Categorie archief: Energie

Een verrassende ‘dummy’

Logo Challenging Changes (Ontwerp: Sophie van Kempen)

Prelaunch Challenging Changes
Geïnspireerd door een werkbezoek dat ik in 2015 met Jan Storm aan AVR (Rijnmond) bracht, begon ik op initiatief van de oud-directeur van Nedvang aan Challenging Changes, een boek over de relatie tussen circulaire economie en afvalhiërarchie. Reacties uit de recyclingsector en bijdragen aan websites in UK en USA hadden al eerder laten zien, dat nogal wat mensen uit de afval- en recyclingwereld – ook buiten Nederland – geïnteresseerd waren in een Engelstalig vervolg op De Kracht van de Kringloop. Dat boek over de geschiedenis en toekomst van de Ladder van Lansink had ik in 2010 met Hannet de Vries- in ’t Veld gepubliceerd. Het besef dat preventie, hergebruik en recycling essentieel zijn voor de transitie naar circulaire economie vormt de rode draad voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Die rode draad heb ik vastgelegd in de volgende hoofdstukken

  • Linear waste and circular resource management
  • Waste hierarchy: a challenging framework
  • Transition aspects
  • Closing different and difficult loops
  • Exemplary resource flows
  • Waste management and climate policy
  • Need for (international) legislation
  • Changes for circular economy
  • Finally – het afsluitende hoofdstuk – met als afzonderlijke onderdelen: Main lines for circular economy, Commentary, Outlook, Recommendations.
Voorzijde boekomslag Challenging Changes naar een ontwerp van Sophie van Kempen

Opzet
De rode draad – een uitgewerkte opzet van de negen hoofdstukken, elk bestaande uit zes paragrafen – heb ik tegen het einde van 2015 voorgelegd aan een klankbordgroep, die door Jan Storm intussen was geformeerd. Sindsdien staat die groep insiders (Hannet de Vries – in ’t Veld, Bart de Bruin, Ton Holtkamp, Jan Storm en Dick Zwaveling) mij met raad en daad terzijde bij de totstandkoming van het manuscript en de productie van het boek. Jan Storm nam, ook met steun van de klankbordgroep, in de loop van 2016 de fondsenwerving ter hand. Al vrij snel werd duidelijk, dat voldoende middelen bijeengebracht konden worden voor het nieuwe boek. Het echte denk- en schrijfwerk kon beginnen, naast het vergaren van documentatie en de bestudering van nieuwe ontwikkelingen in afvalbeheer en circulaire economie. Het bleek opnieuw een forse maar ook dankbare klus. De klankbordgroep werd geleidelijk een ‘Editorial Board’, die mij mondeling in enkele bijeenkomsten en schriftelijk via het onmisbare emailverkeer behulpzaam was.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken het resultaat van de proefdruk. Op de achtergrond de digitale HP Galaxy 8000 voor de waarop de dummy van Challenging Changes gedrukt is (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Dummy
Boekontwerpers en drukkers werken graag met dummy’s: een of twee exemplaren van een boek met enkele gevulde en verder zoveel lege pagina’s, dat het resultaat overeenkomt met de vorm en omvang van het uiteindelijke boek. De ontwerper kan zien of de lay out aan de verwachtingen voldoet en de drukker kan nagaan of het druksel de toets van de kritiek kan doorstaan. Klopt de gekozen papiersoort, hoe houdt de inkt zich op het papier, deugt de druktechniek? Boekontwerper  en drukker kunnen ook vaststellen of de rugdikte genoeg ruimte biedt voor de titel van het boek en de naam van de auteur. De schrijver kijkt – wanneer hij de kans krijgt – natuurlijk graag mee, al was het alleen al om zich te laten verrassen met het resultaat van zijn denk- en schrijfwerk.  Het aanbod van Leo Schrijver – senior accountmanager van DPN Rikken Print Nijmegen – om de productie van enkele dummy’s mee te maken was dan ook niet tegen dovemansoren gezegd. Integendeel. Met boekontwerpster Sophie van Kempen begaf ik me onlangs naar het fraaie pand van DPN om de ‘prelaunch’, een soort voorgeboorte, van Challenging Changes te beleven.

Sophie van Kempen en Ad Lansink met de door de boekontwerpster uitgedachte boekomslag. Op de achtergrond de vierkleuren offset pers waarop Challenging Changes eind augustus 2017 gedrukt gaat worden (Foto: Leo Schrijver, DPN)

Eerste indruk
DPN beschikt over een fraaie HP Indigo 7800, een digitale drukpers, waarmee snel kwalitatief uitstekend drukwerk kan worden geproduceerd. Challenging Changes zal later op een vierkleuren-offset-pers worden gedrukt. Maar voor een dummy is de digitale pers het aangewezen instrument. De in technologisch opzicht fabelachtige machine produceert in zeer korte tijd een uiterst hoogwaardig druksel. De eerste twee hoofdstukken van Challenging Changes en twee interviews waren voor de ‘prelaunch’ tekst- en print-klaar: totaal 92 pagina’s, ongeveer een kwart van de te verwachten omvang van het boek. Aanvulling met lege pagina’s tot de geraamde 360 pagina’s bood de gelegenheid om de waarschijnlijk definitieve rugdikte vast te stellen. Aangezien ook het ontwerp van de omslag gereed was inclusief de flaptekst op de achterzijde, zou de dummy al een goede indruk geven van het te verwachten eindresultaat. Na enkele instellingen kwamen in een hoog tempo de drukvellen uit de machine. Enkele handelingen en minuten later waren de dummy’s klaar: een verrassing op zichzelf. Wie niet beter weet, waant zich het volledige boek rijker. Auteur en boekontwerpster zien met ingehouden trots het (eerste) resultaat van hun inspanningen. Het is tegelijk een stimulans om met gepaste spoed verder te werken aan wat – zo nu al lijkt vast te staan – een fraai eindresultaat zal opleveren.

 

 

 

Aardgasloos Amsterdam

img_1134-2
Nog geen nul op de (aardgas) meter (Foto: Ad Lansink)

Amsterdam wil in 2050 een aardgasloze stad worden. Met gepaste trots kondigde Abdeluheb Choh, wethouder voor duurzaamheid aan dat de hoofdstad van Nederland tegen die tijd alle gasbuizen vervangen heeft – of wil hebben, een klein verschil – door andere buizen. Want Amsterdammers hebben in de herfst en winter wel warmte nodig. De leden van het voortvarende stadsbestuur kunnen, wanneer de gezondheid het toelaat, zelf de afsluiting van de laatste gasmeter nog meemaken. Drie decennia zijn immers te overzien. Daar staat tegenover, dat nog geen tien jaar geleden diverse politici pleitten voor een Nederlandse aardgasrotonde: een duurzaam vehikel voor de afstemming van vraag en aanbod op de internationale gasmarkt.  Russisch aardgas en LNG zouden de teruglopende Nederlandse voorraden gaan vervangen. De tijd heeft intussen niet stilgestaan, het denken over duurzaamheid evenmin. Terugdringing van de uitstoot van CO2 heeft nu de hoogste prioriteit. Het relatief schone aardgas moet dus met alle fossiele brandstoffen – kolen maar ook olie – het veld ruimen. Nul op de meter is het mooie, overigens discutabele parool. Want de gasmeter mag dan geen omwentelingen meer te zien geven, vast staat ook dat andere al dan niet digitale tellers de rol gaan overnemen.

Pompoenen (of zijn het kalebassen) te kust en te keur
Biomassa, niet om te stoken (Foto: Ad Lansink)

De zon gaat voor niets op, maar schijnt niet altijd. Windenergie omzetten in stroom en vervolgens in warmte is ook niet een voor de hand liggende optie. Geothermie en warmte-koude-pompen dan: in de oudere stadsdelen van Amsterdam zijn dat evenmin plausibel alternatieven, nog afgezien van de palen waarop de stad rust. Het warmtenet moet dus uitkomst brengen, gevoed door restwarmte van afvalverbranding en elektriciteitscentrales. Een vorm van nuttige toepassing, die de toets van de kritiek kan doorstaan. Maar die secundaire warmtebronnen inclusief de hier en daar bejubelde biomassacentrales stoten ook CO2 uit, met een lagere efficiëntie dan de met aardgasgestookte, snel regelbare aardgasbranders. Trouwens: wanneer Amsterdam zich met recht het etiket van de circulaire stad wil opplakken – met of zonder toeristen, die CO2-vrij op Schiphol zijn geland – dan zou verbranding van afval en houtresten op betrekkelijk korte termijn ook uitgesloten moeten worden. Kortom: wil aardgasloos niet synoniem met warmteloos worden, moet er meer gebeuren dan de loutere publicatie van mooie maar nog onvoldoende uitgewerkte plannen. Een zorgvuldige kosten-batenanalyse is nodig, al was het alleen al om geen onnodige verwachtingen te wekken. Of wil de Amsterdammer van 2030, 2040 en 2050 niet weten waar hij dan aan toe is?

Volvo V60 Hybride: laden en rijden maar

Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)
Herfst 2016 en toch onverwoestbaar geel, groen en wit (Foto: Ad Lansink)

De sjoemelsoftware van Volkswagen heeft onlangs gezelschap gekregen van de zogenaamde ‘defeat devices’, slimme onderdelen, waarmee autofabrikanten de strenge emissieregels kunnen omzeilen. De RWD – vroeger de Rijksdienst voor het Wegverkeer, nu opererend onder de welbekende afkorting – maakte onlangs bekend, dat enkele van de dertig onderzochte auto’s via die ‘defeat devices’ veel te mooie emissiecijfers lieten zien dan in de werkelijkheid werden gemeten. Bij de boosdoeners troffen de onderzoekers ook de Volvo XC 90, terwijl de V40 en de XC70 te vinden waren in de lijst van niet verdachte automobielen. Vreemd eigenlijk, die tegenstelling tussen goed en kwaad, temeer waar onduidelijk is, wat ‘defeat devices’ zijn. Ook is onduidelijk of die waarschijnlijke hardware volgens de regels wel of niet is toegestaan. Ik weet niet of de Volvo-voorlieden in Beesd en Gothenburg wakker liggen van de RDW-bevindingen. Zou dat wel het geval zijn, laat ik dan tot troost, lering en vermaak nog eens benadrukken, dat de Volvo V60 hybride de toets van de verbruikskritiek glansrijk kan doorstaan.

Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen
Illustratie van Hein de Kort bij de opinie-bijdrage van Herbert Blankesteijn in het Financieele Dagblad over het plan van Elon Musk om over een paar jaar met 100 toeristen naar Mars te vliegen: ‘Plan van Elon Musk om Mars te koloniseren grenst aan bedrog’

Het passeren van de kilometerstand van 16.000 km is een mooie aanleiding om (opnieuw) de (tussen) stand van de verbruikscijfers op te maken. Welnu, het verbruik aan dieselbrandstof bedraagt 2,7 liter op 100 km: in ouderwetse termen dus 1 op 37, een getal, dat ik bij de aanschaf van de Volvo V60 Hybride niet voor mogelijk had gehouden. Toegegeven: nogal wat ritten vinden plaats in de naaste omgeving. Maar daar staat tegenover, dat de tochten naar het westen en noorden van Nederland de beperkte voorraad aan elektrische kilometers – in mijn geval schommelend tussen 40 en 50 km, afhankelijk van de omstandigheden – ver te boven gaan. Een ruwe schatting leert, dat ongeveer de helft van de 16.000 km volledig elektrisch zijn gereden. De prijs per km kan dus eenvoudig berekend worden: aan de 160 x 2,7 x €1,10 (= €475) van de diesel moet ik de kosten van de elektriciteit toevoegen. Die gemiddelde kosten belopen voor elke 45 km 9 kWh ofwel 9 x €0,22 = €1,98: ofwel per km €0,044. Bij 8000 elektrische km’s wordt dat €352. Vermeerderd met de dieselkosten levert dat een totaal bedrag van €827. Mijn 5,16 cent per km vind ik een alleszins mooi getal.

Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink
Volvo V60 Hybride op weg naar het stopcontact: het thuis-laad-punt (Foto: Ad Lansink

Kenners hebben natuurlijk al opgemerkt, dat ik een kWh prijs van 22 cent hanteer. In de praktijk van alledag valt die prijs nog wat lager uit, omdat de Volvo V60 hybride meestal ’s nachts wordt opgeladen. Hang ik de auto overdag aan het stopcontact, dan zorgen de zonnepanelen voor voldoende CO2-vrije stroom. Zou ik een van de 69 nu in Nijmegen beschikbare laadpalen gebruiken, dan verandert het beeld: niet veel maar evenmin weinig. Want het tarief van die hier en daar beschikbare palen bedraagt maar liefst €0,30 tot €0,36 per kWH. Zou dat de reden zijn, waarom de app’s – jawel: die digitale dingen zijn tegenwoordig onmisbaar – vrijwel altijd aangeven, dat de openbare laadpalen op stroom-beluste klanten staan te wachten? Ook voor laden geldt: oost-west, thuis-best, om over Mars nog maar te zwijgen. Tesla-baas Egon Musk kan er over meepraten, Hein de Kort in het Financieel Dagblad ook.

Afvalhiërarchie in India

Afvalpiramide met preventie aan de basis Bron: Still van TEDxMITID
Mr Anurak Chandak aan het woord
Bron: Still van TEDxMITID presentatie

Toeval bestaat niet, zo leerde ik van kunstenaar Han Klinkhamer die meer voelde voor genade, van waar dan ook. Was het dus geen toeval, dat ik tijdens het werk aan ‘Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy’ een emailbericht ontving over de promotie van de afvalhiërarchie in India? Ik was net bezig met een paragraaf over de invloed van globalisering op landen als Brazilië, China en India. Het bericht was afkomstig van Peter Wiers, een consultant, die in het voorjaar van 2014 een tiental in afvalbeheer en waterzuivering geinteresseerde managers uit India kennis wilde laten maken met het Nederlandse afvalbeleid. Ter voorbereiding van zijn rondtocht langs instellingen en bedrijven had hij mij gevraagd, wat in het programma kon of moest worden opgenomen. Twee uur brainstormen in Nijmegen leidde tot diverse suggesties, onder meer over werkbezoeken, en tot een uiteenzetting over de Ladder van Lansink.

Afvalpiramide van Chandak met 'Disposal' an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)
Afvalpiramide van Chandak met ‘Disposal’ an de top (Bron: Still van TEDxMITID-presentatie)

Vandaag – ruim twee jaar later dus – schreef Peter Wiers: ‘Zoals u weet, heb ik in 2014 een team van Indiase afval en energie-experts rondgeleid in Nederland. Misschien vindt u het leuk om te zien hoe de zoon van een van hen nu de Ladder van Lansink actief gebruikt om de situatie in India te verbeteren’. Hij voegde een link toe naar de TEDxMITID-presentatie van Mr. Anurag Chandak over de aanpak van de afvalproblematiek in India. Zijn even heldere als inspirerende presentatie, waarin de afval hiërarchie een prominente plaats heeft, is te vinden op https://youtu.be/1TAR9skA6VA. De toehoorders luisteren vol aandacht naar de man, die van de afvalhiërarchie een piramide maakt, met preventie (reduce) aan de basis en verwijdering (disposal) aan de top. Hoe meer preventie (en recycling), des te gemakkelijker is het afvalvraagstuk op te lossen, aldus Chandak, die (nog) niet spreekt over circulaire economie.

De Ladder van Lansink beklimmen, of toch maar beginnen bij preventie?

Na een duidelijke uitleg over de groene stappen van de afvalpiramide illustreert Chandak zijn betoog met enkele basale praktijkvoorbeelden:  hergebruik van draagtassen, prikstokken voor zwerfafval, anaerobe vergisters voor productie van biogas. Op zijn oproep tot hulp bij de oplossing van het afvalvraagstuk volgt een klaterend applaus. De presentatie van Chandak leert, dat ook in India de zorgen voor het leefklimaat erkend worden. Bij de beheersing van het afvalvraagstuk is ook daar de Ladder van Lansink het onbetwiste kader, overigens in relatie tot het klimaatvraagstuk en het energiebeleid. Desondanks blijven globalisering, geopolitieke ontwikkelingen en het tot nu vrijwel onbeheersbare vrije marktdenken zaken die aandacht verdienen.

Connecting waste hierarchy and circular economy Schema uit 'Challenging Changes' Ontwerp: Ad lansink en Sophie van Kempen
Connecting waste hierarchy and circular economy
Voorpublicatie uit ‘Challenging Changes’
Ontwerp: Ad Lansink en Sophie van Kempen

Chandak wijst in zijn boeiende voordracht terecht op de mogelijkheden en wenselijkheden van lokale initiatieven, zoals ook in Nederland vaak de nadruk wordt gelegd op decentraal afval- en energiebeheer. De spanning echter tussen regionalisatie en globalisering wordt in India nog niet ervaren, evenmin als de dilemma’s, die eerder vroeg dan laat om keuzes vragen: overheidssturing of producentenverantwoordelijkheid; fiscalisering of marktwerking; bindende richtlijnen of productenvrijheid; nationale aanpak of internationale speelruimt, leaseconstructies of eigendomsrecht. Gestimuleerd door het onverwachte emailbericht over de afvalhierarchie in India, werk ik nog even door aan ‘Challenging Changes’, een pittige maar mooie uitdaging op zichzelf.

De ene transitie is de andere niet

Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016
Kop Financieele Dagblad 30 augustus 2016

Shell-bashing, daar kon je natuurlijk op wachten, nadat het Financieel Dagblad op 30 augustus 2016 opende met de kop: ‘Shell-topman hekelt gebrek aan realisme bij energietransitie’. Bestuursvoorzitter Ben van Beurden stelde in het Noorse Stavanger op het olie- en gascongres van Offshore Northern Seas, dat de overgang naar duurzame energie een veel complexer operatie is dan hier en daar wordt gedacht. Het wereldwijde energiesysteem blijft voorlopig – volgens de CEO van Shell zelfs de hele eeuw – bestaan uit een lappendeken van fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Vreemd genoeg vergeet hij kernenergie, maar dat terzijde, want kernenergie ligt nu eenmaal niet op ieders lippen.  Onder vakbroeders kon Ben van Beurden zonder tegenspraak uiteenzetten, dat de emissie van broeikasgassen niet terug gaat naar nul: ‘een niet te ontkennen waarheid’ die overigens door vrijwel niemand bestreden zal worden. Meer opwinding veroorzaakte de Shell-topman met zijn uitspraak, dat realisme absoluut cruciaal is om een effectieve en efficiënte energietransitie te krijgen, temeer waar sommige opvattingen over duurzame energie niet op stevige feiten zijn gebaseerd. Zijn critici hebben zich waarschijnlijk het meest gestoord aan de uitspraak ‘Als het gaat om sommige opvattingen over de uitdagingen van de energietransitie, moet onze industrie er niet voor terugdeinzen tegendraads te zijn’. Dat is op het eerste gezicht inderdaad een regelrechte knuppel in het veelkleurige hoenderhok van in- en outsiders, van echte kenners en halve betweters.

Innovatie? Ja zeker - de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)
Innovatie? Ja zeker – de Zonneboom van Andreas Hetfeld in Nijmegen (Foto: Ger Loeffen)

Op sociale media werd Shell neergezet als een bewuste remmer van de energietransitie. En topman Ben van Beurden kreeg het verwijt van onvoldoende leiderschap om zijn oren. In het koor van de Shell-critici zong transitie-deskundige Derk Loorbach zijn partij mee met de tweet‪’#transitiekunde houdt zich al 15 jaar met die complexiteit bezig, #Shell komt er nu pas achter dat er transitie is’. Loorbach vergeet al het werk, dat Shell al sinds de jaren tachtig heeft gestoken in allerhande scenariostudies. Hij vergeet ook, dat Shell al voor de eeuwwisseling in Helmond zonnepanelen maakte. Ik herinner me mijn werkbezoek en de uitleg van Gosse Boxhoorn als de dag van gisteren. Maar gisteren is vandaag niet meer. Shell trok zich – achteraf te snel? – terug uit de wereld van de zonne-energie, die pas door de Duitse Energiewende en de Chinese innovatie – fors gesubsidieerd door de Chinese overheid – een geweldige boost kreeg. Dat Shell zich niet afzet tegen hernieuwbare energie, blijkt uit de beoogde participatie in grootschalige offshore windenergie: Noordzeewind, een samenwerkingsverband van Nuon en Shell.  Ben van Beurden erkent ook de grote betekenis van zonne-energie. Ik wijs de mensen, die Shell als remmer duiden op de volgende passage, ontleend aan https://cleantechnica.com (15 september 2015):

Solar energy will comprise the backbone of the world’s energy system in years to come, according to the CEO of Shell (yes, that Shell), Ben van Beurden. The exact words used by Van Beurden were that he has “no hesitation to predict that in years to come solar will be the dominant backbone of our energy system, certainly of the electricity system.” Considering that these words were from the CEO of one of the largest oil companies in the world, one would assume that he has good reasons for saying what he did.

Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag
Zonde-energie thuis: opbrengst op een zonnige dag

Shell-bashing is even onterecht als green-washing: het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Ik reken mezelf al sinds de jaren, dat ik me in de Tweede Kamer inzette voor wind- en zonne-energie tot een fan van het transitiedenken. Ik herinner me de pleidooien voor het Plan Lievense of voor een verstandige toepassing van de belastingen op milieugrondslag. Dat Plan Lievense leerde overigens ook, dat hernieuwbare energie in de vorm van het nu eenmaal discontinue karakter van wind- of zonne-energie midden- en grootschalige opslagsystemen vergen. Het ontbreken daarvan is veeleer een rem op de duurzame energie dan het gas- en olieconcern, dat zijn betekenis voor de transportsector beseft en de complexiteit van een alles omvattend energie benadrukt. Met de Ladder van Lansink begaf ik me trouwens al in 1979 op het pad van de transities in het afvalbeheer, dat diverse raakvlakken heeft met het energiebeleid. Dat de ene transitie is de andere niet is, werd mij in 2004 duidelijk tijdens een workshop in Utrecht. Die workshop leverde in 2007 een interessante publicatie op: PARTO, S., LOORBACH, D., LANSINK, A., KEMP, R. (2007) Transitions and Institutional Change: the case of the Dutch waste system, in S. Parto & B. Herbert-Copley (eds.) Industrial Innovation and Environmental Regulation. United Nations University Press, New York, pp. 233-258. Waarmee de cirkel (helemaal of gedeeltelijk) rond is, en de complexiteit van transities vast staat.

Volvo V60 Hybride: rekenen op achterkant bierviltje

Witte Volvo V60 D6Te bij een paarse laatbloeier
Witte Volvo V60 D6Te bij een paarse laatbloeier

De aankoop van de Volvo V60 D6 Twin Engine – de hybride versie van de ‘Volvo Estate’ tussen de gestroomlijnde V40 en de gloednieuwe V90 – blijkt geen miskoop. Integendeel. Een jaar na de gedurfde aanschaf staat de teller op 12.660 km, op zich een bescheiden getal in vergelijking met de jaren negentig, waarin ik het hele land doorkruiste met mijn Alfa Romeo. Met de XC 70 scoorde ik van 2002 tot 2015 elk jaar ook nog  15.000 tot  20.000 diesel-km ‘s, ruwweg voor 10 tot 13 cent per kilometer, afhankelijk van de fluctuerende brandstofprijs. Maar hoe dan ook: tijd voor een update van mijn ervaringen, al was het alleen al om kijkers en lezers te grieven met enkele verbruikscijfers nu een (deel van) de auto-industrie in de beklaagdenbank terecht is gekomen.

Dashbord V60 D6TE - 12660 km - 18,5 km gereden, nog 30 km elektrische voorraad
Dashbord V60 D6TE – 12660 km – 18,5 km gereden, nog 30 km elektrische voorraad

Na een jaar meestal zorgeloos rijden met de Volvo V60 D6 TE staat vast, dat het verbruik aan elektriciteit en diesel lager uitvalt dan ik had verwacht. Tot mijn verrassing stabiliseert het dieselverbruik zich op 3.0 liter op 100 km: 1 op 33.3,  toch een mooi gemiddelde over die 12.660 km ‘s. Een snelle rekenaar becijfert bij een dieselprijs van €1,10 – het gemiddelde tussen de laagste prijs van €0,99 en de hoogste van €1,21 – een prijs van 3,3 cent per km. Daarbij komen dan nog de kosten van de ‘elektrische’ kilometers. Zou ik de helft van de kilometers gebruik hebben gemaakt van de  V60-accu, dan moet ik aan de dieselkosten die van de – thuis zelf opgewekte – zonnestroom toevoegen. Volvo on Call geeft van elke rit weer, hoeveel km ‘s op stroom zijn gereden, en ook hoeveel (rem) stroom is teruggewonnen.

Achterkant Volvo-Bierviltje (Bron: Catawiki)

Afhankelijk van de route en het in- of uitschakelen van de airco reken ik op de achterkant van een bierviltje uit, dat de ‘elektrische’ kilometers tussen €0,038 en €0,046 per km kosten, gemiddeld dus €0,042 per km. Vermenigvuldiging van dat getal met de helft van het aantal tot nu toe gereden km ‘s (6.330) levert een bedrag van €266 op. Het bierviltje – of een echte rekenmachine – leert, dat 12660 x €0,033 + 6330 x €0,042 = €684. De energiekosten bedragen dus €684/12660, ofwel 5,4 cent per km: iets minder dan de helft van de brandstofkosten van mijn vroegere – overigens ook prima – Volvo XC70

Volvo V60 Hybride in vol ornaat
Volvo V60 Hybride in vol ornaat

Kortom: geen enkele reden tot nuilen. De Volvo V60 Hybride voldoet in vrijwel alle opzichten aan de verwachtingen. Valt er dan helemaal niets te klagen. Nee, of het zou de software-afhankelijkheid moeten zijn. Twee keer was een reset nodig om de onmisbare elektronica weer goed te laten functioneren. Een andere ‘gekkigheid’ betreft het – soms, niet altijd – geraas van de koelventilator, wanneer ik de stekker in het laadcontact steek. De ‘ automotive’ digitalisering schept nieuwe afhankelijkheden, net zoals de ‘elektrificering’ van het wagenpark. Wat te denken van – en te doen met – de klachten van ‘elektrische’ fietsers, die eerder dan verwacht hun accu’s moeten inruilen tegen nieuwe exemplaren. Speelt de kwaliteit van de lithium-accu’s een rol? Zijn het aantal laadbeurten bepalend? Of zijn andere factoren in het geding? Wat gaan de accu’s van Volvo doen? En die van Tesla? Wie het weet mag het zeggen of schrijven, op de achterkant van een bierviltje?

Inspirerend afscheid van Stijn Mattheij bij Avans

Johan Raap, Lector Biobased Energy kondigt Ad Lansink aan. Stijn Matthey lacht op voorhand.
Johan Raap, Lector Biobased Energy kondigt Ad Lansink aan. Stijn Matthey lacht op voorhand (foto: Tanja Rizzo)

Enkele maanden geleden meldde Stijn Mattheij – docent en onderzoeker aan de Academie voor Technologie Gezondheid en Milieu van de Avans Hogeschool in Breda – mij, dat hij op een een CO2-conferentie in Essen (Duitsland) tot zijn verbazing door iemand uit Duitsland de Ladder van Lansink hoorde noemen. ‘Die ladder blijkt dus nog steeds actueel, met name in het Europese afvalbeleid’, schreef hij. Aan het onverwachte bericht – ik kende Stijn niet – koppelde hij de vriendelijke vraag of ik tijdens een symposium, dat hij bij zijn afscheid van Avans van de hogeschoolleiding mocht organiseren een voordracht wilde houden over de relatie tussen de ladder van Lansink en de circulaire economie. Mensen die mij kennen weten, dat ik vrijwel nooit nee kan zeggen. Dus ook niet bij Stijn Mattheij, naar later bleek een bevlogen docent en enthousiaste onderzoeker, die  – de geanimeerde borrel na afloop van het symposium maakte dat duidelijk – ook muzikale talenten bezit.

Stijn Mattheij, Docent Environmental Sciences for Sustainable Energy and Technology (ESSET), Coordinator minor Biobased Economy, Onderzoeker lectoraat Biobased Energy Academie
Stijn Mattheij, Environmental Sciences for Sustainable Energy and Technology, Coordinator minor Biobased Economy, Onderzoeker Biobased Energy Academie (foto: Tanja Rizzo)

Op 19 mei 2016 was het zover: het afscheidssymposium – ook wel masterclass genoemd – over het onderwerp, waaraan Stijn Mattheij de laatste jaren veel onderzoek besteed heeft. De aanvankelijke titel van het symposium ‘Biomassa in de stedelijke omgeving’ was vertaald in ‘Biobased and Circular Economy’. De stedelijke omgeving was wel de opmaat voor boeiende voordrachten van Berend de Vries, Wethouder Milieu Tilburg, over de optimalisering van de inzameling van huishoudelijk afval – met onder meer het belang van de publieksbenadering – en van Myranda Beljaars, Adviseur Milieu Gemeente Breda over biomassa als bron voor stadsverwarming, een actueel thema vanwege de dreigende sluiting van de Amercentrale. De warmte moet immers ergens vandaan komen, wanneer de gasvoorraad slinkt. Beseffen alle politici dat?

De man van de ladder begint met het verhaal van de BelG 'Goh, ik dacht dat u allang dood was'
De man van de ladder begint met het verhaal van de Belg in Brussel:  ‘Goh, ik dacht dat u allang dood was’ (foto: Tanja Rizzo)

Zelf benadrukte ik de dilemma’s op de driesprong van de lineaire naar de circulaire economie, in het spanningsveld van overheid en markt,  met de onmiskenbare problematiek van een op preventie en hergebruik gericht beleid in een op consumptie ingestelde samenleving, Biomassa speelt daarbij een meervoudige rol; als voeding maar ook als grondstof, en zelfs als brandstof. De ladder van Moerman – een latere variant van de ladder van Lansink – heeft zelfs tien sporten nodig om de diverse functies een ‘hiërarchische’ plaats te geven. Voedselverspilling is een bekend probleem, ook elders in Europa, terwijl aan winning van biomassa voor de productie van industriele grondstoffen en energie – denk aan de import van houtsnippers – ook grenzen worden gesteld. Kortom: ook hier genoeg dilemma’s.

Stijn Mattheij over groei of broei: op de achtergrond de Rijn-Schelde-Delta met de rode (CO2) vlekken
Stijn Mattheij over groei of broei: op de achtergrond de Rijn-Schelde-Delta met de rode (CO2) vlekken (foto: Tanja Rizzo)

Uiteraard kwam Stijn Mattheij zelf ook aan het woord. Met een tiental studenten had hij onderzocht waar en hoeveel CO2 in de Rijn-Schelde-Delta – ruwweg noordwest België en zuidwest Nederland – wordt uitgestoten. De enorme hoeveelheid zou de aanleg van een CO2-pijpleiding rechtvaardigen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, vooropgesteld dat voldoende vraag ontwikkeld zou kunnen worden. Omzetting van duurzaam geproduceerde waterstof om met CO2 methaan en water te maken is dan wel een vereiste. Toekomstmuziek? Wellicht. De gasten begrepen in elk geval, waarom Stijn zijn ‘openbare slotles’ de titel ‘CO2: groei of broeigas?’ had gegeven. Zijn poging om via een goed onderbouwde kostenraming  de ladder van Lansink te vertalen in een voorkeursvolgorde voor energie uit biomassa bleek  (nog) niet haalbaar, onder meer door de te lage prijs van CO2-rechten.

Enemmers onder elkaar: Stijn Mattheij was aanwezig bij de presentatie van 'Arnhem 1950-1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu; op 17 april 2016 in Arnhem
Enemmers onder elkaar: Stijn Mattheij was aanwezig bij de presentatie van ‘Arnhem 1950-1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’, 17 april 2016 , Arnhem (foto: Tanja Rizzo)

Dat Stijn Mattheij na zijn afscheid van Avans niet achter de bekende geraniums terecht komt werd duidelijk toen hij een kort overzicht van zijn toekomstplannen presenteerde. De ‘groene samenleving’ is gelukkig nog niet van hem af, ook al waren de gasten graag bereid om hem uit te vlaggen toen hij in een gloednieuwe truck van Rolande LNG een korte rit mocht maken. Peter Hendrickx, de CEO van RolandeLNG, had even daarvoor uiteengezet, wat voor zware transporten de voordelen zijn, wanneer de trucks rijden op LNG, CNG en de Biobased varianten van deze schone – gekoelde en dus vloeibare – gassen. Zijn voorspelling dat voor personenauto’s elektriciteit en voor vrachtwagens en bussen gas de ideale brandstof zal worden, snijdt hout, een vorm van ideële biomassa. Waarmee de cirkel rond was, en de titel van Stijn’s afscheidsmiddag (in)gevuld.

 

 

Gloriejaren plugin hybride voorbij? Nee toch?

Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)
Volvo V60 D6 Twin Engine (Plugin Hybride)

Is me dat even schrikken? Rijd ik nog geen negen maanden met veel plezier in een Volvo V60 Plugin Hybride, en valt in Lux – de NRC zaterdagbijlage – mijn oog op een grote kop: ‘De gloriejaren van de plugin zijn voorbij’. Nu al voorbij? Wat is dat voor een verhaal, en nog wel van de hand van Bas van Putten, een onmiskenbare autoriteit op autogebied. De samenvatting maakt veel, zij het niet alles duidelijk. De befaamde autojournalist zegt met zoveel woorden, dat veruit de meeste hybride-kopers uit waren op het fiscale voordeel van de hybride ‘stroomkarren’ en geen oog hadden voor het beoogde milieueffect. Wat heb je dan nog aan zo’n auto vraagt hij zich af? Mijn antwoord: heel veel, ook los van de fiscale faciliteiten, die trouwens na vijf jaar wegvallen. Dat geldt niet voor de auto, die – het is immers een Volvo – aanzienlijk langer meegaat. Ik doel op de sublieme rijeigenschappen, zelfs wanneer de voorraad stroom – 50 km is inderdaad aan de krappe kant – op is. De ‘ecoguide’ in de Volvo V60 D6 TE  en de door Bas van Putten geteste Volvo XC90 T8 TE helpt de automobilist ook aan lage gebruikscijfers wanneer hij op diesel is aangewezen.

Even dacht ik: zou de koppenmaker van de NRC schuldig zijn aan de vreemde kop. Dat is nauwelijks het geval. De kop is terug te vinden in van Putten’s bijdrage, zij het met toevoeging van het woord ‘niettemin’ en vervanging van ‘van’ door ‘voor. Na een korte beschouwing over de inderdaad te rooskleurige verbruikscijfers en de daarop gebaseerde bijtelling, die de verkoop van plugin hybrides – waaronder ook de Mitsubishi Outlander PHEV – heeft gestimuleerd, schrijft Bas van Putten: ‘De gloriejaren voor de plugin zijn niettemin voorbij’. Van of voor, dat scheelt wel een slok op een borrel, of in autotermen: enkele kilometers per liter. Het verschil tussen van en voor spreekt wellicht alleen taalliefhebbers aan. Automobilisten meten intussen de ‘glorie’ van hun voertuig af aan een reeks eigenschappen. Natuurlijk staan bij een plugin de verbruikscijfers, en de exploitatiekosten voorop. Maar dat wil niet zeggen, dat andere eigenschappen niet zouden tellen. Integendeel: het rijgedrag, het geluid, de uitrusting, de levensduur, de veiligheid en – jawel – ook de milieueffecten, vooral in de stedelijke leefomgeving.

Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad aan stroom
Dashboard van mijn Volvo V60 D6 TE: 10,6 km gereden en nog 40 km voorraad stroom. Niet gek dus.

Zelf kan ik slechts oordelen over de Volvo V60 D6 TE. Welnu: het is een formidabele auto, die hopelijk nog veel ‘gloriejaren’ tegemoet gaat, met en zonder bijtelling. Wat ook telt: de zeer lage emissies in het stadsverkeer en op de regionale wegen, waar – wanneer de batterij leeg is – mooie verbruikscijfers kunnen worden gehaald. In de eerste maanden reed ik 1:40. Nu na 9200 km valt het gemiddelde verbruikscijfer met 1:30 lager uit als gevolg van een groter aantal langere tochten op autosnelwegen. Die cijfers pakken beter uit dan Bas van Putten in zijn (te) kritische verhaal aangeeft. Een grotere accucapaciteit is wenselijk, maar niet nodig om meer dan genoeg plezier aan de plugin hybride te beleven. Dat de overheid zijn hand overspeelde met de – naar later bleek – te ruimhartige fiscale prikkels kan niet aan de autofabrikanten worden verweten.

EU CEP: realisme zonder veel ambitie maar met afvalhierarchie

Verpakkingsmateriaal (Foto: Ad Lansink)
Verpakkingsafval (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

De Europese Commissie heeft op de afgesproken datum – 2 december 2015 – de nieuwe strategie voor de bevordering van de circulaire economie gepubliceerd. ‘Closing the loop’ is de naam van het ‘Circular Economy Package’ (CEP), dat naar eigen zeggen ambitieus genoemd wordt. Dat klinkt overdreven, temeer waar de kwantitatieve doelstellingen lager uitpakken dan die van het programma van de vroegere EC-commissaris Janez Potočnik. Frans Timmermans, de vicepresident van de EC trok dat stevige programma kort na zijn aantreden in. Zijn dereguleringsopdracht liet hem geen andere keus zo leek het. Na kritiek uit diverse hoeken, ook uit het Europees Parlement zegde Timmermans toe, dat hij samen met enkele betrokken collega’s een ambitieuzer programma zou opstellen. In het nieuwe bredere pakket zou circulaire economie de grondslag vormen.

Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen
Kwantitatieve verschillen tussen het ingetrokken en nieuwe pakket aan maatregelen

De toezegging van een ambitieuzer programma is met ‘Closing the loop’ niet waargemaakt. Nog afgezien van de vraag of alle kringlopen volledig gesloten kunnen worden, kiezen Timmermans c.s wel en  terecht de afvalhierarchie – de Ladder van Lansink – als kader voor de nieuwe aanpak.  Van deregulering is geen sprake. Dat is maar goed ook, want de weg naar circulaire economie vergt nu eenmaal sturing van overheidswege. Voeg daarbij de grote verschillen tussen de lidstaten, en duidelijk wordt, dat ook op het vlak van de harmonisatie nog veel te doen is. Het tijdpad van 15 jaar en het in 2030 te behalen recyclingpercentage van 65% betekenen een versoepeling ten opzichte van het door Potočnik ingediende plan, dat – zo bleek al eerder – op tegenstand van andere Europese commissarissen stuitte.

From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in 't Veld
From linear to circular : Schema uit De kracht van de Kringloop (2010) door Ad Lansink en Hannet de Vries-in ’t Veld

Het CEP oogt al met al realistisch. Maar betwijfeld mag worden of de circulaire economie de impulsen krijgt, die in het vooruitzicht zijn gesteld. Terugdringen van voedselverspilling en aanpak van het plastic vraagstuk zijn terechte prioriteiten. Maar deze actiepunten zouden ook buiten het ‘frame ‘ van de circulaire economie tot uitvoering moeten komen. Tegengaan van verspilling is feitelijk een zaak van keiharde preventie, en aanpak van de plasticvervuiling een soortgelijke uitdaging, liefst binnen maar eigenlijk ook buiten materiaalketenbeheer. Dat de EC het storten van afval sterk wil terugdringen is prijzenswaardig. Maar ook in dit geval wordt gekozen voor een geleidelijke weg. Een eerder overwogen ‘ban on landfilling’ is kennelijk van tafel geraakt. Ook verbranding van afval in het kader van ‘Energy of Waste’ programma’s blijft mogelijk. Wie het hele pakket aan maatregelen – een actieprogramma en een reeks voorstellen tot aanpassing van de richtlijnen – overziet, stelt vast dat ecodesign, recycling en industriele symbiose de pijlers zijn, waarmee de circulaire economie gestalte moet krijgen. De EC hecht terecht waarde aan de Extended Producer Responisibility. De gebruikers mogen echter niet vergeten worden. Daarom moeten naast gebruik van duurzame materialen ook product- en materiaalhergebruik krachtig bevorderd worden.

Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)
Pallets (Foto: Pascal Vyncke, www.seniorennet.be)

‘Timmermans gaat Europese afvalberg te lijf’, luidt de kop in het Financiële Dagblad van 2 december 2015. De onbevooroordeelde lezer vraagt zich af, of de vicepresident van de EC het hele afvalbeleid naar zich toe heeft getrokken, en ook of hij de eerste Eurocommissaris is, die de afvalproblematiek aanpakt. Dat is niet het geval. Eerdere milieucommissarissen wisten echt wel van wanten, getuige ook de verdergaande  voorstellen van Janez Potočnik. Timmermans is evenmin alleen verantwoordelijk voor het CEP. Zijn medecommissarissen Elzbieta Bienkowska (interne markt), Karmenu Vella (milieu) en Jyrki Katainen (banen en groei) hebben ongetwijfeld ook een bijdrage geleverd. De keuze van een bredere, op circulaire economie, gerichte aanpak, compenseert misschien de magere kwantitatieve doelstellingen van het in woorden wel omvangrijke pakket. Dat er nog veel werk aan de winkel is blijkt uit de  ‘circulaire dilemma’s, die hooguit impliciet aan de orde komen:

  • Sturing door de overheid of producentenverantwoordelijkheid
  • Fiscale regelgeving of geliberaliseerde markt (met internalisering van milieukosten?)
  • Bindende richtlijnen of vrijheid productontwerp(ers)
  • Nationaal beleid of internationale samenwerking en regelgeving
  • ‘Lease society’ of recht op eigendom
  • Regionale of continentale markten

Of de waar- en werkelijkheid wel of niet in het midden liggen moet de toekomst uitwijzen. Stakeholders hebben de tijd tot 2030.  Intussen blijft de Ladder van Lansink richtingwijzer voor het materiaalketenbeheer. Dat is geen verassing voor politici en beleidsmakers, die weten dat alleen het uitspreken van de woorden ‘circulaire economie’ onvoldoende is voor een echte transitie.

 

 

 

 

Kolencentrales dicht? Reactie op onbezonnen Open Brief

OLYMPUS DIGITAL CAMERABeroepskantelaar Jan Rotmans heeft maar liefst 63 hooggeleerde dames en heren bereid gevonden om zijn brief met het verzoek om alle Nederlandse kolencentrales – ook de nieuwste installaties op de Maasvlakte en in de Eemshaven – te sluiten, te ondertekenen. En Trouw is er als de kippen bij om haar etiket van duurzaamheid op te poetsen door de oproep van Rotmans en de zijnen op de voorpagina te plaatsen. Aanleiding voor de brief van de hooggeleerde actiegroep is de Klimaattop, die binnenkort in Parijs wordt gehouden. Nederland zou de opgelopen achterstand bij het klimaatbeleid moeten inlopen door een ferm gebaar, aldus de briefschrijvers, die de opstelling van hun even opzienbarend als onvoldragen document kennelijk aan Rotmans hebben overgelaten. De staccato-zinnen over een vraagstuk, dat een evenwichtiger aanpak vergt, zijn kenmerkend voor de man die het sluiten van de kolencentrales afdoet als een investeringsrisico. ‘Een eventuele schadeloosstelling door de overheid valt hierbij niet uit te sluiten’, aldus de auteur, die kennelijk niet weet wat wel en wat geen investeringsrisico’s zijn. De verleende vergunningen verplichten de overheid tot schadeloosstelling van de energiebedrijven zo zij sluiting zou afdwingen.

Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje) Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)
Primaire energievraag in PJ (links) en CO2-emissies in Mt (rechts) in 2012 voor de functies lage temperatuurwarmte (paars), hoge temperatuurwarmte (groen), licht,apparaten en databeheer (blauw) en transport en mobiliteit (oranje)
Bron: Rijk zonder CO2, RLI (september 2015)

Dat Rotmans de ene fossiele brandstof  inruilt voor de andere is klaarblijkelijk even gewoon als het wegpoetsen van biomassa uit het alom bepleitte pakket voor duurzame energie. Het stoken van gas gaat inderdaad gepaard met een substantieel lagere CO2-uitstoot. Maar nog afgezien van de prijsvorming – de gascentrales staan niet voor niets stil – moet dat gas ergens vandaan komen. De Nederlandse gaskraan gaat geleidelijk dicht. Russisch gas is minder welkom, dan maar Noors gas redeneren de verzamelde briefschrijvers, die de leveringszekerheid over het hoofd zien. Over briefschrijvers gesproken: onder de brief van Jan Rotmans prijken veel namen van mensen, die zich al jaren sterk maken voor duurzame ontwikkeling en een krachtig klimaatbeleid. Zij kunnen bogen op kennis van en inzicht in veel, zo niet alle aspecten van het klimaatbeleid. Echter: klimaatbeleid staat niet op zichzelf. Sociale, economische, financiële en juridische aspecten spelen ook een rol. Juist daarom mag van hele en zelfs halve insiders een evenwichtige benadering gevraagd worden. Aan die eis voldoet de open brief niet, al was het alleen al omdat volstrekt voorbijgegaan wordt aan het mechanisme en de werking van de Europese elektriciteitsmarkt.

EnergieakkoordVoorts wordt vergeten, dat alle bij het klimaatbeleid betrokken partijen het Nationaal energieakkoord hebben getekend, waarin de nieuwe, moderne elektriciteitscentrales een rol van betekenis blijven spelen tijdens de transitie naar een meer hernieuwbaar energiesysteem. Kolencentrales stoten inderdaad per energie-eenheid de meeste CO2 uit. Maar in absolute termen zijn verkeer en vervoer forse CO2-uitstoters, die ook de emissie van fijn stof op hun geweten hebben. Vlak verder het warmtegebruik in de gebouwde omgeving niet uit. Jan Rotmans en zijn hooggeleerde actiegroep moeten weten, dat de moderne elektriciteits- en afvalcentrales in toenemende mate hun restwarmte ter beschikking stellen van warmtenetten, in Zuid-Holland en in de regio Arnhem en Nijmegen. De daarmee gepaard gaande relatieve vermindering van CO2-emissies dient mee te tellen. En over tellen gesproken: de financiële onderbouwing van de open brief laat te wensen over. Reken maar na: een jaarlijkse kostenpost van bruto respectievelijk netto €800.000.000 en €300.000.000 kost de samenleving aanzienlijk meer geld dan de €10 hogere elektriciteitsprijs, die gezinnen volgens Rotmans zouden moeten betalen. De briefschrijvers menen hun pleidooi kracht bij te kunnen zetten door te verwijzen naar de ontwikkelingen in Engeland, Duitsland, de Verenigde Staten en China, een even begrijpelijke als discutabele verwijzing. Begrijpelijk omdat de besluiten en voornemens elders inderdaad laten zien, dat fossiele brandstoffen als steen- en bruinkool op termijn hun betekenis gaan verliezen. Maar discutabel omdat de kontekst in die landen niet met die in Nederland is te vergelijken. England – bij voorbeeld – vervangt kolen door gas- en kerncentrales.  Ook de termijnen van de besluitvorming gaan 2020, het jaartal van Rotmans, fors te boven. Ik ben voor een stevig klimaatbeleid. Maar Kabinet en Kamer doen er goed aan de open brief van de 64 hoogleraren voor kennisgeving aan te nemen. Niet meer dan dat. De uitvoering van het Nationaal Energieakkoord is al moeilijk genoeg.