Categorie archief: Personen

Voorbij de littekens

Hoofdingang RadboudUMC: de plaats waar de spannende maanden begonnen

Terugblik op een spannend begin van 2017 met een onverwachte samenloop van gebeurtenissen

Rond de jaarwisseling verwachtte ik een spannend 2017. De vraag of na ‘brexit’ en ‘Trump’ de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland ook onverwachte uitslagen zouden opleveren hield me bezig, Ook vroeg ik me af of NEC zich – al dan niet met moeite –  in de Eredivisie zou handhaven.  Zelf ging ik een spannend jaar tegemoet met de publicatie van Challenging Changes – Connecting Waste Hierarchy and Circular Economy. Halverwege 2015 was ik op aansporing van Jan Storm, oud-directeur van Nedvang, nu voorzitter van Wecycle en president-commissaris van de Dar, begonnen aan het boek over de relatie tussen de Ladder van Lansink en de circulaire economie. Bij een gezamenlijk werkbezoek aan AVR in Rotterdam wist de enthousiaste gangmaker mij te overtuigen van het nut van een inhoudelijke, Engelstalige follow up van ‘De Kracht van de Kringloop’. Hij boorde financieringsbronnen aan, en regelde ook een ‘editorial board’, die mij met raad en daad terzijde zou staan. Tegen het einde van 2016 was het manuscript grotendeels klaar, inclusief interviews met insiders als Eurocommissaris Karmenu Vella, Eunomia CEO Dominic Hogg en ISWA-chairman Antonis Mavropoulos. Het eerste kwartaal van 2017 had ik gereserveerd voor schema’s, afbeeldingen, tabellen en eindredactie, plus de controle van de vertaling. Vormgeefster Sophie van Kempen was intussen begonnen aan de lay out en de vormgeving van schema’s en figuren.

De man van de Ladder met schaatskampioenen op de voorpagina van de Gelderlander – 13 februari 2017

Het werk aan Challenging Changes vorderde zo goed, dat ik soms wat losliet over mijn poging om afvalhiërarchie en circulaire economie –  al enige tijd trending topic – met elkaar te verbinden. De Gelderlander zag plotseling aanknopingspunten voor een artikel over de intussen bijna veertig jaar oude Ladder van Lansink. Ik stemde toe. Enige publiciteit leek van belang, ook omdat de gemeente Nijmegen en de DAR meewerken aan het project, financieel en inhoudelijk via een interview met wethouder Harriet Tiemens en Dar-topman Pieter Balth Linders. Toevallig vond het gesprek met de Gelderlander plaats, kort voor mijn bezoek aan Dr Camaro, interventie-cardioloog van UMC Radboud. De huisarts had mij naar hem verwezen vanwege aanhoudende hoge bloeddruk en forse borstpijn na pittige inspanningen. Op de dag waarop ik te horen kreeg, dat hartkatheterisatie noodzakelijk was, stuurde Sjors Molenaar mij de foutloze tekst van zijn interview voor De Gelderlander. En een dag voor duidelijk werd, dat ik met spoed een open-hart-operatie moest ondergaan, verscheen het uitgebreide verhaal over de Ladder van Lansink in de krant, met een aankondiging op de voorpagina. Geen wonder dus, dat een verpleegkundige van de afdeling hartkatheterisatie kort voor het onderzoek zei: kijk nou eens wie we op de afdeling hebben.

Leven als nooit tevoren: dat was nog maar de vraag, vlak voor de hartkatheterisatie op 14 februari 2017. In het interview de eerste aankondiging van ‘Challenging Changes’, het boek dat in het najaar van 2017 verschijnt

De uitkomst van de hartkatheterisatie was duidelijk. Een dotterbehandeling was te riskant. Om verder onheil te voorkomen was een snelle bypassoperatie noodzakelijk. Na een angstige avond en nacht op de afdeling hartbewaking was het zover: een operatie, waar ik vaak over had gehoord, zou ik zelf ‘aan den lijve’ meemaken. De verzekering van de cardiochirurg, dat in het overgrote deel van de gevallen de ingreep slaagt, gaf mij voldoende vertrouwen in een goede afloop. Achteraf is de operatie mij geweldig meegevallen. De nachtelijke uren op de intensive care vlogen voorbij, ook al hield pijn mij uit de slaap. De regelmatige controles, de toediening van medicijnen en de maaltijden vormden een dankbare afwisseling in het rustige post-operatie-ritme. Na de overbrenging naar de verpleegafdeling veranderde eigenlijk weinig, behalve dan de kennismaking met patiënten, die al eerder geopereerd waren. Opnieuw begon een verpleegster over het interview in De Gelderlander. De gedwongen rugligging viel niet mee, de pijn wel dankzij de toediening van pijnstillers. Toen eenmaal drains, infuus en urinekatheter verwijderd waren, werd het verblijf in het ziekenhuis nog dragelijker, ook dankzij de voortreffelijke inzet van de verpleegkundigen, die dag en nacht klaar staan voor hun patiënten.

Welkomstboeketten van de buren, Ds Visscherfonds, Energiepoort, Prinsenconvent, Volvo Nijmegen, Familie,  Editorial Board Challenging Changes en Nijmeegs Ondernemerscafe als teken aan betrokkenheid en meeleven.

Drie dagen na de operatie kon ik al zelfstandig douchen, met moeite maar toch. De maaltijden gingen steeds beter smaken.  De bezoekers – die tussen 15 en 20 uur welkom waren – troffen op de afdeling cardiochirurgie patiënten, die zonder uitzondering uitkeken naar de dag waarop zij naar huis of naar hun eigen ziekenhuis – Rijnstate in Arnhem of CWZ in Nijmegen – mochten terugkeren. Dat gold ook voor mij: precies zes volle dagen na de operatie werd ik ontslagen, gewapend met een medicijnenpaspoort en een recente hartfilm. De fysiotherapeut had al vastgesteld, dat traplopen weer mogelijk was. De artsen, aan wie ik was toevertrouwd – interventiecardioloog dokter Camaro en cardiochirurg doctor Geuzebroek – hadden mij intussen bezocht en teruggekeken op de geslaagde katheterisatie en omleidingsoperatie. Voortgeduwd door echtgenote Ans bracht een verrijdbare stoel mij naar de hoofdingang van het RadboudUMC. Boekontwerpster Sophie van Kempen, die op de middag van het ontslag op ziekenbezoek kwam reed mij naar huis, waar net het eerste boeket werd afgeleverd. Een week na de katheterisatie, waarmee de onverwachte ziekenhuisopname begon, was ik weer thuis. Dat ik een week later een vijftal uren op de Spoedeisende Hulp zou belanden, was even onverwacht als de toename van de pijn na de thuiskomst.

RadboudUMC op Dekkerswald: de plek van de hartrevalidatie

Pijnstillers bleven noodzakelijk, naast de medicijnen die voortaan tot het vaste inname-ritueel behoren. Met de woorden ‘eenmaal hartpatiënt, altijd hartpatiënt’ valt natuurlijk te leven, zeker waar de forse ingreep ook een ‘wake up call’ was. De zichtbare littekens op de borst en het rechterbeen herinneren voortaan aan de geslaagde ingreep. Ik bewaar ook goede herinneringen aan het verblijf in het RadboudUMC, aan de voortreffelijke zorg van staf en verpleging van de afdelingen cardiologie en cardiochirurgie en aan familieleden, vrienden en kennissen, die mij letterlijk en figuurlijk een hart onder de riem hebben gestoken. Het oude hart is vernieuwd, met hergebruik van eigen lichaamsmateriaal. Met dat begrip is ook de cirkel naar ‘Challenging Changes’ weer rond. De dag voor het ontslag kwam ik op de gang Fred Bouman tegen, ook achter een rollator. ‘Pas nog in de krant’, zei hij verbaasd, ‘en nu hier’. Tijdens de hartrevalidatie-middagen op Dekkerswald – tot eind mei ben ik daar bezig – ontmoeten we elkaar opnieuw. Een paar dagen geleden kwam de Ladder van Lansink toevallig weer ter sprake. Ook die cirkel was dus rond. Ik kon Fred en de andere, even sympathieke lotgenoten van de hartrevalidatie melden, dat de publicatie van ‘Challenging Changes’ doorgaat, in het najaar van 2017: een jaar met onverwachte gebeurtenissen. En de andere potentiele littekens: de Tweede Kamerverkiezingen vielen mee, Frankrijk koos voor Europa, en NEC blijft voorlopig in de Eredivisie. 

 

Dwalen door herinneringen

Thomas Verbogt, in gesprek met Marie Antoinette van Kuyk-Minis en Koos van Tol in de Oude Bartholomeuskerk in Beek op 9 april 2017

Met Thomas Verbogt en Marie Antoinette van Kuyk-Minis terug naar de jaren zeventig

Dwalen door herinneringen: die drie woorden zijn onlangs gekoppeld en gemunt door Thomas Verbogt in een van zijn dagelijkse columns in De Gelderlander. Ik dwaal soms door mijn herinneringen, aldus de schrijver die – hoewel woonachtig in Amsterdam – Nijmegen noch Arnhem kan en wil vergeten. Omgekeerd dwalen herinneringen ook door Thomas Verbogt, zo bleek op een zonnige zondagmiddag in het Oude Bartholomeuskerkje van Beek, waar hij voor de Vrienden van Harry van Kuyk op uitnodiging van Marie Antoinette van Kuyk-Minis herinneringen ophaalde aan de befaamde kunstenaar. Halverwege de jaren zeventig had hij Harry leren kennen, toen hij met zijn mederedacteuren van het literaire tijdschrift De Schans – Frans Kusters, Arnold Fasel en Nop Maas – besloot om met het blad van de GBK een dubbelnummer uit te geven. Verbinding van beeldende kunst en literatuur: daar mocht toch veel goeds van verwacht worden. Koos van Tol, graficus  en destijds uitgever van het GBK-blad was het daar natuurlijk mee eens.

Het grafische werk van Harry van Kuyk, in het bijzonder zijn vermaarde reliëfdrukken. leende zich niet voor de grote oplage van De Schans, in tegenstelling tot het werk van Geert Jan van Oostende, Maarten Beks, Klaus van de Logt, Sven Hoekstra en andere kunstenaars, die in die tijd al furore maakten. Maar de vriendschap tussen de kunstenaar en de schrijver was er niet minder om, integendeel. Het tweetal zag en ontdekte veel in elkaar, ondanks – of juist door – de tegengestelde karakters. Harry van Kuyk was, zo vertelde Thomas Verbogt aan de Vrienden – veel en vaak aan het woord, maar boeide hem. Dat kwam ontegenzeggelijk door de gedeelde voorliefde voor vernieuwing, en door de gezamenlijke passie voor het schrijven. Want Harry van Kuyk was niet alleen graficus, maar ook schrijver en verteller. Dat enige overdrijving hem niet vreemd was, kon Thomas Verbogt niet schelen, zo bleek ook uit de anekdotische beschouwing over gedeelde belevenissen in de jaren zeventig, onder meer bij Cafe De Gouden Leeuw.

Dwalen door herinneringen: dat deden de Vrienden van Harry van Kuyk ook. Marie Antoinette had voor de komst van Thomas Verbogt al een aanzet gegeven met het verhaal over geit Lellebel, die een jaar later werd afgelost door een speenvarken. Navertellen van de hilarische gebeurtenissen in de Oude Kerk van Ooij, waar Harry toen woonde, is een onmogelijke opgave. Vandaar deze uiterst korte aanduiding van de bacchanalen, die als alternatief voor de pakjesavond van 5 december rond de geit en het speenvarken werden aangericht. Het bijzondere verhaal van Thomas Verbogt over Harry’s eerste vrouw Rita, en over de wijze waarop Marie Antoinette haar plaats in nam, maakten de tongen opnieuw los. Thomas Verbogt is overigens van plan zijn herinneringen aan de Hessenberg, waar hij van Rita met Arnold Fasel moest gaan kijken of Harry van Kuyk nog leefde, ooit te gebruiken als deel van een roman over zijn Nijmeegse jaren. Hopelijk vindt de even productieve als boeiende schrijver in de komende jaren de tijd om deze unieke dwaaltocht door eigen en andermans herinneringen aan het papier toe te vertrouwen.

Paus Franciscus: zichzelf onder ordegenoten en wetenschappers

Paus Franciscus begroet ordegenoot Pater Theo van Drunen SJ pastoor van de Molenstraat kerk, bij zijn bezoek aan de Generale Congregatie van de Jezuieten in het najaar van 2016 te Rome

Een kleine vier jaar geleden – op 14 maart 2013 – schreef ik een kort bericht onder de titel ‘Habemus Papam: Paus Franciscus. De keuze van de kardinalen voor de Jezuïet uit Brazilië was een verrassing, niet alleen voor de wereldwijde katholieke geloofsgemeenschap maar ook voor niet-katholieke mensen, al dan niet gelovig, en van velerlei komaf. Paus Franciscus maakte al in het eerste jaar van zijn pontificaat duidelijk, dat hij in enkele, niet onbelangrijke opzichten, een andere herder zou zijn dan zijn voorgangers. Zijn altijd vriendelijke gezicht straalt naast onbevangenheid oprechte aandacht uit, zijn leefwijze soberheid en barmhartigheid. Nu de vierde jaardag van zijn pontificaat nadert, kan Paus Franciscus bogen op een grote schare fans, in Italië, Europa, feitelijk over de hele wereld. Zijn bezoeken, vaak ver van huis bewijzen dat evenzeer als de grote belangstelling voor en instemming met zijn Kerst- en Paasboodschappen. Zijn encyclieken Evangelii Gaudium en Laudato Si werden alom met waardering ontvangen.

Achterzijde Liturgieboekje 7-8 januari 2017

Niet het befaamde Canisiuscollege – leerschool voor bekende politici – maar de min of meer toevallige betrokkenheid bij de Petrus Canisiuskerk in Nijmegen bracht mij in aanraking met de Orde van de Jezuïeten. De verre opvolgers van Petrus Canisius – de uit Nijmegen afkomstige ‘Europese’ Jezuïet – verzorgen al sinds mensenheugenis de stadsparochie aan de Molenstraat, in het hart van de Nijmeegse binnenstad. Zij blijven dat doen, ook nu de  aanvankelijke parochie van de Jezuïeten is opgegaan in de St Stephanusparochie. De fusie van acht stedelijke parochies kreeg haar beslag onder het bewind van deken en pastoor Jan Stuyt, nu secretaris van de Nederlands-Vlaamse provincie van de Jezuïeten. Dat paus Franciscus ook Jezuïet is schept een bijzondere band, zo bleek onder meer bij en na de moord op Pater Frans van de Lugt S.J., toen Jan Stuyt tijdens een ontmoeting met de Jesuit Refugee Service Paus Franciscus het boek over de geliefde ordegenoot mocht overhandigen.

De paus en de oerknal: Column van Robber Dijkgraaf, NRC 14 januari 2017

Overigens kunnen niet alle katholieken de inzet en inspiratie van Paus Franciscus waarderen. Op een bijeenkomst van Civitas Christiana, een genootschap van orthodoxe katholieken voorspelde kerkhistoricus Roberto de Mattei, dat de Katholieke Kerk binnen een paar maanden uit elkaar zou knallen: „Het zal snel gaan en het zal bruut zijn”, aldus de man, die blijkens de NRC van 20 november 2016 een toehoorster verleidde tot even dubieuze uitspraken: „Franciscus zou zich wat minder om het milieu en wat meer om het zielenheil van de gelovigen moeten bekommeren”, zegt een (on) zekere Leontien Bakermans, eraan toevoegen: “Ik heb liever dat de paus twee maîtresses heeft dan dat hij de geloofsleer aantast zoals Franciscus doet”. Nee: van de Civitas Christiana valt niet veel heil te verwachten, en van de Mattei evenmin getuige zijn schismatieke inzet, een wetenschapper onwaardig. Dat het Katholiek Nieuwblad inmiddels van de ene week op de andere afscheid heeft genomen van de ook al paus-kritische hoofdredacteur Henk Rijkers, en de koers naar Rome verlegt, kan geen toeval zijn.

Pater Jan Stuyt SJ overhandigt paus Franciscus het boek over pater Frans van de Lugt

Naar Rome: die woorden brengen mij bij ‘De paus en de oerknal’, een opmerkelijk positieve en inhoudelijk sterke column in de NRC van 14 januari 2016, opgetekend door Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton. De vroegere voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen hoorde paus Franciscus tijdens de tweejaarlijkse vergadering van de Pauselijke Academie van Wetenschappen zeggen: “Er is nog nooit zo’n duidelijke noodzaak geweest voor de wetenschap om de wereld te dienen”. Het 50e sterfjaar van de oud-president van de academie – de Belgische priester en kosmoloog Georg Lemaitre (1894 -1966 ) en ontdekker van het uitdijend heelal, was aanleiding voor Dijkgraaf en andere geleden naar Rome te gaan. Dijkgraaf noemt ‘de tocht van de kerk naar de wetenschap lang en kronkelig’, maar vindt tegelijk ‘de open houding van de huidige paus wat dat betreft een verademing’. ‘Of het een permanente verschuiving inhoudt, is maar de vraag’ aldus Dijkgraaf, die er wel op wijst dat de vorige bijeenkomst van de academie over klimaatverandering geleid heeft tot de pauselijke encycliek Laudato Si. Dijkgraaf’s waarneming, dat paus Franciscus in het persoonlijk contact even indrukwekkend is als in zijn geschreven woord, bevestigd het verstand en gevoel van al degenen – ook zijn ordenoten in Nijmegen – die zich geïnspireerd weten door de beminnelijke, zorgzame en inhoudelijk sterke paus.

 

 

NEC-trainer Peter Hyballa: Op en top betrokkenheid

Peter Hyballa praat op Kerstmarkt in Kleef met Gerard Borgman (Foto: Bert Beelen)

De krant kun je niet missen, geen dag. Gevleugelde woorden, waaraan ik de laatste tijd ging twijfelen, nu de lezers overspoeld worden met staaltjes van burgerjournalistiek zonder feitenkennis en diepgang. De kranten, die dagelijks mijn brievenbus binnenglijden, worden ook een last omdat lezen tijd kost. Maar gelukkig zijn er dagen, waarop de dagbladen – de Gelderlander maar ook NRC en Trouw – mij raken en bezighouden of mijn nieuwsgierigheid voeden. Op Kerstavond, bij voorbeeld: las ik in de Gelderlander het mooie interview van Gerard Borgman met NEC-trainer Peter Hyballa. De koppenmaker voegt in groene letters ‘kleurrijk en authentiek’ toe aan de op zich al fraaie naam van de enthousiaste voetbalcoach, die in en buiten Nijmegen talloze harten heeft gestolen. De doorgaans kritische fans dragen hem op handen, als ze tenminste de kans krijgen. Want na de wedstrijd spoedt Peter zich naar zijn spelers, waarmee hij in allerijl een cirkel vormt. Wat daar wordt gezegd, blijft verborgen. De voettocht langs de Goffert-tribunes laat de meestal in het zwart gehulde trainer aan de selectie over.

Peter Hyballa bij de presentatie als nieuw trainer van NEC in de zomer van 2016 (Bron: NEC-Archief)

Peter Hyballa, een betrokken en bevlogen coach, die binnen een half jaar een hechte eenheid heeft gesmeed van wat ook wel het Nijmeegse vreemdelingenlegioen wordt genoemd. De spelers – met sterkhouders als Joris Delle, Gregor Breinburg, Julian von Haacke en Dario Dumic – kunnen erover meepraten, net zo als de ‘jonge jongens’ Ferdi Kardioglu en Jay-Roy Grot. Zij doen dat ook voor de camera’s van Fox Sport, Omroep Gelderland, N1 of NEC TV, de media, die fans en outsiders – zelf ben ik een kruising tussen die twee groepen – in staat stellen om naar de welbespraakte trainer te luisteren. Op alle vragen heeft hij een passend antwoord, soms na wat nadenken, soms ook meteen in een woordenstroom, die zijn bevlogenheid illustreert. Duitse woorden voegen zich met het grootste gemak in de taal, die zijn Rotterdamse moeder hem heeft bijgebracht. Van zijn Duitse vader, theoloog en predikant, heeft hij de diepgang meegekregen. Want Peter Hyballa mag dan in de breedte van het leven voetbal uitstralen, diepte kent hij ook getuige zijn geloof in een leven na de dood, overigens ‘niet zo mooi en goed als hier’. Even verder: ‘Er is wat. Of dat God is? Absoluut’.

Peter Hyballa met de selectie van NEC na het vieren van een overwinning (Bron: FC Update)

Terug naar de Goffert en voetbal, zijn lust en zijn leven. Wanneer ik vanaf de tribune Peter Hylballa zie coachen, druk gebarend, aanwijzingen gevend, spelers toesprekend, meelevend met kansen, doelpunten maar ook met missers en teleurstellingen, dan voel ik wat betrokkenheid en enthousiasme teweeg kunnen brengen. Maar de bevlogen coach weet ook wat relativeren is. Even gas terugnemen om het betrekkelijke van zijn eigen typering – rechtvaardigheidsfanatiekeling noemt hij zichzelf – in te zien. Wie hem heeft gevolgd, zal het met mij eens zijn: Peter Hyballa is een man, die op en top betrokkenheid uitstraalt. Hij is een inspirerend coach, die geen blad voor de mond neemt. Duitsland vindt hij ‘een beetje’ te hiërarchisch, Nederland ‘eigenlijk’ te anarchistisch, om het antwoord op de vraag van Gerard Borgman naar het verschil tussen de buurlanden te besluiten met: ‘In Duitsland duurt een discussie twee minuten. Hier twee weken.’ Trouw noemde Peter Hyballa de ‘Simeone van Nijmegen’, een begrijpelijke metafoor. Ik houd liever vast aan de kop van mijn lijfblad: kleurrijk en (vooral) authentiek, met een tomeloze betrokkenheid. Hopelijk blijft hij NEC voorlopig trouw.

Michael van Praag: ridder zonder vrees of blaam

Logo van de KNVB (Bron:.ANP - Koen van Weel
Logo van de KNVB (Bron:.ANP – Koen van Weel

Het gedoe rond de – overigens terechte – herverkiezing van Michael van Praag als bondsvoorzitter, bewijst opnieuw, dat de structuur van de KNVB echt op de helling moet. Een stemming zonder last of ruggespraak hoeft op zich niet, maar enige openheid bij de herverkiezing van de eerste man van de KNVB mag toch transparantie gevraagd worden, naast een faire benadering van kandidaten, ook wanneer een herverkiezing in de lijn van de verwachting ligt. Welnu, van openheid noch een faire bejegening was sprake. De BVO-directeuren hadden kennelijk zoveel kritiek op de bondsvoorzitter, dat zij een hartig woordje met hem wilden spreken voordat de clubs – directeuren of bestuurders? – hun stem zouden uitbrengen. Een informeel, zelfs besloten vooroverleg is niets nieuws. Ik maakte destijds als voorzitter van het Amateurvoetbal ook mee, wanneer het bestuur van het (vroegere) Amateurvoetbalparlement wensen of vragen had. Wel vreemd is de samenstelling van de delegatie, die Michael van Praag ‘de wind van voren gaven’. Die delegatie bestond uit clubvertegenwoordigers en uit de directeuren van ECV en CED. Waarom waren Jacco Swart en Marc Boele, respectievelijk directeur van ECV en CED bij dat hernieuwde ‘intakegesprek’ met de bondsvoorzitter? Wat is de rol van de aparte CV-achtige constructies van de clubs uit de ere- en eerste divisie in de structuur van de KNVB? Voeren de directeuren van ECV en CED een eigen ‘koninkrijk’ aan met eigen materiele en immateriële middelen? Zij hebben wanneer ik me goed herinner geen stemrecht, maar klaarblijkelijk wel de machtiging om de bondsvoorzitter – in zijn woorden – ‘even ordinair hard aan te pakken’. Op ‘overval’ en ‘kruisverhoor’ – opnieuw termen van Michael van Praag – volgde een opzienbarende stemming. Maar liefst 21 van de 58 aanwezige leden van de Bondsraad onthielden zich van stemming. Michael van Praag werd wel verkozen met mooie cijfers: 36 tegen 1. Maar die cijfers geven een vertekend beeld. Zouden de clubbestuurders – waarschijnlijk afkomstig uit het betaalde voetbal – niet de laffe weg van een stemonthouding maar de faire weg van een stellingname in de bondsraad en gevolgd door een tegenstem bij een onbevredigend antwoord van de bondsvoorzitter, dan was voor in= en outsiders duidelijk, hoe de verhoudingen binnen de KNVB liggen.

KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)
KNVB Voorzitter Michael van Praag (Bron: www.nu.nl)

Dat Michael van Praag een vervelende nasmaak overhield aan zijn herverkiezing als bondsvoorzitter van de KNVB is dus alleszins begrijpelijk.  En dat hij die nasmaak na afloop van wat ik het gedoe noem de ruimte gaf evenzo. Zelfs wanneer het verwijt, dat dat de bondsvoorzitter zich te weinig heeft ingezet voor het Nederlands voetbal, hout snijdt – het is nog maar de vraag of dat verwijt terecht is, maar dat terzijde – geeft het geen pas om in beslotenheid kritiek te uiten, die juist in openheid zou kunnen worden weerlegd. “Ik zat in mijn eentje tegenover tien man en had het gevoel in een kruisverhoor te zijn beland. Maar ik heb niets achtergehouden en evenmin een greep uit de kassa gedaan. Toch ervoer ik de benadering van de clubs wel zo”, aldus Michael van Praag in De Telegraaf. De bondsvoorzitter wil intussen toenadering zoeken tot de Eredivisieclubs. Dat de clubs uit de Eerste Divisie via hun directeur al hebben gepleit voor een overleg met Michael van Praag om de plooien glad te strijken is een goed teken. Maar wat blijft is de merkwaardige structuur van de sectie Betaald Voetbal. Die structuur is – ik schreef het eerder – echt aan herziening toe. Dat blijkt ook uit het z.g. statement, dat de deelnemers aan het informele overleg voor de stemming meenden te moeten afgeven na de uitspraken van Michael van Praag. ‘’Alle deelnemers aan het gesprek van clubzijde en vanuit de entiteiten ECV en CED herkennen zich totaal niet in de woorden van de bondsvoorzitter in de toespraak na afloop van zijn verkiezing en later in de media, en vinden het ontluisterend dat hij dit op deze wijze op het door hem gekozen moment naar buiten brengt’. Geen handreiking dus, eerder een bevestiging van de kloof. Opvallend is wel, dat het ‘statement’ de ECV en CED (directeuren?) als eerste ondertekenaars kent, en verder een aantal, maar lang niet alle BVO’s: opnieuw een teken van verdeeldheid, nu ook in eigen kring. Vreemd genoeg besloot de AV Betaald Voetbal – voorafgaand aan de Bondsvergadering – voorlopig geen algemeen directeur aan te stellen. Directielid Jean-Paul Decossaux neemt de taken waar, terwijl de beoogde algemeen directeur Gijs de Jong vooralsnog operationeel directeur blijft. Ook de RvC Betaald Voetbal functioneert voorlopig in minimale samenstelling van twee leden, in afwachting van het onderzoek naar de In afwachting van een onderzoek naar de ‘governance’ bij de KNVB.  Het uitstel tot mei 2017 doet de vraag rijzen, of de oude bezetting niet te topzwaar was. Een andersoortig ‘kruisverhoor’ – stevige onderzoeksjournalistiek bij voorbeeld door VI of andere media – zou geen kwaad kunnen, evenmin als een openhartig interview met de KNVB-ridder zonder vress of blaam: Michael van Praag.

 

Max de Bok (1933-2016) : betrokken en bevlogen journalist

Max de Bok voor zijn 'tweede thuishaven' Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf
Max de Bok voor zijn ‘tweede thuishaven’ (Bron: Website NVJ, foto: Henk Schaaf)

Rondtrekkend door Frankrijk overviel mij het overlijdensbericht van Max de Bok. Van Harrie Janssen, zijn oud-collega bij De Gelderlander, had ik eerder gehoord dat Max ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam voor mij toch onverwacht. De uitvaart uit zijn geliefde Nieuwspoort kon ik niet bijwonen, een kaars opsteken in een Franse kathedraal wel. Zijn heengaan liet mij in de dagen rond het afscheid in wat vanaf de jaren zestig zijn tweede thuis was niet los. Steeds moet ik denken aan de betrokken en bevlogen journalist, die in mijn Binnenhofse jaren een vriend werd. Max had weliswaar al vroeg afscheid genomen van katholieke verleden. En van de KVP en later het CDA moest hij ook niet veel hebben. Hij had door wat hij in zijn jeugd had meegemaakt – het ontslag van zijn vader bij Kwatta – meer oog en oor voor de PvdA en voor linkse gangmakers als Willem Drees, Joop den Uil en Wim Kok. Toch had hij ook waardering voor het werk van CDA-ers als Ruud Lubbers en Jan de Koning. Zijn scherpe columns in De Gelderlander leerden elke week, dat zijn politieke voorkeur hem niet belemmerde in zijn functie als onbevangen en onafhankelijk politiek journalist. Terecht ontving hij als eerste parlementaire redacteur uit de regio in 1984 de Anne Vondelingprijs. Zelf bewaar ik ondanks de politieke verschillen van mening alleen maar goede en vooral fijne herinneringen aan de man, die niet allen voor collega-journalisten maar ook voor politici een goede leermeester was.

Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl Bron: NRC, Illustratie bij 'Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg (NRC, 20-08-2016)
Max de Bok, pater familias van de Haagse journalistiek, rechts met een glas bij PvdA leider Joop den Uyl (Bron: NRC, Illustratie bij ‘Hij was er al bij toen kabinet-Drees viel, door Mark Kranenburg – NRC, 20-08-2016)

Max kende het Binnenhof en zijn vaak tijdelijke bewoners al heel wat jaren, voordat ik op 3 juni 1977 beëdigd werd tot lid van de Tweede Kamer. Overigens had ik Max daarvoor al leren kennen. Na een bezoek aan hoofdredacteur Louis Frequin, ging hij met zijn collega’s steevast enkele pilsjes drinken in de City Bar, in Nijmegen toen bekend als het ‘Bijkantoor van de Gelderlander’.  Ik was in die bruine kroeg van uitbater Jo Samson in 1972 terecht gekomen na een carnavalsavond in de Benedenstad. De aansporing van Marie Jose Ceulemans, Frequins secretaresse, om vaker op vrijdagmiddag naar de City Bar te komen leidde tot de eerste ontmoetingen met Max de Bok: de journalist tegen wie ik opkeek, niet alleen omdat hij uit het toen nog verre den Haag kwam, maar ook omdat hij in zijn uitstekende bijdragen eenvoudige krantenlezers goed informeerde over het wel en wee onder en buiten de Haagse kaasstolp. Dankzij Max de Bok werd ook de afstand tot de overige Audet-journalisten met de maand kleiner. Dat kwam ook, omdat ik op dinsdag- en woensdagavond de sociëteit van Nieuwspoort indook, waar de krantenmannen en -vrouwen van Audet bij de vaste klanten hoorden. Ik herinner me Yvon van der Heiden, Jan van de Ven, Aukje van Roessel, Carla Joosten, Arnold Mandemaker, Joost Aerts en Frans Boogaard, zomaar wat namen van collega-journalisten voor wie Max in al die Haagse jaren veel betekend heeft. Frans Boogaard heeft dat goed verwoord in een mooie necrologie voor Villamedia: het digitale domein van de Nederlandse en Vlaamse journalistiek.

Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)
Max de Bok met Mr. Doeleman bij het Kort Geding van Wim Klinkenberg (midden) tegen de TROS vanwege de verwijdering van Klinkenberg uit het Journalistenforum, 20 november 1987. (Bron: Wikimedia Commons)

Dat de afstand tot Max en zijn naaste collega’s korter was dan die tot andere parlementaire journalisten, bleek uit de toestemming om – bij uitzondering, dat wel – gebruik te mogen maken van de technische faciliteiten van de Audet-redactie op de eerste verdieping van het hoekpand van de Spuistraat. Talloze discussies heb ik met Max de Bok gevoerd, in de wandelgangen van het Kamergebouw, in het oude en het nieuwe Nieuwspoort, en in de Nijmeegse City Bar. Ik laat Max zelf aan het woord via een deel van zijn toespraak bij de opening van de expositie ‘Uit de Kamer, uit de Kunst’ op 18 mei 1998. De Kunstcommissie had toegestaan, dat bij mijn vertrek uit de Kamer de bevriende kunstenaars Harrie Gerritz, Oscar Goedhart en Rob Terwindt hun werk mochten tonen in de sociëteit en hal van Nieuwspoort. Max zei toen onder meer: ‘Ad en ik zijn voor de Nijmeegse kroegvrienden vele, lange jaren prototypen geweest van antagonisme: onze kroegdebatten waren befaamd. Voor de stamgasten waren wij exemplarisch voor de verdorven mores in het politieke dorp Den Haag: eerst elkaar voor rotte vis uitmaken en daarna samen een biertje drinken. We hebben inderdaad, hier aan de tap van Nieuwspoort, daar in Nijmegen in de City Bar hooglopende, op ruzietoon gevoerde discussies gehad. Ze gingen altijd ergens over, al wist ik de dag erna zelden meer waarover, behalve dan voor honderd procent zeker, dat het over dat verderfelijke CDA was gegaan. We bezigden voor onze discussie een niet afgesproken techniek. We herhaalden in alle vriendschap gewoon de discussie die we tevoren in Nieuwspoort in alle ernst hadden gevoerd, maar speelden daar in de City Bar opwinding en kwaadheid’.

Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen Bron: DE Telegraaf, Foto: Jos van Leeuwen
Nieuwspoortdiner 2006: Max de Bok met Tony Blair, Joke de Boer en Paul Nouwen. Bron: De Telegraaf. Foto: Jos van Leeuwen

Max de Bok ten voeten uit: betrokken, bevlogen, scherpzinnig, taalvaardig. Hij noemde mij toen ‘Een bijzonder geval’ maar hij was dat zelf in veel sterke mate, zeker wanneer zijn creativiteit, bestuurskracht en bindend vermogen – ook buiten Nieuwspoort: denk aan het jarenlange voorzitterschap van de NVJ – in de beschouwing worden betrokken. Zou de toenmalige top van De Gelderlander dat hebben gedaan, dan zou Max ongetwijfeld als opvolger van Louis Frequin hoofdredacteur van de Gelderlander zijn geworden, een goede en sterke bovendien. Maar Nieuwspoort zou een even krachtige als innemende bestuursvoorzitter hebben gemist. En Max zelf een groot aantal Haagse jaren, die hij met passie en plezier heeft beleefd, voor en na zijn voluit verdiende erepoorterschap in 2003. Die eervolle onderscheiding had hij mij op 2 juni 1998 tijdens het afscheidsfeest in Nieuwspoort bij het vertrek uit de Tweede Kamer overhandigd. Hij vertelde de gasten daarbij, dat ik journalist wilde zijn (mits meteen hoofdredacteur) en kunstenaar. Quod non. Toen Lex Oomkes – een van zijn latere opvolgers als voorzitter van Nieuwspoort – bij zijn afscheid tot Erepoorter werd benoemd, stelde Max voor, dat bij de uitreiking van het befaamde Erepoorterglaasje een reünie van Erepoorters voortaan een gepaste entourage zou zijn. Of het zover komt zal Max de Bok helaas niet meer meemaken. Zijn familie, vrienden en collega’s moeten het doen met de vele herinneringen aan een meer dan bijzonder geval: de man die zijn leven lang een uitnemend politiek en parlementair journalist was , volgens Mark Kranenburg (NRC) ‘hongerig en met een eigen mening’ maar ook volop bij machte om ‘het vrije woord’ en de ‘parlementaire democratie’ als kernwaarden alle ruimte te geven. Het was een voorrecht Max de Bok meer dan veertig jaren te hebben mogen ontmoeten, de nieuwsgierigheid voorbij, de vriendschap koesterend.

 

Winfried Witjes (1958 -2016) De Oranje Generaal

De Oranje Generaal op de Sint Annastraat in Nijmegen; op de achtergrond het Radboud UMC
De Oranje Generaal op de Sint Annastraat in Nijmegen; op de achtergrond het Radboud UMC (Foto: Ad Lansink)

Nog steeds zie ik hem daar staan, bij de intocht van de 100e Vierdaagse, op die zonnige vrijdagmiddag, voor het terras van de Nijmeegse Hofraad en de Stichting Jupla; voortzetting van  de ooit door PricewaterhouseCoopers begonnen ‘hospitality’, vlak bij het Radboud UMC. De traditionele disk jockey had een pittige versterking gekregen van C’est Tout: het befaamde orkest, dat op de Nijmeegse carnavalszaterdag de Hofraad begeleidt op zijn dwaal- en dweiltochten . De overigens terecht betalende gasten van het bijzondere ‘event’ op de Sint Annastraat hadden over niets te klagen. Integendeel. Bier, bitterballen, broodjes met allerhande beleg en wat dies meer zij, een goede sfeer en zoals gezegd: prima muziek, die de ‘overgebleven’  Vierdaagselopers – altijd nog ca 42.500 wandelaars – een extra boost gaf.

Winfried Witjes, alias de Oranje Generaal in vol ornaat
Winfried Witjes, alias de Oranje Generaal in vol ornaat, met trofee (Foto: ANP)

Nog zie ik hem daar staan, de statige Oranje Generaal, bij de blazers en trommelaars van C’est Tout in hun (ook) oranje poloshirts. Sommige outsiders zagen in de volledig in oranje gestoken Winfried Witjes de dirigent van het weer welluidende dweilorkest. Maar insiders wisten wel beter, net zo als de vele Vierdaagselopers, die met de Oranje Generaal een selfie schoten, of zich lieten fotograferen door een bereidwillige omstander. Zij herkenden meteen de hartstochtelijke oranje-fan, die het Nederlands elftal op alle binnen- en buitenlandse avonturen volgde. In Nijmegen salueerde de Oranje Generaal met het  wat fors uitgevallen hoofddeksel voor de langs trekkende militairen.  Individuele wandelaars begroette hij met gladiolen, die gulle lopers hem in de handen hadden geduwd. De wandelaars – vrijwel allemaal lachend – genoten van de man, die uitgegroeid is tot de officieuze sportmascotte van Nederland. Elstenaar Winfred Witjes genoot zelf ook van de rol, die hij zichzelf bij de intocht van de Vierdaagse had aangemeten: een enthousiast binnenhalen van al de mannen en vrouwen, die de hitte en de regen achter zich hadden gelaten, en gezond en wel op weg waren naar het zoveelste Vierdaagsekruis.

De Oranje Generaal verwelkomt de omvangrijke groep van de Nederlandse politie (Foto: Ad Lansink)
De Oranje Generaal verwelkomt de omvangrijke groep van de Nederlandse politie (Foto: Ad Lansink)

Wat een mooi feest, toch, zei hij mij, toen we elkaar spraken, kort voor de bezemwagens te kennen gaven, dat nu echt de laatste lopers voorbij waren. Het was intussen zes uur. De Oranje Generaal had vanaf twaalf uur vrijwel onafgebroken de lopers verwelkomd, zichtbaar genietend van de vonken van (h)erkenning van talloze wandelaars. Twee dagen later – zondagmiddag 24 juli 2016 – lees ik op de website van Omroep Gelderland het bericht, dat de Oranje Generaal – ’s ochtend plotseling is overleden. Op weg naar Schiphol, waar hij de Nederlandse deelnemers aan de Olympische spelen zou uitwuiven is hij – nog pas 58 jaar oud – geveld door een hartstilstand. Het is bijna niet te geloven: de man, die mij nog geen twee dagen eerder uitbundig vertelde, dat hij met onnoemelijk plezier het Nijmeegs en tegelijk internationaal wandelfeest had beleefd, zou nooit meer kunnen doen wat hij vanaf 1988 met zoveel inzet had gedaan. De 100e Vierdaagse werd het wandelevenement met de records: het aantal deelnemers, het aantal uitvallers, de hoge temperatuur, het aantal dagen met vervroegde start en verlengde binnenkomst. Maar die 100e Vierdaagse is ook het laatste sportevenement, waar Winfred Witjes – de Oranje Generaal – zijn aanstekelijk enthousiasme deelde met de vele omstanders. De ‘selfies’ vormen een tastbare herinnering aan een markante man.

Peter Zuydgeest 65 Jaar Alleskunner en Liefhebber

Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen - Aspergediner 2016
Peter Zuydgeest, liefhebber van asperges, wijn en andere dingen – Aspergediner 2016 (Alle foto’s: Ad Lansink)

Peter Zuydgeest, alleskunner? Nou ja, bijna alles. Ga maar na: praten, schrijven, koken, organiseren, bouwen, inspireren en liefhebben. Peter Zuydgeest, liefhebber? Jawel, van veel ‘dingen’: zijn gezin, maar ook bier, wijn en andere versnaperingen, discussie, vrienden, mensen, en natuurlijk: Nieuwspoort, de plaats waar ik Peter Zuydgeest voor de eerste keer ontmoette. Het moet begin jaren tachtig geweest zijn, toen ik me een plaats had verworven in het politieke bedrijf aan het Binnenhof. De CDA-top was geen onverdeeld liefhebber van het Internationale Perscentrum. De goed bedoelde raad van ervaren fractiegenoten om het toen al befaamde etablissement van de pers links te laten liggen – letterlijk en figuurlijk – had ik bij de introductie van een nieuwe lichting Kamerleden in 1977 in de wind geslagen, met andere lotgenoten zoals Sietze Faber. Mijn Friese jaargenoot wist al langer, dat informele contacten met journalisten naast nadelen ook tal van voordelen kende.

Wieneke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden
Wineke Zuydgeest verrast vanaf het balkon haar vader met het Liber Amicorum, gevuld met plaatjes, en verder volgeschreven door familieleden, buren en vrienden

Na gedane arbeid was het bovendien goed toeven aan de kleine bar van het oude Nieuwspoort, naast de vreemde treincoupe. Ik was daar vaak te vinden, ook op ogenblikken, wanneer Peter Zuydgeest al dan niet op verzoek een Vlaamse biertapper ging nadoen. Al snel werd mij duidelijk, dat de journalist-voorlichter-organisator meer in zijn mars had dan de gemiddelde stamgast van Nieuwspoort. De wederzijdse belangstelling mondde uit in een apart soort verbondenheid: waardering voor elkaars werk, met soms waar nodig enige terughoudendheid. De afstand werd korter naarmate de frequentie van het ‘even naar Nieuwspoort gaan’ groter werd. De gezamenlijk beleefde loyaliteit aan het Internationale Perscentrum bracht ons ook ‘zakelijk’ bij elkaar, toen ik lid werd van de Activiteitencommissie: een groep Poorters die onder de inspirerende leiding van Peter allerlei ‘happenings’ bedacht om Nieuwspoort onder de aandacht van het soms minder geinteresseerde publiek te brengen. Niet alle ‘happenings’ liepen ‘happy’ af,  gemeten naar het aantal bezoekers, dat op de activiteiten af kwam. Maar anno 2016 zijn er nog altijd evenementen – denk aan het Aspergediner – die aan het brein van Peter Zuydgeest zijn ontsproten.

Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.
Peter Zuydgeest dacht 65 jaar te worden in eigen kring. Maar zijn gezin vond, dat ook buren en vrienden mochten weten, dat de AOW geen eindstation is.

Dat we ook buitengaats – soms zelfs in Nijmegen – elkaar wisten te vinden, illustreer ik met het besluit om Dik Wildeman, de commerciële directeur van Oranjeboom, uit te wuiven. Peter Zuydgeest en ik bleken in Breda de enige Poorters te zijn, die de voortijdige pensionnering van de fameuze bierbrouwer en bierdrinker lijfelijk meemaakten. Ik haal deze herinnering met enige aarzeling op, omdat we bij het verlaten van de uit de hand gelopen receptie voelden, dat we eerst wat moesten gaan eten voordat we de lange reis naar huis zouden gaan ondernemen. Toen ik na enig zoekwerk een Chinees had gevonden, stond ik voor een gesloten deur. Geen nasi of bami dus. En Peter was ook verdwenen. In de bekende ‘arren moede’ heb ik mezelf goede reis gewenst. Met succes. De blijdschap om de behouden thuiskomst hebben we een week later gedeeld, opnieuw met bier.

Verbodsbord of bierviltje?
Verbodsbord of bierviltje? Geen eindstation

De wegen van Peter en mij hebben zich nadien heel wat keren gekruist, ook nadat ik in 1998 mijn Kamerlidmaatschap na 21 boeiende Haagse jaren moest inruilen voor wat tegenwoordig een ZZP-functie heet. Peter was overigens medeorganisator en spreekstalmeester van het drukbezochte en spetterende afscheidsfeest op 3 juni 1998 in Nieuwspoort, toen ik tot mijn grote verassing door voorzitter Max de Bok – ook een grote inspirator – tot Erepoorter werd benoemd. Of Peter Zuydgeest daar de hand in heeft gehad, weet ik niet. Zelf vertelt hij wel met gepaste trots, dat ik de enige Erepoorter ben, die door de Poortersgemeenschap zelf is voorgedragen.

Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd
Peter Zuydgeest wil meteen weten, wie aan hem gedacht hebben bij het bereiken van de AOW-leeftijd

Ik vermoed dat dat aan de (toenmalige) stamtafel is bekokstoofd. Het woord kok brengt mij terug bij Peter Zuydgeest, die niet alleen in de keuken van Nieuwspoort (en thuis) zijn mannetje staat, maar ook in de sociëteit en de andere zalen, die Nieuwspoort rijk is. De Provinciezaal bij voorbeeld, waar de gasten van Energiepoort elkaar twee keer per jaar treffen. Toen enkele partners van PwC mij in 1998 vroegen of ik hen een invitatie voor Milieupoort kon bezorgen – de eerste Poort, die ik in 1993 met Jules Wilhelmus had opgericht – was het antwoord nee. Concurrentiebeding weerhield sponsor KPMG van een ‘open mind set’, met als mooi gevolg, dat ik met Peter naar Utrecht toog om PricewaterhouseCoopers te overtuigen van het nut van een voor de hand liggend alternatief: Energiepoort. De formule werkt nog steeds, 17 jaar na de organisatie van de eerste bijeenkomst in 1999, dankzij de optimale medewerking van de sponsoren PwC en RBS, en de voortreffelijke organisatie door Peter Zuydgeest en zijn kleine maar mooie bureau. Peter Zuydgeest, alleskunner, liefhebber en nog veel meer, in de gepaste bescheidenheid die hem – ook nog – siert.

Tekst gebaseerd op de bijdrage aan het Liber Amicorum voor Peter Zudgeest, aangeboden op 29 juni 2016

H.J.A. Hofland (1927 – 2016) de journalistiek voorbij

H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)
H.J.A. Hofland overleed op 21 juni 2016 op 88-jarige leeftijd (Bron: www.nos.nl)

Het bericht, dat Henk Hofland op 21 juni 2016 in zijn slaap was overleden, verraste mij. Hoewel zijn columns – ook die van alter ego S. Montag – soms in de NRC ontbraken, leek hem zo niet een eeuwig dan toch heel lang leven gegund. Wat zou de eminente journalist, romanschrijver, columnist, essayist en commentator de komende weken geschreven hebben over het kort voor het referendum nog ongedachte Brexit, waarmee een krappe meerderheid van het Engelse volk afscheid neemt van de Europese lotgenoten. Zou Henk Hofland de lijnen van zijn eerdere beschouwingen over de tijd na ‘nine-eleven’ en Pim Fortuin doortrekken? Waarschijnlijk wel. Want hij paarde consistentie aan visie, geloofwaardigheid aan inzicht, maatschappelijke betrokkenheid aan jarenlange ervaring in het spanningsveld van samenleving, media en politiek. Hij was belezen maar bleef ook nieuwsgierig: ‘Als je iets niet weet: opzoeken’ leerde hij van zijn vader. In de NRC – de krant die hij sinds zijn invallerschap bij het Handelsblad – zijn leven lang trouw is gebleven, schreef Hubert Smeets ‘Tolk en criticus van weldenkend Nederland’: een uitvoerige, niet te evenaren necrologie. Vrij Nederland bood redacteur Jeroen Vullings – biograaf van H.J. A. Hofland – de ruimte om op zijn eigen wijze het boeiende leven en werk van de ‘journalist van de eeuw’ – het terechte eerbetoon van zijn vakbroeders in 1999 –  te belichten.

Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland
Tegels lichten: omslag van het boek, dat volgens Hubert Smeets een ommekeer betekende voor het leven van Henk Hofland

Zelf ontmoette ik Henk Hofland voor de eerste keer op 9 mei 1986 bij Welingelichte Kringen, het befaamde VPRO-radioprogramma dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw wekelijks vanuit het Amsterdamse Arti werd uitgezonden. Een viertal journalisten en schrijvers – Hugo Brandt Corstius, Harry van Wijnen, Henk Hofland en Joop van Tijn – namen daar op het eind van de vrijdagmiddag de week door. Zij discussieerden over de samenleving als geheel, maar over de politiek in het bijzonder. De gast van de week – af en toe een politicus uit het ‘verre’ den Haag – werd stevig aan de tand gevoeld, maar kreeg ook de kans om zijn vege lijf te redden. Ik herinner me de pittige vragen over kernenergie. Henk Hofland viel op door zijn heldere standpunten, zijn fabuleuze kennis, zijn onmiskenbare eruditie en zijn herkenbare, warme, soms wat krakende stem. Toen gespreksleider Joop van Tijn en zijn collega’s weigerden te verkassen naar de VPRO-studio in Amsterdam – Arti was voor de mannen van Welingelichte Kringen heilige grond – werd halverwege 1997 met enige luister de laatste uitzending uit de kunstenaarssocieteit gevierd. Met enkele andere gasten mocht ik erbij zijn, een eer op zich. Het werd een bijzondere uitzending, gevolgd door een mooi afscheidsfeest: een vreemde mix van vreugde en verdriet. Enkele weken later interviewde HP De Tijd Henk Hofland, over het verdwijnen van Welingelichte kringen. Hij vertelde de redacteur tot mijn verrassing, waarom hij het VPRO-programma zou missen. ‘Daar trof ik gelukkig politici als Ad Lansink’. Mijn bewondering mengde zich met verwondering.

Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)
Henk Hofland toont met gepaste trots de PC Hooftprijd (2011) (Bron: Trouw)

Een klein jaar later kwam ik Henk Hofland weer tegen. In Almere zou hij de Vereniging van Oud Tweede Kamerleden op vriendelijke wijze de les lezen. Vanaf het podium zwaaide hij mij toe, voordat hij de oxd-parlementariers had laten genieten van zijn wijze woorden over de nationale en internationale politiek. Na afloop haalden we herinneringen op aan Welingelichte Kringen, en de gedeelde waardering voor onze bijdragen aan dat programma, ondanks de kritische, soms zelfs vijandig lijkende omgeving. Weet, zo zei de man, die tegen wie ik bleef opkijken, dat je niet voor niets aardig wat keren bent uitgenodigd om naar Arti te komen. De redactie wist, dat je altijd wat te vertellen had, ook wanneer plaagstoten de overhand kregen. Die woorden zijn mij bijgebleven. De bijdragen van Henk Hofland in de NRC ben ik blijven lezen, tot de laatste toe. Zijn  oeuvre markeert de grote inbreng van de man, die in 2011 de PC Hooftprijs ontving na al eerder op meer plaatsen geëerd te zijn. H.J.A. Hofland was meer dan journalist of zoals hij zelf placht te zeggen stukjestikker. Hij ging de nieuwgierigheid achterna, de journalistiek voorbij, de politiek te boven. De tijd is rijp voor nieuwe ‘Tegels Lichten’. Zou ooit iemand Henk Hofland kunnen evenaren, deductief of inductief?

Inspirerend afscheid van Stijn Mattheij bij Avans

Johan Raap, Lector Biobased Energy kondigt Ad Lansink aan. Stijn Matthey lacht op voorhand.
Johan Raap, Lector Biobased Energy kondigt Ad Lansink aan. Stijn Matthey lacht op voorhand (foto: Tanja Rizzo)

Enkele maanden geleden meldde Stijn Mattheij – docent en onderzoeker aan de Academie voor Technologie Gezondheid en Milieu van de Avans Hogeschool in Breda – mij, dat hij op een een CO2-conferentie in Essen (Duitsland) tot zijn verbazing door iemand uit Duitsland de Ladder van Lansink hoorde noemen. ‘Die ladder blijkt dus nog steeds actueel, met name in het Europese afvalbeleid’, schreef hij. Aan het onverwachte bericht – ik kende Stijn niet – koppelde hij de vriendelijke vraag of ik tijdens een symposium, dat hij bij zijn afscheid van Avans van de hogeschoolleiding mocht organiseren een voordracht wilde houden over de relatie tussen de ladder van Lansink en de circulaire economie. Mensen die mij kennen weten, dat ik vrijwel nooit nee kan zeggen. Dus ook niet bij Stijn Mattheij, naar later bleek een bevlogen docent en enthousiaste onderzoeker, die  – de geanimeerde borrel na afloop van het symposium maakte dat duidelijk – ook muzikale talenten bezit.

Stijn Mattheij, Docent Environmental Sciences for Sustainable Energy and Technology (ESSET), Coordinator minor Biobased Economy, Onderzoeker lectoraat Biobased Energy Academie
Stijn Mattheij, Environmental Sciences for Sustainable Energy and Technology, Coordinator minor Biobased Economy, Onderzoeker Biobased Energy Academie (foto: Tanja Rizzo)

Op 19 mei 2016 was het zover: het afscheidssymposium – ook wel masterclass genoemd – over het onderwerp, waaraan Stijn Mattheij de laatste jaren veel onderzoek besteed heeft. De aanvankelijke titel van het symposium ‘Biomassa in de stedelijke omgeving’ was vertaald in ‘Biobased and Circular Economy’. De stedelijke omgeving was wel de opmaat voor boeiende voordrachten van Berend de Vries, Wethouder Milieu Tilburg, over de optimalisering van de inzameling van huishoudelijk afval – met onder meer het belang van de publieksbenadering – en van Myranda Beljaars, Adviseur Milieu Gemeente Breda over biomassa als bron voor stadsverwarming, een actueel thema vanwege de dreigende sluiting van de Amercentrale. De warmte moet immers ergens vandaan komen, wanneer de gasvoorraad slinkt. Beseffen alle politici dat?

De man van de ladder begint met het verhaal van de BelG 'Goh, ik dacht dat u allang dood was'
De man van de ladder begint met het verhaal van de Belg in Brussel:  ‘Goh, ik dacht dat u allang dood was’ (foto: Tanja Rizzo)

Zelf benadrukte ik de dilemma’s op de driesprong van de lineaire naar de circulaire economie, in het spanningsveld van overheid en markt,  met de onmiskenbare problematiek van een op preventie en hergebruik gericht beleid in een op consumptie ingestelde samenleving, Biomassa speelt daarbij een meervoudige rol; als voeding maar ook als grondstof, en zelfs als brandstof. De ladder van Moerman – een latere variant van de ladder van Lansink – heeft zelfs tien sporten nodig om de diverse functies een ‘hiërarchische’ plaats te geven. Voedselverspilling is een bekend probleem, ook elders in Europa, terwijl aan winning van biomassa voor de productie van industriele grondstoffen en energie – denk aan de import van houtsnippers – ook grenzen worden gesteld. Kortom: ook hier genoeg dilemma’s.

Stijn Mattheij over groei of broei: op de achtergrond de Rijn-Schelde-Delta met de rode (CO2) vlekken
Stijn Mattheij over groei of broei: op de achtergrond de Rijn-Schelde-Delta met de rode (CO2) vlekken (foto: Tanja Rizzo)

Uiteraard kwam Stijn Mattheij zelf ook aan het woord. Met een tiental studenten had hij onderzocht waar en hoeveel CO2 in de Rijn-Schelde-Delta – ruwweg noordwest België en zuidwest Nederland – wordt uitgestoten. De enorme hoeveelheid zou de aanleg van een CO2-pijpleiding rechtvaardigen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, vooropgesteld dat voldoende vraag ontwikkeld zou kunnen worden. Omzetting van duurzaam geproduceerde waterstof om met CO2 methaan en water te maken is dan wel een vereiste. Toekomstmuziek? Wellicht. De gasten begrepen in elk geval, waarom Stijn zijn ‘openbare slotles’ de titel ‘CO2: groei of broeigas?’ had gegeven. Zijn poging om via een goed onderbouwde kostenraming  de ladder van Lansink te vertalen in een voorkeursvolgorde voor energie uit biomassa bleek  (nog) niet haalbaar, onder meer door de te lage prijs van CO2-rechten.

Enemmers onder elkaar: Stijn Mattheij was aanwezig bij de presentatie van 'Arnhem 1950-1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu; op 17 april 2016 in Arnhem
Enemmers onder elkaar: Stijn Mattheij was aanwezig bij de presentatie van ‘Arnhem 1950-1960 Beelden van een stad tussen ooit en nu’, 17 april 2016 , Arnhem (foto: Tanja Rizzo)

Dat Stijn Mattheij na zijn afscheid van Avans niet achter de bekende geraniums terecht komt werd duidelijk toen hij een kort overzicht van zijn toekomstplannen presenteerde. De ‘groene samenleving’ is gelukkig nog niet van hem af, ook al waren de gasten graag bereid om hem uit te vlaggen toen hij in een gloednieuwe truck van Rolande LNG een korte rit mocht maken. Peter Hendrickx, de CEO van RolandeLNG, had even daarvoor uiteengezet, wat voor zware transporten de voordelen zijn, wanneer de trucks rijden op LNG, CNG en de Biobased varianten van deze schone – gekoelde en dus vloeibare – gassen. Zijn voorspelling dat voor personenauto’s elektriciteit en voor vrachtwagens en bussen gas de ideale brandstof zal worden, snijdt hout, een vorm van ideële biomassa. Waarmee de cirkel rond was, en de titel van Stijn’s afscheidsmiddag (in)gevuld.