nationale en internationale politiek. Na afloop haalden we herinneringen op aan Welingelichte Kringen, en de gedeelde waardering voor onze bijdragen aan dat programma, ondanks de kritische, soms zelfs vijandig lijkende omgeving. Weet, zo zei de man, die tegen wie ik bleef opkijken, dat je niet voor niets aardig wat keren bent uitgenodigd om naar Arti te komen. De redactie wist, dat je altijd wat te vertellen had, ook wanneer plaagstoten de overhand kregen. Die woorden zijn mij bijgebleven. De bijdragen van Henk Hofland in de NRC ben ik blijven lezen, tot de laatste toe. Zijn  oeuvre markeert de grote inbreng van de man, die in 2011 de PC Hooftprijs ontving na al eerder op meer plaatsen geëerd te zijn. H.J.A. Hofland was meer dan journalist of zoals hij zelf placht te zeggen stukjestikker. Hij ging de nieuwgierigheid achterna, de journalistiek voorbij, de politiek te boven. De tijd is rijp voor nieuwe ‘Tegels Lichten’. Zou ooit iemand Henk Hofland kunnen evenaren, deductief of inductief?

Jos van Gennip: Ruimte voor herorientatie

Het Binnenhof in den Haag
Het Binnenhof in den Haag zonder de waan van de dag

Onlangs vroeg het Reformatorisch Dagblad mij of het vertrek van Kamerleden in de tijd van mijn Kamerlidmaatschap ook vaak voorkwam. In moest die vraag genuanceerd beantwoorden: tussentijds vertrek af en toe, maar bij verkiezingen zag ik toen al pittige verschuivingen. Gevolg: verkorting van de gemiddelde zittingsduur van ruim 10 naar nog geen 4 jaar. Dat de tijden veranderd zijn, is geen nieuws, evenmin als de toenemende versnippering van het politieke landschap. Het is intussen veertig jaar geleden – de helft van een mensenleven – dat ik besloot de stap van Nijmegen naar den Haag te wagen. Van de beschutte omgeving van het Radboudziekenhuis naar wat toen nog een open en gewaardeerde plek was. De waan van de dag waarde in 1977 op het Binnenhof nog niet rond, en peilingen hadden nog geen  invloed op de besluitvorming. De politieke uitgangspunten van het CDA waren voor de KVP-er, die ik toen was, een mooi richtsnoer. En de sfeer was die van politici, die samen met hun protestantse vrienden aan iets nieuws begonnen. Met vallen en opstaan, dat wel, maar toch.

Logo Socio's: www.socires.nl
Logo Socio’s: www.socires.nl

De klassieke middenpartijen – CDA, met aan weerzijden PvdA en VVD – kijken vandaag met even nostalgische als jaloerse blik terug naar de tijd van het overzichtelijke politieke krachtenveld, nu de kiezers in de greep van middelpuntvliedende krachten zijn geraakt.  De keuzemogelijkheden lijken onbegrensd, evenals incidenten, die tegenwoordig de debatten lijken te beheersen. De politici van vandaag valt het zwaar om vast te houden aan de ideologische uitgangspunten van weleer. De woorden socialistisch, liberaal en christendemocratisch hebben aan betekenis ingeboet. Dat klemt temeer nu door de snelle wisselingen in het parlement het collectief geheugen is verzwakt. Politici van vroegere decennia –  de jaren zeventig tot negentig – kunnen zich moeilijk onttrekken aan een vergelijking tussen vroeger en nu, overigens in de wetenschap dat ook de samenleving  is veranderd.  De positie en de rol van kerken en vakbeweging maakt dat duidelijk. Individualisering is een van de grote ‘drivers’ van vandaag (misschien ook morgen) en verklaart  het draagvlak voor het neoliberalisme.

Jos van Gennip (Bron: Socires - www.socires.nl)
Jos van Gennip (Bron: Socires – www.socires.nl)

Tijdens de laatste reünie van de oud-KVP-Tweede Kamerleden, hield oud-senator Jos van Gennip een stevige voordracht over de wijze, waarop de christendemocratische kernwaarden in de loop van de jaren vertaling vonden het CDA. In een goed onderbouwd betoog, beantwoordde de oud-voorzitter van de Vrienden van het Katholiek Documentatie Centrum de vraag: ‘Wat is overgebleven van de katholieke erfenis in de politiek?’ Een viertal karakteristieken – cultuur, ambiance, positionering; waarden en inspiratie; herkenbaarheid politici; programmatische vertaling – en een reeks bekende speerpunten – buitenlandbeleid waaronder Europa; internationale samenwerking; sociaaleconomische ordening; financieel-economische beleid; sociaal beleid; cultuur- en onderwijspolitiek – leerde hem, dat er nogal wat mis is gegaan. De reünisten luisterden met instemming naar de man, die treffend de verschillen tussen 1980 en 2015 verwoordde. ‘Het blijft een mysterie’, aldus Jos van Gennip, ‘waarom de grote noties uit de katholieke sociale traditie zoals het gemeenschapsdenken te weinig doorstraalden’. De secularisering speelde onmiskenbaar een rol, naast de relatie met medeburgers met andere achtergrond.

20150425_161712 (1)
Herorientatie: ruimte voor niet-materieel waarden ( Object van Coen Vernooij – 2015 – Nijmegen)

Toch bood Jos van Gennip uitzicht op een heroriëntering: ‘Vermijd stoffigheid, sfeer van nostalgie en ontkenning van de hedendaagse realiteiten. Maar grijp wel die nieuwe kansen van inspiratie. Het perspectief van kansen en een verandering van onze politiek en de doorgaande vernieuwing in het katholieke denken, zou, als we dat willen, nog meer belovend kunnen zijn’. Biedt ruimte’, zo zei hij, ‘voor het verhaal, waarom het in de komende jaren gaat:

  • Een integrale en humane ecologie;
  • Perspectief van vooruitgang en veiligheid voor mensen in oorlog of fragiele gebieden;
  • Rechtvaardigheid en vrede, ook in het Midden-Oosten;
  • Herwaardering van het begrip arbeid en een insluitende economie;
  • Ruimte voor niet-materiële waarden in onze samenleving, vooral hoe wij een nieuwe vorm geven aan die oer-katholieke notie van gemeenschap en verbondenheid. Juist nu in onze gefragmenteerde, geïndividualiseerde en multiculturele samenleving’.

De volledige voordracht van Jos van Gennip voor de KVP-Tweede Kamer-Reünisten is via Essay Jos van Gennip KVP-reunie beschikbaar: een boeiend betoog, het lezen waard. Ik wijs ook op de website van Socires, studiecentrum voor communicatie en de vertaling van de dragende waarden vanuit onze sociale tradities. Socires is opgericht door Mr. J. van Gennip, Prof. Dr. E. Hirsch Ballin en Pof. Dr. H. Vroom

Voorbij de (virtuele) onvrede

EPSON MFP imageWie regelmatig op internet surft weet, dat het wereldwijde web naast een onmiskenbare bron van nieuws en informatie – lees bij voorbeeld de recente toespraak van Bondskanselier Angela Merkel voor het CDU-Congres over de vluchtelingenproblematiek – ook een ongedacht kanaal voor anonieme scheldpartijen en haatberichten is. Sociale media vormen een te gemakkelijke route voor de verspreiding van oneliners, die niet door de beugel kunnen.
EPSON MFP imageWebsites als Geen Stijl of Nujij geven ruim baan aan mensen, die een uitlaatklep nodig hebben voor al dan niet terechte onvrede. Ook gedrukte media doen soms mee aan verspreiding van dubieuze schrijfsels. Sinds kranten hun virtuele postbus hebben opengezet,  regent het allerhande berichten van anonieme of onder schuilnaam reagerende lezers . Niet alle schrijfsels verdienen een verwijzing naar de prullebak. Bovendien bieden kranten lezers ruimte een klacht in te dienen tegen  reacties, wanneer de berichten niet aan fatsoensnormen voldoen. De Telegraaf heeft zelfs pittige regels opgesteld, op grond waarvan berichten kunnen worden geweigerd of van het scherm gehaald. Artikel 1 van de Grondwet mag terecht niet worden overtreden,  het Wetboek van Strafrecht evenmin. Andere regels zien op fatsoenlijke omgang met andere lezers. Ook doodsverwensingen en oproepen tot oproer worden niet toegelaten. Reacties met scheldwoorden worden niet geplaatst, evenmin als nietszeggende reacties zonder enige argumentatie.

EPSON MFP imageToch vallen er soms nog onbezonnen of onzinnige schrijfsels door de zeef. Trouwens, niet alleen bij de Telegraaf: ook Elsevier en het Algemeen Dagblad geven anonieme schrijvers soms ruim baan op hun internetsites. Trouw en Volkskrant blijven niet achter, overigens met minder en genuanceerder bijdragen van internetklanten. Ook regionale dagbladen hebben ontdekt, dat nieuws, commentaar en burgerjournalistiek overal te vinden is. Ingezonden stukken blijven welkom, maar naamloze internetters rukken op.  De tegenwerping, dat samenleving mondiger is geworden, valt vaak te horen, wanneer vraagtekens worden gezet bij anonieme schrijfsels. Dat mag waar zijn. Maar vast staat ook, dat die gemakkelijke en meestal anonieme , toegang tot het publieke domein evenwichtige en zorgvuldige oordeelsvorming belemmert.

Trouw publiceerde op 16 december 2015 de toespraak van Angela Merkel voor het congres van de CDU
Trouw publiceerde op 16 december 2015 de toespraak van Angela Merkel voor het congres van de CDU

Het spreekwoord van de snelle leugen en de wat langzamere waarheid gaat niet op, wanneer een hype de bevolking in haar greep houdt. De opwinding over de opvang van vluchtelingen en de soms uit de hand lopende acties illustreren die virtuele onvrede, temeer waar negatieve aspecten forser worden belicht dan positieve signalen. Dat het anders kan bewees  Bondskanselier Angela Merkel. Met een een even gloedvolle als bedachtzame toespraak liet zij de CDU-congresgangers zien, wat politiek leiderschap inhoudt, zeker wanneer omstreden thema’s de discussie en het maatschappelijk krachtenveld beheersen.  Een staande ovatie was het bemoedigend antwoord. Politici, beleidsmakers, journalisten en columnisten, die beseffen waar onvrede op kan uitdraaien, weten wat hen te doen staat. Verantwoordelijkheid, betrokkenheid, fair play, transparantie, eerlijkheid: trefwoorden om de bewuste burger in de goede zin van het woord te raken, de onvrede voorbij.

EU CEP: realisme zonder veel ambitie maar met afvalhierarchie

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)
Verpakkingsafval (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

De Europese Commissie heeft op de afgesproken datum – 2 december 2015 – de nieuwe strategie voor de bevordering van de circulaire economie gepubliceerd. ‘Closing the loop’ is de naam van het ‘Circular Economy Package’ (CEP), dat naar eigen zeggen ambitieus genoemd wordt. Dat klinkt overdreven, temeer waar de kwantitatieve doelstellingen lager uitpakken dan die van het programma van de vroegere EC-commissaris Janez Potočnik. Frans Timmermans, de vicepresident van de EC trok dat stevige programma kort na zijn aantreden in. Zijn dereguleringsopdracht liet hem geen andere keus zo leek het. Na kritiek uit diverse hoeken, ook uit het Europees Parlement zegde Timmermans toe, dat hij samen met enkele betrokken collega’s een ambitieuzer programma zou opstellen. In het nieuwe bredere pakket zou circulaire economie de grondslag vormen.

Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen
Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen

De toezegging van een ambitieuzer programma is met ‘Closing the loop’ niet waargemaakt. Nog afgezien van de vraag of alle kringlopen volledig gesloten kunnen worden, kiezen Timmermans c.s wel en  terecht de afvalhierarchie – de Ladder van Lansink – als kader voor de nieuwe aanpak.  Van deregulering is geen sprake. Dat is maar goed ook, want de weg naar circulaire economie vergt nu eenmaal sturing van overheidswege. Voeg daarbij de grote verschillen tussen de lidstaten, en duidelijk wordt, dat ook op het vlak van de harmonisatie nog veel te doen is. Het tijdpad van 15 jaar en het in 2030 te behalen recyclingpercentage van 65% betekenen een versoepeling ten opzichte van het door Potočnik ingediende plan, dat – zo bleek al eerder – op tegenstand van andere Europese commissarissen stuitte.

From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in 't Veld
From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in ’t Veld

Het CEP oogt al met al realistisch. Maar betwijfeld mag worden of de circulaire economie de impulsen krijgt, die in het vooruitzicht zijn gesteld. Terugdringen van voedselverspilling en aanpak van het plastic vraagstuk zijn terechte prioriteiten. Maar deze actiepunten zouden ook buiten het ‘frame ‘ van de circulaire economie tot uitvoering moeten komen. Tegengaan van verspilling is feitelijk een zaak van keiharde preventie, en aanpak van de plasticvervuiling een soortgelijke uitdaging, liefst binnen maar eigenlijk ook buiten materiaalketenbeheer. Dat de EC het storten van afval sterk wil terugdringen is prijzenswaardig. Maar ook in dit geval wordt gekozen voor een geleidelijke weg. Een eerder overwogen ‘ban on landfilling’ is kennelijk van tafel geraakt. Ook verbranding van afval in het kader van ‘Energy of Waste’ programma’s blijft mogelijk. Wie het hele pakket aan maatregelen – een actieprogramma en een reeks voorstellen tot aanpassing van de richtlijnen – overziet, stelt vast dat ecodesign, recycling en industriele symbiose de pijlers zijn, waarmee de circulaire economie gestalte moet krijgen. De EC hecht terecht waarde aan de Extended Producer Responisibility. De gebruikers mogen echter niet vergeten worden. Daarom moeten naast gebruik van duurzame materialen ook product- en materiaalhergebruik krachtig bevorderd worden.

Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)
Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

‘Timmermans gaat Europese afvalberg te lijf’, luidt de kop in het Financiële Dagblad van 2 december 2015. De onbevooroordeelde lezer vraagt zich af, of de vicepresident van de EC het hele afvalbeleid naar zich toe heeft getrokken, en ook of hij de eerste Eurocommissaris is, die de afvalproblematiek aanpakt. Dat is niet het geval. Eerdere milieucommissarissen wisten echt wel van wanten, getuige ook de verdergaande  voorstellen van Janez Potočnik. Timmermans is evenmin alleen verantwoordelijk voor het CEP. Zijn medecommissarissen Elzbieta Bienkowska (interne markt), Karmenu Vella (milieu) en Jyrki Katainen (banen en groei) hebben ongetwijfeld ook een bijdrage geleverd. De keuze van een bredere, op circulaire economie, gerichte aanpak, compenseert misschien de magere kwantitatieve doelstellingen van het in woorden wel omvangrijke pakket. Dat er nog veel werk aan de winkel is blijkt uit de  ‘circulaire dilemma’s, die hooguit impliciet aan de orde komen:

  • Sturing door de overheid of producentenverantwoordelijkheid
  • Fiscale regelgeving of geliberaliseerde markt (met internalisering van milieukosten?)
  • Bindende richtlijnen of vrijheid productontwerp(ers)
  • Nationaal beleid of internationale samenwerking en regelgeving
  • ‘Lease society’ of recht op eigendom
  • Regionale of continentale markten

Of de waar- en werkelijkheid wel of niet in het midden liggen moet de toekomst uitwijzen. Stakeholders hebben de tijd tot 2030.  Intussen blijft de Ladder van Lansink richtingwijzer voor het materiaalketenbeheer. Dat is geen verassing voor politici en beleidsmakers, die weten dat alleen het uitspreken van de woorden ‘circulaire economie’ onvoldoende is voor een echte transitie.

 

 

 

 

Kolencentrales dicht? Reactie op onbezonnen Open Brief

OLYMPUS DIGITAL CAMERABeroepskantelaar Jan Rotmans heeft maar liefst 63 hooggeleerde dames en heren bereid gevonden om zijn brief met het verzoek om alle Nederlandse kolencentrales – ook de nieuwste installaties op de Maasvlakte en in de Eemshaven – te sluiten, te ondertekenen. En Trouw is er als de kippen bij om haar etiket van duurzaamheid op te poetsen door de oproep van Rotmans en de zijnen op de voorpagina te plaatsen. Aanleiding voor de brief van de hooggeleerde actiegroep is de Klimaattop, die binnenkort in Parijs wordt gehouden. Nederland zou de opgelopen achterstand bij het klimaatbeleid moeten inlopen door een ferm gebaar, aldus de briefschrijvers, die de opstelling van hun even opzienbarend als onvoldragen document kennelijk aan Rotmans hebben overgelaten. De staccato-zinnen over een vraagstuk, dat een evenwichtiger aanpak vergt, zijn kenmerkend voor de man die het sluiten van de kolencentrales afdoet als een investeringsrisico. ‘Een eventuele schadeloosstelling door de overheid valt hierbij niet uit te sluiten’, aldus de auteur, die kennelijk niet weet wat wel en wat geen investeringsrisico’s zijn. De verleende vergunningen verplichten de overheid tot schadeloosstelling van de energiebedrijven zo zij sluiting zou afdwingen.

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Dat Rotmans de ene fossiele brandstof  inruilt voor de andere is klaarblijkelijk even gewoon als het wegpoetsen van biomassa uit het alom bepleitte pakket voor duurzame energie. Het stoken van gas gaat inderdaad gepaard met een substantieel lagere CO2-uitstoot. Maar nog afgezien van de prijsvorming – de gascentrales staan niet voor niets stil – moet dat gas ergens vandaan komen. De Nederlandse gaskraan gaat geleidelijk dicht. Russisch gas is minder welkom, dan maar Noors gas redeneren de verzamelde briefschrijvers, die de leveringszekerheid over het hoofd zien. Over briefschrijvers gesproken: onder de brief van Jan Rotmans prijken veel namen van mensen, die zich al jaren sterk maken voor duurzame ontwikkeling en een krachtig klimaatbeleid. Zij kunnen bogen op kennis van en inzicht in veel, zo niet alle aspecten van het klimaatbeleid. Echter: klimaatbeleid staat niet op zichzelf. Sociale, economische, financiële en juridische aspecten spelen ook een rol. Juist daarom mag van hele en zelfs halve insiders een evenwichtige benadering gevraagd worden. Aan die eis voldoet de open brief niet, al was het alleen al omdat volstrekt voorbijgegaan wordt aan het mechanisme en de werking van de Europese elektriciteitsmarkt.

EnergieakkoordVoorts wordt vergeten, dat alle bij het klimaatbeleid betrokken partijen het Nationaal energieakkoord hebben getekend, waarin de nieuwe, moderne elektriciteitscentrales een rol van betekenis blijven spelen tijdens de transitie naar een meer hernieuwbaar energiesysteem. Kolencentrales stoten inderdaad per energie-eenheid de meeste CO2 uit. Maar in absolute termen zijn verkeer en vervoer forse CO2-uitstoters, die ook de emissie van fijn stof op hun geweten hebben. Vlak verder het warmtegebruik in de gebouwde omgeving niet uit. Jan Rotmans en zijn hooggeleerde actiegroep moeten weten, dat de moderne elektriciteits- en afvalcentrales in toenemende mate hun restwarmte ter beschikking stellen van warmtenetten, in Zuid-Holland en in de regio Arnhem en Nijmegen. De daarmee gepaard gaande relatieve vermindering van CO2-emissies dient mee te tellen. En over tellen gesproken: de financiële onderbouwing van de open brief laat te wensen over. Reken maar na: een jaarlijkse kostenpost van bruto respectievelijk netto €800.000.000 en €300.000.000 kost de samenleving aanzienlijk meer geld dan de €10 hogere elektriciteitsprijs, die gezinnen volgens Rotmans zouden moeten betalen. De briefschrijvers menen hun pleidooi kracht bij te kunnen zetten door te verwijzen naar de ontwikkelingen in Engeland, Duitsland, de Verenigde Staten en China, een even begrijpelijke als discutabele verwijzing. Begrijpelijk omdat de besluiten en voornemens elders inderdaad laten zien, dat fossiele brandstoffen als steen- en bruinkool op termijn hun betekenis gaan verliezen. Maar discutabel omdat de kontekst in die landen niet met die in Nederland is te vergelijken. England – bij voorbeeld – vervangt kolen door gas- en kerncentrales.  Ook de termijnen van de besluitvorming gaan 2020, het jaartal van Rotmans, fors te boven. Ik ben voor een stevig klimaatbeleid. Maar Kabinet en Kamer doen er goed aan de open brief van de 64 hoogleraren voor kennisgeving aan te nemen. Niet meer dan dat. De uitvoering van het Nationaal Energieakkoord is al moeilijk genoeg.

Tweets: berichten over eigen en andermans wijsheden

 

Vluchtig maat toch mooi
Tweets: vluchtig maat toch mooi, en soms met harde kern

Hoewel geen twitteraar van het eerste uur heb ik mij vrij snel het gebruik van wat nu ‘sociale media’ worden genoemd eigen gemaakt, deels uit nieuwsgierigheid, deels ook vanwege het kennelijk onstuitbare verlangen om af en toe een duit in het zakje van de openbaarheid te doen. Dat zakje is intussen zo gevuld geraakt, dat ik onlangs uitgenodigd werd om met een klein gezelschap van even nieuwsgierige lieden van gedachten te wisselen over het echte of vermeende nut van sociale media, in de politiek, het bedrijfsleven en elders. Of politici tot de grootverbruikers behoren – en in hun kielzog parlementaire journalisten – weet ik niet. Maar vast staat wel, dat politiek en samenleving dagelijks de invloed van sociale media ondervinden, hoe vluchtig die media ook zijn. Ideologische vergezichten bepalen niet langer het gedrag van kiezers en gekozenen, maar allerhande ‘trending topics’ die met ongekende snelheid hun weg vinden over het wereldwijde web. Toegegeven, de ene ‘Facebook-er’ is de andere niet, evenmin als alle twitteraars over een kam geschoren kunnen worden. LinkedIn lijkt vooral professionals te bekoren: ZZP-ers net name die de digitale snelweg gebruiken om hun vaardigheden te exposeren. En Facebook is er voor familie en vrienden, hoewel ook kunstenaars en (foto)journalisten het virtuele ‘smoelenboek hebben ontdekt.

Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten
Tweets: vergankelijk maar in afwachting van nieuwe loten

Volksvertegenwoordigers beheersen vooral de kunst – of is het toch een kunde? – van twitteren, het al dan niet vaak met voorbedachte rade schrijven van korte berichten, die het bij-de-tijd-zijn moeten bewijzen. Het medium van de 140 lettertekens lijkt inderdaad een onmisbaar instrument voor menig politicus. Zinnige berichten en onzinnige stellingen wisselen elkaar af in een tempo, dat jaren geleden voor onmogelijk werd gehouden. Wie wil weten, hoe hij of zij scoort, raadpleegt Klout: de hitlijst van politieke (en andere) gebruikers van sociale media. De voordelen van reikwijdte, snelheid en bondigheid zijn onmiskenbaar, maar de nadelen van onvolledigheid, onvoldragendheid, vluchtigheid en soms onverdraagzaamheid ook. Sociale media zijn een goed vehikel  voor verspreiding van berichten, voor vorming en instandhouding van netwerken en voor interactie tussen personen en groepen, inclusief de belangrijke wisselwerking tussen kiezers en gekozenen. Maar sociale media zijn soms ook het gezicht van een versnipperde, geïndividualiseerde en fragmentarische samenleving, waarin eigenwijsheid de eigen wijsheid achter zich laat.

P1050482
Tweets: even voorbijgaand als eigen(-)wijsheid

Vorm wint vaak van inhoud en kretologie van visie. Oneliners: daar draait bijna alles om, of het nu gaat om het moeilijke dossier van het vluchtelingenbeleid of het voortdurende spanningsveld van publieke en private mobiliteit. Juist in het politieke domein mag van elke deelnmer een doordachte inbreng verwacht worden. Niet alle twitterberichten hoeven te verdwijnen in de prullenbak van ongelezen uitspraken evenmin als de beelden van een kleurrijke herfst. Sommige twitteraars verstaan de kunst van het bondig formuleren en van een sterke boodschap inclusief de koppeling aan of verwijzing naar argumenten. Wanneer sociale media kijkers, lezers en luisteraars op het spoor zetten van de kernbeginselen van het democratisch bestel,  dragen zij  zonder twijfel bij aan een open, tolerante en solidaire samenleving. Sociale media kunnen dan een tegenwicht vormen tegen de combinatie van mediacratie en populisme, die het politieke extremisme versterkt. Volgen en gevolgd worden op sociale media: vluchtigheid en eigenwijsheid voorbij: ook een oneliner, maar wel een die al heel oud is, voor zendelingen met visie en politici met verantwoordelijkheid.

 

Wim Aantjes (1923 – 2015) : Sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit

Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)
Willem Aantjes (Bron: NRC-Reader © Photo Merlin Daleman)

Het bericht van het overlijden van Wim Aantjes heeft mij uren bezig gehouden. Zijn heengaan op de gezegende en respectabele leeftijd van 92 jaar kwam onverwacht, omdat hij nog regelmatig van zich liet horen via Twitter, het sociale medium waarmee hij met zijn koersvaste opvattingen en inspirerende gedachten nog veel mensen wist te bereiken. Vanaf de eerste dag, dat ik Wim Aantjes ontmoette – het was tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 in Elst – tot ons laatste gesprek bij de mooie viering van zijn 90-ste verjaardag in den Haag ben ik hem blijven zien als de man, die in al zijn vezels de waarden van de christendemocratisch politiek uitstraalde.

Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)
Wim Aantjes achter de bestuurstafel in de CDA-fractiekamer, met aan zijn zijde Ruud Lubbers en Gerard van Leijenhorst (1978)

Wim Aantjes was in de jaren 1977 en 1978 – het begin van mijn Kamerlidmaatschap – een kundige leermeester en een enthousiasmerende gangmaker. Ik zal nooit vergeten, dat hij bij de bespreking van mijn eerste inbreng voor een plenair debat – mijn maiden speech in de Tweede Kamer in het voorjaar van 1978 – de leden van de CDA-fractie met enkele welgekozen woorden wees op de wijze, waarop ik in mijn bijdrage voor een debat over het wetenschapsbeleid de kernwaarden van het CDA aan de orde had gesteld. Gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gedeelde verantwoordelijkheid: dat waren voor Wim Aantjes tot zijn laatste dag steevaste richtingwijzers, bakens op de moeilijke maar dankbare weg naar een betere samenleving.

Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)
Wim Aantjes aan het woord als CDA-fractievoorzitter. Zijn fractiegenoten zijn een en al aandacht (1978)

Zijn CDA-fractievoorzitterschap heeft door de later onjuist gebleken aantijgingen van Lou de Jong slechts kort mogen duren. Maar zijn boodschap, ook verwoord in de befaamde Bergrede, heeft vele jaren de koers van het CDA bepaald, ondanks de relativering die hij  later zelf uit bescheidenheid aanbracht. Wie Wim Aantjes gevolgd heeft na zijn besluit om het CDA niet te belasten met de  later onterecht gebleken discussie over wat jammergenoeg nog steeds zijn oorlogsverleden wordt genoemd, weet, dat de politicus uit Bleskensgraaf koersvast is gebleven, zijn hele leven lang. Koersvastheid lijkt een begrip uit vroegere tijden, maar is dat niet. Ook in dat opzicht blijft Wim Aantjes een onmiskenbaar voorbeeld voor veel politici, uit eigen en andermans kring. Het is even opvallend als lovenswaardig, dat alle media – geschreven en gesproken – uitvoerig hebben stilgestaan bij het overlijden van de man, die het CDA trouw is gebleven, ook toen de koers – soms noodgedwongen, soms bewust – werd verlegd. Zijn politieke lotgenoten van toen, nu en morgen kunnen Wim Aantjes geen grotere eer bewijzen dan vast te houden aan de kernwaarden van zijn leven, samengevat in twee begrippen: sociale gerechtigheid en duurzame solidariteit.

Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015
Maaike van Houten: klein verslag, Trouw, 30 oktober 2015

Op 22 oktober 2015 namen Ineke Ludikhuize – de liefde van zijn leven – met de overige familieleden, en met talloze vrienden, kennissen, politici en journalisten definitief afscheid van Wim Aantjes tijdens een indrukwekkende dankdienst voor zijn leven in de volle Geertekerk te Utrecht. Maaike van Houten verwoordde in haar ‘klein verslag’ in Trouw een even boeiende als treffende impressie van een plechtigheid, die velen tot in lengte van jaren zal bijblijven.

Klimaatwet: wensdenken of werkelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet discutabele Urgenda-vonnis, waarmee de (lagere, dat wel) rechter het kabinet opdroeg om een krachtiger klimaatbeleid te voeren, heeft geleid tot nieuwe pleidooien voor een Klimaatwet. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) dringt aan op een dergelijke wet, en een deel van de Tweede Kamer klampt zich om begrijpelijke redenen vast aan het RLI-advies om de noodzakelijke CO2-reductie wettelijk te borgen. Wetgeving waarin lange termijn doelstellingen worden vastgelegd – soms toegepast in de VS – is nieuw voor Nederland. Duitsland en Frankrijk hadden geen Klimaatwet nodig om de Europese doelstellingen te halen. De Duitse wet met de regeling van de terugleververgoeding steekt overigens anders in elkaar dan de door de RLI bepleite Klimaatwet naar Amerikaanse snit. Frankrijk bereikt een aanzienlijke CO2-reductie door de combinatie van kernenergie en waterkracht.

Transitieopgave per energiefunctie Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015
Transitieopgave per energiefunctie
Paars = Hoge energiewarmte; Blauw = Transport en mobiliteit; Lichtblauw = Verlichting en apparaten; Oranje = Lage temperatuurwarmte
Bron: Rijk zonder CO2, RLI, september 2015

RLI: Rijk zonder CO2
Toch verdient ‘Rijk zonder CO2’, het RLI-advies  aandacht, al was het alleen al omdat kernenergie niet wordt uitgesloten en fossiele energie pas op termijn in de ban wordt gedaan. Anders dan sommige lieden willen doen geloven, is directe sluiting van alle kolencentrales niet de hoogste wijsheid, evenmin als het kennelijke dogma om van kernenergie af te zien. De RLI richt trouwens de aandacht niet alleen op de elektriciteitssector, maar analyseert ook drie andere sectoren: de energievraag bij gebruik van lage en hoge temperatuurwarmte, en de sector transport en mobiliteit. Wie het grote aantal verkeersbewegingen waarneemt, weet, dat ook daar forse milieuwinst te behalen is. Kennelijk kan de mobiliteitssector zich nog steeds onttrekken aan de pressie een stevig klimaatbeleid. Het vliegverkeer mag nog groeien en het transport over de weg ondervindt – afgezien van tolplannen – geen belemmeringen. Hoe het ook zij: pleidooien voor een Klimaatwet verdienen serieuze aandacht. Maar dat wil niet zeggen, dat wettelijk afdwingbare verplichtingen eenvoudig zijn op te leggen. Integendeel. Daarbij komt, dat de energiemarkt geen grenzen kent, letterlijk noch figuurlijk. Dat geldt voor primaire energiebronnen als kolen, olie en gas maar ook voor de energiedrager elektriciteit, op welke wijze opgewekt dan ook.

Gewenste ontwikkelingen
De RLI maakt in het even degelijke als verrassende rapport ook duidelijk, dat alles moet meezitten wil het doel van een nagenoeg fossielvrij Nederland in 2050 gehaald worden. Naast positieve, feitelijk gewenste ontwikkelingen, die er inderdaad toe doen zijn schetst de RLI even zo vele ‘tegenhangers’, die er niet om liegen. Eerst de gewenste ontwikkelingen op een rij:

  • Een klimaatakkoord met bindende afspraken voor China, India, Noord-Amerika en Europa
  • Waarmaken van de ambities van de Europese Energie-unie in alle lidstaten
  • Zon wordt de belangrijkste energiebron, waardoor de vraag naar kolen sterk afneemt en uitstoot van CO2 na 2040 sterk daalt.
  • Maatschappelijk aanvaardbare en betaalbare ondergrondse opslag van CO2 (CCS) waardoor fossiele brandstoffen ruimte houden binnen een koolstofarme economie
  • Sterke verbetering van geopolitieke verhoudingen, waardoor afhankelijkheid van brandstoffenimport niet langer relevant is
  • Geïntegreerde bedrijfsmodellen benadrukken comfort, waardoor gekoppelde technologieën diverse marktpartijen bedienen.
  • Versnelde elektrificatie van het energiesysteem door ruime en betaalbare stroomopslag voor decentrale energiesystemen,
  • Doorbraak van thorium-reactortechnologie als goedkope en betrouwbare energiebron voor grote elektriciteitscentrales.
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Contra-indicaties
Maar de RLI schetst ook de overeenkomstige ‘tegenhangers’, negatieve ‘drivers ‘dus die een fossiel-arme, laat staan fossiel-vrije toekomst tot een illusie kunnen maken. Blijft een klimaatakkoord uit, dan gaat of moet elk land zelf kiezen tussen aanpakken van of aanpassen aan de klimaatproblematiek. Komt geen Europese Energie-unie tot stand, dan leidt nationaal energie- en klimaatbeleid tot concurrentie en tot nieuwe energiegrenzen binnen de EU. Een ander risico ligt in het onvolledig doorbreken van zonne-energie door onvoldoende koopkracht en te hoge kapitaalkosten. Zou CCS ook na 2030 niet van (of beter: in) de grond komen, wordt de rol van fossiele brandstoffen kleiner, maar nemen de energiekosten toe. Wanneer geopolitieke verhoudingen slechter worden, daalt het vertrouwen in internationale energiemarkten. De voorkeur voor Nederlandse energie neemt – zo lang gas gewonnen wordt – toe. Een andere tegenvaller is de eventuele versnippering van de markt van energietechnologieën:  de overheid moet dan (bij) sturen om een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening te waarborgen. Leveringszekerheid blijft immers het trefwoord. De RLI noemt ook expliciet tegenvallers bij voorzieningen, die ik al jaren geleden essentieel achtte: opslag van duurzame energie en kernenergie voor productie van basisvermogen. Blijft opslag van duurzame elektriciteit onhaalbaar, zullen schommelingen in de productie – dagelijks maar tussen de jaargetijden – het aandeel van zon- en windenergie beperken. En kernenergie gaat verder terrein verliezen, vooral wanneer de thorium-reactortechnologie niet tot wasdom komt: een negatieve ontwikkeling voor grootschalige stroomopwekking, die nodig blijft voor de industrie.

the-waste-hierarchyVoorkeursvolgorde met criteria
Hoewel een Klimaatwet een goed instrument kan zou zijn voor een consistent en geloofwaardig klimaatbeleid, kan moeilijk ontkend worden, dat bij de keuze van de energiebronnen in beginsel alle opties open moeten blijven. Daarbij kan een voorkeursvolgorde  – naar analogie van de afvalhierarchie – aan de hand van criteria behulpzaam zijn. Ook dient onderscheid gemaakt te worden tussen nationale resultaat-verplichtingen en internationale inspannings-verplichtingen. De afdwingbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de vrije energiemarkt geen grenzen kent. De tijd zal niet alleen leren of en in hoeverre een fossiel-vrije toekomst mogelijk is, maar ook of een Klimaatwet al dan niet blijft steken in wensdenken. Kenners van transities weten, dat de ene overgang de andere niet is. Wil Nederland de ambities waar maken, dan zijn daden – effectieve maatregelen – nodig, naast een groot draagvlak.