Donor van nee tenzij naar ja mits

Wetgeving actieve donorregistratie: een kwestie van vallen en opstaan

Hoofdrolspelers wetgeving actieve donorregistratie (geen bezwaarsysteem) sinds 1995 volgens Dagblad Trouw (15 februari 2018)

Al tijdens de schriftelijke behandeling van de wijziging van de Wet op de lijkbezorging – begin jaren negentig – vroeg ik me af of in Nederland het geen-bezwaar-systeem, zoals dat o.m. in Belgie en Frankrijk gangbaar was, haalbaar was. De stevige discussies in de CDA-fractiecommissie volksgezondheid – ook met woordvoerder Frouke Laning – leidden niet tot een doorbraak, maar wel tot nuancering van de vraagstelling. Het grondwetsartikel inzake de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam was – naast de discussie over de vaststelling van de hersendood – de oorzaak van grote terughoudendheid. Door het uitstel van de plenaire behandeling tot na de verkiezingen van 1994 moest ik in 1995 het niet te benijden woordvoerderschap overnemen. Een grondige voorbereiding en gesprekken met deskundigen en belangengroepen overtuigden mij van de noodzaak van een koerswijzing. Van nee tenzij naar ja mits: dat leek een serieuze poging waard. De hele CDA Tweede Kamerfractie volgde mijn benadering en uiteindelijke afweging.

Orgaandonatie en registratie – Infografic
Bron: Nierstichting

Teleurstelling
Het planaire debat liep op meer dan een teleurstelling uit. Dat ik geen steun zou krijgen van de kleine christelijke partijen was te verwachtten, ook na de eerdere discussies in eigen kring. Dat de VVD mij stevig zou aanpakken op grond van de verabsolutering van het zelfbeschikkingsrecht, kon ik aanvoelen, maar de scherpte van de liberale inbreng niet. Uit het overleg van vrijwel alle fracties met de Nierstichting en andere organisaties had ik opgemaakt, dat naast Groen Links en SP steun was te verwachten van PvdA en D66. De goede contacten met de woordvoerders Rob Oudkerk en Roger van Boxtel sterkten mij in de overtuiging, dat het geen-bezwaar-systeem – nu actieve donorregistratie genoemd – een meerderheid kon verwerven. Maar niets was minder waar. Nadat minister Els Borst de inbreng van PvdA en D66 had beluisterd, en bovendien had vastgesteld, dat de VVD niet gediend was van het geen-bezwaar-systeem, vroeg zij om schorsing van de beraadslagingen, nog voor het uitspreken van haar eerste termijn.

Politieke voorkeur van steun (groen) actieve donorregistratie – Bron: Nierstichting

Evaluatiebepaling
Die schorsing zou enkele maanden duren, voldoende tijd om de coalitiepartijen (PvdA, VVD, D66) te verenigen rond een nota van wijziging, waarmee een central donorregister mogelijk werd gemaakt, echter zonder de kenmerken van het geen bezwaar-systeem, en zonder enigerlei vorm van verplichting. Mijn amendementen kregen slechts de steun van SP en het grootste deel van Groen Links, niet van PvdA en D66. die van oordeel waren dat het centrale donorregister voldoende was voor het bereiken vaneen groter aantal potentiele donoren. Ik was daar niet zeker van. Daarom stelde ik een evaluatiepaling voor, die gelukkig een brede steun verwierf. Daarmee was zeker gesteld, dat van tijd tot tijd nagegaan zou worden of de nieuwe systematiek tot een groter aanbod van organen zou leiden. De CDA Tweede Kamerfractie stemde in 1995 tegen die achtergrond in met het wetsvoorstel. Dat bij de eerste de beste evaluatie – ik had inmiddels de Tweede Kamer verlaten – de CDA-ers terugvielen op de onaantastbaarheid van het mensenijk lichaam stelde mij opnieuw teleur. Het collectief geheugden werd weer uitgewist.

‘Staatslijken’
Nog teleurstellender (en kwalijker, maar dat terzijde) was overigens – daags na het eerste debat in 1995 – de opmerking van VVD-fractievoorzitter Bolkesteijn in een radioprogramma. Die Lansink maakt van ons allemaal staatslijken, zo luidde ongeveer zijn boodschap. De verwoording had kennelijk een partijpolitieke achtergrond, want de verkiezingscampagne voor de provinciale staten was intussen van start gegaan. Opvallend genoeg weerklonken onlangs – voor en tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van Pia Dijkstra (D66) – soortelijke geluiden in de betogen van tegenstanders van actieve donorregistratie. Zij verkondigen ten onrechte, dat de staat eigenaar wordt van het lichaam van haar ingezetenen. Zij vergeten, dat de overheid – daartoe wettelijk gelegitimeerd – de verplichting oplegt om een keuze te maken. Die vraag wijkt in essentie niet af van de verplichting om een belastingaangifte te doen, of om zich aan de verkeersregels te houden. Van een moeizame afweging was opnieuw sprake, getuige de stemverhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer, respectievelijk 75 tegenover 74, en 38 tegenover 36.

Stemverhouding (2016) in Tweede Kamer bij wetsvoorstel actieve donorregistratie (ADR)
Infographic Dagblad Trouw 17 februari 2018

Worsteling
Opmerkelijk is ook, dat – althans in de Eerste Kamer – vrijwel alle wat grotere fracties verdeeld hebben gestemd. De partijen, die sinds kort tot het brede politieke midden behoren (VVD, CDA en PvdA) hadden voldoende voorstemmers in de gelederen om het wetsvoorstel van Pia Dijkstra ()D66) over de streep te trekken.Van nee tenzij naar ja mits: dat is achteraf voor het CDA kennelijk de grootste worsteling geweest, gelet op de afwijzing door de CDA Tweede Kamerfractie en de verdeeldheid in de Eerste Kamerfractie. Zelf steek ik niet onder stoelen of banken, dat ik veel waardering heb voor het doorzettingsvermogen van Pia Dijkstra. Dat de behandeling van het wetsvoorstel in de senaat nieuwe vragen heeft opgeroepen, met name over de (te sterke) positie van de nabestaanden, reken ik maar tot de prijs die betaald moest worden om de omslag van nee tenzij naar ja mits mogelijk te maken. Dagblad Trouw door heeft in een gedegen terugblik  – Worstelen met de donorwet door Edwin Kreulen – duidelijk gemaakt, dat een politieke worsteling onvermoede achtergronden kent.

Het ene jaar is het andere niet

Omzien en vooruitkijken op de grens van 2017 en 2018

Grote Markt in Brussel: in 2017 ‘lieu de memoire’: enthousiaste barman wilde ook het Stadhuis op de foto

Saamhorigheid telt: zo luidde een jaar geleden mijn Nieuwjaarswens, toen niet wetend, dat een goede gezondheid de ‘beste-wensen-lijst’ had moeten aanvoeren. Nog geen maand na de jaarwisseling voelde ik na luttele inspanningen korte, soms ook langere borstpijnen. Op andere ogenblikken sloeg moeheid toe, zonder aanwijsbare redenen. Een onverwacht kantelpunt. Had ik te veel tijd besteed aan Challenging Changes, het boek waaraan ik vanaf september 2015 was gaan werken? Sprak misschien de leeftijd een woordje mee, ondanks de oneliner allemachtig, allebei tachtig’? De bloeddrukmeter gaf met bovennormale waarden het begin van een antwoord. Bestrijding met de gebruikelijke geneesmiddelen hielp nauwelijks. Na een week slikken en meten volgde de verwijzing naar de cardioloog, die na bestudering van de hartfilm een snelle katheterisatie voorstelde. Dotteren bleek niet verantwoord, een in alle opzichten geslaagde open-hart-operatie wel.

Bloemen van het Prinsenconvent Knotsenburg bij de terugkeer uit het ziekenhuis (Foto: Ans Lansink)

Sinds 15 februari 2017 zorgen een viertal omleggingen van de kransslagader voor een opmerkelijk herstel. Wel was een langdurige hartrevalidatie nodig om het ritme van alledag weer eigen te maken. Pijnstillers behoorden in de eerste maanden na de operatie tot de dagelijkse levensbehoefte, net zoals allerlei lichaamsbewegingen:  lopen, fietsen en zelfs armtrainingen. Knotsenburg – carnaval in Nijmegen – moest ik in 2017 laten voor wat het was en zal blijven: een festijn voor de echte liefhebbers, die van dweilen en bier houden. Het bestuur van het Prinsenconvent had tijdens de Carnavalsvierdaagse wel aan mij en aan de andere zieke leden (Wiet I, Piet I, Jos I, Ronald III) gedacht, getuige de fraaie bos rozen, kort na de – achteraf snelle – thuiskomst uit het UMC Radboud.

Ans ziet uit over het Friese land, in de buurt van het Lauwersmeer (Foto: Ad Lansink)

Een trektocht met de Roadscout door Midden- en Oost-Europa zoals in 2014 en 2015 schoot er ook bij in. Gelukkig bleek een niet te lange tocht door Noord-Frankrijk wel haalbaar, naast een onverwacht geslaagd verblijf in het Friese Kollum, vlak bij het onvolprezen Lauwersmeer. Aanleiding was een duo-expositie van Marena Seeling en Coen Vernooij, die wij met een onverwacht bezoek wilden verrassen. De minicamping, even buiten het dorp (of is het een stad) bleek een mooi uitgangspunt voor fietsen in een omgeving, waar we nooit eerder geweest waren. Ans slaagde er wonderwel in met de vouwfiets zonder accu een behoorlijk grote afstand te overbruggen.

Sophie van Kempen en Ad Lansink bekijken drukproef van boekomslag (Foto: Leo Schrijver)

Met Challenging Changes kon ik in april 2017 weer verder Het leeuwendeel van het schrijfwerk was gelukkig klaar toen de hartklachten zich aandienden. Maar de afbeeldingen, figuren, tabellen, schema’s en noten vergden toch nog veel werk. Datzelfde gold voor de correctie van de vertaling en de eindredactie. Intussen zag ik met boekontwerpster Sophie van Kempen – steun en toeverlaat ook na mijn ziekte – de omvang van het boek groeien van de aanvankelijk geraamde 320 pagina’s naar 400 bladzijden. Dankzij de tijdige inschakeling van drukker DPN Rikken Print – in de persoon van Leo Schrijver – en boekbinderij Van der Burg kon Challenging Changes op de geplande datum van 11 oktober 2017 in Brussel worden gepresenteerd: na de geslaagde bypasses het tweede hoogtepunt voor 2017.

Ovedrbrengen van Ted Felen’s mozaïek naar het gebouw van Aqua Viva (Foto: Ad Lansink)

Van andere orde is een gebeurtenis, die ook de krant haalde: de verhuizing van Ted Felen’s immense mozaïek Nosos – Diagnosis – Therapeusis – Sanatio van de Hazenkamp naar Aqua Viva, het nieuwe zorgcentrum van de Jezuïeten aan de Heyendaelseweg in Nijmegen. Phoebe Felen vroeg mij na mijn operatie of ik een geschikte plaats wist voor het kunstwerk van haar vader na  de sloop van het Gezondheidscentrum aan de Vossenlaan. De gemeente zou de verhuiskosten betalen, wanneer het mozaïek in Nijmegen zichtbaar zou blijven. Na ampel beraad bleek plaatsing in Aqua Viva mogelijk. Dat de verhuizing niet zonder slag en stoot ging, laat zich raden. Dat ik voor het erfgoed van mijn oude vriend Ted Felen een plek wist te hebben, dank ik aan Ben Frie SJ, Eduard Kimman SJ en Tjeerd Jansen SJ.

Dankwoorden aan Jan Storm, inspirator van Challenging Changes (Foto: Sophie van Kempen)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. De uitlevering van Challenging Changes is vanzelfsprekend niet in enkele maanden beklonken. Ook het werk aan de gekoppelde website gaat gewoon door net zoals de boekpromotie in Nederland en daarbuiten. Nijmegen European Capital 2018 begint op 20 januari 2018 met een officiële plechtigheid in de Sint Stevenskerk, terwijl op 18 mei 2018 een groots ‘circulaire economie festival’ plaats vindt op het Honig Complex. Eduard Kimman SJ betrekt ook de Petrus Canisiuskerk in het Green Capital Project met een maandelijkse ‘groene preek’. Dat ik in die reeks de spits mag afbijten, geeft te (na)denken en te doen. Want preken is geen schrijven. Waarschijnlijk  bieden het Oude en Nieuwe Testament voldoende aanknopingspunten. Wat te denken van de boodschap van Jona, dat Ninive zou (kunnen) vergaan?

Ans Lansink-van Dam en Sophie van Kempen in het Kroondomein bij Uddel (Foto: Ad Lansink)

Het ene jaar is inderdaad het andere niet. Die open deur geldt ongetwijfeld ook voor het jaar, dat nu (bijna) verleden tijd is, en voor het jaar dat opnieuw met een (te grote?) vracht vuurwerk is ingeluid. De welgemeende goede wensen voor 2018 verbind ik met mijn grote dank aan alle vrienden en bekenden, die in 2017 inhoud hebben gegeven aan het elkaar vasthouden in goede en slechte tijden. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de staf en medewerkers van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie van UMC Radboud, en aan  de hele ploeg mensen, die Challenging Changes mede mogelijk hebben gemaakt: Jan Storm en de ‘Editorial Board’, Bart de Bruin en Michelle Kluiver (Dar), Leo Schrijver (DPN Rikken Print), boekbinderij van den Berg en tenslotte, maar niet op de laatste plaats: Sophie van Kempen en Ans Lansink-van Dam, die het ‘thuiswerk’ soms inruilden voor de buitenlucht.  Kortom: vriendschap en verbondenheid alom.

 

 

Ad Stadhouders (1927 – 2017) geboren leraar en meer

Ad Stadhouders

Een geboren leraar, wel wat conservatief maar met een open mind voor vernieuwing en vooruitgang, soms eigenwijs maar ook creatief, aldus de zonen van Ad Stadhouders bij zijn uitvaart op 6 december 2017, luttele weken voor hij de gezegende leeftijd van negentig jaar zou bereiken. Tijdens een even sobere als indrukwekkende Eucharistieviering in een stampvolle Cenakelkerk op de Heilig Landstichting bewezen familieleden, oud-collega’s, vrienden, parochianen en kennissen de emeritus-hoogleraar in de submicroscopische morfologie de laatste eer. Zelf leerde ik bioloog Ad Stadhouders in 1964 kennen, toen ik na mijn promotie ging werken op het Instituut voor Pathologische Anatomie. Mijn gloednieuwe laboratorium huisde op de begane grond, naast de Afdeling Elektronenmicroscopie, waar Ad de scepter zwaaide. We kwamen elkaar dagelijks tegen, soms zelf meer dan een keer op een dag. De afstand werd met de week kleiner. Hoe het zo kwam, weet ik niet meer. Maar kennelijk had de wetenschapper ook oog voor andere mensen en andere zaken. Ad vroeg mij – het moet tussen 1965 en 1967 geweest zijn – hem op te volgen als voorzitter van het Stafconvent, de toen nog louter gezelligheidsvereniging van stafleden van de Katholieke Universiteit. Ik herinner mij bridgedrives, autorally’s en mislukte pogingen om van Cornerhouse Sint Anna – nu De 4 Heeren – een wekelijkse stamkroeg te maken. Dat Stafconvent zou enkele jaren later meegesleurd worden in de democratisering van de KU, en meewerken aan de befaamde ‘radenstructuur’.

Late herfst in Nijmegen

In 1969 kwam Ad Stadhouders op mij af met een vraag, die niets met ons werk te maken had. Eigenlijk was het geen vraag maar een stevige wens zo geen opdracht: of ik me namens de KVP kandidaat wilde stellen voor het lidmaatschap van de gemeenteraad. Ad had – hij was interim-voorzitter van de KVP-Afdeling Nijmegen – een verkiesbare plaats in petto. De KVP zocht na de befaamde nacht van Schmelzer nieuwe volksvertegenwoordigers om de neergang te stuiten. Een korte proeftijd in de zittende fractie bleek voldoende om mijn aarzeling, te overwinnen. Dat ik twaalf jaar later de wetenschap vrijwel volledig zou inruilen voor de landelijke politiek, kon ik in 1970 niet voorzien. Maar vast staat wel, dat Ad Stadhouders – overigens met oud-burgemeester Embere van Gils van Millingen en Groesbeek – een beslissende invloed heeft gehad op mijn latere levensloop. Waarschijnlijk ontdekte Ad Stadhouders in de jaren zestig al snel, dat wij het een en ander gemeen hadden, niet zozeer het leraarschap, wel de neiging om soms in de breedte te leven, en samen met andere mensen buiten het eigenlijke werk zaken op de rails te zetten. Dat daar dan allerhande voorzitterschappen het gevolg van zijn laat zich raden. Ad richtte in zijn geboorteplaats Gemonde de voetbalclub Irene op. In Nijmegen voelde hij meer voor tennis dan voor voetbal en hockey, ook al zag hij zijn kinderen met plezier die teamsporten beoefenen. Het voorzitterschap van tennisclub Swift was hem even lief als het langdurige vicevoorzitterschap van de parochie van de Heilige Landstichting. Zijn belangstelling voor kunst en cultuur zette hij om in de harde werkelijkheid bij de restauratie van zijn geliefde Cenakelkerk. Vanuit die mooie kerk werd Ad Stadhouders begraven op het fraaie kerkhof, waar meer vrienden hun laatste rustplaats hebben gevonden, net als mijn ouders. Een bezoek aan de begraafplaats zal mij herinneren aan de man, die – zonder het te beseffen – een beslissende invloed op mijn levensloop heeft gehad.

Dick Wildeman (1937 – 2017) meer dan Mister Horeca

Dick Wildeman bij zijn afscheid als raadslid van Breda (Foto: Johan van Gurp)

Het moet rond de eeuwwisseling geweest zijn: de vraag van Johan Wellner en Gerard Onstenk – destijds directeuren van de Heineken-vestiging in Nijmegen – om samen naar de Horecava in Amstrdam te gaan. Een eerder bezoek aan de Horecava als lid van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer was mij goed bevallen: een mooie ambiance, goede gesprekken en nogal wat bier. Een herhaling leek mij wel wat. In de immense RAI keek ik weer mijn ogen uit. Plotseling zag ik een grote groep mensen, zomaar ergens op de beursvloer. Het zou mij niet verbazen, aldus Johan Wellner, wanneer die mensen staan te luisteren maar Dick Wildeman. Wij er heen, en jawel: Dick’s karakteristieke, soms wat krakende maar mooie stem bevestigde ons vermoeden. Wat volgde, was een hartelijke ontmoeting met de man, die in Nieuwspoort – het Internationale Perscentrum onder de ‘rook’ van de Tweede Kamer – al een onuitwisbare indruk op mij had gemaakt. Zijn verhalen waren altijd de moeite van het luisteren waard, ook wanneer het niet over bier ging.

Knipsel uit eenmalige Nieuwspoortkrant (1991)

Wanneer mijn geheugen mij niet bedriegt, kwam ik Dick Wildeman voor het eerst tegen in het oude Nieuwspoort, dus ver voor 1992 toen het Perscentrum met zijn befaamde sociëteit verhuisde naar de huidige plek aan de Lange Poten. Na mijn beëdiging als Kamerlid in 1977 was ik geleidelijk een vaste stamgast van het Internationaal Perscentrum geworden. Af en toe liet de welbespraakte ambassadeur van het Nederlandse bier zich zien in de kleine ruimte met de treincoupe. Zijn open mind en zijn nieuwsgierigheid bracht hem gemakkelijk in contact met Jan en alleman, journalisten en politici, lobbyisten en pee-ar-mensen van velerlei slag. Zijn hartelijke karakter en zijn warme belangstelling voor wat andere (al dan niet) bierdrinkers bezighield, bracht hem snel in contact met heel veel lieden ‘onder de Haagse kaasstolp’. Het was geen toeval, dat wij af en toe aan de praat raakten, over politiek maar ook over carnaval en voetbal.

Dick Wildeman: een begenadigd spreker (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Dat hij zich in politiek opzicht zo ongeveer in hetzelfde huis woonde, maakten de gesprekken gemakkelijk, ook buiten Nieuwspoort. Ik merkte dat in de Rotterdamse Kuip toen ik als aankomend KNVB-boboo bij een wedstrijd van het Nederlands elftal zomaar in de bestuurskamer terecht kwam. Op weg naar Joop van der Reijden, de toenmalige staatssecretaris van welzijn, volksgezondheid en sport, hoorde ik Dick Wildeman mijn naam roepen. Hij wees naar de mannen die rondom de staatssecretaris zaten. Zij hangen aan zijn lippen, aldus een lachende Dick, die de bewindsman even terloops als schalks met een pasja vergeleek. Of ik Dick’s opvatting aan Joop van der Reijden heb doorgegeven, staat mij niet meer voor de geest.  Maar het anekdotisch vooral herinner ik me als de dag van gisteren, omdat het ‘Mister Horeca’ tekende: humoristisch, scherp, onbevangen, aardig.

Prins Diederik de Eerste (1979)

Dick Wildeman vertelde mij op enig moment met zichtbaar genoegen, dat hij als ‘protestantse jongen’ toch maar mooi Prins Carnaval van Breda was geworden: Prins Diederik I. Die wetenschap schiep natuurlijk een extra band, temeer waar mijn Knotsenburgs Prinsdom zo ongeveer samenviel met het begin van mijn Kamerlidmaatschap.

Dick Wildeman als ex-prins

Toen ik begin jaren negentig Dick vroeg of het Knotsenburgs Prinsenconvent zijn brouwerij – vroeger De Drie Hoefijzers, later Oranjeboom – mocht komen bezoeken, was zijn antwoord een volmondig ja. Sterker nog: hij bezorgde de ex-prinsen uit Nijmegen enkele onvergetelijke uren, een groot aantal glazen bier en een zilveren flesopener, die in lengte van jaren de herinnering vasthoudt aan een bijzondere man: een bijna alleskunner gelet op het gemak waarmee hij de gasten uit Nijmegen met een heuse buut verraste. Het  gedeelde ‘speelveld’ van voetbal, carnaval en politiek maakte de uittocht naar Breda tot een bijzondere belevenis.

Dick Wildeman op een van zijn geliefde plaatsen (Foto: Johan van Gurp)

Dat Dick Wildeman in de loop van 1997 vanwege zijn pensioen ging vertrekken bij de brouwerij, waaraan hij zijn ziel, zaligheid en waarschijnlijk nog meer zaken had verpand, drong uiteraard door tot de harde kern van Nieuwspoort. Aan de ‘Stamtisch’ besloten Peter Zuydgeest en ik naar Breda af te reizen om Dick namens de Poorters te bedanken voor zijn inzet en ook voor de wijze waarop hij de trefwoorden gastvrijheid en hartelijkheid menig Poorter had ingeprent, vriendelijk maar wel met enige nadruk. Peter en ik waren de enige gasten uit den Haag, maar het wederzijds genoegen was er niet minder om: mooie gesprekken met andere gasten, uiteraard besprenkeld met Dick’s goudgeel gerstenat.

Dick Wildeman feliciteert Johan Wellner in Cafe Sous Les Elises in Beek bij Nijmegen (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Gelukkig was het daar in Breda geen definitief afscheid: Dick Wildeman zou nog jarenlang acte de presence geven als jurylid bij de Nationale Biertapwedstrijden. Dat ik een van de Nieuwspoort-edities won had ik waarschijnlijk aan Dick te danken. Want mijn schuimkraag was net even te groot voor een serieuze winnaar. Dick Wildeman zou ik nog een keer enkele uren ontmoeten en spreken, namelijk in 2011 bij de viering van de 70e verjaardag van Johan Wellner. De op en top Heineken-man had laten doorschemeren, dat hij een feestrede van Dick wel zou waarderen. Aldus geschiedde op mijn voorspraak: Dick zegde meteen toe om naar Hotel Spijker in Beek te komen, van waaruit we dan samen naar Johan’s feestlokaal in Cafe Sous les Eglises zouden wandelen.

Dick Wildeman (met spiekbriefje) spreekt Johan Wellner toe (Foto: Ans Lansink-van Dam)

Zijn even geestige als rake toespraak maakte duidelijk, dat ‘Mister Horeca’ nog altijd de hartelijke en warme persoonlijkheid was als in de jaren, waarin ik heb leren kennen en waarderen. Voor Johan Wellner, die Dick al veel langer kende, gold hetzelfde. Het plotselinge overlijden van Dick Wildeman is een groot verlies, allereerst voor zijn familie en zijn naaste vrienden. Zij vinden hopelijk troost in de wetenschap, dat het unieke karakter van Dick Wildeman voor heel veel mensen een bron van inspiratie is geweest. Zijn naam leeft voort in goede en fijne herinneringen. Hij was immers veel meer dan Mister Horeca. Het was een voorrecht Dick te hebben leren kennen.

 

 

 

 

 

Rondje Kasteel Hernen

Rondje Kasteel Hernen: volg vanaf de parkeerplaats de rode lijn tegen de wijzers van de klok in

Het Rijk van Nijmegen kent talrijke plaatsen, waar het goed wandelen en toeven is. Neem bij voorbeeld Hernen, een dorp ‘onder de rook’ van Wijchen, hoewel er meestal geen rook te zien is. Trouwens. bezoekers uit Nijmegen moeten eerst Leur – een nog kleiner dorp – passeren voordat zij de indrukwekkende torenspits van Hernen ontdekken. Het stille, vrijwel winkelloze dorp ontleent zijn bekendheid aan het kasteel tegenover de dorpskerk. Vlak bij  het kasteel uit de 13e eeuw bevindt zich een parkeerplaats, vanwaar een Rondje (Kasteel) Hernen voor diverse verrassingen zorgt.

Kast met stenen uit veldoven (Foto: Ad Lansink)

De eerste verrassing is een gedeeltelijk met stenen gevulde kast, die daar ogenschijnlijk zonder aanwijsbare reden staat te pronken. Het goed begaanbare en gemarkeerde voetpad voert de wandelaar vervolgens langs en door een klein bosgebied, met in het midden een even grote als ondiepe kuil. Het zou een ‘speelplaats’ voor dassen moeten zijn. In de wanden van de kuil, en ook in de hogere lagen zijn inderdaad holen zichtbaar. Maar dassen: ho maar, in tegenstelling tot een tiental jaren geleden, toen we met eigen ogen hebben kunnen waarnemen, dat in het kasteelbos dassen een eigen burcht bewonen.

Laan in kasteelbos Hernen (Foto: Sophie van Kempen)

Verder lopend, om het ‘Dassenbosje’ heen, wordt duidelijk dat Kasteel Hernen en zijn bosschages deel uitmaken van het groene landschap van Maas en Waal: weides, akkerbouwgebieden, boerderijen, een open-lucht-manege en spaarzame wegen zo ver het oog rijkt. Een merkwaardig, doorschijnend bord geeft onverwacht tekst en uitleg over een ongedacht verleden. Op een paar steenworpen afstand hebben archeologen de resten van een oude veldoven blootgelegd. De wandelaar ziet nu slechts een groene weide, waar in de middeleeuwen de stenen voor het kasteel moeten zijn gebakken. Het raadsel van de kast met stenen is opgelost. Het verleden, hoewel grondig uitgewist, herleeft voor even.

Gatenkaasbank (Foto: Ad Lansink)

Het voetpad loopt verder langs de westkant van het kleine bosgebied, waar de dassen zich nog  steeds niet laten zien. De markering voert de wandelaars langs een grote, met forse dennen afgeschermde buitenmanege, naar een ander gedeelte van het kasteelbos, door een in meer opzichten indrukwekkende laan: hoge, kaarsrechte bomen, die desondanks weinig wind vangen. Na een paar bochten duiken weer weiden op, doorsneden door goed begaanbare paden, die ons terugvoeren naar het dassenbos.

Kasteel Kernen  (Foto: Sophie van Kempen)

Een op gatenkaas lijkende bank nodigt uit tot een korte rustpauze, om te genieten van de bijzondere omgeving van Kasteel Hernen. Ook tijdens de terugtocht blijven de mensenschuwe dassen in hun holen. Daarom terug via een andere weg, de honderd jaar oude Beukenloon, die een mooi zicht biedt  op de achterzijde van het fotogenieke kasteel. De op het eerste gezicht echte slotvijver bestaat volgens het Geldersch Landschap en Kastelen uit ‘grand canals’, (deels) gedempte grachten, onderdeel van een sobere parkaanleg.

Ad en Ans Lansink voor Kasteel Hernen (Foto: Sophie van Kempen)

Selfie van het drietal (Sophie van Kempen)

Hoe het ook zij: Kasteel Hernen – volgens insiders een versterkt huis – heeft meer gezichten, van achteren, van voren en van opzij. De forse muren  en de markante ramen weerspiegelen  de afwisselende bouwgeschiedenis van de 13e en 14e eeuw. Hernen blijft acht eeuwen later de moeite van een bezoek meer dan waard,al was het alleen al om –  zoals het bekende drietal op de foto – opnieuw het nuttige met het aangename te verenigen. Het aangename, dat was op een zonnige zondag in september 2017  een welverdiende pauze tijdens het redigeren van ‘Challenging Changes. Het nuttige, dat was het werken aan het project,  dat gedurende heel wat weken en maanden veel inspanning vergde, niet in de laatste plaats van boekontwerper Sophie van Kempen.  De beelden voor het Kasteel Hernen bewijzen, dat het humeur er niet onder geleden heeft. Integendeel.

 

 

 

Groenewoud, terug naar de jaren 60

1961: Vierde flatgebouw aan de Jan Willem Passtraat met zicht op Valkenburgseweg

De organisatoren van de traditionele Buurtdag in Groenewoud hadden de bewoners gevraagd even terug te kijken naar de jaren zestig, meer dan een halve eeuw geleden, toen de wijk tussen de spoorlijn Nijmegen-Venlo en de Groesbeekseseweg pas korte tijd bestond.  Het toeval wil, dat ons Nijmeegse leven eind 1960 begon in de Jan Willem Passtraat. We betrokken daar de laatste van de vier flats. Vanuit ons appartement op de tweede woonlaag keken we uit op de spoorlijn naar Kleef en Venlo en op nieuwbouw van de Faculteit Wis- en Natuurkunde. Via het grote zijraam zagen we in de verte de Nebo en het Park Brakkestein.

2017: Flatgebouw Jan Willem Passtraat

Die toen redelijk moderne flatgebouwen maken nog altijd deel uit van het gevarieerde woningbestand van wat destijds Plan Groenewoud heette. Het woord plan is verdwenen net zo ls de eenden-fokkerij in de wat vreemde hoek tussen de Jan Willem Passtraat en de Heyendaalseweg. De ruim bemeten boerderij heeft plaats gemaakt voor het grote SSH&-complex Hoogeveld, dat in de loop van de jaren duizenden studenten moet hebben gehuisvest. Het Albertinum staat nog altijd recht overeind, hoewel de Dominicanen al jaren geleden hun fraaie kloostercomplex hebben verkocht en verlaten, in ruil voor een gemengde bestemming van woningen, bedrijven, collegezalen, tot een kinderdagverblijf toe.

1961: Slingerweg tussen Jan Willempasstraat en Driehuizerweg; op de achtergrond de oude brug over het spoor

Die eerste Nijmeegse jaren staan – ondanks de verhuizing naar Brakkestein in 1964 – nog altijd in ons geheugen gegrift. Het kostte Ans Lansink-van Dam dan ook weinig moeite om enkele herinneringen aan Groenewoud in de zestiger jaren op te halen en op te schrijven. De zoektocht naar foto’s leverde evenmin veel problemen op, zij het dat de kwaliteit van de zwart-wit-beelden te wensen overlaat. Kleurenfilm kwam pas later in zwang, evenals betaalbare fototoestellen, waarmee serieuze opnamen konden worden gemaakt. Een Agfa Clack en een Werra: dat waren de eerste apparaten, waarmee we af en toe wat probeerden vast te leggen.

2017: Oude noch nieuwe brug over het spoor zichtbaar, wel winkelwagens voor SSH&-complex: superbe vorm van zwerfvuil

Toen we in begin 1981 na een verblijf van ruim zestien jaar in de Schepenenstraat in Brakkestein terugkeerden naar Groenewoud, was er behalve de komst van enkele puntdaken in de wijk zelf niet veel veranderd. Het stratenpatroon was ongewijzigd. Alleen de zandweg langs de grote tuin van het Albertinum was veranderd in een geasfalteerde weg: de Willem Schiffstraat, waar wij het huis op de uiterste punt van de wijk, vlak naast de vroegere PABO zijn gaan bewonen. Daar wonen we nog steeds, inmiddels aanzienlijk langer dan de Familie Jansen, die het huis in 1968 hadden laten bouwen.

1961: Winters beeld van de spoorlijn naar Kleef en Venlo

Tussen 1981 en 2017 veranderde er wel het een en ander.  Het aantal puntdaken aan de Van Haapsstraat en de zijstraten nam toe. Het SSH&-complex langs de spoorlijn ontnam het zicht op het noordelijke deel van Groenewoud. De spoorverbinding  naar Kleef werd vrijwel onmogelijk door het wegnemen van de rails. Het groen langs de spoorlijn ontnam voetgangers en wandelaars het zicht op het Park Brakkestein. De bewoners moeten het nu doen met het geluid van incidentele festivals in het park.

2017: Wat overeind bleef: de oude werkplaats, nu UBC Mercator

Herinneringen ophalen blijft een dankbare opgave, ook wanneer het de gebouwde omgeving betreft. Nijmegen onderging sinds de 60-er jaren grote veranderingen. De wijken aan de overzijde van het Maas Waal Kanaal kwamen tot ontwikkeling, en de Waalsprong lukte in meer opzichten, met de Spiegelwaal en een reeks bruggen als een in de 70-er jaren nog onverwachte toegift. Groenewoud bleef zichzelf maar zag wel hoe aan de overzijde van de spoorlijn de Radboud Universiteit een steeds grotere en veelal ook fraai ingerichte ruimte ging beslaan, tot en met het vroegere Berchmanianum. De bewoners van dat bolwerk van de Jezuïeten zijn nu de buren van de Brakkesteinse Sacramentijnen. Een goede buur is beter dan een verre vriend. Waarmee de cirkel naar de Buurtdag rond is.

 

 

Een bijzondere verjaardag

Sophie op 24 augustus 2017

Het nuttige met het aangename verenigen: het positieve gezegde is alom bekend, maar wordt tegenwoordig niet vaak meer gehoord. Nuttig en aangenaam: is dat werk naast vermaak, of rust naast inspanning?  De tweeslag nuttig en aangenaam overkwam mij toen ontwerpster Sophie van Kempen, bezig met de boekverzorging van Challenging Changes Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy terloops meldde, dat zij op haar verjaardag verder wilde werken aan het boek, dat ons al maanden bezighoudt. Nu we toe zijn aan het opmaken van het definitieve manuscript, werkt een gezamenlijke aanpak achter (of voor) de computerschermen sneller en beter dan mailwisselingen en telefoongesprekken. Bovendien: vier ogen zien meer dan twee.

Nijmeegse Vla van Bakkerij Strik

Trouwens: de onverbiddelijke deadline nadert sneller dan verwacht: alle reden dus om enkele dagen stevig door te pakken. Mijn aanbod om voor gebak te zorgen, wees Sophie van de hand want – zei ze vriendelijk maar met veel nadruk – de jarige trakteert. De niet (maar wel goed-) gemutste boekverzorgster kwam dus aanzetten met een wat groot uitgevallen Nijmeegse Vlaai, die zij vervolgens zelf ging aansnijden. Het aangename – koffie en gebak – ging vooraf aan het nuttige: samen werken aan Challenging Changes: een nauwgezet karwei, dat vanwege de Engelse taal en de figuren, schema’s, tabellen en foto’s alle aandacht vraagt, zelfs op een buitengaatse gevierde verjaardag.

Ans Lansink bewondert het snijden van de vla

Het onderwerp van het boek – de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie – kent heel wat aspecten. Dat verklaart de pittige omvang van Challenging Changes: 52 paragrafen, verdeeld over 9 hoofdstukken. Voeg daarbij de zeven interviews met befaamde insiders, plus de uitvoerige begrippenlijst – Glossary geheten – en duidelijk wordt, dat de omvang van het boek dichter bij 400 dan bij 350 pagina’s zal uitkomen. Intussen wegen de laatste loodjes zwaarder dan schrijver en boekverzorgster aanvankelijk dachten. Passen en meten, nakijken en corrigeren: het kost allemaal tijd, net zoals de beeldredactie en de definitieve opmaak. Dat het boek onder vaardige handen van Sophie van Kempen met uur en dag vordert, blijkt een gedeelde opsteker, zelfs op dagen waarop het buiten beter toeven is dan op atelier of werkkamer.

Sophie schiet een Selfie: Ans kijkt toe

Over drie weken geven we het printklare manuscript via een eenvoudig ‘sticky’ uit handen, nadat een kleine week besteed is aan de eindredactie van de drukproef. De drukker en de binder gaan dan definitief aan de slag om de volledige productie van de boeken – naar verwachting 4000 exemplaren – op tijd te kunnen afleveren. De boekpresentatie vindt plaats op 11 october 2017 in het gebouw van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Het ziet ernaar uit, dat ik de eerste boeken mag overhandigen aan Frans Timmermans, vice-president van de Europese Commissie en aan Harriet Tiemens, wethouder van Nijmegen, de Green Capital Europe van 2018. Zij overbruggen letterlijk en figuurlijk de afstand tussen Nijmegen en Europa met de Ladder van Lansink. Wie had dat in 1979 gedacht?

En nog een, want Ad wil ook wel ‘op de foto’

Ongetwijfeld wordt ook in Brussel het nuttige met het aangename verenigd, wanneer de gasten van de boekpresentatie ervaren hebben, wat schrijver en boekverzorgster in de afgelopen maanden hebben gedaan, naar vorm en inhoud. Het was een hele klus, maar ook een mooie opgave, dankzij de voortdurende steun en stimulansen van Jan Storm, de man die mij na een werkbezoek aan AVR (Rotterdam) – halverwege 2015 –  aan het schrijven zette. Twee jaar later is Challenging Changes een feit. Waarschijnlijk kijken Sophie van Kempen en Ad Lansink dan even voldaan als tijdens een korte pauze in hun werk op een in meer opzichten bijzondere verjaardag.

Noorderheide: even stil als intrigerend

Toegang Noorderheide aan de Elspeterweg tussen Elspeet en Vierhouten (Foto: Ad Lansink)

Zomaar een doordeweekse dag in de zomer van 2017. Op de Noorderheide – het fraaie natuurgebied tussen Elspeet en Vierhouten – is geen mens te bekennen. Wilde zwijnen, reeën en moeflons laten zich evenmin zien, ook al verraden de verse sporen in het zand hun verborgen aanwezigheid. Bij een mierenhoop was geen mier te bekennen. Ruim een jaar na mijn eerste kennismaking met het vroegere landgoed van D.G. van Beuningen – nu eigendom van Staatsbosbeheer – wilde ik weleens zien, hoever het herstel van de befaamde waterwerken was gevorderd. Eigenlijk zocht ik na mijn eerste Rondje Noorderheide naar een antwoord op de vraag, waarom het landgoed zo intrigerend is.

Bloeiende heide, op de achtergrond gevarieerde begroeiing waaronder berken (Foto: Ad Lansink)

Komt het door de stilte, door het afwisselende landschap, de fraaie begroeiing. Of zijn het de waterwerken – de merkwaardige combinatie van de Beek en de kunstmatige vijvers – die een deel van de Noorderheide een typische signatuur geven? Wat begin augustus 2017 in elk geval opvalt, is de geleidelijk aan kleurende heide, die bij voldoende zonneschijn een betoverende aanblik biedt, ook door de afwisseling met allerlei kleuren groen. Een van de piramides – ook een ‘kunststuk’ van D.G. van Beuningen – trekt vanaf het half-natuurlijke meer Tonnetjesdelle de aandacht.

De Wildakker, halverwege de Beek tussen Bovenmeer en Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)

De piramide is een richtpunt voor de voettocht langs de (nog steeds) droge Beek naar de Wildakker, het grootste van de kunstmatige vijverpartijen. De herstelwerkzaamheden aan de waterwerken zijn kennelijk goed gevorderd. Bekisting is niet langer zichtbaar, en de doorgangen onder de zandweg naar het Bovenmeer zijn fraai weggewerkt. Op een plaats zijn kunststofbuizen zichtbaar. Dat roept de kostbare vraag op, of de aanleg van een ondergronds buizenstelsel plus een continu draaiende pomp voor een permanent stromend water zou kunnen zorgen. Kostbaar vanwege de aanleg en de exploitatie.

Droge beek en dode boom op stille Noorderheide (Foto: Ad Lansink)

Eenmaal bij de piramide aangeland komt de eenzame bezoeker meer te weten over de geschiedenis van de waterwerken: het verhaal van de Rotterdamse havenbaron, die ook op zijn eigen landgoed water wilde zien stromen. Weliswaar grondwater, geholpen door een pomp, maar toch. Tijdelijke plassen na zware regenbuien waren niet genoeg voor de man, die onbewust een Rijksmonument oprichtte. De artificiële beekloop bevat meestal geen water, de vijvers wel ook al blijkt uit het hoogteverschil tussen de waterstand en de overloop naar de Beek, dat er heel wat water uit de lucht moet komen vallen wil van een natuurlijke stroom sprake zijn. De pomp blijft dus onmisbaar om de waterwerken tot leven te wekken.

Mierenhoop bij Tonnetjesdelle (Foto: Ad Lansink)

Gelukkig is er op de Noorderheide veel meer te zien en te beleven, bovenal de onmiskenbare stilte, wanneer de voetganger, hardloper, fietser of mountain biker zich op voldoende afstand van de Vierhoutenseweg of de Elspeterbosweg bevindt. Fietsers mogen overigens niet overal komen, en wandelaars moeten rekening houden met de voor het wild gereserveerde gebieden. Geef de ogen de kost, om te genieten van het Veluws landschap en de vraag te beantwoorden, waarin het intrigerend karakter schuilt. Zijn het de veelal droge waterwerken en de opvallende uit zwerfkeien opgebouwde piramides? Zijn het de onzichtbare dieren, die letterlijk en figuurlijk hun sporen nalaten? Is het de hei, die slechts beperkte tijd in bloei staat? Of spant het integrale landschap van de Noorderheide met zijn glooiingen en zijn gevarieerde begroeiing de kroon?

Ommetje De Bruuk

Gras en grasland in De Bruuk (Foto: Ad Lansink

Wie in Nijmegen of naaste omgeving een interessant ‘ommetje’ wil maken – een niet te lange wandeling door een bijzondere omgeving – kan in het Rijk van Nijmegen letterlijk en figuurlijk alle kanten op. Ook de eenmaal gekozen richting biedt diverse keuzemogelijkheden. Neem bij voorbeeld: Groesbeek met haar kerkdorpen Horst en Breedeweg, vlak bij de Duitse grens en het befaamde Reichswald. De kleine dorpskernen zijn even sober als rustig, met een beperkt aantal voorzieningen. Maar Groesbeek en haar kerkdorpen  bieden wel toegang tot het natuurgebied De Bruuk, volgens insiders van de Radbouduniversiteit de parel onder de Nederlandse natuurgebieden vanwege het grote aantal plantensoorten, die elders al lang verdwenen zijn.

Ommetje in Natuurreservaat De Brug (rood)

Het natuurreservaat De Bruuk is befaamd om zijn unieke blauwgraslanden. Na de ontginning van een groot heidegebied in het lage deel van Groesbeek bleef een deel van het grasland met de natte hooilanden en de verspreide bosjes in stand, en dus behoed voor een agrarische functie. In 1940 kreeg De Bruuk officieel de status van graslandreservaat. Opvallend is de fraaie afwisseling van hooimoerassen, waaronder de beschermde blauwgraslanden en veldrusschraallanden. Hier en daar markeren (bijna) dode bomen het bijzondere landschap, dat door Staatsbosbeheer wordt onderhouden.  Gewapend met een ouderwetse Flora kunnen outsiders waarschijnlijk planten vinden, waarvan zij het bestaan niet of nauwelijks kenden:: Spaanse Ruiter, Blauwe  en Blonde Zegge, Vlozegge  en Klein glidkruid.

Orchideen tussen het gras (Foto: Ad Lansink)

Waarschijnlijk komen de meeste bezoekers – in absolute termen zijn het er overigens niet veel – af op de talloze orchideeën, die tegen het einde van de lente en het begin van de zomer boven het gras van de moerasgebieden uitsteken.  De met veelal paarse of lila bloemen gevulde stengels zijn niet te missen, zo groot is hun aantal in het middendeel van De Bruuk. De gele bloemen langs de renpaden –  de rechthoekige padenstructuur uit de tijd van de ontginning aan het einde van de 19de eeuw – steken duidelijk af van de soms schuchtere orchideeën. Ren heeft overigens niets met hardlopen te maken, wel met waterlopen (of beekjes), die vroeger in Groesbeeks ren werden genoemd. 

Grassen in het bos (Foto: Ad Lansink)

Wie een Ommetje De Bruuk wil maken – een eenvoudige maar toch mooie rechttoe-rechtaan-wandeling door het natuurreservaat, rijdt eerst naar Groesbeek, en bereikt vervolgens via de Kloosterstraat (centrum) de Lage Horst. Deze weg loopt rechtdoor naar de Hogewaldseweg aan de Duitse grens. Halverwege de bebouwing van Groesbeek en de Hogewaldseweg bevindt zich de Ashorst, die naar de westelijke ingang van De Bruuk leidt. Komt de bezoeker uit Bredeweg, dan neemt hij in de dorpskom in oostelijke richting een straat met de naam De Bruuk. Die straat gaat na enkele kilometers over in de Hogewaldseweg, vanwaar ook de Ashorst weer te bereiken is.  

Grassen in De Bruuk (Foto: Ad Lansink)

Opnieuw De Bruuk in: het unieke moerasgebied in het bekken van Groesbeek, dat wordt gevoed door kwelwater. De Leigraaf doorkruist onopvallend het overwegend groene (zogenaamde meden- of maden) landschap, dat wordt gekenmerkt door een kleinschalige afwisseling van hooimoerassen,  struwelen, houtwallen en natte bossen. Vanaf de goed begaanbare ‘renpaden zijn alle elementen van De Brug goed te zien en te bewonderen, ook zonder kennis van de talloze planten en (vooral) grassoorten. De weg in het natuurgebied wijst zich vanzelf: een simpel vierkant.

Voorbij de littekens

Hoofdingang RadboudUMC: de plaats waar de spannende maanden begonnen

Terugblik op een spannend begin van 2017 met een onverwachte samenloop van gebeurtenissen

Rond de jaarwisseling verwachtte ik een spannend 2017. De vraag of na ‘brexit’ en ‘Trump’ de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland ook onverwachte uitslagen zouden opleveren hield me bezig, Ook vroeg ik me af of NEC zich – al dan niet met moeite –  in de Eredivisie zou handhaven.  Zelf ging ik een spannend jaar tegemoet met de publicatie van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Halverwege 2015 was ik op aansporing van Jan Storm, oud-directeur van Nedvang, nu voorzitter van Wecycle en president-commissaris van de Dar, begonnen aan het boek over de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie. Bij een gezamenlijk werkbezoek aan AVR in Rotterdam wist de enthousiaste gangmaker mij te overtuigen van het nut van een inhoudelijke, Engelstalige follow up van ‘De Kracht van de Kringloop’. Hij boorde financieringsbronnen aan, en regelde ook een ‘editorial board’, die mij met raad en daad terzijde zou staan. Tegen het einde van 2016 was het manuscript grotendeels klaar, inclusief interviews met insiders als Eurocommissaris Karmenu Vella, Eunomia CEO Dominic Hogg en ISWA-chairman Antonis Mavropoulos. Het eerste kwartaal van 2017 had ik gereserveerd voor schema’s, afbeeldingen, tabellen en eindredactie, plus de controle van de vertaling. Vormgeefster Sophie van Kempen was intussen begonnen aan de lay out en de vormgeving van schema’s en figuren.

De man van de Ladder met schaatskampioenen op de voorpagina van de Gelderlander – 13 februari 2017

Het werk aan Challenging Changes vorderde zo goed, dat ik soms wat losliet over mijn poging om afvalhiërarchie en circulaire economie –  al enige tijd trending topic – met elkaar te verbinden. De Gelderlander zag plotseling aanknopingspunten voor een artikel over de intussen bijna veertig jaar oude Ladder van Lansink. Ik stemde toe. Enige publiciteit leek van belang, ook omdat de gemeente Nijmegen en de DAR meewerken aan het project, financieel en inhoudelijk via een interview met wethouder Harriet Tiemens en Dar-topman Pieter Balth Linders. Toevallig vond het gesprek met de Gelderlander plaats, kort voor mijn bezoek aan Dr Camaro, interventie-cardioloog van UMC Radboud. De huisarts had mij naar hem verwezen vanwege aanhoudende hoge bloeddruk en forse borstpijn na pittige inspanningen. Op de dag waarop ik te horen kreeg, dat hartkatheterisatie noodzakelijk was, stuurde Sjors Molenaar mij de foutloze tekst van zijn interview voor De Gelderlander. En een dag voor duidelijk werd, dat ik met spoed een open-hart-operatie moest ondergaan, verscheen het uitgebreide verhaal over de Ladder van Lansink in de krant, met een aankondiging op de voorpagina. Geen wonder dus, dat een verpleegkundige van de afdeling hartkatheterisatie kort voor het onderzoek zei: kijk nou eens wie we op de afdeling hebben.

Leven als nooit tevoren: dat was nog maar de vraag, vlak voor de hartkatheterisatie op 14 februari 2017. In het interview de eerste aankondiging van ‘Challenging Changes’, het boek dat in het najaar van 2017 verschijnt

De uitkomst van de hartkatheterisatie was duidelijk. Een dotterbehandeling was te riskant. Om verder onheil te voorkomen was een snelle bypassoperatie noodzakelijk. Na een angstige avond en nacht op de afdeling hartbewaking was het zover: een operatie, waar ik vaak over had gehoord, zou ik zelf ‘aan den lijve’ meemaken. De verzekering van de cardiochirurg, dat in het overgrote deel van de gevallen de ingreep slaagt, gaf mij voldoende vertrouwen in een goede afloop. Achteraf is de operatie mij geweldig meegevallen. De nachtelijke uren op de intensive care vlogen voorbij, ook al hield pijn mij uit de slaap. De regelmatige controles, de toediening van medicijnen en de maaltijden vormden een dankbare afwisseling in het rustige post-operatie-ritme. Na de overbrenging naar de verpleegafdeling veranderde eigenlijk weinig, behalve dan de kennismaking met patiënten, die al eerder geopereerd waren. Opnieuw begon een verpleegster over het interview in De Gelderlander. De gedwongen rugligging viel niet mee, de pijn wel dankzij de toediening van pijnstillers. Toen eenmaal drains, infuus en urinekatheter verwijderd waren, werd het verblijf in het ziekenhuis nog dragelijker, ook dankzij de voortreffelijke inzet van de verpleegkundigen, die dag en nacht klaar staan voor hun patiënten.

Welkomstboeketten van de buren, Ds Visscherfonds, Energiepoort, Prinsenconvent, Volvo Nijmegen, Familie,  Editorial Board Challenging Changes en Nijmeegs Ondernemerscafe als teken aan betrokkenheid en meeleven.

Drie dagen na de operatie kon ik al zelfstandig douchen, met moeite maar toch. De maaltijden gingen steeds beter smaken.  De bezoekers – die tussen 15 en 20 uur welkom waren – troffen op de afdeling cardiochirurgie patiënten, die zonder uitzondering uitkeken naar de dag waarop zij naar huis of naar hun eigen ziekenhuis – Rijnstate in Arnhem of CWZ in Nijmegen – mochten terugkeren. Dat gold ook voor mij: precies zes volle dagen na de operatie werd ik ontslagen, gewapend met een medicijnenpaspoort en een recente hartfilm. De fysiotherapeut had al vastgesteld, dat traplopen weer mogelijk was. De artsen, aan wie ik was toevertrouwd – interventiecardioloog dokter Camaro en cardiochirurg doctor Geuzebroek – hadden mij intussen bezocht en teruggekeken op de geslaagde katheterisatie en omleidingsoperatie. Voortgeduwd door echtgenote Ans bracht een verrijdbare stoel mij naar de hoofdingang van het RadboudUMC. Boekontwerpster Sophie van Kempen, die op de middag van het ontslag op ziekenbezoek kwam reed mij naar huis, waar net het eerste boeket werd afgeleverd. Een week na de katheterisatie, waarmee de onverwachte ziekenhuisopname begon, was ik weer thuis. Dat ik een week later een vijftal uren op de Spoedeisende Hulp zou belanden, was even onverwacht als de toename van de pijn na de thuiskomst.

RadboudUMC op Dekkerswald: de plek van de hartrevalidatie

Pijnstillers bleven noodzakelijk, naast de medicijnen die voortaan tot het vaste inname-ritueel behoren. Met de woorden ‘eenmaal hartpatiënt, altijd hartpatiënt’ valt natuurlijk te leven, zeker waar de forse ingreep ook een ‘wake up call’ was. De zichtbare littekens op de borst en het rechterbeen herinneren voortaan aan de geslaagde ingreep. Ik bewaar ook goede herinneringen aan het verblijf in het RadboudUMC, aan de voortreffelijke zorg van staf en verpleging van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie en aan familieleden, vrienden en kennissen, die mij letterlijk en figuurlijk een hart onder de riem hebben gestoken. Het oude hart is vernieuwd, met hergebruik van eigen lichaamsmateriaal. Met dat begrip is ook de cirkel naar ‘Challenging Changes’ weer rond. De dag voor het ontslag kwam ik op de gang Fred Bouman tegen, ook achter een rollator. ‘Pas nog in de krant’, zei hij verbaasd, ‘en nu hier’. Tijdens de hartrevalidatie-middagen op Dekkerswald – tot eind mei ben ik daar bezig – ontmoeten we elkaar opnieuw. Een paar dagen geleden kwam de Ladder van Lansink toevallig weer ter sprake. Ook die cirkel was dus rond. Ik kon Fred en de andere, even sympathieke lotgenoten van de hartrevalidatie melden, dat de publicatie van ‘Challenging Changes’ doorgaat, in het najaar van 2017: een jaar met onverwachte gebeurtenissen. En de andere potentiele littekens: de Tweede Kamerverkiezingen vielen mee, Frankrijk koos voor Europa, en NEC blijft voorlopig in de Eredivisie.