Categorie archief: Nieuws

Paus Franciscus: zichzelf onder ordegenoten en wetenschappers

Paus Franciscus begroet ordegenoot Pater Theo van Drunen SJ pastoor van de Molenstraat kerk, bij zijn bezoek aan de Generale Congregatie van de Jezuieten in het najaar van 2016 te Rome

Een kleine vier jaar geleden – op 14 maart 2013 – schreef ik een kort bericht onder de titel ‘Habemus Papam: Paus Franciscus. De keuze van de kardinalen voor de Jezuïet uit Brazilië was een verrassing, niet alleen voor de wereldwijde katholieke geloofsgemeenschap maar ook voor niet-katholieke mensen, al dan niet gelovig, en van velerlei komaf. Paus Franciscus maakte al in het eerste jaar van zijn pontificaat duidelijk, dat hij in enkele, niet onbelangrijke opzichten, een andere herder zou zijn dan zijn voorgangers. Zijn altijd vriendelijke gezicht straalt naast onbevangenheid oprechte aandacht uit, zijn leefwijze soberheid en barmhartigheid. Nu de vierde jaardag van zijn pontificaat nadert, kan Paus Franciscus bogen op een grote schare fans, in Italië, Europa, feitelijk over de hele wereld. Zijn bezoeken, vaak ver van huis bewijzen dat evenzeer als de grote belangstelling voor en instemming met zijn Kerst- en Paasboodschappen. Zijn encyclieken Evangelii Gaudium en Laudato Si werden alom met waardering ontvangen.

Achterzijde Liturgieboekje 7-8 januari 2017

Niet het befaamde Canisiuscollege – leerschool voor bekende politici – maar de min of meer toevallige betrokkenheid bij de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen bracht mij in aanraking met de Orde van de Jezuïeten. De verre opvolgers van Petrus Canisius – de uit Nijmegen afkomstige ‘Europese’ Jezuïet – verzorgen al sinds mensenheugenis de stadsparochie aan de Molenstraat, in het hart van de Nijmeegse binnenstad. Zij blijven dat doen, ook nu de  aanvankelijke parochie van de Jezuïeten is opgegaan in de St Stephanusparochie. De fusie van acht stedelijke parochies kreeg haar beslag onder het bewind van deken en pastoor Jan Stuyt, nu secretaris van de Nederlands-Vlaamse provincie van de Jezuïeten. Dat paus Franciscus ook Jezuïet is schept een bijzondere band, zo bleek onder meer bij en na de moord op Pater Frans van de Lugt S.J., toen Jan Stuyt tijdens een ontmoeting met de Jesuit Refugee Service Paus Franciscus het boek over de geliefde ordegenoot mocht overhandigen.

De paus en de oerknal: Column van Robber Dijkgraaf, NRC 14 januari 2017

Overigens kunnen niet alle katholieken de inzet en inspiratie van Paus Franciscus waarderen. Op een bijeenkomst van Civitas Christiana, een genootschap van orthodoxe katholieken voorspelde kerkhistoricus Roberto de Mattei, dat de Katholieke Kerk binnen een paar maanden uit elkaar zou knallen: „Het zal snel gaan en het zal bruut zijn”, aldus de man, die blijkens de NRC van 20 november 2016 een toehoorster verleidde tot even dubieuze uitspraken: „Franciscus zou zich wat minder om het milieu en wat meer om het zielenheil van de gelovigen moeten bekommeren”, zegt een (on) zekere Leontien Bakermans, eraan toevoegen: “Ik heb liever dat de paus twee maîtresses heeft dan dat hij de geloofsleer aantast zoals Franciscus doet”. Nee: van de Civitas Christiana valt niet veel heil te verwachten, en van de Mattei evenmin getuige zijn schismatieke inzet, een wetenschapper onwaardig. Dat het Katholiek Nieuwblad inmiddels van de ene week op de andere afscheid heeft genomen van de ook al paus-kritische hoofdredacteur Henk Rijkers, en de koers naar Rome verlegt, kan geen toeval zijn.

Pater Jan Stuyt SJ overhandigt paus Franciscus het boek over pater Frans van de Lugt

Naar Rome: die woorden brengen mij bij ‘De paus en de oerknal’, een opmerkelijk positieve en inhoudelijk sterke column in de NRC van 14 januari 2016, opgetekend door Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton. De vroegere voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen hoorde paus Franciscus tijdens de tweejaarlijkse vergadering van de Pauselijke Academie van Wetenschappen zeggen: “Er is nog nooit zo’n duidelijke noodzaak geweest voor de wetenschap om de wereld te dienen”. Het 50e sterfjaar van de oud-president van de academie – de Belgische priester en kosmoloog Georg Lemaitre (1894 -1966 ) en ontdekker van het uitdijend heelal, was aanleiding voor Dijkgraaf en andere geleden naar Rome te gaan. Dijkgraaf noemt ‘de tocht van de kerk naar de wetenschap lang en kronkelig’, maar vindt tegelijk ‘de open houding van de huidige paus wat dat betreft een verademing’. ‘Of het een permanente verschuiving inhoudt, is maar de vraag’ aldus Dijkgraaf, die er wel op wijst dat de vorige bijeenkomst van de academie over klimaatverandering geleid heeft tot de pauselijke encycliek Laudato Si. Dijkgraaf’s waarneming, dat paus Franciscus in het persoonlijk contact even indrukwekkend is als in zijn geschreven woord, bevestigd het verstand en gevoel van al degenen – ook zijn ordenoten in Nijmegen – die zich geïnspireerd weten door de beminnelijke, zorgzame en inhoudelijk sterke paus.

 

 

Grijze grafiek bij Mook aan de Maas

Mook: drooggevallen haven. met op de voorgrond oude breekstenen. In de verte Cuyk

Rivierstromen, die buiten haar oevers treden: dat komt regelmatig voor in een land, dat verschillende Europese stromen doorgang verschaft naar de onmetelijke Noordzee. Maar stilstaand water in een rivier: dat is even ongebruikelijk als ongewoon, even vreemd als zeldzaam. Een deel van de Maas maakt in de eerste week van 2017 het ongewone zichtbaar, het vreemde waar. Ga naar een van de oevers langs de Maas tussen Sambeek en Grave om te zien, wat een onverwachte gebeurtenis teweeg kan brengen.

Maasoever bij Mook. In de verte de spoorbrug

Een met benzeen geladen schip mist de ingang van de sluis bij Grave en vaart met hoge kracht tegen de stuw, schuift een paar meter naar beneden om even verder te beseffen wat gebeurd is: een immens gat in de stuwwand, waardoor het water vrij baan heeft tot de volgende stuw bij Lith. De sluiswachter bij Heumen sluit te laat de sluisdeur, waardoor ook het Maas-Waalkanaal een deel van haar nu plotseling kostbare lading verliest. De schade valt nog niet te overzien, het herstel wel na twee weken denken en overleggen: een half jaar werk voor  waterbouwkundigen.

Havenhoofd bij Mook: weinig kleur in grijs landschap

Hoewel ondeskundig dacht ik, twee dagen na de aanvaring door het schip en tijdens over de sluisbrug. meteen aan een tijdelijke damwand. Achteraf blijkt, dat een dergelijke constructie overwogen is naast een dozijn alternatieven. Uiteindelijk koos Rijkswaterstaat voor een tijdelijke dam van breekstenen, die de Maas in twee weken op het gewenste peil moet brengen. Vervolgens wordt een half jaar uitgetrokken om de sluis te herstellen, na het droogmaken van de bouwput: opnieuw de kans om enkele historische foto’s te maken.

Maas en meeuwen. Bomen spiegelen in stil water

De Maas tussen Lith en Sambeek ziet er nu anders uit, niet de loop van de rivier, wel de bedding en de rivierkanten, die onder normale omstandigheden tot de grasranden rijken. Nu overheersen zand en modder, overigens een geliefde pleisterplaats voor de meeuwen, die nieuwe voedselbronnen kunnen aanboren. De wandelaars, die bij de kleine haven van Mook de gevolgen van de gedeeltelijk leeggelopen Maas komen bekijken, zien met enige verbazing het drooggevallen haventje.

Zicht op Katwijk (Foto’s: Ad Lansink)

De modder ruikt naar van alles en nog wat. En de stenen zijn een stille getuige van wat tientallen jaren verborgen is gebleven. Alleen de vogels verstoren af en toe de stilte, die op een donkere zondagmiddag nog nadrukkelijker aanwezig lijkt. Grauw en grijs toont zich de omgeving, in de richting van Cuyk maar ook naar de spoorbrug. De kerk van Katwijk blijft zichtbaar, achter de bomen die zich in het stilstaande water spiegelen als nooit te voren. Grijze grafiek in een landschap dat binnen enkele weken weer kleur krijgt, met stromend water

Saamhorigheid telt, ook in 2017

Saamhorigheid telt : Beeldengroep Binnenstad (2005-2015) van Cor Litjens, in St Stevenskerk Nijmegen, 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm, Foto: Picture Productions Nijmegen

Volgens Bas Heijne – de terechte winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017 – is de grondtoon van het wereldwijde conflict eerder ideologisch dan sociaaleconomisch van aard. In een voortreffelijk essay (NRC, 31 december 2016) plaatst Bas Heijne universalisme tegenover nationalisme, gelijkheidsdenken tegenover groepsdenken, het streven naar gezamenlijkheid tegenover het zoeken naar een identitaire eigenheid. Verklaarde Europeanen zullen bij de beoordeling van deze polariteiten waarschijnlijk kiezen voor universalisme en gezamenlijkheid. De keuze tussen gelijkheidsdenken en groepsdenken is moeilijker, hoewel vervanging van gelijkheid door gelijkwaardigheid wonderen doet. Hoe het ook zij, voor mij zijn  nationalisme en populisme – bedenkelijke vormen van groepsdenken – niet weggelegd. Ik houd het liever op trefwoorden als verbondenheid en betrokkenheid, optimisme en enthousiasme in de wetenschap, dat saamhorigheid telt.

Kop boven commentaar NRC (31-12-2016) – Op achterzijde foto Bisschop Gerard de Korte: ‘Ik kan het geloof van een ander helemaal niet toetsen’ – een voortreffelijk interview

Op 31 december 2015 schreef ik op deze plaats, dat terugkijken om vooruit te kunnen een uitdaging inhoudt. Dat geldt vooral nu de omstandigheden binnen en buiten de eigen leefwereld eerder zorgelijk zijn dan dragelijk, eerder pessimistisch stemmen dan optimistisch ogen. Die uitdaging klemt temeer, nu angst de samenleving in haar greep lijkt te houden, zo voegde ik toe in de hoop dat 2016 saamhorigheid dichterbij zou brengen. Maar niets bleek minder waar. De NRC kopt boven het hoofdredactionele commentaar: Afscheid van een jaar waarin alle zekerheden leken te verdwijnen.  Dat is een rake kop. Dat in de woorden ‘alle’ en ‘leken’ een tegenstelling ligt ingesloten, doet niets af aan de zorgelijke inhoud van het commentaar, waarin ‘de nieuwe salonfahigkeit van Poetin verbijsterend’ wordt genoemd. Terecht natuurlijk, hoewel nogal wat media vergeten, dat zij via ‘free publicity’ de salonfahigketi van allerhande politieke figuren danig vergroten. Maar dat terzijde.

Over een ander gezicht gesproken; Ad Lansink bewondert kennelijk Maarten van Rossum, bij de Cannenburg in Vaassen (2015) (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Een jaar geleden had ik net de laatste hand gelegd aan een voorwoord en een reeks minicolumns voor Arnhem 1950 – 1960 – Beelden van een stad tussen ooit en nu: een fotoboek, samengesteld door Gerrit Middelbeek, dat een belangrijke periode van de Arnhemse geschiedenis zichtbaar maakt. Het Arnhems Historisch Tijdschrift wijdde onlangs een mooie, uiterst positieve recensie aan het fraai uitgegeven boek. Ik schreef daarin: ‘Tijden veranderen en met de tijden de mensen op de weg van vroeger naar later, van jeugd naar volwassenheid, van ooit naar nu, De samenleving kreeg (en krijgt) een ander gezicht’. De vraag is natuurlijk hoe dat ander gezicht er in 2017 uit gaat zien, niet alleen in Arnhem of Nijmegen, in Nederland of Europa. Nee, ook verder weg. De hele wereld is langzamerhand het domein van iedereen geworden: een even uitdagende als beangstigende constatering. Want dichtbij huis is het leven vaak al pittig genoeg.

Logo van het ‘Challenging Changes’ project. Ontwerp: Sophie van Kempen en Ad Lansink

Wie schrijft, die blijft. Had ik eind 2015 de teksten gereed voor het boek over Arnhem, nu is dat het geval met de hoofdstukken van en interviews voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, het boek dat in de loop van 2017 moet gaan verschijnen. Jan Storm, de immer actieve pleitbezorger voor duurzaam afvalbeheer, zette mij in 2015 op het spoor. Hij vond dat ik in aansluiting op De Kracht van de Kringloop – het boek dat ik in 2010 samen met Hannet de Vries- in ’t Veld publiceerde – een Engelstalig boek moest schrijven over de wisselwerking tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie, het trefwoord van vandaag en morgen. Na de bekende bedenkingen ben ik halverwege 2015 voorzichtig begonnen; 2016 werd het echte schrijf- en interview-jaar. Het schrijf- en redactiewerk is nu zover gevorderd, dat vormgeefster Sophie van Kempen vanaf februari 2017 aan de slag kan, nadat de ‘Editorial Board’ groen licht heeft gegeven, ook voor tussentijdse informatie over het pittige project: Challenging Changes: uitdagende veranderingen, het is tegelijk mijn wens voor een voorspoedig 2017 in de tamelijk stellige wetenschap, dat saamhorigheid telt, waar dan ook.

 

NEC-trainer Peter Hyballa: Op en top betrokkenheid

Peter Hyballa praat op Kerstmarkt in Kleef met Gerard Borgman (Foto: Bert Beelen)

De krant kun je niet missen, geen dag. Gevleugelde woorden, waaraan ik de laatste tijd ging twijfelen, nu de lezers overspoeld worden met staaltjes van burgerjournalistiek zonder feitenkennis en diepgang. De kranten, die dagelijks mijn brievenbus binnenglijden, worden ook een last omdat lezen tijd kost. Maar gelukkig zijn er dagen, waarop de dagbladen – de Gelderlander maar ook NRC en Trouw – mij raken en bezighouden of mijn nieuwsgierigheid voeden. Op Kerstavond, bij voorbeeld: las ik in de Gelderlander het mooie interview van Gerard Borgman met NEC-trainer Peter Hyballa. De koppenmaker voegt in groene letters ‘kleurrijk en authentiek’ toe aan de op zich al fraaie naam van de enthousiaste voetbalcoach, die in en buiten Nijmegen talloze harten heeft gestolen. De doorgaans kritische fans dragen hem op handen, als ze tenminste de kans krijgen. Want na de wedstrijd spoedt Peter zich naar zijn spelers, waarmee hij in allerijl een cirkel vormt. Wat daar wordt gezegd, blijft verborgen. De voettocht langs de Goffert-tribunes laat de meestal in het zwart gehulde trainer aan de selectie over.

Peter Hyballa bij de presentatie als nieuw trainer van NEC in de zomer van 2016 (Bron: NEC-Archief)

Peter Hyballa, een betrokken en bevlogen coach, die binnen een half jaar een hechte eenheid heeft gesmeed van wat ook wel het Nijmeegse vreemdelingenlegioen wordt genoemd. De spelers – met sterkhouders als Joris Delle, Gregor Breinburg, Julian von Haacke en Dario Dumic – kunnen erover meepraten, net zo als de ‘jonge jongens’ Ferdi Kardioglu en Jay-Roy Grot. Zij doen dat ook voor de camera’s van Fox Sport, Omroep Gelderland, N1 of NEC TV, de media, die fans en outsiders – zelf ben ik een kruising tussen die twee groepen – in staat stellen om naar de welbespraakte trainer te luisteren. Op alle vragen heeft hij een passend antwoord, soms na wat nadenken, soms ook meteen in een woordenstroom, die zijn bevlogenheid illustreert. Duitse woorden voegen zich met het grootste gemak in de taal, die zijn Rotterdamse moeder hem heeft bijgebracht. Van zijn Duitse vader, theoloog en predikant, heeft hij de diepgang meegekregen. Want Peter Hyballa mag dan in de breedte van het leven voetbal uitstralen, diepte kent hij ook getuige zijn geloof in een leven na de dood, overigens ‘niet zo mooi en goed als hier’. Even verder: ‘Er is wat. Of dat God is? Absoluut’.

Peter Hyballa met de selectie van NEC na het vieren van een overwinning (Bron: FC Update)

Terug naar de Goffert en voetbal, zijn lust en zijn leven. Wanneer ik vanaf de tribune Peter Hylballa zie coachen, druk gebarend, aanwijzingen gevend, spelers toesprekend, meelevend met kansen, doelpunten maar ook met missers en teleurstellingen, dan voel ik wat betrokkenheid en enthousiasme teweeg kunnen brengen. Maar de bevlogen coach weet ook wat relativeren is. Even gas terugnemen om het betrekkelijke van zijn eigen typering – rechtvaardigheidsfanatiekeling noemt hij zichzelf – in te zien. Wie hem heeft gevolgd, zal het met mij eens zijn: Peter Hyballa is een man, die op en top betrokkenheid uitstraalt. Hij is een inspirerend coach, die geen blad voor de mond neemt. Duitsland vindt hij ‘een beetje’ te hiërarchisch, Nederland ‘eigenlijk’ te anarchistisch, om het antwoord op de vraag van Gerard Borgman naar het verschil tussen de buurlanden te besluiten met: ‘In Duitsland duurt een discussie twee minuten. Hier twee weken.’ Trouw noemde Peter Hyballa de ‘Simeone van Nijmegen’, een begrijpelijke metafoor. Ik houd liever vast aan de kop van mijn lijfblad: kleurrijk en (vooral) authentiek, met een tomeloze betrokkenheid. Hopelijk blijft hij NEC voorlopig trouw.

Michael van Praag: ridder zonder vrees of blaam

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Het gedoe rond de – overigens terechte – herverkiezing van Michael van Praag als bondsvoorzitter, bewijst opnieuw, dat de structuur van de KNVB echt op de helling moet. Een stemming zonder last of ruggespraak hoeft op zich niet, maar enige openheid bij de herverkiezing van de eerste man van de KNVB mag toch transparantie gevraagd worden, naast een faire benadering van kandidaten, ook wanneer een herverkiezing in de lijn van de verwachting ligt. Welnu, van openheid noch een faire bejegening was sprake. De BVO-directeuren hadden kennelijk zoveel kritiek op de bondsvoorzitter, dat zij een hartig woordje met hem wilden spreken voordat de clubs – directeuren of bestuurders? – hun stem zouden uitbrengen. Een informeel, zelfs besloten vooroverleg is niets nieuws. Ik maakte destijds als voorzitter van het Amateurvoetbal ook mee, wanneer het bestuur van het (vroegere) Amateurvoetbalparlement wensen of vragen had. Wel vreemd is de samenstelling van de delegatie, die Michael van Praag ‘de wind van voren gaven’. Die delegatie bestond uit clubvertegenwoordigers en uit de directeuren van ECV en CED. Waarom waren Jacco Swart en Marc Boele, respectievelijk directeur van ECV en CED bij dat hernieuwde ‘intakegesprek’ met de bondsvoorzitter? Wat is de rol van de aparte CV-achtige constructies van de clubs uit de ere- en eerste divisie in de structuur van de KNVB? Voeren de directeuren van ECV en CED een eigen ‘koninkrijk’ aan met eigen materiele en immateriële middelen? Zij hebben wanneer ik me goed herinner geen stemrecht, maar klaarblijkelijk wel de machtiging om de bondsvoorzitter – in zijn woorden – ‘even ordinair hard aan te pakken’. Op ‘overval’ en ‘kruisverhoor’ – opnieuw termen van Michael van Praag – volgde een opzienbarende stemming. Maar liefst 21 van de 58 aanwezige leden van de Bondsraad onthielden zich van stemming. Michael van Praag werd wel verkozen met mooie cijfers: 36 tegen 1. Maar die cijfers geven een vertekend beeld. Zouden de clubbestuurders – waarschijnlijk afkomstig uit het betaalde voetbal – niet de laffe weg van een stemonthouding maar de faire weg van een stellingname in de bondsraad en gevolgd door een tegenstem bij een onbevredigend antwoord van de bondsvoorzitter, dan was voor in= en outsiders duidelijk, hoe de verhoudingen binnen de KNVB liggen.

KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)
KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)

Dat Michael van Praag een vervelende nasmaak overhield aan zijn herverkiezing als bondsvoorzitter van de KNVB is dus alleszins begrijpelijk.  En dat hij die nasmaak na afloop van wat ik het gedoe noem de ruimte gaf evenzo. Zelfs wanneer het verwijt, dat dat de bondsvoorzitter zich te weinig heeft ingezet voor het Nederlands voetbal, hout snijdt – het is nog maar de vraag of dat verwijt terecht is, maar dat terzijde – geeft het geen pas om in beslotenheid kritiek te uiten, die juist in openheid zou kunnen worden weerlegd. “Ik zat in mijn eentje tegenover tien man en had het gevoel in een kruisverhoor te zijn beland. Maar ik heb niets achtergehouden en evenmin een greep uit de kassa gedaan. Toch ervoer ik de benadering van de clubs wel zo”, aldus Michael van Praag in De Telegraaf. De bondsvoorzitter wil intussen toenadering zoeken tot de Eredivisieclubs. Dat de clubs uit de Eerste Divisie via hun directeur al hebben gepleit voor een overleg met Michael van Praag om de plooien glad te strijken is een goed teken. Maar wat blijft is de merkwaardige structuur van de sectie Betaald Voetbal. Die structuur is – ik schreef het eerder – echt aan herziening toe. Dat blijkt ook uit het z.g. statement, dat de deelnemers aan het informele overleg voor de stemming meenden te moeten afgeven na de uitspraken van Michael van Praag. ‘’Alle deelnemers aan het gesprek van clubzijde en vanuit de entiteiten ECV en CED herkennen zich totaal niet in de woorden van de bondsvoorzitter in de toespraak na afloop van zijn verkiezing en later in de media, en vinden het ontluisterend dat hij dit op deze wijze op het door hem gekozen moment naar buiten brengt’. Geen handreiking dus, eerder een bevestiging van de kloof. Opvallend is wel, dat het ‘statement’ de ECV en CED (directeuren?) als eerste ondertekenaars kent, en verder een aantal, maar lang niet alle BVO’s: opnieuw een teken van verdeeldheid, nu ook in eigen kring. Vreemd genoeg besloot de AV Betaald Voetbal – voorafgaand aan de Bondsvergadering – voorlopig geen algemeen directeur aan te stellen. Directielid Jean-Paul Decossaux neemt de taken waar, terwijl de beoogde algemeen directeur Gijs de Jong vooralsnog operationeel directeur blijft. Ook de RvC Betaald Voetbal functioneert voorlopig in minimale samenstelling van twee leden, in afwachting van het onderzoek naar de In afwachting van een onderzoek naar de ‘governance’ bij de KNVB.  Het uitstel tot mei 2017 doet de vraag rijzen, of de oude bezetting niet te topzwaar was. Een andersoortig ‘kruisverhoor’ – stevige onderzoeksjournalistiek bij voorbeeld door VI of andere media – zou geen kwaad kunnen, evenmin als een openhartig interview met de KNVB-ridder zonder vress of blaam: Michael van Praag.

 

Aardgasloos Amsterdam

img_1134-2
Nog geen nul op de (aardgas) meter (Foto: Ad Lansink)

Amsterdam wil in 2050 een aardgasloze stad worden. Met gepaste trots kondigde Abdeluheb Choh, wethouder voor duurzaamheid aan dat de hoofdstad van Nederland tegen die tijd alle gasbuizen vervangen heeft – of wil hebben, een klein verschil – door andere buizen. Want Amsterdammers hebben in de herfst en winter wel warmte nodig. De leden van het voortvarende stadsbestuur kunnen, wanneer de gezondheid het toelaat, zelf de afsluiting van de laatste gasmeter nog meemaken. Drie decennia zijn immers te overzien. Daar staat tegenover, dat nog geen tien jaar geleden diverse politici pleitten voor een Nederlandse aardgasrotonde: een duurzaam vehikel voor de afstemming van vraag en aanbod op de internationale gasmarkt.  Russisch aardgas en LNG zouden de teruglopende Nederlandse voorraden gaan vervangen. De tijd heeft intussen niet stilgestaan, het denken over duurzaamheid evenmin. Terugdringing van de uitstoot van CO2 heeft nu de hoogste prioriteit. Het relatief schone aardgas moet dus met alle fossiele brandstoffen – kolen maar ook olie – het veld ruimen. Nul op de meter is het mooie, overigens discutabele parool. Want de gasmeter mag dan geen omwentelingen meer te zien geven, vast staat ook dat andere al dan niet digitale tellers de rol gaan overnemen.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Biomassa, niet om te stoken (Foto: Ad Lansink)

De zon gaat voor niets op, maar schijnt niet altijd. Windenergie omzetten in stroom en vervolgens in warmte is ook niet een voor de hand liggende optie. Geothermie en warmte-koude-pompen dan: in de oudere stadsdelen van Amsterdam zijn dat evenmin plausibel alternatieven, nog afgezien van de palen waarop de stad rust. Het warmtenet moet dus uitkomst brengen, gevoed door restwarmte van afvalverbranding en elektriciteitscentrales. Een vorm van nuttige toepassing, die de toets van de kritiek kan doorstaan. Maar die secundaire warmtebronnen inclusief de hier en daar bejubelde biomassacentrales stoten ook CO2 uit, met een lagere efficiëntie dan de met aardgasgestookte, snel regelbare aardgasbranders. Trouwens: wanneer Amsterdam zich met recht het etiket van de circulaire stad wil opplakken – met of zonder toeristen, die CO2-vrij op Schiphol zijn geland – dan zou verbranding van afval en houtresten op betrekkelijk korte termijn ook uitgesloten moeten worden. Kortom: wil aardgasloos niet synoniem met warmteloos worden, moet er meer gebeuren dan de loutere publicatie van mooie maar nog onvoldoende uitgewerkte plannen. Een zorgvuldige kosten-batenanalyse is nodig, al was het alleen al om geen onnodige verwachtingen te wekken. Of wil de Amsterdammer van 2030, 2040 en 2050 niet weten waar hij dan aan toe is?

Volvo V60 Hybride: laden en rijden maar

Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)
Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)

De sjoemelsoftware van Volkswagen heeft onlangs gezelschap gekregen van de zogenaamde ‘defeat devices’, slimme onderdelen, waarmee autofabrikanten de strenge emissieregels kunnen omzeilen. De RWD – vroeger de Rijksdienst voor het Wegverkeer, nu opererend onder de welbekende afkorting – maakte onlangs bekend, dat enkele van de dertig onderzochte auto’s via die ‘defeat devices’ veel te mooie emissiecijfers lieten zien dan in de werkelijkheid werden gemeten. Bij de boosdoeners troffen de onderzoekers ook de Volvo XC 90, terwijl de V40 en de XC70 te vinden waren in de lijst van niet verdachte automobielen. Vreemd eigenlijk, die tegenstelling tussen goed en kwaad, temeer waar onduidelijk is, wat ‘defeat devices’ zijn. Ook is onduidelijk of die waarschijnlijke hardware volgens de regels wel of niet is toegestaan. Ik weet niet of de Volvo-voorlieden in Beesd en Gothenburg wakker liggen van de RDW-bevindingen. Zou dat wel het geval zijn, laat ik dan tot troost, lering en vermaak nog eens benadrukken, dat de Volvo V60 hybride de toets van de verbruikskritiek glansrijk kan doorstaan.

Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen
Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen: ‘Plan van Elon Musk om Mars te koloniseren grenst aan bedrog’

Het passeren van de kilometerstand van 16.000 km is een mooie aanleiding om (opnieuw) de (tussen) stand van de verbruikscijfers op te maken. Welnu, het verbruik aan dieselbrandstof bedraagt 2,7 liter op 100 km: in ouderwetse termen dus 1 op 37, een getal, dat ik bij de aanschaf van de Volvo V60 Hybride niet voor mogelijk had gehouden. Toegegeven: nogal wat ritten vinden plaats in de naaste omgeving. Maar daar staat tegenover, dat de tochten naar het westen en noorden van Nederland de beperkte voorraad aan elektrische kilometers – in mijn geval schommelend tussen 40 en 50 km, afhankelijk van de omstandigheden – ver te boven gaan. Een ruwe schatting leert, dat ongeveer de helft van de 16.000 km volledig elektrisch zijn gereden. De prijs per km kan dus eenvoudig berekend worden: aan de 160 x 2,7 x €1,10 (= €475) van de diesel moet ik de kosten van de elektriciteit toevoegen. Die gemiddelde kosten belopen voor elke 45 km 9 kWh ofwel 9 x €0,22 = €1,98: ofwel per km €0,044. Bij 8000 elektrische km’s wordt dat €352. Vermeerderd met de dieselkosten levert dat een totaal bedrag van €827. Mijn 5,16 cent per km vind ik een alleszins mooi getal.

Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink
Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink

Kenners hebben natuurlijk al opgemerkt, dat ik een kWh prijs van 22 cent hanteer. In de praktijk van alledag valt die prijs nog wat lager uit, omdat de Volvo V60 hybride meestal ’s nachts wordt opgeladen. Hang ik de auto overdag aan het stopcontact, dan zorgen de zonnepanelen voor voldoende CO2-vrije stroom. Zou ik een van de 69 nu in Nijmegen beschikbare laadpalen gebruiken, dan verandert het beeld: niet veel maar evenmin weinig. Want het tarief van die hier en daar beschikbare palen bedraagt maar liefst €0,30 tot €0,36 per kWH. Zou dat de reden zijn, waarom de app’s – jawel: die digitale dingen zijn tegenwoordig onmisbaar – vrijwel altijd aangeven, dat de openbare laadpalen op stroom-beluste klanten staan te wachten? Ook voor laden geldt: oost-west, thuis-best, om over Mars nog maar te zwijgen. Tesla-baas Egon Musk kan er over meepraten, Hein de Kort in het Financieel Dagblad ook.

Phishing mail: de brutaliteit voorbij

phishing2-2Een klein jaar geleden meldde de bank mij, dat zij een paar merkwaardige overschrijvingen van mijn rekening hadden geconstateerd: eerst van de spaarrekening naar betaalrekening en van daar naar andere, onbekende rekeningen. Een snelle blik op het rekeningoverzicht leerde, dat ik waarschijnlijk  slachtoffer was van wat tegenwoordig ‘cybercrime’ heet: via ‘phishing mail’ en ‘spyware’ een aanslag op de bankrekening. Dankzij de voortreffelijke medewerking van de bank en de hulp van de provider kon ik – na aangifte van het misdrijf bij de politie – een week later weer beschikken over het ontvreemde geld. Of de bank het geld heeft kunnen terugvorderen, of gebruik heeft moeten maken van een waarborgfonds is mij niet bekend, evenmin als het antwoord op de vraag of de ‘cybercriminelen’ ooit achterhaald zijn. Het proces-verbaal is ongetwijfeld in de statistieken van de toenemende cybercriminaliteit verwerkt.

rtemagicc_schermafbeelding_2014-10-09_om_16-59-16_01-pngHet dringende advies van bank en  politie om nog beter  inkomende emailberichten te controleren, heb ik ter harte genomen. Sinds de aanslag op mijn rekeningen heb ik aardig wat verdachte berichten rechtstreeks naar de prullenmand verwezen. Net nog een bericht, dat mijn sollicitatie aanvaard was. Het taalgebruik van de ‘cybercriminelen’ is meestal een goede waarschuwing. Soms is extra oplettendheid geboden, omdat de professionaliteit van de digitale inbrekers toeneemt. Het toppunt van imitatie en brutaliteit ontdekte ik  in een bericht, dat afkomstig leek van Ziggo. Een nieuwe factuur zou klaar staan voor een bedrag, dat mij vreemd voorkwam: €235,35, aanzienlijk meer dan de kosten van het maandelijkse Ziggo-abonnement. Uit het bericht kon worden opgemaakt, dat het bedrag automatisch zou worden geïncasseerd. Niettemin kon ik op maar liefst zes plaatsen klikken, waaronder ‘Mijn Ziggo’, ‘Factuur bekijken’ en ‘Toegang’. Ik heb dat uiteraard niet gedaan. Mijn eerdere ervaringen hadden voldoende leergeld opgeleverd.

img_1027Raadpleging van de Ziggo-website en het echte facturen-overzicht bevestigde het vermoeden, dat ik met ‘phishingmail’ te maken had. Overigens in dit geval een wel uitzonderlijk brutale versie. De afzender met een bijna onuitspreekbare naam – te vinden wanneer in de adressering het verzendadres wordt opgezocht – had niet alleen zijn bericht goed doen lijken op de mails van Ziggo. Sterker nog: onderaan het bericht sluit hij af met een pittige waarschuwing: ‘Kijk uit voor phishing: internetcriminelen vissen met valse e-mails naar je privégegevens. Ziggo vraagt nooit naar persoonlijke gegevens via e-mail.’ Kan het nog brutaler? Inmiddels blijkt, dat ik niet het enige doelwit van deze phishing-mail-activisten ben. Integendeel. Meer Ziggo-klanten hebben gemeld, dat zij in de verleiding zijn gebracht om via een klik spyware ruimte te geven. Dat  ‘cybercriminelen’ geen eendagsvliegen zijn, en niet voor een gat te vangen – ondanks hun beperkte foto-areaal – blijkt uit de afbeeldingen bij enkele oudere berichten. Het blijft dus uitkijken. De digitale insluipers zijn de brutaliteit voorbij.

 

 

 

Chaos in Zeister Bos?

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Wat is er allemaal bij de KNVB aan hand? Chaos in Zeister bos? Begrijpelijke vragen van een vriend, die zich mijn vroegere functies bij de KNVB herinnerde. Ik kon die vraag niet echt beantwoorden, hoewel ik met stijgende verbazing de kranten had gevolgd. Het opstappen van Bert Oostveen, de verwikkelingen bij de trainersstaf van Oranje, de verongelijkte uitspraken van bondsvoorzitter Michael van Praag, de vertrouwensbreuk tussen de (meerderheid van) de Eredivisieclubs en de Raad van Commissarissen, het openbare optreden van ECV-directeur Jacco Swart, het plotselinge vertrek van RvC-voorzitter Johan Lokhorst, het zijn inderdaad feiten, die op een bestuurlijke chaos duiden. Maar wat ontbreekt, ook in de verhalen en commentaren van NOS, NRC en andere media is de diepere oorzaak van de wanorde bij de bond, die toch niets voor niets ‘Koninklijk’ heet. Welnu: die diepere oorzaak ligt in de ingewikkelde structuur van de KNVB, waarin het betaalde voetbal een zelfstandige plaats heeft. In mijn actieve -KNVB jaren – van 1982 tot 1990 als voorzitter van de KNVB-Afdeling Nijmegen en van 1990 tot 1996 als voorzitter van de Sectie Amateur Voetbal –  voelde ik al de grote afstand tussen amateur- en betaald voetbal. Gekscherend zei ik ooit tegen Martin van Rooijen, toen voorzitter betaald voetbal ‘Jullie hebben wel de centen, maar wij de leden’. Dat top- en breedtesport regelmatig botsten, was in het Bondsbestuur vaak te merken. Maar Bondsvoorzitter Jo van Marle – een aimabele man met ervaring en gezag – wist de tegenstellingen steeds te overbruggen. Ook zijn opvolger Jeu Sprengers lukte dat, ondanks het feit, dat door de verdere commercialisering van het betaalde voetbal de afstand tot het amateurvoetbal steeds groter werd.

KNVB-Beker (Bron:http://nl.askmen.com)
KNVB-Beker (Bron:http://nl.askmen.com)

Ik herinner me twee illustratieve voorvallen. De eerste, achteraf anekdotische gebeurtenis was de uitreiking van de KNVB-Beker 1993 in het Feyenoord Stadion. Jos Staatsen, toen voorzitter van het betaalde voetbal, stond erop, dat hij minister Hedy d’Ancona zou assisteren, hoewel het Bondbestuur mij had aangewezen als vervanger van de zieke Jo van Marle. De voorzitters van Ajax en Heerenveen – finalisten ivan 1993 – hadden volgens Harrie Been aangedrongen op mijn vervanging. Een snel protest leidde tot een compromis: Jos Staatsen en ik begeleidden de minister naar de middenstip van de Kuip. Weken later nodigde Riemer van de Velden mij uit voor een ‘avondje Herenveen’ – diner en wedstrijd – om te benadrukken dat het gebeuren in de Kuip niet aan zijn geest ontsproten was. Het tweede voorval vond plaats tijdens de WK 1994 in de Verenigde Staten. Jeu Sprengers, toen bondsvoorzitter kwam mij met gepaste trots melden, dat Prins Willem Aleander en Prins Constantijn naar de Citrus Bowl in Orlando waren gekomen om op 4 juli de achtste finale tegen Ierland bij te wonen. Maar delegatieleider Jos Staatsen wilde de prinsen niet aan Jeu en evenmin aan mij voorstellen. Ook in dat geval was een snel protest bij Harrie Been voldoende om het tij te doen keren. Ik zie Jos Staatsen nog verbaasd kijken, toen ik op de terugweg naar het hotel – overigens na een feestelijke ontmoeting met de Nederlandse en Ierse supporters in de cafés rond Orlando’s Church Street – in de bus van de ambassade tussen de prinsen mocht plaats nemen.

Orlando: 4 juli 1994 – (Toen nog Kroon-) Prins Willem-Alexaner feliciteert Stan Valkx met de overwinning op Ierland; links Jos Staatsen, voorzitter betaald voetbal

De NRC schreef enkele dagen geleden, dat twee keer eerder het vertrouwen in de RvC was opgezegd, met als gevolg het opstappen van Martin van Rooijen en later ook Jos Staatsen. Bedoeld werd natuurlijk het Bestuur Betaald Voetbal. In de jaren negentig was er geen RvC en evenmin een ECV: de gezamenlijke bv van de Eredivisieclubs, feitelijk Betaald Voetbal Organisaties. Hoe het met de verenigingen, clubs of BVO’s uit de Eerste en sinds 2016 Tweede Divisie gesteld is, weet ik niet. De website van de KNVB maakt dat evenmin duidelijk als de reden waarom het betaald voetbal (met een zware directie) een RvC heeft  – met een eigen reglement – en het amateurvoetbal een Raad van Toezicht plus een Ledenraad. Intussen staat wel vast, dat het vertrouwen in de RvC is opgezegd door de meerderheid van de Eredivisieclubs in een informele bijeenkomst op Schiphol – dus niet in Zeist – na een pittig beraad met de RvC. Jacco Swart, ECV-directeur en woordvoerder, wist niet goed raad met de vraag van de interviewer naar de positie Van Henk Kivits, ECV-voorzitter maar ook lid van de RvC.  Hoezo dan die afstand tussen ECV en RvC? Koppelde voorzitter Kivits niets terug naar zijn achterban? Had hij niets in te brengen? Of volgden de ontwikkelingen elkaar zo snel op, dat iedereen – ook het Bondsbestuur – wel achter de feiten aan moest lopen? Het Bondsbestuur kwam inderdaad pas laat uit de bestuurlijke schulp. Eerst bondsvoorzitter Michael van Praag, die zich alleen beklaagde over het feit dat hij niet tijdig was ingelicht over de directiewisseling van Oostveen – de Jong. Enkele dagen later stelde KNVB-vicevoorzitter Pier Eringa terecht vast, dat er nu echt iets moet gaan gebeuren. Ongetwijfeld is de binnen- en buitenwereld van de KNVB dat met hem eens. Probleem is wel, dat het bondsbestuur geen zeggenschap hebben over het betaalde voetbal. De structuur moet op de schop. De nadrukkelijke scheiding tussen amateur- en betaald voetbal is achterhaald. En afzonderlijke rechtspersonen voor divisies, puur om de commerciële belangen – lees: de verdeling van de gelden uit media en sponsoring – veilig te stellen ook. Eenvoudig zal het niet zijn. Maar kijkend naar de structuur van andere Europese voetbalbonden moet het toch mogelijk zijn om de KNVB om te vormen tot een transparante organisatie met zeggenschap en verantwoordelijkheid van alle geledingen. Misschien kan een commissie van goede diensten de knopen ontwarren, en een nieuwe structuur ontwerpen, in Zeist, niet op Schiphol.

 

 

De ene transitie is de andere niet

Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016
Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016

Shell-bashing, daar kon je natuurlijk op wachten, nadat het Financieel Dagblad op 30 augustus 2016 opende met de kop: ‘Shell-topman hekelt gebrek aan realisme bij energietransitie’. Bestuursvoorzitter Ben van Beurden stelde in het Noorse Stavanger op het olie- en gascongres van Offshore Northern Seas, dat de overgang naar duurzame energie een veel complexer operatie is dan hier en daar wordt gedacht. Het wereldwijde energiesysteem blijft voorlopig – volgens de CEO van Shell zelfs de hele eeuw – bestaan uit een lappendeken van fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Vreemd genoeg vergeet hij kernenergie, maar dat terzijde, want kernenergie ligt nu eenmaal niet op ieders lippen.  Onder vakbroeders kon Ben van Beurden zonder tegenspraak uiteenzetten, dat de emissie van broeikasgassen niet terug gaat naar nul: ‘een niet te ontkennen waarheid’ die overigens door vrijwel niemand bestreden zal worden. Meer opwinding veroorzaakte de Shell-topman met zijn uitspraak, dat realisme absoluut cruciaal is om een effectieve en efficiënte energietransitie te krijgen, temeer waar sommige opvattingen over duurzame energie niet op stevige feiten zijn gebaseerd. Zijn critici hebben zich waarschijnlijk het meest gestoord aan de uitspraak ‘Als het gaat om sommige opvattingen over de uitdagingen van de energietransitie, moet onze industrie er niet voor terugdeinzen tegendraads te zijn’. Dat is op het eerste gezicht inderdaad een regelrechte knuppel in het veelkleurige hoenderhok van in- en outsiders, van echte kenners en halve betweters.

Innovatie? Ja zeker - de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)
Innovatie? Ja zeker – de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)

Op sociale media werd Shell neergezet als een bewuste remmer van de energietransitie. En topman Ben van Beurden kreeg het verwijt van onvoldoende leiderschap om zijn oren. In het koor van de Shell-critici zong transitie-deskundige Derk Loorbach zijn partij mee met de tweet‪’#transitiekunde houdt zich al 15 jaar met die complexiteit bezig, #Shell komt er nu pas achter dat er transitie is’. Loorbach vergeet al het werk, dat Shell al sinds de jaren tachtig heeft gestoken in allerhande scenariostudies. Hij vergeet ook, dat Shell al voor de eeuwwisseling in Helmond zonnepanelen maakte. Ik herinner me mijn werkbezoek en de uitleg van Gosse Boxhoorn als de dag van gisteren. Maar gisteren is vandaag niet meer. Shell trok zich – achteraf te snel? – terug uit de wereld van de zonne-energie, die pas door de Duitse Energiewende en de Chinese innovatie – fors gesubsidieerd door de Chinese overheid – een geweldige boost kreeg. Dat Shell zich niet afzet tegen hernieuwbare energie, blijkt uit de beoogde participatie in grootschalige offshore windenergie: Noordzeewind, een samenwerkingsverband van Nuon en Shell.  Ben van Beurden erkent ook de grote betekenis van zonne-energie. Ik wijs de mensen, die Shell als remmer duiden op de volgende passage, ontleend aan https://cleantechnica.com (15 september 2015):

Solar energy will comprise the backbone of the world’s energy system in years to come, according to the CEO of Shell (yes, that Shell), Ben van Beurden. The exact words used by Van Beurden were that he has “no hesitation to predict that in years to come solar will be the dominant backbone of our energy system, certainly of the electricity system.” Considering that these words were from the CEO of one of the largest oil companies in the world, one would assume that he has good reasons for saying what he did.

Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag
Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag

Shell-bashing is even onterecht als green-washing: het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Ik reken mezelf al sinds de jaren, dat ik me in de Tweede Kamer inzette voor wind- en zonne-energie tot een fan van het transitiedenken. Ik herinner me de pleidooien voor het Plan Lievense of voor een verstandige toepassing van de belastingen op milieugrondslag. Dat Plan Lievense leerde overigens ook, dat hernieuwbare energie in de vorm van het nu eenmaal discontinue karakter van wind- of zonne-energie midden- en grootschalige opslagsystemen vergen. Het ontbreken daarvan is veeleer een rem op de duurzame energie dan het gas- en olieconcern, dat zijn betekenis voor de transportsector beseft en de complexiteit van een alles omvattend energie benadrukt. Met de Ladder van Lansink begaf ik me trouwens al in 1979 op het pad van de transities in het afvalbeheer, dat diverse raakvlakken heeft met het energiebeleid. Dat de ene transitie is de andere niet is, werd mij in 2004 duidelijk tijdens een workshop in Utrecht. Die workshop leverde in 2007 een interessante publicatie op: PARTO, S., LOORBACH, D., LANSINK, A., KEMP, R. (2007) Transitions and Institutional Change: the case of the Dutch waste system, in S. Parto & B. Herbert-Copley (eds.) Industrial Innovation and Environmental Regulation. United Nations University Press, New York, pp. 233-258. Waarmee de cirkel (helemaal of gedeeltelijk) rond is, en de complexiteit van transities vast staat.