Categorie archief: Kunst

Dwalen door herinneringen

Thomas Verbogt, in gesprek met Marie Antoinette van Kuyk-Minis en Koos van Tol in de Oude Bartholomeuskerk in Beek op 9 april 2017

Met Thomas Verbogt en Marie Antoinette van Kuyk-Minis terug naar de jaren zeventig

Dwalen door herinneringen: die drie woorden zijn onlangs gekoppeld en gemunt door Thomas Verbogt in een van zijn dagelijkse columns in De Gelderlander. Ik dwaal soms door mijn herinneringen, aldus de schrijver die – hoewel woonachtig in Amsterdam – Nijmegen noch Arnhem kan en wil vergeten. Omgekeerd dwalen herinneringen ook door Thomas Verbogt, zo bleek op een zonnige zondagmiddag in het Oude Bartholomeuskerkje van Beek, waar hij voor de Vrienden van Harry van Kuyk op uitnodiging van Marie Antoinette van Kuyk-Minis herinneringen ophaalde aan de befaamde kunstenaar. Halverwege de jaren zeventig had hij Harry leren kennen, toen hij met zijn mederedacteuren van het literaire tijdschrift De Schans – Frans Kusters, Arnold Fasel en Nop Maas – besloot om met het blad van de GBK een dubbelnummer uit te geven. Verbinding van beeldende kunst en literatuur: daar mocht toch veel goeds van verwacht worden. Koos van Tol, graficus  en destijds uitgever van het GBK-blad was het daar natuurlijk mee eens.

Het grafische werk van Harry van Kuyk, in het bijzonder zijn vermaarde reliëfdrukken. leende zich niet voor de grote oplage van De Schans, in tegenstelling tot het werk van Geert Jan van Oostende, Maarten Beks, Klaus van de Logt, Sven Hoekstra en andere kunstenaars, die in die tijd al furore maakten. Maar de vriendschap tussen de kunstenaar en de schrijver was er niet minder om, integendeel. Het tweetal zag en ontdekte veel in elkaar, ondanks – of juist door – de tegengestelde karakters. Harry van Kuyk was, zo vertelde Thomas Verbogt aan de Vrienden – veel en vaak aan het woord, maar boeide hem. Dat kwam ontegenzeggelijk door de gedeelde voorliefde voor vernieuwing, en door de gezamenlijke passie voor het schrijven. Want Harry van Kuyk was niet alleen graficus, maar ook schrijver en verteller. Dat enige overdrijving hem niet vreemd was, kon Thomas Verbogt niet schelen, zo bleek ook uit de anekdotische beschouwing over gedeelde belevenissen in de jaren zeventig, onder meer bij Cafe De Gouden Leeuw.

Dwalen door herinneringen: dat deden de Vrienden van Harry van Kuyk ook. Marie Antoinette had voor de komst van Thomas Verbogt al een aanzet gegeven met het verhaal over geit Lellebel, die een jaar later werd afgelost door een speenvarken. Navertellen van de hilarische gebeurtenissen in de Oude Kerk van Ooij, waar Harry toen woonde, is een onmogelijke opgave. Vandaar deze uiterst korte aanduiding van de bacchanalen, die als alternatief voor de pakjesavond van 5 december rond de geit en het speenvarken werden aangericht. Het bijzondere verhaal van Thomas Verbogt over Harry’s eerste vrouw Rita, en over de wijze waarop Marie Antoinette haar plaats in nam, maakten de tongen opnieuw los. Thomas Verbogt is overigens van plan zijn herinneringen aan de Hessenberg, waar hij van Rita met Arnold Fasel moest gaan kijken of Harry van Kuyk nog leefde, ooit te gebruiken als deel van een roman over zijn Nijmeegse jaren. Hopelijk vindt de even productieve als boeiende schrijver in de komende jaren de tijd om deze unieke dwaaltocht door eigen en andermans herinneringen aan het papier toe te vertrouwen.

Saamhorigheid telt, ook in 2017

Saamhorigheid telt : Beeldengroep Binnenstad (2005-2015) van Cor Litjens, in St Stevenskerk Nijmegen, 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm, Foto: Picture Productions Nijmegen

Volgens Bas Heijne – de terechte winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017 – is de grondtoon van het wereldwijde conflict eerder ideologisch dan sociaaleconomisch van aard. In een voortreffelijk essay (NRC, 31 december 2016) plaatst Bas Heijne universalisme tegenover nationalisme, gelijkheidsdenken tegenover groepsdenken, het streven naar gezamenlijkheid tegenover het zoeken naar een identitaire eigenheid. Verklaarde Europeanen zullen bij de beoordeling van deze polariteiten waarschijnlijk kiezen voor universalisme en gezamenlijkheid. De keuze tussen gelijkheidsdenken en groepsdenken is moeilijker, hoewel vervanging van gelijkheid door gelijkwaardigheid wonderen doet. Hoe het ook zij, voor mij zijn  nationalisme en populisme – bedenkelijke vormen van groepsdenken – niet weggelegd. Ik houd het liever op trefwoorden als verbondenheid en betrokkenheid, optimisme en enthousiasme in de wetenschap, dat saamhorigheid telt.

Kop boven commentaar NRC (31-12-2016) – Op achterzijde foto Bisschop Gerard de Korte: ‘Ik kan het geloof van een ander helemaal niet toetsen’ – een voortreffelijk interview

Op 31 december 2015 schreef ik op deze plaats, dat terugkijken om vooruit te kunnen een uitdaging inhoudt. Dat geldt vooral nu de omstandigheden binnen en buiten de eigen leefwereld eerder zorgelijk zijn dan dragelijk, eerder pessimistisch stemmen dan optimistisch ogen. Die uitdaging klemt temeer, nu angst de samenleving in haar greep lijkt te houden, zo voegde ik toe in de hoop dat 2016 saamhorigheid dichterbij zou brengen. Maar niets bleek minder waar. De NRC kopt boven het hoofdredactionele commentaar: Afscheid van een jaar waarin alle zekerheden leken te verdwijnen.  Dat is een rake kop. Dat in de woorden ‘alle’ en ‘leken’ een tegenstelling ligt ingesloten, doet niets af aan de zorgelijke inhoud van het commentaar, waarin ‘de nieuwe salonfahigkeit van Poetin verbijsterend’ wordt genoemd. Terecht natuurlijk, hoewel nogal wat media vergeten, dat zij via ‘free publicity’ de salonfahigketi van allerhande politieke figuren danig vergroten. Maar dat terzijde.

Over een ander gezicht gesproken; Ad Lansink bewondert kennelijk Maarten van Rossum, bij de Cannenburg in Vaassen (2015) (Foto: Bert Jan Nijhuis)

Een jaar geleden had ik net de laatste hand gelegd aan een voorwoord en een reeks minicolumns voor Arnhem 1950 – 1960 – Beelden van een stad tussen ooit en nu: een fotoboek, samengesteld door Gerrit Middelbeek, dat een belangrijke periode van de Arnhemse geschiedenis zichtbaar maakt. Het Arnhems Historisch Tijdschrift wijdde onlangs een mooie, uiterst positieve recensie aan het fraai uitgegeven boek. Ik schreef daarin: ‘Tijden veranderen en met de tijden de mensen op de weg van vroeger naar later, van jeugd naar volwassenheid, van ooit naar nu, De samenleving kreeg (en krijgt) een ander gezicht’. De vraag is natuurlijk hoe dat ander gezicht er in 2017 uit gaat zien, niet alleen in Arnhem of Nijmegen, in Nederland of Europa. Nee, ook verder weg. De hele wereld is langzamerhand het domein van iedereen geworden: een even uitdagende als beangstigende constatering. Want dichtbij huis is het leven vaak al pittig genoeg.

Logo van het ‘Challenging Changes’ project. Ontwerp: Sophie van Kempen en Ad Lansink

Wie schrijft, die blijft. Had ik eind 2015 de teksten gereed voor het boek over Arnhem, nu is dat het geval met de hoofdstukken van en interviews voor Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy, het boek dat in de loop van 2017 moet gaan verschijnen. Jan Storm, de immer actieve pleitbezorger voor duurzaam afvalbeheer, zette mij in 2015 op het spoor. Hij vond dat ik in aansluiting op De Kracht van de Kringloop – het boek dat ik in 2010 samen met Hannet de Vries- in ’t Veld publiceerde – een Engelstalig boek moest schrijven over de wisselwerking tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie, het trefwoord van vandaag en morgen. Na de bekende bedenkingen ben ik halverwege 2015 voorzichtig begonnen; 2016 werd het echte schrijf- en interview-jaar. Het schrijf- en redactiewerk is nu zover gevorderd, dat vormgeefster Sophie van Kempen vanaf februari 2017 aan de slag kan, nadat de ‘Editorial Board’ groen licht heeft gegeven, ook voor tussentijdse informatie over het pittige project: Challenging Changes: uitdagende veranderingen, het is tegelijk mijn wens voor een voorspoedig 2017 in de tamelijk stellige wetenschap, dat saamhorigheid telt, waar dan ook.

 

Wintertuin

Winterjasmijn

Op de grens van herfst en winter valt er op het eerste gezicht in de tuin weinig te beleven. De afgevallen bladeren zijn opgeruimd, en de bladkorven – een staaltje gemeentelijke dienstverlening – leeggemaakt en opgeruimd. De bladblazers en veegwagens hebben op een paar straten na hun plicht gedaan.

Engel van Andreas Hetfeld

Maar wie zijn al dan niet geoefende ogen de kost geeft ontdekt toch nog wat kleuren, niet fel of uitbundig, wel passend in de sombere,   in 2016 wel erg donkere dagen voor Kerstmis. Neem de resterende bessen van de Schoonvrucht (Callicarpa), in de volksmond ‘Paarse Besjes genoemd. De kleine vruchtjes vallen op tegen de achtergrond van enkele groene heesters, die hun blad niet verliezen. De beuk doet dat wel maar wacht daarmee tot de nieuwe knoppen zichtbaar worden.

Callicarpa

De gele taxus (Baccata ‘Fastigiata Aurea’) – met zijn merkwaardige gele top een bijzondere versie van een alledaagse heester – zorgt met de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) en de nog resterende bladen van de Ribes, dat geel de winnende kleur is in het eenvoudige maar aansprekende herfst-winter-palet.

Gele taxus

Het beeld van Andreas Hetfeld bij de bijna bladerloze Ribes – op de sokkel van de Millingse gemeentewerf – en de sculpturen van Cor Litjens en Coen Vernooy bij de van elkaar verschillende Cotoneasters trekken zich gelukkig niets aan van de wisseling van de jaargetijden. De beelden verliezen blad nog kleur en voegen zich gedwee naar het licht van alledag. Dat de tuin in herfst en winter meer beeldentuin is dan in lente en zomer laat zich intussen raden: troost en bemoediging tegelijk, want de dagen gaan gelukkig weer lengen.

Poort van Cor Litjens, achter Cotoneaster

Percy Bysshe Shelley (1792 – 1822)  een befaamde Engelse romanticus, schrijver en dichter vroeg zich in ‘Ode to the West Wind’ in 1819 hardop af: If Winter comes,  can Spring niet far behind? Was hij niet zeker van zijn zaak omdat hij weinig wisseling van jaargetijden had meegemaakt? Of was het slechts een retorische vraag, waarop de jonge dichter het antwoord wel wist?

Object van Coen Vernooij

Hoe het ook zij: de wintertuin laat  naast de bloemen van de Winterjasmijn ook al heel wat nieuwe knoppen zien: ontegenzeggelijk de  voorboden van de tijd, die komen gaat met het licht, dat somberheid verjaagt en nieuw leven ruimte geeft, in goede en (vooral) slechte tijden.  Natuur en kunstenaars wijzen steeds weer de weg in en naar de (soms) weerbarstige  werkelijkheid van alledag. Tegen deze achtergrond wens ik mijn lezers met dit bericht uit de wintertuin niet alleen een mooie overgang van herfst naar winter maar ook een kleurrijk, voorspoedig en vooral gezond 2017.

De Overkant van Marena Seeling bij Galerie de Natris

_MG_0152biDe spectaculaire veranderingen, die Nijmegen ten noorden van de Waal ondergaat met de ontwikkeling van de nevengeul – nu Spiegelwaal genaamd – zijn een oneindige bron van inspiratie voor Marena Seeling. De kunstenares, die een karakteristiek handschrift heeft ontwikkeld, ontdekte tijdens het graven van de nevengeul en de bouw van bruggen en oevers een heel nieuw landschap.

_MG_0190biGewapend met haar blote oog en met een camera trok Marena af en toe naar de rivier, die nu dwars door Nijmegen loopt in plaats van er omheen. Grote en kleine bruggen overspannen het water, dat zijn eindeloze weg blijft zoeken tussen de kade en de uiterwaarden, langs de betonnen keerwand en de stevige pijlers van de spoorbrug, en door de nieuwe Spiegelwaal

_MG_0273biNog voordat bewoners en bezoekers het nieuwe stadseiland en zijn naaste omgeving hebben leren kennen en waarderen, heeft de kunstenares al fraaie beelden geschetst van wat de toekomst aan indrukken en gevoelens gaat oproepen. Herkenbare en abstracte beelden wisselen elkaar af, met verrassende kleurstellingen, die andere vergezichten oproept, letterlijk en figuurlijk.

_MG_0278biDe aquarellen lijken eenvoudig, maar bevatten ook in detaillering onvermoede aspecten. Zij roepen een sfeer van ruimte op, maar ook van geborgenheid. Een alles omvattende  omschrijving van de aquarallen, schilderijen en objecten is, anders dan de titel ‘De Overkant’ van de expositie doet vermoeden,  niet te geven, nog afgezien van het feit dat ‘De Overkant’ zelf al een meervoudige betekenis kent.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

De invalshoek van de vier windstreken biedt de kunstenaar en de toeschouwer een breed scala aan indrukken. Datzelfde geldt voor het tijdstip van de dag, het jaargetijde of het weer. Het wekt dus geen verbazing, dat Marena Seeling het kleurrijke domein van  ‘De Overkant’ in meer dan honderd aquarellen heeft weten te vangen. De schilderijen in klein en groot formaat vormen een welkome aanvulling op de reeks aquarellen, een  verdieping tegelijk.

Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, olie op linnen, 120 x 160 cm

Bij de goed bezochte opening van de expositie in Galerie de Natris aan de Nijmeegse van Dulckenstraat bracht Coen Vernooij ‘Lost Tapes’ ten gehore, een eigen compositie, gebaseerd op de bijzondere landschappen van Marena Seeling. Ook niet-geoefende luisteraars ontdekten met speels gemak de samenhang tussen de melodieën en tonen uit Coen’s baritonsaxofoon en de meervoudige verbeelding van ‘De Overkant’: de door mensen en machines geschapen nieuwe natuur in Nijmegen.

Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm
Marena Seeling, z.t. 2015, aquarel, 17 x 23 cm : alle afbeeldingen op de rechterzijde

Het werk van Marena Seeling is tot en met 28 februari 2016 te zien bij bezichtigen, bij Galerie de Natris, van Dulckenstraat 10 te Nijmegen. De galerie is  elke zondagmiddag open en voorts op afspraak.

 

 

Farewell to Ted Felen (1931 – 2016)

Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken (2015) Foto: Ger Loeffen
Ted Felen bij een van zijn laatste kunstwerken: glas-in-loodraam voor het Hospice in Wychen (2015) Foto: Ger Loeffen

Het overlijdensbericht van Ted Felen overviel me. Ik had de even gedreven als befaamde Nijmeegse kunstenaar weliswaar enige tijd niet meer gezien en gesproken. Maar ik meende, dat hij het gelet op zijn leeftijd redelijk goed maakte. Dat was dus niet het geval, zo maakte ik op uit de woorden van zijn dochter Phoebe in de Gelderlander. Ik moest op de dagen na zijn overlijden steeds weer aan Ted denken. De talloze ontmoetingen en gesprekken maakten het moeilijk om te beseffen, dat hij plotseling niet meer zou aanbellen zoals hij soms deed. Even bijpraten of vertellen over waar hij mee bezig was: een nieuw project of de uitgave van een boek. Dat hij en passant vroeg om bij voorbaat in te tekenen, deerde mij niet. Want de ervaring had geleerd dat Ted Felen altijd zorgde voor een goede en mooie afronding van waar hij met vaste overtuiging aan begonnen was.

Ted Felen: Psalm 66 (985) Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen
Ted Felen: Psalm 66 (985)
Drie glas-in-loodramen in Huize Nijevelt, Nijmegen

Onze eerste ontmoeting staat mij nog steeds bij. Het was niet in de City Bar waar ik veel kunstenaars heb leren kennen, maar tijdens een campagne voor de raadsverkiezingen in de jaren 70. Ik bemande in het Winkelcentrum Dukenburg een verkiezingskraam voor het CDA, in de buurt van juwelier Jaap Mooi, die later de beroemde glazenier als liefhebber van zangeres Annie Schilder zou ontmoeten. De pittige maar vriendelijke discussie met een even openhartige als charmante man, waar ik toen al tegen op keek, over allerlei politieke kwesties – plaatselijk maar ook landelijk – zou gevolgd worden door meer ontmoetingen, eerst toevallig maar later bewust, ook als leden van het Haringgenootschap van Peter van de Laar. Ted Felen was een aangename gesprekspartner, die zijn soms felle mening niet onder stoelen of banken stak maar tegelijk open stond voor argumenten. Zijn eruditie en ervaring maakten hem tot een gezaghebbend iemand, die met passie zijn verhalen vertelde. Met dezelfde hartstocht en enthousiasme werkte hij aan zijn glas-in-loodramen en aan zijn opvallende schilderijen, veelal grondslag voor zeefdrukken met de cirkel als inspiratiebron.

Adieu - Black Friday - Farewell: Drie zeefdrukken van Ted Felen ter nagedachtenis aan zijn moeder
Triptiek triste: Farewell – Black Friday – Adieu: Drie zeefdrukken van Ted Felen (1992)ter nagedachtenis aan zijn moeder, die op 20 december 1991 was overleden

Dat hij ook goed kon schrijven, bleek uit zijn columns over zijn geliefde NEC in De Brug. Toen ik die columns las, kon ik niet weten dat de gedeelde belangstelling voor voetbal later zou leiden tot een verdubbeling van onze ontmoetingen. Ted Felen ontdekte namelijk, dat ik als vicevoorzitter van de KNVB en bondsridder vrijkaarten voor interlandwedstrijden kreeg.Hij meldde zich vlug als kandidaat-afnemer, met een zeefdruk als ruilobject. De eerste zeefdruk aanvaardde ik dankbaar, bij de tweede toonde ik grote aarzelingen. Ik vond het al mooi genoeg, dat ik de  goedgeefse kunstenaar met de toegangsbewijzen voor de Kuip of de Arena een plezier kon doen. Maar Ted  stond erop, dat ik een serie zou opbouwen.

No Nonsense - Farewell to Mr Ruud L. Zeefdruk, Ted Felen (1994)
No Nonsense, Farewell to Mr Ruud L.
Zeefdruk, Ted Felen (1994)

Op zeker moment kwam hij zelfs aanzetten met een fraaie map om de zeefdrukken te kunnen bewaren. Bij een van zijn bezoeken  heb ik Ted laten zien, hoe zijn reeks prenten – waaronder Adieu, Black Friday en  Farewell – een mooie plaats hebben gekregen in wat een keldergalerie lijkt maar niet is. De belangstelling voor het politieke wel en wee, in Nijmegen en den Haag, leverde bij elke ontmoeting gespreksstof op. Ted Felen kon zich vooral opwinden over het sociale beleid, van welke coalitie dan ook. Ik keek daarom des te meer op van zijn waardering voor staatssecretaris Lou de Graaf, die met zijn beleid – met name de afschaffing van de BKR-regeling – appelleerde aan de lijn van rechtvaardigheid, waarvoor Ted zich in onze gesprekken steeds sterk maakte. Ook Ruud Lubbers boeide hem, zo liet hij vaak merken, wanneer we weer eens aan het discussieren waren over het gedoe aan het Binnenhof. Liefhebbers van Ted’s zeefdrukken waren misschien verwonderd over de prent ‘No Nonsense’, waarmee hij in 1994 de langst zittende naoorlogse premier uitluidde en bedankte.  De ondertitel van de zeefdruk luidt ‘No Farewell to Mr L’.

Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd voor 'Beeldspraak' door Ad Lansink (2007)
Ted Felen in zijn atelier (2007), gefotografeerd door Ger Loeffen voor ‘Beeldspraak’ door Ad Lansink

Toen ik begin 2007 Ted Felen vroeg of ik langs mocht komen voor Beeldspraak, het boek waarin ik een reeks van 25 gesprekken met kunstenaars uit het Rijk van Nijmegen wilde vastleggen zei Ted onmiddellijk en enthousiast met zijn karakteristieke stem ja. De toezegging bleef staan, toen ik hem zei. dat van elke kunstenaar een werkstuk werd gevraagd voor het kunstproject van het Taborhuis. Dank zij de medewerking van alle kunstenaars – ook en in het bijzonder Ted Felen – is Beeldspraak een groot succes geworden.

EPSON MFP image
Cirkel van Ted Felen in foutdruk van Beeldspraak

Ik schrijf ‘in het bijzonder’ vanwege een anekdotisch voorval, waarbij Ted Felen betrokken was. Tijdens de signeersessie, waarbij alle kunstenaars hun interview een klein deel van de oplage zouden signeren, ontdekten Karin en Theo Elfrink, dat in een boek twee pagina’s niet bedrukt waren. Een dubbel toeval: vader en dochter, en hun pagina’s. Ter plekke besloot Ted, met hulp van Ronald Tolman, Rob Terwindt, Bob Lejeune, Sven Hoekstra, Andreas Hetfeld en Cor Litjens van dat exemplaar een ‘Speciale Aditie’ te maken: een geïllustreerde herinnering aan een van de vele ontmoetingen met Ted Felen.

Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)
Ted Felen voor zijn glas-in-loodramen in de Kapel van Huize Joachim en Anna, na de renovatie (Foto: Ad Lansink)

Ted Felen blijft voor mij de monumentale, door veel mensen geliefde kunstenaar, die met zijn glas-in-loodramen op diverse plaatsen in Nederland grote indruk heeft gemaakt. Zijn signatuur – persoonlijk handschrift – is onmiskenbaar. Kijk maar naar zijn glas-in-loodramen in Huize Joachim en Anna aan de Groesbeekseweg, die we na de renovatie samen hebben  staan bewonderen. Of bezie in gepaste stilte de ramen in Huize Nijeveld aan de Heyendaalseweg, waarvan de toekomst ook is veilig gesteld, wanneer de nieuwbouwplannen tot uitvoering komen.

De eerste nacht
De eerste nacht

Dat Ted  prediker en waarheidszegger tegelijk was – en is want zijn werk  blijft – leert ook zijn schitterende Kruisweg,  in 1963 ontworpen voor en geplaatst in de Kerk van Maria ten Hemelopneming aan de Kaaplandstraat te Nijmegen. Na de afbraak van de kerk wad aanvankelijk onzeker wat met de 14 Staties zou gebeuren. Na wat geharrewar heeft de Dominicuskerk aan de Molkenboerstraat zich over de Ted’s Kruisweg ontfermd. Daar zijn de bijzondere voorbeelden van religieuze kunst nog steeds te bewonderen.

Ted Felen: Kruiswegstatie 12 Jezus sterft aan het kruis Dominicuskerk Nijmegen (19630
Ted Felen: Kruiswegstatie 12 (1963) – Jezus sterft aan het kruis – nu in Dominicuskerk te Nijmegen

Zijn schilderijen en zeefdrukken met de cirkel als leidend thema stralen verbondenheid en saamhorigheid uit, waarden die de samenleving hard nodig heeft. De glazenier en graficus, die niet van stellingen hield, maar wel van vraagstellingen heeft ons met zijn transparante verbeelding van de werkelijkheid doen beseffen, dat bescheidenheid des te meer telt, wanneer het resultaat van alle denk- en handwerk inspireert, en de verbeelding overstijgt. Het was een voorrecht om Ted Felen te hebben ontmoet en gekend. Het doorgeven van zijn geestkracht en boodschap is een opgave en uitdaging.

Kerstgroep van Gerard Mathot in Petrus Canisiuskerk

20140101_012234
Kerststal van pater Gerard Mathot C.ss.R. in Petrus Canisiuskerk te Nijmegen (dec 2015)

Elk jaar maakt de Nijmeegse Petrus Canisiuskerk de essentie van het Kerstfeest  zicht- en voelbaar in drie verschillende kerstgroepen, die elk op eigen wijze de geboorte van Jezus verbeelden. De kerstgroep van de Nijmeegse kunstenaar Wim van Woerkom (1905-1998), die destijds ook de kruiswegstaties en de glas in betonramen voor het nieuwbouw-deel van de kerk ontwierp, spande meestal de kroon. Of dat ook in 2015 zo is, valt te bezien. Want een van de drie ‘eigen’ kerstgroepen maakt dit jaar plaats voor de befaamde kerstgroep van pater Gerard Mathot C.ss.R. (1911-2000), die in de jaren 1963 tot 1967 een kerstgroep maakte voor zijn eigen kloostergemeenschap.

Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, edemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003)
Kerststal van Gerard Mathot, Nebo, Nijmegen. Afbeelding uit: Gerard Mathot, redemptorist en kunstenaar, door Leo Ewals, Kemper Conseil Publishing (2003). Aan dit boek zijn enkele gegevens ontleend voor dit bericht.

De redemptoristen, die tot voor enige jaren de Nebo bewoonden en liturgie vierden in de Gerardus Majellakerk – beeldbepalend element van het indrukwekkende complex aan de Nijmeegse Baan – hebben de bijzondere kerststal van priester-kunstenaar Gerard Mathot in bruikleen gegeven aan de jezuieten van de Petrus Canisiuskerk, op voorwaarde, dat zij de kerstgroep van hun vroegere medebroeder soms afstaan aan en met hun technische ploeg opstellen in Klooster Wittem, de hoofdvestiging van de redemptoristen. Het aanbod is in dank aanvaard in de verwachting, dat veel bezoekers van het Nijmeegs stadscentrum Gerard Mathot’s verbeelding van het kerstmysterie gaan bewonderen.

20140101_012412
Detail: Een van de Wijzen uit het oosten

Gerard Mathot C.ss.R was in de tweede helft van de vorige eeuw niet alleen een geliefd priester – onder meer als rector van de Maartenskliniek – maar ook een gerespecteerd kunstenaar, die in Nijmegen en daarbuiten zijn sporen in meer opzichten heeft verdiend, ook in de kunstwereld. Bij het ontwerpen van zijn kerstgroep – een fraaie combinatie van decor, figuren en kostumering – koos de priester-kunstenaar voor de formule van een toneelvoorstelling, of beter: een mysteriespel, zoals dat in de middeleeuwen in kerken werd opgevoerd, en later ook op markten.

Detail: Engel met zeshoekig kruis

De geschiedenis speelde in de beleving van de toeschouwers een belangrijke rol. Daarom legde de kunstenaar een koppeling naar het verleden. Hij verbeeldde in het opvallende decor een kapel, die herinneringen oproept aan de vroegere paleiskapel op het Valkhof. De nu nog bestaande ruïne is de apsis en een deel van het vroegere priesterkoor. Het decor van Gerard Mathot verbeeldt de bouwval van een koninklijk paleis,  waarin een eenvoudige  stal is ingericht. Hij gaf daarmee de relatie aan tot de afstamming van Christus uit het koninklijk huis van David, waarvan de luister verloren was gegaan. De boomstronk herinnert aan Isaias 11.1: ‘Van de gevelde boom blijft een stronk over’, niet meer dan dat.

Detail: Jozef en Maria met Kind
Detail: Jozef en Maria met Kind

Het betrekkelijk eenvoudige decor is gemaakt van papier mache. De  figuren van gips zijn beschilderd met waterverf. Paula Swenker – haar familie was bevriend met ‘buurman’ Gerard Mathot – zorgde voor de mooie kostumering. De opstelling in de Petrus Canisiuskerk wijkt enigszins af van de wijze, waarop de priester-kunstenaar in de Nebo  de traditionele figuren  in het verrassende decor plaatste. Josef, Maria en het kind hebben hun plaats onder de Engel – met de zeshoekige, uit twee gelijkwaardige driehoeken opgebouwde Davidsster (zie nadere Toelichting) – behouden.

Detail: Herdering met os en schaap
Detail: Herdering met os en schaap

De Wijzen uit het Oosten met hun bekende gaven  – goud, wierook en mirre, symbool voor koningseer, eerbied en lijden  – krijgen in de Molenstraatkerk meer ruimte. De os en de ezel, symbool van de volken, die zich wel tot Christus hebben bekeerd, komen in het evangelie niet voor, wel in de beginregels van het boek Isaias: “Hoort, hemelen, en neig uw oor, aarde. Want de Heer spreekt. Ik heb kinderen voortgebracht en opgevoed, maar ze zijn van Mij afvallig geworden. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn Heer, maar Israël heeft geen besef, mijn volk geen inzicht”. In een begeleidend schrijven schreef Gerard Mathot: ‘Zo staan die dieren daar als voorbeeld en vermaan’.

Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen
Kerststal van Wim van Woerkom in de Petris Canisiuskerk Nijmegen

De os en de ezel krijgen in een actuele column van Jan Stuyt SJ ook speciale aandacht. De oud-pastoor van de Petrus Canisiuskerk schrijft in Ignis Webmagazine, tijdschrift van de jezuïeten over geloof en samenleving, in een boeiende bijdrage, getiteld ‘Herders, wijzen en ander schorriemorrie’,  over de betekenis van de kerststal voor de vluchtelingenproblematiek, met een bijzondere etymologie van het woord ‘schorriemorrie’:

De ezel volgens Gerard Mathot
De een volgens Gerard Mathot

In de kerststal staan en knielen ze naast elkaar: rijk en arm, vluchteling, gastarbeider en expat. De meerderheid bestaat uit jonge mannen. De scène wordt compleet gemaakt met de os en de ezel – de reisdocumenten van deze twee grote huisdieren zijn niet te vinden in het Evangelie, maar in de aanhef van de boekrol van Jesaja: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.” In het Hebreeuws worden ossen en ezels vertaald als: sjorim we chamorim, oftewel schorriemorrie.

De os volgens Gerard Mathot
De os volgens Gerard Mathot

Terug naar de wijze woorden van Gerard Mathot: Voorbeeld en vermaan. Dat zijn niet de enige woorden die te denken en te doen geven bij de verbeelding van wat twintig eeuwen geleden in Betlehem gebeurde. De verkondiging van de Blijde Boodschap is ook een oproep tot vrede op aarde, tot gerechtigheid waar dan ook en tot vreugde alom. De kerststallen in de Petrus Canisiuskerk – voor het eerst die van Gerard Mathot (bij binnenkomst aan de rechterzijde van het schip), van Wim van Woerkom ( aan de linkerzijde) en van de firma Lang uit Oberammergau  (in het kerkportaal)  – nodigen hopelijk veel voorbijgangers uit voor een bezinning op de tijd die komen gaat.

Robert Terwindt bij Galerie de Natris

Robert Terwindt, Strand I (2015) Olieverf op doek, 120 x 100 cm
Robert Terwindt, Strand I (2015)
Olieverf op doek, 120 x 100 cm

Wim de Natris mocht op zondag 18 oktober 2015 een grote schare gasten verwelkomen bij de opening van de expositie van Rob(ert) Terwindt. De Nijmeegse kunstenaar, die ik in 1972 had leren kennen in de befaamde City Bar van kastelein Jo Samson, had mij gevraagd de tentoonstelling ‘ Schilderijen 2010 – 2015′ te openen. Alle goede dingen in drieën, zal hij gedacht hebben. Want in 1991 had ik Rob’s werk toegelicht bij Galerie Interart in Heeswijk-Dinther. In 1997 opende ik in Nijmegen de expositie van een reeks  typische ‘Terwindt-Vensters’. Merkwaardig genoeg speelden mijn zenuwen mij nu meer parten dan destijds in de galerie van Annemarie en Dick Rakhorst. Kwam het door het grote aantal toehoorders, of door het weerzien van kunstenaars en vrienden van toen en nu? De aandacht van de gasten was er gelukkig niet minder om. Integendeel. Rob Terwindt stemde, zo liet hij al merken tijdens het verhaald Zestig jaar toveren, in met de karakterisering van zijn werk. En Wim de Natris merkte na mijn voordracht op, dat ik in kort bestek de geschiedenis van de Nijmeegse kunstscene in beeld had gebracht. Dat was natuurlijk overdreven. Maar de gelaagdheid van de toespraak was meer gasten opgevallen. Tijdens de geanimeerde borrel in de voormalige ‘burgersmederij’ aan de van Dulckenstraat werd Rob Terwindt alom geprezen voor zijn kleurrijke en vrolijke doeken. De kunstenaar genoot  zichtbaar van de lof voor zijn werk.

Ad Lansink: De Nieuwsgierigheid Achterna (1998) Interviews met Harrie Gerritz, Oscar Goedhart, Rob Terwindt en Jan van Teeffelen
Ad Lansink: De Nieuwsgierigheid Achterna (1998)
Interviews met Harrie Gerritz, Oscar Goedhart, Rob Terwindt en Jan van Teeffelen

Bij de voorbereiding van mijn verhaal schoot mij te binnen, dat ik nog een aantal exemplaren bezat van ‘De Nieuwgierigheid Achterna’, een bundel interviews met de kunstenaars Rob Terwindt, Oscar Goedhart. Harrie Gerritz en fotograaf Jan van Teeffelen, uitgegeven bij gelegenheid van mijn afscheid van de Tweede Kamer in juni 1998, toen het Internationale Perscentrum Nieuwspoort mij uitnodigde om daar een expositie van het werk van de Nijmeegse kunstvrienden Rob, Oscar en Harrie in te richten. De zestien exemplaren van het boek, die ik had meegenomen naar Galerie de Natris vonden binnen een half uur een nieuwe eigenaar. De lezers zullen ongetwijfeld ontdekken, dat het boeiende werk van Rob Terwindt even uniek als tijdloos is.

Beeldengroep ‘Binnenstad’ van Cor Litjens in Stevenskerk

Detail Beeldengroep Binnenstad (Foto: Ad Lansink)
Detail Beeldengroep Binnenstad (Foto: Ad Lansink)

Wie af en toe het Open Atelier van beeldend kunstenaar Cor Lijens bezoekt, heeft ongetwijfeld al eerder zijn typische ‘bouwwerken’ ontdekt: de verbeelding van huizen, flats, kantoorgebouwen en torens zonder spits. Onvoltooide bouwsels noemt de kunstenaar uit Deest zijn werken, die – veelal in brons gegoten, en soms van een opvallende kleur voorzien – het onvermoede beeld oproepen van een niet bestaande werkelijkheid, die desondanks in meer opzichten de moeite waard blijkt.

Cor Litjens bij beeldengroep Binnenstad in Stervenskerk (foto Ad Lansink)
Cor Litjens bij beeldengroep Binnenstad in Stervenskerk (foto Ad Lansink)

Cor Litjens kwam enkele maanden geleden op het idee om zijn beelden te groeperen rond enkele hoge bouwsels, om daarmee een binnenstad te verbeelden. Via een succesvolle crowdfunding-actie bracht de kunstenaar voldoende middelen bijeen om een aantal, voor de beeldengroep noodzakelijke ontwerpen te kunnen gieten. Het fraaie en unieke resultaat is gedurende de maand oktober te bewonderen in de Stevenskerk, op zich al een karakteristiek monument in de Nijmeegse binnenstad.

Detail Beeldengroep Binnenstad (Fotografie: Ad Lansink)

De kunstenaar maakte van brons of staal vloeren, wanden, kamers en gangen, waarin raam- en deuropeningen toegang geven tot verrassende andere ruimtes. Gevels met veel vensters als flarden van flatgebouwen zijn bijeen geplaatst in groepen: een verrassende verbeelding van een dichtbebouwde stad, met gevels in opbouw of fragmenten van vervallen muren. Functies, schaal of karakter van de bouwsels zijn eigenlijk niet van belang, wel de ruimtes die in elkaar overgaan, plotseling afbreken en zich vervolgens driedimensionaal ontwikkelen om samen een ruimtelijk verhaal te vertellen.

Beeldengroep Binnenstad van Cor Litjens - 2005-2015 - diverse materialen - 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm Fotografie: Picture Productions Nijmegen
Beeldengroep Binnenstad van Cor Litjens – 2005-2015 – diverse materialen – 200 (h) x 500 (b) x 300 (d) cm
Fotografie: Picture Productions Nijmegen

De installatie is door de kunstenaar zo opgebouwd, dat de toeschouwer het gevoel heeft door een stad te wandelen, vol met ruimtelijke prikkels en sensaties. Sommige beelden zijn complex, andere eenvoudig en weer andere dramatisch, zoals een stuk wand, dat uit de vloer omhoog rijst met daarin slechts een enkele deur of venster. Het is de ultieme overgang van de ruimte waarin de kijker zich bevindt naar de wereld daarachter, niet de Kerkboog of de Grote Markt in Nijmegen, maar de wereld van verbeelding in de ogen van Cor Litjens.

Van UN/REAL naar REAL: Fietsen en kijken met Coen Vernooij

Fietsen met Coen Vernooy langs Groesbeekseweg in Nijmegen
Fietsen met Coen Vernooy langs Groesbeekseweg in Nijmegen

Een verkenning van de wisselwerking tussen beelden en omgeving: dat was de bedoeling van Coen Vernooij’s project UN/REAL: een antwoord op de vraag wat je werkelijk ziet. In IJsland fotografeerde de kunstenaar het ruige landschap, terwijl hij zijn beelden in deze specifieke omgeving voor zich zag. Thuis monteerde hij de foto’s van zijn kunstwerken in afbeeldingen van de IJslandse natuur. De projecties bundelde hij in het boek UN/REAL.

Vouwblad REAL - Tekst en fotografie: Coen Vernooij - Ontwerp: Jules van der Vaart Oplage: 250 - ISBN: 978-90-8210999-4-8
Vouwblad REAL – Tekst en fotografie: Coen Vernooij – Ontwerp: Jules van der Vaart
ISBN: 978-90-8210999-4-8 (oplage: 250)

In het vervolgproject REAL zijn beeld en plek levensecht: geen ruimte in een museum of beeldentuin, maar de woonomgeving van vrienden, bekenden en liefhebbers van zijn werk. In Arnhemse en Nijmeegse tuinen tasten de beelden de ruimte af, op uiteenlopende locaties, een betegeld plein voor een voormalig schoolgebouw, in de groene borders van een weelderige tuin, of midden in een voortuin met louter grint, waar het beeld een eigen leven kan gaan leiden.

Toelichting van Coen Vernooij in de tuin van Stichting Moria
Toelichting van Coen Vernooij in de tuin van Stichting Moria

Coen Vernooij besloot het REAL-project af te ronden met twee fietstochten langs de Arnhemse en Nijmeegse locaties. De tocht door zijn woonplaats begon op de Kwakkenberg. Via Nijmegen- Oost, waar nieuwsgierige wandelaars vlak bij elkaar drie werken van Coen Vernooij kunnen vinden, daalden de fietstochtgenoten af naar Nijmegen-West, om precies te zijn naar de woon- en werkruimte van architect Paul van Hontem aan de Kerkstraat in het oude Hees. Op elke locatie vertelde de kunstenaar het een en ander over zijn objecten: “Mijn beelden delven er niet het onderspit, maar dringen zich ook niet op. ‘Het lijkt wel alsof je beeld er altijd heeft gestaan’, hoor ik regelmatig. Misschien komt dat omdat het open beelden zijn. Je kijkt er dwars doorheen’.

Beeld van Coen Vernooij in de hal van Stichting Moria
Beeld van Coen Vernooij in de hal van Stichting Moria
Ria Roerdink, Coen Vernooij en Paul van Hontem in de hal van Stichting Moria
Ria Roerdink, Coen Vernooij en Paul van Hontem in de hal van Stichting Moria

De tochtgenoten troffen elkaar bij de Stichting Moria, aan de Louiseweg in Nijmegen, waar twee beelden een tijdelijke plaats kregen rond de vijverpartij in de voortuin. Maar de toelichting begon bij een blijvend werk in de hal van de fraaie villa: een beeld dat bij de officiële opening van het gebouw door Dries van Agt gezegend is door Monseigneur Bluyssen: een even uniek gebeuren als de totstandkoming van het beeld, waaraan gasten van de Stichting Moria hebben meegewerkt. De buitenbeelden heeft Coen Vernooij uiteraard op eigen kracht gemaakt.

Wijzen op weglopende lijnen in een betrekkelijk kleine tuin
Wijzen op weglopende lijnen in kleine tuin aan de Valkenburgseweg

De fietsende liefhebbers bereikten via de Sophiaweg gemakkelijk Plan Groenewoud, waar in een betrekkelijk kleine en sober ingerichte voortuin aan de Valkenburgseweg een bijzonder beeld de aandacht trekt, enerzijds door de openheid en anderzijds door de weglopende lijnen, die desondanks op hun plaats blijven.

De achtergrond telt ook mee op de Willem Schiffstraat
De achtergrond telt ook mee op de Willem Schiffstraat

De Willem Schiffstraat was de volgende pleisterplaats van het gezelschap. Het markante beeld van Coen Vernooij valt vanaf de weg al op. Tijdens de ingelaste koffiepauze mocht de tijdelijke gastheer uitleggen,  hoe hij in de 70-er jaren via de vroegere City Bar  in de Houtstraat de Nijmeegse kunstscene had leren kennen en waarderen. De namen van Theo Elfrink, Rob Terwindt en Geert Jan Oostende spreken nog tot de verbeelding.

Coen Vernooij's beeld in de tuin van Nel Linssen aan de Groesbeekseweg
Coen Vernooij’s beeld in de tuin van Nel Linssen aan de Groesbeekseweg

Toen Michiel Braam binnen het drieluik zag, waarop Sven Hoekstra in 1998 een reeks ‘prominente’ Nijmegenaren heeft vastgelegd, meldde hij de tochtgenoten, dat hij en de bewoner van het huis op het drieluik te vinden zijn. Kunst, zo blijkt steeds weer, kent veel aspecten en verbindt veel mensen. Want de volgende etappe van Coen Vernooij’s fietstocht, een afstand van amper 400 meter ging naar de tuin van kunstenares Nel Linssen, die ook op Hoekstra’s drieluik is vereeuwigd. Het beeld in haar voortuin zette mij via Galerie Agnes Raben in Vorden op het spoor van de Nijmeegse kunstenaar. Snelle voorbijgangers ontgaat waarschijnlijk de betekenis van het beeld, maar voetgangers ontdekken na enige oefening vanzelf de driedimensionale variaties van het werk van Coen Vernooij, temeer waar planten noch bomen de aandacht afleiden.

Op het ronde plein in de oprit naar Kerkstraat 3
Op het ronde plein in de oprit naar Kerkstraat 3

Via de Groenewoudseweg en de Groenestraat belandden de fietstochtgenoten uiteindelijk in het landelijke Hees, waar architect Paul van Hontem en zijn partner, kunstenares Ria Roerdink, voor een bijzonder slotakkoord zorgden. Dat akkoord begon uiteraard met de uitleg van Coen Vernooij bij zijn beeld op het ronde voorplein. Hoewel de kijk op Coen’s beelden gaande de tocht was versterkt, merkten de gasten niet, dat een bestelbusje het opnieuw opvallende object behoorlijk getoucheerd heeft. De bestendigheid is dus groter dan de open constructie zou doen vermoeden.

Bij de poëtische installatie van Ria Roerdink
Bij ‘De Boot’, de poëtische installatie van Ria Roerdink

De fietstochtgenoten raakten trouwens (nog) niet uitgekeken. Want om ‘De Boot’, een bijzondere installatie van Ria Roerdink konden de gasten niet heen, wel letterlijk, maar niet figuurlijk. Paul en Ria verhaalden enthousiast over het ontstaan en de – ook letterlijke – rondreis van het kunstwerk, dat ook ruimte en inspiratie bood voor Ria’s dichterlijke kwaliteiten.

Ook in het schip valt veel te bewonderen
Detail van ‘De Boot, de mooie installatie van Ria Roerdink

Dat in het atelier – de werkruimte van Paul van Hontem en zijn medewerkers en voor een deel ook van Ria Roerdink – ook nog heel wat te zien was, laat zich raden. Een grote tafel in de tuin bleek – ook door het fraaie nazomerweer – een mooie plaats om onder het genot van enkele glazen wijn ervaringen uit te wisselen, contacten te leggen en al wat na een geslaagde tocht gebruikelijk is. Een tocht om niet te vergeten: REAL, in meer opzichten.

Op het plein voor het atelier van Paul van Hontem
Op het plein voor het atelier van Paul van Hontem

 

 

 

 

NB: De foto’s bij deze impressie van Coen Vernooij’s fietstocht langs enkele van zijn Nijmeegse beelden kunnen worden vergroot door op de afbeelding te klikken

 

Magische constructies van Coen Vernooij

Coen 1
‘Tall Object’ (2010) van Coen Vernooij in tuin Willem Schiffstraat 3 Nijmegen [Foto: Coen Vernooij]
Enkele jaren geleden ontdekte ik tijdens een van mijn wandelingen over de Groesbeekseweg in Nijmegen in de tuin van kunstenares Nel Linssen een eenvoudige  maar opvallende metalen constructie. Het beeld – want zo was het onmiskenbaar bedoeld – trok met enige regelmaat mijn aandacht door de veranderende vorm bij het voorbijgaan. Enige tijd later trof ik bij een bezoek aan Galerie Agnes Raben in Vorden een drietal soortgelijke maar toch – ook onderling – verschillende sculpturen van Coen Vernooij, een Nijmeegs kunstenaar, die ik bij mijn omzwervingen in het artistieke Rijk van Nijmegen nog niet had ontmoet. De wit-metalen constructies lieten mij niet los, waarschijnlijk door de combinatie van de strakke vorm en de wisselende indruk, afhankelijk van de plaats van waaruit het ‘tall object’ bekeken wordt.

tn__MG_6928b
Vijf maal het ‘Tall Object’ van Coen Vernooij, gefotografeerd in de tuin achter het atelier van de kunstenaar, die ook ‘Small objects’ en ‘Flat objects’ maakt. De hoogte van het tuinbeeld bedraagt 220 cm, de lengte en breedte 40 cm.[Foto’s: Coen Vernooij].
tn__MG_6921b tn__MG_6922b tn__MG_6924b tn__MG_6927b ‘Tall objects’: zo noemt Coen Vernooij zijn meer dan menshoge titelloze tuinbeelden, die menig kijker zullen verrassen. Een titel zou volgens de kunstenaar teveel afleiden, kleur ook.  Wat op het eerste gezicht een eenvoudig raamwerk lijkt, roept bij nader in- en omzien tal van associaties op. De open constructies van aan elkaar gelaste en  wit gepoedercoate metalen staven veranderen bij een gewijzigd perspectief in even ongedachte als onverwachte sculpturen. De vraag, of de term sculptuur past bij de beelden van Coen Vernooij, doet eigenlijk niet terzake. Wat wel telt, is de bijzondere wisselwerking met de omgeving, en ook met het licht. Die interactie pakt anders uit dan bij houten of stenen sculpturen, waarbij de omgeving een andere, soms ondergeschikte rol speelt.

20150425_161746 (1)
De omgeving telt mee bij de sculpturen van Coen Vernooij [Foto: Ad Lansink
De beeldend kunstenaar uit Nijmegen koppelt eenvoud aan zeggingskracht, en roept daarmee  verwondering en bewondering op. De in letterlijke en figuurlijke zin transparante beelden blijken veelal gecompliceerde constructies, die vanuit allerlei hoeken bekeken moeten worden om doorzien en begrepen te worden. Wie zou denken dergelijke verrassende constructies zelf te kunnen bedenken, komt na een rondgang om en een zorgvuldige beschouwing van de beelden snel tot het besef, dat dat niet het geval is. Een goede verbinding van creativiteit en vernuft is niet ieder mens gegeven,  de rationele vertaling van spontane of langzaam opkomende gevoelens in (weer) een verrassende constructie evenmin. Coen Vernooij kan dat wel, en doet dat op onnavolgbare wijze in zijn abstracte en tegelijk magische constructies: tijdloze sculpturen met een uniek karakter, dat aanzet tot reflectie. Dat is een mooie opgave in een tijd, waarin bezinning geboden lijkt.